Etapa 14: Montoro - Sierra de La Pandera, 160,3 kmBoh, dat was me een partij een waardeloze rit zeg. Daar valt echt niets over te zeggen, eigenlijk. Het werd een sprintje heuvelop. In de straten van Montilla ging Pascal Ackermann veel te vroeg aan, het enige hoogtepunt van de dag. Het ging omhoog aan 5%, maar die knul dacht dat wel te kunnen met een sprint van 300 meter. Mads Pedersen zat te lachen in zijn wiel, ging er voorbij en reed glansrijk naar de ritzege toe. Na een heleboel ereplaatsen de verdiende ritoverwinning, niks op af te dingen. Coquard zat iets verder en werd tweede, met een betere plaatsing had hij het Pedersen wellicht moeilijk kunnen maken, maar waarschijnlijk was er niets aan te doen. Ackermann werd derde en klopte boos op zijn stuur, maar waarom eigenlijk? Boos op zichzelf, hopen we dan maar. Terwijl wij als kijkers boos mogen zijn op de organisatie van de Vuelta, wat een afgrijselijk parcours hebben ze in elkaar gedraaid. Daar lusten de honden geen brood van. Ik was er vooraf al een beetje bang voor, maar de praktijk is zo mogelijk nog erger. Er is echt geen reet aan. Of dat beter gaat worden in het weekend, mwah, geen idee eigenlijk. Twee aankomsten bergop, dat klinkt natuurlijk op papier heel goed. Maarja, het zal vooral van die aankomsten bergop zelf moeten komen. Op voorhand komen we over het algemeen niet heel veel tegen, de koers van ver openbreken zit er hier niet in. Het wordt twee keer wachten op de slotklim en dus hoef je twee keer alleen het laatste uur te zien. Zet er vooral je wekker niet voor. Flopvuelta, tijd om Guillén en Escartin samen met Prudhomme en Gouvenou op vakantie te sturen naar zo'n Chinees heropvoedingskamp. Ruilen tegen een paar Oeigoeren, die hebben vast meer verstand van de koers. Minder gaat niet, in ieder geval.
![3f537]()
![5eebe]()
Het weekend begint in Montoro, een plaats in de provincie Córdoba, regio Andalusië, met net iets meer dan 9000 inwoners. In Montoro was de Vuelta één keer eerder, in het jaar 2000. Toen reed men van deze plaats naar Valdepeñas, waar godbetert Jans Koerts de sprints zou winnen voor Petacchi en Svorada. Het dorp is gelegen in een meander van de rivier Guadalquivir, wat bijna automatisch voor mooie plaatjes zorgt. De Spaanse Wikipedia in combinatie met een brakke translate komt tot de volgende beschrijving, die steeds lastiger te volgen is: Het stadscentrum is gelegen in het contactgebied tussen de Sierra Morena en het platteland, gelegen op een voorgebergte in de ingebedde meander die hier door de rivier de Guadalquivir wordt gevormd, het dankt zijn karakteristieke stedenbouwkundige planning aan de moslimperiode van Al-Andalus. Sinds 2013 is de meander van de rivier de Guadalquivir, terwijl deze door Montoro stroomt, geclassificeerd als een natuurmonument. Het is ook gecategoriseerd als Monte Público. De rivier vormt een zeer uitgesproken kromming, die is ingekapseld in de paleozoïsche materialen (een periode tussen ongeveer 500 en 250 miljoen jaar geleden) van de uitlopers van Sierra Morena, die een van de beste voorbeelden van epigene meander op nationale schaal vertegenwoordigt. Dit deel van de rivier maakt deel uit van een gebied van communautair belang (SCI), dat momenteel een speciaal beschermd gebied is en de zuidelijke ingang vormt van het natuurpark Sierras de Cardeña y Montoro. Gelegen in een bevoorrechte positie, aangezien u van daaruit de stad Montoro kunt zien, die sinds 1969 tot historisch-artistieke site is verklaard. Paleozoïsch en epigene meanders, bijzonder interessant. Het natuurpark Sierra de Cardeña y Montoro zou de moeite waard moeten zijn, je kunt hier onder meer mountainbiken. Het is een plaats met een lange historie. De Grieken zouden hier geweest moeten zijn, terwijl Montoro Epora heette in de tijd van de Romeinen. Later werd het een belangrijke plaats voor de Moren en tegenwoordig draait alles hier om olijven. Of, als we Wikipedia weer aan het werk zetten: De economische basis is de teelt van olijfgaarden, met verschillende oliemolens die olie van hoge kwaliteit produceren. Deze olijfgaarden beslaan meer dan 80% van het landbouwareaal van de gemeente, wat op zijn beurt 40% van de totale oppervlakte vertegenwoordigt. Op het platteland worden ook andere gewassen verbouwd, zoals granen. Andere industrieën van kleinere omvang, maar met wortels en zelfs roem, zijn de vervaardiging van marsepein , leerambachten , artistieke smeden en de productie van honing. Bovendien is het meest voorkomende kruidachtige gewas tarwe , dat een oppervlakte van 1.543 km² beslaat. Olijven, marsepein en honing, maar toch vooral olijven. Best wat aardige gebouwtjes in Montoro, een paar kerken, veel witte huisjes, een oude brug over de rivier. Je hebt ook nog het Casa de las Conchas, een huis versierd met schelpen. Doen we het mee.
![Montoro_1.jpg]()
In de eerste kilometers van de rit rijden de renners over een smalle weg, tussen de olijfbomen door. In de eerste vier kilometer loopt de weg vrij stevig omhoog, of nouja, het loopt in ieder geval merkbaar omhoog. Iets meer dan 3% gemiddeld, als ik zo vrij mag zijn om een inschatting te maken. Geen start bergop, maar ook zeker geen vlakke start. Bochtige weg, de vrij smalle weg slingert alle kanten op. Zo'n smalle weg staat het wel toe om de boel snel te blokkeren, nadeeltje, maar verder een start waar de renners wel iets mee kunnen. Na de klim in het begin is de weg een kilometer of vier zo goed als vlak, licht glooiend, terwijl we nog steeds over de bochtige en smalle weg verder gaan fietsen tussen de olijfgaarden door. Na dit stuk komen we een afdalinkje van twee kilometer tegen. Nog best lastig, dankzij al die bochten en de smalle weg. Af en toe is er een mooi uitzicht over de heuvels hier, die uiteraard allemaal gevuld zijn met olijfbomen. Maar het is toch vooral opletten dat je niet uit een van de vele bochten vliegt. Aan het eind van dit afdalinkje loopt de weg direct weer omhoog, een kilometer lang iets meer dan vals plat. Dan bereiken we het eind van de kronkelende weg na een kilometer of 11 koers. We slaan linksaf en bereiken een weg die warempel anderhalve kilometer rechtdoor loopt, lichtjes omhoog. Aan het eind van deze weg gaat het dan weer naar rechts en bereiken we voor het eerst vandaag een bredere weg. Deze weg volgen we een kilometer of 11 tot we uitkomen in Marmolejo. Deze weg is ook weer licht glooiend, maar het gaat meer omhoog dan omlaag. Onderweg fietsen de renners over een stuwdam, we passeren langs het stuwmeer van Río Yeguas. Leuke plaatjes, als het uitgezonden zou worden, niet zo'n boeiende koers. Even later zitten we weer tussen de olijfbomen, terwijl het behoorlijk rechtdoor gaat. Een korte maar bochtige afdaling tussendoor, dat wel, maar memorabel is anders. Uiteindelijk slaan we een keer rechtsaf en rijden we via een smalle brug over de Gualquivir, waarna we na 23,5 kilometer Marmolejo betreden. Hier fietst men dwars door het centrum om vervolgens buiten het dorp continu dezelfde weg te volgen tot in Andújar, waar de koers na 35 kilometer passeert. Dit stuk is zo goed als recht, zo goed als vlak, zo goed als breed, zo goed als olijfboom, zo goed als waardeloos. Onderweg een bijzonder korte afdaling met een paar bochte erbij, verder is het helemaal niets. En een keer een rotonde, vooruit. Eenmaal in Andújar slaan we scherp linksaf en rijden we over de puente romano de stad binnen. Hier liggen flink wat rotondes, om de renners wakker te houden. In het centrum kun je ook een kicken stadhuis vinden, die is echt gruwelijk Patrick.
![ayto02.jpg]()
Aan de rand van Andújar komen we nog wat meer rotondes tegen, daarna slaan we rechtsaf en fietsen we weer eens 11 kilometer over dezelfde weg verder. Die weg is eigenlijk gewoon volledig vlak, er zit zelfs geen vals plat tussen. Onderweg fietsen we langs wat dorpjes af, komen we een sporadische bocht tegen, maar nee, dit stuk kunnen we skippen. Iets minder olijfbomen hier, waardoor de wind wellicht voor wat opschudding kan zorgen. Korte check: dacht het niet, Job. Nou, goed, dan slaan we aan het eind van deze weg maar eens rechtsaf om vervolgens twee kilometer rechtdoor te rijden tot in Villanueva de la Reina. Paar bochten in het centrumpje van dit dorp, waarna we buiten het dorp zelfs een beetje moeten klimmen. Twee kilometer aan vier procent, jeminee. Na dit klimmetje dalen we tussen de olijfbomen door kort af naar het dorp Cazalila, waar de passage in het centrum lichtelijk bochtig is. Buiten Cazalila loopt de weg nog eens drie kilometer omhoog, maar dan eerder vals plat. Na dit stukje vals plat gaat de brede weg een kilometer of vijf vals plat omlaag verder richting Mengibar, wat ik eerlijk gezegd een nogal Baskische naam vind. Terwijl we ons toch echt in Andalusië bevinden, inmiddels in de provincie Jaén. Te Mengibar mondt de Guadalbullón uit in de Guadalquivir, meldt Wikipedia. In de gemeente is veel olijventeelt, voor de productie van olijfolie. Bedankt, Hans. In het stadje staat de in 1982 gerestaureerde, monumentale, ruim 25 meter hoge Torre de Mengibar, een restant van een kasteel van onbekende ouderdom. In Mengibar hebben we ondertussen 61 kilometer afgewerkt, na een flinke reeks bochten in dit dorpje slaan we uiteindelijk bij een rotonde rechtsaf en dan bereiken we een weg die we de komende 20 kilometer gaan volgen tot we voor de eerste keer vandaag Jaén bereiken. Over deze weg zou ik veel kunnen zeggen, maar dat is zonde van de tijd. Door een zee van olijfbomen trekken we over een brede weg naar het zuiden, het gaat voornamelijk rechtdoor en in dit stuk komen we 100 meter hoger uit, dus je kunt ook niet direct zeggen dat er sprake is van veel hoogteverschil. Met permissie kondig ik graag aan dat de renners na 83 kilometer voor het eerst door Jaén gaan rijden. Hier komen ze een aantal rotondes tegen, ter hoogte van de lokale universiteit slaan ze bij een van die rotondes linksaf en dan verlaten ze de stad snel weer. Over iets meer dan 40 kilometer keren we terug naar deze stad en volgt hier de tussensprint.
![1200px-Torre_de_Meng%C3%ADbar01.jpg]()
Voorbij de universiteit komen we nog een paar rotondes tegen, maar verder kunnen we weinig zeggen over de weg die nu gevolgd wordt. Het is weer kilometerslang dezelfde weg, eentje die na een kilometer of vijf ineens wat omhoog begint te lopen. De brede autostrade kent een golvend karakter, maar aangezien we 100 meter hoger uitkomen in de komende vijf kilometer gaat het toch vooral omhoog. Weer veel olijfbomen in deze omgeving, daar heb ik ondertussen wel genoeg van. Op die olijfbomen na is het overigens zo kaal en dor als wat, dus wellicht moeten we toch maar dankbaar zijn dat er überhaupt iets groeit. Na dat stuk van vijf kilometer is het even vlak, daarna gaat het nog een kilometer of twee verder omhoog, met zelfs een stukje aan, waarachtig, 4%. Na 14 kilometer over deze weg gereden te hebben slaan we rechtsaf en dan bereiken we de voet van een heuse klim. Als we door deze brede bocht zijn gaat het tien kilometer omhoog aan 3,5% naar de top van de Puerto de Siete Pilillas. De berg van de zeven... pilillas? In totaal gaat het 18 kilometer omhoog aan 3% als we climbfinder mogen geloven, nouja, hoe dan ook niet echt bijzonder de moeite waard. De klim van de derde categorie kent een paar kilometer aan 4%, daar moeten we al heel enthousiast van worden. Paar kilometer aan 3%, nou, jeetje, poe, he. Onderweg fietsen we door Mancha Real, ook daar hebben ze veel olijfbomen. De Ruta del Sol is hier wel eens geweest! In 2019 nog, toen begon hier een tijdrit die eindigde in La Guardia de Jaén. We volgen nu de route van die tijdrit, sommige renners zullen dus parcourskennis hebben. Niet dat je het hier echt nodig hebt, brede weg omhoog zonder schokkende percentages. Een rotonde, de zogenaamde Rotonda del Olivo, in Mancha Real en dan een paar bochten in de stad, buiten de stad gaan we na een paar rotondes en vluchtheuvels gewoon weer vooral rechtdoor omhoog tussen de olijfbomen door. Vlak voor de top wordt de klim wel iets leuker. De weg wordt iets smaller, iets bochtiger en er is zo nu en dan een fraai uitzicht over alle olijfboomgaarden in de omgeving. Na een vlakker stukje gaat het aan het slot een kilometer aan 6% omhoog, waarna het in de laatste meters voor de top zelfs nog wat steiler wordt, richting de 8%. Zelfs nog een tijdje een kicken rotswand hier, zowaar iets van echte natuurpracht. Maar goed, dan komen we 107 kilometer uit op de top van de Siete Pilillas. Nog iets meer dan 50 kilometer te gaan.
![9b0f784f5289475ac8f49026cd4b4b14_720x560.jpg]()
Blijkbaar is de Siete Pilillas een geliefde berg voor paragliders. Aan die activiteit beginnen heel wat mensen op de top van de berg, in 2018 vond hier zelfs het Spaans kampioenschap paragliden plaats. Het is ook een geliefde berg voor de fans van Antwan Tolhoek, want zijn naam staat meerdere malen op de weg gekalkt. Hij deed in 2019 mee aan de Ruta del Sol en werd toen 24e in de tijdrit, ik kan dus niet bepaald vaststellen of alle aanmoedigingen hebben geholpen. Enfin, na de klim volgt er een afdaling van goed en wel acht kilometer. Vooral in het begin gaat het vrij serieus naar beneden, terwijl we een aantal bochten tegenkomen. Niet de breedste weg ooit, en een paar van die bochten zijn nog onoverzichtelijk ook. Kortom, wellicht moet er zelfs een beetje opgelet worden door de coureurs. Na het begin van de afdaling komt het peloton uit in het dorpje Pegalajar, waar twee scherpe bochten liggen. Na de tweede scherpe bocht bereikt men een bredere weg, daarna is het restant van de afdaling perfect te doen. Het gaat steeds minder steil naar beneden, er zijn amper bochten te vinden en de weg is breed en goed. Genoeg tijd om opnieuw te kijken naar een shitload aan olijfbomen. Beneden komen we een brede rotonde tegen, waar we rechtdoor gaan. Hierna slaan we even verderop linksaf een smaller weggetje in, dat weggetje gaat ons brengen naar La Guardia de Jaén. We slaan even verderop nog eens linksaf, rijden over een brug heen, daarna onder een viaduct door en dan begint een ongecategoriseerde klim. De komende twee kilometer gaat het aan 6% omhoog naar dat La Guardia de Jaén, serieus klimwerk! Via een paar bochten werken we ons omhoog naar La Guardia, een plaats die al sinds de prehistorie is bewoond en waar ONZE Wout Poels in de Ruta del Sol van 2018 een rit won, waarna Tim Wellens een jaar later de tijdrit won die eveneens hier eindigde. Idyllisch gelegen op een heuvel, kasteeltje erbij, hoppa. Na een vlakke kilometer in het dorp, waar het wel even heel smal wordt, gaat het vervolgens een kilometer of vier naar beneden richting Jaén. De weg omlaag is breed, kent weinig bochten en het gaat überhaupt maar aan een procent of vier naar beneden. Nee, dat is het probleem niet. Na de simpele afdaling loopt de weg 3,5 kilometer aan 4% omhoog richting de tussensprint. Als we het roadbook mogen geloven gaat het in het begin een kilometer heel steil omhoog en gaat het daarna wat vals plat verder. Mijn ogen vertellen me dat we in Jaén zelf, vlak voor de tussensprint, ook nog een lekker steil stukje tegenkomen. In het centrum van Jaén slaan we linksaf en dan gaat er na 127 kilometer gesprint worden. Een tussensprint, altijd leuk. Jaén kunnen we kennen, ging vorig jaar nog een rit van start. Toen reden we van Jaén naar Córdoba, waar Magnus Cort zou winnen. Jaén noemt zichzelf de wereldhoofdstad van de olijfolie, maar het is ook geen onbelangrijke stad voor het wielrennen. Manuel 'Triki' Beltran komt hier bijvoorbeeld vandaan, net als Javi Moreno. Die laatste reed jaren voor Movistar en is tegenwoordig actief voor het thermonucleaire Glassdrive, dan ben je een grootheid. Eén coureur uit Jaén is momenteel aanwezig in de Vuelta, het zal een grandioze dag worden voor José Manuel Diaz van Burgos-BH. Op 27-jarige leeftijd rijdt hij zijn eerste grote ronde en hij mag meteen door zijn eigen stad fietsen.
![jaen-overview-kathedraal.6.b958.jpg]()
Ik schrijf José Manuel Diaz alvast op voor de vlucht van de dag. Ik schrijf ook op dat we na de tussensprint in Jaén redelijk veel bochten tegenkomen. Ook is het niet vlak in de stad, het gaat steeds een beetje omhoog. Aan de rand van de stad volgt er voorbij een rotonde een stuk in dalende lijn en daarna gaat het 4,5 kilometer aan 3,5% omhoog naar de Mirador Los Villares. Dit stuk is behoorlijk onregelmatig, de brede weg is bijvoorbeeld een kilometer zo goed als vlak, waarna het anderhalve kilometer omhoog gaat aan 4%. Daarna gaat het zelfs een kilometer omhoog aan 6%, waarna het richting de top weer afvlakt. Best een mooi uitzicht op de top, al laat het zich ondertussen ook wel weer raden wat we hier zien. Een hoop olijfbomen, vooral. Paar bergen, daar moeten we naartoe. Voorbij de mirador volgt er een korte afdaling van amper drie kilometer richting het dorpje Los Villares. Een afdaling die je met je ogen dicht en je handen op je rug zou kunnen nemen. De weg is gigantisch breed en het gaat zo goed als rechtdoor. Los Villares bereiken is dus geen enkel probleem, normaliter. Ogen mogen trouwens wel open voor de omgeving, deze Vuelta wordt tot nu toe alleen gered door de mooie plaatjes. Eenmaal in Los Villares stuiten we op een rotonde, niet veel later komen de renners nog een rotonde tegen en voorbij dat ronde punt begint de volgende klim, de voorlaatste van deze rit. De Puerto de Los Villares, over die naam heeft men lang nagedacht. Het gaat de komende 10,4 kilometer aan 5,5% omhoog naar de top van deze klim van tweede categorie, die ook wel de Puerto Viejo wordt genoemd. De oude klim, ik vraag me dan meteen af of er ook een Puerto Nuevo is. Enfin, na een stukje vals plat in Los Villares gaat het in de eerste echte kilometer van de klim omhoog aan 4%, waarna er een nieuw stuk vals plat volgt. Dan begint de klim eigenlijk pas echt, na een kilometer aan 5,5% gaat het een kilometer aan 7,5% omhoog. In de volgende kilometer gaat het aan 7% omhoog en daarna volgt een kilometer aan 6,5%, wel met stroken tot 10%. In het begin loopt de weg behoorlijk rechtdoor in een best aaridge omgeving, na een tijd wordt het bochtiger en slingeren we ons weer een weg tussen de olijfbomen door. Richting de top van de klim gaat het nog twee kilometer aan 5% omhoog, zit er een kilometer aan 6,5% tussen en sluiten we af met een kilometer aan 5,5%, wat mooi bij het gemiddelde past. Na 148 kilometer komen we boven op deze klim. Naast wat bergpunten kun je hier ook bonificaties grijpen, want de altijd totaal nutteloze bonussprint ligt hier. Over ruimte hoef je tijdens die sprint niet na te denken, het is vooral richting de top een snelweg omhoog.
![Pandera1.gif]()
![70399391.jpg]()
Nog 12 kilometer tot de finish, spannend! Voorbij de top van de Puerto Viejo loopt de snelweg even een aantal hectometer naar beneden, waarna we beginnen aan een zo goed als vlak stuk van drie kilometer. Daar valt verder weinig over te zeggen, de brede weg loopt grotendeels rechtdoor, tot aan de voet van de slotklim. We zien aan de linkerkant van de weg ineens een smalle en steile weg liggen. Uiteraard moeten we dan linksaf slaan. Niet voor het eerst gaan we beginnen aan de klim naar Sierra de La Pandera. Een klim die we voor het laatst zagen in 2017, al reden we toen op een andere manier naar La Pandera toe. We kwamen van de andere kant, reden dwars door Valdepeñas de Jaén en pakten daar de legendarische muur mee, waarna we een kilometer of vier klommen alvorens rechtsaf te slaan richting het geitenpad. Nu komen we van de andere kant en slaan we linksaf, na een paar vlakke kilometers en die klim van 10 kilometer daar weer voor. Enfin, het gaat richting de finish 8,4 kilometer omhoog aan 7,8%. De Sierra de La Pandera is een klim van de eerste categorie, die vanaf deze kant begint met twee kilometer aan 8%. In de tweede kilometer zit meteen een steilste strook tot 15%, het is even een ander verhaal na al die magere percentages van de rest van de rit. In de twee kilometer hierna is het wel iets makkelijker, met twee kilometers aan 6%. Al komen we ook in die kilometers wat stroken boven de 10% tegen, echt eenvoudig wordt het nooit. Al vallen die kilometers wel in het niet in vergelijking met de twee kilometer daarna. Het gaat nu echt goed los, liefst twee kilometer moet er geklommen worden aan meer dan 12%. Een kilometer aan bijna 13% zelfs, met een steilste strook tot 17%. Daarna een kilometer aan 12,5% met stroken tot 15%, La Pandera is een typisch Spaanse klim. Een smalle, steile weg omhoog. Na deze debiel zware strook is het nog 2,5 kilometer fietsen tot de finish. Het gaat een kilometer omhoog aan 7%, waarna we richting de slotkilometer nog even te maken krijgen met wat stroken aan 15%. Het gemiddelde van die kilometer is alleen niet zo indrukwekkend, wat alles te maken heeft met een korte afdaling in de laatste kilometer. Er zitten wat bochtjes in deze afdaling, maar ik geloof niet dat het ooit echt problemen heeft opgeleverd, in ieder geval niet zolang het droog is. Na deze korte afdaling komt de finish evenwel bijna in beeld, in de laatste meters van de rit gaat het aan 7% omhoog, met ook nog even een steile uitschieter dik boven de 10%. Lastig tot aan het eind, het venijn van deze rit zit duidelijk in de staart.
![c794a]()
![72nd-tour-of-spain-2017-stage-14-sierra-de-la-pandera-1830m-news-photo-1660741791.jpg]()
De Sierra de La Pandera is met 1870 meter boven zeeniveau de hoogste bergtop van de Sierra Sur de Jaén. Als je met Google Maps de plaats bekijkt zie je een blur rond de top. Dit komt omdat er hier een militair station zit. Een station van Red Territorial de Mando, om precies te zijn. Een eenheid die zich vooral bezig houdt met het onderhouden van een militair telefoonnet, vandaar dat er ook een flinke zendmast op de top te vinden is. Het is wel een klein stationnetje, want naast de zendmast is er alleen een meldkamer, een klein barakje en er zit ergens ook nog een helihaven. Buiten deze militaire activiteiten kennen we La Pandera toch vooral van de Vuelta. Het wordt de zesde keer dat hier een rit aankomt. De klim debuteerde in 2002, tijdens de zesde rit van die Vuelta. Roberto Heras reed toen iedereen de vernieling in, onder meer Gilberto Simoni, Oscar Sevilla en Iban Mayo dolven het onderspit. Ook Aitor Gonzalez kwam niet in het stuk voor, maar later zou hij wel in de afsluitende tijdrit de leiderstrui overnemen van Heras. Zijn enige hoogtepunt, daarna ging het mis. Eén jaar later keerde de Vuelta terug naar deze klim, die duidelijk in de smaak viel. Toen ging de overwinning naar El Imbatido, Alejandro Valverde. Hij droogde aan de finish Felix Cardenas en Roberto Heras af. Heras kwam ditmaal minder goed uit de verf op deze klim, maar wist aan het eind van het verhaal dan wel weer die Vuelta te winnen. In 2006 keerde de Vuelta weer terug en toen bleek El Imbatido toch niet onoverwinnelijk te zijn. Daags na Calar Alto, waar Vinokourov en Valverde aan elkaar gewaagd waren, volgde er een rit naar Granada. Alexandre Vinokourov reed in die rit Valverde uit de leiderstrui. Een dag later kreeg Valverde de kans om wraak te nemen, maar die vlieger ging niet op. Vinokourov reed weer weg van Valverde, ditmaal met ploeg- en landgenoot Kashechkin. Gul als hij is gunde Vino de overwinning aan Kashechkin. Dat was een echte topshow, die hele Vuelta überhaupt. Ook de voorlaatste keer dat we aankwamen op La Pandera kregen we een kostelijk schouwspel voorgeschoteld. Valverde was weer van de partij en hij leek nog lichtelijk getraumatiseerd door de klim. Op de steile stroken van de klim moest hij plotsklaps lossen. Robert Gesink zag zijn kans schoon en versnelde meteen. Meter per meter reed hij weg van Valverde en hij leek op weg naar iets moois. Op drie kilometer van de streep kwam Valverde totaal niet vooruit, maar een kilometer later herpakte hij zichzelf. Geholpen door landgenoten die bij andere ploegen reden en met de nodige duwtjes in de rug van supporters wist hij de brommer toch weer aan te slingeren en één voor één haalde hij zijn concurrenten in. Basso, Evans, allemaal moesten ze eraan geloven. Daarna reed hij naar Gesink toe, die zichzelf toch wat tegengekomen was. In de korte afdaling, die nat lag, reed hij vervolgens weg van de jonge Nederlander, waardoor hij zelfs nog wat tijd wist te winnen op zijn belangrijkste concurrent. Een wonderbaarlijke wederopstanding, na zo'n enorme inzinking weer in je ritme komen en zo hard iedereen voorbij schroeien is niet vaak vertoond. Damiano Cunego ging toen overigens met de winst aan de haal, hij bleef als vroege vluchter vooruit. Ezequiel Mosquera en Samuel Sanchez, iedereens favoriete dopingspanjolen, wisten Valverde nog wel voor te blijven, maar dat boeide voor het klassement verder weinig. Normaal is La Pandera dus wel goed voor een leuke show, alleen in de Vuelta van 2017 viel dat een beetje tegen. Ook toen kwam de 14e rit aan op La Pandera, waarna de 15e rit zou eindigen in de Sierra Nevada. Een herhaling, nou, fantastisch. Die dag won Rafal Majka de rit vanuit de vlucht, dan weet je al meteen dat het een waardeloze rit was. Daarachter was Miguel Angel Lopez de beste van de favorieten, maar hij kwam slechts vier tellen voor een groepje met daarin Nibali, Froome, Zakarin, Kelderman en Contador aan. Een etappe zonder veel geschiedenis, we moeten maar hopen dat het vandaag qua spektakel meer weg heeft van de eerste beklimmingen van La Pandera en zeker niet van de laatste.
![20701.jpg]()
In startplaats Montoro wordt het overdag 33 graden, er is geen kans op regen en er zal niet veel wind staan. Een ontzettend warme dag dus weer, ik ben blij dat ik daar niet ben. In Jaén ongeveer hetzelfde verhaal, al schijnt het later op de dag wel iets harder te gaan waaien. M'n waaieralarm gaat nog niet bepaald af, al zou het wel kunnen dat ie richting de eerste passage in Jaén een tijd schuin in de rug staat. Wellicht een leuke verrassing, maar we rekenen absoluut nergens op. Bovenop La Pandera houden we 25 graden over, alsnog warm. Vooral rugwind op de slotklim, ik voel een record aankomen. Van start gaat de rit om 13:05, waarna men na een vrij willekeurige neutralisatie van 12 minuten echt begint. De uitzending begint zelfs in het weekend pas om 14:30, bij Eurosport althans. Sporza is er ook nu pas om 15:50 bij. Alsof ze zelf ook in de gaten hebben dat dit een kutrit is. De NOS is er misschien ook bij, maar als je dat wil weten kijk je lekker zelf in de gids, gek. De aankomst wordt verwacht tussen 17:17 en 17:44. Als je een uur eerder begint met kijken zie je waarschijnlijk genoeg.
![ZGDM4zG.jpg]()
Ik doe al jaren m'n best om de Vuelta zoveel mogelijk te promoten. Bewust, want de Vuelta wordt vaak ondergewaardeerd. Mensen halen er hun neus voorop, terwijl het meer dan eens de leukste van de drie grote rondes is geweest. Het is een koers die normaal gesproken meer dan de moeite waard is, maar daar is dit jaar geen sprake van. Nee, dit jaar bewijst de Vuelta inderdaad de minste van de drie grote rondes te zijn. De criticasters krijgen voor een keer gelijk. In voorgaande jaren vond ik het parcours nog wel eens fantastisch, nu vond ik het op voorhand al vrij mager. En in de praktijk blijkt het inderdaad mager te zijn. Ik ben niet snel tevreden, maar soms is dat terecht. Deze rit ook weer, wat een gedrocht. Een steile slotklim en verder niks, ben je mooi klaar mee. En de dag erna volgt een aankomst op de Sierra Nevada. Een slotklim van 30 kilometer en eindigen op 2500 meter hoogte, gaan mensen dan vandaag heel vroeg in de aanval? Lijkt me niet. Dat wordt wachten op de slotklim, vooral ook omdat daar de enige steile percentages van de dag zitten. Een gevecht in de laatste paar kilometer, soort van. Paar plaagstootjes, paar renners die lossen, maar waarschijnlijk houden we hetzelfde clubje weer over. Of Ayuso moet toch last krijgen van corona en afhaken, dat zou dan nog de spannende ontwikkeling van de dag kunnen zijn. Nee, floproute, floprit, flopvuelta. We gaan weer kijken naar de vluchters. Mag je vijf namen gaan grabbelen uit een bijzonder kleine grabbelton. Saai en voorspelbaar.
1. Padun. Zou dat niet lachen zijn? Nee, valt wel mee inderdaad. Dus wel een terechte winnaar voor deze rit.
2. Pinot. Benieuwd of hij vandaag wel de vlucht weet te halen. En hoe hij dan vervolgens de rit niet wint. Toch nog niets om naar uit te kijken.
3. Nibali. Zodat ik een keer een naam genoemd heb die ik nog niet genoemd heb. Lijkt voorlopig weinig ambitie te hebben om een vlucht te halen en fietst wat anoniem rond, een beetje treurig. Om zijn carrière op een acceptabele manier af te sluiten moet hij nog maar eens in de aanval gaan.
4. Landa. Kan iemand die arme drommel eindelijk eens wat Bahreinbenzine geven? Het begint een beetje zielig te worden, altijd tegen Landa.
5. Vine. Ik dacht dat hij even alle vluchten ging oprollen, maar zo simpel blijkt het toch niet te werken. Moet wel weer in de aanval om wat bergpunten te pakken en om zijn concurrenten te schaduwen. Maar op basis van een paar dagen geleden komt een ritzege in ieder geval nicht im frage.