De Val van SrebrenicaToen de Serviėrs Srebrenica naderden sloeg luitenant-kolonel Thom Karremans alarm. Hij vroeg viermaal om luchtsteun, op 6 en 8 juli 1995, en tweemaal op 11 juli. De eerste twee keer weigerde brigadegeneraal C.H. Nicolai vanuit Sarajevo Karremans' verzoek aan het VN-hoofdkwartier in Zagreb aan generaal Janvier door te geven, omdat de aanvragen niet voldeden aan de gemaakte afspraken omtrent het aanvragen van luchtsteun (op dat moment waren er nog geen directe gevechtshandelingen).
Op 8 juli werd in de buurt van observatiepost 'Foxtrot' gevochten tussen Servische en moslimstrijders. De post kwam in de vuurlinie te liggen, toen een Servisch pantservoertuig door de moslim-linies brak. De militairen van Dutchbat kregen tien minuten de tijd om de post te verlaten, die daarop door de Serviėrs werd overgenomen. Zij stuitten bij hun vertrek op een barricade van Bosnische moslims. De Dutchbatters reden met hun pantservoertuig door de barricade. De Nederlandse soldaat Raviv van Renssen verloor daarbij het leven door een handgranaat, die vanuit de barricade op het voertuig werd geworpen toen hij zijn luik opende om de aanwezigen aan te spreken.[15]
Op 10 juli beval generaal Janvier de Nederlanders om met hun pantserwagens een defensieve 'blocking position' in te nemen teneinde verder oprukken van de Serviėrs te stuiten.
Pas op 11 juli, toen Servische tanks de stad al waren binnengedrongen, speelde generaal Nicolaļ Karremans' laatste aanvraag voor luchtsteun door aan Janvier, die eerst zou hebben geweigerd. De tweede aanvraag op 11 juli werd wel gehonoreerd. De vliegtuigen (F-16's), die in afwachting van een inzetbevel al uren rondcirkelden, waren ondertussen door Nicolaļ gesommeerd terug te gaan naar hun basis in Italiė om bij te tanken.
Uiteindelijk voerden twee Nederlandse F-16's om 14.40 uur een luchtaanval op twee tanks uit, vrijwel zonder tactisch effect. De leiding berustte bij eerste luitenant Manja Blok.[16] Haar vliegtuig wierp – in opdracht van een militair op de grond – twee bommen af op twee Servische tanks.[17][18][19] Een groep Amerikaanse jachtbommenwerpers kon zijn doel echter niet vinden en moest terugkeren naar de basis. De enclave was toen reeds onder de voet gelopen en de luchtaanval werd op bevel van de VN en na sterk aandringen van minister Voorhoeve afgebroken, omdat Servische militairen dreigden een groep van 55 gegijzelde Dutchbatters te doden.[20] De Nederlandse militairen en duizenden inwoners waren intussen naar het nabijgelegen Potočari gevlucht, de VN-basis waar Dutchbat was gelegerd.
Zo'n vijftienduizend Bosnische moslims, vooral mannen, sloegen in de nacht van 11 op 12 juli vanuit de enclave op de vlucht. Een deel van hen was voorzien van lichte wapens zoals pistolen, geweren en handgranaten. Buiten het zicht van Dutchbat trokken zij te voet de bergen in en probeerden het veilige Tuzla te bereiken. De achterblijvers, zo'n twintigduizend in getal, zochten hun toevlucht op en rond de VN-compound in Potocari. Het waren gewonden, vrouwen, kinderen en vooral oudere mannen. In de fabriekshal verbleven vijfduizend vluchtelingen. De voorraad aan voedsel en de sanitaire voorzieningen waren niet op dit soort aantallen voorzien. In de enclave waren geen westerse media aanwezig, alleen een door Mladić meegetroonde Servische televisieploeg. Die registreerde hoe Bosnisch Servische soldaten chocola uitdeelden aan kinderen en hoe Mladić een vriendelijk praatje hield met een van hen. De generaal beloofde de wanhopige vluchtelingen op geruststellende toon dat ze snel weg mochten en dat hen niets zou overkomen. Hij had de regie, ook over de aftocht. In de dagen ervoor had hij VN-commandant Karremans tijdens drie ontmoetingen geļntimideerd, vernederd en zijn wil opgelegd.
Op 13 juli werden de Bosnische moslims die bij Dutchbat in Potočari veiligheid zochten, door zwaarbewapende Servische soldaten onder regie van Ratko Mladić in bussen gedwongen om naar Tuzla geėvacueerd te worden. Bij die operatie assisteerde Dutchbat om een en ander ordelijk te doen verlopen. Kort na vertrek werden door Servische soldaten de jongens en mannen van de vrouwen gescheiden. Mladić beloofde dat dit alleen gebeurde om deze groep te verhoren en ze daarna te herenigen met hun familie in Tuzla; allen bleken later echter vermoord of vermist. Hierbij waren zowel Mladić' soldaten als paramilitairen van de groep de Schorpioenen betrokken.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Val_van_Srebrenica