abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
  Moderator donderdag 5 november 2020 @ 03:24:35 #1
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_196064910
Etapa 15: Mos - Puebla de Sanabria, 230,8 km

Het was weer zo'n dag dat iedereen in de vlucht wilde zitten. In het begin reed er een grote groep weg, met in die groep vier Jumbo's. Leuk plannetje, maar dat ging mooi niet door. Ze werden weer ingerekend en een aantal kilometer later ontstond er een kleinere kopgroep. Vijf man, waar twee jongens nog naartoe wisten te rijden. De zeven kregen vrij snel een behoorlijk grote voorsprong, waarna Astana begon te controleren. Astana had vertrouwen in Aranburu, dat was althans de gedachte. Bora zette een mannetje bij en verder deed geen enkele ploeg iets. De voorsprong van de zeven sterke koplopers bleef, geholpen door de wind in de rug, steeds hangen ergens rond de vijf minuten. Vooraan zagen we Wellens, Woods, Van Baarle, Soler, Arensman, Perichon en Stybar, geen misselijk gezelschap. Astana soupeerde twee mannetjes op en vond het daarna wel welletjes. Niemand wilde helpen, dan maar niet. Net op dat moment besloot Total Direct Energie met de voltallige ploeg op kop te gaan rijden, het blijft toch een merkwaardige sport hè? Total ging flink tekeer, vooral Pimmetje Ligthart had wonderbenen. Van vijf minuten slonk de voorsprong naar minder dan twee minuten, waarna de koplopers toch ietwat nerveus werden. Vooral Soler, want Marco is altijd nerveus. Al was Woods de eerste die voor de aanval koos, op het langere klimmetje in de buurt van finishplaats Ourense. Hij werd bijgehaald door Soler en door Wellens, daarna sloot de rest minus Perichon ook weer aan. Zo ging het een tijd door, veel aanvalspogingen. Iedereen behalve de Nederlanders waagde een poging, maar voorlopig bleef alles mooi bij elkaar. In het peloton was men ook al bezig met die klim, het laatste mannetje van Total ging overboord. Niemand pakte daarna de handschoen op, daar sta ik nog steeds van te kijken. Astana had de handdoek helemaal in de ring gegooid, terwijl ze het alsnog makkelijk dicht hadden kunnen rijden. In plaats daarvan lieten ze zich massaal lossen, de blik werd waarschijnlijk gericht op de dag van vandaag. Koers blijft een apart fenomeen. Met iets meer geduld en iets meer communicatie had de wereld er heel anders uit kunnen zien. Omdat niemand overnam in het peloton liep de voorsprong van de koplopers weer snel op, het zou dan toch tussen de zes vooraan gaan.

In de afdaling gingen Soler en Stybar snel naar beneden, terwijl Van Baarle liet zien geen begenadigd daler te zijn. Woods nemen we niets kwalijk, die heeft al vaak genoeg op het asfalt gelegen. Wellens was even niet aan het opletten, maar kon toch nog de sprong naar voren wagen. Na de afdaling sloot hij op het vlakke stuk richting Ourense aan bij de twee koplopers. Ze leken met z'n drieën naar de finish te rijden, de gekke finish bij het seminarie. Woods, Van Baarle en Arensman bleven lang op een seconde of tien hangen. Pas in aanloop naar de slotkilometer kwamen ze terug, omdat ze vooraan naar elkaar begonnen te kijken. Zelfs bij die gelegenheid durfde niemand aan te vallen, bijzonder. We reden met zes de steile slotkilometer binnen. Het werd een beetje schaken, op zoek naar de ideale positie in die lastige laatste en vooral smalle meters. Het was smal en bochtig aan het eind, parcourskennis was geen overbodige luxe. Aanvankelijk dacht ik dat Wellens zich een beetje liet insluiten, maar dat was blijkbaar bewust. Even wat verder van achter zitten zodat je een aanval kunt plaatsen. Die aanval kon alleen gecounterd worden door Woods. Met z'n tweeën reden ze de laatste meters in. Woods leek nog wat over te hebben en Wellens leek net wat te vroeg te zijn gegaan, maar toen was er ineens een bocht naar links. Wellens pakte de binnenbocht, Woods moest noodgedwongen voor de buitenbocht kiezen. En toen was daar ineens de streep. Een ritzege voor Wellens, zijn tweede van deze ronde. Slim en sterk gereden, daar valt niets over te zeggen. Woods liet zich weer in de maling nemen door een laaglander, arme jongen. De finish was ook wel echt gek, geen idee hoe je zoiets bedenkt. Gelukkig ging het niet mis. In het peloton kwam men ook goed door deze gekke passage. We zagen een uitvalspoging van Gonzalo Serrano, die steevast werd aangezien voor Jon Aberasturi. Schandalige fout. Oja, even daarvoor hadden we Willie Smit ook nog zien aanvallen, haha. Willie, oh Willie. Maar goed, Serrano werd nog ingerekend door Dan Martin, die het sprintje voor de eer wist te winnen. Roglic maakte zich niet druk, kwam netjes in dezelfde tijd over de finish. Uiteindelijk een dag om niet lang meer bij stil te staan. Van Baarle werd 4e, Arensman 6e. Soler werd dan weer 5e, die had zich onderweg weer eens ouderwets overhoop gereden. Wel drie plaatsen opgeschoven in het klassement, voor wat het waard is. Vond het wel een vrij irritante rit, uiteindelijk. Zo weinig initiatief in het peloton, dat is toch gek eigenlijk. Misschien wordt het vandaag leuker. We krijgen te maken met een aangepaste rit, met 230 kilometer ruimschoots de langste van de ronde. Het idee was om van Mos naar Porto te rijden, maar dat mocht ineens niet meer. Er werd een nieuwe finishlocatie gezocht en gevonden. We gaan naar Puebla de Sanabria, maar dat dorp ligt een eind uit de richting. Vandaar, een lange rit. Niet omdat men het wil, eerder uit noodzaak geboren. Veel heuvels onderweg, op voorhand zou je zeggen dat het weer een dag voor de vluchters is.




De startlocatie van deze rit is gelijk gebleven. Het was altijd al de bedoeling om in Mos van start te gaan, een behoorlijk grote gemeente. We bevinden ons in de provincie Pontevreda, nog steeds in Galicië. De oppervlakte van Mos is liefst 53 km². Verspreid over het grondgebied van de gemeente wonen ongeveer 15.000 inwoners. Het is lastig om echt iets over deze locatie te vertellen, aangezien er tientallen kleine dorpjes en gehuchten zijn te vinden. In de groene heuvels onder de rook van Vigo liggen overal en nergens wat huizen verspreid. Waarom bevinden we ons op zo'n gekke locatie? Nou, daar is wel een reden voor te verzinnen. Een van de dorpjes van de gemeente Mos heet Petelos. Hier is een zekere Óscar Pereiro Sio geboren. Oscar was coureur, hij reed tijdens zijn carrière onder meer voor Phonak en Caisse d'Epargne. Zonder ergens echt goed in te zijn wist hij toch een aantal aardige resultaten bij elkaar te fietsen. Zijn beste jaar volgde in 2006, nadat hij in 2005 al een behoorlijk goed jaar had gehad. In 2005 wist hij een rit te winnen in de Tour en hij werd 10e in het eindklassement. Desondanks nam niemand Pereiro serieus. In de Tour van 2006 zat hij onderweg naar Montelimar in een vlucht die een gigantische voorsprong kreeg. Bijna een half uur, dat gebeurde in die tijden nog wel eens. Pereiro schoof 45 plaatsen op in het klassement, naar de eerste plaats. Met een voorsprong van anderhalve minuut op Floyd Landis trok hij naar de Alpe d'Huez. Daar verloor hij de gele trui weer, maar toen volgde de monumentale inzinking van Landis onderweg naar La Toussuiere. Terwijl Pereiro daar juist boven zichzelf wist uit te stijgen door derde te worden, Landis kwam pas acht minuten later binnen. Wat daarna gebeurde weet iedereen wel. Onderweg naar Morzine deed Landis iets wat we met z'n allen nog nooit hadden gezien. Desondanks hield Pereiro nog net stand, maar tijdens de tijdrit was hij toch een vogel voor de kat. Hij eindigde als tweede in het klassement, achter Landis. Maar toen bleek die enige onderneming richting Morzine toch geen zuivere koffie te zijn geweest en kreeg Pereiro via de groene tafel alsnog de eindoverwinning toebedeeld. We bevinden ons dus op de geboortegrond van een Tourwinnaar! Na die Tourwinst presteerde hij alleen niet zoveel meer, ik kan me eigenlijk alleen nog een zware valpartij herinneren waarbij hij ineens een bocht lager uitkwam. Desondanks blijft Pereiro een held, vooral in Spanje. Hij staat ook bekend als de man van de vlotte babbel, het is daarom dat de organisatie van de Vuelta hem na zijn carrière graag bij de koers wilde blijven betrekken. Een beetje een posterboy, zo mogen we hem wel noemen. Pereiro verricht allerlei hand- en spandiensten. Hij was de afgelopen jaren vaak op het podium terug te vinden, alwaar hij de renners een leeg flesje alcoholvrij bier in een prullenbak liet deponeren. Wegens corona is de prullenbak verdwenen, maar Pereiro is nog steeds op het podium te vinden. Met mondkapje, uiteraard. Deze etappe is aan hem opgedraagd, een andere reden om in Mos te starten is er niet. Pereiro, die ooit in het veldrijden begon, heeft in Petelos zijn eigen gymzaal. De Pavillón Óscar Pereiro, ziet er behoorlijk vervallen uit. Ik zou nog wat informatie toe kunnen voegen over Mos zelf, zoals het feit dat ze hier vooral veel industrie hebben en dat de gemeente gezien de aanwezige dolmen en rotstekeningen al lang bewoond is, maar aangezien we hier puur en alleen zijn vanwege Óscar Pereiro sluit ik het geheel graag af met een foto van een standbeeld dat men speciaal voor hem en ook meteen alle wielrenners heeft laten plaatsen.



Tijdens de neutralisatie rijden we een rondje door de gemeente Mos, pas bij het verlaten van de gemeente gaat de rit beginnen. We moeten zelfs nog eerst door O Porriño rijden, men maakt de langste rit nog wat langer door een uitgebreide neutralisatie. O Porriño is overigens de stad van Antonio Palacios, de architect die het Palacio de Cibeles heeft ontworpen. We gaan zijn werk over een paar dagen bewonderen, als we in Madrid zijn. Dit is ook de stad waar in 2016 een trein ontspoorde met enkele doden tot gevolg, als dat maar geen voorbode is voor deze rit. O Porriño is ook de stad waar Óscar Pereiro heeft gewoond. Hij werd geboren in Mos en woonde daar ook een aantal jaar, maar uiteindelijk kwam hij bij zijn grootouders in O Porriño te wonen. Tegenwoordig woont ie in Vigo, om het verhaal helemaal af te ronden. De neutralisatie is voorbij als we ons op de Rua Antonio Palacios bevinden, de lokale held wordt vereerd. In het begin is het twee kilometer vlak, daarna gaat het twee kilometer vrij fors omhoog. Het gaat sowieso een lastige rit worden, we gaan vandaag gedurende de 230 kilometer 4000 hoogtemeters tegenkomen. Da's fors, geen sinecure voor de sprinters. We fietsen over een brede weg langs de snelweg, we komen wel wat bochten tegen in het begin maar spannend is het niet echt. Na het klimmetje gaat het kort naar beneden, even verderop slaan we in Cabreira rechtsaf, daarna rijden we vijf kilometer min of meer rechtdoor over een vlakke weg tot we Ponteareas bereiken. Na tien kilometer koers rijden we Ponteareas binnen, bij een rotonde gaan we rechtdoor. Het blijft rechtdoor gaan tot aan de volgende rotonde, waar we rechtsaf slaan. In het midden van deze rotonde vinden we een kunstwerk dat een aantal fietsen bevat. Waarom? Nou, omdat Ponteareas de wielerhoofdstad van Galicië is. Dit is de geboorteplaats van de familie Rodriguez, een koersgek gezin. Vijf broers en een zus kozen allemaal voor de koers. Drie broers werden bekend, erg bekend zelfs. Delio Rodriguez was de bekendste van het stel, hij is nog altijd de recordhouder qua aantal ritzeges in de Vuelta. In totaal won hij liefst 39 etappes, in de Vuelta van 1941 won hij liefst 12 ritten. En dat terwijl zijn carrière tot twee keer toe onderbroken werd. Eerst door de Spaanse Burgeroorlog, later door de Tweede Wereldoorlog. Dankzij een geslaagde vlucht won hij in 1945 zelfs het eindklassement, terwijl hij vooral een sprinter was. De voorsprong van een half uur die men hem gaf bleek hij tot het eind te kunnen verdedigen. Hij bleek toch ook aardig te kunnen klimmen. Foutje van de rest. In de jaren daarna won hij nog enorm veel ritten in de Vuelta, daarbuiten ook. Bijna 140 profzeges in totaal, terwijl hij maar een jaar of tien heeft kunnen koersen. Zijn jongere broer Emilio brak later ook door, na een tweede plaats in de Vuelta van 1948 wist hij in 1950 het eindklassement te winnen. Hij pakte ook even vijf ritten mee. Net iets minder indrukwekkend dan oudere broer Delio, maar ook niet slecht. En dan was er Manuel, net iets minder een winnaar. Werd wel tweede in de Vuelta van 1950, achter Emilio dus. Delio, Emilio en Manuel hebben allemaal hun eigen straat in Ponteareas, niet meer dan terecht. Pastor was er ook nog, maar die kwam nooit verder dan een 14e plaats in de Vuelta. Voor hem geen straat. Voor Alvaro Pino is er ook nog geen straat, maar het lokale sportcomplex is dan wel weer naar hem vernoemd. De renners fietsen er tussen de twee rotondes in langs. Alvaro Pino komt ook al uit Ponteareas, hij schitterde meer dan 30 jaar na de familie Rodriguez. In 1986 won Alvaro Pino de Vuelta, waardoor Ponteareas statistisch gezien een ideale locatie is om geboren te worden als je de Vuelta ooit wil winnen. Na zijn carrière werd Pino ploegleider bij ploegen als Phonak en Kelme. Een van zijn eerste daden bij Phonak was het binnenhengelen van zijn streekgenoot, Oscar Pereiro. Die reed in 2001 voor een Portugees ploegje, maar Alvaro had al snel gezien dat hij tot meer in staat was. Dat is wel gebleken, achteraf.



Sinds Pino hebben ze in Ponteareas geen grote wielrenners meer gehad, maar er is uiteraard wel een lokale wielerclub. Pereiro heeft ook gefietst voor deze club, je zou kunnen stellen dat hij ook een beetje van Ponteareas is, al zullen ze daar in Mos en O Porriño niet mee akkoord zijn. Ze organiseren ook graag een veldrit in Ponteareas, dat doen ze in Galicië sowieso best veel. De Vuelta is de geschiedenisrijke plaats ook niet vergeten, in 2012 ging hier nog een rit van start. De renners rijden nu alleen even dwars door het centrum, buiten beeld. Eigenlijk hebben we dus niets aan al deze informatie, maarja, ach. Na een paar bochten in Ponteareas rijden we buiten dit 15 kilometer over brede wegen richting As Neves. Wel een vrij glooiende weg, het gaat twee keer wat langer omhoog. Niet echt klimwerk, maar vlak mag je het ook niet noemen. Vrij bochtig ook, terwijl we in de vele dorpjes die we passeren zo nu en dan een rotonde tegenkomen. Dit stuk van Galicië is werkelijk een lappendeken van kleine nederzettingen, het concept van een dorp of een stad is hier nooit helemaal aangeslagen. Na nog wat bochten in As Neves rijden we vervolgens een tijd door een wat rustigere omgeving. Minder huizen, meer bomen. Tien kilometer lang gaat het relatief rechtdoor over een relatief vlakke weg. Natuurlijk gaat het niet helemaal rechtdoor, dat kan niet in dit glooiende landschap. De brede weg leidt naar Arbo, in deze omgeving zien we langs beide kanten van de weg vooral veel wijnranken. Op een paar rotondes en een paar korte steile stroken omhoog is het vrij makkelijk fietsen hier, terwijl we in de verte Portugal zien liggen. We bevinden ons praktisch op de grens, het is de Miño die hier de grens vormt. Voorbij Arbo fietsen we na een paar rotondes langs het water verder, ook al komt dat water niet echt in beeld. We zien wel dat het tijdelijk steil naar beneden gaat, maar aangezien de weg enorm breed is maken die paar bochten ook weinig uit. Daarna fietsen we nog een kilometer of tien verder, ongeveer hetzelfde patroon volgend. Brede weg, beetje op en af. Veel groen om ons heen, af en toe een kleine nederzetting. In de buurt van Quintela slaan we een keer linksaf en nemen we de duik naar de Miño. Na een niet al te boeiende afdaling komen we uit bij een brug. We rijden over de brug en fietsen daarna op een meter of vijf van de grens met Portugal. Dit is het meest noordelijk gelegen punt van Portugal, pik je toch weer even mee.



Aan de andere kant van de brug begint de weg direct omhoog te lopen, we gaan beginnen aan de eerste gecategoriseerde klim van de dag. De Alto de San Amaro, ik neem aan dat deze berg vernoemd is naar Amaro Antunes. Het zou alvast een klim zijn voor Antunes, het gaat namelijk zes kilometer omhoog aan 6%. Dat is meteen straffe kost, vooral omdat we tussendoor twee kilometer aan 7% tegenkomen. Ook wat makkelijkere kilometers dus, maar dit is toch gewoon lastig te noemen. Voor de sprinters geen pretje, het zit ze deze ronde niet mee. De oorspronkelijke rit richting Porto was 100% een sprint geworden, arme drommels. Wel een leuk klimmetje, de brede weg gaat via een aantal bochten omhoog door een bos. Al zien we in het begin ook wel wat bebouwing, waarbij het vooral opvalt dat de zaken economisch gezien waarschijnlijk niet echt goed gaan in het grensgebied. Afgebladerde zooi, niet te harden. Na 55 kilometer komen we boven op de San Amaro, een klim van de derde categorie. Voorbij San Amaro gaat het slechts kort naar beneden, een klein afdalinkje in het bos. Weinig gekke bochten, pas aan het eind volgt er een scherpere naar rechts. Na die bocht, in het dorp Fréans, gaat het direct weer omhoog. Drie kilometer aan 6% ditmaal. Wel weer een pittig klimmetje, lekker ongecategoriseerd natuurlijk ook zodat het niemand opvalt. De brede edoch bochtige weg in het donkergroene Galicië laat alleen weinig aan duidelijkheid te wensen over, het gaat stevig omhoog. Na dit klimmetje zonder categorie of naam loopt het nog drie kilometer een beetje verder vals plat omhoog. Hierna is de weg vier kilometer lang behoorlijk golvend. Paar keer op, paar keer af. Het gaat wel een keer een kilometertje naar beneden, maar een echte afdaling komen we niet tegen. We blijven door het bos rijden, de paar bochten die we wel tegenkomen liggen daardoor een beetje verdekt opgesteld. We komen ook een keer bij een wat smaller bruggetje uit, aan de overkant begint de weg weer wat omhoog te gaan. De volgende klim van de dag gaat bijna meteen beginnen, we gaan naar de Alto de Carcedo. Een klimmetje van de derde categorie, het gaat 6,5 kilometer omhoog aan 3,6% gemiddeld. Al houden andere bronnen het op vier kilometer aan 5%. Dit omdat er na het begin een klein stukje vlak is, zelfs een klein stuk in dalende lijn. We fietsen een paar kilometer over een wat smallere weg, waarna we in Leirado weer de brede weg bereiken. Vanaf dat moment gaat het definitief omhoog, de zwaarste stroken zitten in het begin.




Na 72,5 kilometer komen we boven op dit klimmetje, in de buurt van O Carballo is het terrein wat meer open geworden. Na de klim gaat het drie kilometer lichtjes naar beneden, zonder opvallende bochten. Vervolgens gaat het opnieuw omhoog, een kilometer of vier. We komen in deze vier kilometer amper 100 meter hoger uit, erg lastig is het dus niet. Daarna volgt er een wat langere afdaling richting Celanova, waar ze een kicken kloostertje hebben zoals hierboven te zien valt. De afdaling valt niet echt spectaculair te noemen, het gaat grotendeels rechtdoor. Pas als we in Celanova zijn wordt het wat bochtiger, daar liggen ook een aantal rotondes. Na de laatste bocht in Celanova gaat het drie kilometer vooral rechtdoor richting de voet van de volgende klim, op een viaduct en een rotonde na komen we voorlopig niet veel tegen. Na een tijd komt daar uiteraard verandering in. De brede weg gaat kort naar beneden en direct daarna loopt het flink omhoog, we beginnen gelanceerd aan de Alto do Furriolo. Deze klim van derde categorie is vijf kilometer lang, gemiddeld gaat het aan 7% omhoog. Een stevige klim dus, mogen we wel stellen. Had ook tweede categorie mogen zijn, richting de top zit er zelfs een kilometer aan bijna 8% tussen. Door de extreem brede weg lijkt het allemaal wel mee te vallen, maar dit is ook weer een aardige kuitenbijter. Na 93,2 kilometer komen we boven op deze klim, tijdens het klimmen komen we een monument tegen. Blijkbaar heeft men op deze Alto do Furriolo, in de buurt van het dorpje O Furriolo, tijdens de Spaanse Burgeroorlog een aardig robbertje lopen te matten. De slachtoffers worden herdacht, al is het monument niet alleen voor hen. Het is voor iedereen in deze regio die heeft geleden onder het regime van Franco, terwijl die lul de behanger nochtans uit Galicië kwam. De muurschildering heeft wat weg van de Guernica van Picasso, beter goed gejat dan slecht verzonnen.




Na deze klim gaat het drie kilometer vrij fors naar beneden, maar omdat de weg erg breed is hebben we daar opnieuw weinig last van. Paar bochten, maar daar zweven we zo doorheen. Na deze afdaling is het een kilometer of 14 zo goed als vlak tot in Xinzo de Limia. We maken in dit stuk weinig mee, alleen in Vilar de Santos komen we een paar bochtjes tegen. Verder gaat het vooral rechtdoor over een behoorlijk vlakke weg, in een omgeving die steeds ruraler begint te worden. Vlak voor Xinzo de Limia komen we twee rotondes tegen, daarna rijden we na 110 kilometer koers dit stadje binnen. Over Xinzo de Limia kan ik twee dingen vertellen. Laten we beginnen met het feit dat we in Xinzo de Limia op het parcours van 2016 terechtkomen. In de Vuelta van 2016 reden we van Maceda naar Puebla de Sanabria, een rit van een kleine 160 kilometer. Na 40 kilometer koers kwamen we uit in Xinzo de Limia, we fietsten vervolgens verder naar Puebla de Sanabria op dezelfde manier als nu. De organisatie heeft geknipt en geplakt, terwijl de aankomst in Puebla de Sanabria een van de donkerste bladzijden is uit de wielergeschiedenis. Het excuus zou kunnen zijn dat deze rit op het laatst bedacht moest worden omdat we dankzij corona niet meer naar Portugal konden, maar eind vorig jaar waren er geruchten over een aankomst in Puebla de Sanabria vóór Portugal überhaupt in beeld was. Deze aankomst lag dus al op te plank te wachten, te sudderen. Nadat we niet naar Portugal konden was het alternatief snel gevonden. Ik neem deze knip- en plakactie de organisatie daardoor erg kwalijk. Het enige voordeel is dat ik nu even kan oreren over iemand die in 2016 nog niet op mijn radar stond: Carlos Canal. Carlos is afkomstig uit Xinzo de Limia, de echte kenners kennen hem als getalenteerd veldrijder. Bij de junioren liet Canal enkele goede uitslagen noteren, zelfs als hij zich tussen de Belgen begaf. Weer een crossende Galiciër, eentje die voorlopig een traject lijkt te volgen dat aansluit bij dat van Pereiro. Oscar begon als crosser, maar werd al snel richting de weg geduwd. Carlos Canal is ook actief op de weg, hij fietst bij Burgos. Niet aanwezig in deze Vuelta, vooral vanwege zijn leeftijd. Hij is een eerstejaars belofte, weer zo'n jongen die meteen een contract onder zijn neus geschoven heeft gekregen, gelukkig brengen ze hem rustig. Desondanks heeft Carlos al van zich laten horen, zo wist hij bijvoorbeeld 39e te worden in de beruchte Volta a Portugal. Hij heeft ook al wat koersjes gereden in België, waar hij best aardig mee kon doen. Een veelzijdige jongen, waarschijnlijk dankzij het veldrijden. Gaan we nog veel van horen. Als je al iets kunt laten zien bij Burgos gaan we bij een fatsoenlijke ploeg helemaal wat meemaken. Op z'n instagram zie ik een foto waar hij poseert samen met een aantal andere Galiciërs, waaronder de grote Gustavo Cesar Veloso. Ook Alejandro Marque is erbij, aan de goede adviezen zal het dus niet liggen. Ook nog een shout-out naar Ivan Feijoo, een andere getalenteerde Galicische veldrijder. Hopelijk blijven hij en Carlos ook actief in het veld, we hebben meer Ortsen nodig. Over Orts gesproken, die gaat volgend jaar bij Burgos rijden. Goede tandem samen met Canal.



Het jaarlijkse hoogtepunt in Xinzo de Limia is het lokale carnaval, een behoorlijk enge gebeurtenis als je die foto hierboven zo ziet. Zo'n eng masker moet een duivel voorstellen, die dingen die ze in hun handen hebben zijn waarschijnlijk aardappels, gok ik. De lokale specitaliteit van Xinzo de Limia schijnt immers de aardappel te zijn. De lokale specialiteit van Unipublic is het kopiëren van oude parcoursen. Dat geeft mij op zich de vrijheid om mijn voorbeschouwing uit 2016 integraal over te nemen, en dat ga ik dus ook doen. Na een paar bochten in Xinzo de Limia rijden we buiten de stad een aantal kilometer langs de Limia. Het is zo goed als vlak, iets meer dan tien kilometer lang. Vrij recht en vrij breed ook, we maken voorlopig weinig mee terwijl we blijkbaar langs de aardappelvelden fietsen. Voorbij Villa de Rei komen we de volgende uitdaging tegen, een klimmetje! De volgende klim is er een waar geen punten te verdienen zijn, maar dat is ook nogal logisch, want veel stelt het niet voor. Op het profielkaartje ziet het er nogal indrukwekkend uit, maar het is slechts een klimmetje van vier kilometer aan amper drie procent. Na dit klimmetje gaat het acht kilometer naar beneden, maar veel stelt dat ook niet voor. De weg is breed en er zijn maar weinig bochten. Zoals alles tot nu toe is dit ook vrij makkelijk, brede wegen moeten voor meer veiligheid zorgen. Na de afdaling is het een paar kilometer vlak, waarna we na 141 kilometer door Verín fietsen, waar boven op een heuvel een kasteel staat. Castelo de Monterrei. Een impressionant geheel. Er is ook een restaurant en zelfs een Parador, je kunt hier dus op hoog niveau overnachten.



Net buiten Verín begint de volgende klim van de dag, de vierde waar punten te verdienen zijn. De Alto de Fumances is de langste klim van de dag, 11,2 kilometer lang en 4,3% gemiddeld. Wel weer een beklimming van de derde categorie, want door het gemiddelde stijgingspercentage stelt het ook weer niet heel veel voor. De lastigste kilometer is met 6,6% nog best goed te doen. Verder heeft deze klim nog drie kilometer aan meer dan 5%, maar op die kilometers na is het een makkelijke klim. Vooral veel stroken aan drie en vier procent, goed te doen. Na 152 kilometer komt het peloton door het dorp Fumaces en een kilometer later komen ze boven op de top van deze klim. Na deze klim is er een vlakke strook van enkele kilometers, waarna het even een aantal kilometer naar beneden gaat. We zitten nog steeds op dezelfde brede weg, wat de afdaling toch wel een stuk makkelijker maakt. Het is zo enorm breed dat je niet enorm veel hoeft te sturen. Er zijn wel wat bochten, maar die zijn bijzonder simpel. Na een aantal kilometer begint de weg alweer omhoog te lopen, richting de tussensprint van de dag. Die tussensprint van de dag komt na 177 kilometer en ligt in A Gudiña. Het grappige is dat de tussensprint in 2016 ook in A Gudiña lag, dus zelfs dat is exact hetzelfde. Van het eind van de korte afdaling tot A Gudiña is het twaalf kilometer fietsen en in die twaalf kilometer moeten de renners 300 hoogtemeters overwinnen. De helft daarvan doen ze in twee kilometer. Het gaat eventjes behoorlijk omhoog, richting de Alto da Mesón de Erosa. Twee kilometer aan meer dan 5%. De resterende kilometers richting A Gudiña zijn vooral vals plat en af en toe helemaal plat. In het dorpje van de tussensprint is verder niet zo veel te doen, maar ze hebben er wel een station. Bovendien uitzicht op een weinig inspirerende berg, maar dat kan ook liggen aan het feit dat deze hele omgeving niet erg inspirerend is. Het helpt natuurlijk ook niet mee dat hier vorig jaar 400 hectare bos is afgefikt. De brand kwam overgewaaid uit Portugal, zul je altijd zien.




Na de tussensprint loopt het nog een aantal kilometer omhoog, twee kilometer aan 5% ongeveer. Vervolgens gaat het zeven kilometer lang licht naar beneden, maar dan ook heel licht. Amper 100 meter hoogteverlies. Nog altijd op dezelfde brede weg, dus nog altijd zijn de afdalinkjes weinig uitdagend. Het gaat de hele dag op en af, daarom is het ook niet heel verrassend dat we na deze afdaling al snel weer de volgende klim krijgen. Weer een klim waar geen punten te verdienen zijn, want heel zwaar is het niet. Het ging zeven kilometer licht naar beneden en nu gaat het weer zeven kilometer voorzichtig omhoog. Tenminste, een procentje of drie mogen we toch best wel voorzichtig noemen. Op de top van dit zoveelste klimmetje tussendoor hebben de renners 193 kilometer gefietst en verlaten ze Galicië definitief. Het is nu tijd om Castilië en León eens te gaan verkennen. In de buurt van de top mogen de renners ook nog door een tunnel die 400 meter lang is en best slecht verlicht lijkt. Bij het binnenrijden van Castilië en León is er wel een mooi uitzicht op de omgeving, hoewel er niet veel aandacht voor zal zijn omdat het weer een aantal kilometer naar beneden gaat. De renners fietsen parallel aan de snelweg over de weg die nog steeds breed is. Ook deze afdaling is dus prima te doen. Na een tijd houdt de weg waar de renners al een eeuwigheid over fietsen ineens op te bestaan. Dan hebben ze de keuze tussen de snelweg of een smaller en slechter weggetje aan de linkerkant. Uiteraard wordt er voor de tweede optie gekozen. Hier begint het meteen al licht omhoog te lopen. In totaal zal het twaalf kilometer lang licht omhoog lopen, maar alleen de laatste zeven kilometer daarvan tellen we officieel mee als een klim. Na het passeren van Hedroso, na 204 kilometer, begint de Alto de Padornelo zo'n beetje. Deze klim van de derde categorie is dus ongeveer zeven kilometer lang en 3,2% gemiddeld. Absoluut niet lastig, vooral ook niet omdat het een gelijkmatige klim is. Er zitten totaal geen zware stroken tussen. Na 212 kilometer, net buiten Padornelo, komen de renners boven.




Op de top van de Alto de Padornelo is het nog 18 kilometer tot de finish. Na de top fietsen we door een korte tunnel, vervolgens fietsen we in een rechte lijn door naar Puebla de Sanabria. Het gaat ongeveer negen kilometer naar beneden, over een brede weg met goed asfalt. De afdaling is te simpel voor woorden, er zijn bijna geen bochten en het gaat nog niet eens enorm steil naar beneden. Op tien kilometer van de streep wordt het vlak en dat blijft het ook zo'n beetje tot de finish. Het gaat lang rechtdoor over brede wegen, zonder enige obstakels. Pas op minder dan drie kilometer van de streep gaat er iets gebeuren. Dan moeten de renners rechtsaf slaan en komen ze op een bochtige weg terecht, aan de noordkant van Puebla de Sanabria. Ze rijden het dorp binnen, maar gaan niet direct naar het centrum. Met een boog rijden ze daaromheen en volgen ze de Rio Castro. Op minder dan een kilometer van de streep zit er een lange lopende bocht, die de renners langs het kasteel van Puebla de Sanabria brengt. Op 500 meter van de streep slaan ze linksaf en steken ze Rio Tera over. Direct na deze brug slaan ze weer linksaf en begint de weg omhoog te lopen. In de laatste 200 meter is er nog een flauwe bocht naar rechts, daarna gaat het rechtdoor tot de finish. In de laatste 400 meter gaat het nog 20 meter omhoog, het laatste stuk stijgt het dus nog aan 5%. Alsnog geen vlakke finale, dat krijgen die Spanjolen altijd wel mooi voor elkaar. De finishlijn is getrokken in aan de buitenkant van Puebla de Sanabria bij een of ander hotel. De finish ligt dit jaar op dezelfde locatie als in 2016, ik kan dus gewoon het oude kaartje uit 2016 overnemen. Lachen joh.




Puebla de Sanabria is een klein dorpje met slechts 1500 inwoners. Een oud dorpje, een van de oudste in de omgeving. Al in het jaar 500 schijnen hier mensen te hebben gewoond, wat voor deze streek dus uitzonderlijk vroeg is. Het bekendste gebouw van dit dorp is zonder twijfel het kasteel. Een mooi kasteel, dat uit de 15e eeuw stamt. Volgens de site van de Vuelta zelfs een majestueus kasteel, dat uitstekend bewaard is gebleven en daardoor een populaire toeristische attractie is geworden. Naast het kasteel is er ook nog een deel van een stadsmuur overeind gebleven en is er een heuse binnenplaats, met allerlei oude gebouwen, zoals een stadhuis en ook nog twee oude kerken. Absoluut een mooie plek, behoorlijk idyllisch. Jammer dan weer dat we redelijk ver van dat alles finishen, in een iets minder mooie buurt. Hoewel er ook nog wel een kerkje staat op een paar honderd meter van de finish dat ook niet onooglijk is. In 2016 was ik altijd wat summier. In een normale situatie had ik nu nog wat toegevoegd over Puebla de Sanabria, maar dankzij de uitkomst van de rit in 2016 gaan we dat niet doen. Zo min mogelijk aandacht besteden aan Puebla de Sanabria, dat is het beste. In 2018 reden we hier ook doorheen, tijdens de 11e rit. De koude rillingen liepen me toen al over de rug, nu ben ik helemaal aan het hyperventileren. Puebla de Sanabria is mogelijk de grootste schandvlek in de historie van de koers. Ik schatte in dat de rit in 2016 een prooi voor de vluchters zou zijn, maar niets bleek minder waar. Het klimwerk was minder lastig dan verwacht, met een peloton van een man of 100 trokken we naar de finish. Na de lastige strook omhoog aan het eind reed er ineens een man in een shirt van IAM als eerste over de finish. Verbijstering alom. Wie van IAM kan er in hemelsnaam een sprint winnen? Het bleek Jonas Van Genechten te zijn. Jonas. Van. Genechten. De Vuelta van 2016 was de Vuelta van de vijfderangs Belgen die ineens iedere massasprint wonnen. Naast Meersman en Keukeleire waren we ook getuige van een overwinning van Jonas Van Genechten. Ik ben er nog steeds niet goed van, vier jaar later. Het was zo mensonterend dat ik de rit uit m'n geheugen heb gewist. Bij het bekijken van de samenvatting zie ik dat Luis Leon Sanchez met een aantal andere renners in de aanval ging en dat hij pas in de laatste meters werd ingelopen. Van Genechten als winnaar in plaats van Sanchez, je zou voor minder een trauma oplopen. Er was in die finale ook nog een vrij massale valpartij, met onder meer Contador als slachtoffer. Ik was het allemaal vergeten. De invloed van Jonas Van Genechten op de mentale gezondheid van een mens is niet te onderschatten.



In de buurt van startplaats Mos wordt het niet eens zo koud, een graad of 20 in de middag. Wel wat kans op regen, een procent of 20. Een flinke bries vanuit het oosten, dat wil zeggen dat we gedurende de dag vooral met tegenwind te maken hebben. Verder in het binnenland zou het een paar graden frisser moeten zijn, in Celanova spreken we over 16 graden. Ook daar een beetje kans op regen, maar nog niet eens enorm veel. Wel nog steeds wind uit het oosten, het wordt een pittig dagje. Meer dan 200 kilometer wind op kop, geen feest. De weergoden lijken er zelfs mee te spelen. Voorbij Celanova fietsen we wat meer richting het zuidoosten, maar net in die regio begint de wind ook een beetje te draaien. Komt niet meer volledig uit het oosten, maar wat meer uit het zuidoosten. Vol op de kop, terwijl het ook nog eens harder begint te waaien. Meer kans op regen in Xinzo de Limia ook, we gaan sowieso nat worden vandaag. In A Gudiña, redelijk dicht bij de finish, wordt het alleen maar slechter. Meer wind, tot 29 km/u. Meer regen, tot 90% kan. De temperatuurt daalt ook zienderogen, we houden amper 13 graden over. In Puebla de Sanabria gaat het zelfs maar 11 graden zijn, terwijl het daar gewoon de hele dag gaat regenen voor de gezelligheid. De wind komt hier weer meer vanuit het oosten, tegenwind van de eerste tot de allerlaatste meter van deze rit. Een klotedag, nu al. De organisatie heeft het weerbericht ook gezien en daarom heeft men besloten een half uur eerder van start te gaan. Het oorspronkelijke idee was dat de renners om 10:51 zouden vertrekken, dat zal nu 10:21 worden. Op zich wel lollig, ze zijn deze Vuelta eigenlijk nog niet voor 12:00 vertrokken. Mooi twee uur eerder, aanslag op je ritme. Aangezien het vrij hard gaat waaien gedurende de dag verwacht ik dat we de aankomst wel nog steeds rond dezelfde tijd mogen verwachten. Tussen 16:55 en 17:38 dus. Of nog wat later, sluit ik ook niet uit. Misschien zien we het wel donker worden, dat wil ik eigenlijk wel een keer meemaken. Dat meemaken kan vanaf 14:35 bij Sporza.



De laatste 120 kilometer van de rit rijden we over hetzelfde parcours als in 2016. Dat deel van de rit bleek toen niet erg selectief te zijn. Al scheelde het niet veel of de late aanval van Sanchez hield stand, het was kantje boord. Wel een opmerkelijke top tien toentertijd. Een paar 'sprinters', zoals Van Genechten en Bennati, een paar punchers zoals Gilbert en Valverde. Reza, Kevin Reza. Het kan dus alle kanten uit op deze aankomst. De klassementsrenners met een punch kunnen zich mengen tussen de beter klimmende sprinters en de puncheurs. Als we al gaan sprinten, dat is nog niet zo evident. De rit van vandaag is een kilometer of 70 langer dan de rit in 2016, en in die 70 kilometer moeten we een paar pittige bergen bedwingen. In totaal komen we aan meer dan 4000 hoogtemeters, normaal gesproken overleeft dan geen enkele sprinter. Daar komt het slechte weer dan ook nog eens bij, dat maakt deze rit extra zwaar. Regen en kou, dat kan gevolgen hebben. Al vind ik de tegenwind dan weer in het nadeel van de vluchters. Juist door die tegenwind zie ik het nog wel gebeuren dat we een sprintje krijgen, maar dan niet met een volledig peloton. Niemand zal zin hebben om te controleren, maar met zoveel tegenwind ga je als kopgroep ook niet ver wegrijden. Tenzij het een grote kopgroep is, kan allemaal. Helaas kunnen we al die ontwikkelingen niet volgen. Nouja, ik ga het vandaag toch maar op de vluchters houden. Al sluit ik ook niet uit dat ploegen nog gekke plannetjes gaan smeden. Keertje proberen weg te rijden in een natte afdaling, bijvoorbeeld. Ook al is de weg breed, proberen kan altijd. Maar goed, kan alsnog een interessante rit worden. In 2016 gingen ze al onderuit terwijl het droog was, kan nu eventueel ook een hectische finale worden. Enfin, verwachtingen houden we toch maar laag.
1. Sanchez. Goedmakertje voor 2016. Zou z'n eerste ritzege in de Vuelta zijn, dat mag eigenlijk niet ontbreken op zijn palmares. Ze hebben ook wel wat goed te maken na gisteren, wat een blamage was dat zeg.
2. Serrano. Lekker sprintje aan het eind van de vorige rit. Had ie alleen niet zoveel aan. Hetzelfde scenario zou zich nu kunnen herhalen, daarom is mijn vriendelijke advies aan Gonzalo om voor de vlucht te kiezen. Kan geen kwaad. Slaagt de vlucht niet dan hebben ze misschien Aberasturi nog achter de hand. Kom op Caja, van de andere mannetjes gaat het vandaag niet komen.
3. Valgren. Heeft toch vrij goede benen, zo wist hij tijdens de tijdrit 25e te worden. Op de Angliru 37e. Terwijl hij geen tijdrijder is, en geen klimmer. Nou, dan zou ik die goede benen ondertussen maar eens omzetten in een goede vlucht. Kan ook aardig in de regen rijden, dit zou in principe een dagje voor Valgren moeten zijn. Merkwaardige renner toch.
4. Peters. Nansworst.
5. Simon. Briljante tactiek van Total Direct Energie, in plaats van de ploeg voor lul op kop te laten rijden gaat het speerpunt in de aanval. Geniaal, hoe krijgen ze het verzonnen.

Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
pi_196065672
Nansworst, lol.
Jack does it in real time...
pi_196067669
Nansworst :')
pi_196067908
quote:
0s.gif Op donderdag 5 november 2020 03:24 schreef Rellende_Rotscholier het volgende:
In de buurt van startplaats Mos wordt het niet eens zo koud, een graad of 20 in de middag.
De handschoenen komen zelfs al voor de dag.

SPOILER
Om spoilers te kunnen lezen moet je zijn ingelogd. Je moet je daarvoor eerst gratis Registreren. Ook kun je spoilers niet lezen als je een ban hebt.
pi_196068340
Opgave Thijssen.
pi_196068652
Het leek er even op dat we het moesten doen met Sicard, Edmondson, BOL en Ivo Oliveira (en Lopez daar kort achter), maar het peloton is gelukkig toch weer in gang geschoten.
pi_196068804
Ik heb liever dat Donald Trump wint dan dat Jetse Bol wint.
  donderdag 5 november 2020 @ 11:15:39 #9
478082 VoMy
Seksloos kutventje
pi_196068835
Armirail of Nans Peters voor de dagzege.
Antifa
pi_196068838
quote:
0s.gif Op donderdag 5 november 2020 11:06 schreef wimderon het volgende:
Het leek er even op dat we het moesten doen met Sicard, Edmondson, BOL en Ivo Oliveira (en Lopez daar kort achter), maar het peloton is gelukkig toch weer in gang geschoten.
Caja is het er nog niet mee eens inderdaad

Die rijden het waarschijnlijk dicht straks om ook de volgende vlucht te missen
pi_196068884
Jon mag Gonzalo weer lanceren.
pi_196068964
Alles weer bij elkaar. Verschil met die 4 was op een punt toch meer dan een minuut.
pi_196069007
Klimwerk begint ook zo, zullen wel betere namen in de aanval gaan
pi_196069187
Carapaz volgens de livetracker in de aanval, dat lijkt mij sterk.
pi_196069192
Groep van 26, met Carapaz. Jawel!
pi_196069206
quote:
0s.gif Op donderdag 5 november 2020 11:37 schreef wimderon het volgende:
Groep van 26, met Carapaz. Jawel!
Ik heb zo het idee dat Jumbo het daar niet mee eens is
pi_196069228
Carapaz zit helemaal niet in die groep. Grossschartner wel als best geplaatste en daarom achtervolgt Bahrain nu.
pi_196069243
Groep is nu ook teruggepakt.
pi_196069436
Hier hadden best wel weer beelden van mogen zijn, erg jammer.
pi_196069491
G Martin, Wellens en Arensman bij de eerste drie op de top in ieder geval. Je zien in de derde week van een grote ronde toch vaak dezelfde aanvallers naar voren komen.
  Moderator donderdag 5 november 2020 @ 12:01:57 #21
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_196069628
Wellens in de regen is eigenlijk wel een zekerheidje, maar op José en Renaat na heeft iedereen hem ondertussen wel genoeg gezien toch?
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
pi_196069648
10 + 1 + 2 vertrokken.
pi_196069665
Ik heb Rui Costa voor vandaag voorspeld. Is dat eigenlijk wel realistisch?
pi_196069672
Geen namen om warm van te worden in de kopgroep die ribbedebie is. Kagga en Total in achtervolgende groepjes, dat verwacht je ook niet.
pi_196069727
quote:
0s.gif Op donderdag 5 november 2020 12:03 schreef Bill_Hillie het volgende:
Ik heb Rui Costa voor vandaag voorspeld. Is dat eigenlijk wel realistisch?
Hij zit in de kopgroep in ieder geval
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')