FOK!forum / Tour de France 2018 / Rellende_Rotscholier's pareltjes
kanovinniezaterdag 5 juli 2014 @ 11:47
Omdat Rellende_Rotscholier ondanks zijn username toch een groot tourfan en kenner blijkt te zijn en daar geregeld flinke stukken over schrijft hebben wij besloten om deze in dit topic te plaatsen.

Zet deze dus in je myat, want hopelijk komt er elke dag een update!
kanovinniezaterdag 5 juli 2014 @ 11:49
TDF / Euskaltel-Euskadi - opdat wij niet vergeten
ob_87936f5023a2e1ff890dc4acd6f5617b_eus-eska-mad.jpg

Euskaltel-Euskadi, de Baskische trots, is sinds dit jaar niet meer. Meer dan 20 jaar bestond de ploeg en de laatste 13 jaar nam het iedere keer deel aan de Tour de France. Nooit de beste ploeg, wel altijd de leukste. De ploeg die altijd voor het spektakel moest zorgen.

Ploegentijdrit? Vul Euskaltel maar in als laatste.
Waaiers? Alle 9 in de laatste te vinden.
Valpartij? Ja hoor, daar liggen ze.
Kasseien? Iban. :'(

Dat was de ene kant van het vermaak, maar de andere kant van het vermaak was nog veel beter. Euskaltel ging altijd in de aanval. Vooral als de weg een beetje omhoog liep. In iedere kopgroep was wel een oranje man te vinden en zodra er een finish bergop was zag je tot het laatst wel ergens een oranje man tussen de belangrijkste renners fietsen.

Dat gaan we nu dus missen. Geen Euskaltel meer. Geen oranje mannen meer. Geen kansloze aanvallen. Geen volledig oranje gekleurde laatste waaier. Geen epische overwinningen in de bergen. Het is treurig.

Daarom dit topic. Om even terug te denken aan al het genot dat Euskaltel ons heeft geschonken. Het meest logische is dan om bij het begin te beginnen. De eerste deelname, in 2001.

vascoloco_27630_1.jpg

Die eerste deelname was meteen succesvol. Roberto Laiseka won de 14e rit, naar Luz Ardiden, door Jan Ullrich en Lance Armstrong meer dan een minuut voor te blijven. Daar horen natuurlijk beelden bij. Laiseka was eigenlijk de eerste kopman van de ploeg. Een pure klimmer, die voor zijn overwinning in de Tour al meerdere etappes in de Vuelta had gewonnen.


Al die mensen in het oranje die met een Baskische vlag staan te zwaaien. _O_

Goed, 2002 was een wat minder groot succes. Daarom snel door naar 2003, want dat was dus wel een groot succes. Kijkend naar het algemeen klassement zien we een vijfde plaats voor Haimar Zubeldia en een zesde voor Iban Mayo, maar zoals iemand Bauke Mollema eens zou moeten uitleggen heb je natuurlijk niets aan een zesde plaats zonder een legendarische overwinning. Een legendarische overwinning, die Iban Mayo in 2003 boekte. Winnen, op de Alpe d'Huez, door letterlijk weg te vliegen van Armstrong, Hamilton en co.

mayo.jpg

Met het truitje open vliegen naar de overwinning. Als Superman, zoals Hamilton het in z'n boekje mooi zou omschrijven. Heerlijk man. Sowieso een geniale beklimming van de Alpe d'Huez in 2003. US Postal dat de Alpe bestormt alsof het een massasprint betreft. GENOT. En dan Mayo die er nog meer dan een minuut van weg weet te fietsen. Zelden vertoond.


De jaren daarna wil het niet echt vlotten met Mayo in de Tour. In alle voorbereidingskoersen blaast hij iedereen weg, zelfs zo erg dat Armstrong er heel erg nerveus van wordt, maar zodra het dan moet gebeuren in de Tour, loopt hij vast. Of hij valt uit, of hij presteert ver onder zijn niveau. Het is altijd wat. In 2004 wint hij nog de klimtijdrit naar de Mont Ventoux in de Dauphiné, Lance Armstrong zet hij op bijna twee minuten. Nog altijd is de tijd die hij daar neerzette een record. Gaat - hopelijk - ook nooit meer verbroken worden, want dat zou een slecht teken zijn voor HET NIEUWE WIELRENNEN. De menselijke maat zou dan niet bepaald terug zijn.

In de Tour loopt het dus wat minder, want Laiseka loopt op z'n laatste benen, Mayo heeft problemen, Sanchez is nog jong en Zubeldia is fucking saai. In die jaren moet Euskaltel het dus vooral hebben van kansloze aanvallen. Maar dat is verder ook helemaal niet erg. Lekker in de aanval met een Iñigo Landaluze, een Iñaki Isasi, een Egoi Martínez, is ook mooi.

In 2007 krijgen we weer echt een mooi jaar. Amets Txurruka komt bij de ploeg. Wat ik mij van die Tour nog kan herinneren is dat Amets iedere dag in de aanval ging. Letterlijk iedere dag. Zelfs tijdens een tijdrit probeerde hij het nog. Het leverde hem de prijs van de strijdlust op. Dat bestond toen nog. Kreeg je gewoon een mooi shirtje. Niets mis mee.

amets.jpg

Ook in het klassement ging het goed. Mikel Astarloza brak ineens door als een klassementsrenner en werd 9e in het klassement. Haimar Zubeldia, de immer saaie Haimar, werd vijfde. Leuk.

In 2008 kregen we in de Tour weer hetzelfde te zien. Weer een Txurruka in de aanval en Rubén Pérez was ondertussen ook een vast onderdeel van de Tourploeg geworden. Rubén mogen we ook wel een cultheld worden, met zijn kansloze aanvallen en een stuk of 100 10e plaatsen in massasprints. Samuel Sanchez reed voor het eerst een goed klassement in de Tour, hij werd 7e.

2009 is het jaar van de derde etappeoverwinning. Ja, de derde pas. En dan nog een twijfelgeval ook. Euskaltel heeft nooit uitgeblonken in fantastisch tactisch inzicht. Gewoon aanvallen en dan zien waar het schip strandt. Dan win je niet zo gek veel.

mikel_astarloza_tour_et16_g_2009_sirotti.jpg

Hier zien we Mikel Astarloza de 16e etappe winnen, naar Bourg-Saint-Maurice. Hij werd dat jaar ook 11e in het klassement. Enige probleem, hij werd later betrapt op het gebruik van EPO. Een schorsing van twee jaar volgde en de overwinning in de Tour is eigenlijk wel een beetje verdwenen, maar goed, we hebben de beelden nog.


Oja, Amets ging ook weer veel in de aanval. Daar heeft deze fan een mooie compilatie van gemaakt.


2010 en 2011 zijn de jaren van Samuel Sanchez. In 2010 wordt hij derde in het algemeen klassement. Op het podium. GC-technisch het beste resultaat van Euskaltel in 13 jaar Tour de France. Een jaar later volgt eigenlijk een nog groter succes. Samuel wint een rit én de bergtrui. Zesde plaats in het algemeen klassement erbij.

samuel-sanchez-tour.jpg

10 jaar na de overwinning van Roberto Laiseka op Luz Ardiden, wint Samuel Sanchez ook op Luz Ardiden. Dan zou je kunnen zeggen dat het cirkeltje rond is. Dat zijn mooie dingen.


Uiteindelijk dus ook de bergtrui erbij.

SamuelSanchez-monta%C3%B1a.jpg

Nouja, 2012 en 2013 slaan we verder maar een beetje over. In 2012 viel Samuel samen met de halve ploeg geblesseerd uit. Lullige valpartij. Jorge Azanza die een man op een stoel raakt die te ver op de weg staat en daarmee de olympisch kampioen uitschakelt. Ook dat is Euskaltel.

1341769594_extras_mosaico_noticia_1_g_0.jpg

Goed, ja. In 2013 hadden we nog een mooie derde plaats van Mikel Nieve op de Mont Ventoux en heel hele hoop kansloze aanvallen. Lobato nog een dag in de bergtrui, maar dat was het verder wel. De ploeg was een beetje in het slop geraakt. Een einde zat er al een beetje aan te komen.

Dus, we kunnen concluderen dat Euskaltel in al die jaren niet veel heeft gewonnen, maar wel altijd de koers heeft geanimeerd. Zonder Euskaltel was het allemaal nog een stuk saaier geweest. Een van de weinige ploegen die altijd aanvallend heeft gekoerst. Een ploeg die alleen maar epische bergritten won. Ook dat is wat waard. Voor altijd mijn favoriete ploeg, in ieder geval.

Is er een ploeg die de rol van Euskaltel kan overnemen? En met rol bedoel ik de hele rol. Zowel het aanvallen in de bergen als het falen op alle andere gebieden. Ik denk niet dat we nog zo'n ploeg gaan krijgen.

Ik mis Euskaltel. ;(

969496_546624082039497_1493076904_n.jpg
kanovinniezaterdag 5 juli 2014 @ 11:51
Etappe 1: Leeds - Harrogate, 190 km

Ja, jongens! Het is zover. De Tour gaat weer beginnen. Allicht leeft het dit jaar wat minder, vanwege het WK, maar elkaar in de weg zit het ook weer niet. 's Middags koers kijken, 's avonds een potje voetbal. Lijkt mij gewoon genot.

Een Grand Départ in Engeland. Dat hadden we een paar jaar geleden ook. 2007, om precies te zijn. Toen in Londen, nu in Leeds. Wielrennen is in een paar jaar tijd enorm populair geworden in Engeland. Uiteraard, als je wint heb je vrienden. Dankzij Sky en met name Wiggins is wielrennen ineens een hele populaire sport. Daarom is het wel een beetje lullig dat Wiggins er nu niet bij is. Zonder hem was het misschien wel heel anders gelopen met het Engelse wielrennen. Hij is toch het boegbeeld. Bij Sky denken ze daar anders over en is de Keniaanse Brit, tevens konijnenkiller Chris Froome ineens de grote man. Dat doet ze in Engeland alleen een stuk minder, die hele Froome. Desondanks kunnen we alsnog heel veel publiek verwachten. Niet alleen veel publiek, ook een mooie omgeving om door te fietsen. We bevinden ons in een heuvelachtig deel van Engeland.

UtqG8t3.jpg
PROFIL.png

Leeds, dus. Grote stad, 750.000 inwoners. Vroeger vooral bekend vanwege de textielindustrie. Tegenwoordig nog steeds voornamelijk een arbeidersstad. Dat niet alleen, ook het financiële centrum van Noord-Engeland en een studentenstad. Genoeg te doen in Leeds.

Elland_Road_panarama.jpg

Leeds kennen we natuurlijk vooral vanwege de roemruchte club uit de stad, Leeds United. In een niet al te ver verleden nog een club om rekening mee te houden, tegenwoordig toch redelijk afgezakt. In 1992 nog kampioen geworden, in het laatste jaar voor de competitie de Premier League werd. Ook getroffen door financiële problemen en ver afgezakt. Tot de League One zelfs. Nu toch weer te vinden in de Championship, maar een promotie richting de PL is de laatste jaren geen optie geweest. Helaas ook in handen van buitenlandse investeerders. Een Italiaan heerst nu over Leeds, Massimo Cellino, die voorheen eigenaar was van Cagliari. Deze Italiaan heeft een beetje vreemde trekjes. Zo heeft hij de keeper weggestuurd omdat deze is geboren op de 17e van mei. 17 is voor hem een ongeluksgetal. De Championship is dus ook gewoon totaal verneukt. Watford in handen van Italianen, Leeds dus en Cardiff heeft natuurlijk oppermafkees Tan. Nee, prima, dat "Engelse" voetbal.

Leeds_Rathaus.jpg

De start is bij de town hall van Leeds. Prima gebouwtje, niets mis mee. Daar vinden dus alle officiële plichtplegingen plaats voor de Tour echt kan beginnen. Renners op een rijtje. Lintje ervoor. Prudhomme erbij die het lintje mag doorknippen. Applausje erbij en klaar om te vertrekken. Via The Headrow snel richting de grote weg om Leeds te verlaten voor het platteland.

Van West Yorkshire fietsen de renners richting North Yorkshire, over een glooiend parcours. Voor de eerste beklimming van de dag waar punten te verdienen zijn hebben de renners al een aantal heuveltjes gehad. Na 68 kilometer is het tijd voor de beklimming van de Kidstones Pass, of Côte de Cray, zoals de Fransen het noemen. Een korte beklimming van 1,6 kilometer, maar met een gemiddelde van 7,1% toch best pittig. Vierde categorie.

descent-great-view.jpg

Een enthousiaste wielerfan heeft alle klimmetjes bezocht en er een filmpje van gemaakt. Dus, voor de mensen die het graag al een keer willen beleven, een filmpje. Wel netjes even pauzeren als de eerste klim gedaan is he.


Daarna volgt een korte afdaling en fietsen de renners door richting de tussensprint van de dag. Deze is na 77 kilometer in het dorpje Newbiggin. Een klein dorpje waar verder niet veel te beleven is. Na deze tussensprint gaan de renners op weg richting de volgende klim. Een klim met een geweldige naam. Na 103 kilometer is het tijd voor de Buttertubs Pass. Of zoals de Fransen het voor de gelegenheid noemen, Côte de Buttertubs. Derde categorie. 4,5 kilometer, 6,8% gemiddeld. Dat is al best een behoorlijke uitdaging, zo tijdens de eerste etappe.

Butter-Tubs-Pass-1.jpg

Er zit nog best een leuk verhaal aan dit klimmetje vast. Buttertubs klinkt natuurlijk achterlijk, maar daar zit gewoon een logische gedachte achter. Kalkstenen rotsformaties zijn te vinden in de nabijheid van deze pas. Eigenlijk direct naast de weg. De overlevering leert ons dat de boeren, op weg naar de markt tijdens de beklimming van de Buttertubs Pass onderweg stopten. Deze boeren hadden vooral boter in manden bij. In de zomer, als het warm was, werd deze boter tussen de kalkstenen rotsformaties verstopt. Sommige kloven waren zo diep, tot wel 20 meter, dat de boter daar koel bleef. Derhalve, buttertubs.

1920px-Butttub1.JPG

Tussen de tweede en de derde beklimming van de dag zit niet veel tijd. Tussen deze twee klimmetjes passeren we het dorpje Gunnerside. Buiten dit dorp is een mooie vallei te vinden, die wel redelijk kenmerkend is voor dit gebied. Bij de Tour weten ze altijd wel hoe ze de omgeving goed in beeld moeten brengen, dus we kunnen ongetwijfeld op mooie plaatjes rekenen.

DSCF3854.JPG

Na 129 kilometer is het tijd voor de Côte de Grinton Moor, oftewel de Grinton Moor Climb. Wederom een beklimming van de derde categorie. 3 kilometer aan 6,6% gemiddeld. Allemaal toch heel behoorlijk voor een eerste etappe. In deze omgeving werd vroeger veel lood gemijnd. Lijkt mij goed om te weten.

BrEasDbCcAA6KFe.jpg:large

Na de afdaling van Grinton Moor zijn er 140 kilometers afgelegd en volgen er nog 50 tot de streep. Dat is uiteindelijk toch wel de doodsteek voor welke vlucht dan ook. In deze laatste 50 kilometer hebben de sprintploegen vrij spel om hard tempo te gaan rijden en iedereen terug te halen. De klimmetjes hebben we gehad en het is nu nog steeds veel draaien en keren over soms smalle wegen, maar de echte uitdagingen zijn al geweest.

P1220856.jpg

De laatste kilometers richting Harrogate spreken redelijk voor zich. Rechte, brede wegen voornamelijk. Na 190 kilometer komen de renners aan in Harrogate, een plaats met 73.000 inwoners. Een speciale stad voor Mark Cavendish. Zijn moeder komt hier vandaan en hij heeft er zelf ook gewoond. Harrogate is een prima stad om te vertoeven, het is een spa. Een enorm populaire bestemming voor toeristen. Harrogate is majestueus, zouden we wel kunnen zeggen.

Harrogate-England-2.jpg

De laatste kilometer is nog een vrij lastige. Volgens de organisatie zelf ziet het er ongeveer zo uit:

PROFILKMS.png

Ja, daar schieten we dus niet heel veel mee op. Een paar stukjes op en een paar stukjes af. Daarom bekijken we het ook nog maar even op deze manier.

tour-de-france-2014-stage-1-finish-harrogate-elevation-profile.png

Nog een stuk van 6% in de laatste kilometer. Je kan hier zomaar je treintje of jezelf opblazen. Het zou wel eens een chaotische, ongecontroleerde sprint kunnen worden. Een stuk afdaling helpt ook niet mee. Enkele valpartijen sluit ik niet uit. De streep ligt bij West Park in Harrogate, in de buurt van dit gebouwtje zo ongeveer. Brede weg, de laatste meters.

HarrogateCenotaph(DSPugh)Aug2005.jpg

Een extra factor om rekening mee te houden in de laatste kilometer is dat het oplopende stukje in de winkelstraat is, waar enkele wegversmallingen zijn aangebracht. Ook aan vluchtheuvels in Engeland geen gebrek. Als dat allemaal maar goed gaat.

Engeland. daar is het altijd slecht weer. Zo ook morgen. Jawel, regen! Om het allemaal nog wat gevaarlijker te maken. Er gaan gegarandeerd mensen vallen, daar is eigenlijk geen ontkomen aan. De temperatuur is verder wel prima. 20 graden, zo ongeveer. Weinig wind, dus waaiers hoeven we niet te verwachten.

Ik ga me wagen aan een voorspelling. Een beetje laten zien hoe weinig verstand je er eigenlijk van hebt, heel erg mooi.
1. Cavendish. Zoals gezegd, Cav heeft een bijzondere band met Harrogate. Hij is altijd gemotiveerd om te winnen, maar nu nog veel meer. Hij gaat ook gewoon winnen, want deze laatste kilometer is wel redelijk in zijn voordeel. Dat oplopende stukje kan hij prima aan en hij heeft een goede trein bij zich.
2. Greipel. André is in goede doen. Hij werd afgelopen week Duits kampioen, op een parcours met enkele hellingen. De hele dag zag je 'm niet, maar in de laatste kilometer van de laatste ronde werd hij door Sieberg naar voren gebracht en klopte hij Degenkolb.
3. Kittel. Iedereen gaat voor Kittel op 1, dus doe ik natuurlijk iets anders. Waar Greipel het Duitse kampioenschap won, haakte Kittel juist af. Enkele kilometers voor de streep was de tank leeg. Kramp. Hij kon geen meter meer fietsen. Kan een keer gebeuren. Hoeft niet direct iets te zeggen, maar voor morgen schrijf ik 'm niet gelijk op. Ik sluit ook niet eens uit dat Degenkolb zijn kans mag gaan, omdat dit toch niet helemaal de makkelijkste etappe is.
4. Sagan. In de echte massasprints is hij nog steeds niet de topfavoriet. Een vierde plaats is goed mogelijk, maar tegen die andere kleppers winnen is nog steeds teveel gevraagd.
5. Démare. Gaat voor het eerst zijn nieuwe trui laten zien. Afgelopen week Frans kampioen geworden. Kan wel aardig mee in de massasprints, maar ook voor hem is winnen erg moeilijk met alle toppers erbij.

Als Cav wint kan hij gelijk door naar de kroeg van z'n oom. Paar pints erin. Hoppa.
Brd1piUIgAEAsvv.jpg
Lavenderrzondag 6 juli 2014 @ 12:03
TDF / [Etappe 2] York-Sheffield #1 - Côte de Jenkin Road

Etappe 2: York - Sheffield, 201 km

Een gezapige etappe, met uiteindelijk toch nog een spannende laatste kilometers. Treintjes tegen elkaar, nog een aanval van Cancellara, de onvermijdelijke valpartij en de winst voor Kittel. Uiteindelijk viel het qua valpartijen nog mee, gelukkig. Cavendish schakelt zichzelf en mogelijk Gerrans uit, maar verder is er weinig gebeurd. Kittel wint, maar uiteindelijk viel zijn voorsprong op Navardauskas mij toch nog een beetje tegen, die moet hij normaal op grotere afstand zetten, maar de overwinning telt. Froome blijkt nog meer verborgen talenten te hebben, hij kan ook sprinten!

Morgen heeft het er alle schijn van dat het een spectaculaire etappe gaat worden. Negen gecatoriseerde beklimmingen. Drie van de vierde categorie, vijf van de derde categorie en eentje van de tweede categorie. Deze etappe zou je kunnen zien als een mini Luik-Bastenaken-Luik. Mini, want maar 200 kilometer en wel veel klimmen, maar uiteindelijk toch minder dan in een echte klassieker.

tour-de-france-2014-stage-2-route-map.png
PROFIL.png

De plaats van vertrek is dus York. Een stad met 200.000 inwoners, die bij mij vooral bekend is als studentenstad. Buiten dat is het een stad die enorm veel toeristen aantrekt. Meer dan 7 miljoen bezoekers per jaar. Is nogal wat. Het vertrek is bij de York Racecourse. Wel lekker, zijn de renners eens een keer niet de enige die paardenmiddelen krijgen.

lrg_15632_1200340274d51137a28799.jpg

York is verder een behoorlijk mooie stad. Eentje met veel verschillende invloeden. Van de Romeinse tijd tot nu. Dat levert een enorme variatie aan mooie gebouwen op, howeel de middeleeuwse gebouwen toch wel vrij overheersend aanwezig zijn. Stadspoortje, stadsmuur en de grootste gotische kathedraal in Noord-Europa. Alleen daarom al reden genoeg om deel uit te maken van het circus dat de Tour de France is.

york-1.jpg

York heeft nog meer bezienswaardigheden, zoals The Shambles, een enorm smal straatje met vakwerkhuisjes en Clifford's Tower, een overblijfsel van York Castle. Gebouwd door William I, ook wel William the Conquerer genoemd, om te heersten over de stad die toen nog Jorvik werd genoemd. In de handen van de Vikingen. Dat York heeft een boel meegemaakt.

cliffords-tower.jpg

Vanuit York fietsen de renners richting het westen. De finishplaats van vandaag, Harrogate, passeren we ook weer. Of nouja, bijna dan. Eigenlijk fietsen ze er meteen boog omheen. Na meer dan 40 kilometer fietsen is het tijd voor de eerste beklimming van de dag, Côte de Blubberhouses. Blubberhouses is een gehucht en de weg er naartoe loopt omhoog. Vierde categorie, 1,8 kilometer aan 6,1% gemiddeld. Een opwarmertje, zullen we maar zeggen.

blubberhouses.jpg

Al vrij vroeg in de etappe is het tijd voor de tussensprint. Na 68 kilometer, in de stad Keighley. Vanuit Keighley fietsen de renners richting het dorp Oxenhope. Buiten dit dorp begint de klim met de naam Côte d'Oxenhope Moor. 3,1 kilometer lang en een stijgingspercentage van 6,4%. Niet meteen heel schokkend, maar het gaat toch in de benen zitten.

image16.jpg

Na de Côte d'Oxenhope Moor volgt een afdaling en een nieuwe beklimming, die verder niet gecategoriseerd is. Dorpjes als Hebden Bridge, Mytholmroyd en Crag Vale worden gepasseerd. Deze klim start in Crag Vale en loopt door tot Blackstone Edge Reservoir. 8 kilometer, 3% gemiddeld. Zou dan eigenlijk toch wel vierde categorie mogen zijn, maar dat geheel terzijde.

Sign_for_Cragg_Vale_gradient_-_geograph.org.uk_-_1516646.jpg

Op de top slaan de renners linksaf, naar het oosten, richting de volgende klim van de dag, waar dan wel weer punten te verdienen zijn. De renners dalen af naar Rippondon, om te beginnen aan de Côte de Ripponden. 1,3 kilometer aan 8,6%, een flinke muur dus. Na deze muur volgt een korte afdaling om gelijk verder te gaan met de volgende muur, Côte de Greetland, 1,6 kilometer, 6,7%. Twee van zulke pukkels achter elkaar is toch tamelijk vervelend.

ripponden-2.jpg

Inmiddels hebben de renners 120 kilometer afgelegd en blijven er nog 80 over. Vier van de negen klimmetjes zijn gedaan. Van Greetland fietsen de renners richting Huddersfield. Een tamelijk grote stad, met 163.000 inwoners. Na Huddersfield maken de renners zich op voor een van de zwaarste klimmen van de dag, zeker qua categorie. De enige van de tweede categorie, Côte de Holme Moss. 4,7 kilometer en een gemiddeld stijgingspercentage van zeven procent. Er wordt hier heel veel publiek verwacht. Natuurlijk wordt er overal veel publiek verwacht, maar op deze pittige klim helemaal.

holme-moss-bridge-over-rake-dike.jpg

Als Holme Moss bedwongen is volgt een snelle afdaling, om daarna weer aan een klimmetje te beginnen. Ook weer eentje die niet officieel wordt erkend, maar je moet er alsnog over. Van het ene meertje naar het volgende. Van Woodhead Reservoir richting Langsett Reservoir. Toch ook weer een kilometer of 7 aan 3% gemiddeld.

Langsett_Reservoir_from_Hingcliff_Common.jpg

Na Langsett gepasseerd te hebben is het tijd voor de volgende beklimming, Côte de Midhopstones. Eentje van de derde categorie, 2,5 kilometer aan 6,4% gemiddeld. Dit is na 167 kilometer, er zijn nu nog maar een kilometer of 30 te fietsen en het blijft op en af gaan. Na Midhopstones is er een korte afdaling, is er weer een kort klimmetje, wederom een korte afdaling en dan komt de Côte de Bradfield, vierde categorie, 1 kilometer aan 7,4%.

Ewden-Bank-1.jpg

De volgende beklimming laat niet lang op zich wachten. Côte d'Oughtibrigde, ook wel bekend als Jawbone Hill. Boven in High Bradfield dalen de renners af naar Oughtibridge om daar weer naar boven te klimmen. Dit is de voorlaatste klim van de dag. Op deze top zijn er nog 19 kilometers te gaan tot de streep. De Jawbone Hill is er eentje van de derde categorie, 1,5 kilometer aan 9 procent! Tegen deze tijd moet het veld al aardig uit elkaar zijn geslagen, als er enkele ploegen zijn geweest die het aan hebben gedurfd om oorlog te maken.

Oughterbridge-Lane-Lower-Section.jpg

De renners komen boven in Grenoside en dalen weer kort af. Er volgt nog een pukkeltje en dan gaan de renners op weg naar Sheffield. Op 6 kilometer van de streep is het tijd voor de laatste helling van de dag. Eentje waar al veel over te doen is geweest, Jenkin Road. Een muur, van een kilometer lang, met percentages tot wel 33%, wordt gezegd. Of de 33% daadwerkelijk wordt gehaald is twijfelachtig, misschien net ergens een metertje, maar dat het enorm steil is mag geen twijfel lijden. 800 meter, 10,8% gemiddeld. Een flinke uitdaging, waar het veld nog een keer uit elkaar geslagen kan worden.

Wincobank-mid-section-bends-2.jpg

Na deze Jenkin Road volgt een korte afdaling en is het nog vier kilometer tot de streep. Vlakke kilometers. Nog best een aardig eind, dus als je eerder bent gelost heb je nog een kleine kans om terug te komen, maar een aanvaller die een flink gat krijgt op Jenkin Road zou dit, bij een gebrek aan organisatie daarachter, vol moeten kunnen houden.

PROFILKMS.png

De finish is dus in Sheffield. Een grote stad in het zuiden van Yorkshire met 550.000 inwoners. De snookerhoofdstad en plaats waar twee vrij bekende voetbalclubs zitten. Sheffield Wednesday en Sheffield United. Allebei actief in de marge van de Championship tegenwoordig. Vroeger was Sheffield het centrum van ijzer en staal. Een belangrijke Engelse arbeidersstad. De streep ligt op een brede straat in Sheffield. Totaal buiten het centrum, eigenlijk in the middle of nowhere. Helemaal niets te doen bij de streep. Ooit stond hier in de buurt een voetbalstadion, Don Vally Stadium, maar dat is niet al te lang geleden gesloopt.

DSC_0466_zpsab312e46.jpg

Sheffield is verder nog helemaal niet zo'n slechte stad, de finishplaats is naar mijn mening vrij raar gekozen. Het hele centrum van Sheffield wordt ontweken. Eigenlijk komt het peloton alleen door de buitenwijken. Veel bochten in de laatste kilometers, in principe vrij gevaarlijk, maar normaal gesproken ligt het hele peloton uit elkaar, dus in dit geval zal het gevaar vrij gering zijn. Wel allemaal brede wegen, de laatste kilometers, dus dat is geen probleem.

Sheffield_Square.JPG

Morgen weinig kans op regen. Hoewel dat niet altijd wat hoeft te zeggen, want vandaag was er juist weer veel kans op regen. Niets van gezien, uiteindelijk. We zien het vanzelf wel.

Een voorspelling voor morgen is vrij lastig. Het hangt er volledig vanaf hoe er gekoerst gaat worden. Nu is dat altijd zo, maar met een etappe met heel veel heuveltjes helemaal. Luik-Bastenaken-Luik werd dit jaar gewonnen door Gerrans. Een goede renner, maar als de koers hard wordt gemaakt kan hij dat parcours normaliter niet overleven. Nu kon hij wel overleven en hij was niet alleen. Een tamelijk grote groep bleef over. Als er morgen heel rustig wordt gekoerst, kan hij ook weer overleven. Als er morgen heel hard wordt gekoerst, wordt het een afvalrace en blijf je met heel weinig renners over. Het parcours is er naar om oorlog te maken, hopelijk doen de renners dat dan ook.
1. Lollerkowski. Gewoon in vorm hoor. Ben maar niet bang. Fietst van iedereen weg op Jenkin Road en wint met vijf minuten voorsprong. Een beetje zoals tijdens de Strade Bianche. Niets aan te doen.
2. Sagan. Kan net niet mee met z'n Loller en wint uiteindelijk het sprintje van het groepje overblijvers.
3. Valverde. Gaat aan op Jenkin Road, houdt na drie trappen de benen stil en maakt met z'n elleboog een gebaar dat de anderen moeten overnemen. Doen ze niet, dan gaat Kwiat er vandoor en blijft Valverde zitten. Wordt dan vervolgens tweede in de sprint. Lachen.
4. Slagter. Toch maar een Nederlander noemen. Heeft de laatste tijd niet echt laten zien over grootse vorm te beschikken, maar op papier is dit de perfecte etappe voor hem. Laten we hopen dat hij toch op tijd in vorm is.
5. Froome. Bleek vandaag te kunnen sprinten. Nou, dan kan dat morgen ook. Lekker man.

[ Bericht 4% gewijzigd door timmmmm op 06-07-2014 12:16:30 ]
Lavenderrmaandag 7 juli 2014 @ 12:54
Etappe 3: Cambridge - London, 155 km

Op de tweede dag van een grote ronde al meteen de klassementsrenners aan het werk zien, dat is niet vaak. Zeker niet in de Tour. Een welkome afwisseling. Veel wijzer zijn we er alleen niet van geworden, want uiteindelijk was het toch net niet uitdagend genoeg om echte verschillen te creëren tussen de renners waarvan je verwacht dat ze mee gaan doen in het klassement. Positief is dat Nibali won, want nu hoeven we in ieder geval een aantal dagen niet meer naar die afzichtelijke trui van 'm te kijken.

Morgen wordt het een rit voor de sprinters. Kort, vlak. Een etappe waarvan je er meestal teveel hebt in de eerste week van de Tour.

125neb5.jpg
PROFIL.png
Cambridge. Studentenstad. Eigenlijk niet eens zo'n grote stad, met 126.000 inwoners. Van een stad die zo ontzettend bekend is verwacht je toch dat het allemaal wat groter is. De start is bij een park. Hoewel het eigenlijk niet eens de naam park mag hebben. Het is een uit de kluiten gewassen grasveld. Van dit punt fietsen de renners langs de universiteit. Zo'n beetje alle mooie gebouwen worden gepasseerd om vervolgens naar het zuiden te gaan, richting London.

kings-college-cambridge-cambrige.jpg

Cambrigdeshire wordt snel verruild voor Essex. Enkele hoogteverschillen zijn er nog wel in het begin van de etappe te vinden. Onder andere het pittoreske dorpje Saffron Walden is gesitueerd in enigszins geaccidenteerd terrein.

Saffron-Walden-001.jpg

Als echte wielervolger ben je het altijd uit principe oneens met het parcours. Er mist altijd wel wat aan. Deze Tour ook weer, een leuke bergetappe, maar dan de laatste 50 km vlak. Of überhaupt een overschot aan vlakke etappes. Is allemaal niets natuurlijk. Dat kun je zelf veel beter. Ik heb daarom voor de gein wel eens etappes in elkaar geflanst, met behulp van een site als tracks4bikers (RIP). Beetje op zoek naar mooie klimmetjes, of op een andere manier een uitdagend parcours. Soms probeerde je dan een hele grote ronde in elkaar te draaien en daar hoort natuurlijk ook wat werk op het vlakke bij. 21 keer een aankomst bergop kan ook niet, hoewel ze daar in Spanje anders over lijken te denken. Enfin, zo'n etappe op het vlakke is natuurlijk saai. Dan kies je een plek uit, klik je op het centrum, ga je naar de volgende plek en klik je daar op het centrum. De kortste weg tussen die twee plaatsen wordt voor je uitgerekend en je bent binnen een minuut klaar met je etappe. Dat is dus wat ze zo ongeveer bij deze etappe hebben gedaan. Het is bijna niet mogelijk om een snellere route tussen Cambridge en London te vinden. Ja, er is één mogelijkheid om nog een stuk af te snijden, maar dan is de rit niet lang genoeg. Dit is waarschijnlijk de etappe waar het minste werk in heeft gezeten. Deze is binnen drie minuten in elkaar gedraaid. Continu over de grote weg. Uiteindelijk passeer je dan enkele steden, zoals een Chelmsford. Daar staat een leuke kerk.

Chelmsfordcath.jpg

Na een hele tijd richting het zuiden te hebben gefietst gaan de renners nu richting het westen. Over het platteland richting de tussensprint van de dag, in Epping Forest. Hoewel de tussensprint gewoon midden in Epping is en dus helemaal niet in het bos. Verwarring alom. Na de tussensprint fietsen de renners nog wel door het bos, dus de natuurliefhebbers komen alsnog aan hun trekken. Wel een bijzonder bos, want Queen Elizabeth I zou hier nog gejaagd hebben! Althans, dat is het verhaal. Er is verder geen bewijs voor. Maakt niet uit, gewoon mooi. Jachthuis erbij, kan jou het schelen.

queenelizabethshuntinglodgeeppingforest2.jpg?m=1376345615

Na Epping Forest zijn we al bijna in London. De finale gaat dan al beginnen. Na 118 kilometer rijden we London binnen, er zijn dan nog 37 kilometer te gaan. Na 12 kilometer door de Londense buitenwijken gereden te hebben rijden we het olympische park in. De laatste kilometers kennen we eigenlijk allemaal al. De laatste jaren toch vrij vaak in London geweest. De Tour in 2007, Olympische Spelen in 2012 en dan is er sinds vorig jaar ook nog de Ride London Classic. De bekende trekpleisters worden allemaal weer gepasseerd. Daar hoef ik verder weinig woorden aan te besteden, kennen we allemaal we. Finish op The Mall, met Buckingham Palace op de achtergrond. Laatste rechte lijn is lang en breed, niets aan de hand.

Buckingham-Palace-Britain%E2%80%99s-Queen-Residence.jpg

Kleine kans op regen, graadje of 20, waarschijnlijk weinig wind. Nee, dit gaat gewoon een hele simpele sprintetappe worden. Het laatste uur gaat er waarschijnlijk belachelijk snel gekoerst worden. Het enige spektakel zal komen van de laatste kilometers en eventuele valpartijen. Verder vergeten we deze etappe waarschijnlijk snel weer.

Soms is een voorspelling moeilijk, maar nu spreekt het voor zich. De verhoudingen zijn vrij duidelijk. Kittel is niet eens meer buitencategorie, simpelweg van een andere planeet.
1. Kittel. Met vijf lengtes. Pakt eventueel nog een paar seconden ook.
2. Greipel. Met het wegvallen van Cavendish is hij de beste van de rest. Duidelijk beter dan de andere sprinters, maar helaas voor hem is er nog een andere Duitser.
3. Demare. Won de Ride London Classic in 2013. Kent de weg. Komt alleen wel flink tekort tegen Kittel en Greipel, dus meer dan een derde plaats zal het normaal gesproken niet worden.
4. Coquard. Is wel aardig rap, een vierde plaats dan maar.
5. Sagan. Het is breed en het is vlak, dus Sagan heeft hier eigenlijk helemaal niets te zoeken, maar hij gaat het wel proberen en dat kan dan een vijfde plaats opleveren. Of een zesde. Of een zestiende. Kan allemaal.

[ Bericht 0% gewijzigd door kanovinnie op 07-07-2014 12:57:10 ]
Lavenderrdinsdag 8 juli 2014 @ 19:17
b]Etappe 4: Le Touquet-Paris-Plage - Villeneuve-d'Ascq Lille Métropole, 163 km[/b]

Een demonstratie van Kittel en Giant verder gaan we op weg naar de volgende massasprint. Het enige verschil is dat we ondertussen in Frankrijk zijn aangekomen. Aan de kust, de Opaalkust. Dit zou een hele spannende etappe kunnen zijn als het hard zou waaien, maar dan moet ik jullie meteen teleurstellen. Men verwacht weinig wind. Helaas.

stage_04_map_670.jpg
PROFIL.png
Het zeer fraaie kustplaatsje Le Touquet-Paris-Plage is de vertrekplaats. Een dorpje eigenlijk, met maar 5600 inwoners. In de zomer is er wel veel volk, tot 250.000 bezoekers komen het strand hier bezoeken. We bevinden ons in de regio Nord-Pas-de-Calais, departement Pas-de-Calais. In Le Touquet is de Tour al enkele keren geweest. Lang, lang geleden. In 1971 bijvoorbeeld, toen Mauro Simonetti won. In 1976 was er een tijdrit naar Le Touquet, deze werd gewonnen door Freddy Maertens. D'n Freddy.

Typisch straatje in Le Touquet:
1704_l.jpg

Plage, daar waar de start van de etappe uiteraard is:
4229150.jpg

Bijzonder mooi stadhuisje:
642_l.jpg

Vanuit Le Touquet gaan de renners eerst naar het zuiden, om vervolgens toch maar snel naar het oosten te fietsen, wat wel nodig is als je in Lille wil uitkomen. Montreuil wordt aangedaan. Een dorp van helemaal niets, maar ze hebben er wel een oude vesting met een citadel, dus dit dorpje zullen we niet ongemerkt passeren. Staat ongetwijfeld in het kastelenboek van Herbert. In dit dorpje vinden we ook enkele straten met kasseien, die soms gemeen kunnen oplopen, maar dat slaan we dan wel weer over.

Montreuil-sur-mer24.jpg

Na Montreuil komt het eerste klimmetje van de dag er al bijna aan. Een simpel klimmetje van de vierde categorie, Côte de Campagnette. Eén kilometer aan een procent of 6, niet echt de moeite waard. De renners fietsen ondertussen richting het noorden. Enkele hoogteverschillen moeten overwonnen worden, maar eigenlijk mag het geen naam hebben. Na 71 kilometer komen de renners aan in Saint-Omer. Dit is nog redelijk noemenswaardig omdat hier enkele mooie gebouwen te vinden zijn, waaronder een ruïne van de abdij van Sint-Bertinus.

11495587.jpg

Het is nu nog twintig kilometer tot de tussensprint van de dag. Dit wordt alleen een wat vreemde tussensprint. De streep ligt namelijk boven op Mont Cassel. Hoewel misschien beter bekend als de Kasselberg. Een heuveltje in het Heuvelland, dat de afgelopen jaren deel heeft uitgemaakt van Gent-Wevelgem. Geen bijzonder zware klim, een kilometer of twee aan 5% gemiddeld. De top ligt net buiten het centrum van Cassel. In het centrum van Cassel liggen kasseien, wat in dit geval wil zeggen dat de renners over deze ondingen moeten afdalen. Ze liggen er verder wel redelijk bij, dus grote problemen hoeft dit niet op te leveren. Het stuk met kasseien is ook niet heel lang, de renners komen al snel weer op een geasfalteerde weg terecht.

Kassel-markt.jpg

Als de tussensprint geweest is fietsen de renners richting België. De grens wordt netjes gevolgd, maar België wordt niet echt betreden, dat bewaren we voor etappe 5. Hoewel we nu wel in Frans-Vlaanderen zijn, dit gebied heeft niet altijd deel uitgemaakt van Frankrijk. Vandaar ook de Nederlandse namen voor sommige plaatsen, zoals Rijsel. Na 117 kilometer is het tijd voor de laatste beklimming van de dag, de Zwarte Berg. Klinkt heel spectaculair, maar deze Mont Noir is maar 1,3 kilometer en nog geen 6% gemiddeld. Er zijn nu nog een kilometer of 45 te gaan en de verwachting is dat er een rugwind zal zijn. Niet bijzonder hard, maar wel aanwezig. Op de kant zal het waarschijnlijk niet gaan, maar de snelheid zal desondanks heel erg hoog liggen. Een snelle finale dus. Als het peloton de kopgroep teveel tijd geeft, of bijvoorbeeld eens een keer al het werk aan Giant laat, kan het er nog om spannen, maar normaal gesproken moet dit toch gewoon een massasprint worden. Bailleul wordt aangedaan, een stad met een Vlaams karakter. De Belgen noemen het ook Belle, niet Bailleul. Volledig verwoest tijdens de Eerste Wereldoorlog en opnieuw opgebouwd, waarbij de architecten goed keken naar, onder andere, woningen uit Brugge.

65028293.jpg

Na Belle fietsen de renners richting Armentiers, of Armentières, het is maar net van welke kant je het wil bekijken. Een industriestad, zoals je er in deze omgeving wel meer hebt. Ook eentje die last heeft gehad van de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog. Voor een groot deel verwoest, maar weer netjes opgebouwd. Centrumpje is wel het aanschouwen waard.

armentieres_hdv.jpg

Dan is de finale al in volle gang. 15 kilometer verder rijden de renners Rijsel al binnen. Op dat moment is de koers nog 14 kilometer lang. Zo ongeveer de hele metropool doorkruisen we, voor we in Villeneuve-d'Ascq aankomen. Villeneuve-d'Ascq is een voorstad van Lille en heeft ongeveer 65.000 inwoners. Lille zelf heeft 228.000 inwoners en de hele Métropole maar liefst 1.125.000. Voor we naar de finish rijden passeren we eerst nog een deel van Lille dat we moeilijk majestueus kunnen noemen.

DSC03928.jpg

Helaas is de finish niet veel beter. De streep ligt pal voor het Stade Pierre Mauroy. Dat is het nieuwe stadion van de voetbalclub OSC Lille. Een afschuwelijk modern stadion. Een van de afgrijselijkste stadions die men de laatste jaren heeft gebouwd, maar je zou kunnen zeggen dat het prima bij dit gebied past. Het oude stadion was ook al niet veel, dus het hoort blijkbaar bij de club. De ArenA noemt men wel eens een ufo, wat is dit dan?

grand_stade_mauroy.jpg

Overigens wordt dit stadion niet alleen voor voetbal gebruikt, ook voor rugby. Van de binnenkant gaat het nog wel, maar het is niet gelijk reclame voor je land om voor dit afzichtelijke ding te finishen. De verdere omgeving hier is niet veel beter. Troosteloos, zou je kunnen zeggen. Goed, in ieder geval wel nieuwe wegen, met goed asfalt. Een bocht, op ongeveer 400 meter van de streep. Het is geen hele scherpe bocht, meer een lopende. Toch is positionering hier belangrijk. De weg is op dit punt ook niet al te breed, dus als je hier niet bij de eersten bent kan je het beter meteen opgeven. Hier finishen ze zo ongeveer, eigenlijk net voorbij het stadion, bij dat andere lelijke gebouw voor de deur.

130128_bvd_tournai1.jpg

Lille is overigens wel gewoon een stad die ontzettend veel te bieden heeft. Helemaal zo lelijk nog niet. Daarom jammer dat daar weinig gebruik van wordt gemaakt. Hier in de buurt finishen was al een stuk beter geweest, laten we eerlijk zijn.

lille2.jpg

Waarschijnlijk niet genoeg wind om waaiers te creëren, daarentegen wel een grote kans op regen. Pas tegen de avond zal het in Lille en omstreken weer wat droger worden. Hebben de renners dus niets aan. De finale kent enkele serieuze bochten, dus er is een verhoogd risico op valpartijen.

Waarschijnlijk zal het weer een massasprint worden. De enige manier waarop dit niet gaat gebeuren is als de andere ploegen Giant-Shimano het werk laten opknappen. De trein van Giant is altijd indrukwekkend, maar het feit dat ze tijdens de rit zo ongeveer alleen hun Chinees op kop zetten helpt wel mee. Ze hebben vaak ook de meeste mensen over. Als andere ploegen nu niet gaan achtervolgen en het aan Giant laten, kunnen ze het nog wel eens moeilijk krijgen om alles te controleren. Dan moet je je vervolgens wel afvragen of Nibali zijn trui wil verliezen. Kan zijn van niet, dan halen ze alsnog alles terug. We zullen wel zien, waarschijnlijk zullen de Lotto's van deze wereld toch wel weer voor Greipel fietsen.
1. Kittel. Indrukwekkend, dat is deze beer uit Duitsland zeker. Gaat gewoon iedere massasprint winnen deze Tour. Niets aan te doen.
2. Greipel. Driemaal scheepsrecht. Het zal nu toch een keer moeten lukken. Winnen niet, maar een keer een fatsoenlijke sprint rijden wel.
3. Demare. Nog zo'n faalhaas. Komt er tot nu toe niet aan te pas, maar is in deze omgeving wel altijd goed.
4. Sagan. Deed dat vandaag toch beter dan ik had verwacht. Tuurlijk, Kittel kan hij niet kloppen, maar de rest liet hij toch een aardig eind achter zich.
5. Coquard. Ja, dit wordt een hele grote. Verdomd snel, nu alleen even wat minder je best doen bij de tussensprint en wat meer bij de streep.
Lavenderrdinsdag 8 juli 2014 @ 22:15
Etappe 5: Ieper - Arenberg-Porte du Hainaut, 155 km

Zelfs als zijn hele trein ontspoort wint Kittel nog. Daar is dus echt niets aan te doen. Het is maar goed dat we morgen een ander soort etappe krijgen. Dat gaat geen massasprint worden.

Dé etappe waar iedereen het al maanden over heeft. Kasseien! Negen stroken in de laatste 70 kilometer. Deze 9 stroken leveren 15,4 kilometer kasseien op. Na een mini Luik-Bastenaken-Luik nu een mini Parijs-Roubaix. Volgens mietjes als Jurgen van den Broeck hoort dit niet thuis in de Tour, maar voor de kijkers wordt het waarschijnlijk een fantastische etappe. Kasseien staan altijd garant voor spektakel, dus ook in de Tour. De laatste keer, in 2010, bleef er een groepje van zes man over. De geblokte Noor Hushovd won toen. Enkele favorieten verloren tijd, o.a. Contador en Van den Broeck, of vielen zelfs uit, zoals een Frank Schleck. Zoiets kan morgen ook zomaar gebeuren, zeker met het weerbericht in je achterhoofd. Enige nadeel is dat de rit ontzettend kort is. Dat maakt het toch minder een uitputtingsslag.

Tour-de-France-Stage-5-1400752469.png
PROFIL.png
BXQRmOVCcAA2-KD.jpg
De start is in Ieper. Een stad met 35.000 inwoners in West-Vlaanderen. Nog zo'n stad die totaal verwoest werd tijdens de Eerste Wereldoorlog. Vier slagen waren hier maar liefst, verspreid over vier jaar. Uiteindelijk bleef er niets over van Ieper, maar gelukkig werd de stad later weer in ere hersteld. De start is bij de niet onaardige Grote Markt.

ieper-01-contr1.jpg

Vanuit Ieper fietsen de renners richting Roeselare, over een vlak parcours. Eenmaal in Roeselare hebben we het noordelijkste punt van de dag bereikt en gaan de renners op weg naar Frankrijk. Voordat we Frankrijk weer binnenrijden doen we eerst nog Wevelgem aan, bekend van de de koers Gent-Wevelgem. Een belangrijke koers, die dit jaar werd gewonnen door John Degenkolb. Hij klopte Arnaud Demare heel nipt. Via Wevelgem gaan de renners richting Mouscron/Moeskroen, om dan na 60 kilometer weer in Frankrijk aan te komen. Daar passeren we een paar van die prachtige industriestadjes, zoals Tourcoing. Daar staat dan nog wel een mooi stadhuis.

Tourcoing_hotel_ville_3-4.JPG

Van Tourcoing rijden we naar een van de bekendste wielersteden van Frankrijk, Roubaix. We volgen in Roubaix gewoon de grote weg, het bekendste vélodrome van Frankrijk laten we links liggen, hoewel het ongetwijfeld wel in beeld zal worden genomen. Na Roubaix is het nog maar een kilometer of 20 tot de eerste kasseistrook van de dag. Gruson au Carrefour de l'Arbre wordt aangedaan. In Parijs-Roubaix wordt deze strook altijd in tegengestelde richting gereden, het is een strook van 1100 meter en krijgt twee sterren. Twee sterren is niet heel veel, want de zwaarste stroken krijgen altijd vijf sterren. Deze strook ligt er redelijk netjes bij. Dit is een opwarmertje, zou je kunnen zeggen.

33elqwy.png

10 kilometer na deze eerste secteur is het tijd voor de tussensprint, in Templeuve. Na deze tussensprint is het nog maar een paar kilometer tot de volgende sector van de dag. Nummertje 8, we tellen af. Een strook die vaak voorkomt in de finale van Parijs-Roubaix, de strook van Pont-Thibaut. 1400 meter lang en drie sterren, dus al wat zwaarder dan de vorige strook. Ligt er ook wat slechter bij, maar is nog lang niet de moeilijkste strook van de dag.

pont-t10.jpg

Na 110 kilometer, er zijn dan nog 45 kilometer te gaan, krijgen we een strook die een van de zwaarste van allemaal zou kunnen zijn, maar helaas rijden we alleen het eerste, relatief makkelijke, deel van deze strook. De eerste kilometer van Mons-en-Pévelè. Drie sterretjes, geven we deze.

Mons_pav%C3%A9_%281%29.JPG

De volgende strook volgt nu heel snel. Als de strook richting Mons-en-Pévelè wordt verlaten fietsen de renners richting Bersée. Hier ligt een strook van 1400 meter. Dit is een strook die richting Auchy-les-Orchies loopt. In Parijs-Roubaix loopt deze strook altijd van Auchy-les-Orchies richting Bersée en is hij een stuk langer, nu doen we alleen het zwaardere tweede deel van deze strook. Een vrij lastige strook, maar niet al te lang. We geven er maar drie sterren aan.

auchy_10.jpg

Nu zijn er dus al vier stroken geweest, de laatste drie heel kort achter elkaar. Het is nog 40 kilometer tot de streep. 10 kilometer tot de volgende strook. De kasseistrook van Orchies naar Beuvry-la-Forêt. 1400 meter lang. Tijdens Parijs-Roubaix rijden ze deze altijd andersom. 700 meter oude kasseien en 700 meter redelijk nieuwe kasseien. Voor de helft dus goed te doen en een helft waar je minder comfortabel op je fiets zit.

beuvry10.jpg

Amper vijf kilometer later volgt sector 4 al. Sars-et-Rosières à Tilloy-lez-Marchiennes. Ook deze strook komt voor in Parijs-Roubaix. Het is een lange strook, 2400 meter. Niet echt de slechtste strook van allemaal, maar de lengte zal er wel voor zorgen dat er hier wat kan gebeuren.

tilloy10.jpg

Nog drie stroken en 20 kilometer te gaan. Na Tilloy binnengereden te zijn is het nog maar vier kilometer tot Warlaing, waar de volgende strook ligt. Ook deze strook komt voor in Parijs-Roubaix, is dan alleen wel een kilometer langer, nu doen we de goede 1400 meter van Brillon naar Warlaing. In die andere kilometer zitten een paar slechte stuken met flinke gaten, dus dat wordt overgeslagen.

27926921.jpg

Nog twee stroken te gaan. Er kan nu al een hoop gebeurd zijn, maar als dat niet het geval is, wanhoop niet. De zwaarste strook komt er nog aan. Zwaarste, want langste. Bijna vier kilometer lang is deze strook. Op 15 kilometer van de streep is het tijd voor Wandignies-Hamage à Hornaing.

5599702581_e1b63be010_z.jpg

Dan is er dus nog één strook te gaan en nog maar enkele kilometers. De strook van Hélesmes naar Wallers. 1600 meter. Geen verschrikkelijk slechte strook, maar met 14 kilometer kasseien in de benen kan hier, als er dan nog steeds niets is gebeurd, alsnog wat gebeuren. Ik neem aan dat er voor deze tijd al een flinke afscheiding is geweest, maar anders kan het op het laatste moment nog. Na deze strook is het nog maar 6 kilometer tot de finish. Als je hier een gat hebt ben je waarschijnlijk wel weg, want het valt niet te verwachten dat er nu nog een grote groep bij elkaar zal zijn.

waller10.jpg

Vanuit Wallers fietsen de renners richting Arenberg. Arenberg, dat iedereen wel kent, want dit dorp wordt ieder jaar tijdens Parijs-Roubaix gepasseerd voor de verschrikkelijkste en mooiste strook van de hele koers, Het Bos van Wallers. Helaas gaan we nu het bos niet in. We finishen voor het bos. Zo dichtbij, maar toch ook weer zo ver weg. Heel veel maakt het ook niet uit, ook zonder het bos moet dit een hele goede koers kunnen worden.

Wallers_-_Fosse_Arenberg_des_mines_d'Anzin_(415).JPG

De afgelopen jaren was het iedere keer droog tijdens Parijs-Roubaix. Sommige mensen doen ieder jaar een regendans, in de hoop dat we dan een paar druppels krijgen, maar het wil maar niet lukken. Het heeft er alle schijn van dat we morgen wél regen krijgen. Er wordt in de omgeving van Wallers regen verwacht, veel regen. We gaan dus hoogstwaarschijnlijk natte kasseien krijgen. Vandaag heeft het in dit gebied ook al geregend, dus in plaats van stof krijgen we nu een keer modder. Dit voegt natuurlijk wel een extra dimensie aan het hele gebeuren toe. Bovendien krijgen we te maken met een flink windje in de rug. Afhankelijk van hoe de renners fietsen zal de wind in de rug of van de zijkant komen. Vandaag was het ongeveer 25 km/u, lang niet genoeg om waaiers te creëren, morgen krijgen we al snel 50 km/u, tegen het eind van de middag zelfs 60 km/u. Dat is windkracht 7. Harde wind. Om het af te maken zijn de temperaturen ook vrij laag, zo rond de 16 graden. Dus, regen, windkracht 7 en een redelijk lage temperatuur. Dit zou wel eens een hele bijzondere etappe kunnen worden.

Een combinatie van het weer en dit parcours gaat er voor zorgen dat we nooit met een hele grote groep aan gaan komen bij de finish. Het gaat een slijtageslag worden. Ik ga, ondanks de geringe afstand, uit van een klein groepje. Man of 10, misschien zelfs minder. Op een van de laatste kasseistroken gaan er waarschijnlijk nog wel jongens proberen weg te rijden en dan denk je natuurlijk meteen aan de mannen die ook altijd enorm sterk zijn in Parijs-Roubaix. De laatste twee edities werd deze koers eigenlijk gedomineerd door Vanmarcke en Cancellara. Terpstra won dit jaar wel, maar die twee waren op de kasseien toch net wat indrukwekkender. Een van die twee gaat morgen winnen, daar ben ik heilig van overtuigd. Cancellara hoeft dit jaar geen Andy Schleck op sleeptouw te nemen, zoals in 2010. Frankie staat al op achterstand en anders gaat ie wel op z'n plaat, hoeven ze ook geen rekening mee te houden. Vanmarcke heeft dan wel Mollema, maar volgens Nico 'hop hop hop' Verhoeven hoeft hij op niemand te wachten.
1. Vanmarcke. Al meerdere jaren indrukwekkend in de klassiekers, maar de echt grote overwinning wil nog niet lukken. Dat moet morgen dan maar een keer gebeuren. Hij lijkt goed in vorm te zijn, was sterk op het Belgisch kampioenschap en had zonder Cavendish mogelijk een goede sprint kunnen rijden in de eerste etappe. Ik denk dat hij weg gaat fietsen van de rest en solo aan gaat komen.
2. Cancellara. Fabian rijdt altijd goed als er kasseien zijn. Morgen ook. Zal alleen net even het wiel van Vanmarcke niet kunnen houden en uiteindelijk het sprintje van de kleine overblijvende groep winnen.
3. Degenkolb. Na een paar dagen gewerkt te moeten hebben voor Kittel komt nu zijn eerste kans. Hij was ontzettend goed in voorjaarsklassiekers. Dit werk kan hij aan. Het is op dit moment alleen nog wel veel volgen, weinig aanvallen. Gaat ook morgen niet aanvallen. En dan ga je waarschijnlijk niet winnen.
4. Sagan. Wordt ook steeds beter in dit werk. Komt uiteindelijk net mee met het bepalende groepje, als hij tenminste niet teveel last heeft van zijn accidentje vandaag.
5. Lollerkowski. De man die alles kan. Komt ook gewoon prima over de kasseien. Niets mis mee.
kanovinniedonderdag 10 juli 2014 @ 07:53
Etappe 6: Arras - Reims, 194 km

Dit is ons jaar. We hebben weer gewonnen. Zoveel jaren van armoede, maar dit jaar komt alles er ineens uit. We fietsten al enige jaren goed mee, maar het afmaken wilde niet lukken. Dit jaar valt alles dan ineens op z'n plaats. Voor het eerst sinds 2001 een klassieker gewonnen, Terpstra in Parijs-Roubaix. Voor het eerst sinds 2011 weer een rit in de Giro, daar volgde Weening zichzelf op en nu voor het eerst sinds 2005 een rit in de Tour. Bovendien nog overwinningen in zowat iedere belangrijke rittenkoers. Drie stuks in Parijs-Nice, twee stuks in Catelonië, eentje in het Baskenland en eentje in de Dauphiné. Bovendien hebben we, met alle koersen bij elkaar, het meest gewonnen van alle landen. Deze overwinning is de 75e overwinning in een UCI-koers dit jaar. Het gaat ons voor de wind en daar mogen we best blij mee zijn.

52c11bde912318bdab1f821caff8633d_view.jpg

Morgen krijgen we dan weer een hele saaie, vlakke etappe. We krijgen dus ruimschoots de tijd om na te genieten van deze fantastische overwinning. Het is weer tijd voor d'n Kit.

PROFIL.png
De start is in Arras. Een stadje met 45.000 inwoners waar de Tour al twee keer eerder is geweest. We bevinden ons in het Pas-de-Calais, een eindje onder Lille. De exacte plek van vertrek was ook de plek van vertrek tijdens een etappe in 1991 en tijdens de ploegentijdrit in 2004. Dat is vrij logisch, want het is de trekpleister van Arras, de plaatselijke citadel, die terug te vinden is op de werelderfgoedlijst van Unesco. Hier liggen ook kasseien, dus het is niet te hopen dat deze start wordt geschrapt.

Arras_citadelle01.jpg

Van Arras is het richting het zuiden, zonder enige serieuze hoogteverschillen. De eerste 100 kilometer is het eigenlijk volledig rechtdoor over de grote weg. Dat wordt bijzonder spectaculair om naar te kijken. We rijden het departement Somme binnen en passeren daar dorpen als Bapaume en Péronne. Bapaume en Péronne zijn van die dorpen waar behoorlijk werd gevochten tijdens de Eerste Wereldoorlog. De Slag aan de Somme, waarbij meer dan één miljoen slachtoffers vielen, werd in deze omgeving uitgevochten. In de omgeving van de rivier de Somme probeerden de Britten en Fransen door de Duitse linies te breken. In Péronne is nog een museum te vinden over deze gebeurtenissen, Historial de la Grande Guerre.

Peronne_museum.jpg

Na Ham rijden we het departement Aisne binnen. Hier rijden we een hele tijd over het platteland, om na 107 kilometer de eerste beklimming van de dag te krijgen. Hoewel het eigenlijk niet eens het noemen waard is, één kilometer aan 6 procent. Nou, het is wat. Wel een prima naam, Côte de Coucy-le-Château-Auffrique. Coucy-le-Château-Auffrique is een klein dorpje, deels verstopt binnen de muren van de overblijfselen van het kasteel van Coucy.

31749.jpg

We zijn ondertussen een heuvelachtig terreintje binnengereden. Het gaat nu een paar keer op en af. Stelt allemaal niet veel voor, maar wel wat anders dan de eerste 100 vlakke kilometers. Na dit eerste klimmetje is het al bijna tijd voor de tussensprint van de dag, deze is in Pinon. Loopt een klein beetje omhoog, maar mag ook niet echt een naam hebben. Ook hier kwamen de Duitsers in 1914 langs. Bleef ook niet veel van over. Zelfs het bos in de omgeving moest eraan geloven.

cartes-postales-photos-La-Butte-PINON-2320-7212-20071017-5e4i4t2d7b8p8u7k3h2x.jpg-1-maxi.jpg

Boven in Pinon zijn we op een heuvelrug terecht gekomen. Over deze heuvelrug loopt een weg, Chemin des Dames. Hier rijden we over en met een reden, want ook hier is weer een link met de Eerste Wereldoorlog te vinden. Deze heuvelrug werd bezet door de Duitsers. Dat vonden de Fransen toch niet zo'n goed idee en ze probeerden de Duitsers weg te jagen, zelfs met gebruik van de eerste Franse tanks, maar dat werd niet echt een succes. Een jaar later durfde men pas weer een nieuwe poging te jagen en lukte het uiteindelijk om de Duitsers te verslaan. Een bijzondere weg om over te fietsen dus.

Plateau_du_Chemin_des_Dames.JPG

De renners passeren Cerny-en-Laonnois, waar een groot kerkhof is en vele slachtoffers van de gevechten op Chemin des Dames begraven liggen. Vervolgens rijden ze van deze heuvelrug af en gaan ze op weg naar het volgende heuveltje van de dag, weer eentje van de vierde categorie. Côte de Roucy. 1,5 kilometer aan 6,2%, stelt ook niet veel voor. Na dit pukkeltje volgt er nog een, die dan weer niet in de boeken staat, maar op basis van het probleem ongeveer hetzelfde zal zijn. Daarna is het gedaan met de heuveltjes. Nog 30 kilometer tot de streep. Na 180 kilometer rijden we door het dorpje Bourgogne. Dat dorpje ziet er een beetje raar uit.

Bourgogne_Vue_Avion_2_CL.jpg

Daarna is het rechtdoor richting Reims. Reims is een stad met 188.00 inwoners. Een stad ie al vaak deel heeft uitgemaakt van de Tour, 12 keer maar liefst. In het verleden wonnen hier onder andere Abdoujaparov, McEwen en Petacchi. Altijd een sprint hier. In de stad Reims volgen nog maar twee bochten. Twee. In enkele kilometers. Dit moet dus eigenlijk geen probleem zijn. De renners finishen op de Boulevard Victor Hugo, een ontzettend brede weg. Een normale vlakke etappe schreeuwt Kittel, dit is er gewoon om gillen. Hysterisch gillen.

cathedrale_de_reims.jpg

Geen onaardige plaats, dat Reims. Kun je volgens mij goed vertoeven. Zeker met de wetenschap in je achterhoofd dat dit de woonplaats is van een van de beste (en knapste) wielrensters van het moment, Pauline Ferrand-Prevot. Helaas voor de renners is zij morgen niet aanwezig, ze is momenteel aan het koersen in Italië, de Giro Rosa, waar ze Marianne Vos iedere dag mag helpen aan de overwinning, wat zoals wel vaker aardig lukt.

1497066_473598209413278_1589643127_n.jpg

Het weer gaat morgen weer een beetje de goede kant op. Kans op regen blijft aanwezig, maar het wordt in ieder geval wat warmer. Dik boven de 20 graden. Het blijft waaien, maar minder hard dan vandaag, dus of het dan morgen eindelijk tijd voor waaiers is valt te betwijfelen. Waarschijnlijk niet. Regen dus wel, maar een verschrikkelijk simpel parcours, zonder heel veel bochten in de finale. Zou dus moeten lukken.

Dit wordt waarschijnlijk een sprint. Tenzij ploegen nu eindelijk klaar zijn met die hele Kittel en niet gaan achtervolgen, maar Lotto zal vast wel weer gaan rijden, omdat het dan maar viermaal scheepsrecht moet zijn met Greipel.
1. Kittel. Vijfendertig lengtes.
2. Greipel. Nu gaat zijn sprint er dan eindelijk wel een keer van komen. Het is immers volledig recht, zonder moeilijk gedoe met bochten. Deze etappe zou zelfs Theo Bos nog mee kunnen doen joh.
3. Demare. Vorige sprint derde, nu wel weer.
4. Sagan. Was vandaag sterk, maar toch niet sterk genoeg. Het zal voorlopig nog bij ereplaatsen blijven, maar hij pakt er wel de groene trui mee. Ook leuk.
5. Coquard. Kevin Reza, ontzettend groot en ontzettend sterk, zet hem wel goed af en dan wordt hij vijfde. Is wel leuk voor zo'n jonge kerel.
Lavenderrvrijdag 11 juli 2014 @ 12:02
Etappe 7: Épernay - Nancy, 234 km

Nadat we de hele dag lekker werden gemaakt viel het uiteindelijke resultaat toch een beetje tegen. Iedereen was de hele dag aan het raaskallen over waaiers. Uiteindelijk hebben we dat dan toch een klein beetje gehad, maar als de eerste groep uit meer dan 70 renners bestaat, heb je toch niet meteen een voldaan gevoel.

Etappe 7 speelt zich af in de streek van de champagne. Het wordt een lange etappe, met 234 km. Er is deze ronde maar één etappe die langer is. Het is een overwegend vlakke etappe, met twee bultjes in de finale, dus in plaats van een grote massasprint krijgen we nu waarschijnlijk nog steeds een massasprint, maar dan met een kleiner groepje.

stage_07_map_670.jpg
PROFIL.png

Épernay is de plaats van vertrek. Komt voor de zesde keer voor in de Tour de France. In 2010 en 2012 ook een vertrekplaats geweest. 2012, dat kunnen we ons nog wel herinneren. Van Épernay naar Metz. Massale valpartij, met uiteindelijk de opgave van zo ongeveer iedere Nederlander als gevolg. Épernay is geen hele grote stad, met maar 25.000 inwoners. De start is, hoe kan het ook anders, bij de Avenue de Champagne. Épernay wordt gezien als de hoofdstad van de champagneproductie. Aan de Avenue de Champagne zijn vele champagnehuizen gevestigd. Onder deze huizen vind je een heel netwerk van tunnels, waar alle champagne wordt opgeslagen, om te rijpen.

511dfbb586a92.jpg

We crossen lekker een beetje door de Champagne-Ardennen, op weg naar een stad als Châlons-en-Champagne. Een stad met een mooi stadhuis, mooie kerk en vakwerkhuisjes, waardoor je je ineens ergens in de binnenstad van een oude Duitse stad waant. Ook de Eerste Wereldoorlog komt weer ruimschoots aan bod. Op de map staat bij kilometer 50 Auve. Dat is een gehucht met 200 inwoners, dus normaal gesproken niet het vermelden waard. De komende jaren echter wel, want dit is weer een plek waar gevochten werd. De renners volgen eigenlijk continu de grote weg, die ontzettend weinig bochten kent. Na 66 kilometer wordt Sainte-Menehould gepasserd en hier rijden we weer een wat heuvelachtiger gebied binnen. Na 82 kilometer is Clermont-en-Argonne de volgende plaats van betekenis. In 1915 werd dit plaatsje door de Duitsers met de grond gelijk gemaakt.

Clermont-en-Argonne-1915_(1).jpg

We zijn nu in de omgeving van Verdun. Als het over de Eerste Wereldoorlog gaat kun je deze omgeving niet overslaan. De Slag om Verdun was een van de bloedigste veldslagen van de Eerste Wereldoorlog. Verdun zelf doen we niet aan, daar fietsen we met een boogje omheen. We komen wel door Douaumont. We fietsen daar langs het enorme ossuarium. Hier liggen meer dan 130.000 ongeïdentificeerde Duitse en Franse soldaten. Iets verderop ligt het Fort Douaumont. In de omgeving van dit fort werd flink gevochten, zoals er in deze hele regio flink werd gevochten. Op de plek waar nu dit ossuarium is, stond eerst een houten schuur, waar alle ongeïdentificeerde lijken werden verzameld. Uiteindelijk heeft men geld verzameld, om een waardigere rustplaats te bouwen, voor al deze gevallenen. Het werd een enorm gebouw, van 137 meter lang. Met daarvoor ook nog een enorm kerkhof. Indrukwekkend.

ossuaire_de_douaumont_02_zoom.jpg

Fietsend door de oude slagvelden, passeren we onder andere nog Moulainville, waar ook nog een fort is. Dit fort werd tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar getroffen. De Duitsers met hun dikke Bertha's wisten er wel raad mee. Uiteindelijk wisten de Fransen dit fort te behouden, door hele diepe tunnels te graven, waardoor ze geen last hadden van de Duitse mortieren en de giftige gassen die daarbij vrijkwamen.

28382315.jpg

Daarna gaan de renners naar de tussensprint van de dag. Deze is na bijna 150 kilometer in Hannonville-sous-les-Côtes. Dorpje met 500 inwoners, verder weinig te beleven. Op een paar kleine heuveltjes na gebeurt er verder nog niet veel. Het duurt tot kilometer 200 voor de finale echt een beetje kan beginnen. Na een kilometer of 200 is er een klein heuveltje, om vervolgens na 214 kilometer de eerste echte heuvel van de dag te krijgen. Côte de Maron. Vierde categorie, 3 kilometer lang aan 5%. Daar moet normaal gesproken iedereen wel overheen kunnen komen. Na dit bultje zijn de renners al bijna in Nancy. We rijden door de buitenwijken van Nancy, maar in plaats van meteen naar het centrum te fietsen, moeten de renners eerst nog een klimmetje van de vierde categorie overleven. Na 228 kilometer koers wacht de Côte de Boufflers op de renners. 1,3 kilometer aan 7,3%. Dat zal waarschijnlijk net even te zwaar zijn voor de Kittels en Greipels van deze wereld. Na 229 kilometer komen de renners hier boven, het is dan nog vijf kilometer tot de finish. Weinig tijd om terug te komen, laat staan om je verder te organiseren.

3b-avenue-boufflers.jpg

Het is in dalende lijn richting de streep, met enkele scherpe bochten. Twee bochten van 90 graden en zelfs nog een die bijna 180 graden is. In het voordeel van iemand die durft aan te vallen. In het nadeel van geloste sprinters die terug willen komen. De streep ligt op de Cours Léopold, in de buurt van de obelisk van Nancy. Ook de Porte Désilles, de Arc de Triomphe van Nancy, passeren we nog. De laatste rechte lijn is redelijk breed en redelijk lang. Op een paar 100 meter van de streep zit nog wel een flauw bochtje.

56544533.jpg

Nancy is een stad met 108.000 inwoners. 16 keer eerder kwam de Tour hier. Tweemaal von een Nederlander in deze stad. In 1971 was Rini Wagtmans aan het feest en twee jaar later was het de beurt aan Joop Zoetemelk. Andere bekende namen die hier hebben gewonnen zijn Bernard Hinauld, Fausto Coppi en Rik van Looy. Niet meteen een stad waar altijd een sprinter wint, dus. Dat biedt hoop voor morgen. Nancy noemt men ook wel Ville aux Portes d'Or, de stad van de gouden deuren. Om de reden daarvoor te ontdekken moet je op Place Stanislas zijn.

Place_Stanislas_Neptune_2005-06-01.jpg

Het wordt morgen weer wat warmer. Temperaturen boven de 20 graden. 23, als het een beetje meezit. Het waait nog steeds, maar niet harder dan vandaag. Kans op waaiers lijkt mij klein, maar ik ben verder ook geen weerman, dus ik laat de verdere voorspelling graag over aan Zonneveld. Droog. Als het goed is. Wel bewolking. Tegen het eind van de dag kans op onweer, maar dan ligt iedereen al in het hotel, dus dat is prima verder.

Het kan wel eens een onvoorspelbare etappe worden. De twee klimmetjes op het eind, die niet verschrikkelijk zwaar zijn, maar wel kort voor de streep, kunnen voor opschudding zorgen. Gaan Kittel en Greipel eerst die ene van 3 kilometer overleven? Dat denk ik nog wel, maar de laatste, 1,3 kilometer aan 7%, dat is waarschijnlijk van het goede teveel. De zware jongens gaan afhaken en hebben dan niet genoeg tijd om terug te komen. Dan nog kunnen er twee verschillende dingen gebeuren. Een sprint van een uitgedunde groep, een solo van een aanvaller, of een klein groepje dat wegrijdt.
1. Sagan. Als Sagan deze ronde nog eens een etappe wil winnen zal hij het morgen toch moeten doen. Er komen ongetwijfeld nog andere kansen, maar dit is wel in zijn voordeel. Komt met gemak over die twee klimmetjes en kan als de mastodonten van de weg verdwenen zijn het best wel eens afmaken.
2. Lollerkowski. Die jongen kan best wel eens gaan aanvallen. Dan heeft hij kans op te winnen. Als hij niet aanvalt, maar gokt op de sprint, legt Sagan hem er toch wel op. Normaal gesproken dan.
3. Degenkolb. Die kan dit ook makkelijk aan, maar ik twijfel nog een beetje over zijn vorm. Ik verwacht niet gelijk een overwinning van hem, hoewel het ook niet uit te sluiten is.
4. Kristoff. Moet dit toch wel net kunnen overleven. Om dan vervolgens krachten te missen in de sprint.
5. Rojas. Perfecte dag voor deze Francoist om maar weer een vijfde plaats aan het palmares toe te voegen.
kanovinniedinsdag 15 juli 2014 @ 14:50
Etappe 8: Tomblaine - Gérardmer La Mauselaine, 161 km

Wat twee kleine klimmetjes na meer dan 200 kilometer al niet kunnen doen. Een heel klein groepje bleef over, kleiner dan ik had verwacht. Ontzettend knap dat er met zo'n klein groepje nog zoveel gevallen wordt. De schade is uiteindelijk groot, gebroken dijbeen hier, gebroken neus daar, allemaal niet best. Uiteindelijk wint Sagan weer niet. Dat begint onderhand pijnlijk te worden. Weer moest zijn ploeg de hele dag werken, maar weer kon hij het niet afmaken. De aanval was nog niet zo slecht bedacht, maar als je daardoor uiteindelijk van Trentin verliest in de sprint ben je alsnog de schlemiel van de dag.

Dan wordt het tijd om richting de echte bergen te gaan. Nog niet naar het hooggeberte, eerst maar eens de Vogezen in. Een gebied dat helaas vaak wordt overgeslagen. Je hebt niet altijd de Alpen of de Pyreneeën nodig om een harde koers te krijgen, in de Vogezen kun je ook gewoon een ontzettend interessant parcours uittekenen. Zoiets als we tijdens de achtste etappe krijgen.

stage_08_map_670.jpg
PROFIL.png

Tomblaine is de plaats van vertrek. Een voorstad van Nancy, waar we de vorige etappe aankwamen. Voor de tweede keer maakt dit stadje deel uit van de Tour, in 2012 voor het eerst. We bevinden ons in het departement Meurthe-et-Moselle. Lekker in de buurt van de Moezel dus. Tomblaine is waar we het stadion van de voetbalclub AS Nancy-Lorraine vinden. Stade Marcel Picot. Een stadion dat in 2006 bijna werd gesloopt door enkele "supporters" van Feyenoord. Al jaren ging het niet al te soepel met Feyenoord en uitwedstrijden in Europa, daarom was het ook niet de bedoeling dat fans naar Nancy af zouden reizen. Gebeurde toch. Beetje knokken in de stad, ruiten ingooien, proletarisch winkelen, je kent het wel. Daarna natuurlijk naar het stadion. Beetje met stoelen smijten, aanstekertjes koppen, door hekken proberen te breken. Allemaal erg onverstandig. De Franse ME wist er niet echt raad mee, dus begonnen ze maar met traangas te smijten. Wel effectief natuurlijk. Misschien een beetje te effectief, want dat traangas bereikte ook het veld. Vooral de keeper was de lul. Henkie Timmer ging naar de grond. Stond op en schold zijn verdedigers uit. Hoe kregen ze het in godsnaam voor elkaar om dat traangas niet tegen te houden? Sukkels! Met betraande ogen verliet hij het veld. Sindsdien is het eigenlijk nooit meer wat geworden met Feyenoord in Europa.

slopen_413433i.jpg

De start is echt in een enorme pauperwijk. Werkelijk waar een enorme achterstandsbuurt. Tussen de vervallen flats door fietsen de renners snel de stad uit, het platteland op. Na 20 kilometer wordt Lunéville gepasseerd. Een stad met 20.000 inwoners, maar veel belangrijker, een château! Jawel, eindelijk weer een goede toevoeging aan het kastelenboek van Herbert.

Chateau_de_Lun%C3%A9ville_-_2012-05-16.jpg

Op enkele kleine hoogteverschillen na kunnen we de eerste 130 kilometer met gemak vlak noemen. Er worden weinig noemenswaardige plaatsen aangedaan in de eerste 50 kilometer. Alleen Baccarat is het vermelden waard. Baccarat is de kristalstad van Frankrijk. Bovendien een kaartspel, maar dat is dan weer minder relevant. Na ongeveer 60 kilometer koers komen we aan in de Vogezen. Met Épinal passeren we de geboortestad van Nacer Bouhanni. De Frans-Marokkaanse sprinter van FDJ, die er in de Tour niet bij is. Hij had dat zelf wel graag gewild, maar de andere sprinter van de ploeg, Arnaud Démare, zag dat niet zo zitten. Bouhanni wilde wel voor Démare werken, maar andersom ging die vlieger niet op. De ploeg moest daarom een keuze maken en koos voor Démare. Bouhanni trok zijn conclusies en vertrekt daardoor volgend jaar naar Cofidis. Épinal is wel een aardige stad, met een mooie kasteelruïne. Kastelenboek, kom er maar in.

Epinal_chateau1.jpg

Dan zijn we alweer bijna bij de tussensprint van de dag, na exact 100 kilometer in Dinozé. Dinozé is een beetje een vreemde eend in de bijt, deze Tour. We doen een aantal plaatsen aan die een rol hebben gespeeld tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar buiten Dinozé is een militaire begraafplaats te vinden, met slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Dit Épinal American Cemetery and Memorial wordt gepasseerd tijdens de koers.

Epinal_Cemetery5.jpg

De komende 20 kilometer, tot Remiremont, volgen we de Moezel. Daarom is het ook zo vlak. Lekker cruisen door de vallei. In Remiremont steken we de Moezel over, naar Saint-Étienne-les-Remiremont. Dan volgen we de rivier nog even van de andere kant, tot het dorpje Vagney, waar we afslaan om aan de eerste klim van de dag te beginnen. Natuurlijk mooi, een rivier volgen, maar de bergen in deze omgeving zien er ook uitnodigend uit. Na een kilometer of 130 komen we hier aan. Dan zijn er nog 30 kilometer te fietsen en drie beklimmingen te gaan.

vagney-axe-nord-sud-6-aout-2008.jpg

De eerste beklimming van de dag is er een van de tweede categorie. Col de la Croix des Moinats. Het is meteen de langste van de dag, met 7,6 kilometer. Het gemiddelde is niet heel indrukwekkend met 6%, maar de moeilijkheid van vandaag zit hem natuurlijk in het feit dat de drie klimmetjes direct achter elkaar zitten. Het zwaarste gedeelte van de klim zit tussen kilometer 3 en 6. Nog steeds niet heel erg spannend, met een maximaal stijgingspercentage van een procent of 7,5, maar in ieder geval goed om het peloton alvast wat uit te dunnen.

PROFILCOLSCOTES_1.png

De renners dalen af richting La Bresse, om eigenlijk meteen aan de volgende klim te beginnen. Een hele korte afdaling, gevolgd door een korte klim. De Col de Grosse Pierre is er wederom een van de tweede categorie. Niet te verwarren met de Col de Grosse Pierre die in 2012 werd beklommen en ook nog later in deze Tour terug zal komen. Dit is een andere kant van de berg, de Traverse de la Roche. Een veel steilere kant, ontdekt via Google Maps. Ja, zo professioneel gaat dat. Drie kilometer aan 7,5%. Dan val je niet gelijk van je stoel, maar de eerste kilometer en de laatste kilomter moet je eigenlijk vergeten. De tweede kilometer is angstaanjagend, met een gemiddelde van 11% en een maximaal stijgingspercentage van 16%. Meer dan één kilometer aan 11%, dat gaat behoorlijk wat schade veroorzaken. Je kan er best wel vanuit gaan dat hier geen hele grote groep over gaat blijven. De weg is steil, slecht en smal. Dat zien we graag.

PROFILCOLSCOTES_2.png

14l6492.png

Eenmaal boven zit de koers er al bijna op. Nog maar 10 kilometer te gaan. De renners dalen af richting Gérardmer. Een plaats die we natuurlijk allemaal wel kennen. Hoef ik verder weinig woorden aan vuil te maken. 2005, Pieter Weening, Andreas Klöden, 0,0002 seconden, er is al genoeg over geschreven. In tegenstelling tot in 2005 is de finish niet beneden in Gérardmer. Neen, we moeten nog een stukje omhoog, naar La Mauselaine, een wintersportgebied boven Gérardmer. De Côte de la Mauselaine is een beklimming van de derde categorie. Het is een flinke muur, 1,8% kilometer aan 10% gemiddeld. Een maximaal stijgingspercentage van 13%. Vrij pittig. Er gaat hier een verdomd klein groepje sprinten om de dagzege. De opeenvolging van klimmetjes gaat ervoor zorgen dat het een afvalrace gaat worden. De beklimmingen zitten direct achter elkaar, dus terugkomen in de afdaling gaat lastig worden. Het is zo steil dat je in principe moeilijk kan inhouden, zeker op de laatste twee beklimmingen. Dit zou wel leuk moeten worden.

PROFILCOLSCOTES_3.png

De finish is hier zo ongeveer, net voor de grote parkeerplaats. Prima uitzichtje op Gérardmer, prima uitzichtje op het meer van Gérardmer en een prima watermerkje.

IMG_0635.JPGfichier_du_20111027.JPG

We krijgen waarschijnlijk wederom slecht weer, zoals eigenlijk al de hele Tour. Kans op regen en temperaturen rond de 17 graden. Dat is niet bijzonder veel voor de tijd van het jaar. Normaal hebben we tijdens de Tour altijd goed weer, maar dit jaar is het blijkbaar even anders. Het goede weer kan natuurlijk nog komen, maar we hebben er nu dan al een week opzitten met overwegend slecht weer. Komt niet vaak voor. In de finale zijn er enkele afdalingen, dus het zou wel fijn zijn als het droog blijft, maar de kans bestaat dus dat het gaat regenen.

Morgen zou het zomaar de eerste etappe kunnen zijn dat een kopgroep het haalt. Het zal voor een groot deel afhangen van Astana. Willen ze de trui houden of staan ze 'm liever een paar dagen af? Ik ga er toch maar vanuit dat de grote namen gaan vechten voor de etappe, het is immers de eerste echte kans voor de klimmers. Er staan al een aantal mannen op een behoorlijke achterstand door de kasseienrit, voor deze mannen is het zaak om tijd terug te pakken en hoewel er betere mogelijkheden komen om dit te doen, is dit er ook gewoon een. Nibali zal hier niet direct in de problemen komen, komt normaal prima over de steile korte klimmetjes. Deze etappe zou ook zomaar voor een outsider kunnen zijn.
1. Slagter. Een van die outsiders. Normaal zal hij moeten werken voor Talansky, maar dat zou tijdens deze etappe enorm jammer zijn. Dit is hem op het lijf geschreven. Laat de rest van de ploeg maar lekker voor Talansky zorgen en geeft Slagtertje de kans. Hoewel het maar afwachten is hoe het met zijn vorm is, heeft sinds de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik eigenlijk ook niet heel veel meer laten zien. Maakt niet uit, af en toe moet je lekker chauvinistisch zijn. Slagtertje gaat het doen!
2. Valverde. Als winnaar van de Waalse Pijl ben je eigenlijk de grote favoriet voor de rit van morgen, maar Alejandro zou Alejandro niet zijn als hij morgen weer per ongeluk op kop komt, dan in paniek raakt en zo druk begint te gebaren met zijn ellebogen dat hij bijna van de weg af stuurt. Daar gaat onze Groningse vriend van profiteren.
3. Rodriguez. Het is even afwachten hoe het met de vorm van Purito is. Heeft na de Giro, waar hij uitviel, helemaal niets gedaan. Rijdt deze Tour nog vaker in laatste positie dan Titi. Van de ene kant heeft hij nog geen trap teveel gedaan, van de andere kant zou je kunnen zeggen dat dit niet echt een teken is van goede vorm. Maakt allemaal niet heel veel uit verder, een Rodriguez zonder goede vorm komt op steile bultjes alsnog bovendrijven.
4. Lollerkowski. Daar is ie weer hoor. Komt bij iedere etappe in de voorspelling voor, dan ben je een hele grote hoor! Deze jongeman is ook altijd heel goed tijdens de Waalse Pijl, dus dan doe je morgen ook gewoon mee. Misschien wint ie zelfs wel, moet je niet uitsluiten.
5. Nibali. Kan dit best wel aan. Denk niet dat hij gaat winnen, maar gaat hier ook niet echt tijd verliezen.

P.S. Dit is te zwaar voor Sagan.
kanovinniedinsdag 15 juli 2014 @ 14:50
Etappe 9: Gérardmer - Mulhouse, 170 km

Dat bleek toch allemaal wel heel erg steil te zijn. Meer schade dan verwacht. Enkele namen zakten onverwacht door het ijs, zoals een Lollerkowski, een Fuglsang en een Van den Broeck. Al met al wel een leuke rit, zoals we al een aantal leuke ritten hebben gehad. Deze eerste week van de Tour is prima geweest, hopelijk blijft dat zo in de komende weken.

Op papier volgt nu een fantastisch etappe. Althans, fantastisch als je de laatste 40 kilometer wegdenkt. De helft van die 40 gaat naar beneden en de andere helft is vlak. Het is de hele dag op en af, zonder een kilometer vlak. Een etappe zoals je eigenlijk nooit in de Tour ziet. Geen verschrikkelijk zware bergen van de buitencategorie, maar zes beklimmingen, variërend van eerste tot derde categorie, zouden wel genoeg moeten zijn om een waar slagveld te creëren. Daarom is het wel heel teleurstellend dat er na de laatste afdaling nog 20 vlakke kilometers zijn. In plaats van een strijd tussen de favorieten, zouden we hier zomaar een redelijk grote groep kunnen krijgen die gaat strijden voor de dagzage.

Tour-de-France-Stage-9-1400753649.png
PROFIL.png
Dit zijn de vervelendste etappes voor de renners. In plaats van een vlakke aanloop, om even lekker in het ritme te komen, gaan we gelijk beginnen aan de eerste klim van de dag. Direct na de start in Gérardmer fietsen de renners vol de Vogezen in, op weg naar de Col de la Schlucht, tweede categorie. Meteen een beklimming van 8,4 kilometer. Met 4,5% gemiddeld een lopende klim, maar toch vervelend als je net wakker bent. De eerste kilometers, in de geneutralizeerde zone, lopen al licht omhoog, met 2%, zo ongeveer. Het départ réel is in Xonrupt-Longemer en daar begint de klim ook echt. Enkele kilometers met percentages van rond de 6%, om richting de top weer wat af te vlakken, naar 3%.

ob_ed3d7ee1c4df11b84514de8434cc1d67_dsc03419.jpg

Het is een beklimming die wel vaker is voorgekomen in de Tour. In 2009, tijdens de etappe van Vittel naar Colmar nog. Toen was cultheld Rubén Pérez hier als eerste boven. De etappe werd uiteindelijk gewonnen door Heinrich Haussler, die tegenwoordig vooral uitblinkt in het vallen van zijn fiets. We bevinden ons nog even in Lotharingen, maar fietsen richting de Elzas. Vandaar de vele Duitse namen van de plaatsen en beklimmingen die we nog gaan passeren. Schlucht is uiteraard ook Duits en staat voor bergkloof. Dat is nog eens nuttige informatie.

Blick_auf_Col_de_la_Schlucht_140707.JPG

Er volgt nu een redelijk lange afdaling, voor we beginnen aan de volgende klim van de dag, de Col du Wettstein. De klim van de derde categorie begint buiten het dorpje Orbey en is 7,7 kilometer lang en 4,1% gemiddeld. Niet echt een hele lastige klim, maar dat hoeft in het begin van deze etappe ook niet. De lastigere klimmen komen hierna. Op de top van deze beklimming is een begraafplaats te vinden, met Franse slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Cimetière des Chasseurs.

11_Sued_.jpg

In de afdaling komen we langs een andere begraafplaats. Deze is voor de Duitsers. In deze omgeving werd flink gevochten. Een lastig gebied om te vechten, tussen de bossen en rotswanden door. Meer dan 17.000 slachtoffers vielen hier.

FR68LING0001.jpg

De afdaling is een bochtige, over redelijks malle wegen. Pas na enkele kilometers komen de renners weer op een grotere weg terecht. Dit is een lange afdaling, want we rijden helemaal naar beneden. Naar het dal van de rivier La Fecht. Eenmaal beneden komen we uit in Turckheim. Een dorpje dat je laat denken dat je ineens in de reïncarnatie van de Deutschlandtour terecht bent gekomen. Jens Voigt gaat hier meteen heel hard van fietsen.

Turckheim_centre.jpg

In Turckheim passeren we La Fecht en maken we ons op voor de derde beklimming van de dag. Côte des Cinq Châteaux. Hier waren dus ooit vijf kastelen. Ondertussen zijn er alleen ruïnes over, te weten, Pflixbourg, Château du Hohlandsbourg, Château de Hagueneck en Les Trois Chateaux d'Eguisheim. Eigenlijk dus zelfs zes, als je het zo bekijkt, hoewel Hagueneck wel het buitenbeentje zal zijn. De lelijkste en het verst van de Route af. Les Trois Chateaux d'Eguisheim, ook wel de Drei Exen genoemd, zijn ook echt drie afzonderlijke kastelen geweest. De klim zelf is 4,5 kilometer lang, 6,1% gemiddeld. Nog steeds niet ontzettend zwaar, maar al zwaarder dan de eerste twee.

image05.jpg

Ondertussen zijn er al 70 kilometer afgelegd. Nog maar 100 kilometer te gaan. Een hele korte afdaling volgt, voor er begonnen wordt aan de volgende beklimming van de dag. Na de vorige van de derde categorie nu een van de tweede categorie. Côte de Gueberschwihr. Een klim waar weinig over bekend is. Zelfs niet eens een profiel van te vinden. In ieder geval, van het dorpje Gueberschwihr 4 kilometer omhoog aan bijna 8% gemiddeld. Dat is na de relatief makkelijke beklimmingen hiervoor ineens een hele lastige klim. Na 86 kilometer komen de renners boven, dan zijn er dus al vier beklimmingen geweest, met een kilometer of 25 omhoog.

Hundsplan_2.jpg

Het duurt niet lang voor we weer een klimmetje krijgen. Deze heeft echter geen categorie opgeplakt gekregen. Toch is het er een van 3,8 kilometer. Col du Bannstein. Toch meer dan 4% gemiddeld, dus eigenlijk wel gewoon vierde categorie waardig. Na deze beklimming is er weer een kleine afdaling en gaan de renners op weg naar de zwaarste klim van de dag, Le Markstein. Aan de voet van deze klim ligt de tussensprint van de dag, in Linthal. Deze kant van Le Markstein is bijna 11 kilometer lang en 5,4% gemiddeld. Eerste categorie. Eenmaal boven is er een klein stukje afdaling, om nog een stukje mee te pakken van Le Grand Ballon. Le Grand Ballon is een klim die vaker is voorgekomen in de Tour, maar nu pakken we alleen de laatste anderhalve kilometer mee, van de westkant. Deze anderhalve kilometer is wel een procent of 8,5 gemiddeld, dus redelijk zwaar.

m_grand_ballon_beide.jpg

Boven op Le Grand Ballon zijn er 127 kilometer gedaan. Nog meer dan 40 kilometer koers. Er volgt een afdaling, richting Col Amic, waar het nog even een klein beetje omhoog gaat. Daarna is het gedaan met het klimwerk. Een heleboel klimmetjes, maar of het uiteindelijk voor een hele spannende koers gaat zorgen valt nog te bezien. Na Col Amic is het naar beneden richting Cernay. 20 kilometer afdaling, daarna 20 kilometer richting Mulhouse.

Col_amic.jpg

Beneden in Cernay is het via Wittelsheim richting Mulhouse. 20 vlakke kilometers, de eerste vlakke kilometers van de dag. Alles wat gelost is krijg ruimschoots de kans om terug te komen. Denk dat we leukere taferelen hadden gekregen als de finish meteen beneden in Cernay was geweest. Een finish ná een berg is wel leuk, je moet het vlakke stuk alleen niet te lang maken. Hoe dan ook, in Mulhouse finishen we en dat is niet voor het eerst. Voor de 13e keer zelfs. Enkele grote namen wonnen hier: Hinault, Fignon, Maertens en Godefroot. Mulhouse is een stad tegen de grens met Duitsland. 113.000 inwoners. De stad met het grootste automuseum ter wereld, zeggen ze.

origin_gwuxis1q_mutuelle-mulhouse.jpg

De laatste keer dat we Mulhouse aandeden was in 2005. Toen won de volgespoten kip, Michael Rasmussen. Deze etappe en die van toen zijn aardig vergelijkbaar. Ook toen gingen we van Gérardmer naar Mulhouse en ook toen gingen we over Le Grand Ballon, om vervolgens een lang vlak stuk te hebben. Rasmussen reed op de laatste klim weg van Christophe Moreau en Jens Voigt. Iedereen had gedacht dat ze hem op het vlakke nog wel in zouden halen, maar hij liep alleen maar verder uit, om aan het eind met 3 minuten voorsprong te winnen. Toen vond ik het nog wel een knappe prestatie, met de kennis van nu ontzettend hilarisch.

le-danois-michael-rasmussen-s-etait-impose-a-mulhouse-lors-de-la-9e-etape-du-tour-de-france-2005-photo-d-archives-darek-szuster.jpg

Het weer gaat morgen de goede kant op. Het lijkt erop dat het morgen droog is in Mulhouse en omstreken. Bovendien een redelijke temperatuur, graad of 22. Waait vrij hard, wat misschien nog effect kan hebben op het laatste stuk. Vermoedelijk vooral wind mee en in de rug, niet direct tegen. Lijkt allemaal zo, kan morgen natuurlijk met gemak anders zijn.

Dit wordt de moeilijkste voorspelling tot nu toe. Ik heb geen flauw idee wat we morgen gaan krijgen. In 2005 werd het een etappe voor de vluchters. Nu kent de etappe meer hellingen en minder vlakke kilometers, dus helemaal hetzelfde is het niet. Het kan zijn dat een kopgroep morgen geen kans gaat krijgen omdat de ritzege vandaag al naar een vluchter ging. Van de andere kant krijgen we zondag La Planche des Belles Filles. Het is dus maar de vraag of de favorieten morgen tot het gaatje zullen gaan. En als ze tot het gaatje gaan, is het maar de vraag hoe groot de groep is die uiteindelijk aan de streep gaat komen. De eerste 120 kilometer gaat het op en af, met enkele makkelijke en enkele minder makkelijke beklimmingen. Als daar gas wordt gegeven gaat de groep niet heel groot zijn, maar dan is het weer de vraag hoeveel renners terug gaan komen in de laatste afdaling en vlakke kilometers daarna. Moeilijk om in te schatten. Bij mijn vijf namen ga ik toch maar voor een aantal jongens die goed kunnen klimmen, maar al op aardige achterstand staan en morgen gaan aanvallen.
1. Dumoulin. Onze Dumoulin. Heeft vandaag flink veel tijd verloren en een klassement is daarmee al verdwenen. Hield hij ook geen rekening mee. Hij ging liever voor een rit. Nou, dan lijkt mij morgen een uitstekende gelegenheid om het eens te proberen. 11 minuten achter Nibali, die krijgt wel wat ruimte. Liet in Nancy ook zien nog een redelijke sprint te hebben.
2. Navarro. Eindigde vorig jaar nog in de top 10, maar dat gaat dit jaar waarschijnlijk niet lukken. Heeft al drie kwartier aan z'n broek. Dan mag je ondertussen wel een keer aan gaan vallen.
3. Wyss. Die jongen van IAM. Was ineens heel goed aan het klimmen in de Ronde van Zwitserland. Daar moest hij werken voor Frank, die is nu weg, dus mag hij zijn eigen kans gaan. Een keertje aanvallen en als hij dan net zo goed klimt als in Zwitserland, kan hij een eind komen.
4. Voeckler. Titi in de aanval! Is toch heerlijk man. Laat gaan joh.
5. Spilak. Simon is altijd goed als het slecht weer is, daarom valt het me tegen dat we hem nog niet hebben gezien. Tijdens de Dauphiné liet hij zien dat hij ook kan winnen als de zon schijnt, dus misschien zien we hem morgen ineens wel verschijnen.

Volledig arbitraire namen. Ook een keer leuk.
kanovinniedinsdag 15 juli 2014 @ 14:51
Etappe 10: Mulhouse - La Planche des Belles Filles, 161 km

Ik zal nog eens een keer zeggen dat het een leuke Tour is. Krijg je meteen de saaiste etappe van allemaal. Wel een mooie winnaar, maar dat is alles ook meteen mee gezegd. Snel vergeten en door naar de volgende etappe, die hopelijk wat meer spektakel op zal leveren.

De eerste echte bergrit van de Tour. We hebben al wat bergjes gehad, maar dit is voor het eerst het echte werk. De favorieten hebben we al een beetje gezien, maar tijdens deze etappe gaat er voor het eerst echt veel duidelijk worden. Zeven beklimmingen, waaronder vier van de eerste categorie. Alles is aanwezig voor een goede strijd tussen de favorieten. Of dat ook echt gaat gebeuren weet je natuurlijk nooit, maar het is wel goed mogelijk.

stage_10_map_670.jpg
PROFIL.png

In de omgeving van Mulhouse is het behoorlijk vlak, dus voor we aan de eerste klim van de dag beginnen moeten er eerst nog een aantal vlakke kilometers overbrugd worden. Na 20 kilometer rijden we het dorpje Soultzmatt binnen, waar de voet van de eerste klim is. Col du Firstplan. Een klim die al vaker is voorgekomen in de Tour, voor het laatst in 2009. Een relatief makkelijke klim, meer dan 8 kilometer aan 5,4% gemiddeld. Een goede opwarmer.

col-du-firstplan-722m.jpg

Er wordt afgedaald, helemaal naar beneden. Bij de rivier La Fecht, die we gisteren ook al passeerden. Al vrij vroeg in de etappe krijgen we de tussensprint, in het dorpje Mühlele. Na 40 kilometer, om precies te zijn. We kunnen dus verwachten dat een Sagan in de aanval gaat, zoals Hushovd dat in zijn goede tijd deed. Een paar kilometer later passeren we het pittoreske dorpje Munster.

Munster_-_Alsace_-_France.jpg

We beginnen dan ook aan de tweede klim van de dag. Le Petit Ballon. Petit, want al snel een meter of 200 minder hoog dan de Grand Ballon, maar zeker geen makkelijke klim. 9,3 kilometer en 8,1% gemiddeld. Een regelmatige klim. Alleen de laatste kilometer is wat makkelijker, verder zijn de percentages heel stabiel tussen de 7 en 8%. Een lastige klim, maar dat is ook logisch, want het is er een van de eerste categorie. Mooie uitzichten hier, als het een beetje goed weer is.

Petit-Ballon-7_900_Pixel.jpg

Boven op de kleine Ballon zijn er 55 kilometer afgelegd. Er volgt nu een hele korte afdaling. Zonder ergens beneden te komen beginnen we meteen aan de volgende beklimming van de eerste categorie. Col du Platzerwasel. Zeven kilometer aan 8% gemiddeld. Toch niet echt vergelijkbaar met de Petit Ballon, want deze klim is veel onregelmatiger. Er is zelfs een kilometer aan 10,7%. Daarna nog een kilometer aan 9%, maar ook een aantal makkelijkere kilometers. Of nouja, wat je makkelijk noemt. Nog steeds 6%. De laatste kilometer is voor de gezelligheid nog even 10%. In een kort tijdsbestek dus twee hele pittige klimmen achter elkaar.

CIMG0605.jpg

Nu krijgen we alleen wel een redelijk vervelend tussenstuk in de etappe. Het duurt wel weer een tijdje voor er weer een echte uitdaging komt. Als er ergens al gaten vallen, zal alles nu wel weer redelijk snel bij elkaar komen. Na de top van de Platzerwasel is er eerst nog een plateau, daarna begint de afdaling pas. De afdaling is een lange, bijna 20 kilometer. Na 95 kilometer komen de renners aan in het dorpje Kruth, waar de volgende klim begint. De Col d'Oderen. Een beklimming van bijna zeven kilometer, aan 6% gemiddeld. Een klim met één zware kilometer aan 8%, de rest van de klim is aanzienlijk makkelijker, met zelfs kilometers die de vijf procent nog niet halen. Geen hele zware uitdaging, zeker niet na de vorige twee.

25981564.jpg

Twintig kilometer na de top van de Col d'Oderen bereiken we alweer de volgende top. Dit is de makkelijkste van de dag, de Col des Croix. Eentje van de derde categorie, drie kilometer aan 6% gemiddeld. Hoewel dat volgens de site van de Tour zelf is. Andere profielen tonen aan dat je eerder aan 5,5% gemiddeld moet denken. Niet dat het allemaal veel uitmaakt, hier gaat weinig gebeuren. Het is wachten op de laatste twee beklimmingen van de dag.

Col-des-Croix1-1.jpg

Nu kan de finale dan echt gaan beginnen, na meer dan 130 kilometer koers. Volgens de Tour is de volgende klim 3,5 kilometer, maar in werkelijkheid is deze klim veel langer. De klim heeft 3,5 hele lastige kilometers, maar daarvoor en daarna zijn er nog enkele kilometers te vinden waar het flink omhoog loopt. Een beetje misleidend is het volgende profiel dus wel.

PROFILCOLSCOTES_1.png

De Col de Chevrères, in totaal bijna 9 kilometer lang. 5,8% gemiddeld, maar voor de Tour telt alleen het middenstuk van 3,5 kilometer. Dit is wel een verschrikkelijk tussenstuk. Een kilometer aan zeven procent, daarna een aan tien en vervolgens de zwaarste, aan bijna vijftien procent, met zelfs een stukje van achttien procent. Dat is behoorlijk zwaar en een goede mogelijkheid om vast aan de finale te beginnen. Natuurlijk, we kennen de huidige generatie wielrenners, ze zullen wel wachten tot de laatste beklimming, maar dit is een uitstekende mogelijkheid om al eens flink aan de boom te schudden.

02_Chevreres_Steilstueck.jpg

Dan is het tijd voor de laatste beklimming van de dag. Nog even afdalen naar Plancher-les-Mines, om daarna aan de slotklim te beginnen. Een klim die voor de tweede keer in de Tour zal voorkomen. De eerste keer was in 2012. Toen won d'n Alien, Chris Froome. Toentertijd was hij nog het knechtje van Wiggins, maar de laatste steile meters lieten enige ploegentactiek niet toe, dat was ieder voor zich. Froome kon zich niet inhouden en viel aan. Hij maakte het af en won zo zijn eerste rit in de Tour.

PROFILCOLSCOTES_2.png

La Planche des Belles Filles heeft natuurlijk een mooi verhaal. Een legende zelfs. Tijdens de Dertigjarige Oorlog zouden Zweedse huurlingen dit gebied hebben geterroriseerd. Meisjes, die niet misbruikt wilden worden door deze wrede barbaren, vluchtten naar deze berg. Ze gingen nog liever dood dan dat ze misbruikt zouden worden. Daarom sprongen ze van het plateau naar beneden, hun dood tegemoet. Vaak kwamen ze dan in het ondergeleden meer terecht, dat de naam Étang des Belles Filles (vijver van de mooie meisjes) draagt. Of het klopt of niet, in ieder geval een bijzonder verhaal. Er is ook een beeld op de top, dat dit hele verhaal moet uitbeelden.

La-planche-des-belles-filles-03.jpg

De klim zelf mag je ook redelijk bijzonder noemen. Frankrijk staat toch niet echt bekend om de verschrikkelijk steile beklimmingen. Dit is wel een klim die je gerust steil mag noemen. 5,9 kilometer, 8,5% gemiddeld. Heel veel stukken boven de 10%, maar het venijn zit hem vooral in de staart. Het laatste stuk is aan 20%. Waarschijnlijk een van de steilste stukjes weg in Frankrijk. Kan voor spektakel zorgen, maar het kan er ook voor zorgen dat iederen liever wacht tot dat laatste stukje.

0TPBF_28.jpg

Deze Tour is er iedere dag wel kans op regen. Nu ook weer, hoewel het een relatief kleine kans is. Heel warm zal het wederom niet worden, 20 graden. Als ik naar de voorspelling voor de komende week kijk lijkt het er wel op dat het na de rustdag wat beter gaat worden, maar niets is zo veranderlijk als het weer.

Twee dagen achter elkaar heeft een vroege vluchter het gered, dan weet je het wel. Dit wordt een strijd tussen de favorieten. Het is alleen nog afwachten wat voor een strijd het zal worden. Gaat iemand iets proberen op Chevrères, of wachten we weer met z'n allen gezellig af tot de laatste klim? Het is de dag voor de rustdag, dus inhouden heeft geen zin. Ik hoop dat de renners er vroeg aan gaan beginnen. Met dit parcours is weinig mis, denk ik. Nu is het aan de renners.
1. Contador. Bertje gaat hier wel winnen, denk ik. Alleen de manier waarop is een vraagteken. Hij staat redelijk ver achter Nibali en kan dus eigenlijk geen mogelijkheid onbenut laten om Lo Squalo het vuur aan de schenen te leggen. Het kan zomaar zijn dat Bertje er redelijk vroeg aan gaat beginnen, wat ik toe zou juichen. Doet hij dat niet wint hij waarschijnlijk nog steeds, alleen dan met wat minder voorsprong.
2. Nibali. Of hij het drie weken vol gaat houden weet ik niet, maar voorlopig is Nibali in ieder geval in hele goede doen. Hij zal niet snel lossen. Uiteindelijk lijkt het me wel dat Contador de betere van de twee is. Zou ook moeten, als je naar dit seizoen kijkt.
3. Porte. Lollerporte. Wel prima bij dat Sky, als er een wegvalt staat de volgende gelijk op. Mooi man.
4. Valverde. Dit is wel wat voor Alejandro. Leek niet helemaal in goede doen, een paar dagen geleden, maar de nieuwe tactiek van Movistar is om rustig aan een ronde te beginnen, om vooral in de derde week te pieken. Zal nu ook wel weer het geval zijn, dus morgen nog geen heldendaden van Piti. Een beetje de rest proberen te volgen en de schade beperkt proberen te houden.
5. Pinot. Was goed in Gérardmer. Toch redelijk onverwacht, want hij heeft tot nu toe een best wel slecht seizoen achter de rug. Het lijkt er in ieder geval op dat hij weer durft te dalen. Klimmen kon hij altijd al. Goede kandidaat voor een top 5.
kanovinniedonderdag 17 juli 2014 @ 09:20
Etappe 11: Besançon - Oyonnax, 187 km

Daags na de rustdag meteen een etappe die je moeilijk heel simpel kunt noemen. Redelijk lang, bijna 190 kilometer, en een stuk of zes beklimmingen. Een overgangsetappe, richting de Alpen, maar dan wel een met een interessant parcours. Dit wordt er waarschijnlijk een voor de vluchters, wat helemaal niet erg is, zulke etappes heb je ook nodig. Desondanks een etappe waar de mannen die hoog in het klassement staan toch volledig geconcentreerd moeten zijn, rustig naar de streep bollen zal er niet bij zijn.

stage_11_map_670.jpg
PROFIL.png

Het départ fictif is in Besançon, een stad met 123.000 inwoners in het departement Doubs. Een stad die met enige regelmaat deel uitmaakt van de Tour de France. Dit wordt de 17e keer dat de Tour hier vertrekt. Besançon is niet alleen een goede stad om vanuit te vertrekken, men komt hier ook vaak aan. In 2012 voor het laatst. Toen was er de tijdrit van Arc-et-Senans naar Besançon, die uiteraard werd gewonnen door Bradley Wiggins, voor Froome en Cancellara. Mooi stadje verder. Prima citadel, bijvoorbeeld.

citadelle-de-besancon-25_c.jpg

We bevinden ons in de uitlopers van de Jura. De eerste kilometers blijven we een beetje aan de rand van dit oude gebergte, daarom vallen de heuveltjes nog wel mee. Dit is een vrij prettige omgeving om te vertoeven. Kastelen, wijnvelden, pittoreske dorpjes en natuurlijk beboste heuvels. Na 50 kilometer komen de renners uit in Arbois. Arbois is een van die pittoreske dorpjes. Hier begint de eerste heuvel van de dag, waar overigens geen punten te verdienen zijn.

Pont_des_Capucins,_Arbois_01_10.jpg

Dit brengt ons naar Belvédère du Fer à Cheval. Een punt waar je een prima uitzicht hebt op de bijzondere omgeving. Tussen de bomen komen door de geërodeerde rotsen je tegemoet.

6045510180_d49f5aa98f_o.jpg

De renners komen nu op een soort van plateau terecht en het duurt nog wel even voor ze weer echt moeten klimmen. Na 89 kilometer is het tijd voor de tussensprint van de dag. Deze is in het gehucht Charcier. 121 inwoners. Ze hebben er een kerk, maar die ziet er nogal vervallen uit. Zal wel niet veel meer mee gedaan worden. Dit dorpje ligt net voorbij le Lac de Chalain, een toeristische trekpleister. Camping, strandje, bootje. Dat soort dingen. Ik sluit niet uit dat dit in beeld genomen gaat worden. Na de tussensprint is het tijd voor de volgende helling. Hoewel het eigenlijk meer een verschrikkelijk lang stuk vals plat is. Charcier ligt op 519 meter en daarna moet er een stuk afgedaald worden. Boven in Les Crozets leeft men op 814 meter boven zeespiegel. Net wat meer dan 20 kilometer om 300 hoogtemeters te overwinnen, dan kom je nog niet aan 2% gemiddeld, maar ik neem aan dat bepaalde renners toch liever een volledig vlakke weg hebben. Onderweg worden een aantal dorpjes gepasseerd, maar vooral een aantal meertjes.

Lac_d'Etival.jpg

Na het passeren van Les Crozets zijn er 114 kilometer gedaan en mogen de renners zich gaan opmaken voor het echte werk. Eerst even een afdaling naar Chassal, waar de renners na 131 kilometer aankomen. Net na Chassal begint de eerste echte klim van de dag, Côte de Rogna. 7,6 kilometer aan 5%. Wel redelijk lang, maar niet echt zwaar. Derde categorie. Na deze beklimming is er praktisch geen afdaling. Nee, een paar kilometer later volgt de volgende klim alweer. Côte de Choux, ook derde categorie. Korter, maar steiler. 1,7 kilometer aan 6,5%. Choux is kool, maar ook een klein dorpje in de Jura.

a759842d39bfc6baba2a40f14ca32db4.jpg

Het verwarrende is dat je in Choux niet boven bent. Nee, dan ben je nog niet op de helft. Er moet nu nog drie kilometer geklommen worden aan 5%, voor je echt op de top bent van de Côte de Désertin. Waarom ze deze twee klimmetjes gesplitst hebben is mij een raadsel. Het eerste deel is wel steiler, maar dat komt wel vaker voor. Hoe dan ook, uiteindelijk komen de renners boven en volgt er een korte afdaling naar Miribel, gemeente Échallon. Tijdens deze afdaling fietsen we de Ain binnen. Net na Miribel beginnen de renners aan de Côte d'Échallon. Drie kilometer aan 6,6%. Hier komen de renners boven na 168 kilometer. 20 kilometer en één klimmetje zijn er dan nog te gaan tot de streep. Na deze côte is er een klein stukje dalen, om vervolgens over een smal, redelijk steil weggetje nog een keer omhoog te moeten. Over dit klimmetje kan ik helaas vrij weinig vinden, het ziet er in ieder geval vrij pittig uit. Ook de afdaling is over een smalle weg, die bovendien niet echt in uitstekende staat lijkt te zijn.

httgef.png

De afdaling is vrij lang. Het grootste gedeelte over een smalle weg. Pas op enkele kilometers van de streep komen de renners terecht op een grotere weg, bij Grand Vallon, waar we terechtkomen in de afdaling van de Col du Sentier. Vlak wordt het niet meer, ook de laatste kilometers in Oyonnax zelf zijn in licht dalende lijn. Oyonnax is een stad met 23.000 inwoners en maakt voor het eerst deel uit van de Tour de France. Het is de hoofdstad van de Ain. In de Dauphiné kwam Oyonnax wel al een keer voor, in 2013. Toen won Viviani de toch vrij lastige etappe, voor Hushovd en Bouhanni. Ook in die finale zaten enkele beklimmingen, maar het werd desondanks een sprint van een vrij grote groep. De laatste rechte lijn is al snel een kilometer of twee lang, dus als het nu ook een massasprint wordt hebben de overblijvende sprinters in ieder geval geen last van bochten. Hoewel je zou kunnen zeggen dat ze voor die tijd al genoeg bochten hebben gehad.

12905773.jpg

Waarschijnlijk gaat de zon voor het eerst deze Tour schijnen. Prima temperaturen, 24 graden. Tegen het eind van de middag wel kans op regen en onweer, dat is dan weer wat minder. Blijft op die manier wel een beetje het verhaal van de Tour, kutweer. Zoals gezegd, de laatste afdaling is voor een deel ontzettend smal. Dan zou regen dus vrij onhandig zijn, zeker omdat de weg er niet helemaal florissant bijligt. Het zou voor iedereen wel het beste zijn als die regen achterwege blijft en de zon de hele dag blijft schijnen. Het is wel mogelijk dat we dit soort taferelen krijgen.

te_img_5034_retouch.jpg

Het zou een sprint kunnen worden van een uitgedunde groep, maar normaliter zou dit er een voor de vluchters moeten zijn. De klimmetjes zijn toch vrij kort achter elkaar en zeker de laatste twee lijken vrij vervelend. De laatste afdaling is dus smal en kent ook nog wel wat bochten, het blijft dalen tot de lijn, in principe ideaal voor een groep vluchters. Daar ga ik bij deze voorspelling dan maar vanuit. Als het een sprint van een uitgedund groepje wordt denk je natuurlijk aan namen als Sagan en Degenkolb, dat spreekt verder voor zich.
1. Rogers. Deze walgelijke man zie ik morgen wel in de aanval gaan. Nu Contador niet meer van de partij is gaat Tinkoff-Saxo natuurlijk massaal aanvallen en Rogers is wel iemand die weet hoe dat moet. Liet hij in de Giro ook nog zien.
2. Slagter. Zou mooi zijn als hij morgen meteen gaat aanvallen, nu hij een wat vrijere rol lijkt te krijgen. Zou het dan eigenlijk ook nog in de sprint moeten kunnen afmaken, maar laat vast wel iemand rijden. Zul je altijd zien.
3. Bakelants. Mag ook wel een keer gaan aanvallen. Heeft vorig jaar gezien dat zoiets wel kan werken.
4. Voeckler. Iedere dag is een dag voor Titi. De woensdag dus ook. Genoeg heuveltjes om een aantal gekke bekke te trekken.
5. Vachon. Wie? Vachon, van Bretagne. Een renner die goed over de heuveltjes komt, maar deze Tour nog geen seconde in beeld is geweest. Deze etappe lijkt mij een goede mogelijkheid voor hem om dat te veranderen. Komt niet alleen goed over de heuvels, is ook nog vrij rap. Prima outsider.
kanovinniedonderdag 17 juli 2014 @ 09:20
Etappe 12: Bourg-en-Bresse - Saint-Étienne, 185 km

Etappe 11 bleek uiteindelijk toch wat pittiger dan gedacht. Een klein groepje bleef maar over, minder dan 40 man. Sagan kreeg het weer voor elkaar om niet te winnen, wat ondertussen razend knap begint te worden. Mooie overwinning voor Gallopin, die zijn aanvalslust beloond zag.

Etappe 12 wordt de tweede overgangsetappe. Weer een etappe met een aantal heuveltjes. Kittel zou ik geen vijf sterretjes geven. Voor de echte sprinters zal het waarschijnlijk weer te zwaar zijn. Voor de Sagans en Degenkolbs van deze wereld wel absoluut een nieuwe kans. Hoewel dit ook een etappe kan worden voor een kopgroep, als Sagan de handdoek in de ring gooit.

Map-12.jpg
PROFIL.png

De start is in Bourg-en-Bresse, een stad met 40.000 inwoners in de Ain. Komt voor de derde keer voor in de Tour. 12 jaar geleden was de Tour hier voor het eerst, Hushovd won in de straten van Bourg-en-Bresse zijn eerste etappe in de Tour. Vijf jaar later was Tom Boonen aan het feest. Nu, zeven jaar later, gaat er geen sprinter winnen in Bourg-en-Bresse, het is voor het eerst de plaats van vertrek. De start is voor de plaatselijke bioscoop, dus als een renner bij nader inzien niet zo'n zin heeft om te vertrekken kan hij altijd nog een filmpje pakken.

CIMG0883.JPG

Vanuit Bourg-en-Bresse zou je gelijk naar het oosten kunnen fietsen, de Alpen in, maar de Tour zou de Tour niet zijn als ze op zo'n moment niet naar het westen zouden gaan. De eerste kilometers zijn volledig vlak, pas na 40 kilometer, als we de Rhône binnenrijden gaan we de heuvels in. Na 40 kilometer is het ook altijd voor de tussensprint, in Romanèche-Thorins. Een klein dorpje, omgeven door wijnvelden.

17728912.jpg

Na 58 kilometer is het tijd voor het eerste klimmetje van de dag, Col de Brouilly. 1,7 kilometer aan 5% gemiddeld. Daar zal verder niemand wakker van liggen. Tussen de heuveltjes en de Franse gehuchten door gaan de renners dan op weg naar de tweede beklimming van de dag, na 83 kilometer. Côte du Saule d'Oingt. Bijna 4 kilometer aan bijna vier procent. Ook hier zal waarschijnlijk niemand in de problemen komen, dus hebben de renners waarschijnlijk tijd genoeg om ook even op de omgeving te letten.

P1040048.jpg

Na deze côte is er een redelijk lange afdaling en daarna een stukje vlak. Vervolgens weer een omhooglopend stuk, dat verder niet bij naam genoemd wordt. Dan zal het wel niet veel voorstellen. Na 120 kilometer komen de renners uit in Vaugneray. Dan is het zo ongeveer tijd voor het interessante gedeelte van de koers. Niet ver na Vaugneray beginnen de renners aan de langste beklimming van de dag.

VAUGNERAY.jpg

Col des Brosses, 15 kilometer. Dat is behoorlijk lang, maar als je vervolgens het gemiddelde percentage ziet valt het allemaal wel weer mee. 3,3%. Toch is dit gemiddelde redelijk misleidend. Dit is een ontzettend onregelmatige klim, met een aantal stukjes afdaling. De stukjes omhoog zijn toch wat lastiger dan 3%, er zijn gedeeltes aan 6% bij. Af en toe zelfs een beetje meer. Ontzettend bochtige klim ook. Niet meteen haarspeldbochten, maar wel bochten.

2624370490_9d99e9e59a_o.jpg

Boven op de Col des Brosses zijn er 138 kilometer gedaan. Het is dan nog minder dan 50 kilometer tot de streep. Na deze col is er een korte afdaling, een klein stukje omhoog en dan een langere afdaling. Na deze afdaling is het gelijk weer omhoog voor de volgende en laatste beklimming van de dag, Côte de Grammond. Bijna 10 kilometer lang maar nog geen 3% gemiddeld. Eigenlijk veredeld vals plat. Toch gaan enkele renners het hier vrij lastig krijgen als er hard wordt gekoerst. Hoewel de slechtste klimmers al zullen zijn afgehaakt op de vorige beklimming. Na de Côte de Grammond is het nog maar 20 kilometer tot Saint-Étienne. Een afdaling van meer dan 10 kilometer en daarna nog 10 bijna vlakke kilometers.

saint-etienne-01.jpg

Saint-Étienne is een stad met 180.000 inwoners die al ontzettend vaak is voorgekomen in de Tour. Meer dan 20 keer. Nu is het weer eens een plaats van aankomst. Het laatste gedeelte is vrij bochtig. De finish is in ruraal Saint-Étienne. Een redelijk brede weg, het laatste stuk is ook vrij breed. Niets aan de hand als het een pelotonsprint wordt.

Saint-etienne_cathedrale.JPG

Het wordt warm. Boven de dertig graden. Geen regen, wel een beetje wind. Prima weer om niets te doen, misschien een beetje te warm om te gaan fietsen. Hoe dan ook beter dan regen en 20 graden, lijkt me.

Waarschijnlijk voor de sprinters die goed over de heuveltjes komen. Of misschien voor wat vluchters, dat kan ook. Het kan deze Tour alle kanten op. Normaal was etappe 11 voor de vluchters, maar dat pakte anders uit. Misschien is dan juist etappe 12 voor de vluchters, terwijl die op papier voor de sprinters met klimmersbenen is. Ik denk toch dat het voor de sterke sprinters gaat worden.
1. Sagan. Eindelijk een etappe voor hem. Het moet eindelijk een keer lukken.
2. Degenkolb. Was sterk tijdens etappe 11, maar net niet sterk genoeg. Gaat tijdens etappe 12 ook net niet sterk genoeg zijn.
3. Van Avermaet. De eeuwige tweede of derde. Een overwinning zit er voor hem niet in.
4. Trentin. Snelle jongen, maar een sprint tegen de echte snelle gasten overleeft hij niet.
5. Rojas. De eeuwige vijfde.
kanovinnievrijdag 18 juli 2014 @ 07:13
Etappe 13: Saint-Étienne - Chamrousse, 197 km

Het begint ondertussen wel een beetje sneu te worden voor Sagan. De achtste keer deze ronde dat hij in de top 5 endigt, maar nog geen enkele keer gewonnen. Zijn vierde tweede plaats. Uiteindelijk was aan de nieuwe geblokte Noor, de opvolger van Hushovd, niets te doen. 65 per uur, of je een emmer leeggooit.

Om Sagan te troosten krijgen we nu twee etappes in de bergen. Hoeft hij zich een keer niet te laten zien, maar kan hij rustig in het busje gaan zitten. Etappe 15 is weer de volgende kans voor hem en de andere sprinters. Nu dus maar eens de Alpen in. Hoewel dat pas aan het eind van de etappe daadwerkelijk gebeurt, eerst nog even het stuk tussen Saint-Étienne en de Alpen overbruggen. Een etappe van bijna 200 kilometer, waarvan de laatste 70 kilometer in de Alpen en de overige 130 kilometer door een relatief vlak deel van Frankrijk.

Tour-de-France-Stage-13-1400753983.png
PROFIL.png

Saint-Étienne heeft het prima voor elkaar. Aankomstplaats en de volgende dag vertrekplaats. De eerste kilometers zijn in dalende lijn, maar na een kilometer of 10 moet er alweer geklommen worden. Een beklimming van de derde categorie, Col de la Croix de Montvieux. Bijna 8 kilometer aan 4%. Niet heel spannend, maar dat maakt verder ook niet veel uit, want in het begin van de etappe en met een kilometertje of 100 vlak voor de boeg zal hier ongetwijfeld niet veel gaan gebeuren. De col zal een muis baren.

alain_bellon_pilat_montivert_1_.jpg

Zoals gezegd, nu krijgen we 100 praktisch vlakke kilometers. We hebben de heuvels rond Saint-Étienne achter ons gelaten en gaan nu naar het oosten, richting de Alpen. Nog wel enkele hoogteverschillen, maar een naam mag het niet hebben. De tv hoef je hier niet echt voor aan te zetten, is mijn verwachting. Gewoon een beetje rustig koersen op weg naar de bergjes. Kopgroepje niet te ver weg laten rijden, beetje controleren. Genieten van de natuur, beetje kletsen. Niet echt heel interessant voor de kijker. Paar dorpjes passeren, La Côte-Saint-André is nog wel aardig. Is een château van Louis XI te vinden.

70299431.jpg

Voor de koers echt gaat beginnen moeten we wachten tot kilometer 134. In Saint-Égrève beginnen de renners aan een beklimming van de eerste categorie, Col de Palaquit. Dit is een tamelijk lange, onregelmatige klim. 14,1 kilometer, 6,1% gemiddeld. Zes procent, dat klinkt niet heel verschrikkelijk, maar de klim is dus onregelmatig. De klim begint zwaar, met een kilometer aan zeven procent, daarna twee kilometer boven de tien procent. Wat je daarna alleen krijgt is een stukje afdaling, van bijna twee kilometer. Vervolgens loopt het wat makkelijker omhoog, tot kilometer 8, waar het zwaarste stuk van de klim begint. Vier kilometer na elkaar, waar de percentages niet onder de acht procent komen. Zelfs een kilometer van bijna twaalf procent. De laatste twee kilometer van de beklimming zijn dan weer wat makkelijker, met zeven en vijf procent.

PROFILCOLSCOTES_1.png

Toch zal deze klim vooral dienen om vast wat ballast overboord te gooien. Hier gaan we waarschijnlijk weinig aanvallen zien. Dat heeft een logische reden, de laatste beklimming is nog veel zwaarder. Hier gaan we de treintjes aan het werk zien en alle niet-klimmers zullen gelost worden, maar verder verwacht ik er niet al te veel van. Dit ding is enorm vervelend, maar de laatste beklimming is nog een stuk lastiger.

ob_479181_col-de-palaquit-25-05-2014-2.jpg

Boven op de Palaquit zijn er 152 kilometers afgelegd. De afdaling is er een van 13 kilometer. Beneden rijden de renners Grenoble binnen en gaan ze op weg naar de tussensprint. Deze is in Saint-Martin-d'Hères. Een stad in het departement Isère met 35.000 inwoners. Ontzettend lelijk, maar wel een goed uitzicht op de bergen.

2721_1359561277_saint_martin_dheres.jpg

Dan is het tijd voor de eerste klim van de buitencategorie, deze Tour. De Chamrousse. Een ontzettend lange klim, 18 kilometer. 7,1% gemiddeld. Deze klim is regelmatiger dan de vorige. Echt verschrikkelijk steile stukken zitten er niet tussen, twee kilometers aan 11%, maar verder blijft het netjes onder de 10%. De eerste kilometers van deze klim zijn eigenlijk het zwaarste. Het begint met twee kilometer aan meer dan acht procent, dan een kilometertje aan elf procent, om een paar kilometer verder de tweede kilometer aan elf procent te hebben. Na zeven kilometer heb je dan het zwaarste gehad. De elf kilometer daarna is 8,7% het zwaarste wat je nog gaat tegenkomen. Ook enkele makkelijke stukken, aan 5%.

PROFILCOLSCOTES_2.png

Al met al een hele zware klim. Normaal gesproken is het zo dat een klim met het zwaarste gedeelte aan het eind ervoor zorgt dat alle renners wachten tot dat laatste gedeelte. Nu is het zwaarste gedeelte aan het begin van de klim, dus zou het kunnen dat renners dan al gaan aanvallen. Alleen loop je met de angsthazen van tegenwoordig het risico dat ze zo ver van de streep niet aan durven te vallen. Dan zorgen de zware kilometers dus alleen voor pijn in de benen, maar niet voor gaten. Tegen de tijd dat ze dan wel aan durven te vallen zijn de percentages misschien niet hoog genoeg om voor enorme verschillen te zorgen. Het kan zomaar zijn dat de hele klim in tempo wordt gereden en dat we pas op het laatste enkele aanvallen krijgen. Ik ben een beetje sceptisch. Toch zouden deze twee klimmen achter elkaar zeker voor verschillen moeten zorgen. Het is zeker niet makkelijk.

tcetew-707.jpg

Chamrousse is een skigebied, waar de Tour voor de tweede keer is. De eerste keer was in 2001, toen er een MTT was, een klimtijdrit. De winnaar van deze tijdrit wordt niet genoemd op de site van de Tour. Dat heeft een reden, die winnaar is ook eigenlijk helemaal de winnaar niet meer. Lance Armstrong. Hij won tijdrit, 32 kilometer lang, met een minuut voorsprong op Ullrich. De nummer drie, Beloki, werd op anderhalve minuut gereden en de nummer vier, Robert Laiseka, werd zelfs op twee minuten gezet. Vino werd twaalfde op bijna vier minuten. Hij kan Nibali dus uitleggen hoe het in ieder geval niet moet. Natuurlijk is een klimtijdrit anders, zeker in die tijd, maar de verschillen zijn wel dusdanig groot dat we morgen wel wat kunnen verwachten. Misschien niet verschrikkelijk veel aanvallen, maar wel gewoon renners die er zwaar doorheen zakken.

tour_2001_chamrousse.9.2.jpg

Het wordt echt gruwelijk warm. Na al dat kutweer krijgen we nu zon, maar dan ook meteen heel veel zon. 35 graden, midden op de dag. Dat is een hele omslag, na zoveel regen en andere ongein. Veel drinken, anders gaat het mis, maar dat zullen de renners vast wel weten. Wind krijgen we niet echt. Dat had het vlakke tussenstuk eventueel nog interessant kunnen maken, maar is dus vrij onwaarschijnlijk. Nee, warm, verder niets.

Aangezien etappe 14 de koninginnerit is, krijgen we morgen misschien een kopgroepje dat de kans gaat krijgen. De favorieten sparen zich voor de zwaarste rit, is vaker voorgekomen. Toch denk ik dat er wel enkele ploegen zullen zijn die willen werken. Dan gaan we alsnog een strijd tussen de favorieten krijgen. Nibali is dan ongenaakbaar, maar verder is het afwachten wat er gaat gebeuren op de echte lange Alpencols.
1. Nibali. Ja, ongenaakbaar dus. Heeft natuurlijk geluk dat Froome en Contador uitgevallen zijn, maar is wel een stuk beter dan alle andere renners in koers, zodra het bergop gaat.
2. Pinot. Valt alleszins mee. Heeft helemaal niet zo'n indrukwekkend jaar achter de rug, maar is nu wel ineens heel erg goed. Bleef nog redelijk dicht in de buurt van Nibali op La Planche des Belles Filles.
3. Porte. Nog net niet zo goed als Froome, maar komt toch aardig in de buurt. Kan uiteindelijk best op het podium eindigen, want echt zwakke kanten heeft hij niet.
4. Valverde. Nu nog even vierde, het is wachten op de Pyreneeën. Movistar kennende gaat Piti ineens vlammen in de derde week. Heel normaal, eerst twee weken redelijk en dan een week top. Logisch.
5. König. Leopold König van de NetApp-ploeg. Beetje pech gehad met blessures en valpartijen dit jaar en ook in deze Tour, maar gaat er nu eindelijk doorkomen. Met een beetje geluk kan hij zelfs winnen, zoals in de Vuelta vorig jaar. Prima klimmertje, niets mis mee.
Lavenderrzondag 20 juli 2014 @ 12:36
Etappe 15: Tallard - Nîmes, 222 km

Enorm goed rijden in de Giro, je richten op de Vuelta en dan ineens tegen je zin in moeten invallen in de Tour omdat Roman Kreuziger een paar jaar te laat aan de kant wordt gezet. Majka zag het niet zo zitten, liet hij in enkele interviews ook duidelijk merken. Werd natuurlijk meteen opgebeld door enkele mensen van zijn ploeg en een dag later was hij ontzettend enthousiast. Zo gaat dat. Uiteindelijk blijkt dan dat het nog niet eens zo'n slecht idee was. Het kan raar lopen. Leuk voor hem, in ieder geval. Achter hem werden de verhoudingen eens te meer duidelijk. Vinokourov zag dat het goed was.

Slechts twee dagen in de Alpen, dit jaar. Enorm weinig, maar dat komt dan weer omdat men in de Vogezen is geweest. Als je het mij vraagt is de verhouding nog steeds een beetje zoek. Nog een dagje Alpen erbij had prima gekund. Hoe dan ook, op weg naar het zuiden van Frankrijk, vast een beetje afstand richting de Pyreneeën overbruggen. Een lange, vlakke rit.

Tour-de-France-Stage-15-1400754189.png
PROFIL.png

Tallard, de plaats van vertrek. Eigenlijk gewoon een klein dorpje. Wel een dorpje met een kasteel, dat is altijd goed. Het koninkrijk van de luchtsporten, volgens de site van de Tour. Aerodrome in de buurt en parachutisten mogen graag landen in de omgeving van Tallard, of zelfs op het kasteel aldaar. Ondanks dat het zo'n kleine plaats is geen debutant in de Tour. In 2007 vertrok de Tour hier ook al eens. Toen ging de rit richting Marseille. Deze rit werd gewonnen door de oude vos Cedric Vasseur, in zijn laatste Tour.

Tallard-FranceA-1024x687.jpg

De etappe start nog wel in de Alpen en als je in Tallard bent zit je een paar kilometer onder Gap, dus zonder al te veel moeite te hoeven doen kun je zo aan enkele klimmen beginnen, maar daar kiest men dus niet voor. Lekker door de vallei richting Sisteron. Ook bepaald geen onbekende plaats in de Tour. Daar passeren we natuurlijk La Baume, de merkwaardige rotspartij die het gezicht van dit stadje toch wel in ernstige mate bepaald.

Sisteron__southern_France_by_kopfgeist79.jpg

Na Sisteron loopt het een beetje omhoog, maar echt veel problemen zal dit de renners niet opleveren. Nee, men wil zo snel mogelijk de Alpen uit en iedere fatsoenlijke heuvel wordt vakkundig ontweken. Alleen in Saint-Étienne-les-Orgues, na 71 kilometer, als we al uit de Alpen zijn gaan we nog een keer een uitlopertje opzoeken, richting Banon. Hoewel dit ook niet al te veel voor zal stellen, hoogteverschil is ook niet echt indrukwekkend, nog geen 200 meter. Banon is een schattig dorpje, met enorme lavendelvelden in de omgeving.

Provence-Lavender-fields-around-the-village-of-Banon-e1335231742569.jpg

Na Banon krijgen we dan nog een paar pukkeltjes, maar weinig om nog echt warm van te worden. Na 100 kilometer is het tijd om definitief af te dalen. Lekker fietsen door de Provence, pittoreske dorpjes aandoen. Het leven is goed na twee zware dagen in de Alpen.

le_village_de_saint_saturnin_les_apt_s_accroche_a_un_eperon_rocheux_jusqu_au_vieux_chateau_album_full.jpg

Na een kilometertje of 150 zijn we dan definitief beneden. Nog 70 kilometer over het vlakke Franse land, in de buurt van de kust. Na 175 kilometer is het tijd voor de tussensprint, laat in de etappe dus. De tussensprint is in La Galine, net voor Saint-Rémy-de-Provence. La Galine is niet zo interessant, Saint-Rémy-de-Provence daarentegen wel. Dat is de geboorteplaats van Nostradamus! Dat willen ze hier natuurlijk wel weten, daarom vind je genoeg verwijzingen naar Nostradamus in dit stadje. Bovendien vind je net buiten Saint-Rémy-de-Provence de overblijfselen van Glanum, een dorp gesticht door de Galliërs, maar vooral beïnvloed door de Grieken en Romeinen. Zo'n beetje de belangrijkste opgraving die ze in Frankrijk hebben gedaan. Het grootste gedeelte is uiteraard verwoest, maar een aantal gebouwen zijn nog in redelijke staat. De renners fietsen dwars door Saint-Rémy, maar er zal vast een helikoptertje richting Glanum worden gestuurd.

Glanum-ruins-big.jpg

Van Saint-Rémy-de-Provence is het een bijna rechtdoor richting Nîmes. Na 190 kilometer komen de renners aan in Tarascon, waar ze de Rhône moeten oversteken om in Beaucaire uit te komen. Beide steden hebben een kasteel, dus iedere kastelenliefhebber komt aan zijn trekken. Na de rivier overgestoken te zijn is het nog een slordige 30 kilometer tot de streep. Die streep ligt in Nîmes, een stad met 145.00 inwoners, waar de Tour al 16 keer eerder aankwam. Voor het laatst in 2008, toen Mark Cavendish won. Nîmes is een stad met enkele overblijfselen uit de tijd dat de Romeinen hier nog waren. Onder andere het Maison Carrée, een Romeinse tempel die nog in bijzonder goede staat is.

nimes-maison-carre-merle-ja-joonas.jpg

De finish is op de Boulevard de la Libération, net voorbij het amfitheater van Nîmes. De arena van Nîmes, gebasserd op het Colosseum. Ook erg goed bewaard gebleven. De renners zullen niet veel tijd hebben om te genieten van dit prachtige gebouw, want er zal hard gereden worden in de straten van Nîmes. Enkele rotondes en bochten maken de finale nog wat ingewikkelder, maar de laatste rechte lijn is tamelijk lang.

vueduciel_0.jpg?itok=9DMPpzIO

Het weer wordt morgen vrij interessant. We zitten natuurlijk in het gebied waar de Mistral lekker heerst, zal Maarten Ducrot je ook tien keer vertellen als je niet naar Sporza of Eurosport zapt. Tegen het eind van de middag kan het in de omgeving van Nîmes heel hard gaan waaien. Bovendien wordt er regen en onweer voorspeld. Heel wat ander weer dan de voorgaande dagen. Nog steeds warm, 25 graden. In ieder geval, kans op wind. Ik wil jullie niet te enthousiast maken, want die weersvoorspellingen zijn meestal aan de onbetrouwbare kant. Het definitieve oordeel krijgen we natuurlijk in de loop van de middag als Thijs Zonneveld op z'n fiets met zijwieltjes het laatste gedeelte van het parcours heeft gereden. Mocht het allemaal meevallen met die wind zal er wel vrij lafjes gekoerst worden. Dan heeft de helikopter nog wel even de tijd om richting Pont du Gard te vliegen. Als je toch in Nîmes zit moet je het even genoemd hebben. Ligt wel een eind van de route af, maar is wel onlosmakelijk verbonden aan Nîmes. Een prachtig aquaduct.

Pont_du_Gard_Oct_2007.jpg

Misschien een kans op waaiers. In ieder geval regen. Hoe dan ook zal het wel een sprint worden. Al die sprintersploegen hebben niet voor niets hun best gedaan om hun sprinters over de bergen te loodsen. Zal wel gewoon een etappe voor de sprinters worden.
1. Kittel. Kwam tijdens etappe 14 in ieder geval nog vrij soepel over de bergen. Tenminste, we zagen hem niet zo opzichtig lossen als Greipel. Is wel een mannetje kwijt, maar beschikt nog altijd over Ji Cheng. Weer een ritje erbij, kan jou het schelen.
2. Kristoff. Zodra Kittel wel van de partij is moet hij het toch afleggen. Zo werkt dat op dit moment.
3. Sagan. Weer een mooie plaats in de top 5 erbij, maar weer geen overwinning. Beetje zielig wel.
4. Greipel. Ja, het gaat regenen. Dan komt Greipel dus niet in de buurt van de overwinning. Lijkt ook niet helemaal fris te zijn, moest er toch een aantal keer zowat als eerste af. Normaal kan hij nog wel wat makkelijker overleven, lijkt het.
5. Coquard. Kleine Coquard komt ook vaak aardig in de buurt, maar veel meer dan plaats 4 is het uiteindelijk toch niet echt geworden. Dat komt nog wel, over enkele jaren.
Lavenderrdinsdag 22 juli 2014 @ 10:41
Etappe 16: Carcassonne - Bagnères-de-Luchon, 237 km

De dag na de rustdag de langste etappe van deze Tour. Daar zullen de renners vast ontzettend blij mee zijn. De eerste van drie etappes in de Pyreneeën. Eigenlijk de enige etappe deze Tour met de finish direct na een afdaling. Iets wat vaak lijkt te worden vergeten in alle grote rondes. Een etappe met enkele flinke beklimmingen met uiteindelijk een finish na een afdaling kan net zo goed voor spektakel zorgen. Soms kan het zelfs meer spektakel bieden dan een normale finish bergop. In ieder geval nog één zo'n etappe deze Tour, dat is al beter dan geen enkele. Pinot roept nu al om z'n moeder.

Tour-de-France-Stage-16-1400754275.png
PROFIL.png

De start is in Carcassone, een stad met 49.000 inwoners in het departement Aude. De stad is vooral bekend vanwege de volledig gerestaureerde citadel. Alleen al daarom een enorme toeristische trekpleister. Miljoenen bezoekers per jaar. Ook voor de Tour een populaire plaats om aan te doen, dit wordt de zestiende keer. In 2006 was de Tour voor het laatst in Carcassonne. Yaroslav Popovych won toen de etappe. In die tijd nog een groot talent en veelbelovend ronderenner. Is later ook niet echt veel meer van terechtgekomen. Fietst tegenwoordig nog steeds, maar anoniemer dan ooit.

Carcassonne_France2.jpg

Het départ réel is naast het vliegveld van Carcassonne. Al vroeg in de etappe moeten de renners een colletje op, Côte de Fanjeaux. 2,4 kilometer aan 5%. Geen enkel probleem. We fietsen nu al door een glooiend terrein, dus af en toe kom je een heuveltje tegen. De meeste echte heuveltjes worden overigens wel weer redelijk goed ontweken, dus het duurt even voor de volgende beklimming van de vierde categorie komt. Na 71 kilometer pas. Côte de Pamiers. 2,5 kilometer aan 5,4%. Dit heuveltje begint nadat de renners door Pamiers gereden zijn, een stad met 16.000 inwoners en een verleden in de Tour.

Pamiers_vu_des_coteaux.jpg

Het leuke is, vanaf Pamiers volgen we bijna exact de route van de vijftiende etappe in de Tour van 2010. Je moet het jezelf als parcoursbouwer natuurlijk niet te moeilijk maken. Deze etappe werd gewonnen door ieders favoriet Voeckler. Blijkbaar was er toen weinig boegeroep, stoppen deed hij niet. Er is nog wel een klein verschilletje, de Côte de Pamiers zat niet in die etappe. Daar werd omheen gereden. Na 85 kilometer, in Pailhès, komen we zo ongeveer op de route van 2010 terecht. Eigenlijk nog een stukje verder, bij Sabarat.

etp15.jpg

De weg loopt langzaam omhoog richting het gehuchtje Clermont, niet te verwarren met het grotere Clermont. Voor de renners in Clermont aankomen passeren ze eerst nog de tunnel nabij Les Mas-d'Azil. Hier reden de renners vier jaar geleden ook door. Werden toen lastiggevallen door mensen verkleed als leden van een stam die hier 18.000 jaar geleden zou moeten hebben geleefd. La Tribu de Magda.

15i.jpg

Na Clermont is er een stukje afdaling, op weg naar de tussensprint van de dag in Saint-Girons. Een dorp met 6000 inwoners. Komt ook wel vaker voor in de Tour de France, want het ligt aan de voet van de Col de Portet-d'Aspet. Een klim die iedereen wel kent.

761896.jpg

De Col de Portet-d'Aspet is een beklimming van de tweede categorie. 5,4 kilometer aan 6,9%. De eerste kilometers zijn redelijk makkelijk, maar vooral richting de top is het een ontzettend steile beklimming. De laatste twee kilometer van deze beklimming komt het eigenlijk niet onder de 9%. Een ontzettend populaire klim, komt ontzettend vaak voor in de Tour, vooral de laatste jaren. Zes keer in de afgelopen tien jaar, bijvoorbeeld. De beklimming is redelijk lastig, maar verder niet memorabel. Dit in tegenstelling tot de afdaling. 5 kilometer aan 9,2%, met stukken boven de 10%, zelfs een stuk aan 17%. Bovendien enorm bochtig, door een bos. Dit leverde vooral in 1995 enorm veel problemen op. Enkele renners kwamen toen ten val en braken ledematen, maar eentje was er helemaal slecht aan toe. Fabio Casartelli kwam met zijn hoofd tegen een betonblok aan en bezweek enkele uren later in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. De olympisch kampioen van 1992 overleed op 24-jarige leeftijd. Nu, bijna 20 jaar later, staat iedere beklimming en afdaling van de Col de Portet-d'Aspet nog steeds in het teken van Casartelli.

3319248.jpg

Als de afdaling gedaan is, volgt er een klein pukkeltje, Col de Buret, voor de renners beginnen aan de Col des Ares, een beklimming van de derde categorie. Deze is zes kilometer aan 5,2%. Niet echt een hele lastige klim, je zou het een loper kunnen noemen. De percentages komen niet echt boven de vijf procent, dus hier hoeven we in ieder geval niet op spektakel te rekenen. Een klim die ook vaak voorkomt in de Tour, voor het laatst nog in 2012. Die bewuste etappe in 2012 bracht ons van Bagnères-de-Luchon naar Peyragudes. Valverde won toen. Zo ongeveer de eerste en enige keer dat hij een keer van ver durfde aan te vallen. Op de Col des Ares was Voeckler toen als eerste boven. Geen verrassing, dat jaar won hij de bolletjestrui.

6489_Col-des-Ares.JPG

De afdaling is te vergelijken met de klim, niet echt heel erg moeilijk dus. Na de afdaling volgt er nog een kort stukje vals plat voor er begonnen wordt aan de lastigste klim van de dag, de Port de Balès. Een beklimming van de buitencategorie, met recht. 11 kilometer aan 7,7% gemiddeld. Eigenlijk is de klim nog langer, bijna 20 kilometer aan 6% gemiddeld, maar om het indrukwekkender te laten lijken telt de organisatie de eerste kilometers van de Balès niet mee. In Mauléon-Barousse begint de klim eigenlijk al. Een lastige eerste kilometer aan zeven procent, maar de kilometers daarna zijn een stuk makkelijker. Paar stukjes aan 4%, maar ook vals plat. Na 8,5 kilometer klimmen begint het echte werk pas.

PROFILCOLSCOTES_1.png

Begint meteen lastig, met een paar kilometer aan zeven en acht procent. Gelukkig ook nog even een makkelijkere kilometer aan vijf procent, maar daarna juist weer een kilometer aan tien procent, met stukken tot 13%. Daarna de makkelijkste kilometer, 4%, maar dan is het gedaan met de pret. De laatste kilometers zijn vrij regelmatig. Regelmatig steil. Tussen kilometer acht en negen van de klim zit het zwaarste gedeelte, 10,2%. Daarna vlakt het wat af, naar acht procent, om af te sluiten met een kilometer aan 6,4%. De Port de Balès is een beklimming die betrekkelijk laat is ontdekt. Pas in 2007 kwam deze klim voor het eerst in de Tour voor. Kim Kirchen was toen als eerste boven. In 2010 kwam de beklimming dus ook voor en het verhaal van die etappe kennen we allemaal nog wel. Andy Schleck wil aanvallen, maar krijgt problemen met de ketting. Contador ziet het en profiteert. Niet helemaal netjes, maar achteraf is Contador daar wel in zekere zin voor gestraft, zou je kunnen zeggen. In de Tour van 2012 kwam deze klim ook nog voor, in de etappe naar Peyragudes. Dit wordt de vierde keer de Balès in de Ronde van Franrijk dus.

Voeckler_on_Bales1.jpg

De afdaling richting Bagnères-de-Luchon is ontzettend lang, maar niet echt moeilijk. Een afdaling van bijna 20 kilometer, praktisch tot de streep. De eerste kilometers van de afdaling zijn nog wel een beetje steil, maar na enkele kilometers is het bijna vals plat. Ook redelijk weinig bochten. In het dorpje Bencue, als de afdaling al bijna gedaan is, wordt het nog even steil met een stuk boven de 10%, maar een kilometer daarna is het al gedaan. De laatste kilometers richting de finish is de afdaling nog maar aan een procentje of vijf, om aan het eind natuurlijk helemaal af te vlakken. Dan komen de renners na 237 kilometer aan in Bagnères-de-Luchon.

tour.jpg

Een klein dorpje, met maar 3000 inwoners, op een paar kilometer van de grens met Spanje. Uiteindelijk bekend geworden vanwege de warmwaterbronnen in de buurt. In de tijd van de Romeinen stonden hier maar liefst drie badhuizen. Daarna een beetje in verval geraakt, zoals zoveel dingen na het vertrek van de Romeinen. Uiteindelijk toch weer herontdekt. Daarna een van de belangrijkste kuuroorden van de Pyreneeën geworden. Kuuroorden zijn altijd populaire plaatsen in iedere grote ronde. De Tour de France is hier al meer dan 50 keer geweest. Maar drie plaatsen werden vaker aangedaan. Parijs uiteraard, daarnaast Bordeaux en Pau. Wij Nederlanders hebben niet zo'n goede band met dit dorp. Geen enkele Nederlander heeft hier ooit weten te winnen. Iemand die wel een goede band heeft met Luchon is Thomas Voeckler. Twee keer wist hij hier te winnen. In 2010, dat is al aan bod gekomen. Toen won hij de etappe die praktisch gelijk is aan die van nu, alleen was die etappe een kilometer of 50 korter. Voor alle haters een foto van een juichende Voeckler in de straten van Bagnères-de-Luchon. Prudhomme zag dat het goed was.

2010_tour_de_france_stage15_thomas_voeckler_bbox_bouygues_wins1.jpg

Ook in 2012 won Voeckler in dit kuuroord. Hij rondde toen wederom een vroege vlucht succesvol af. De etappe in 2012 was nog wat pittiger dan die van 2010, met onder andere de beklimming van de Aubisque, Tourmalet, Aspin en Peyresourde. Thomas had er lak aan en ging er uiteindelijk weer solo vandoor, op weg naar zijn tweede overwinning in dit dorp en zijn vierde overwinning in de Tour.

voeckler1.jpg

Over het weer kunnen we kort zijn. Weinig wind, droog, redelijke temperaturen. Zo rond de 20 graden in de Pyreneeën. Buiten de Pyreneeën wel een paar graden warmer, maar zo warm als vorige week is het bepaald niet.

Voorspelling is makkelijk. In Bagnères-de-Luchon wint de laatste jaren bijna altijd een vluchter. We hebben net geleerd dat Thomas Voeckler de laatste twee aankomsten hier heeft gewonnen, dus lijkt het mij logisch dat hij voor zijn hattrick gaat. Hele Tour al matig, maar dat is natuurlijk met het oog op deze etappe. Gaat gewoon gebeuren.
1. Voeckler. Tong op de grond, bewegen alsof je een toeval krijgt. We krijgen het allemaal weer te zien. Na 237 kilometer gaan de armpjes in de lucht. JUICHEN.
2. Spilak. Het is een dag voor Spilak. Kan ontzettend slecht tegen het warme weer, dus zou de bescheiden 20 graden voor hem goed moeten uitkomen. Heeft verder ook nog helemaal niets laten zien. Is het wel aan zijn stand verplicht om ook eens een keer te presteren in een grote ronde.
3. Lollerkowski. Is natuurlijk helemaal opgebrand, maar daar hebben ze bij OPQS lak aan. Sturen 'm gewoon in de aanval. Kan je verwachten.
4. Dumoulin. Wel een etappe voor hem. Lastige klim op het laatst, net wat te lastig denk ik, maar kan dan misschien nog terugkomen in de afdaling. Mag in ieder geval wel een poging wagen als je het mij vraagt.
5. Chavanel. Doet IAM eigenlijk wel mee deze ronde? Op papier de beste ploeg van de wildcards, maar hebben bijzonder weinig laten zien. Ja, een tweede plaats in een sprint van Haussler. Fantastisch. Chavanel maar eens in de aanval sturen en kijken hoever hij komt.
Lavenderrwoensdag 23 juli 2014 @ 09:50
Etappe 17: Saint-Gaudens - Saint-Lary Pla d'Adet, 124 km

Na de langste etappe van de Tour nu de kortste. Slechts 124 kilometer. Meestal heeft het een reden, dat een etappe zo kort is. Nu ook, de etappe kent namelijk vier zware beklimmingen. Drie van de eerste categorie en de slotklim is van de buitencategorie. Het is dus maar goed ook dat de etappe zo kort is. De etappe begint op het vlakke, buiten de Pyreneeën en doet tijdens de eerste beklimming van de dag Spanje aan.

Map-17.jpg
PROFIL.png

Plaats van vertrek is Saint-Gaudens. Een stadje dat voor de 14e keer voorkomt in de Tour de France. 12,500 inwoners. Saint-Gaudens is vooral een goede plaats om te vertrekken, omdat het aan de voet van de Pyreneeën ligt. Vanuit dit dorp kan je snel aan verschillende beklimmingen beginnen. In 2011 was de Tour voor het laatst in Saint-Gaudens. Toen ging de etappe van deze plek richting Plateau de Beille. Deze rit werd gewonnen door de alien uit Neerpelt, Jelle Vanendert. Hij was in die Tour ineens een topklimmer. Hebben we naderhand ook niet veel meer van gezien, behalve in de Ardennenklassiekers. De laatste keer dat de Tour aankwam in Saint-Gaudens was in 1999, de Rus Konishev won toen. Andere renners die hebben gewonnen in Saint-Gaudens zijn onder andere Charly Gaul en Gino Bartali. Grote namen.

p62_d6af84c085c5561bd0529f0dc58fbd12st-goaerienne.jpg

Van Saint-Gaudens rijden we de Pyreneeën binnen, via een vallei. Als we deze weg de hele tijd zouden volgen zouden we weer bij Bagnères-de-Luchon uitkomen, maar net voor het dorpje Cierp-Gaud nemen de renners een weg naar links, die ze richting de tussensprint van de dag brengt, bij het gehuchtje Saint-Béat. De rivier La Garonne loopt door dit gehuchtje en dat weten de inwoners maar al te goed. Wil nog wel eens uit de oevers treden. Het is maar goed dat het nu een beetje fatsoenlijk weer is, anders hadden de renners niet door dit dorp kunnen fietsen. Vorig jaar rond deze tijd was het raak. Straten stonden blank, een heel deel was weggezakt, overal troep. François Hollande kwam zelfs nog langs om de schade op te meten.

201306202243-full.jpg

Na de tussensprint is het nog maar enkele kilometers fietsen tot de Spaanse grens. De weg richting Spanje loopt al lichtjes omhoog. Na een kilometer of 40 passeren we de grens. Een paar kilometer later komen we uit in Bossòst. Een klein dorpje in de provincie Lleida, regio Catalonië. Vlak na dit dorp beginnen we aan de Spaanse kant van de Col du Portillon.

PROFILCOLSCOTES_1.png

Een beklimming van 8,3 kilometer, 7,1% gemiddeld. Best een pittig dingetje. Behoorlijk regelmatig, het grootste gedeelte van de klim zit je toch tussen de zeven en acht procent. Zeker geen slechte klim om mee te beginnen. De klim is redelijk vaak voorgekomen in de Tour de France, toch al een keer of 18. Voor het laatst in 2006, toen was David de la Fuente hier als eerste boven. In dienst van het beruchte Saunier Duval gaf hij toen flink gas in de bergen. Beetje van David, beetje van Ibarguren. In die Tour won De la Fuente het strijdlustklassement en droeg hij enkele dagen de bollen. Fietst tegenwoordig nog steeds. Vormt samen met een andere held, Juanjo Cobo, een illuster duo bij Torku Seker Spor.

50565436.jpg

De afdaling van deze col brengt ons naar Bagnères-de-Luchon, waar we in de vorige etappe eindigden. Niet ver hierbuiten beginnen we al bijna meteen aan de volgende klim van de dag. Eentje met een goed klinkende naam, Col de Peyresourde. Een klim die onderhand ieder jaar wel voorkomt in de Tour. In tien jaar tijd zeven keer. Wel altijd als tussendoortje. Vorig jaar werd de Peyresourde nog beklommen in de etappe naar Bagnères-de-Bigorre. Thomas De Gendt was toen als eerste boven.

PROFILCOLSCOTES_2.png

Een beklimming van 13 kilometer, aan 7% gemiddeld. De eerste kilometers zijn nog redelijk goed te doen, maar na kilometer zes wordt het ineens heel regelmatig steil. De rest van de klim komt de hellingsgraad niet meer onder de zeven. Laatste kilometer van de klim nog aan 8,5%. Best een aardige col. Als je hier aardig doortrekt zullen er al een hoop mannen sneuvelen.

bicycletouringpyrenees24.jpg

Het leuke van vandaag is dat er maar weinig kilometers in de verschillende valleien hoeven te worden afgelegd. Het is continu op en af. Nu dus ook weer, de Peyresourde af richting Loudervielle, om een paar kilometer verder te beginnen aan de derde beklimming van de dag, Col de Val Louron Azet. Een enorm bochtige beklimming, die dit jaar pas voor de vijfde keer voorkomt in de Tour. Grote namen zijn hier al als eerste bovengekomen. Marco Pantani bijvoorbeeld, in 1997. Een paar jaar later was het grote voorbeeld van Bauke Mollema, Fernando Escartin, hier de beste. Vorig jaar kwam de Col d'Azet ook voor in de Tour, toen waren de punten op de top een prooi voor Simon Clarke.

PROFILCOLSCOTES_3.png

We hebben twee klimmen van gemiddeld 7% gehad, nu krijgen we twee klimmen van gemiddeld 8%. Deze is 7,4 kilometer lang aan 8,3% gemiddeld. Het zwaarste gedeelte zit meteen in het eerste gedeelte van de klim. De eerste kilometer gaat nog, maar daarna krijg je kilometers aan 9 en 10%. Naar de top toe zwakt het wat af, om vervolgens het laatste stukje nog even flink omhoog te gaan aan 11%. Een hele lastige klim, zeker als je bedenkt dat er enorm veel bochten in zitten. Misschien wat lastig om een goed ritme te krijgen, maar van de andere kant is het met 7 kilometer ook weer niet heel erg lang. Kan wel mooie plaatjes opleveren. De klim begint voorbij het meer van Génos-Loudenvielle en het uitzicht daarop wordt met iedere bocht mooier.

DSCF3584.JPG

Boven op deze col hebben de renners meer dan 100 kilometer gefietst. Nog maar een kilometer of 22 te gaan. De slotklim is 10 kilometer lang, dus eerst moet er nog 12 kilometer afgedaald worden, richting Saint-Lary-Soulan. Vanuit dit dorp beginnen we aan de laatste klim van de dag, Pla d'Adet. Een redelijk lange, steile slotklim. 10 kilometer aan 8,3% gemiddeld. De moeilijkheid zit 'm vooral in de eerste kilometers. Kilometer 2 en 3 zijn boven de 10%. Daarna zwakt het wat af richting 9 en 8%. Kilometer zeven is wat makkelijker, aan 5% en daarna wordt het niet echt moeilijk meer. De laatste twee kilometer van de klim zijn aan 7%, wat een heel verschil is met de 10% van het begin. De laatste hectometer is zo ongeveer vlak.

PROFILCOLSCOTES_4.png

De laatste keer dat we op Pla d'Adet aankwamen was in 2005. George Hincapie won toen. Hij profiteerde nogal van het werk van Oscar Pereiro. George hoefde niet zo gek veel te doen, hij had Armstrong achter zich. Even op het laatst demarreren en de overwinning pakken. Zo ging dat toen, zo ongeveer. Voor Hincapie zijn enige etappeoverwinning in de Tour. Andere renners die hier hebben gewonnen zijn o.a. Joop Zoetemelk en Raymond Poulidor. Poulidor was ooit een hele grote renner, maar zal over enkele jaren vooral bekend zijn als de grootvader van Mathieu van der Poel.

p1392.jpg

Het wordt niet verschrikkelijk warm. Een graad of 23. Waarschijnlijk droog, maar toch een kleine kans op regen. Misschien zelfs onweer, als het erg tegenzit. De wind zal vrij afwezig zijn. Waait niet erg hard, in de Pyreneeën.

Etappe 16 was voor de vluchters. Dan is de etappe daarna waarschijnlijk weer voor de klassementsmannen. Hoef niet, kan ook weer voor de vluchters zijn. Dat ligt volledig aan het peloton, als daar een beetje flink wordt gekoerst krijgt een groepje vluchters nooit veel voorsprong. Enkele ploegen, zoals FDJ, zullen hun kans ruiken. Bardet wat minder, Van Garderne wat minder. Nodigt uit om flink gas te geven.
1. Nibali. Als het peloton gas geeft en de kopgroep geen kans geeft wint Nibali uiteindelijk. Is al vaak genoeg gebleken.
2. Pinot. Is ijzersterk bezig. Moet wel een paar keer afdalen, maar dit blijkt nog niet eens zo'n heel groot probleem te zijn. Bardet zal uiteindelijk tekort komen.
3. Peraud. Deze oude Fransman is enorm goed bezig. Leek mij meer een renner voor de top 10, maar is zo ongeveer de enige die Nibali nog kan volgen, naast Pinot. Sterk. Dan mag je wel een keer een derde plaats binnenhalen.
4. König. NetApp. Klein ploegje, maar toch een bijzonder goede kopman. Leopold. Liet in de Vuelta van 2013 al zien wat hij kon, maar hij bevestigd dat deze Tour enorm. Goede renner.
5. Valverde. De derde week is de Movistar-week. Zal uiteindelijk toch net wat te kort komen om te winnen. Hij is immers geen Quintana. Slechts een Valverde.
Lavenderrdonderdag 24 juli 2014 @ 00:00
Etappe 18: Pau - Hautacam, 145 km

De derde etappe in de Pyreneeën. Misschien wel de zwaarste dag, want tijdens deze etappe moeten twee Pyreneeënreuzen van de buitencategorie bedwongen worden. Cols met klinkende namen en historie in het wielrennen. Voor de klimmers de laatste kans om nog tijd te pakken, want na deze etappe is het gedaan met het klimmen. Renners die bang zijn voor de tijdrit van zaterdag kunnen hier misschien nog iets proberen.

Tour-de-France-Stage-18-1400754433.png
PROFIL.png

Voor de 66e keer maakt Pau deel uit van de ronde van Frankrijk. De stad met 81.000 inwoners, net buiten de bergen, maakt dus bijna ieder jaar deel uit van de Tour. Vorig jaar ontbrak Pau, maar in 2012 was het zowel een aankomstplaats als een vertrekplaats. In de straten van Pau was Pierrick Fedrigo toen succesvol. Een dag later vertrok men van Pau richting Bagnères-de-Luchon, waar Voeckler won. Niet alleen in 2012 won Fedrigo hier, ook in 2010 was hij aan het feest. Nederlanders hebben hier ook wel eens gewonnen, Leon van Bon in 1998 bijvoorbeeld.

Pau-Environnement-1.jpg

De eerste 60 kilometer hebben we nodig om richting het hooggebergte te fietsen. Ondertussen komen de renner wel enkele beklimmingen tegen. Twee van de derde categorie. Allebei zo rond de twee kilometer aan zeven procent. Al best lastig, maar nog niets vergeleken met de beklimmingen die daarna komen. Na 61 kilometer is de tussensprint in Trébons. Een paar kilometer verder rijden de coureurs door Bagnères-de-Bigorre. Hier begint de eerste klim van de buitencategorie van vandaag, Col du Tourmalet.

32_bagneres_de_bigorre.jpg

De Tourmalet is 17 kilometer lang en 7,3% gemiddeld. De eerste vijf kilometer zijn nog makkelijk, de percentages komen daar niet boven de vijf procent. Daarna wordt het wel wat lastiger en dat blijft zo tot de top. Enkele kilometers aan 8%, enkele aan 9% en zelfs nog twee kilometer aan 10%. Niet voor niets buitencategorie. Een hele lastige en vrij lange klim.

PROFILCOLSCOTES_1.png

De Tourmalet is de col die het vaakst is beklommen in de Tour. Een keer of 80 ondertussen. Zit bijna ieder jaar in het parcours en wordt soms zelfs twee keer in dezelfde ronde beklommen. Voor de renners en voor de kijkers dus geen onbekende berg. Van de ene kant is het mooi, zo'n bijna jaarlijks terugkerend fenomeen, maar het zou ook helemaal niet erg zijn om deze beklimming een paar jaar links te laten liggen en op zoek te gaan naar verborgen pareltjes, want die zijn er in deze omgeving ook nog genoeg. In 2013 werd de Tourmalet overgeslagen, dat was voor het eerst sinds 2007. Thomas Voeckler was in 2012 hier als eerste boven. Een opvolger voor hem wordt dus gezocht.

col-du-tourmalet-3.jpg

Boven op de Tourmalet zijn er 95 kilometer gedaan. De wedstrijd is dan nog 50 kilometer lang. Na een lange beklimming volgt vaak een lange afdaling, zo ook nu. In totaal bijna 35 kilometer in dalende lijn. De afdaling van de Tourmalet zelf is bijna 20 kilometer lang en stopt in Luz-Saint-Sauver. Vanuit dit dorp gaan de renners naar rechts, om nog een stukje verder te dalen naar de vallei rond Lac des Gaves. Een paar kilometer verder, in Arbouix, begint de slotklim.

PROFILCOLSCOTES_2.png

13,6 kilometer aan 7,8% gemiddeld. Misschien nog wel wat zwaarder dan de Tourmalet. De klim begint al vrij uitdagend, met een eerste kilometer aan 6%. Daarna een kilometer aan 8%, om vervolgens daarna wat af te vlakken. Tot kilometer zeven valt het nog wel mee, maar dan begint het echt. Twee kilometer achter elkaar boven de 10%, dan een wat makkelijkere kilometer en vervolgens weer een kilometer boven de 10%. In dit stuk kan een hoop gebeuren. In deze kilometers moet je het doen, want de laatste drie kilometer zijn weer wat makkelijker. Hoewel, tussen de 6,5 en 8%, nog steeds niet heel erg makkelijk. Een goede klim om grote verschillen te maken, zeker met de Tourmalet al in de benen.

e48a599a7758131ebc86eb1ffd490fa9.jpg

Het wordt de vijfde keer dat we naar dit wintersportoord gaan. Nog niet zo heel vaak dus, toch kent iedereen Hautacam. Dat is met name te danken aan Bjarne Riis. In 1996 ging hij op de flanken van deze klim full retard. De klim is bepaald niet makkelijk, met stukken aan 12%, maar Bjarne zat zo vol met EPO dat hij gewoon op het buitenblad naar boven knalde. Hij liet iedereen staan alsof ze met de stadsfiets waren. Bjarne was een van die figuren die wel heel erg ver ging met doping. Zijn hematocriet was zo hoog dat hij 's nachts om het halve uur even een rondje moest lopen, anders bestond de kans dat zijn hart er mee zou stoppen. Zijn bloed was zo dik dat je het op een pannenkoek kon smeren. Uiteindelijk wel hilarische beelden natuurlijk. Blijft mooi.


5548395-.jpg

De laatste keer dat we naar Hautacam gingen was in 2008. Ook toen kregen we een topshow voorgeschoteld. Het was de Tour van Saunier Duval. Riccardo Ricco had al twee ritten gewonnen, maar deed dat wel alleen. Het was wel weer eens tijd voor een ouderwetse 1-2, zoals op de Monte Zoncolan, een jaar eerder. Leonardo Piepoli kwam toen samen met Gibo Simoni over de streep. Op Hautacam kreeg hij Juan José Cobo mee. Samen gingen ze ervandoor. Fränk Schleck probeerde nog wel even aan te haken maar moest Team Ibarguren uiteindelijk toch laten gaan. Ze kwamen dus met z'n tweeën aan en gooiden allebei de handjes in de lucht. Leuk detail: Piepoli kwam als eerste over de streep, maar werd uiteindelijk net als Ricco betrapt. Cobo werd niet betrapt, dus kreeg hij deze overwinning. Van de regen in de drup.

TenpiepoliwinLead81929561.jpg

Hautacam zorgt dus wel voor leuke taferelen. Hopelijk nu ook weer. Nibali die net als Riis op het buitenblad naar boven knalt en uiteindelijk met vijf minuten voorsprong wint. Ik zeg doen. Het weer zal niet heel fantastisch zijn, graadje of 20 en kans op regen.

Aangezien vandaag de vluchters het weer hadden gehaald lijkt het mij morgen weer een dag voor de klassementsrenners. Zoals gezegd, een Nibali die met vijf minuten voorsprong wint zou leuk zijn.
1. Nibali. Een imitatie van Riis. Even rondkijken, de concurrentie monsteren. Vast een speldenprikje uitdelen, dan weer even kijken en dan helemaal losgaan. Als een imbeciel met het grootst mogelijke verzet naar boven harken. Het zou kunnen, hij is er goed genoeg voor en is de afgelopen dagen niet heel diep gegaan, denk ik.
2. Peraud. De beste van de rest, wat je best opvallend mag noemen. Altijd wel een prima renner geweest, maar dat hij nu kans maakt om op het podium te komen had ik ook weer niet verwacht.
3. Pinot. Gaat hier dan toch de beslissende slag om de witte trui slaan. Zal niet meteen minuten wegrijden van Bardet, maar in ieder geval toch wel een aantal seconden.
4. Valverde. Valt mij toch een beetje tegen. Na de eerste maanden van dit seizoen had ik verwacht dat hij het Froome en Contador serieus moeilijk had kunnen maken. Uiteindelijk blijkt hij dan zelfs onder te doen voor een Peraud en een Pinot. De befaamde derde week van Movistar blijft dit jaar een beetje uit.
5. Bardet. In ieder geval een renner die durft aan te vallen, dat mag ik wel. Kan het nu ook weer proberen, maar ik denk niet dat het veel op zal leveren. Achja, een vijfde plaats is ook goed.
kanovinnievrijdag 25 juli 2014 @ 07:37
Etappe 19: Maubourguet Pays du Val d'Adour - Bergerac, 208 km

Het klimwerk is gedaan. Mocht ook wel een keer, na drie dagen in de Pyreneeën. Nibali heeft nu kansen genoeg gehad om te laten zien hoeveel beter dan de rest hij is. Daarom nu maar weer eens een vlakke rit. Niet helemaal vlak, want in de finale zitten nog enkele obstakels, maar normaal is dit toch wel weer een kans voor de sprinters.

Tour-de-France-Stage-19-1400754503.png
PROFIL.png

Het dorpje Maubourguet, met 2500 inwoners, is een debutant in de Ronde van Frankrijk. Het ligt in de Pays du Val d'Adour. Een mooi gebied, met genoeg wijnvelden en uitzicht op de Pyreneeën. De Tour kwam hier nog nooit, een andere ronde wel. De Tour des Pyrénées, een hele kleine koers. Een koers voor de beste amateurs en enkele continentale teams. In 2004 was er een etappe van Maubourguet naar Lourdes en deze etappe werd gewonnen door Theo Eltink. Arme Theo, die een aantal jaar geleden ineens werd gezien als groot talent voor de grote rondes, maar zijn belofte nooit wist in te lossen.

2014060531_19---Maubourguet-Photo-montage-Aire-de-jeu.jpg

Het eerste deel van de etappe zitten we nog in de heuveltjes, een beetje glooiend is het parcours dus wel. Stelt allemaal niet heel veel voor, maar het stuk na een kilometer of 60, als het helemaal vlak wordt, zal de renners vast meer aanspreken. Enkele dorpjes worden gepasseerd, maar daar zit verder weinig interessants tussen. Ja, ze fietsen nog door Condom. Hilarische naam natuurlijk. Heel google staat vol met blije mensen naast het plaatsnaambordje. De renners volgen de rivier Baïse. Dit net zo lang tot die rivier uitmondt in La Garonne. Voor die tijd komen we eerst nog door Nérac, een dorpje dat je nog wel redelijk schattig kan noemen.

IM000224.JPG

Na Nérac is het nog een kilometer of 40 tot de tussensprint. Volledig vlakke kilometers, langs La Baïse en vervolgens La Garonne. Deze twee rivieren verliezen we echt geen seconde uit het oog. De tussensprint is in Tonneins, een stadje met 9000 inwoners. Ligt direct aan de Garonne. Deze rivier steken we hier over om er daarna niet meer bij in de buurt te komen.

33835936.jpg

Dan zijn er al 130 kilometers afgelegd. Nog maar een kleine 80 te gaan. Het vlakke land laten we alweer bijna achter ons, om toch weer in een licht heuvelachtig gebied terecht te komen. Stelt wederom allemaal niet heel veel voor. Het laatste gedeelte van deze etappe zou nog wel interessant kunnen zijn. Als men de Dordogne binnenfietst, na 170 kilometer, wordt het leuk. Toch nog vier korte heuveltjes achter elkaar. De laatste, op 13 kilometer van de streep, is het interessantste. Côte de Monbanzillac, vierde categorie. 1,3 kilometer aan 7,6%. Nog best steil, alleen niet zo heel lang. Toch kan een Kittel hier al goed in de problemen komen. Wel nog flink wat tijd om terug te komen, want het is een lange rechte weg richting Bergerac. Monbazillac heeft een kasteel en ze maken er witte wijn.

8893087096_6b3becf781_b.jpg

De laatste kilometers richting Bergerac zijn dus over grote, rechte wegen. Paar bochten nog, maar valt allemaal wel mee. In de laatste kilometer nog twee bochten. Het centrum van Bergerac slaan we over, we finishen voor de gein eens een keer op een vervallen industrieterrein. Bergerac is een stad met 28.000 inwoners, dat voor de tweede keer wordt aangedaan. De vorige keer was in 1994. De negende etappe, een tijdrit van 64 (!) kilometer, van Périgueux naar Bergerac. Deze tijdrit werd gewonnen door Miguel Indurain. Hij legde tijdens deze tijdrit de basis voor zijn vierde Tourwinst. Een dag later vertrok men in Bergerac. Een etappe richting Cahors die werd gewonnen door Jacky Durand.

Bergerac-019.jpg

Het wordt weer wat warmer. Tegen de 30 graden aan. Beetje bewolking, maar waarschijnlijk geen regen. Een redelijk windje, maar zal wel niet genoeg zijn om aan waaiers te denken.

Toch wel een etappe waar vanalles kan gebeuren. Zijn de sprinters en hun ploegen nog een beetje fit? Na drie dagen in de bergen zal een Kittel best moe zijn. Kan dus zomaar zijn dat een groepje vluchters veel ruimte gaat krijgen omdat de sprintersploegen er niet veel zin in hebben of te weinig kracht over hebben. Dan heb je in de finale nog een paar klimmetjes. Niet verschrikkelijk moeilijk, maar na drie weken Tour zal dat misschien toch best hard aankomen. Uiteindelijk denk ik dat het toch iets voor de sprinters zal worden, Katusha zal vast wel willen werken voor Kristoff en Sagan is nog steeds op zoek naar een overwinning.
1. Kristoff. Lijkt me wel een etappe voor hem. Toch nog een wat moeilijkere finale. Sowieso een renner die boven komt drijven als het wat lastiger is geweest. Gaat op die manier dan toch wel vrij snel Hushovd overvleugelen.
2. Sagan. Wel lullig, maar het is niet anders. Weer een ereplaats, maar een overwinning gaat lastig worden. Uiteindelijk wel de groene trui, dus dat is in ieder geval nog iets.
3. Degenkolb. Met dat klimmetje van de vierde categorie denk ik dat Giant toch voor Degenkolb gaat. Kittel zal vast wel afhaken en of hij dan wordt het toch lastig om hem weer op tijd vooraan te krijgen.
4. Coquard. Europcar is prima bezig, dus krijgen we als het morgen een sprint wordt een Coquard te zien die nog best dicht in de buurt gaat komen.
5. Greipel. Ook niet echt zijn Tour. Volgend jaar weer een nieuwe kans.
Lavenderrzaterdag 26 juli 2014 @ 09:39
Etappe 20: Bergerac - Périgueux, 54 km (ITT)

De laatste uitdaging van deze Tour. De enige tijdrit, maar wel een hele lange, over een glooiend parcours. Vanwege de lengte gaat hier met minuten gesmeten worden, al zullen de matige tijdrijders vanwege de heuveltjes die in het parcours zitten toch nog wel een klein beetje kunnen aanhaken. Alsnog minuten verliezen, maar waar je tijdens een vlakke tijdrit met deze lengte vijf minuten kan verliezen kan je als goede klimmer het hier misschien beperken tot een minuut of twee.

Tour-de-France-Stage-20-ITT-1400754654.png
PROFIL.png

De start van de tijdrit is in Bergerac, waar rit 19 aankwam. Etappe 19 kwam aan ergens op een industrieterrein in een buitenwijkje van Bergerac. Deze tijdrit start wel netjes in het centrum. Rue de la Résistance, een winkelstraatje. Daar vertrekken de renners voor een barre tocht van meer dan 54 kilometer. In Bergerac zelf zijn er twee bochten die genomen moeten worden, maar verder zijn de eerste kilometers rechtdoor. Af een toe een flauwe bocht, maar stelt bijzonder weinig door. Op de grote molen en trappen maar. Net na de start fietsen de renners langs de kerk.

index.php?action=dlattach;topic=173808.0;attach=620378

De eerste kilometers zijn over de grote weg, na zes kilometer draaien de renners af van de D709 naar de D4E3. Scherpe bocht, tweebaansweg in plaats van een vierbaansweg. Alsnog breed genoeg dus. Deze weg begint na een tijdje op te lopen. Wel vals plat, niet echt een hele moeilijke klim of iets in die richting. Tussen kilometer 7 en kilometer 15 moeten 110 hoogtemeters overwonnen worden, niet heel indrukwekkend. In het gehuchtje Lagudal moet er een beetje gedaald worden om daarna weer een stukje omhoog te gaan. Dit gaat gepaard met enkele bochten, maar dat zijn allemaal simpele bochten, geen scherp gedoe. Als dit tweede 'klimmetje' is geweest dalen de renners een stukje af en ondertussen komen ze door het gehucht Beleymas, waar de eerste tussentijd wordt gemeten, na 19 kilometer. 200 inwoners, maar wel een schattig kerkje.

beleymas.jpg

Het gaat nu even naar beneden, maar het bochtenwerk valt mee. Lijkt allemaal redelijk voor zich te spreken. Na 23 kilometer fietsen de renners door Villamblard en dan loopt het alweer een beetje omhoog. Vijf kilometer na Villamblard komen de renners boven in Sargaillou en is er weer een meter of 100 hoogteverschil overwonnen. Echt vals plat dus. Dit gedeelte is wel echt geschikt voor de sterke jongens, die knallen hier goed door. Een beetje fietsen tussen de weilanden door, af en toe een bos, af en toe een verlaten boerderij.

24zei5k.png

Na het gehuchtje Sargaillou is het weer even een paar kilometer in dalende lijn. Deze afdaling kent wat meer bochten en loopt voor een deel door een bos, is dus wat onoverzichterlijker. Toch wel een paar bochten die je even verkend moet hebben. Het is goed te doen, maar met een beetje kennis van het parcours ben je in dit soort bochten wel in het voordeel. Zoals de 'klim' niet echt steil was is de 'afdaling' dat ook niet echt. In principe gewoon zo groot mogelijk trappen.

ezhovc.png

Na deze afdaling loopt het gelijk weer omhoog, richting Font-de-Meaux, waar de tweede tijdsmeting van de dag is, na 39 kilometer. Ook deze weg is weer vals plat, voor een deel door een bos. Kent wel enkele stukjes die er nog een beetje uitdagend uitzien, maar zou verder toch ook allemaal niet echt een probleem moeten zijn. Redelijk leuke omgeving. Af en toe een huisje, struikjes, bomen, heuveltjes links en rechts. En een vervelende weg omhoog.

1idi12.png

Voorbij de tweede tijdsmeting moeten de renners nog even over een plateautje heen, om daarna weer een paar kilometer te dalen. Deze afdaling is behoorlijk bochtig, maar wel door een redelijk open vlakte. Toch net wat meer zicht op waar je naartoe gaat. Alsnog een paar blinde bochten, dus een verkenning lijkt me toch handig als je hier goed wil fietsen. Als je hier niet goed wil fietsen heb je alle tijd om te genieten van een leuk uitzicht. Vervelende paaltjes langs de weg, dus mijn advies is wel om netjes op het asfalt te blijven.

30cyebo.png

Als deze afdaling gedaan is moeten de renners nog één keer omhoog en dit lijkt de lastigste klim van de dag. Een korte klim, maar vrij steil, als je het profiel mag geloven. En jawel, we mogen dit profiel geloven, want Google Maps geeft hetzelfde beeld. We klimmen naar het dorpje Coulounieix en dat is vrij pittig. Enige voordeel voor de renners is dat ze na de afdaling flink wat snelheid hebben, een goede aanloop dus, om even over dit heuveltje te knallen. De klim loopt nog even door na het dorpje Coulounieix, maar het zwaarste gedeelte heb je dan wel gehad. Het zwaarste gedeelte zit net voor je het dorp binnenrijdt. Op de top krijgen we de derde tussentijd van de renners, op zes kilometer van de streep. Volgens het time schedule tenminste. Volgens het profiel niet. Komen we morgen wel achter.

28tdo52.png

De laatste kilometers zijn in dalende lijn. Nog enkele bochten, maar we zitten nu wel op een hele brede weg. De grootste uitdagingen zijn al geweest. Zo ongeveer op twee kilometer van de streep steken we de rivier L'Isle over en rijden we Périgueux binnen. De laatste kilometer loopt weer een beetje vals plat omhoog en kent nog een stuk of vijf bochten. Finishen doen we voor het Palais de Justice.

1587184_palais-de-justice-perigueux-4-1200_800x400.jpg?v=1

Dit is de derde keer dat Périgueux, een stad met 31.000 inwoners, deel uitmaakt van de Tour de France. De vorige twee keren hadden we zo ongeveer hetzelfde recept. Ook in 1961 was er een tijdrit van Bergerac naar Périgueux. In 1994 was het andersom, een tijdrit van Périgueux richting Bergerac. Grote namen wonnen uiteindelijk die tijdritten. In 1961 was Jacques Anquetil de sterkste. In 1994 Miguel Indurain. Beide renners wonnen in dat jaar ook het algemeen klassement. Als je het zo bekijkt is Vincenzo Nibali misschien wel de grootste favoriet.

Catedral_de_P%C3%A9rigueux.jpg

Iedere dag kom ik met een weerbericht aan, maar dat blijkt vaak weinig betrouwbaar. Tijdens etappe 19 zou er bewolking zijn, maar over regen las ik niets. Viel dat even tegen. Toch gaan we het maar weer proberen. Volgens mijn Franse, blijkbaar onbetrouwbare, weersite wordt het goed weer. 28 graden, zon, weinig wind. Klinkt goed, maar hoe het echt wordt zien we tijdens de rit wel weer.

Deze tijdrit wordt natuurlijk een prooi voor Tony Martin. Dat lijkt mij redelijk duidelijk. Een Froome in topvorm kan het hem moeilijk maken, maar verder doet iedereen toch wel voor hem onder. Het is even afwachten hoe het met Tony Martin is na drie weken Tour. Hij heeft zich deze Tour vaak genoeg laten zien en vaak met zijn krachten gesmeten, maar deze tijdrit zal hij nog een keer alles geven en dan wint hij. Met een minuutje voorsprong op Dumoulin.
1. Martin. Der Panzerwagen.
2. Dumoulin. Toch lekker, zo'n Nederlander die een beetje goed kan tijdrijden. Heeft het de afgelopen dagen rustig aan gedaan, dus een tweede plaats achter Tony Martin lijkt mij zeker tot de mogelijkheden behoren.
3. Nibali. Als je in zo'n topvorm bent ga je ook gewoon een goede tijdrit fietsen. Hoewel hij helemaal niet voluit hoeft te gaan. Kan zelfs de laatste kilometers lopen, maar hem kennende zal hij tot het einde alles blijven geven.
4. Chavanel. Heeft toch een vrij kleurloze Tour achter zijn naam. Kan op een goede dag een ontzettend goede tijdrit rijden, dus om toch nog wat kleur aan zijn Tour te geven is een goed optreden in deze tijdrit nodig. Hij kan het, zo nu en dan.
5. Peraud. Een Peraud in vorm kan ontzettend goed tijdrijden. Hij is in vorm, dus goede tijdrit. Denk dat hij toch nog wel de tweede plaats gaat pakken.

Verrassing van de dag wordt Izagirre. Gaat top 10 rijden. Onze jongens gaan het lastig krijgen.
Lavenderrzondag 27 juli 2014 @ 10:01
Nou ja, niet echt een OP waard. Ik heb met alle liefde iedere keer alles proberen uit te pluizen, 20 etappes lang, maar de laatste etappe van de Tour is die moeite niet echt waard.

Van Evry naar Parijs. Eerst een beetje champagne. Alle Astana's op een rij. Vast wel weer een gele auto. Daarna laf koersen tot Parijs. Paar demarrages en uiteindelijk wint Kittel.

Oja, nog een vrouwenkoers tussendoor. Is iedereen heel enthousiast over heb ik al gemerkt. Iemand van Rabo zal wel winnen want die ploeg wint dit jaar alles.

Tot volgend jaar. :W
Lavenderrzondag 27 juli 2014 @ 10:07
^O^ Hartelijk dank voor je pareltjes Rellende_Rotscholier en heel graag volgend jaar weer _O_
johannes_vermeerzondag 7 juni 2015 @ 20:22
Wij hopen dat dhr. Scholier ook dit jaar stukjes wil schrijven. ^O^
johannes_vermeerwoensdag 8 juli 2015 @ 12:40
Even een update aangezien dhr. Rotscholier inderdaad bereid is gevonden stukjes te schrijven.

Etappe 1: Utrecht - Utrecht, 13,8 km (ITT)

De 102e editie van de Tour de France gaat van start in Utrecht, zoals we ondertussen allemaal wel weten. Het is de zesde keer dat de Tour start in Nederland. Voor het eerst was dat in 1954, toen de Tour voor het eerst buiten Frankrijk begon, in Amsterdam. Die rit werd gewonnen door Wout Wagtmans. In 1973 was er een Tourstart in Scheveningen, die Tour begon met een proloog die gewonnen werd door Joop Zoetemelk. Vijf jaar later was de Tour weer terug in Nederland en was de openingsrit weer een proloog, die weer werd gewonnen door een Nederlander. Jan Raas was de snelste in Leiden. De uitslag van die proloog zou alleen niet meetellen omdat het te slecht weer zou zijn geweest en het parcours daarom te gevaarlijk. Lekker, die Fransen. Raas won daarom een dag later nog maar een keer om op die manier wel echt de gele trui te krijgen. Na Leiden duurde het even voor er weer een Tourstart was in Nederland, maar in 1996 was het dan eindelijk weer zo ver. Een proloog in Den Bosch, gewonnen door Alex Zülle. De laatste Tourstart in Nederland kunnen we ons vast allemaal nog wel herinneren, Rotterdam 2010. Die Tour begon ook met een proloog die werd gewonnen door Cancellara en een dag later vertrok de rit ook in Rotterdam. Op 1954 na begint iedere Tourstart in Nederland dus met een proloog. Dat is nu anders, we mogen spreken van een heuse tijdrit. Te lang om het een proloog te noemen. Als er in Nederland wordt gestart wint er een Nederlander of een Zwitser. Tom Dumoulin en Cancellara krijgen hier vast moraal van.

UyqfN9z.png
PROFIL.png

Een Grand Départ in Utrecht dus, voor het eerst. Doen we als klein landje toch goed, het is absurd hoeveel grote rondes er de laatste jaren in Nederland zijn gestart. Het begon met de Vuelta in 2009, die het vertrek kende in Assen. Daarna vertrok de Giro van 2011 in Amsterdam en een paar maanden later begon de Tour in Rotterdam. Nu hebben we weer een Tourstart in Nederland en volgend jaar start de Giro ook weer in dit gekke kleine landje. Het houdt niet op. De start van deze Tour is dus in Utrecht en de renners zullen vertrekken in de prachtige Truus van Lierlaan. Een straat van helemaal niets, maar wel overal parkeerplaatsen in de buurt. Dat komt wel altijd goed uit als je die hele Tourkaravaan ergens kwijt moet.

A2W3PYh.png

Direct na de start volgt al meteen de eerste bocht, naar links. Geen hele lastige bocht, van de ene brede weg naar de andere. Een stukje verder komen de renners een soort van chicane tegen, daar zullen ze wel eventjes een beetje moeten afremmen, maar met een beetje verkenning geen probleem. Daarna komen ze uit bij een brede rotonde, die ze voor driekwart moeten nemen. Afsnijden gaat niet, want over het andere deel van de rotonde moeten ze ook nog, op weg naar de finish. Al fietsend over de Koningin Wilhelminalaan komen de renners dus continu andere renners tegen die de andere kant opgaan. De renners moeten twee keer over de Balijebrug en daar loopt het even een klein beetje op. Voelen ze waarschijnlijk niet eens, maar dan is het in ieder geval genoemd. Over de Balijlaan en de Vondellaan gaat het eigenlijk best wel rechtdoor. Een paar flauwe bochten, maar dat mag geen naam hebben. Aan het eind van de Vondellaan slaan de renners linksaf, onder het spoor door, richting de Albatrosstraat. In de prachtige Albatrosstraat gaat het ook weer eventjes makkelijk rechtdoor, tot er een bocht naar rechts volgt. Eigenlijk ook wel weer een simpele bocht, het parcours lijkt niet al te technisch. De renners volgen even de Kromme Rijn, maar wijken al snel weer af en zetten dan koers richting het stadion van FC Utrecht, de Galgenwaard. Dit hele stuk is ook grotendeels rechtdoor.

Ciixo.jpg

Best een geinig stadion, het is alleen jammer dat er ook ooit mensen in zitten. Enfin, vlak na de Galgenwaard een bocht naar links, wederom geen enkel probleem. Over de Weg tot de Wetenschap richting de Uithof, het Science Park van de Universiteit van Utrecht. De renners fietsen een klein stukje naast het terrein, maar slaan even verder weer snel linksaf, terug de stad in. Hier moeten ze een bocht nemen die misschien wat lastiger in te schatten is. Lijkt redelijk scherp. De renners komen terecht op de Archimedeslaan en zijn nu best dicht in de buurt van de eerste tijdsmeting. In de Pythagoraslaan, na 7,1 kilometer koers, krijgen we een eerste indicatie van de tijden van de renners. In de Archimedeslaan moeten de renners nog onder een viaduct door en hier gaat het een klein stukje naar beneden een een klein beetje omhoog. Zullen ze waarschijnlijk niet eens merken, maar is wel zo'n beetje het enige hoogteverschil in deze tijdrit. De bocht van de Archimedeslaan naar de Pythagoraslaan is een lopende bocht. Kunnen ze op hoge snelheid door, niks aan de hand. In de Pythagorslaan staat het oude provinciehuis van Utrecht. Het nieuwe staat in de Archimedeslaan. De renners komen in korte tijd dus twee gedrochten tegen.

2374798.jpg

De renners hebben nu al meer dan de helft van de tijdrit gehad. Aan het eind van de Pythagoraslaan slaan ze rechtsaf richting de Waterlinieweg. Een bocht die ook nog wel een beetje scherp is, maar verder geen probleem op hoeft te leveren. Ze komen uit bij een grote rotonde, die ze niet op de normale manier hoeven te nemen. Ze mogen meteen links, richting de Biltstraat. Bij het aansnijden van de rotonde moet er wel even geremd worden, maar daarna kunnen ze vol door. In de Bilstraat merken we eigenlijk pas voor het eerst dat we echt in Nederland zijn. Hier liggen een aantal drempels. Er zijn ook nog een aantal wegversmallingen, dus dit nog wel even een straat waar je een beetje op moet letten. Na een tijdje slaan de renners linksaf, de Kruisstraat in. Een bocht die ook prima te doen lijkt, als je het een beetje goed aansnijdt hoef je misschien niet eens te remmen. Via de Kruisstraat komen de renners uit op de Maliesingel. Nog een paar vluchtheuveltjes en kleine bochtjes bij het oversteken van die straten, maar verder is er wederom niet veel interessants te melden. Een paar kilometer lang fietsen de renners nu langs de gracht en dit is een redelijk bochtige weg. Vooral op drie kilometer van de streep liggen er vrij kort achter elkaar een paar bochten. Deze bochten zijn redelijk scherp en de renners kunnen hier niet van de hele weg gebruik maken, het is wat smaller. Je zou zelfs kunnen spreken van een chicane.

6445334.jpg

Na deze chicane fietsen de renners door de Bleekstraat weer onder het spoor door en komen ze uit op de Vondellaan, waar ze iets dan tien kilometer geleden ook al hebben gefietst. Nu pakken ze de andere kant van deze laan en gaan ze weer over de Balijebrug. Ze komen weer uit bij de rotonde bij de Koningin Wilhelminalaan. Op de heenweg moesten ze hier driekwart, nu kunnen ze meteen naar rechts, zonder gedoe. Een stukje verderop wordt er rechtsaf geslagen en zijn de renners op iets meer dan een kilometer van de streep. De renners steken de Nelson Mandelabrug over en krijgen op een paar 100 meter van de streep nog een laatste bocht, naar links. Deze bocht is ook prima te nemen en daarna is het rechtdoor richting de meet. De streep ligt bij de jaarbeurs. In principe is het dus best een makkelijke tijdrit. De wegen zijn over het algemeen breed. Er is één straat met wat drempels, maar verder zijn er voor Nederlandse begrippen weinig obstakels. Eén bochtencombinatie die je met wat fantasie een chicane zou kunnen noemen en verder vooral hele makkelijke bochten. Een rustig begin van de Tour de France waarschijnlijk.

13787356.jpg

Utrecht zelf is een stad die we allemaal wel kennen. Daarom is het extra interessant om te kijken wat er in het roadbook staat over deze stad. 328.000 inwoners, dat zou best kunnen kloppen. Een stad van innovatie en kennis, dat geloven we ook meteen. Gesticht in 1636 en de universiteit zou de belangrijkste van Nederland moeten zijn, met meer dan 30.000 studenten. Of het echt de belangrijkste is durf ik niet te zeggen, maar laten we het Utrecht gunnen. Als hoogtepunt van Utrecht wordt logischerwijs de Dom genoemd. Wat ik dan weer niet wist is dat erwtensoep, stamppot en pannenkoeken typisch Utrechtse specialiteiten zijn. Toch nog wat geleerd vandaag. Het is de eerste keer dat de Tour hier is, maar het is geen debuut voor Utrecht in een grote ronde. De Giro van 2010 kende een rit met aankomst in deze stad. Na de proloog in Amsterdam vertrok de volgende rit uit Amsterdam om te eindigen in Utrecht. Erkend brokkenpiloot Tyler Farrar was toen de snelste. Hij is er nu weer bij, maar zijn niveau van die jaren heeft hij al lang niet meer weten te halen. Tegenwoordig fietst hij bij MTN-Qhubeka en mag hij de Afrikaantjes de fijne kneepjes van het vak leren. Als je iemand van deze ploeg op de grond ziet liggen weet je meteen waarom.

Domtoren10,%20(c)%20WM(1).jpg

Het gaat al dagenlang over het weer. Het is al dagen absurd warm en dat gaat het zaterdag ook nog zijn. In de middag dik boven de 30 graden. Waarschijnlijk wel 33 graden of nog warmer. Tegen het eind van de middag kans op onweer en een kans op toenemende wind. Rond een uur of drie schijnt het wat harder te gaan waaien. De vroege starters zullen dus iets in het voordeel zijn. Vooral als het ook nog echt gaat regenen. De kans is er, maar het is geen levensgrote kans. Toch lijkt het sowieso verstandig om vroeg te starten, al was het maar voor de wind. Vooral het tweede deel van de tijdrit kan je de wind lelijk tegen krijgen. De Tour start om 14:00. De Eritreeër Daniel Teklehaimanot mag als eerste vertrekken. Het is een bijzonder verhaal, hij is de eerste renner die namens een Afrikaanse ploeg in de Tour gaat rijden. Hij is de eerste Eritreeër in de Tour en hij is waarschijnlijk de eerste donkere Afrikaan in de Tour, maar dat laatste durf ik niet met zekerheid te zeggen. Daniel is kampioen tijdrijden van zijn land, dus we zien meteen de vlag van Eritrea in actie. Nog nooit nam een Eritreeër deel aan de Tour en nu meteen twee. Drie kwartier na Teklehaimanot is Merhawi KUDUS aan de beurt, de jongste deelnemer aan deze Tour de France. Meteen om 14:00 zullen de NOS en Sporza er ook bij zijn. De volledige startlijst staat in de spoiler. Nibali zal als laatste vertrekken om 17:17.

SPOILER
1 14:00:00 219 TEKLEHAIMANOT Daniel MTN
2 14:01:00 208 PERICHON Pierre-Luc BSE
3 14:02:00 193 *BENNETT Sam BOA
4 14:03:00 189 WYSS Marcel IAM
5 14:04:00 178 SOUPE Geoffrey COF
6 14:05:00 162 BAUER Jack TCG
7 14:06:00 155 OLIVEIRA Nelson LAM
8 14:07:00 145 DIDIER Laurent TFR
9 14:08:00 138 VAN EMDEN Jos TLJ
10 14:09:00 126 QUEMENEUR Perrig EUC
11 14:10:00 119 VERMOTE Julien EQS
12 14:11:00 103 *DURBRIDGE Luke OGE
13 14:12:00 99 PAOLINI Luca KAT
14 14:13:00 83 CURVERS Roy TGA
15 14:14:00 78 SIEBERG Marcel LTS
16 14:15:00 68 VAN AVERMAET Greg BMC
17 14:16:00 55 ERVITI Imanol MOV
18 14:17:00 48 TOSATTO Matteo TCS
19 14:18:00 38 STANNARD Ian SKY
20 14:19:00 22 BONNET William FDJ
21 14:20:00 15 GASTAUER Ben ALM
22 14:21:00 7 SCARPONI Michele AST
23 14:22:00 218 PAUWELS Serge MTN
24 14:23:00 204 FEDRIGO Pierrick BSE
25 14:24:00 195 DEMPSTER Zakkari BOA
26 14:25:00 183 CHAVANEL Sylvain IAM
27 14:26:00 173 *LAPORTE Christophe COF
28 14:27:00 165 KOREN Kristijan TCG
29 14:28:00 159 VALLS Rafael LAM
30 14:29:00 148 RAST Gregory TFR
31 14:30:00 131 GESINK Robert TLJ
32 14:31:00 129 VOECKLER Thomas EUC
33 14:32:00 112 CAVENDISH Mark EQS
34 14:33:00 106 TUFT Svein OGE
35 14:34:00 93 GUARNIERI Jacopo KAT
36 14:35:00 82 *BARGUIL Warren TGA
37 14:36:00 72 BAK Lars Ytting LTS
38 14:37:00 63 *DENNIS Rohan BMC
39 14:38:00 53 CASTROVIEJO Jonathan MOV
40 14:39:00 49 *VALGREN Michael TCS
41 14:40:00 35 PORTE Richie SKY
42 14:41:00 23 CHAVANEL Sébastien FDJ
43 14:42:00 14 CHEREL Mikael ALM
44 14:43:00 6 KANGERT Tanel AST
45 14:44:00 216 *KUDUS GHEBREMEDHIN MerhMaTwNi
46 14:45:00 206 FONSECA Armindo BSE
47 14:46:00 198 SCHILLINGER Andreas BOA
48 14:47:00 181 FRANK Mathias IAM
49 14:48:00 171 *BOUHANNI Nacer COF
50 14:49:00 166 LANGEVELD Sebastian TCG
51 14:50:00 152 BONO Matteo LAM
52 14:51:00 146 IRIZAR Markel TFR
53 14:52:00 132 *KELDERMAN Wilco TLJ
54 14:53:00 124 GENE Yohann EUC
55 14:54:00 118 URAN URAN Rigoberto EQS
56 14:55:00 109 *YATES Simon OGE
57 14:56:00 95 KOZONTCHUK Dmitry KAT
58 14:57:00 81 DEGENKOLB John TGA
59 14:58:00 73 DE GENDT Thomas LTS
60 14:59:00 62 CARUSO Damiano BMC
61 15:00:00 51 *QUINTANA Nairo Alexander MOV
62 15:01:00 45 MAJKA Rafal TCS
63 15:02:00 37 *ROWE Luke SKY
64 15:03:00 28 ROY Jérémy FDJ
65 15:04:00 18 VAN SUMMEREN Johan ALM
66 15:05:00 8 TAARAMAE Rein AST
67 15:06:00 213 FARRAR Tyler MTN
68 15:07:00 209 VACHON Florian BSE
69 15:08:00 196 HUZARSKI Bartosz BOA
70 15:09:00 184 CLEMENT Stef IAM
71 15:10:00 175 NAVARRO Daniel COF
72 15:11:00 163 HAAS Nathan TCG
73 15:12:00 154 DURASEK Kristijan LAM
74 15:13:00 142 ARREDONDO Julian TFR
75 15:14:00 133 KRUIJSWIJK Steven TLJ
76 15:15:00 128 *TULIK Angelo EUC
77 15:16:00 113 GOLAS Michal EQS
78 15:17:00 102 ALBASINI Michael OGE
79 15:18:00 97 LOSADA Alberto KAT
80 15:19:00 89 TIMMER Albert TGA
81 15:20:00 74 DEBUSSCHERE Jens LTS
82 15:21:00 67 SCHÄR Michael BMC
83 15:22:00 56 HERRADA LOPEZ José MOV
84 15:23:00 44 KREUZIGER Roman TCS
85 15:24:00 34 POELS Wouter SKY
86 15:25:00 29 VAUGRENARD Benoît FDJ
87 15:26:00 13 BAKELANTS Jan ALM
88 15:27:00 4 GRIVKO Andriy AST
89 15:28:00 214 JANSE VAN RENSBURG JacquMesTN
90 15:29:00 203 DELAPLACE Anthony BSE
91 15:30:00 199 VOSS Paul BOA
92 15:31:00 186 ELMIGER Martin IAM
93 15:32:00 176 *SENECHAL Florian COF
94 15:33:00 164 HESJEDAL Ryder TCG
95 15:34:00 153 CIMOLAI Davide LAM
96 15:35:00 147 *JUNGELS Bob TFR
97 15:36:00 137 TEN DAM Laurens TLJ
98 15:37:00 125 NAULEAU Bryan EUC
99 15:38:00 117 TRENTIN Matteo EQS
100 15:39:00 104 IMPEY Daryl OGE
101 15:40:00 92 CARUSO Gianpaolo KAT
102 15:41:00 87 *PREIDLER Georg TGA
103 15:42:00 75 GREIPEL André LTS
104 15:43:00 69 WYSS Danilo BMC
105 15:44:00 52 ANACONA GOMEZ Winner MOV
106 15:45:00 43 BENNATI Daniele TCS
107 15:46:00 32 KENNAUGH Peter SKY
108 15:47:00 21 *PINOT Thibaut FDJ
109 15:48:00 16 GAUDIN Damien ALM
110 15:49:00 9 WESTRA Lieuwe AST
111 15:50:00 217 *MEINTJES Louis MTN
112 15:51:00 202 BRUN Frederic BSE
113 15:52:00 197 MENDES José BOA
114 15:53:00 187 HOLLENSTEIN Reto IAM
115 15:54:00 179 *VAN BILSEN Kenneth COF
116 15:55:00 169 *VAN BAARLE Dylan TCG
117 15:56:00 158 SERPA José Rodolfo LAM
118 15:57:00 144 DEVOLDER Stijn TFR
119 15:58:00 139 VANMARCKE Sep TLJ
120 15:59:00 123 GAUTIER Cyril EUC
121 16:00:00 115 RENSHAW Mark EQS
122 16:01:00 108 *YATES Adam OGE
123 16:02:00 94 *HALLER Marco KAT
124 16:03:00 86 GESCHKE Simon TGA
125 16:04:00 76 HANSEN Adam LTS
126 16:05:00 66 SANCHEZ Samuel BMC
127 16:06:00 57 IZAGUIRRE INSAUSTI Gorka MOV
128 16:07:00 46 ROGERS Michael TCS
129 16:08:00 36 ROCHE Nicolas SKY
130 16:09:00 26 LADAGNOUS Matthieu FDJ
131 16:10:00 19 VUILLERMOZ Alexis ALM
132 16:11:00 5 GRUZDEV Dmitriy AST
133 16:12:00 215 JANSE VAN RENSBURG ReinaMrdTtN
134 16:13:00 207 GERARD Arnaud BSE
135 16:14:00 194 *BUCHMANN Emanuel BOA
136 16:15:00 188 PANTANO Jarlinson IAM
137 16:16:00 172 EDET Nicolas COF
138 16:17:00 167 MARTIN Daniel TCG
139 16:18:00 157 POZZATO Filippo LAM
140 16:19:00 141 MOLLEMA Bauke TFR
141 16:20:00 134 LEEZER Thomas TLJ
142 16:21:00 121 ROLLAND Pierre EUC
143 16:22:00 116 STYBAR Zdenek EQS
144 16:23:00 101 GERRANS Simon OGE
145 16:24:00 98 MACHADO Tiago KAT
146 16:25:00 85 *DUMOULIN Tom TGA
147 16:26:00 79 *WELLENS Tim LTS
148 16:27:00 65 QUINZIATO Manuel BMC
149 16:28:00 54 DOWSETT Alex MOV
150 16:29:00 42 BASSO Ivan TCS
151 16:30:00 33 KONIG Leopold SKY
152 16:31:00 27 MORABITO Steve FDJ
153 16:32:00 17 RIBLON Christophe ALM
154 16:33:00 3 FUGLSANG Jakob AST
155 16:34:00 212 CUMMINGS Stephen MTN
156 16:35:00 205 FEILLU Brice BSE
157 16:36:00 191 NERZ Dominik BOA
158 16:37:00 182 BRANDLE Matthias IAM
159 16:38:00 174 MATE MARDONES Luis Angel COF
160 16:39:00 168 NAVARDAUSKAS Ramunas TCG
161 16:40:00 156 PLAZA MOLINA Ruben LAM
162 16:41:00 149 ZUBELDIA Haimar TFR
163 16:42:00 135 MARTENS Paul TLJ
164 16:43:00 127 SICARD Romain EUC
165 16:44:00 114 MARTIN Tony EQS
166 16:45:00 105 *MATTHEWS Michael OGE
167 16:46:00 96 KRISTOFF Alexander KAT
168 16:47:00 88 SINKELDAM Ramon TGA
169 16:48:00 77 HENDERSON Gregory LTS
170 16:49:00 64 OSS Daniel BMC
171 16:50:00 58 MALORI Adriano MOV
172 16:51:00 47 *SAGAN Peter TCS
173 16:52:00 39 THOMAS Geraint SKY
174 16:53:00 25 GENIEZ Alexandre FDJ
175 16:54:00 12 *BARDET Romain ALM
176 16:55:00 2 BOOM Lars AST
177 16:56:00 211 BOASSON HAGEN Edvald MTN
178 16:57:00 201 *SEPULVEDA Eduardo BSE
179 16:58:00 192 BARTA Jan BOA
180 16:59:00 185 COPPEL Jérôme IAM
181 17:00:00 177 SIMON Julien COF
182 17:01:00 161 TALANSKY Andrew TCG
183 17:02:00 151 COSTA Rui LAM
184 17:03:00 143 CANCELLARA Fabian TFR
185 17:04:00 136 TANKINK Bram TLJ
186 17:05:00 122 *COQUARD Bryan EUC
187 17:06:00 111 *KWIATKOWSKI Michal EQS
188 17:07:00 107 WEENING Pieter OGE
189 17:08:00 91 RODRIGUEZ Joaquim KAT
190 17:09:00 84 DE KORT Koen TGA
191 17:10:00 71 GALLOPIN Tony LTS
192 17:11:00 61 VAN GARDEREN Tejay BMC
193 17:12:00 59 VALVERDE Alejandro MOV
194 17:13:00 41 CONTADOR Alberto TCS
195 17:14:00 31 FROOME Christopher SKY
196 17:15:00 24 *DEMARE Arnaud FDJ
197 17:16:00 11 PERAUD Jean-Christophe ALM
198 17:17:00 1 NIBALI Vincenzo AST
Ik ga me weer wagen aan een voorspelling, omdat het nu eenmaal heel leuk is om aan te tonen dat je er eigenlijk ook totaal geen verstand van hebt. Het gaat al dagenlang alleen maar over Tom Dumoulin. Hij moet het gaan doen, hij moet de rit winnen en meteen ook maar de gele trui pakken. Een zware last rust op zijn schouders. Het verleden leert ons dat een Tourstart in Nederland een Nederlandse winnaar oplevert, of een Zwitserse. Zo bekeken moet dat Dumoulin wel wat meer motiveren. Een Duitser won nog nooit als de Tour in Nederland begon, dus die hele Martin kunnen we wel afschrijven natuurlijk. Cancellara zou dan de grootste uitdager worden, hij weet hoe hij moet winnen in Nederland. In Rotterdam deed hij dat al eens, maar zijn benen van toen heeft hij ook niet meer. Ik ga Tom nog wat extra druk bezorgen.
1. Dumoulin. Ja, Tom gaat het gewoon doen. Hij heeft sinds dit jaar iedereen een keer verslagen in een tijdrit. In de Ronde van het Baskenland versloeg hij voor het eerst Tony Martin. Dat was geen vlakke tijdrit, allesbehalve. Over de steile muur van Aia ging die tijdrit, maar dat mag de pret niet drukken. Mentale klap voor Martin natuurlijk en een enorme boost voor Dumoulin. Tom is goed in vorm, zo liet hij in Zwitserland zien. Zijn mindere NK vergeven we hem wel even. Hij gaat ons laten juichen!
2. Martin. Normaal wint Martin altijd. Waarschijnlijk gaat hij ook daadwerkelijk winnen, maar er kan natuurlijk een boel gebeuren. De wielen zijn rond, het is ieder voor zich. Misschien vergeet hij wel schuurpapier in zijn broekje te doen en glijdt hij pardoes van zijn zadel af. Je weet het niet. Het gaat wel spannend worden in ieder geval, want Dumoulin komt steeds dichter bij Martin in de buurt. In een vlakke tijdrit is Martin nog steeds duidelijk beter, maar hij wint niet meer met zoveel voorsprong op Dumoulin als een tijd terug. Dit moet dan maar de dag worden dat Dumoulin ook Martin weet te verslaan in een vlakke tijdrit en anders heeft Utrecht met Martin ook een winnaar om trots op te zijn.
3. Cancellara. Wordt ook altijd genoemd bij de favorieten en dat is ook logisch, maar de echte vorm heeft hij niet meer. In de Ronde van Zwitserland was Dumoulin hem twee keer te snel af. In Tirreno-Adriatico won Cancellara dan nog wel een tijdrit, maar daar waren Martin en Dumoulin niet bij. Hij staat eigenlijk wel best ver achter Martin en Dumoulin, als we naar zijn laatste prestaties in tijdritten kijken. Voor de laatste keer dat hij Martin en Dumoulin wist te verslaan moeten we terug naar de Tirreno van 2014. Meer dan een jaar geleden dus. Nee, wordt niks met der Fabian.
4. Malori. Adriano is een sterke tijdrijder van Movistar. Hij heeft dit jaar al vier tijdritten gewonnen en bij een van die tijdritten versloeg hij Cancellara. In februari van dit jaar reed hij rond in de Ronde van de Algarve en kreeg het daar voor elkaar om in een tijdrit van 19 kilometer amper een seconde op Martin te verliezen. Malori is een van de beste tijdrijders van het moment, maar wordt vaak over het hoofd gezien. De rest van de Tour zal hij moeten werken voor Quintana en Valverde, maar dit wordt zijn moment. Hij kan ook zomaar tweede of derde worden, als hij een goede dag heeft.
5. Van Emden. Djos mag zo ongeveer als eerste vertrekken en heeft sowieso fantastisch weer. Gaat natuurlijk meteen een goede richttijd zetten en als het daarna een beetje kutweer wordt duikt er bijna niemand meer onder. Met de nieuwe fantastische Bianchi's en de fantastische motivatie van Louis 'tak tak tak' Delahaye gaat Lotto-Djumbo knallen met Djos als grootste baas. Niks meer aan doen.

Etappe 2: Utrecht - Zélande, 166 km

Na de tijdrit met een verrassende winnaar is het tijd voor de tweede dag in Nederland. We gaan weer in Utrecht beginnen en kennen een bijzondere aankomst, op het voormalige werkeiland Neeltje Jans. Een etappe die veel renners al maanden lang in hun broek laat poepen, want er is een kans op waaiers. Of het daadwerkelijk waaiers gaan worden valt nog maar te bezien, de weersvoorspellingen lijken niet echt gunstig. Toch is er altijd wind in Nederland en zeker in Zeeland, dus uit te sluiten valt het niet. Kan ook zomaar zijn dat het hard gaat regenen, dat iedereen zich zo lang druk heeft gemaakt om de verkeerde redenen. Voor Dennis meteen een lastige rit om zijn trui te moeten verdedigen. Het gaat ontzettend chaotisch worden. Lange, rechte wegen, misschien door de regen, misschien door de wind. We mogen stiekem wel een klein beetje spektaktel verwachten.

iOdwWIL.png
PROFIL.png

De eerste rit in lijn van de Tour de France 2015 start in Utrecht. Waar tijdens de tijdrit de streep lag starten de renners nu. De binnenstad kregen de renners niet te zien tijdens de tijdrit, maar nu is dat wel het geval. Alle bekende plekken worden aangedaan, langs de Dom richting de Neude en dan via het Janskerkhof weer de binnenstad uit over de Nobelstraat. Dit deel is nog geneutraliseerd, dus is het geen enkel probleem om rustig door de binnenstad te fietsen. Uit de binnenstad komen de renners nog op een stukje parcours van de tijdrit recht, langs de Maliesingel. Ze fietsen nog wat verder richting het zuiden van Utrecht en komen daar bij kilometer 0, het echte vertrekpunt. Ze fietsen dan richting het noorden en doen eigenlijk zo'n beetje iedere wijk in Utrecht aan. De renners fietsen ook nog langs het prachtige Ondiep af, wat een feest. Na een kilometer of 15 willekeurig door Utrecht fietsen wordt die stad dan echt verlaten. Tot zover de Tour in Utrecht.

utrecht_overview.jpg

Op weg naar Rotterdam. De route brengt ons door de provincie Utrecht en we komen onder andere door Montfoort. Allemaal leuk en aardig, maar haalt het niet bij het volgende dorp. We fietsen langs Oudewater, de stad van Johan Derksen. Hij zal ongetwijfeld niet met het broekje uit langs de weg staan, heeft zich vast weer verstopt in Grolloo. Ik zou dan weer niet raar opkijken als we ineens Koert Westerman langs de kant zien staan. De renners blijven langs de Hollandse IJssel fietsen, op weg naar Gouda. Na 48 kilometer koers komen we door Gouda. Net als in Utrecht wordt er weer langs een singel gefietst, maar de huizen langs deze singel zijn toch wat minder mooi. Wellicht dat er nog een helikoptertje over het centrum vliegt, anders geen mooie plaatjes van Gouda. De renners blijven het water volgen, richting Waddinxveen.

Gouda-Stadhuis-panorama.jpg

Na Waddinxveen slaan de renners linksaf, op weg naar Rotterdam. Over kaarsrechte wegen scheuren ze door het platteland. De Tour kennende zijn dit de gevaarlijkste stukken, maar het is nog vroeg in de etappe dus de echte nervositeit zal er nog niet zijn. Een paar rotondes op deze weg, van die dingen met blokken tussen de rijbanen. Gaan de renners vast enorm van genieten. Op de rotondes na weinig obstakels. Grotendeels rechtdoor richting Nieuwerkerk aan den IJssel. Zelfs voor Nederlandse begrippen een verschrikkelijk saaie omgeving, met alleen wat weilanden en akkers in de buurt. Via Capelle aan den IJssel bereiken we dan Rotterdam. In Rotterdam krijgen we de eerste tussensprint van deze Tour. Aangezien er nogal weinig etappes zijn die zullen eindigen in een massasprint lijkt het mij dat er wel het een en ander kan gebeuren bij de tussensprints. Als een van de sprinters de groene trui wil winnen zal hij ook bij de tussensprints punten moeten gaan verzamelen. Anders is het als minder goed klimmende sprinter uitgesloten dat je groene trui mee naar huis neemt. Het zal dit jaar wel een prooi worden voor Degenkolb of Sagan. De tussensprint is langs de Nieuwe Maas. Na de tussensprint fietsen de renners over de Coolsingel, is daar ook een keer iets te doen. Ze draaien om bij het Hofplein en gaan dan weer terug over de Coolsingel, over de Erasmusbrug naar Rotterdam-Zuid.

cms_retina.full_cover.jpg

Een terugkeer voor Rotterdam in de Tour. In 2010 begon de Tour hier en was de start van de eerste rit in lijn op de Erasmusbrug. Dat is dan blijkbaar toch goed bevallen als we nu weer terugkeren. Via het zuiden van Rotterdam gaan we dan op weg naar het spannende deel van deze etappe. De tussensprint in Rotterdam is na 80 kilometer en een kilometer of 10 later verlaten we Rotterdam. Via Rhoon, Poortugaal en Hoogvliet komen de renners door Spijkenisse. Over grotendeels brede, goede en vooral rechte wegen zet het peloton dan koers richting Hellevoetsluis. Tussen Spijkenisse en Hellevoetsluis fietsen de renners een aantal kilometer over een kaarsrechte weg langs een kanaal. Aan de ene kant is het open door water en aan de andere kant is het open door een overdaad aan weilanden. Als het een beetje waait kunnen we hier stiekem al waaiers verwachten, voor we überhaupt in Zeeland zijn. Aangezien de renners dan nog door een stad fietsen zal het hier nog wel kunnen samensmelten, maar het zal ongetwijfeld tegen die tijd al heel nerveus zijn. Eenmaal voorbij Hellevoetsluis kan de pret echt beginnen. We gaan via de Haringvlietdam Goeree-Overflakkee betreden.

470408.jpg

De renners fietsen langs Stellendam en hier is het nog niet echt open. Eenmaal voorbij Stellendam begint het wel een heel open gebied te worden. Nog even een rotonde met ophogingen tussen de rijbanen overleven en dan mag het gaan waaien. Inmiddels zijn er al meer dan 120 kilometer afgelegd en zijn we al bezig aan de finale van de koers. Tussen Stellendam en Goedereede is het erg open, af en toe een paar bomen, maar vooral veel polder. Voorbij het dorpje Goedereede, na 130 kilometer koers, wordt het helemaal open. Nog 36 kilometer tot de finish en als de wind hier een beetje goed staat heb je gewoon een garantie op waaiers. Een paar kilometer later slaan de renners rechtsaf en komen ze in Ouddorp terecht. Hier rijden ze even door beschut gebied, tussen de bomen. De pret is even voorbij. Ze fietsen nu wel richting de kust, maar ook langs de kust is het hier niet mogelijk om waaiers te creëren. Overal bomen, kleine tegenvaller. Er liggen wel een boel rotondes op deze weg, maar verder valt het allemaal wel mee met die levensgevaarlijke Nederlandse wegen. Als Ouddorp wat verder achter ons ligt wordt het gebied weer wat meer open en weer een stukje verder ligt het helemaal open. We moeten even geduld hebben, maar dan zullen we ongetwijfeld ook beloond gaan worden.

aIYUMBQ.png

Na een tijdje slaan de renners linksaf en gaan we op weg naar Zeeland. Er is nu toch een heel stuk door een open gebied. Doordat we af en toe een keer afslaan krijg je natuurlijk van meerdere kanten met de wind te maken. Dan zal ie vast wel een keer gunstig staan. Of ongunstig, het is maar net hoe je het bekijkt. Het gebied blijft heel open, we staan nu op het punt om over de Brouwersdam te gaan fietsen, na 144 kilometer koers. Via de Brouwersdam gaan we Zeeland bereiken, het eiland Schouwen-Duiveland om precies te zijn. De Brouwersdam is het zevende bouwwerk van de Deltawerken en is zes kilometer lang. Het eerste deel van de Brouwersdam is niet het geschikste gebied voor waaiers, er liggen nogal wat kunstmatige duintjes. Daarna wordt het wel weer goed open en kunnen we de Noordzee zien. Langs de Brouwersdam wordt veel aan kitesurfen en windsurfen gedaan, dus als er wat wind is hebben we sowieso iets om naar te kijken.

2012-05-25-035.jpg

Als we de Brouwersdam verlaten zijn we echt in Zeeland en is het nog ongeveer 15 kilometer tot Neeltje Jans. We gaan nu dwars door Schouwen-Duivenland fietsen, langs de kotsende jongeren in Renesse en Burgh-Haamstede. De weg tussen de Brouwersdam en Renesse is een wat slechtere, smallere weg, dwars door een open gebied. De weg heeft een aantal drempels en rotondes. We moeten onze reputatie toch een beetje waarmaken. Tussen Renesse en Burgh-Haamstede wordt de weg weer wat breder, de omgeving blijf vatbaar voor de wind. In de buurt van Burgh-Haamsteende staat er genoeg beschutting, maar dan is het nog maar een kilometer of zes tot de streep. Daarvoor zal het qua waaiers al wel beslist zijn. Nu gaat het om de voorbereiding van de sprint. Een stuk of vier rotondes hier en een paar bochten, maar daarna is het de laatste kilometers volledig rechtdoor richting Neeltje Jans. Over de Pijlerdam mogen de renners, om nog maar eens een deel van de Deltawerken aan te doen.

374757.jpg

De laatste bocht zit op 4,5 kilometer van de streep. Daarna gaat het rechtdoor Neeltje Jans en finishen de renners aan het begin van dit eilandje. Neeltje Jans is een werkeiland en vormt een onderdeel van de Oosterscheldekering. Het is tegenwoordig vooral bekend als informatie- en attractiepark, hoewel dat met de attracties wel meevalt kan ik uit ervaring vertellen. Het informatiecentrum is dan eigenlijk interessanter. Het is absoluut het bezoeken waard, voor zover er nog Nederlanders zijn die hier niet zijn geweest. Vroeger was het een zandplaat, dat heeft men opgehoogd en daardoor kunnen we er morgen finishen. Vooral de overgebleven pijler, iets buiten Neeltje Jans valt altijd op. Het is een bijzondere plek om te finishen, eigenlijk midden in het niets. Praktisch gezien midden in de zee, tussen de deltawerken die toch altijd indrukwekkend blijven.

DSC03794bis.jpg

De spanning gaat morgen moeten komen van de wind. Het is lastig om een precieze voorspelling te doen. Desalniettemin kunnen we één ding met zekerheid zeggen: In Zeeland waait het altijd, ook als het niet waait. Er gaat sowieso wind zijn en er gaat sowieso paniek zijn. Ik kan nu wel een voorspelling doen, maar ben bepaald geen Piet Paulusma. Als ik het zo een beetje bekijk denk ik dat de wind het grootste gedeelte van de tijd schuin in de rug staat, maar dat het niet echt hard waait. Tussen de 3 en 4 Beaufort. Dat is voor Nederlandse begrippen redelijk weinig. Alsnog zitten we aan de kust en kan het altijd anders voelen dan het op papier lijkt. Ik verwacht sowieso wel de nodige chaos, misschien niet dat alles in waaiers van vijf tot tien renners zal vallen, er gaan hoe dan ook mensen tijd verliezen. Bovendien is er ook nog kans op neerslag, op noodweer zelfs. Die kans schijnt zelfs heel groot te zijn. Met een aantal rotondes in de finale is regen natuurlijk ook best vervelend, dan gaan we ongetwijfeld ook valpartijen krijgen.

Het gaat ongetwijfeld een sprint worden. Kan een massasprint zijn, kan een sprint zijn van een klein groepje. De ploegen die we vooraan kunnen verwachten zijn best logisch te voorspellen. Natuurlijk gaat Etixx van de partij zijn, waarschijnlijk met de hele ploeg. Lotto Djumbo zal ook wel een poging willen wagen. Een beetje net als in de Tour van 2013. De jongens van Tinkoff-Saxo kunnen dit ook wel. BMC zal nu vast ook wel mee willen werken, met Dennis in de gele trui.
1. Cavendish. Denk dat hij sowieso vooraan gaat zitten, wat er ook gaat gebeuren. Hij heeft de beste ploeg voor dit werk en als hij niet meezit zorgen ze er wel voor dat alles weer samen komt. Zo sterk is die ploeg nu eenmaal. Grote kans voor Cavendish en zoveel kansen zijn er niet, hij zal wel moeten.
2. Kristoff. Die jongen is zo sterk, kan alles. Heb ik iets minder in de waaiers gezien, maar de kans bestaat dat we überhaupt geen waaiers krijgen en alleen maar regen. Met regen is hij misschien nog wel op z'n best. Des te zwaarder het is, des te sterker hij naar voren komt.
3. Sagan. In de Tour van 2013 liet Sagan zien dat hij ook wel aardig in de waaiers kan rijden en rijden in de regen kan hij sowieso. Gaat zeker meedoen voor de overwinning, maar als een van de topsprinters erbij is maakt hij niet direct kans om te winnen.
4.Greipel. De Gorilla kan ook wel aardig beuken in de wind. Is wel wat minder in de regen, dus bij noodweer kan je deze vierde plaats wel schrappen.
5. Vanmarcke. In het begin van zo'n ronde wil Sep nog wel eens iets te enthousiast rond gaan rijden en zich mengen in een sprint, vooral als er een uitgedund groepje is. Ik verwacht morgen wel een uitgedund groepje en meestal is Sep daar dan nog wel bij. Zal wel kansloos meesprinten voor een leuke ereplaats.
johannes_vermeerwoensdag 8 juli 2015 @ 12:41
Etappe 3: Antwerpen - Huy, 159,5 km

Als er lang naar een etappe wordt uitgekeken en er veel wordt van verwacht kan het nogal snel tegenvallen. Gelukkig was daar tijdens de tweede etappe geen sprake van. De wind was op de afspraak en we kregen er ook nog wat regen bij. We kregen waaiers, vroeg in de wedstrijd al. Uiteindelijk bleek Zeeland niet beslissend, maar een strook tussen Spijkenisse en Hellevoetsluis. De goden van Lotto-Djumbo werden vooraan verwacht, maar wisten het goed te verpesten. Keldermannetje was niet helemaal bij de les en Gesink had een beetje pech. In eigen land hadden de Nederlanders wel wat beter mogen presteren, maar buiten dat was het een heerlijke etappe. Jammer dat het noodweer in Zeeland eigenlijk een uur te vroeg was, stel je voor dat het daar nog echt had gewaaid. Nu waren er eigenlijk drie grote groepen, met nog een beetje extra wind in Zeeland was het veld helemaal uit elkaar geslagen en hadden we wel 20 groepjes gehad. Het had nog spectaculairder kunnen zijn, maar we mogen niet klagen. Het is een mooi wielerjaar tot nu toe, met onder andere een prachtige Gent-Wevelgem en een heerlijke Giro. In de Tour lijkt het voorlopig door te gaan. De derde etappe brengt ons naar België en daar gaan we eindigen op een van de lastigste muurtjes die we kennen. Een muur die altijd voorkomt in normaal gesproken de saaiste klassieker van het voorjaar. Hopelijk s dat nu anders.

Sy6HA6C.png
PROFIL.png

De start is in Antwerpen en daar is de Tour zeker niet voor het eerst. 14 jaar geleden kwam er een rit aan in Antwerpen en de overwinning ging toen naar Marc Wauters, de Belg die jarenlang bij Rabobank reed. Hij maakte samen met Erik Dekker deel uit van een kopgroep van 16 man. On de boog van de laatste kilometer viel Wauters aan en op een onbekende Fransman, Arnaud Pretot, na reageerde niemand. Wauters versloeg vervolgens Pretot in de sprint. Omdat hij een paar dagen daarvoor een goede proloog had gereden mocht hij ook meteen de gele trui aantrekken. De gele trui in je eigen land, we kennen allemaal wel een zekere renner uit Maastricht die nu heel jaloers is. Een dag later mocht Wauters in de gele trui door zijn woonplaats rijden, maar wist in die rit de trui niet te houden. Die rit vertrok in Antwerpen en ging naar Seraing. Een etappe die werd gewonnen door Erik Zabel, dus niet echt vergelijkbaar met wat we nu gaan krijgen. Antwerpen zelf is een stad met meer dan 500.000 inwoners. Vooral bekend vanwege de haven, na Rotterdam de grootste haven van Europa. We starten langs de Schelde, in de buurt van de Grote Markt.

3994197996_102383586b_b.jpg

Na twee dagen over de prachtige Nederlandse wegen te hebben gereden zoeken we nu de Vlaamse en Waalse ellende op. We rijden eerst nog een geneutraliseerd rondje door Antwerpen, onder andere langs het vliegveld en starten buiten Antwerpen, bij Boechout echt. Er wordt koers gezet richting Lier. De stad van Bob Peeters en Nick Nuyens, om maar eens een paar bekende namen te noemen. We volgende kaarsrechte N10 richting Aarschot. Meer dan 20 kilometer volledig rechtdoor, met af en toe een keer een rotonde. Lijkt Spanje wel. Van Aarschot gaat het richting Rillaar en de weg wordt nu wat bochtiger. Toch nog een beetje variatie in het parcours. Via Tielt-Winge komen we door Meensel-Kiezegem. Dit is een dorp van helemaal niets, met amper 1000 inwoners. Toch heel bekend, de grootste wielrenner aller tijden is hier geboren: Eddy Merckx. De renner die alles won wat er te winnen viel, waaronder vijf Tours. Ook nog even meer dan 30 ritoverwinningen, die Eddy kon wel wat. Deze passage door zijn geboortegrond zou je kunnen beschouwen als een ode aan Merckx. Korte ode, want het dorp is zo klein dat de renners er na vijf seconden wel weer doorheen zijn gefietst. Na deze passage gaan de renners richting Glabbeek en na een kilometer of 57 komen ze in Tienen uit. Het Vlaamse gedeelte van de etappe zit er al bijna op. De wegen hier zijn nog prima te doen. Alleen het stuk in de omgeving van de geboorteplaats van Eddy Merckx is wat minder. Een wat smallere weg, die typisch Belgisch is te noemen. Van die enorme stukken betonrot die net niet op elkaar aansluiten, lekker. Verder is het prima te doen. Tienen is nog wel een mooi stadje.

42839_OLV_ten_Poelkerk_Tienen.jpg

Na 70 kilometer koers verlaten we Vlaams Brabant en komen we terecht in Waals-Brabant. Dat is meteen te zien ook, van een fietsstrook is ineens geen sprake meer. In Vlaanderen heb je al pech als fietser, maar in Wallonië kan je helemaal de griep krijgen. De renners blijven over rechte wegen rijden. Veel bochtenwerk is er niet bij. De weg begint hier al langzaam een beetje op te lopen, maar daar zullen ze niet veel van merken. We rijden door het Waalse binnenland, op zoek naar de Maas. We komen een paar rotondes tegen, maar verder is er met de wegen hier niet veel aan de hand. Het zou nu al wat nerveuzer kunnen worden in het peloton, want na het bereiken van de Maas bij Andenne krijgen we bijna de eerste klim van de dag en dus ook meteen de eerste klim van deze Tour. Na een tijdje vals plat dalen de renners af richting Andenne en bij het verlaten van Andenne begint de klim al meteen.

vue-andenne.jpg

De eerste beklimming van de Tour de France van 2015 is de Côte de Bohissau is een beklimming van de vierde categorie, dus veel punten zijn hier niet te verdienen. Het is een klim die vaak voorkomt in de Waalse Pijl. De finale van deze rit is wel redelijk vergelijkbaar met de finale van de Waalse Pijl. Het verschil is dat deze rit een stuk korter is en er totaal geen klimmetjes zitten in de eerste 100 kilometer. Korte etappes zijn wel vaak een garantie voor meer spektakel, dus wie weet wordt deze rit veel leuker dan de gemiddelde Waalse Pijl. De klim naar Bohissau is 2,4 kilometer lang en 5,5% gemiddeld. Stelt dus eigenlijk niks voor, als je het vergelijkt met de Muur van Huy. Boven in het gehucht Bohissau is het nog 50 kilometer tot de streep. We blijven een tijd op een soort van plateau rondrijden. Het gaat af en toe wel een paar meter omhoog en een paar meter naar beneden, maar van echte klimmen of afdalingen kunnen we niet spreken. Dit blijft zo tot de tussensprint in Havelange, na 128 kilometer. Deze tussensprint loopt enigszins omhoog, goede kans voor de Degenkolbjes en de Sagannetjes van deze wereld om nog wat punten te smokkelen.

799px-Havelange_JPG001.jpg

De tussensprint ligt wel net buiten Havelange en eigenlijk rijden we ook gewoon langs Havelange af. We gaan ons nu wel echt opmaken voor de finale van deze etappe. Na Havelange gaat er afgedaald worden tot het welbekende Pont de Bonne. In Pont de Bonne is het nog ongeveer 20 kilometer tot de streep en wordt het tijd voor de finale van de wedstrijd. De finale gaat beginnen met de Côte d'Ereffe. Weer een beklimming van de vierde categorie, 1,6 kilometer aan 7% gemiddeld. Kleine uitloper nog daarna een een procentje of drie. In de Waalse Paal was dat tot dit jaar vaak de voorlaatste beklimming. Nooit een klim waar veel gebeurde, dat valt nu ook niet echt te verwachten. De spanning en sensatie zal dan eerder moeten komen van een klim die we dit jaar voor het eerst in de Waalse Pijl zagen: Côte de Cherave. De top van de vorige klim lag na 143 kilometer koers, op 16 kilometer van de streep. 11 kilometer verderop komen we boven in Cherave, op 5,5 kilometer van de streep. De Côte de Cherave is ook weer een klim van de vierde categorie, maar wel de lastigste tot nu toe. Slechts 1,3 kilometer, maar wel gemiddeld 8%, met stukken boven de 10%. In de Waalse Pijl van dit jaar zagen we dat er hier wel wat kan gebeuren. Het maakt de finale in ieder geval wat lastiger en de sprint richting Huy wat minder georganiseerd.

cherave.jpg

Een korte afdaling over een redelijk smalle weg volgt. Een paar bochten, maar echt lastig is het niet te noemen. Na 2,5 kilometer dalen komen de renners beneden en is het nog drie kilometer tot de streep. Eenmaal in Huy begint het al licht op te lopen, maar de laatste kilometer gaat het echt los. In totaal is de klim 1,3 kilometer lang en gemiddeld 9,6%, maar vooral de laatste kilometer is echt buitensporig steil. Zo'n beetje 600 meter van de streep gaat het echt los. De renners krijgen een paar bochten en hier gaan we richting de 20%. Hier plaatst de winnaar vaak de beslissende demarrage. Tenzij Valverde wint, dan komt de demarrage pas op 100 meter van de streep. Richting de top vlakt het af, maar dit is vaak het stuk waar mensen er nog doorzakken of juist sterk opkomen. Eerst zijn de springveren in het voordeel en richting de top moet je dan nog even wat groter kunnen schakelen.

PROFILCOLSCOTES_1.png
144111_PIC531931839.jpg

De Muur van Huy is een bekende muur voor iedere wielervolger. Het is al jaren het eindpunt van de Waalse Pijl. Vaak is de Waalse Pijl de saaiste koers van allemaal. 200 kilometer lang zit je naar niks te kijken, dan sprinten ze even in een paar minuten die muur op en is de koers voorbij. De organisatie is er wel mee bezig om daar een oplossing voor te vinden, zo is dus dit jaar de Côte de Cherave aan het parcours toegevoegd. Leverde niet meteen iets op. Er gingen wel wat jongens in de aanval, een Tim Wellens bijvoorbeeld. Leverde hem niet veel op, hij werd teruggepakt op de Muur van Huy, waar hij volledig stilviel. Vroeg demarreren is natuurlijk best wel een risico als je nog over zo'n muur moet. Tijdens deze rit zou ik ook niet meteen een spervuur aan demarrage verwachten. Waarschijnlijk wacht iedereen weer tot de Muur en dan heb je grote kans dat je dit beeld weer gaat zien. Zou dan voor de derde keer achter elkaar zijn.

164338_kristoff-15.jpg

In 2014 was Alejandro Valverde al de sterkste op de Muur van Huy en in 2015 deed hij dat dunnetjes over. In 2014 wist hij zelfs het record op deze muur te zetten. We horen heel veel over het nieuwe wielrennen, maar Alejandro reed in 2014 dus bijvoorbeeld sneller dan de lolbroeken van Gewiss in 1994 en iedere andere willekeurige winnaar in de jaren daarna. Een paar maanden geleden zagen we een hele afwachtende koers op de Muur. Normaal gaat er 500/600 meter voor de streep wel iemand aan, maar nu bleef iedereen naar elkaar kijken tot de laatste hectometers. Pas op 150 meter van de streep ging Valverde echt aan en niemand kreeg het voor elkaar bij hem in de buurt te komen. De Franse grapjas Lollerphilippe werd derde, voor Albasini. Albasini is er nu ook bij, je kan hem dus opschrijven. Kelderman werd netjes tiende, hij kan dit soort werk dus ook wel aan. Voor Valverde was het zijn derde overwinning in Huy. Kan nu zomaar de vierde worden. De Waalse Pijl van dit jaar was ook meteen de terugkeer van Gesink. We hopen dit beeld weer te zien.

144014_kristoff-6.jpg

Huy is voor de vierde keer onderdeel van de Tour de France. Drie keer eerder vertrok er een rit in deze Waalse stad met 21.000 inwoners in de provincie Luik. In 1995 was er een tijdrit van Huy naar Seraing, die werd gewonnen door Miguel Indurain. Zes jaar later, in 2001, won Laurant Jalabert een rit die uit Huy vertrok en eindigde in Verdun. Robbie McEwen won in 2006 een rit die het vertrek kende in Huy. Nu voor het eerst in de Tour een aankomst in Huy en dan ook meteen op de Muur. De Waalse Pijl heeft een erelijst met winnaars waar je spontaan zelf licht van gaat geven. Wat dacht u van Danilo Di Luca, Davide Rebellin, Giorgio Furlan, Moreno Argentin, Laurent Jalabert, Lance Armstrong, Michele Bartoli en ga zo maar door. Vooral Moreno Argentin moet genoemd worden. Hij won de beste editie van de Waalse Pijl, die van 1994. Met twee ploeggenoten, Evgeni Berzin en Giorgio Furlan, reed hij weg uit het peloton op de Muur van Huy. Meer dan 70 kilometer reden ze alleen op kop en wisten ze die monstervlucht grandioos af te ronden. Goed spul, dat EPO. De laatste jaren is het vooral een Spaans feestje in Huy. Alejandro Valverde won in 2014 en 2015. In 2013 was Dani Moreno de sterkste en het jaar daarvoor Joaquim Rodriguez. In Huy wint meestal wel de sterkste renner, hoewel je af en toe een Igor Astarloa of een Kim Kirchen uit het niets hebt. Tijdens deze rit zal het waarschijnlijk wel voor een van de favorieten zijn.

4730472931_76ef278c21_o.jpg

Het weer zal in ieder geval een stuk beter zijn dan tijdens de tweede rit. Graadje of 26, geen neerslagen en niet zo gek veel wind. Prima vol te houden allemaal. De renners zullen 13:10 vertrekken en Sporza zal er dan ook meteen bij zijn. We zitten nu in België, dus de Belgjes worden nog enthousiaster dan ze al waren. Ze zullen hopen op een nieuwe Belgische overwinning, de laatste in Huy is alweer van 2011, toen Gilbert zijn mutantenjaar had. Misschien dat Tim Wellens nu weer gaat aanvallen, maar het dan wel kan afronden. Tussen 17:08 en 17:27 worden de renners aan de streep verwacht. Een half uurtje eerder worden ze bij de Côte d'Ereffe verwacht. Dat lijkt me wel een geschikt moment om je tv aan te slingeren. De rest van de etappe lijkt op papier minder interessant en de praktijk van de Waalse Pijl toont ook aan dat je vaak urenlang naar niets zit te kijken.

Deze etappe schreeuwt natuurlijk om een paar Spaanse en Colombiaanse springveren. De Colombiaanse springveren zijn nu wel wat afwezig alleen. Arredondo reed goed in 2014, maar is dit jaar wat minder. Voor Quintana is dit niet echt weggelegd. Hij moet het echt van de langere klimmen hebben, zo explosief is hij eigenlijk niet. We zullen het toch vooral in Spanje moeten zoeken en dan kom je bij twee logische namen uit, Valverde en Rodriguez. Als je kijkt naar hun prestaties van dit jaar is Valverde duidelijk de grote favoriet. Als je weer kijkt naar de Waalse Pijl van dit jaar moet je ook Albasini noteren. Rodriguez werd toen vierde. Fuglsang werd achtste, hij kan dit werk dus ook wel aan. Bij Astana zal de aandacht alleen wel uitgaan naar Nibali. In de Waalse Pijl van dit jaar zakte hij er flink doorheen en werd hij pas 20e. Toch zijn we nu een paar maanden verder en heeft Nibali in de Tour altijd veel meer vorm dan de maanden daarvoor. Dan Martin is ook een interessante naam. Hij viel vooral in 2013 op in de Waalse Pijl. Hij werd vierde, maar reed wel zo'n beetje de snelste beklimming. Zijn positionering is vaak waardeloos en daardoor vergooit hij vaak zijn kansen. Of hij glijdt uit in de laatste bocht, dat kan ook nog. In 2014 werd hij tweede, achter Valverde. Zijn positionering was toen weer niet optimaal. Als je Dan Martin die in goede vorm steekt goed afzet kan hij gewoon winnen. In 2014 liet Kwiatkowski ook zien dat hij dit werk kan, maar de vorm lijkt hij nu nog niet te hebben. Contador heeft al een aantal jaar niet meer de Waalse Pijl gereden, maar wist in 2010 nog derde te worden. Eigenlijk kunnen alle favorieten voor de eindzege dit wel. Froome heeft zijn zwalkende tijden van 2009 ook achter zich gelaten. Alleen Quintana is een vraagteken. Hij gaat niet op minuten gereden worden, natuurlijk niet, maar ik verwacht hem in ieder geval niet bij de eerste tien. Een andere interessante renner om in de gaten te houden is onze eigen Tom Dumoulin. Hij zal niet gaan winnen, maar heeft wel een reële kans om de gele trui te pakken. Dit is echt te zwaar voor Martin en Cancellara en hij heeft genoeg voorsprong op de jongens achter hem om hier gewoon de trui te pakken. Zonder pech moet dit lukken.
1. Valverde. Piti gaat natuurlijk voor drie op een rij. Dat Quintana eigenlijk de kopman is zal hem niet lekker zitten, die gaat natuurlijk voor zijn eigen kans rijden. Ik denk dat we met z'n allen vloeken voor de tv gaan zitten met het broekje aan.
2. Rodriguez. Indrukwekkend is hij dit jaar nog niet echt. Goed, hij won de Ronde van het Baskenland en heeft ook best goede uitslagen, maar het is allemaal een beetje onzichtbaar. Hij werkt zich als een Zubeldia naar voren. Zijn tijdrit in Utrecht was slecht, maar dat viel te verwachten. Dat hij de boot mist in de waaiers is ook logisch. Nu kans om te laten zien dat hij toch goed in vorm is.
3. Albasini. Is al een paar keer best dicht in de buurt van de zege geweest in Huy. Toch is er altijd wel iemand die harder die Muur op kan vliegen. Nu ook natuurlijk, maar wel een leuke poging.
4. Dan Martin. Ik weet niet echt hoe het met zijn vorm zit. Als hij goed in vorm is kan hij met de besten mee naar boven. Moet hij zich wel een beetje goed plaatsen, dat is vaak nogal lastig voor hem. In de Dauphiné reed hij wel aardig, maar de afgelopen dagen reed hij bepaald niet goed. Hij mag het nu laten zien.
5. Contador. Bertje kan dit gewoon. Hij laat het niet vaak zien, maar die korte steile dingen liggen hem ook wel. Alles ligt hem wel, zo kan je het ook zeggen. Zal niet voor de overwinning gaan, maar kan stiekem toch al een paar seconden pakken op enkele concurrenten.

Etappe 4: Seraing - Cambrai, 223,5 km

Voor het eerst sinds de prehistorie hadden we weer eens kans op een gele trui, maar dat liep niet helemaal goed af. Tom Dumoulin maakte een slechte buikschuiver en dat leverde hem een breuk in zijn schouder op. Tour voorbij en vooral de kans op een gele trui. Er vielen nog meer slachtoffers, vooral bij Orica-GreenEDGE. Nu al medelijden met die jongens met het oog op de ploegentijdrit. Ook Cancellara zijn we kwijt, dat is toch wel jammer. Vooral als je kijkt naar de etappe die we nu gaan krijgen. Etappe 3 bracht eigenlijk wat je kon verwachten van een koers richting Huy. Urenlang gebeurt er niets en aan het eind wint een Spanjaard. Redelijk voorspelbaar, hoewel het dan wel weer enigszins verrassend was dat Rodriguez won en niet Valverde. Piti lijkt niet zo sterk en dat kan je ook zeker zeggen van Contador. Bertje moet nog flink aanpoten wil hij wat gaan bereiken in de bergen. Voor we bij die bergen komen heeft hij nog wel wat tijd, hoewel hij vast ook niet vrolijk zal worden van deze etappe. We keken lang uit naar de tweede etappe in Zeeland, maar deze etappe zit ook al een tijdje in het achterhoofd van veel mensen. Na de prachtige overwinning van Lars Boom vorig jaar in de kasseienrit krijgen we nu een nieuwe kasseienrit. Weer een beetje Parijs-Roubaix in de Tour en dat is eigenlijk best fantastisch.

y8Vzn68.png
PROFIL.png

De start van de langste etappe van deze Tour de France is in Seraing, net onder Luik. Het is een van de twee etappes met een lengte boven de 200 kilometer. Seraing is een stad met 64.000 inwoners en is al vaker voorgekomen in grote rondes. Zelfs de Giro is hier eens geweest, dat was in 2006. Die Giro begon met een proloog in Seraing en deze proloog werd gewonnen door Paolo Savoldelli. In de Tour is men zelfs al drie keer in Seraing geweest. In 1995 voor het eerst, toen er een tijdrit van Huy naar Seraing was, gewonnen door Miguel Indurain. In 2001 was er een rit van Antwerpen naar Seraing, gewonnen door Erik Zabel. De Tour van 2012 startte in België, met een proloog in Luik. Een dag later zou de rit eindigen in Seraing en deze rit werd gewonnen door Peter Sagan. Dat was een lastige aankomst, het liep redelijk pittig omhoog in de laatste twee kilometer. Cancellara ging vroeg in de aanval en alleen Sagan en Boasson Hagen waren in staat te reageren. Vervolgens won Sagan dat sprintje makkelijk. Voor Sagan was het zijn eerste overwinning in de Tour. Nu geen lastig parcours in Seraing, we starten langs de Maas en blijven die rivier een tijd volgen. Seraing is verder vooral een typische Waalse industriestad en dus eigenlijk het aanschouwen niet waard.

PC042560_3_ilm.jpg

Na de start aan de rand van Seraing rijden we een tijdje langs de Maas, met aan de linkerkant vooral veel industrieterrein. Aan de overkant is het uitzicht nog wel prettig. Vooral naar rechts kijken dus. Als het kasteel van Chokier is te zien mogen de renners echt aan de koers gaan beginnen. Van Seraing rijden we naar de finishplaats van etappe 3, Huy. We blijven langs de Maas rijden en komen na een kilometer of 30 uit in Andenne, waar de renners tijdens de derde etappe ook al door zijn gekomen. Vervolgens fietsen ze nog 20 kilometer langer langs de Maas voor ze in Namen uitkomen. In Namen krijgen we de eerste en ook meteen enige klim van de dag, er gaat geklommen worden naar de prachtige Citadel van Namen. Deze citadel is een begrip in België. In de winter is er een veldrit op de flanken van de citadel en in september is er ieder jaar een redelijk bekende wedstrijd, GP de Wallonie. Enkele bekende namen op de erelijst zijn Greg van Avermaet, Jan Bakelants en Philippe Gilbert. Best een pittig klimmetje, in die wedstrijd zorgt het toch altijd wel voor de nodige verschillen. Nu zal het wel een rustige passage worden.

44935761.jpg

Om de citadel te bereiken hebben we de Maas over moeten steken. Die rivier komen we niet meer tegen. Met een omweg gaat het nu richting Frankrijk, met een boog om Charleroi heen. Na Namen gaat het een hele tijd rechtdoor, we passeren enkele dorpjes van weinig betekenis. In Sombreffe staat nog wel een kasteel, dat zal vast de revue passeren. Na een kilometer of dertig rechtdoor slaan we linksaf en gaat het pas echt richting Frankrijk. Tot nu toe was de weg best aardig, maar nu krijgen we een paar flinke stroken Belgisch beton. Ligt er flink slecht bij, zoals het hoort in België. We gaan nu op weg naar de eerste kasseienstrook van de dag. Na exact 100 kilometer komen de renners aan in Pont-à-Celles. Vlak na Pont-à-Celles krijgen we een strook van 1800 meter richting Gouy-lez-Piéton. Dit is strook 7, dat wil zeggen dat er hierna nog zes gaan komen. Op de volgende strook moeten we nog wel een kilometer of 80 wachten, dus hier zal niet veel gaan gebeuren. Ook al niet omdat deze strook er best goed bij ligt.

8XVDyub.png

Na deze strook komen we weer op asfalt terecht, maar niet echt asfalt om vrolijk van te worden. Sommige wegen verkeren hier in een slechte staat en er komen wat meer bochten in het parcours. Via Chapelle-lez-Herlaimont rijden de renners naar Binche. Binche is de stad met de best bewaarde stadsmuren van België. Het is ook de stad waar de Mémorial Frank Vandenbroucke eindigt, een wedstrijd tussen Doornik en Binche die afgelopen jaar nog werd gewonnen door Zdenek Stybar. Vanaf Binche is het een lange rechte streep tot Frankfrijk. Vlak voor de grens krijgen we nog de tussensprint van de dag, in Havay. Bij Bois-Bourdon bereiken we de grens en rijden we pas op de vierde dag van deze Tour voor het eerst in Frankrijk rond. Een paar kilometer volgen we exact de grens, maar daarna duiken we dan toch echt helemaal Frankrijk in. Rechtdoor over het Franse platteland richting Bavay. Daar komen we na 150 kilometer koers aan. Nog 25 kilometer tot de finale gaat beginnen. Iets meer dan tien kilometer na Bavay komen de renners door het vestingsstadje Le Quesnoy.

2014-02-28-le-quesnoy-800.jpg

Nog 12 kilometer tot strook 6. Van Le Quesnoy rijden we naar Ruesnes en daarna snel door richting Sepmieres. Hier zijn de wegen nog prima, maar daar komt snel verandering in. Na 175 kilometer koers, op een kleine 50 kilometer van de streep rijden de renners door het kleine dorpje Artres. Net buiten Artres slaan de renners rechtsaf en komen ze op de Rue de Bermerain terecht. Dit is kasseistrook nummer 6. De strook is slechts 1,2 kilometer lang, maar deze strook ligt er wel vrij slecht bij. Het is een smal strookje, maar dus wel redelijk kort en zonder bochten. Na 178 kilometer koers komen de renners uit in Famars en is het tijd om de schade op te meten. Als iemand hier al tijd verliest is er maar weinig tijd om nog terug te keren, de volgende strook volgt al snel.

QIrKngl.png

In Famars zelf maken de renners een bocht van 180 graden en gaan ze de andere kant op, richting strook 5. Amper vijf kilometer na strook 5 is het al meteen tijd voor strook 4. Van Famars wordt er over een grote weg naar Quérénaing gereden. In Quérénaing wordt er rechtsaf geslagen, richting Verchain-Maugré. Het eerste deel van deze weg is best goed, maar na de laatste huizen van Quérénaing houdt de weg op en blijft er alleen een kasseienpad over. De strook is 1,6 kilometer lang en daarmee een stukje langer dan de vorige strook. Van een weg die een paar meter breed is moeten de renners ineens over een weg die amper een meter breed is, dus zal het wel weer een hele sprint worden richting deze strook. Het is een strook die wel eens is voorgekomen in Parijs-Roubaix. In de editie van dit jaar kwam deze strook na 130 kilometer koers, van de 253 kilometer in totaal. Een strook om op te warmen dus. Dat blijkt ook uit het aantal sterren dat deze strook krijgt. Iedere strook in Parijs-Roubaix krijgt sterren, van 1 tot 5. 1 stelt niets voor en 5 is extreem zwaar. Deze strook krijgt drie sterren. Is dus geen makkelijke strook, maar ook geen hele zware.

CCYvuRwWgAAFW__.jpg:large

Aangekomen in Verchain-Maugré mogen de renners bijna meteen over de volgende strook. Deze strook brengt ze van Verchain-Maugré naar Saulzoir. Twee kilometer na het verlaten van strook 5 beginnen de renners aan strook 4. Deze strook is 1200 meter lang. Dit is een strook die ook wel eens is voorgekomen in Parijs-Roubaix. Dit jaar niet, maar in 2014 nog wel. Kreeg de vorige strook nog drie sterren, is dit er eentje die twee sterren krijgt. Stelt dus technisch gezien niet zo heel voor. De moeilijkheid zal hem nu vooral zitten in de opeenvolging van stroken. Er is eventjes geen moment om te herstellen of op te schuiven. Deze strook is net als de vorige strook vrij recht, voorlopig geen lastige bochten voor de renners.

Bk2iAB9IUAAa0c7.jpg:large

In Saulzoir, na het verlaten van de kasseien, hebben de renners 189 kilometer afgelegd. Nog 34 kilometer en drie kasseinstroken te gaan. Het is een kilometer of 8 tot de volgende strook. Eventjes wat rechte, brede wegen voor de renners. Een mogelijkheid om een eventueel opgelopen achterstand zien kwijt te raken. Via Haussy rijden de renners naar Saint-Python en daar krijgen ze weer een nieuwe strook. In Saint-Python slaan de renners rechtsaf en komen ze op de Chemin Nungesser terecht. Dit is een kasseienstrook van 1500 meter die met enige regelmaat voorkomt in Parijs-Roubaix. Maakt eigenlijk steevast deel uit van deze prachtige klassieker. Een van de eerste stroken van de koers, nu een van de laatste. Het is een makkelijke strook, krijgt maar twee sterren. De keien liggen er relatief goed bij, voor zover keien er goed bij kunnen liggen. Deze strook is best makkelijk, maar het zal hier toch heel erg nerveus zijn, want de strook hierna kan wel eens een hele belangrijke worden.

2PgITCJ.png

Na het verlaten van strook 3 mogen de renners welgeteld één hele kilometer over asfalt rijden voor ze aan strook 2 beginnen. De renners komen weer terecht op een strook die vaak voorkomt in Parijs-Roubaix, de strook richting Quiévy. Normaal gesproken rijdt men in Parijs-Roubaix eerst van Quiévy naar Saint-Python, nu is dat dus andersom. Normaal zijn deze stroken ook zo'n beetje de eerste stroken in Parijs-Roubaix, nu dus vol in de finale van een etappe. Deze strook krijgt in Parijs-Roubaix 4 sterren en is dus een hele zware strook. Dat komt met name door de lengte, deze strook is 3700 meter lang. Dat is verschrikkelijk lang, zeker als je het vergelijkt met de voorgaande stroken. De stenen liggen er wel redelijk goed bij, de slechtste stroken uit Parijs-Roubaix doen we dit jaar niet aan. Dit lijkt me toch wel de strook waar het moet gebeuren. Het is enorm lang en in korte tijd hebben we nu redelijk wat kasseien gehad. Van de afgelopen 25 kilometer zijn er 9 kilometer kasseien. Dan begint het ondertussen wel overal pijn te doen. Goed weer of slecht weer maakt dan niet uit, hier gaan verschillen worden gemaakt. Al was het maar door de paniek en de nervositeit die dit met zich meebrengt. Deze strook loopt wel enigszins omhoog, wat het misschien nog wat moeilijker maakt. Strook 2 heeft nog een flink moeilijke bocht halverwege. Na die bocht wordt de weg wat slechter, de steentjes zijn hier wat minder goed onderhouden. Aan het eind van de strook liggen er nog een paar subtiele bochtjes en vlak voor het bereiken van Quiévy moeten de renners eers nog over een smalle asfaltstrook die erg slecht is onderhouden. Na dat stuk krijgen ze nog een paar meter kasseien en komen ze als het goed is veilig aan in Quiévy.

QOXH8YQ.png
DoEFnx8.png

In Quiévy is het nog 20 kilometer tot de streep. Nog maar één strook te gaan, die komt over een kilometer of zes. Van Quiévy rijden de renners richting Saint-Hilaire-lez-Cambrai. Net voorbij dit dorpje slaan de renners linksaf bij een rotonde en komen ze op de laatste strook van de dag terecht. Een strook van Avesnes-les-Aubert naar Carnières. De strook is 2300 meter lang en verder heb ik eerlijk gezegd geen flauw idee. De autootjes van Google durfden niet over deze weg en verder krijg ik niet veel over deze strook gevonden. Ook nog eens een strook die niet in Parijs-Roubaix voorkomt, dus sterren kan ik er niet aan geven. Het is in ieder geval een strook met een paar kleine bochtjes, maar verder toch weer grotendeels rechtdoor.
Herman van der Zandt is hier wel geweest, getuige deze foto.

CHJMA6VWMAAHFRL.jpg:large

Bij het verlaten van deze strook is het nog 11 kilometer tot de finish. De laatste strook is geweest, dus de specialisten moeten tegen deze tijd het verschil hebben gemaakt. Strook 1 gehad, nu alleen nog maar asfalt. Als er flink oorlog is gemaakt op de kasseien het en peloton totaal verbrokkeld is dan zou 11 kilometer te kort zijn om alles nog samen te laten smelten. Als men niet zo hard rijdt over de kasseien of de kasseien in de praktijk niet lastig genoeg blijken te zijn krijgen we een massasprint, vooral door die 11 kilometer om nog het een en ander te organiseren. Toch denk ik dat de kasseien er zeker voor gaan zorgen dat er een hoop mensen in de problemen komen. Het zijn niet de lastigste stroken, maar veel echte specialisten zijn er niet bij. De stroken zitten ook redelijk dicht achter elkaar, het veld gaat sowieso uit elkaar geslagen worden. Is het niet door een Vanmarcke die aan de boom gaat schudden, dan wel door de onvermijdelijke valpartijen en ander oponthoud door stuurfouten. Vanaf Carnières gaat het redelijk rechtdoor richting Cambrai. Is in het nadeel van eventuele vluchters, je verdwijnt niet zo snel in beeld. Makkelijk om het overzicht te bewaren voor de achtervolgers. De slotkilometer is nog wel even gevaarlijk, met een paar flinke bochten en een rotonde.

S6zUQpZ.png

Na een rit van 223 kilometer met in de finale meer dan 11 kilometer kasseien komen de renners aan in Cambrai. De kasseien zijn niet de lastigste, maar toch moeilijk genoeg om de nodige verschillen te veroorzaken. De slotkilometers richting Cambrai kunnen nog wel voor een samensmelting her en der zorgen, maar zelfs met goed weer gaan er hier mensen tijd verliezen. Dat lijkt duidelijk. In de slotkilometer krijgen de renners nog drie kleine stukjes klinkers voor hun kiezen. Die liggen er verder wel goed bij, zal alleen een beetje glad zijn als het regent. Dat eerste stukje is net als de slotkilometer begint. Een meter of 500 verder dan weer 100 meter klinkers en de slotmeters zijn ook over klinkers. Vlak voor de finish ligt een vluchtheuvel, waardoor de weg ineens nog maar heel smal is. Zullen ze ongetwijfeld weghalen, anders is het niet te doen. De finish is voor het stadhuis.

WD6Nmht.png

Cambrai is een stad met 33.000 inwoners in de Franse regio Nord-Pas-de-Calais. Een stad die vooral bekend is vanwege de Slag bij Cambrai. In de Eerste Wereldoorlog werd in de omgeving van Cambrai nogal flink gevochten. De Duitsers hadden hier hun verdedigingslinie opgetrokken. De Britten wisten hier door voor het eerst gebruik te maken van tanks doorheen te breken. De eerste keer dat ze door deze linie wisten te breken was bij Cambrai, daarna werden ook de rest van de Duitse verdedigingslinie doorbroken. Dankzij tanks dus, in 1917. Cambrai heeft geen al te grote historie in de Tour, twee keer eerder vertrok hier een rit maar nog nooit kwam er een rit aan. In 2010 vertrok er een rit in Cambrai die eindigde in Reims. Een massasprint, die werd gewonnen door Alessandro Petacchi. In 2004 was Cambrai het decor van een ploegentijdrit die eindigde in Arras. Deze ploegentijdrit werd gewonnen door US Postal. Geen idee of we dat nog als een officiële overwinning moeten beschouwen nu Lance Armstrong overal is geschrapt. Tweede werd toen Phonak, die kunnen we ook moeilijk aanwijzen als winnaars eigenlijk. Illes - Balears - Banesto dan? Nee, doe ook maar niet. T-Mobile lijkt me ook een slecht idee, om over Team CSC en Rabobank nog maar te zwijgen. Liberty Seguros eventueel? Nee, ook totaal niet. Laat maar gewoon, niemand won de ploegentijdrit die vertrok in Cambrai. Hoewel, Euskaltel werd achtste. Morele winnaars! Cambrai is wel een mooi stadje verder, paar leuke kerken, nog een citadel. Stadhuis is ook prima. Niks mis mee.

clochers-10022_7.jpg

Voor een echt epische etappe hebben we regen nodig. Slecht nieuws: we krijgen waarschijnlijk geen regen. Er is een klein kansje op regen, maar dat is eigenlijk pas aan het eind van de middag. Het zal waarschijnlijk droog blijven, dat is best jammer. Ook wel weer logisch, het is bijna altijd droog als we over kasseien rijden, kijk maar naar de laatste edities van Parijs-Roubaix. De kasseienrit van vorig jaar was echt een uitzondering. Toch kan een droge kasseienrit ook leuk worden. Het is sowieso zwaar genoeg om een boel renners te lossen en de nervositeit alleen al zal voor genoeg spektakel zorgen. Door stof ploeteren is ook leuk. Het schijnt wel vrij hard te gaan waaien. Het gebied is wel best open, dus een klein kansje op waaiers is er wel. Ik vertrouw die weerberichten alleen nooit zo, dus in de praktijk zal het wel weer meevallen. Graadje of 27 in de middag, dat zijn we eigenlijk niet gewend bij kasseien maar ook wel een keer prima. Het is een lange etappe, dus de renners vertrekken vrij vroeg. Om 12:00 vertrekken ze in Seraing en vijf minuten later is de echte start. De finale gaat beginnen tussen 16:07 en 16:31, dan worden de renners bij strook 6 verwacht. Tussen 17:10 en 17:40 is de verwachte finish in Cambrai. Sporza is er om 14:15 bij, de NOS vijf minuten eerder.

De jongens die we vaak in Parijs-Roubaix vooraan zien rijden zullen we hier waarschijnlijk weer gaan zien. Het is zwaar, maar niet superzwaar. Door een gebrek aan regen zal het voor een Vanmarcke lastig worden om jongens als Degenkolb, Sagan en Kristoff te lossen. Ik verwacht uiteindelijk een uitgedunde groep, een flink uitgedunde groep. Er zullen vast weer enkele jongens wegvallen door een lekke band of een valpartij, maar de meeste sterke sprinters zullen er nog wel bij zijn. Vanmarcke gaat ongetwijfeld flink aan de boom schudden. Dit zal hij dan moeten doen op de stroken van Saint-Python en Quiévy. Ideale moment om het veld flink uit te rammelen, in totaal 5 kilometer kasseien met maar één kilometer asfalt tussendoor. Dat gaat denk ik het belangrijkste moment zijn. Als het veld daar volledig uit elkaar is geslagen krijgen we een mooi slot. Als daar alles een beetje bij elkaar blijft krijgen we een uitgedunde massasprint.
1. Vanmarcke. Sep heeft de gunfactor. Ik gun hem een mooie overwinning in de Tour. Sep is iemand die altijd koers maakt, maar daardoor zichzelf vaak voorbij fietst. Toch is die jongen een van de redenen om je tv aan te zetten met het broekje naar beneden tijdens de klassiekers. Hopelijk koerst hij morgen weer zonder verstand en gaat hij gewoon vol met de oogkleppen op er vandoor. Je moet hem niet op een andere manier laten koersen, dat zit niet in hem. Hij zal eeuwig tactisch dom blijven. Wel een prachtige coureur. Hup Sep.
2. Degenkolb. Als je Parijs-Roubaix wint is dit natuurlijk een peulenschil. Zoals hij in Parijs-Roubaix reed was best indrukwekkend. Reed in zijn eentje een gat dicht. Bleek meer te zijn dan een afwachtende sprinter. Zal morgen dus vast ook niet te beroerd zijn om initiatief te nemen als er een groepje wegrijdt. De sterke renners op de kasseien maar mindere sprinters zullen hun best moeten doen om Degenkolb te lossen, anders is het een kansloze zaak.
3. Sagan. Ook Sagan komt altijd goed over de kasseien, maar heeft de laatste tijd wel steeds meer moeite om nog eens iets af te maken. In het voorjaar ging het licht vaak uit in de finale. Dit is weer een lange rit, dus de kans bestaat dat het licht weer uitgaat bij Sagan. Lijkt nu wel redelijk goed in vorm en de kasseien moet hij makkelijk overleven. Winnen is lastig, er is altijd wel een Degenkolb of een Kristoff bij. Die jongens kan hij verslaan, maar vaker niet dan wel de laatste tijd.
4. Kristoff. IJzersterke renner, maar heeft het deze Tour nog niet te pakken. Mist de slag in Zeeland en komt in Huy op een minuut of 12 binnen. Wel iemand die bijna niet meer te lossen is op de kasseien en dan in de sprint altijd gevaarlijk is. Dit jaar al 500 keer gewonnen ofzo, kan morgen zomaar 501 zijn.
5. Stybar. Als je tweede wordt in Parijs-Roubaix, verdien je een vermelding. Alleen even afwachten of hij voor zichzelf moet rijden of dat hij op Uran moet passen. In principe heeft Etixx genoeg mensen om op Uran te letten, dus zou ik Stybar een vrije rol geven. De laatste jaren een van de sterkste renners op de kasseien. Ook nog eens vrij rap, een man om rekening mee te houden.

Etappe 5: Arras Communauté Urbaine - Amiens Métropole, 189,5 km

Daags na de kasseienrit krijgen we de eerste echte etappe voor de sprinters. De etappe in Zeeland was er al een, maar door de waaiers waren niet alle sprinters van de partij. Nu zou dat wel moeten lukken. We gaan een gebied passeren dat getroffen is door de Eerste Wereldoorlog. We doen zo'n beetje ieder belangrijk monument in deze regio aan. Een ode aan de mensen die Frankrijk hebben beschermd 100 jaar geleden, waardoor we nu deze grote ronde kunnen fietsen.

CFhdNgV.png
PROFIL.png

De vijfde etappe start in Arras, een stad met 45.000 inwoners die vorig jaar ook al vereerd werd met een bezoekje. De zesde etappe van de Tour van 2014 startte ook in Arras. Toen moesten we richting de Alpen, dus moesten we naar het zuidoosten. We kwamen toen in Reims uit. Nu gaan we naar Bretagne en daarna richting de Pyreneeën, dus moeten we richting het zuidwesten. Vandaag is Amiens de finishplaats. De zesde rit in de Tour van 2006 werd gewonnen door Andre Greipel. In 1991 vertrok er ook een rit uit Arras, richting Le Havre. Thierry Marie won die rit. Eén keer kwam er een rit aan in Arras, dat was de ploegentijdrit van 2004. Een ploegentijdrit die door niemand werd gewonnen, tot die conclusie kwam ik tijdens de vorige voorbeschouwing al. Arras is best een mooi stadje, maar de absolute trekpleister is de citadel. Daar vertrekt de Tour iedere keer als er hier een rit is en dat is nu niet anders. Vorig jaar was dat vertrek op de citadel, nu ervoor. De renners rijden tijdens de neutralisatie door het centrum van Arras en buiten Arras gaat de koers dan echt beginnen.

Arras-place_des_h%C3%A9ros.jpg

Na zoveel etappes met een verhaal krijgen we nu waarschijnlijk een etappe zonder verhaal. De eerste echt typische Touretappe. Normaal hebben we in de eerste week van de Tour altijd vijf vlakke ritten, maar dit is pas de tweede van deze Tour. De eerste vlakke rit was natuurlijk in Zeelanden werd door het weer spectaculair. Dit moet dan de eerste echte massasprint gaan worden, zonder heuveltjes, kasseien en wind. We gaan fietsen door een gebied waar flink is gevochten tijdens de tweede wereldoorlog. Na een kleine 15 kilometer koers merken we dat al meteen als we langs Notre Dame de Lorette komen. Het is de grootste Franse militaire begraafplaats. Dit gebied was belangrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog omdat het strategisch op een heuvel lag. Er zijn hier drie flinke gevechten geweest, de drie gevechten van Artois. Er vielen heel veel slachtoffers. In totaal liggen hier meer dan 40.000 soldaten op de begraafplaats en in het ossuarium.

necropole-nationale-de-notre-dame-de-lorette.jpg

We rijden verder door het gebied waar in de Eerste Wereldoorlog enorm is gevochten. We komen langs een Canadese begraafplaats en Virny, waar nog oude loopgraven te vinden zijn. Niet veel later rijden we door Neuville-Saint-Vaast, waar een Deutscher Soldatenfriedhof te vinden is. Kwamen we net langs de begraafplaats met de meeste Franse soldaten, is dit weer de begraafplaats met de meeste Duitse soldaten. Bijna 45.000 Duitse soldaten liggen begraven op deze militaire begraafplaats. Alle slachtoffers van de gevechten rond Artois en Arras liggen hier. In de buurt zijn nog veel meer militaire begraafplaatsen, maar deze is uitzonderlijk door het grote aantal soldaten dat hier begraven ligt.

WWI-cemetary.jpg

Er wordt richting het zuiden gefietst en voorlopig komen de renners wat minder begraafplaatsen tegen. Her en der nog wel een kleinere, maar de grote begraafplaatsen bewaren we even. Tot de tussensprint eigenlijk, die is na 90 kilometer in Rancourt. Het gaat een kilometer of 50 praktisch rechtdoor richting het zuiden, richting de rivier Somme. In de omgeving van deze rivier is in de Eerste Wereldoorlog enorm veel gevochten. In Rancourt zijn drie begraafplaatsen te vinden. Eén voor de Fransen, één voor de Duitsers en één voor de Britten. Na de tussensprint rijden we langs het Nécropole de Rancourt, een militaire begraafplaats waar meer dan 5000 graven zijn en in totaal 8500 personen liggen. Een van de grootste begraafplaatsen in het gebied van de Somme.

72789887.jpg

Van Rancourt rijden we richting de Somme en bij Cléry-sur-Somme bereiken we die. Daarna fietst men richting Péronne, een stad die vorig jaar ook werd gepasseerd in de rit met start in Arras. In Péronne is een groot museum te vinden over de strijd die in deze regio werd uitgevochten in de Eerste Wereldoorlog. De Slag aan de Somme was een grote slag waarbij meer dan één miljoen slachtoffers vielen. In het Historial de la Grande Guerre in Péronne kan je hier de nodige informatie over vinden. Na Péronne steken we de Somme over en fietsen we richting Herbécourt. In ieder dorpje dat we hier passeren is wel een militaire begraafplaats te vinden, hier weer een kleine voor wat Britse soldaten. Voorbij Herbécourt wordt de Somme weer overgestoken en fietst het hele zooitje richting Combles. Er wordt weer door een redelijk open gebied gefietst, kan eventueel nog interessant worden. Na Combles komen we door Ginchy en niet lang daarna is het weer eens tijd voor een militaire begraafplaats. In de streek die doorkruist wordt vochten niet alleen de Duitsers, Britten en Fransen, ook nog veel soldaten uit andere landen. We fietsen langs het Bois Delville, een klein bos in de buurt van het dorpje Longueval, waar in de Eerste Wereldoorlog werd gevochten. Meer dan 3000 soldaten van de eerste Zuid-Afrikaanse infanterie brigade raakte in dit bos in een gevecht verwikkeld met de Duitsers. Liep niet goed af voor de Afrikanen, maar 750 manschappen wisten het te overleven. Er is hier een begraafplaats en een oorlogsmonument te vinden voor de gevallen Zuid-Afrikanen.

The_South_Africa_(Delville_Wood)_National_Memorial-2.JPG

Bij dit monument hebben we 126,5 van de 189,5 kilometer gehad. Nog een kilometer of 60 dus. Van Longueval naar Martinpuich over grotendeels rechte wegen. Af en toe een paar bochten, maar toch grotendeels rechtdoor. De begraafplaatsen en oorlogsmomumenten blijven je om de oren vliegen. In Thiepval is weer een groot monument te vinden. Dit is een monument opgedragen aan 72.000 vermiste Britse en Zuid-Afrikaanse soldaten. Bovendien zijn er ook nog wat graven te vinden. Het is het grootste Britse oorlogsmonument ter wereld, le Mémorial franco-britannique de Thiepval valt vooral op door de grote boog. De renners passeren hier op 50 kilometer van de streep.

CIMG0104.JPG

Van Thiepval fietsen we richting Albert. Albert is een van de plaatsen die het zwaarst werd getroffen tijdens de Slag aan de Somme. Net als Péronne was het een plaats die de Fransen en Britten hadden uitgekozen om een doorbraak te forceren. De hoogvlaktes in de buurt van Albert zouden een goede plaats moeten zijn om door te kunnen breken en een eind te kunnen maken aan de loopgravenoorlog. In Albert is natuurlijk ook weer genoeg te vinden dat aan deze Slag aan de Somme doet denken. Museumpje links, monumentje rechts. Het zal uitgebreid in beeld worden gebracht. Na Albert rijden we verder richting het zuiden, weer terug naar de Somme. Bij Sailly-Laurette, op 30 kilometer van de streep, passeren we de Somme weer en gaat het richting het westen, richting Amiens. Voor we Amiens bereiken fietsen we eerst nog langs Villers-Bretonneux. In de omgeving van dit dorp is ook gevochten. Het was het eerste gevecht met tanks aan beide kanten. De Duitsers handelden snel na de intrede van de Britse tanks en in 1918 hadden ze zelf ook zulke mogelijkheden. De Duitsers versloegen hier de Britten en wisten Villers-Bretonneux in te nemen. In de nacht na de overwinning kwam er echt een Australisch groepje soldaten aan die Villers-Bretonneux weer wisten te heroveren. Veel soldaten kwamen om het leven en ter ere van die jongens is er hier een monument. Mémorial national australien, waar meer dan 700 Australische soldaten begraven liggen.

Memorial-australien-Villers-Bretonneux_lightbox.jpg

We zijn nu op 20 kilometer van de streep. Bij Daours, waar ook weer een militaire begraafplaats is, steken we nog een keer de Somme over en is het nog een kilometer of 14 tot Amiens. De weg richting Amiens is enorm recht. In de laatste 14 kilometer krijgen ze te maken met twee echte bochten en een paar rotondes. Dat is het, verder gewoon immer geradeaus. Dit gebied is enorm open, met een beetje flinke wind kan het misschien nog leuk worden, maar laten we niet iedere dag op waaiers gaan rekenen. Op zes kilometer van de meet krijgen de renners kort achter elkaar twee rotondes en een kilometer later weer een. Dan gaat het twee kilometer rechtdoor, tot er op 2,5 kilometer van de finish een scherpe bocht naar links is. Hier komen de renners op een brede weg terecht bijna twee kilometer rechtdoor gaat. Op een meter of 400 van de streep volgt er een flauwe bocht naar rechts en is het vervolgens rechtdoor richting de streep. In principe een redelijk makkelijke finale.

xpaklMU.png

Amiens is een stad met 134.000 inwoners. Een stad met een rijke historie in de Tour. 10 keer vertrok hier een rit en nu gaat er voor de tiende keer een rit aankomen. Een stad waar vooral de Belgen heel goed presteren. Walter Godefroot won in 1970 in Amiens, Eric Leman deed het een jaar later. In 1975 won Ronald De Witte dan weer en in 1993 won Johan Bruyneel een rit met aankomst in Amiens. De laatste winnaar in Amiens is Mario Cipollini. Andere oud-winnaars zijn Marino Basso en Rudi Altig. Kwam maar twee keer voor dat er een Fransman won in Amiens, best opvallend. Amiens kwam goed weg in de Eerste Wereldoorlog. Vooral omdat de geallieerde troepen de Duitsers buiten Amiens wisten te stoppen. Deze hele etappe is een herdenkingstocht. De soldaten die Frankrijk beschermen tussen 1914 en 1918 worden geëerd. Vorig jaar was dat ook al het geval, 100 jaar na dato. De komende jaren gaat men daar dus rustig mee verder en volledig terecht natuurlijk. In Amiens geen militaire begraafplaatsen, wel enkele mooie gebouwen. De kathedraal is natuurlijk het meest in het oog springend, maar Amiens heeft nog veel meer te bieden. Het Jule Verne Circus bijvoorbeeld.

imagen.php?item_id=2367&w=987

Er wordt voor woensdag wel wat regen voorspeld. Is natuurlijk maar afwachten of dat dan ook echt gaat gebeuren. Het is geen hele lastige rit, met veel technische bochten of lastige obstakels zoals de kasseien, dus een beetje regen zou niet direct voor veel gevaar zorgen. Het is interessanter om te kijken of het gaat waaien. De voorspellingen op dit moment zeggen dat het redelijk hard gaan waaien. Dan kan het een mooie dag worden, rond de Somme is het best open en heeft de wind vrij spel. Ik wil niet iedereen te enthousiast maken, maar waaiers zijn zeker een mogelijkheid. De temperatuur zal een beetje teruglopen, nog maar een graad of 20. Men vertrekt om 12:45 uit Arras en begint een kwartier later echt aan de rit. Tussen 17:07 en 17:30 wordt het peloton in Amiens verwacht. De rit wordt niet integraal uitgezonden. Sporza zal er 14:15 bij zijn en de NOS weer vijf minuten eerder.

Dit wordt natuurlijk een massasprint. Eventueel met een uitgedunde groep als het echt zo hard gaat waaien als ze voorspellen. Hoe dan ook krijgen we ongetwijfeld de verwachte namen in Amiens. Zoveel massasprints gaan er niet komen, dus de sprinters moeten nu iedere kans pakken. Kleine kans dat een kopgroep de zegen krijgt. De etappe hierna is eigenlijk ook al niet geschikt voor de sprinters, dus nu moet het gebeuren.
1. Cavendish. Is natuurlijk getergd na zijn mislukking in Zeeland. Een getergde Cavendish gaat twee keer zo hard. Moet dan eindelijk wel een keer lukken.
2. Greipel. Was goed in Zeeland, dan gaat hij het hier ook goed doen. Kon wel flink profiteren van de faal van Etixx. Zal niet iedere keer zo zijn, in principe is Cavendish natuurlijk sneller.
3. Kristoff. Heeft toch eigenlijk een wat lastigere rit nodig om de Cavendishjes van deze wereld te verslaan. Het kan zomaar heel lastig worden, dan heeft hij een goede kans.
4. Degenkolb. John in een pure massasprint is altijd even afwachten. In de Vuelta lukt het vaak wel, maar dan is er minder concurrentie. Hij zal het nu lastiger hebben.
5. Sagan. In een pure sprint zal hij het vaak toch af moeten leggen. Bleek in Zeeland ook wel eigenlijk, zat daar ook gewoon perfect maar kwam toch niet voorbij Greipel.
johannes_vermeerzondag 19 juli 2015 @ 14:32
Etappe 6: Abbeville - Le Havre, 191,5 km

Normaal krijgen de sprinters in de eerste week van de Tour een stuk of vijf kansen op een rit, maar daar is dit jaar totaal geen sprake van. Met etappe 2 en 5 tot nu toe maar twee duidelijke kansen voor de sprinters. Etappe 2 eindigde door weer en wind in een sprint van een uitgedunde groep en tijdens de vijfde etappe ging het weer waaien en regenen. Het werd wel een massasprint, maar er waren wel weer een hoop gelosten door een klein beetje waaiers en wat valpartijen. Een sprint met het hele peloton hebben we nog niet gezien. Eigenlijk nog geen echt typische Tourdag gehad. Etappe 6 is weer niet echt een normale etappe. Het profiel lijkt te duiden op een rit voor de sprinters, maar aan het eind van de rit zit weer een klein muurtje. Verder rijden we de hele dag langs de Normandische kust. Als de wind een beetje goed staat weer een levensgrote kans op waaiers. Ondertussen genieten van het uitzicht langs de kust, met heel wat mooie kliffen.

QZRxjzT.png
PROFIL.png

Abbeville is de plaats van vertrek. Een stadje met 25.000 inwoners aan de Somme. In de vijfde etappe kwam de Somme al veelvuldig voor, maar dat gaat een etappe later dus nog even door. We zitten in de regio Picardië, niet ver van Normandië. Abbeville heeft niet echt een grote historie in de Tour de France. Het stadje komt pas voor de tweede keer voor in de Tour. In 2012 vertrok hier ook een rit. Dat was de vierde rit, van Abbeville naar Rouen, gewonnen door André Greipel. De tweede keer dat de renners uit Abbeville vertrekken is er dan weer wat minder kans op een echte massasprint. De renners vertrekken buiten het centrum, fietsen vervolgens door het centrum, steken de Somme over en beginnen een kilometertje buiten Abbeville echt aan de wedstrijd.

Abbeville_23-09-2008_15-22-11.JPG

De renners fietsen richting het zuidwesten, richting Normandië en dan specifiek het departement Seine-Maritime. Het eerste deel van de rit zal er niet zoveel gebeuren. Er zitten een paar kleine heuveltjes in het parcours, die op het profiel van de etappe echt enorm lijken, maar als je kijkt naar de hoogte van de top van deze klimmetjes valt dat allemaal wel mee. Bij Gamaches treden we de Seine-Maritime binnen. Na Gamaches fietsen de renners richting Grandcourt waar een klein klimmetje is. Daarna is het tijd om richting de kust te fietsen. 67 kilometer na de start bereiken we die kust, bij Dieppe. Dieppe is dan weer een stad met historie in de Tweede Wereldoorlog. In 1942 werd door de geallieerde troepen een poging gedaan om de haven van Dieppe over te nemen van de Duitsers, maar dit liep niet echt goed af. Dieppe is een stad met een redelijke grote jachthaven en een vishaven. Buiten Dieppe kun je de kliffen al zien. In deze stad krijgen de renners een klimmetje voor hun kiezen, de Côte de Diepe. Klimmetje van de vierde categorie, 1,8 kilometer aan 4%. Stelt niets voor.

Dieppe-presentation-1500-X-500.jpg

De renners rijden naar beneden, richting Pourville-sur-Mer. Ze rijden van de ene klifpartij naar de volgende. In Pourville-sur-Mer is er weer een mooi uitzicht op de kliffen. Direct na het verlaten van Pourville-sur-Mer beginnen de renners aan de volgende klim. Deze klim is iets zwaarder dan de vorige, maar stelt nog steeds niet veel voor. De Côte de Pourville-sur-Mer is een beklimming van de vierde categorie en is 2 kilometer lang aan 4,5% gemiddeld. Niet echt bedoeld om verschillen in het peloton te veroorzaken, deze klim is een noodzakelijk kwaad als je een beetje langs de kust wil blijven fietsen. We fietsen nu even een stukje verder van de kust af, maar duiken af en toe wel weer die kant op. Af en toe komen de renners door een open stuk, waar de wind zijn ding kan doen. Tussen de dorpen door kan het interessant worden Na 97 kilometer komen de renners uit in Veules-les-Roses en een kilometer of vijf later komen ze door Saint-Valery-en-Caux. Tussen deze twee dorpen ligt wel weer een aardige klif.

VlR2StVal.JPG

De wegen hier in de buurt van de kust zijn best bochtig en het gaat af en toe een beetje omhoog of omlaag. Saint-Valery-en-Caux is nog wel een mooi dorpje, met ook weer een leuke haven. Na Saint-Valery wijkt het parcours van de kust af en gaat het verder landinwaarts. Het gebied hier blijft open, vatbaar voor wind. Het gaat een kilometer of 10 rechtdoor, voor de renners uitkomen in Cany-Barville. Hier loopt het stiekem best flink omhoog, maar puntjes voor de bergtrui zijn er niet te verdienen. Het gaat vervolgens weer richting het westen, richting de kust. Na 130 kilometer koers komen de renners uit in Saint-Pierre-en-Port en is de prachtige klifkust weer te zien. De weg in deze omgeving is wat smaller en er zijn nog wat kleine heuveltjes te vinden. Er wordt door een aantal bossen gefietst, dus van wind zal even minder sprake zijn. Op 50 kilometer van de streep komen de renners door Fécamp, een paar kilometer voor de tussensprint in Saint-Léonard. Ook in Fécamp weer genoeg moois te zien, waaronder een mooi gelegen wijkje.

Fecamp-Photo-Flickr-%C2%A9Gui80.png

Vier kilometer na Fécamp is het tijd voor die tussensprint. Het loopt hier weer een klein beetje omhoog, niet echt heel erg schokkend, maar toch iets om even rekening mee te houden. Na de tussensprint wordt er weer een beetje van de kust afgeweken en gaat het over een redelijk rechte weg richting Froberville, om maar eens een dorp van helemaal niets te noemen. Langs deze weg staan overal bomen, dus krijgen we geen waaiers hier. Een stukje verderop wordt het wel weer wat opener, maar voorlopig blijft mijn broekje aan. Het parcours gaat een beetje op en af. Paar meter omhoog en daarna weer een paar meter omlaag, veel stelt het allemaal niet voor. De renners komen langs allerlei kleine gehuchtjes zoals Les Loges en gaan weer richting de kust. Na 159,5 kilometer komt het peloton uit in Étretat, dat vooral bekend is vanwege de mooie kliffen aan beide kanten van het dorp.

150301030813789291.jpg

Nog een kilometertje of 30 tot de streep en die laatste 30 kilometer beginnen we met het derde klimmetje van de dag waar een puntje te verdienen is. De Côte de Tilleul is een klimmetje van de vierde categorie, 1600 meter aan 5,6%. Ook geen al te lastige heuvel, maar dat zal ook niet de bedoeling zijn. Deze weg moet nu eenmaal genomen worden als je naar Le Havre wil en toch ook wat beelden van de klifkust mee wil pakken. De laatste 30 kilometer gaat het grotendeels rechtdoor, door een open gebied. In het slot van de etappe kan de wind wel wat invloed hebben. Richting Le Havre zijn er weinig obstakels meer, op een paar rotondes na spreekt het voor zich. Hoewel dat nog niets hoeft te zeggen, de meeste valpartijen gebeuren op rechte wegen, zoals we de afgelopen dagen ook weer hebben kunnen zien. Tot de finish blijft het een open gebied, op de dorpjes die gepasseerd wordne na. Bij het binnenfietsen van Le Havre komen de renners langs het vliegveld Le Havre - Octeville. Zonder verder naar het parcours te kijken zou je denken dat dit een massasprint gaat worden, maar niets is minder waar. In Le Havre moet nog geklommen worden.

PROFILKMS.png
6fZMl6C.png

De finale is nog best lastig. In de laatste kilometers nog een aantal rotondes en enkele bochten. Tot 3,5 kilometer van de streep zitten de renners op een brede weg die goed in orde is, maar daarna slaan ze linksaf, een wat lastigere bocht, die ze op een minder goede weg brengt. Deze weg bestaat voor de helft uit asfalt en voor de andere helft uit klinkertjes. Best een vreemd gezicht. Na een kilometertje over deze weg te hebben gereden slaan de renners rechtsaf, een bocht die nog wat lastig is omdat ze op een minder brede weg terecht gaan komen. Bijna meteen volgt een bocht naar links. Even verderop volgt er een flauwe bocht naar links en begint de weg al omhoog te lopen. De renners moeten 850 meter gaan klimmen, aan 7% gemiddeld. Dit klimmetje heeft ook nog een naam, Côte d'Ingouville. Het brengt ze langs het chapelle de Saint-Michel d'Ingouville. Daarna gaat de klim nog even door, tot op een paar 100 meter van de streep. Richting de streep blijft het omhoog lopen, maar minder erg dan daarvoor. al met al een pittige finale, waar de echte sprinters kansloos zijn. De finish is voor het Fort de Tourneville. Dit fort herbergt tegenwoordig onder andere het gemeentearchief.

fortexterne.jpg

Le Havre is een stad met 173.000 inwoners. Een havenstad die al ontzettend vaak is voorgekomen in de Tour. Vooral vroeger kwam men hier ieder jaar langs. Jarenlang reed men hetzelfde parcours in de Tour en in die jaren was Le Havre een van de vaste aankomst- en vertrekplaatsen. Tussen 1921 en 1927 kwam de Tour ieder jaar door Le Havre. Winnaars in Le Havre uit die tijd zijn onder nadere Robert Jacquinot en Ottavio Bottecchia. De Italiaan Bottecchia kreeg het voor elkaar om twee jaar achter elkaar te winnen in Le Havre. In die tijd vertrok er ook ieder jaar een rit uit Le Havre en de Fransman Romain Bellenger kreeg het voor elkaar om meerdere keren een rit met vertrek uit Le Havre te winnen. Na de jaren 20 duurde het even voor de Tour weer naar Le Havre zou komen. In 1962 kwam het er weer eens van, de Belg Willy Vanden Berghen ging met de overwinning aan de haal. Het was de eerste en enige deelname van de Belg aan de Tour, toch maar mooi meteen een rit gewonnen. In 1991 won Thierry Marie een rit in Le Havre, die rit vertrok uit Arras, de vertrekplaats van etappe 5. De laatste winnaar in Le Havre is Mario Cipollini. Zijn opvolger zal geen pure sprinter worden. Le Havre, gelegen aan de monding van de Seine, is een van de belangrijkste havensteden van Frankrijk. Het is een van de grootste steden van Normandië en het is een stad die relatief gezien niet eens lang bestaat. Pas gestischt in 1517. Een stad die in 1944 met de grond gelijk werd gemaakt door Amerikaanse bombardementen en daarna opnieuw is opgebouwd. Vanuit Le Havre kun je met de ferry richting Engeland. Portsmouth en Southampton, die kant op.

Le_Havre_Vue_Plage_14_07_2005.jpg

Het lijkt droog te gaan worden. Er wordt geen spatje regen voorspeld. Tijdens de vijfde etappe waaide het nogal hard, maar daar schijnt nu ook minder sprake van te zijn. Een deel van deze etappe is geschikt voor waaiers, maar dan moet het natuurlijk wel waaien. Er wordt nu niet echt harde wind voorspeld. Het waait altijd wel langs de kust, dus op zo'n open stuk kan het altijd leuk worden als een ploeg er vol voor gaat. Tijdens de vijfde etappe zag je wel dat iedereen nu echt op z'n hoede is en ze met z'n allen voorin gaan rijden. De jongens die tijdens de vijfde etappe hebben gelost zullen het ongetwijfeld al bij voorbaat hebben opgegeven. Erg warm voor de tijd van het jaar is het niet, in Le Havre wordt een graadje of 18 verwacht. De start is om 12:40 in Abbeville en een kwartiertje later is de neutralisatie voorbij. Als de renners niet te hard of te zacht fietsen worden ze tussen 17:10 en 17:35 in de straten van Le Havre verwacht. Net zoals de afgelopen dagen zal Sporza er om 14:15 weer bij zijn en de NOS om 14:10.

Het is een redelijk makkelijke etappe, met een pittige finale. De organisatie vergelijkt de laatste côte met de Cauberg en dat klopt wel redelijk. Qua lengte en gemiddelde stijgingsgraad is het prima te vergelijken. De Cauberg is vooral lastig omdat er al 100 heuveltjes zijn geweest voor men voor het laatste over de Cauberg knalt. Als er maar één zo'n heuvel in het parcours ligt gaan er meer mensen overleven. De sterker klimmende sprinters moeten dit nog wel aankunnen. Dan kun je denken aan de Degenkolbjes van deze wereld. Ook voor Sagan is dit heel geschikt. Voor Cavendish en Greipel lijkt me dit te zwaar. Voor de klassementsrenners zoals Froome is het dan waarschijnlijk weer net niet zwaar genoeg om echt een gooi te doen naar de etappezege. Dat zal eerder over een paar dagen op Mur de Bretagne komen. Een Valverde kan dan wel weer een poging wagen, die heeft nog iets goed te maken. Voor Matthews was het perfect geweest, maar helaas voor hem zit hij in de lappenmand.
1. Sagan. Kan deze klim perfect aan en kan daarna nog genoeg snelheid ontwikkelen op het vlakkere stuk richting de streep. Ongetwijfeld zal hij uiteindelijk niet winnen, omdat hij het toch wel redelijk vaak voor elkaar krijgt net niet te winnen. Desalniettemin zet ik hem op 1, al was het maar om Oleg een plezier te doen.
2. Degenkolb. John heeft ook wel eens laten zien dat hij zo'n klimmetje goed over kan komen, dit jaar in Dubai bijvoorbeeld nog. Hij won in Hatta, op een kort steil klimmetje, voor Valverde. Voor mij genoeg reden om hem tijdens deze rit een goede kans te geven.
3. Van Avermaet. Derde plaats voor Olvarit Krek, dat hoort gewoon zo. Niks meer aan doen.
4. Valverde. Piti is niet echt in bloedvorm, lijkt het wel. Gaat desondanks gewoon een poging wagen, schat ik zo in. Kan dan best ver komen, maar het zal waarschijnlijk niet lastig genoeg zijn om Sagan en Degenkolb af te schudden.
5. Gallopin. Greipel zal niet van de partij zijn, dan krijgen we uiteraard meteen Gallopin. Tony ging heel goed op de Muur van Huy. Hij probeerde mee te gaan met Rodriguez, maar dat was een kleine inschattingsfout. Hij blies zichzelf op en kwam als vijfde binnen. Nu is het een stuk minder lastig, minder kans dat hij zichzelf op gaat blazen. Die muurtjes vindt hij wel leuk en aan de meet is hij nog aardig rap ook.

Etappe 7: Livarot - Fougères, 190,5 km

Zonder gele trui vervolgen we de Tour met een etappe die opnieuw niet echt voor een spannende koers zal gaan zorgen. De afgelopen dagen moest de spanning van valpartijen komen, niet echt wat je wil als kijker. Er rust deze ronde een vloek op de gele trui. Iedere drager van de gele trui, behalve Froome, heeft al eens op de grond geleden en Cancellara en Martin hebben met botbreuken de ronde al moeten verlaten. Benieuwd hoe het de komende dagen met Froome gaat. In Le Havre deed Stybar wat hij wel vaker doet, heel slim zijn. Hij viel op het juiste moment aan. Niemand reageerde en alle knechten waren verdwenen, dus had hij zomaar een flink gat geslagen. Weer een mooie overwinning voor hem, zijn palmares als wegwielrenner ziet er steeds beter uit. Etappe 6 was best gezapig, de zevende etappe ook op de finale na en nu krijgen we waarschijnlijk weer een hele gezapige etappe. We koersen richting Bretagne en het is overwegend vlak. Als dit geen massasprint wordt weet ik het ook niet meer.

sqM35Vt.png
PROFIL.png

Een stukje ten zuiden van Le Havre start deze etappe. Livarot is een heel klein dorpje met maar 2000 inwoners, dat vooral bekend is vanwege de kaas die hier wordt geproduceerd. De Livarotkaas heeft een oranje korst en een kruidige geur. Schijnt van alle kazen uit Normandië de sterkste smaak te hebben. Deze kaas heeft zelfs een bijnaam, Le Colonel. Het aroma van de kaas zou doen denken aan koemest. Ik weet niet of ik het nu nog wel een goede kaas vind eigenlijk. Zit superveel vet in en wordt gemaakt van koemelk, lijkt me allemaal erg nuttig om te weten. Dit dorpje is een debutant in de Tour, voor het eerst komt de organisatie hier langs. Er zal veel kaas worden gegeten. Niet door de renners, een product met 40% vet is niet goed voor onze anorexiapatiënten. Livarot heeft nog wel een schattig kerkje en kaas dus, vooral heel veel kaas.

%C3%89glise_de_Livarot.jpg
Petit-livarot.jpg

Zoveel echte ritten voor de sprinters zijn er niet, maar dit is er zeker een. Toch is deze rit ook niet helemaal vlak, er moeten nog wel een paar heuveltjes overwonnen worden. De eerste heuvel komt na 12 kilometer koers en hier is ook meteen een puntje te verdienen voor de bergtrui. De Côte de Canapville is 1,9 kilometer lang en 4,7% gemiddeld. Via deze côte komen we uit in Vimoutiers, de plaats waar de Franse semi-klassieker Paris-Camembert finisht. In de koers komt de Côte de Canapville ook voor. Het zal bekend terrein zijn voor enkele renners. Enkele winnaars van Paris-Camembert die nu ook rondrijden in de Tour zijn Valverde, Fedrigo, Coquard en de ontzettend bekende Pierre-Luc Périchon. Vimoutiers is een dorpje dat werd verwoest in de Tweede Wereldoorlog. Als constante herinnering aan dit feit is er nog een Duitse tank te vinden in dit dorp.

Char_Tigre_de_Vimoutiers_2010-10_(4).jpg

De wedstrijd Parijs-Camembert finisht hier, dat wil dus zeggen dat Camembert in de buurt moet zijn. Dat is uiteraard ook zo, we zouden kunnen spreken van een kaasetappe. De renners rijden niet dwars door Camembert, maar er wel langsaf. Geen schimmelkaas voor de coureurs. Er wordt verder gefietst richting het zuiden, waar na 34 kilometer Chambois wordt gepasseerd. Ook in Chambois werd gevochten tijdens de tweede wereldoorlog. De Duitsers werden hier flink in de pan gehakt. Is tegenwoordig geen sprake meer van, de Duitsers winnen zowat alle ritten. Het gaat stiekem toch best een beetje op en af deze etappe, helemaal vlak mag je het niet noemen. Veel zullen de renners er ongetwijfeld niet van merken, meer dan vals plat wordt het niet. De renners rijden richting de tussensprint in Argentan, waar de links met de Tweede Wereldoorlog ook niet te missen is. Meteen na de invasie van de geallieerden in Normandië werd Argentan platgebombardeerd. Bleef niet veel van over. Gelukkig zijn er nog wel wat mooie gebouwen overgebleven. Een chateau en een mooie kerk bijvoorbeeld.

Argentan_-_Saint_Germain_Church_-_1.JPG

De tussensprint is al vroeg in de etappe, na 65 van de 190 kilometer. De renners rijden Argentan uit richting het zuiden. Het gaat kilometers lang rechtdoor en stiekem loopt het de hele tijd een beetje omhoog. Na 88 kilometer wordt Carrouges gepasseerd en hier staat een mooi chateau. Zal ongetwijfeld uitgebreid in beeld worden gebracht. Van Carrouges gaat het richting Couptrain en in Couptrain hebben we al enige kilometers Normandië achter ons gelaten. We fietsen nu tijdes in Pays de la Loire, om preciet te zijn in het departement Mayenne. Over redelijk rechte wegen gaat het nu richting Lassay-les-Châteaux waar de koers na 127 kilometer passeert. Richting dit dorpje loopt het weer licht omhoog, het is de hele dag een beetje vals plat omhoog of omlaag. Stiekem toch nog best gemeen. De naam van dit dorpje zegt eigenlijk genoeg. Er zijn hier meerdere kastelen te vinden.. Le château de Lassay is toch wel de mooiste.

5184219160_18b0e0b908_b.jpg

Het gaat nu eigenlijk in een rechte lijn richting de finishplaats. Langs dorpjes als Chantrigné en Ambrières-les-Valléés richting Gorron. Je moet erg je best doen om iets enerverends van deze etappe te maken. Het is dat je af en toe een kasteel tegenkomt, verder heeft dit heel veel kans om een totaal geschiedenisloze etappe te worden. Er zitten nog een paar kleine hoogteverschillen hier, maar niet echt iets waar renners gaan lossen. Het is een eindeloze tocht door ruraal Frankrijk. Na 171 kilometer komen we door Saint Ellier du-Maine. We verlaten dan bijna Pays de la Loire en komen uit in Bretagne. Net voorbij Saint Ellier du-Maine gaat het nog even een klein beetje omhoog, maar ook dit mag weer niet echt een naam hebben. Tussen de maïsvelden door gaat het nu richting Fougères. We nemen de touristische route via La Chapelle-Janson. Daar komen we 10 kilometer voor de streep doorheen en dit gedeelte van het parcours is even wat bochtiger. De finale zal wel snel zijn, want na het laatste stukje omhoog van de dag gaat het alleen nog maar naar beneden. Niet verschrikkelijk steil, maar toch genoeg om het peloton nog harder te laten gaan dan normaal.

ozxuJWS.png

De slotkilometers kennen niet zoveel bochten, maar toch is het nog even opletten. De wegen zijn in de finale niet zo breed als de renners gewend zijn geraakt de afgelopen dagen. Met vijf treintjes naast elkaar is niet altijd mogelijk. Op zo'n beetje 4,5 kilometer van de streep wordt de weg breder, hier kan de voorbereiding op de sprint pas echt helemaal beginnen. Op vier kilometer van de streep krijgen de renners te maken met een rotonde, die ze links mogen nemen. Na de rotonde is er een vluchtheuvel, dus het is nog wel even een punt om goed naar te kijken. Vervolgens gaat het iets meer dan een kilometer rechtdoor, tot de volgende rotonde. Bij deze rotonde gaan de renners rechtdoor en nemen ze de rechterkant van de rotonde, zoals het hoort. Na deze rotonde is het duidelijk te zien dat de weg naar beneden loopt. De snelheid zal hier best extreem hoog zijn. Twee kilometer voor de finish volgt weer een rotonde. Deze mogen de renners aan beide kanten nemen, maar rechts lijkt het beste idee. Na deze rotonde lijkt de weg dan stiekem weer een klein beetje op te lopen. Klein stukje maar, daarna daalt het af richting de boog van de laatste kilometer. Op 900 meter van de streep krijgen we de vierde rotonde, hier gaan we rechts. Niet veel verder is er nog een rotonde en daar gaan we dan weer naar links. Ongelukkig vluchtheuveltje daar, maar dat zal wel weer verwijderd worden. Het is nu praktisch rechtdoor richting de streep. Het laatste stuk loopt weer lichtjes omhoog, niet helemaal een vlakke sprint. In de slotkilometer overwinnen we toch nog 16 hoogtemeters. De finish is eigenlijk ergens in een buitenwijk van Fougères, er is in deze straat en de directe omgeving niets fraais te ontdekken.

2013060619_Etape-12_ville-depart_fougeres.jpg

Best een rare plek om te finishen, want Fougères heeft genoeg te bieden. Vooral het kasteel valt op, het is enorm groot en nog in enorm goede staat. Gebouwd op een rots, vroeger omgeven door een moeras. Daarom nogal goed te verdedigen en nogal slecht aan te vallen. Dit kasteel heeft 13 torens, best veel zou je kunnen zeggen. De kasteelmuren staan ook nog fier overeind, het is om je vingers bij af te likken. Daarnaast heeft Fougères, een stad in Bretagne met 20.000 inwoners ook nog een prima centrumpje met wat leuke kerkjes. Het heeft niet echt een lange historie in de Tour, het is pas de tweede keer dat hier een rit aankomt. De eerste keer was in 1985, toen hier een ploegentijdrit eindigde die begon in Vitré. In Vitré staat ook zo'n mooi kasteel, maar dit geheel terzijde. In 2013 was de Tour voor het laatst in Fougères. Toen vertrok hier de 12e rit, die zou eindigen in Tours. Marcel Kittel pakte in Tours zijn derde ritzege van die Tour. Leuk stadje wel, niet alleen door het kasteel. De finish had wel ergens kunnen liggen, niet in zo'n grijs wijkje ergens aan de buitenkant. Enfin, een finish in een grijs wijkje past dan wel weer bij de waarschijnlijk saaie, grijze etappe die we gaan krijgen.

Fougeres_Schloss_Sueden.jpg

Dit is natuurlijk een saaie etappe. Zelfs met heel veel wind is daar niets meer van te maken, het gebied is minder open dan de afgelopen dagen. Harde wind zal er ook niet echt zijn, dus we hoeven nu helemaal geen rekening te houden met waaiers. Ook wel een keer fijn, zonder verwachtingen kijken. De neerslagkans is precies 0%, ook makkelijk. Het wordt weer wat warmer, we gaan richting de 27 graden. Prima dagje voor de renners waarschijnlijk. Misschien een keer wat meer rust, op de finale na dan. Met een stuk kaas tussen hun kiezen vertrekken de renners om 12:40 uit Livarot en tien minuten later is de echte start. Als ze een beetje doorfietsen zouden ze tussen 17:09 en 17:35 in Fougères moeten zijn. Sporza zal er om 14:15 weer bij zijn, maar je kan ook gerust pas rond een uur of 4 inschakelen.

Dit wordt een etappe voor de sprinters, dat is duidelijk. Toch is het niet een totaal vlakke sprint, in de slotkilometer loopt het nog een beetje omhoog. Het is niet veel, maar de renners die nu te vroeg aangaan zullen nogal snel stilvallen. Deze aankomst is wel in het voordeel van mannen als Degenkolb en Kristoff, de mannen met heel veel macht. Uiteindelijk vast nog te makkelijk voor Degenkolb, maar Kristoff moet je zeker niet uitvlakken. Cavendish zal ondertussen ook wel eens een rit willen winnen, na het twee keer te verprutsen zou het nu driemaal scheepsrecht moeten zijn. Greipel is ondertussen de grootste favoriet, na zijn overwinningen. Een sprint die een klein beetje omhoog loopt kan hij ook perfect aan.
1. Greipel. Als je al twee ritten hebt gewonnen verdien je het ondertussen wel om op 1 te komen bij mijn fantastische voorspelling die nooit klopt. Sorry dat ik je jinx, André. Entschuldigung.
2. Kristoff. Deze aankomst lijkt me best geschikt voor de sterke, eigenlijk ook best geblokte Noor. Het loopt een klein beetje omhoog, dat heeft Kristoff toch wel nodig als de etappe verder niet zo zwaar is geweest. Als hij niet te vroeg aangaat kan hij best dicht in de buurt komen of zelfs winnen.
3. Cavendish. Zal je zien dat hij nu wel gaat winnen, als ik hem een keer niet op 1 zet. Echt teleurstellend tot nu toe. Een keer te vroeg gegaan en een keer op waarde geklopt. Hij wint nog steeds heel veel, maar de echte topsnelheid lijkt weg te zijn. Kan zomaar zijn dat hij nu mijn ongelijk gaat bewijzen, altijd leuk. Ultieme motivatie, lijkt het.
4. Sagan. Een keer geen tweede plaats. Het kan niet altijd feest zijn natuurlijk. Als die andere jongens allemaal hun ding doen lijkt hij me de vierde. Toch doen ze nooit allemaal hun ding en zal hij vast weer tweede of derde worden, maar afijn.
5. Degenkolb. John heeft het ook nog niet echt en dat kan je zeggen van de hele ploeg. Zonder Veelers en Kittel is het blijkbaar toch een heel ander verhaal. Misschien dat ze het nu wel weer op de rit krijgen, maar dan is deze aankomst eigenlijk nog steeds niet lastig genoeg voor Degenkolb. Hij is al 2e, 4e en 6e geweest. Om voor de grote straat te gaan moet hij nu dan maar 5e worden.

Etappe 8: Rennes - Mûr-de-Bretagne, 181,5 km

Na een paar saaie etappes krijgen we nu eigenlijk weer gewoon een saaie etappe. De afgelopen dagen hebben we massasprints gehad en een sprint met een wat lastigere aankomst. De aankomst van deze rit zal nog even wat lastiger zijn, maar aangezien er daarvoor weinig geklommen hoeft te worden wordt het alsnog een flinke sprint met een heel grote groep. Aankomst op een steil klimmetje in Mûr-de-Bretagne, waar Contador al een keer dacht te winnen. Benieuwd of het hem nu dan wil lukken.

mPgYiN2.png
PROFIL.png

Het départ van de achtste etappe is in Rennes, een stad in Bretagne met 210.000 inwoners. Ligt best dicht in de buurt van de finishplaats van etappe 7, Fougères. Rennes is de hoofdstad van Bretagne en in de metropool wonen meer dan 600.000 mensen. Tiende stad van Frankrijk op dat gebied. Het is een stad met veel studenten en een stad met redelijk wat industrie. De binnenstad is een lust voor het oog, helaas voor de renners fietsen ze niet dwars door het centrum. De Tour doet Rennes graag aan. De laatste keer is echter alweer een tijd geleden, 2006. Sergei Honchar won de individuele tijdrit over 52 kilometer richting Rennes. 12 jaar daarvoor won Gianluca Bortomali een rit in Rennes. Andere winnaars in Rennes zijn onder andere Greg Lemond, Marino Basso en Rik Van Steenberge. De laatste keer dat er een rit vertrok in Rennes was daags na de overwinning van Gianluca Bortolami in 1994. Meer dan 20 jaar heeft het dus geduurd voor er weer eens een rit vertrekt in Rennes. Er wordt een flink rondje door Rennes gefietst, maar de hoogtepunten van de stad worden overgeslagen. Ze fietsen wel langs de universiteit, misschien dat de renners daardoor geïnspireerd worden.

Rennes_place_de_la_R%C3%A9publique_DSC_4521.JPG

Buiten Rennes, in Montgermont, begint de koers echt. Het eerste deel van de rit is niet echt interessant. Er worden een paar mooie Bretonse dorpjes aangedaan, maar verder is er niet veel te melden. Na 25 kilometer wordt Bécherel gepasseerd, typisch dorpje voor deze streep. Ziet er allemaal prima uit. We fietsen nu een beetje op de grens tussen twee departementen. Van start gingen we in het departement Ille-et-Villaine, maar over een paar kilometer gaan we uitkomen in Côtes-d'Armor. De renners nemen nogal een omweg, er wordt vandaag bepaald niet gekozen voor de snelste route. Dankzij deze omweg komen de renners na 50 kilometer uit in Saint-Méen-le-Grand. Niet echt een heel spannend dorpje, maar wel een schattig centrumpje. Kan zo op een ansichtkaart. Een paar kilometer na dit dorpje fietsen de renners dan het departement Côtes-d'Armor binnen.

Saint-Meen.jpg

Er wordt even een stukje naar het noorden gereden en dorpjes als Plumaugat en Broons worden gepasseerd. Niet echt bijster veel te beleven hier. Dit gedeelte van de etappe kan je wel overslaan. Na 90 kilometer komen de renners door Le Gouray en na dit dorpje mogen de renners gaan klimmen. De Côl du Mont Bel-Air wordt aangedaan, een heuveltje van anderhalve kilometer aan 5,7%. Om bij dit klimmetje te komen verlaten we even de normale weg en komen we op een slechte weg terecht, die van de ellende zowat uit elkaar valt. Dit is maar een kort stukje, na een tijdje ligt er gewoon prima asfalt. Je moet er wel iets voor over hebben om bij de goede lucht uit te komen natuurlijk. Op de top van dit klimmetje staat een mooi kapelletje. Wie weet komen we Will Smith ook nog tegen. De afdaling van dit klimmetje brengt ons richting Moncontour, waar de tussensprint van de dag is. Moncontour is een oud vestingstadje en de overblijfselen daarvan zijn nog goed te zien. Prachtig dorpje. Net iets buiten Moncontour, in Gare du Moncontour, is na 108 kilometer de tussensprint.

arton332.jpg?1376989866

Na de tussensprint loopt het langzaam weer een beetje omhoog. Het gaat hier altijd een beetje vals plat omhoog of vals plat naar beneden. Weinig bochten wel, grotendeels rechtdoor. Pas in Loudéac, na 130 kilometer, een paar rotondes en bochten. We rijden nu ineens richting het zuiden en verlaten na 144 kilometer het departement Côtes-d'Armor even. Een kilometertje of 20 fietsen we nu door Morbihan en veel spannends komen we daar niet tegen. Paar kleine dorpjes onderweg, paar bossen. Dit deel van het parcours is ook best vlak, het zal een lange sprint worden richting Mûr-de-Bretagne. Geen al te brede weg tot het dorpje Neulliac op 15 kilometer van de streep. Daarna wordt de weg breder en gaat het volledig rechtdoor tot Mûr-de-Bretagne. Acht kilometer lang rechte weg, tot we na 174 kilometer uitkomen in dit dorpje. Dan zijn we nog niet bij de finish, die ligt buiten het dorpje en daar fietsen we met een omweg naartoe.

PROFILKMS.png
PROFILCOLSCOTES_1.png

In de laatste kilometers krijgen de renners nog met flink wat bochten te maken. Op een kilometertje of 6 van de streep de eerste en daarna nog een paar flauwere bochten. De klim begint pas echt op twee kilometer van de streep, maar in de straten van Mûr-de-Bretagne loopt het al licht omhoog. Rond 5 kilometer van de streep een klein stukje in dalende lijn, maar dat zal niet lang duren. Op 4,5 kilometer van de meet krijgen de renners te maken met een echt scherpe bocht. Via een smal weggetje bereiken de renners daarna een brede N-weg en hier loopt het weer verder omhoog. Blijft licht omhoog lopen tot twee kilometer van de streep. Hier maken de renners een flinke bocht naar rechts en begint de slotklim echt. De slotklim is twee kilometer lang en 6,9% gemiddeld. Het venijn zit meteen in het begin. De weg ziet er niet steil uit omdat het bijna twee kilometer lang rechtdoor gaat, maar steil is het zeker. De eerste kilometer van de klim komt het bijna niet onder de 10%. Zelfs een paar stukjes aan 12%. In de slotkilometer zit nog twee flauwe bochten, maar het is best moeilijk om als aanvaller uit het zicht te raken. De slotkilometer is minder lastig, vooral richting de streep wordt het bijna vlak. Tot 500 meter van de streep wordt de 5% nog wel gehaald, maar de laatste 500 meter is het gemiddeld nog maar een procent of twee. De echt explosieve mannen zullen er vroeg aan moeten beginnen. De finish ligt ergens midden in een weiland.

Stage4-Mur-2km-15percent.jpg

Mûr-de-Bretagne is een klein dorpje met 2000 inwoners. Het is een dorpje waar niet veel te doen is. We finishen ook helemaal niet in het dorpje zelf, maar op het klimmetje buiten het dorp in het midden van het niets. Mûr-de-Bretagne heeft geen lange historie in de Tour, er vertrok hier nog nooit een rit. Eén keer kwam er een rit aan, dat was in de Tour van 2011. Contador was de eerste die hier een knuppel in het hoenderhok gooide, op 1400 meter van de streep. Er werd meteen op gereageerd door onder andere Gilbert, waardoro het weer stilviel. Daarna waagde Uran een poging, maar ook dat werd niet echt een groot succes. Jurgen van den Broeck ging op kop rijden voor Gilbert, Evans zat in zijn wiel maar liet een gat vallen. Daarna ging Gilbert zelf achter zijn ploeggenoot Van den Broeck aan, dat was echt fantastisch. Vooral omdat Gilbert helemaal niet won, hij werd vijfde. Evans ging de sprint aan en Contador zat in zijn wiel, probeerde er nog langs te komen en dacht dat dat lukte. Bertje stak zijn hand de lucht in, maar uiteindelijk bleek Evans toch gewonnen te hebben. Vino werd derde, de geblokte Noor Hushovd werd zesde. Best een pittige klim, er kwamen maar 9 renners aan in dezelfde tijd. Toch zat Hushovd wel bij die renners, je kan soortgelijke renners tijdens deze rit dus niet uitvlakken.

tdf11st4_contador_evans.jpg

Zaterdag zal het waarschijnlijk droog zijn. Wel een beetje bewolking, maar daar is verder niets mis mee. Weinig wind, graadje of 23 in Rennes. In Mûr-de-Bretagne waarschijnlijk hetzelfde weer. Weinig wind, geen regen, ook zo'n beetje 23 graden. Prima fietsweer. De start is om 12:40 in Rennes en we rijden liefst 20 minuten door deze stad voor we bij kilometer 0 aankomen. Tussen 17:07 en 17:32 worden de renners boven op de slotklim buiten Mûr-de-Bretagne verwacht. Ondanks dat het weekend is zullen we er weer niet integraal bij zijn. Net als de afgelopen dagen kan je de tv om 14:10 weer aanzetten. Niet dat je iets mist in dat uur dat de koers niet uitgezonden wordt, op de slotklim na zal het waarschijnlijk verschrikkelijk saai zijn.

De vorige keer dat we aankwamen op Mûr-de-Bretagne waren het toch vooral de klassementsmannen die de dienst uitmaakten. Evans, Contador, Vinokourov, Uran, Frank Schleck, Samuel Sanchez, Jurgen van den Broeck en Andreas Klöden zaten in de eerste groep. Verder zaten alleen Gilbert en Hushovd in deze groep. In principe moet het nu dus weer voor de klassementsmannen zijn, ware het niet dat er nu met Sagan en Degenkolb wel wat meer sterk klimmende sprinters zijn. De eerste kilometer van de klim is wel wat zwaar voor Degenkolb, maar als daar wat rustiger wordt gereden kan hij wel overleven. Ook voor de Van Avermaetjes en de Gallopins van deze wereld kan dit wel een interessant klimmetje zijn.
1. Valverde. Zo goed is Piti niet bezig, maar toch denk ik dat deze laffe donder toch nog z'n ritje gaat pakken. Dit is wel perfect voor hem, goede wiel pakken op het steile stuk en daarna lafjes sprinten richting de streep. Misschien zelfs vroeg aanvallen, maar dat zou dan wel weer wereldschokkend zijn. Ik noem hem eigenlijk ook alleen maar omdat ik Froome niet weg zie blijven op dat laatste minder steile gedeelte en Sagan nu eenmaal niet kan winnen.
2. Sagan. Een nieuwe tweede plaats voor Sagan, echt fantastisch. Dit klimmetje is best pittig, maar als Hushovd dat in 2011 kon dan kan Sagan het in 2015. Op de een of andere manier is er alleen vaak wel iemand in de buurt die dan net weer even wat sneller is of nog net ontsnapt. Arme Peter.
3. Froome. Als het de vorige keer tussen Evans en Contador ging zal die lelijke klaphark van een Froome nu ook wel vooraan te vinden zijn. Hij zal wel weer met zijn lachwekkende koffieverzetje een aanval plaatsen, maar in principe moet hij toch dan in dat vlakkere stuk weer ingelopen worden. Of hij wacht gewoon en doet dan een poging in de sprint, maar dan lijkt het me helemaal uitgesloten dat hij wint. Tenzij hij net als een paar dagen terug iedereen aan de kant beukt, dan is alles mogelijk.
4. Gallopin. Was al goed in Huy en ook in Le Havre was hij van voren te zien. Hij zal nu wel weer goed vooraan meedoen, begint ondertussen logisch te worden.
5. Rodriguez. Ik denk dat hij wel een poging gaat doen om vroeg aan te vallen, daarna zal hij een tijdje wegblijven om in de laatste meters toch nog ingelopen te worden. Achja, hij heeft al een rit te pakken, hij moet niet aan de gang blijven natuurlijk.

Etappe 9: Vannes - Plumelec, 28 km (TTT)

Aan het eind van de eerste week krijgen we een ploegentijdrit. Best opvallend, normaal is een ploegentijdrit vaak aan het begin van een grote ronde. Dit heeft een nogal praktische reden, dan is er weinig kans voor renners om uit te vallen. Ondertussen zijn er al redelijk wat renners uitgevallen en zijn enkele ploegen best zwaar getroffen. Orica GreenEDGE is een van die getroffen ploegen. Normaal doen ze altijd mee om de overwinning in een ploegentijdrit, maar daar kan nu geen sprake meer van zijn. Ze zijn nog met zes en een van die zes is ook nog eens half kreupel. Etixx mist grote motor Tony Martin en ook de locomotief van Trek ontbreekt. Het is een beetje een ontsierde ploegentijdrit. Er zijn renners speciaal voor deze ploegentijdrit meegenomen, maar veel van deze renners hebben al op de grond gelegen en sommige renners zijn er niet eens meer bij. Movistar dacht zo slim te zijn om Dowsett mee te nemen, maar ook hij is al eens flink gevallen en het is maar afwachten of hij nu in staat is nog iets bij te dragen. Ook Lotto Djumbo heeft een probleem nu redelijk goede tijdrijders als Kelderman en Kruijswijk half gehandicapt rondrijden. Ploegentijdritje aan het eind van de eerste week, eerlijk gezegd niet zo'n goed idee.

PROFIL.png
rs3UYNT.png

Deze ploegentijdrit zal starten in Vannes, een stad in Bretagne met 55.000 inwoners. Het is de stad waar Benoit Vaugrenard geboren is, een renner van FDJ die op dit moment rondfietst in de Tour. Een erg opvallende renner is het niet, de laatste jaren vooral een knecht. In een wat verder verleden won hij nog wel eens wat wedstrijden. Vannes is een stad met een redelijk grote historie in de Tour. Er zijn hier al best veel ritten vertrokken. Ook wat ritten aangekomen, maar die zijn in de minderheid. De laatste winnaar in Vannes is de Belg Wilfried Nelissen die in 1993 in de straten van Vannes wist te winnen. Iets minder dan 40 jaar daarvoor werd een rit met aankomst in Vannes gewonnen door de Fransman Jacques Vivier. Voor de volgende rit die aankwam in Vannes moet je dan weer terug naar 1931. Rond die tijd kwam er ieder jaar wel een rit aan in deze stad, maar daarna is Vannes een beetje uit de Tour verdwenen. In 2000 vertrok er voor het laatst een rit in Vannes, die rit eindigde in Vitre en werd gewonnen door de Duitser Marcel Wüst. 15 jaar later is de Tour dus terug in Vannes en nu met een ploegentijdrit. Een ploegentijdrit over een glooiend parcours, met dus een start in Vannes, waar de starten aan het Place de la Libération en kort na de start al een bochtje krijgen. De renners rijden door het oude stadscentrum en komen langs prachtige vakwerkhuisjes. Al vrij snel komen ze bij een rotonde uit, waar ze scherp naar links mogen en daarna komen ze terecht op de weg die ze langs de oude stadsmuren brengt. Prachtige route in Vannes.

Vannes_Remparts.jpg

Over een brede weg zonder veel obstakels en bochten verlaten de renners Vannes. Het is hier nog vlak, goed moment om warm te draaien voor alles dat nog komen gaat. Net buiten Vannes wel een flinke rotonde, waar je toch wel goed moet sturen. Na deze rotonde gaat het een paar kilometer rechtdoor, tot kilometer 7, waar er een scherpe bocht naar links is. De renners komen nu op een wat bochtigere weg terecht en al vrij snel begint het omhoog te lopen. Na 9 kilometer komen de renners langs Saint-Avé en vlak voor dit dorpje moeten ze door een klein, smal tunneltje. In Saint-Avé zitten er een paar listige bochten kort na elkaar en daarna ook nog een rotonde. Vervolgens komen de renners weer op een brede weg terecht en gaan ze op weg naar het eerste tussenpunt. De eerste tijdsmeting is in Lesnevé en Lesnevé is precies helemaal niets. Het is geen dorp, het is geen gehucht, het is eigenlijk helemaal niets. Een klein straatje. Beetje een willekeurige plaats om de tijd op te meten, maar er zal vast een idee achter zitten. Het loopt gestaag verder omhoog, van 30 meter in Saint-Avé naar 134 meter boven de zeespiegel in Monterblanc. Een paar kilometer voor Monterblanc komen de renners al boven. Dat wil dan toch zeggen dat ze in een kilometer of drie meer dan 100 hoogtemeters overwinnen. Toch net even iets meer dan vals plat omhoog.

B9k3PxB.png
qXnYozW.png

Erg ingewikkeld is het parcours hier niet. Het gaat omhoog, zonder veel bochten. Richting Monterblanc, waar de ploegen na 15 kilometer passeren, wel wat meer bochten. Niet echt lastige bochten, prima te doen. Eén bocht die wat scherper is, maar in de bocht loopt het licht omhoog, dus ook dat moet geen probleem zijn. De renners rijden op een paar kilometer lang op een plateautje en voorbij Monterblanc wordt er even afgedaald. Van 134 meter hoogte in Monterblanc naar 71 meter in Kermabolivier. In Kermabolivier passeren de ploegen na 18,5 kilometer, iets minder dan 10 kilometer van de streep. De afdaling is heel simpel, rechtdoor naar beneden. Een echte afdaling is het ook niet, het lijkt haast niet naar beneden te lopen. Eenmaal voorbij het gehucht Kermabolivier loopt het weer omhoog. Drie kilometer klimmen richting La Croix Peinte. Halverwege dit klimmetje komen de ploegen langs Le Croiseau, waar de tweede tijdsmeting is. Dit tussenpunt is na 20,5 kilometer, op 7,5 kilometer van de streep. Er zitten hier een paar bochten in het parcours, maar omdat het toch wat omhoog loopt is dat prima te doen. Tussen Kermabolivier en La Croix Peinte overwinnen de renners in drie kilometer 60 hoogtemeters. Dat stelt dus qua percentages niet veel voor, redelijk vals plat omhoog.

u0zZP5W.png

Eenmaal boven volgt er een afdaling van 5,5 kilometer richting Cadoudal, net buiten Plumelec. Deze afdaling is redelijk bochtig, met een paar bochten die redelijk lastig kunnen zijn. De renners dalen in 5,5 kilometer 70 meter af, dus erg steil naar beneden is het niet. Goede verkenning is in ieder geval wel belangrijk, want de renners zullen hier met een hoge snelheid rondrijden en dan is het wel handig al die bochten goed in je geheugen te hebben. Eerste deel van deze afdaling, als je het zo mag noemen, is ook door een bos, waardoor het net even wat minder goed te zien is hoe de weg loopt na een bocht. Vlak voor de renners beneden in Cadoudal zijn nog een lastige bocht naar links, maar met een beetje verkenning moet dat ook geen probleem zijn. In het gehuchtje Cadoudal zelf nog een scherp bochtje naar rechts, over de rivier La Claie.

t0EIzed.png
5w0ZwhY.png

In Cadoudal is het nog 2 kilometer tot de finish, op de Côte de Cadoudal. Meteen na het oversteken van het riviertje La Claie begint de weg op te lopen. De klim is volgens de organisatie 1,7 kilometer lang aan 6,2% gemiddeld, maar op twee kilometer van de streep begint de klim eigenlijk al. Het eerste deel van dit klimmetje gaat het rechtdoor omhoog. Een stukje aan 6,6%, daarna 500 meter aan 5,8% en het zwaarste stuk komt net na het passeren van de boog van de laatste kilometer. 500 meter aan 7,2%, met nog een paar bochten erbij. In de laatste kilometer een makkelijke bocht naar links en op een meter of 300 van de streep nog een scherpere bocht naar rechts. Dit laatste stuk is minder steil, nog maar een procentje of twee. We finishen ergens in het midden van het niets, buiten Plumelec. Troosteloze plaatsen om te finishen wel de laatste dagen. Enfin, merk je door al die hekken en het publiek niets van.

PROFILKMS.png
PROFILCOLSCOTES_1.png
ggwcUmd.png

Deze redelijk korte ploegentijdrit is door al dat klimwerk nog wel redelijk lastig. Het is nooit echt enorm klimmen, maar al dat vals plat gaat toch in de benen zitten. Vooral als je dan aan het eind nog een echte klim te verwerken krijgt. Geen heel technisch parcours, je hoeft er niet echt heel goed voor te kunnen sturen. Grote stukken rechtdoor en de meeste bochten zijn best simpel. De finish ligt eigenlijk net buiten Plumelec. Op de achtergrond is dit dorpje met 2750 inwoners wel te zien. Als je kijkt naar het inwonersaantal van Plumelec is het best opvallend dat dit dorpje al vaker is aangedaan in de Tour. Voor het laatst in 2008. De eerste etappe van de Tour van 2008 vertrok in Brest en eindigde in Plumelec. Of beter gezegd, de etappe eindigde op de Côte du Candoudal. Precies dezelfde aankomst in 2008 als we nu gaan krijgen, via Cadoudal twee kilometer klimmen. Alejandro Valverde won die rit in 2008, hij plaatste op het juiste moment een aanval en wist onder andere Philippe Gilbert en Jerome Pineau af te houden. Kim Kirchen leek een tijd op weg naar de overwinning, maar zijn aanval bleek toch te vroeg en de demarrage van Piti was perfect getimed. In 1997 was er ook een rit met aankomst in Plumelec, deze rit werd gewonnen door Erik Zabel. Plumelec heeft ook een eigen wedstrijd, Grand Prix de Plumelec-Morbihan. Deze koers komt ook ieder jaar aan op de Côte de Cadoudal. De laatste jaren werd deze wedstrijd gewonnen door Julien Simon, Samuel Dumoulin en in 2015 door de winnaar van etappe 8, Alexis Vuillermoz. Deze Fransman heeft dus wel vaker laten zien dat hij aardig aan kan komen op zo'n klim.

42872.jpg

Het zal waarschijnlijk droog zijn tijdens deze ploegentijdrit. De neerslagkans is precies 0%. Erg warm zal het niet worden, graadje of 21 in de middag. Er schijnt wel een aardig windje te zijn. Rond vijf uur zou het harder waaien dan rond drie uur, maar die voorspellingen blijken wel vaker op niks te trekken. Het weer zal, als ik het nu zo bekijk, waarschijnlijk niet heel veel invloed hebben. Om 15:00 zal Orica GreenEDGE het spits afbijten. In het roadboak staat deze ploeg groot afgebeeld, dat blijkt achteraf nogal een jinx te zijn geweest. Orica is de ploeg die het meest geraakt is door alle valpartijen van de eerste week. Normaal een ploeg die altijd voor de overwinning gaat in een ploegentijdrit, nu hebben ze nog maar 6 man over. Dat gaat geen groot succes worden. Sporza en de NOS zullen er rond een uur of drie ook wel bij zijn. Team Sky is de ploeg die als laatste vertrekt, om 16:45. Kort Tourdagje, met daarna een rustdag.

15:00 Orica GreenEDGE
15:05 Bretagne - Seche Environnement
15:10 Lampre - Merida
15:15 FDJ
15:20 Team Europcar
15:25 Bora-Argon 18
15:30 Lotto-Soudal
15:35 IAM Cycling
15:40 MTN-Qhubeka
15:45 Lotto Djumbo
15:50 Trek Factory Racing
15:55 Astana Pro Team
16:00 Team Cannondale-Garmin
16:05 Cofidis, Solutions Credit
16:10 Team Katusha
16:15 Movistar Team
16:20 Team Giant-Alpecin
16:25 AG2R La Mondiale
16:30 Etixx-Quick Step
16:35 Tinkoff-Saxo
16:40 BMC Racing Team
16:45 Team Sky

Normaal schrijf je bij een ploegentijdrit altijd Orica en Quick Step op. Dat gaat nu een lastig verhaal worden, de eerste week heeft zijn sporen toch wel nagelaten. Quick Step is de grootste motor kwijt, Tony Martin. Tel daar dan nog bij op dat de wereldkampioen Lollerkowski echt lachwekkend slecht aan het rondfietsen is en die ploeg kan je eigenlijk al bijna afschrijven. Orica is liefst drie man kwijt en Matthews is ook nog steeds half kreupel. Zo zijn er wel wat meer ploegen gehavend, Trek bijvoorbeeld. Mollema likte zijn vingers waarschijnlijk af bij het idee dat hij Cancellara aan zijn zijde had tijdens de ploegentijdrit, maar dat is ook weer even net wat anders gelopen. De ploegen die nog weinig mee hebben gemaakt zijn hier uiteraard in het voordeel, dan kan je denken aan ploegen als Sky en BMC, die eigenlijk niet veel hebben meegemaakt en normaal al best goed presteren in ploegentijdritten.
1. BMC. Ik lees overal dat BMC de grote favoriet is. Wie ben ik dan om daar tegen in te gaan. In ieder geval wel een hele sterke ploeg, met bijna alleen maar jongens die echt hard kunnen fietsen. Wyss, Schär en Quinziato kunnen in het eerste deel flink doorfietsen, mogen Van Garderen, Caruso, Dennis, Sanchez en d'n Olvarit het afmaken. Ook nog Oss erbij, sterke ploeg.
2. Sky. Hebben nog weinig meegemaakt, iedereen is nog heel. Met Froome, Kennaugh, Rowe, Stannard en Thomas Geraint ook best sterke renners voor zo'n ploegentijdritje. Porte zal waarschijnlijk na twee kilometer lossen, maar dat mag de pret niet drukken. König kan dit werk ook wel aan. Onze Wout dan weer niet, maar die zien we vast in de Pyreneeën wel. Froome moet alleen oppassen dat hij niet weer zijn hele ploeg op gaat blazen op een van die klimmetjes. Tactisch dom als hij is kan dat wel gebeuren natuurlijk.
3. Movistar. Doen het altijd goed in een ploegentijdrit, nu ook natuurlijk. Wel lullig, neem je Dowsett mee speciaal met het oog op de ploegentijdrit, gaat hij hard op zijn plaat. Geen idee hoe het nu met hem is, maar veel hoeft het ook niet uit te maken. Altijd Malori en Castroviejo nog, geweldige motoren. Gorka Izagirre is ook ijzersterk bezig dit jaar en ook in deze Tour al, hoewel je 'm niet vaak zit. Valverde kan dit werk ook wel aan. Nairito gaat gewoon in het laatste wiel zitten en laat zich lachen meezuigen richting Plumelec.
4. Astana. Ondanks dat de boeven van Vino nog niet echt lekker bezig zijn hebben ze wel een uitstekend ploeg voor dit werk. Boom, Westra, Taaramae, Kangert, Grivko, die weten wel wat hard fietsen is. Nibali heeft ook wel wat goed te maken na etappe 8, moet wel een aardig resultaat worden.
5. Tinkoff-Saxo. Bertje gaat wel wat tijd verliezen. Zijn ploeg is eigenlijk best slecht bezig tot nu toe. Basso, Bennati, Majka, Tosatto, allemaal bepaald niet wat het geweest is. Toch zullen ze wel een aardig resultaat boeken, omdat het nu eenmaal moet. Hoewel het ook echt tegen kan vallen, ik zie een Basso er ook wel voor aan om na een kilometertje te passen. Met hem nog wel een paar renners. Rip Bert in dat geval.

Lotto Djumbo gaat zesde worden en Etixx pas zevende. IAM achtste en daarna weet ik het niet meer. Al die Fransen gaan weer tijd verliezen, genot.

[ Bericht 0% gewijzigd door johannes_vermeer op 21-07-2015 14:41:48 ]
johannes_vermeerzondag 19 juli 2015 @ 14:41
Etappe 10: Tarbes - La Pierre-Saint-Martin, 167 km

De eerste week van de Tour zit erop en er is al heel wat gebeurd. De tijdrit in Utrecht werd verrassend gewonnen door Rohan Dennis. De rit naar Neeltje Jans werd zoals verwacht een waaierrit, maar als de storm in Zeeland een uurtje later was geweest hadden we nog meer spektakel gehad. Nu viel de schade tussen de klassementsrenners wel mee. De etappe naar Huy werd ontsierd door een grote valpartij, waar we onze hoop op een gele trui verloren. Rodriguez won in Huy en Froome liet daar al voorzichtig zien van de grote vier toch wel de beste te zijn. De kasseienrit viel een klein beetje tegen, het bleek niet zwaar genoeg om voor verschillen te zorgen tussen de klassementsrenners. Er volgden een paar wat minder interessante etappes, hoewel de finale in Le Havre nog wel interessant was. Ook vooral interessant door een valpartij. Voor de tweede keer deze Tour viel de gele trui uit. Voorlopig lijkt het alleen Chris Froome geluk te brengen. In de achtste etappe, met aankomst op de Bretonse muur wist Alexis Vuillermoz te verrassen. Tussen de klassementsrenners gebeurde weer niet veel, alleen Nibali verloor wat tijd. De ploegentijdrit werd een secondenspel tussen enkele ploegen. Aan het eind van de eerste week is Froome toch wel de winnaar. Hij staat 12 seconden voor op Tejay van Garderen, die toch wel ijzersterk bezig is. Op de rest van de grote vier heeft Froome al meer dan een minuut te pakken. Op Quintana en Nibali zelfs twee minuten. Willen deze jongens nog de Tour winnen, zullen ze in de bergen flink moeten aanvallen. De bergen gaan we na de rustdag eindelijk krijgen. Wel al drie aankomsten gehad op allerlei muurtjes, maar in de tiende rit dan toch eindelijk de eerste aankomst bergop. We gaan naar de Pyreneeën en krijgen daar een drieluik bergetappes.

UJTPPnZ.png
PROFIL.png

De eerste etappe van dit drieluik start in Tarbes, een stad met 48.000 inwoners in de regio Midi-Pyrénées, departement Hautes-Pyrénées. We zitten ineens helemaal in het het zuiden van Frankrijk, maar nog niet echt in de bergen. Tarbes is een bekende plaats in de Tour. Het is vooral een stad waar regelmatig ritten vertrekken. Voor het laatst was dat in 2006, een rit van Tarbes naar Pla de Beret. Deze rit zou gewonnen worden door Denis Menchov, no? In 2001 vertrok er ook een rit in Tarbes, deze rit zou eindigen op Luz Ardiden en werd gewonnen door een Baskische eindbaas, Roberto Laiseka. Ik was toen nog een heel klein Rellend Rotscholiertje, maar die etappe vergeet ik niet snel meer. Laiseka, met zijn uitgemergelde lijfje en zijn blik alsof hij al drie weken achter elkaar zonder pauze in de mijnen had moeten werken was daar toch mooi iedereen te snel af, waaronder Jan Ullrich en Lance Armstrong. Tarbes is ook enkele keren een aankomstplaats geweest. Voor het laatst in 2009, die rit werd gewonnen door de man met de neus als een zinksnijder, Pierrick Fedrigo. Die rit in 2009 betekende een terugkeer als finishplaats voor Tarbes na meer dan 50 jaar. De laatste keer voor 2009 dat er een rit aankwam in Tarbes was in 1951. Een rit met een heel bekend verhaal, dat we allemaal al duizend keer hebben gehoord. De 13e rit van de Tour van 1951 ging van Dax naar Tarbes, over de Aubisque. In de afdaling van de Aubisque viel Van Est in een ravijn. Hij overleefde het, tot ieders verbazing. Wel verloor hij de gele trui, die hij juist een dag eerder had veroverd. Tarbes zelf is verder wel een schattig stadje, prima plek om te vertrekken.

Tarbes-2-1024x678.jpg

Van Tarbes zou je naar het zuiden kunnen fietsen, dan kom je meteen in de Pyreneeën uit. Dat doen we niet, er wordt eerst een heel stuk naar het westen gefietst, om Pau heen. Het resultaat is dat we een bijna volledig vlak eerste gedeelte van deze rit hebben. Via Gardères en Morlaàs fietsen we een beetje door dit best vlakke gedeelte van de departementen Pyrénées-Atlantiques en Hautes-Pyrénées. Er worden nog wat weinig interessante dorpjes aangedaan als Navaille-Angos en Sauvagnon. Na een kilometertje of 55 passeren de renners het vliegveld van Pau. Een kilometer of 10 daarna passeert het peloton Bougarber. Net buiten dit dorpje begint de eerste klim van de dag, de Côte de Bougarber. Een klimmetje van de vierde categorie, 1,6 kilometer lang aan 6,2% gemiddeld. Dat stelt natuurlijk niet zo gek veel voor. Het is echt een rit die eigenlijk in de Vuelta hoort te zitten. De hele dag praktisch vlak en dan aan het eind van de dag een serieuze klim. Kan je nog wel een paar klimmetjes van de vierde categorie toevoegen, maar daar heeft niemand wat aan.

Tour_Pau.jpg

De renners fietsen verder en komen via Atrix in Mourenx uit. Mourenx is een klein dorpje, maar wel een heel bijzonder dorpje. Het bestaat bijna volledig uit flats en appartementencomplexen. Geen normaal huis te vinden. Een dorp vol met flats. Schijnt in deze omgeving wel vaker voor te komen, maar een apart gezicht is het zeker. Dit dorpje ligt echt praktisch in het midden van het niets. Niet echt een wereldstad, waar je behoefte hebt aan flats. Hoe dan ook, de koers gaat verder en het peloton komt na 87 kilometer door Vielleségure. Iets buiten dit dorpje begint het tweede klimmetje van de dag, de Côte de Vielleségure. 1,7 kilometer aan 5,9%, stelt wederom niet veel voor. We fietsen nu door de uitlopers van de Pyreneeën, het is dus wel logisch dat het af en toe een beetje omhoog loopt. Toch doet men zoveel mogelijk moeite om de echte klimmen te ontwijken. Na dit heuveltje dalen de renners af om na 95 kilometer uit te komen in Navarrenx. Een oud vestingstadje, dat nog steeds prachtig is. Langs de stadsmuren fietsen de renners over de oude brug.

81516788_o.jpg

Na Navarrenx rijden we dan eindelijk echt richting de bergen. Toch duurt het nog wel even voor er serieus geklommen wordt, we rijden eerst nog door een paar valleien. 109 kilometer koers hebben we nodig om de vallei van het riviertje La Saison te bereiken. Deze vallei wordt gevolgd en brengt ons naar de tussensprint van de dag, na 124 kilometer in Trois-Villes. Het loopt hier al langzaam wat omhoog, maar klimwerk mag je het nog niet noemen. Klimwerk komt een paar kilometer later wel, na het passeren van het dorpje Montory beginnen de renners aan de Côte de Montory. Een klimmetje van de vierde categorie, 1,8 kilometer lang aan 6,3%, weer niet echt een indrukwekkende beklimming. Na dit klimmetje is er een afdaling en rijdt men weer verder door een vallei, via kleine dorpjes als Aramits en Arette op weg naar de slotklim. In Arette passeert het peloton na 143 kilometer, nog een paar kilometer en dan gaat de enige echte klim van deze etappe beginnen. Na Arette begint het al licht op te lopen, in totaal toch wel 20 kilometer klimmen, hoewel die eerste kilometers dan niet zo zwaar zijn.

3xXf1hd.jpg?1

De slotklim is zeer zeker wel zwaar. De Col de Soudet is 15 kilometer lang en 7,4% gemiddeld. Hij begint meteen heel zwaar, na enkele kilometers vals plat krijgen de renners ineens te maken met een hele kilometer aan 8%. De kilometer daarna is nog een stuk zwaarder, bijna 11%. Het wordt eigenlijk geen moment makkelijk, de derde kilometer is gemiddeld 6,2% en is daarmee de makkelijkste kilometer van het eerste deel van de klim. Na die relatief makkelijke kilometer komt het eigenlijk niet meer onder de acht procent. Tussen kilometer 6 en 8 van de klim komt het niet onder de 9%, tussen kilometer 8 en 9 dan weer niet onder de 10%. Het is een enorm zware klim, zeker voor Tourbegrippen. Dit deel van de klim is ook waar het moet gebeuren, de eerste 10 kilometer. Het eerste deel van de klim is de Col de Labays en deze col is geschikt om flink aan te vallen. De schok zal enorm zijn, na 150 kilometer bijna volledig vlak terrein ineens moeten klimmen aan minstens 8%. Bovendien ook nog eens na een rustdag, hier gaan slachtoffers vallen als er flink wordt doorgereden.

j5Sc9c7.png

De laatste kilometers van de Labays wordt het enorm bochtig. Deze bochten zitten wel allemaal bij elkaar, in een kilometer een stuk of zes. Als de Labays is geweest klimmen de renners gewoon rustig verder en zitten ze ineens op de Col de Soudet. Dit gedeelte van de klim is een stuk minder interessant. Op vijf kilometer van de streep komen ze op dit gedeelte terecht en de stijgingspercentages komen nu niet meer boven de zes procent. Zelfs een kilometer aan 3%, maar daarna wordt het met 5,5 en 5,1% toch weer wat acceptabeler. Vlak voor de finish nog wel een wat lastigere kilometer aan 7%, maar richting de streep wordt het dan weer volledig vlak. Het eerste gedeelte van de klim is echt enorm zwaar, maar de laatste vijf kilometer is het eigenlijk niet zo zwaar meer. Als er klassementsrenners zijn die wat willen zullen ze het in de eerste 10 kilometer van de klim moeten doen. In de slotkilometer zitten nog een paar bochten, maar de weg is hier enorm breed. Als er nog wat renners samen zijn moet dat nog wel een leuk sprintje kunnen opleveren. Vlak voor de finish krijgen we nog even wat mooie rotswanden te zien.

DSCF3915.JPG

De finish is in La Pierre-Saint-Martin en dat is voor het eerst. Nog nooit begon of eindigde hier een rit. We zitten dicht bij Spanje in de buurt, zo'n beetje op de grens met Spanje eigenlijk, en derhalve ook bij het Baskenland. De Basken zijn altijd aanwezig als er een koers in de buurt is, dus zal het wel druk zijn op deze berg. Daarnaast is het natuurlijk 14 juli, quatorze juilliet, de Franse nationale feestdag. Een enorme drukte op deze berg valt wel te verwachten. La Pierre-Saint-Martin is een klein dorpje met amper 1000 inwoners. Het is bovenal een skiresort, hoewel je er meer kan doen dan skiën alleen. Mountainbiken, raften, vissen, klimmen, alles is heir mogelijk. Dit skiresort is vooral geschikt voor families en mensen die weinig ervaring hebben met skiën. Voor sommige renners zal La Pierre-Saint-Martin niet geheel onbekend terrein zijn. In de Tour van 2007 kwam de klim al eens voor, maar deze werd toen wel van een andere kant bedwongen. In die rit reed men even Spanje binnen en via de Spaanse kant werd er geklommen richting La Pierre-Saint-Martin. Die rit zou eindigen op de Aubisque en gewonnen worden door Michael Rasmussen, voor hij een paar uur later uit de Tour werd genomen.

default-la-pierre-saint-martin-ff62f-1.jpg

Het wordt warm. Graadje of 30 valt niet uit te sluiten. Boven in La Pierre-Saint-Martin natuurlijk een paar graden minder, maar alsnog warm. Het zal een lastige dag worden voor de renners. Een rit die volledig vlak is en dan met 30 graden ineens omhoog moeten knallen. Het zal vermoedelijk droog blijven. Waaien zal het ook niet echt, maar in de bergen is dat toch wat minder interessant. Om 12:25 vertrekken de renners in Tarbes en tussen 16:32 en 16:58 worden de renners boven in La Pierre-Saint-Martin verwacht. Een wat vroegere finish dus, wel goed om even rekening mee te houden. Om 14:10 zal de NOS er weer bij zijn en om 14:15 Sporza. Je kan ook gerust pas een uur later de tv aanzetten, veel zal er niet gebeuren voor de slotklim.

De eerste bergrit is vaak een rit die voor de klassementsrenners is. Toch kan deze rit er ook zomaar een zijn voor een kopgroepje. Ligt er maar net aan of er ploegen zijn die zin hebben het vlakke gedeelte van de etappe te controleren. Dat is heel makkelijk te controleren, maar het is de vraag of er ploegen zijn die daar zin in hebben. Sky zal ongetwijfeld liever iedereen bewaren voor de slotklim, net als veel andere ploegen. Een kopgroepje dat de zegen krijgt valt niet uit te sluiten, maar omdat het de eerste bergrit is ga ik toch maar voor een strijd tussen de favorieten voor de eindzege. Er zijn al heel wat jongens met een flinke achterstand op Froome, als die renners niets proberen hebben ze sowieso verloren. Vooral Movistar moet in staat zijn om wat voor elkaar te krijgen. Quintana en Valverde hebben allebei een flinke achterstand. Als ze een beetje samen gaan werken kan het nog leuk worden, maar met Piti is die kans klein.
1. Froome. Chris is op de brommer! Zijn hartslag gaat niet omhoog, terwijl zijn wattages verdubbelen. Is toch heerlijk, die marginal gains. Chris zet morgen het motortje ook aan en blaast dan iedereen weg, nadat zijn ploeg het begin van de klim gaat bombarderen alsof we naar US Postal op de Alpe d'Huez zitten te kijken. Ik kan niet wachten, dit gaat weer lachen worden. Remmen in de bochten.
2. Quintana. Nairito is de beste klimmer ooit, maar het begin van de klim zal hem wel wat minder liggen. Gelijk dat steile is niet zijn ding. Moet even op gang komen, een diesel toch wel. Als hij eenmaal op gang is gekomen kan hij ver komen, maar op basis van de eerste week lijkt Froome toch wat sterker. Is een voorbarige conclusie, want een echte beklimming is er nog niet geweest. Toch zet ik voorlopig mijn geld op Froome. Vooral ook omdat Nairo geen brommer heeft natuurlijk.
3. Contador. Bertje lijkt nog niet zo sterk en raakt nu dan ook nog eens Basso kwijt. Het is heel vervelend voor Basso zelf, maar ook voor Contador zal het wel gevolgen hebben. Welke gevolgen, dat is nog even afwachten. Het kan hem enorm motiveren, of juist niet. Ik verwacht bij Contador toch eerder dat het hem zal motiveren, maar dan zal hij alsnog niet goed genoeg zijn om Quintana en Froome te volgen. In de Giro leek hij al niet echt heel erg sterk, ondanks zijn overwinning. Nu lijkt het helemaal minder. Ook nog eens last van hooikoorts blijkbaar, ik vrees voor Bertje.
4. Van Garderen. Tejay is heel sterk bezig, maar moet nu wel even normaal gaan doen met z'n hoofd. Lijkt me niet dat hij na Froome de sterkste renner in koers moet zijn. Vierde plaats lijkt me wel voldoende voor Van Garderen.
5. Nibali. De haai van de Straat van Messina heeft al flink wat tijd verloren en is al eens redelijk opvallend gelost. Met een paar briefjes van Vino erbij kan het misschien nog wat worden, maar ik denk niet dat dit het jaar wordt van Vincenzo. Volgend jaar weer een nieuwe kans, als er misschien weer wat andere favorieten op hun bek gaan. Moet hij het toch van hebben.

Etappe 11: Pau - Cauterets, 188 km

Na de eerste bergrit van de ronde is er al heel veel duidelijk. Team Sky steekt er weer eens bovenuit en niemand komt ook maar enigszins in de buurt. Het lijkt heel erg op de eerste begrit van de Tour van 2013. Ook gewonnen door Froome, bijna een minuut voor Porte en na een minuut pas de derde. Nu zijn de verschillen nog groter. Iedereen is eigenlijk al uitgeschakeld, Van Garderen staat tweede in het klassement op bijna drie minuten. Froome moet van zijn fiets donderen wil hij deze Tour niet winnen. Voor die spanning is het slecht, de strijd om de eerste plaats is al weg. Sky bleek vandaag in de breedte ook veel te sterk. Porte heeft ook ineens weer topvorm en Britse wielergod Thomas kan nu eenmaal alles. Voor de andere plaatsen kan het nog wel spannend worden, hoewel Quintana ook weer zoveel beter is dan de rest dat hij sowieso tweede zal worden. Alleen een strijd voor de derde plaats dan nog, niet echt iets om bij voorbaat het broekje voor uit te doen. Gelukkig hebben we weer eens kunnen genieten van een goede Gesink. Het is hem na al die pech van de laatste jaren zeker gegund. Hopelijk blijft het nu goed gaan, dat is ook niet altijd zeker bij hem. We gaan verder met het drieluik bergetappes en krijgen nu een etappe met meerdere beklimmingen. Een vlakkere aanloop, maar daarna gaat het los. Er kan weer een hoop gaan gebeuren in het klassement, maar de gele trui zal niet meer van schouders veranderen.

ldeChXD.png
PROFIL.png

Deze etappe zal starten in het onvermijdelijke Pau. Zo'n beetje ieder jaar komt de stad terug, nu al voor de 67e keer. Na Parijs en Bordeaux staat Pau op een keurige derde plaats. Een stad met 81.000 inwoners ten westen van de startplaats van etappe 10, Tarbes. De renners hebben de bergen weer verlaten en bevinden zich nu weer op vlak terrein. Vorig jaar vertrok er ook een rit uit Pau, de 18e rit. De rit zou eindigen op Hautacam, waar altijd lachwekkende dingen gebeuren. Was vorig jaar ook weer het geval, Vincenzo Nibali reed maar weer eens iedereen de vernieling in en won met meer dan een minuut voorsprong op de rest. Er stond geen maat op hem, dat is dit jaar wel anders. Nibali bakt er niet veel van en verloor meer dan vier minuten onderweg naar La Pierre-Saint-Martin. Het valt dus niet te verwachten dat Nibali opnieuw een rit gaat winnen die vertrekt in Pau. De laatste aankomst in Pau was in 2012, de overwinning ging toen naar Pierrick Fedrigo. Fedrigo houdt van de Pyreneeën en dan vooral het deel net buiten de bergen. Zagen we tijdens de 10e etappe ook weer, hij ging in de aanval. Voor de verandering een keer zonder succes. Pau is ook de stad waar Leon van Bon in 1998 een rit won. De renners vertrekken voor het Palais Beaumont, een congrescentrum.

le-palais-beaumont-pau-1367068447.jpg

Na een geneutraliseerd rondje door Pau begint de koers echt buiten Pau. Het eerste deel van de etappe is vlak, de renners volgen de vallei langs de rivier Gave. We fietsen wel richting de bergen, dus loopt het langzaam een beetje omhoog. Het duurt wel even voor er echt serieus geklommen moet worden, dat komt pas na 48,5 kilometer. De renners gaan dan beginnen aan een colletje van de derde categorie, Côte de Loucrup. Twee kilometer aan 7%, best een pittig dingetje dus. Niet zo lang alleen. Een kleine tien kilometer daarna is het al tijd voor de dagelijkse tussensprint. De jongens die voor de groene trui gaan zullen hier wel punten willen pakken, veel andere kansen om nog punten te pakken zijn er niet. Kan zijn dat het peloton tot hier gecontroleerd gaan worden of er gaan sprinters mee in de aanval, zoals Hushovd dat altijd deed in zijn goede tijd. De tussensprint is na 56,5 kilometer in het dorpje Pouzac. Een kilometer of 20 daarvoor hebben de renners al een bekende plaats gepasseerd, het bedevaartsoord Lourdes.

lourdes_0.jpg

Net na de tussensprint fietsen de renners door Bagnères-de-Bigorre, een plaats die wel eens eerder in de Tour is voorgekomen. Het was de aankomstplaats tijdens de negende rit van de Tour van 2013. Na de demonstratie van Sky op Ax-3-Domaines een dag eerder werd tijdens deze rit de volledige ploeg van Sky opgeblazen, onder andere door Movistar dat flink tekeer ging. Mooi ritje was dat, Dan Martin won uiteindelijk in Bagnères-de-Bigorre. Hij muisde er samen met Fuglsang op het eind vanonder en als je mag sprinten tegen Fuglsang win je altijd. Na het passeren van Bagnères-de-Bigorre begint het weer wat steviger omhoog te lopen. Een klein klimmetje van de vierde categorie, 1,4 kilometer aan 6,1%. Een afdaling volgt, op weg naar de volgende klim van de dag. Na 74 kilometer krijgen de renners het derde klimmetje van de dag. De Côte de Mauvezin is een beklimming van de derde categorie en 2,7 kilometer lang. Gemiddeld 6%, toch nog best aardig. De top ligt midden in het dorpje Mauzevin. Dit is een dorpje met een château, altijd leuk.

002-chateau_de_mauvezin.jpg

Na dit klimmetje daalt het heel kort even af om daarna weer verder omhoog te gaan. Het is nu nog 30 kilometer tot het echt interessante gedeelte van deze etappe. Er wordt richting La Barthe-de-Neste gefietst, waar de ravitaillering is. Na het passeren van dit dorp gaan we recht naar beneden, de bergen in. Door de vallei langs de rivier La Neste op weg naar de eerste serieuze beklimming van de dag. Na 105 kilometer koers, net voor het dorpje Arreau gepasseerd zou worden, slaan de renners rechtsaf en verlaten ze de vallei. Tijd om te beginnen aan een klim met een rijke historie in de Tour, de Col d'Aspin. Na drie jaar afwezigheid is deze klim weer terug. Een beklimming van de eerste categorie, 12 kilometer lang aan 6,5% gemiddeld.

mZWgegO.jpg

De klim begint redelijk makkelijk, een kilometer aan 5% en een kilometer aan 3,5%. Daarna wordt het toch even wat zwaarder met een kilometer aan 7%. Na die derde kilometer van de klim komt het niet meer onder de 6%. Een onregelmatige klim, hele stroken aan 9% worden afgewisseld met stukken van zes of zeven procent. Het laatste deel van de klim is het zwaarste. Het is best een bochtige klim, met een redelijk smalle weg. Mooie klim, grote delen van de tijd een prachtig uitzicht. De klim werd voor het laatst bedwongen in 2012, Titi Voeckler kwam toen als eerste boven. Hij zou ook de etappe winnen. In 2009 kwam Franco Pellizotti als eerste boven op deze klim en een jaar eerder was die fantastische mafkees van een Ricco de beste op de Aspin. Over fantastische mafkezen gesproken, in 2004 was Rasmussen hier dan weer de eerste op de top. In 1998 kwam er een apotheker als eerste boven, Rodolfo Massi. De passage in 1995 is ook nog wel vermeldenswaardig, Richard Virenque kwam als eerste boven op de Aspin en zou de rit winnen. De rit kwam aan in Cauterets en dat is nu toevallig ook zo.

Col_d_Aspin_008_20140724.jpg

De afdaling is bijna 13 kilometer lang en nog best lastig. De weg is niet al te breed en er zijn aardig wat bochten, vooral in de eerste kilometers van de afdaling zitten een aantal haarspeldbochten. De renners fietsen ook door een bos, waardoor de bochten soms wat later te zien zijn. Na een tijdje verlaten ze het bos en wordt de afdaling wat overzichtelijker, vooral ook omdat het aantal bochten afneemt. Deze kant van de Aspin is ook minder steil, de gunstigste kant voor een afdaling. Als de afdaling gedaan is, beneden in Sainte-Marie-de-Campan begint de volgende beklimming meteen. Na de start in het onvermijdelijke Pau krijgen we nu de onvermijdelijke Tourmalet. Al 80 keer beklommen in de Tour, origineel is het ondertussen niet meer. Wel een mooie klim natuurlijk.

z3P1IFk.jpg

De Tourmalet begint makkelijk, een paar kilometer aan 4%. Daarna wordt het steeds een beetje zwaarder, van een kilometer aan 7% naar drie kilometer aan 8%. Rond de 10e kilometer van de klim wordt het pas echt zwaar. Zes kilometer achter elkaar komt het niet onder de 9%, af en toe gaat het zelfs flink boven de 10%. Alleen de laatste meters richting de top wordt het nog even wat minder zwaar. Het is een belachelijk zware klim, geheel terecht een klim van de buitencategorie. Wel een klim die al veel te vaak is voorgekomen in de Tour. Er zijn zoveel mooie beklimmingen waar de ronde nooit komt of bijna nooit, zie bijvoorbeeld de aankomst van de tiende etappe. De Tourmalet is natuurlijk mooi, maar hebben we dat niet een keer gezien? Hoe dan ook, we krijgen een opvolger voor Blel Kadri, hij kwam vorig jaar als eerste boven op de Tourmalet. Twee jaar eerder kwam Thomas Voeckler als eerste boven. In 1995 was Richard Virenque als eerste boven. Hij kwam eerder ook al als eerste boven op de Aspin en zou ook als eerste bovenkomen op Cauterets. De etappe van 1995 is dus wel vergelijkbaar met de etappe die we nu gaan krijgen.

20150226234420-bc181531.jpg

De afdaling van de Tourmalet is een enorm bochtige. Deze kant van de berg is misschien nog wel even wat lastiger, een behoorlijk steile afdaling dus. Het is natuurlijk wel een afdaling die zo'n beetje iedere renner al wel een keer heeft gedaan. Na bijna 18 kilometer afdaling en ontzettend veel bochten komen de renners beneden in Luz-Saint-Sauveur. 165 kilometer gehad, nog 23 kilometer te gaan. Het gaat nog 13 kilometer in licht dalende lijn door een vallei, op weg naar de slotklim. Na 178 kilometer komen de renners uit in Pierrefitte-Nestales en hier beginnen ze dan aan de slotklim richting Cauterets. Een slotklim die niets voorstelt als je het vergelijkt met de vorige beklimmingen. Toch kan er op zo'n minder zware klim ook nog altijd een hoop gebeuren, dat hebben we in de Giro ook nog kunnen zien.

PROFILKMS.png

De klim is 10 kilometer lang, maar na zeven kilometer klimmen worden de punten al verdeeld. De klim begint met twee kilometer aan 5%, maar daarna volgen dan weer twee kilometers waar het amper 3% is. Tussen zes en drie kilometer van de streep wordt het nog een klein beetje interessant, paar kilometer achter elkaar waar het niet onder de 5% komt en zelfs een kleine uitschieter naar 10%. In totaal 6,4 kilometer aan 5%. Klinkt toch een beetje treurig na de Tourmalet. Richting de streep blijft het omhoog lopen, maar dan moet je echt een een procent of drie denken. Niet echt een spetterende slotklim, renners die wat willen zullen het moeten doen op de Tourmalet. De weg richting Cauterets is breed en in de laatste kilometers zit praktisch geen bocht. Als er eerder in de etappe weinig spektakel is krijg je hier waarschijnlijk te maken met een sprint van een flink groepje. Weinig kans om op deze klim zelf veel volk te lossen.

QTpwdBi.png

Cauterets is een klein dorpje met amper 1000 inwoners. Het is vooral een toeristenoord, als je voorbij Cauterets rijdt kom je uit bij een skigebied. Hoewel je niet door hoeft te rijden, daar kan je ook gewoon met de skilift naartoe. Cauterets heeft ook nog wat thermen, dus je kan hier ook naartoe als er geen sneeuw ligt. Het wordt de vierde keer dat er een rit aankomt in Cauterets. De eerste keer dat er een rit aankwam in Cauterets was in 1953, de Bask Jesús Loroño won toen. Hij zou dat jaar ook de bolletjestrui winnen. In 1989 kwam de Tour voor de tweede keer langs in Cauterets en nu ging de overwinning naar Miguel Induarin. Zijn eerste ritoverwinning in de Tour, een paar jaar later zou hij pas echt veel gaan winnen. De laatste keer dat er een rit aankwam in Cauterets was in 1995, de ritoverwinning ging toen naar Richard Virenque. In een rit die vergelijkbaar is met deze rit kwam Richard Virenque overal als eerste boven. Hij reed zo'n beetje de hele tijd solo, in zijn bolletjestrui. 20 jaar later komen we dus weer terug in Cauterets.

p109073250.jpg

Het wordt heel warm, dik boven de 30 graden. In Cauterets zou het zelfs 34 graden kunnen worden. Er schijnt een kleine kans op regen te zijn. Waarschijnlijk zal het droog blijven, maar er is dus wel een kansje op wat druppels. Zou vervelend zijn met twee flinke afdalingen, maar kan ook wel weer wat toevoegen aan de koers omdat Froome dat niet echt leuk vindt. De start is om 11:45 in Pau en 20 minuten later begint de koers echt. Tussen 14:34 en 14:50 zouden de renners moeten beginnen aan de Aspin. Sporza en de NOS zijn er om 14:10 weer bij, dus we hoeven van het serieuze klimwerk niets te missen. De finish in Cauterets wordt tussen 16:59 en 17:38 verwacht.

Na de demonstratie van Sky valt het niet te verwachten dat Movistar weer de hele dag op kop gaat rijden. Ze hebben dat wel eens eerder gedaan, in 2013, de dag nadat ze flink klop hadden gekregen, maar nu valt dat toch niet echt te verwachten. Daar is het begin van de etappe toch wat te rustig voor. Sky heeft al aangegeven niet te gaan rijden, behalve als er belangrijke mensen aanvallen. Als het aan Sky ligt krijgt een kopgroepje de zegen, zolang daar niemand inzit die dicht in het klassement staat. Andere ploegen zullen wel niet echt gemotiveerd zijn om op kop te gaan rijden. Dit zou normaal gesproken een etappe voor een vluchtersgroepje moeten worden. Het mag ook wel een keer, tot nu toe is er eigenlijk nog geen groepje vluchters vooruit gebleven. Dan in de elfde etappe maar voor het eerst. Ik noem maar eens vijf willekeurige namen. Er zullen er morgen wel 50 zijn die in de aanval willen gaan, dus erg accuraat zal dit niet worden. Nog minder dan normaal.
1. Voeckler. Het is wel weer eens tijd voor een ouderwetse topshow van Titi. We zitten wel in zijn favoriete gebied, in de Pyreneeën heeft hij al enkele etappes gewonnen. Hij was sterk op de klim richting La Pierre-Saint-Martin. Kwam als 26e over de streep. Klinkt niet indrukwekkend, maar als je naar zijn recente prestaties kijkt is dit ineens een positieve uitschieter. Dat smaakt naar meer natuurlijk. Tong uit de bek en gaan.
2. Pantano. Een Colombiaantje, werd kort gehouden omdat ze bij IAM de illusie hadden dat Mathias Frank ineens wel ging presteren in grote rondes, maar al vrij snel is gebleken dat Frank dat nooit voor elkaar gaat krijgen. Tijd om het Colombiaantje te bevrijden en zijn gang te laten gaan. Dan wordt hij wel tweede of derde, want ik geloof niet dat Jarlinson ooit iets heeft gewonnen.
3. Kruijswijk. Goede etappe voor Steven om in de aanval te gaan. In de Giro ging hem dat best goed af, hoewel hij de explosiviteit mist om zoiets dan echt succesvol af te ronden. Bovendien zitten we pas in de tweede week. Nog een week wachten, dan gaat Kruijswijk pas echt goed rijden en fietst hij iedereen naar huis.
4. Teklehaimanot. Dani is de bollentrui kwijt en dit is een mooie etappe om die trui weer terug te krijgen. Gaat lastig worden, er zijn nu eenmaal redelijk wat jongens in de Tour aanwezig die beter kunnen klimmen. Hij gaat in ieder geval een poging wagen, dat geef ik je op een briefje. Eritrea zal weer trots zijn, dat is alvast zeker.
5. Wellens. Tim is een aanvallende renner en heeft ook al meerdere keren gezegd dat hij aan gaat vallen. Dan lijkt me dit wel een mooie rit om hem aan die belofte te houden. Lijkt echter niet over de beste benen te beschikken, dus ik weet niet of hij heel ver gaat komen als hij aan gaat vallen. Maakt ook niet uit, aanvallen is altijd goed.

Etappe 12: Lannemezan - Plateau de Beille, 195 km

De tweede bergrit van deze ronde leverde dan eindelijk eens een keer een ritzege op voor een vroege vluchter. Majka en de Tour blijkt een goede combinatie, hij heeft nu al drie ritten gewonnen in de Tour en het is pas zijn tweede deelname. Daarachter was Serge Pauwels de morele winnaar, ondanks een probleem met zijn schoenen wist hij toch nog vierde te worden. Tussen de favorieten gebeurde niet zo veel. Voor de actie waren we afhankelijk van de Tourmalet en daar gebeurde niet veel. De slotklim bleek lastig genoeg om nog een hoop renners te lossen, maar dat waren alleen maar renners die al eerder hadden aangetoond niet zo sterk te zijn. Voor het klassement veranderde er verder niet veel. Wel leuk om na Gesink nu Mollema in de aanval te zien gaan. Bauke heeft toch niet zo goed naar Zubeldia geluisterd blijkbaar. Nu is het tijd voor de derde bergrit op rij. Je zou dit zelfs de koninginnenrit kunnen noemen. Vier flinke cols, met de finish op een klim van de buitencategorie. Het drieluik bergritten in de Pyreneeën wordt op een waardige manier afgesloten.

8bsfc7j.png
PROFIL.png

Lannemezan is een dorp met 6500 inwoners in het departement Hautes-Pyrénées. We zitten nu weer buiten de bergen, een stuk ten oosten van Tarbes en ook in de buurt van La Barthe-de-Neste, een plaats die tijdens de vorige etappe werd gepasseerd. We trekken nu de andere kant op, richting het oosten. Een ander deel van de Pyreneeën moet nu beklommen worden. Lannemezan is een dorp dat zichzelf het balkon van de Pyreneeën noemt. Het wordt de vijfde keer dat er een rit vertrekt in Lannemezan. In 1999 debuteerde dit dorp, er vertrok hier een rit die zou eindigen in Pau en gewonnen zou worden door David Etxebarria. In 2008 maakte Lannemezan voor het laatst deel uit van de Tour. De 11e rit van die Tour zou vertrekken in Lannemezan en eindigen in Foix. De overwinning ging naar Kurt-Asle Arvesen. Ook in 2002 en 2004 kwam Lannemezan voor. In die jaren zou de etappe die hier vertrok eindigen op Plateau de Beille, net als nu het geval is. Over die etappes later meer. Het dorp zelf is niet bijster interessant. Er staat een mooi stadhuis, maar dat is het dan ook wel.

H%C3%B4tel_de_ville_de_Lannemezan_(Hautes-Pyr%C3%A9n%C3%A9es,_France).jpg

Na een korte neutralisatie begint de koers buiten Lannemezan echt. De renners fietsen in zuidoostelijke richting, maar het duurt nog wel even voor we echt weer in de bergen zijn. De tussensprint is een keer vroeg in de etappe, na 20 kilometer al. Het valt te verwachten dat er in het eerste deel van de etappe nog geen groepje weg gaat rijden, de sprinters zullen hier wel alle punten willen pakken. Het is vlak, dus makkelijk te controleren. De renners rijden langs Saint-Bertrand-de-Comminges en bij het passeren van dit dorpje is het tijd voor de tussensprint. Na het passeren van deze sprint zal er wel een kopgroepje ontstaan, het is nog een kilometer of 30 vlak tot de eerste klim van de dag. Voor die tijd kan je beter de benen sparen als renner die van plan is aan te vallen. Saint-Bertrand-de-Comminges is wel mooi, kerkje boven op een berg.

Saint_Bertrand_de_Comminges.jpg

Na de tussensprint blijft het dus nog even vlak. De renners gaan op weg naar de eerste serieuze klim van de dag, de Col de Portet d'Aspet. Een klim met een verhaal, het verhaal van Fabio Casartelli. In de Tour van 1995 werd de Col de Portet d'Aspet van de andere kant beklommen. In de steile en lastige afdaling gingen meerdere renners onderuit. Een van die renners was Casartelli, de olympisch kampioen van 1992 kwam met zijn hoofd tegen een betonblok en overleed enkele uren later in een ziekenhuis in Tarbes. Casartelli overleed op 24-jarige leeftijd. Nu, 20 jaar later, passeren we weer deze klim. De renners fietsen nu omhoog, waar Casartelli een poging deed naar beneden te gaan. Het monument voor Casartelli zal uiteraard uitgebreid in beeld worden gebracht. De kant die we nu beklimmen is dus de steile kant van deze klim. De andere kant is een stuk minder zwaar. Van deze kant is de Col de Portet d'Aspet 4,3 kilometer lang en 9,7% gemiddeld. Enkele stroken zwaar boven de 10%, richting de 12%. Heel onregelmatig, maar dus niet zo lang. Wel een goede klim voor de ploegen die iets van plan zijn om het peloton vast op te blazen.

3319248.jpg

Boven op deze beklimming van de tweede categorie hebben de renners 57 kilometer afgelegd. Er volgt een redelijk korte afdaling en daarna nog een lang dalend stuk door de vallei. Vorig jaar werd de Col de Portet d'Aspet nog van de andere kant beklommen, Thomas Voeckler was toen als eerste boven. 5,4 kilometer afdalen aan 6,9% gemiddeld. De afdaling is redelijk makkelijk, vergeleken met de klim. Nog steeds wel een redelijk pittige afdaling, aardig wat bochten over een niet al te brede weg. De renners passeren ook nog wat dorpjes, waar het ook vrij smal en bochtig is. Tot in Orgibet, na 66 kilometer, blijft het redelijk serieus dalen. Daarna volgt er een kilometer of 10 in licht dalende lijn richting Castillon-en-Couserans. Net na dit dorpje, met een mooie kerk, begint de tweede klim van de dag. De Col de la Core, een beklimming van de eerste categorie. Voor de klim echt begint loopt het al een aantal kilometer licht omhoog.

Stage-1432648554.jpeg

We zitten inmiddels al wat kilometers in het departement Ariège en gaan beginnen aan een klim van 14 kilometer, die eigenlijk niet eens zo vaak is voorgekomen in de Tour. Het wordt de zevende keer dat deze Pyreneeëncol bedwongen gaat worden. Het is een klim die vaak wordt gecombineerd met Plateau de Beille, deze combinatie komt nu al voor de vijfde keer voor. De laatste keer dat het peloton over deze col ging was in 2011, in een etappe die ook zou eindigen op Plateau de Beille. Mickaël Delage was toen als eerste boven, niet meteen een hele indrukwekkende naam. In het verleden kwamen hier grotere namen als eerste boven, Richard Virenque en Laurent Jalabert bijvoorbeeld. De Col de la Core is 14 kilometer lang en 5,7% gemiddeld. Zes kilometer lang stelt de klim niet veel voor. Het begint nog wel met een kilometer aan 6%, maar daarna zitten er ook hele stroken tussen waar het amper aan 2% omhoog gaat. Na zes kilometer klimmen wordt het wat lastiger, tot de top komt het niet meer onder de 6% en zitten er kilometers boven de 7% bij. Niet direct de lastigste klim ooit, maar lastig genoeg om al een hoop jongens te lossen.

160-RTR2OY1G.jpg

Een afdaling van een kilometer of 13 volgt, richting Seix. Een afdaling met heel wat bochten. Een aantal haarspeldbochten, maar vooral veel korte bochtjes die vaak ook nog kort achter elkaar zitten. Toch wel een redelijk technische afdaling, waar je als goede daler iets kan proberen. Zal niet gaan gebeuren, na de afdaling is er nog een heel stuk door de vallei. Nodigt niet echt uit om op deze klim of in de afdaling iets te proberen. Na 106 kilometer koers komen de renners beneden in Seix en moet er meer dan 20 kilometer door een vallei worden gefietst. Eerst volgen de renners de rivier Le Salat en daarna de Arac. Na 127 kilometer komen de renners door Massat en hier begint het omhoog te lopen. Richting Massat liep het ook al licht op, maar in principe kun je deze tocht door de vallei gewoon vlak noemen. Van Massat gaat het richting Le Port, waar de klim echt begint. Richting Le Port loopt het al licht op, maar daar eenmaal aangekomen is het tijd voor de derde klim van de dag. Port de Lers.

Stage-1432648565.jpeg

Port de Lers is een beklimming van de eerste categorie. De klim is bijna 13 kilometer lang en gemiddeld 6%. Een klim die ook nog niet zo vaak in de Tour is voorgekomen. Dit wordt de vijfde keer. Er zijn hier bijna alleen maar bazen als eerste bovengekomen. In 1995 kwam de klim voor het eerst in de Tour voor en was een van de grootste wielerhelden ooit, Marco Pantani, hier de beste. In 2004 was fantastische mafkees Michael Rasmussen als eerste boven en in 2011 kwam er een Baskische baas als eerste boven, Gorka Izagirre. Jammer van Sergio Paulinho in 2012, maar je kan niet alles hebben. De klim begint redelijk makkelijk, maar wordt na vier kilometer toch wat lastiger. Een kilometer aan bijna 9%, daarna twee kilometer rond de 7,5%. Het is een onregelmatige klim, makkelijke en moeilijke stroken wisselen elkaar snel af. Richting de top wordt het weer wat makkelijker, met kilometers aan 4 en 2%. Laatste stuk richting de top is dan weer 7%. De lastigheid zit 'm vooral in het steeds wisselen van de steiltegraad. De klim is ook redelijk bochtig, niet echt iets voor de jongens die graag één tempo rijden.

Port_de_Lers-_route_Massat.JPG

Meteen in het begin van de afdaling krijgen de renners een stuk of acht haarspeldbochten voor hun kiezen. De weg is niet al te breed, je zou het zelfs smal kunnen noemen. Na die haarspeldbochten in het begin blijft het de rest van de afdaling enorm bochtig. Enkele bochten liggen ook lekker dicht langs een ravijn, best een pittige afdaling in het begin. Het wordt na een paar kilometer afdalen wel wat makkelijker, maar nooit echt helemaal makkelijk. Lange stukken rechtdoor zijn er niet bij, het blijft draaien en keren. Na 11 kilometer dalen komen de renners uit in Vicdessos, waar het grootste gedeelte van de afdaling gedaan is. In Vicdessos hebben de renners 155 kilometer afgelegd en is het nog 40 kilometer tot de streep. Ze zullen ondertussen wel duizelig zijn, na al dat bochtenwerk. Zeker geen makkelijke afdaling, in 2011 vlogen er ook wat renners bijna uit de bocht. Als je hier veel risico neemt kun je zeker tijd pakken, maar met nog een heel wat kilometers in de vallei in het vooruitzicht lijkt dat niet echt een heel goed idee.

3PPWwR3.png

In Vicdessos is het nog niet gedaan met het dalen, het daalt nog 14 kilometer licht verder tot Tarascon-sur-Ariège. Hier slaan de renners rechtsaf en volgen ze de rivier L'Ariège. Na Vicdessos wordt de weg een stuk breder, dit deel van de afdaling stelt niet veel voor. Als de renners in de buurt van Tarascon-sur-Ariège zijn is het nog een kilometer of 10 volledig vlak tot de voet van de slotklim. In totaal toch bijna 35 kilometer tussen de top van Port de Lers en de voet van Plateau de Beille. Voor renners die vroeg willen aanvallen niet echt heel erg uitnodigend. 11 kilometer afdaling en dan nog 24 kilometer in de vallei. Als je alleen zit een ellende. Na 178 kilometer passeren de renners Les Cabannes en niet lang daarna begint de slotklim. De vierde klim van de dag. Plateau de Beille, een col van de buitencategorie. Tijdens de vorige etappe kregen we een col van de buitencategorie een heel eind van de streep, kijken of het meer spektakel op gaat leveren als het zwaarste wordt bewaard tot het eind.

Stage-1432648572.jpeg

De klim is bijna 16 kilometer lang en bijna 8% gemiddeld. Het begint meteen met vijf kilometer aan 9%. Daarna wordt het even wat makkelijker, een paar kilometer aan zeven procent. De volgende kilometers blijft het een beetje op en neer gaan tussen 7 en 9%. Onder de 7% komt het niet meer tot het eind van de klim. Het is een klim met een brede weg, redelijk wat bochten in het begin. Lastig ding, vooral omdat het meteen steil is. Pas in de laatste kilometer wordt het wat makkelijker. Van 8% gaat het naar 6%, de laatste meters wordt het bijna vlak. Veertien zware kilometers, met ook nog wat stroken boven de 10%. Het zwaarste stuk van de klim zit na 12 kilometer klimmen, dan gaat het even richting 11%. Na 30 kilometer zonder klimwerk is het ineens wel een zware col. Er is ook al heel wat geklommen eerder op de dag, dus deze klim zou voor wat verschillen moeten kunnen zorgen.

55861482.jpg

Plateau de Beille is voor de zesde keer aankomstplaats in de Tour. Op Plateau de Beille winnen altijd legendarische renners. Plateau de Beille debuteerde in 1998, Marco Pantani werd de eerste winnaar hier. Il Pirata zou later ook de Tour van 1998 winnen. Geen slechte naam om op de erelijst te hebben. In 2002 en 2004 kwam Plateau de Beille terug in de Tour. Beide keren won niemand. Oftewel, Lance Armstrong was hier twee keer de sterkste. Twee keer vertrok er een rit in Lannemezan om te eindigen op Plateau de Beille en twee keer won Armstrong. Een hattrick voor Lance gaat lastig worden. De derde legendarische naam is die van Alberto Contador. Hij vocht in 2007 een fel gevecht uit met Rasmussen. Het zou zijn doorbraak worden als ronderenner. Keer op keer probeerden die twee elkaar te lossen, maar ze kregen het niet voor elkaar. In de sprint zou Contador Rasmussen verslaan. Een paar dagen later liet Rasmussen zien wie nu echt de beste was in die Tour, maar daar schoot hij uiteindelijk niet veel mee op. Voor de meest legendarische naam op de erelijst van Plateau de Beille moeten we naar de laatste aankomst hier, in 2011. 2011 was vooral het wonderjaar van Philippe Gilbert, maar ploeggenoot Jelle Vanendert liet ook ineens goede dingen zien. Omega Pharma - Lotto was dat jaar enorm goed op dreef en Jelle Vanendert bleek ineens een goede klimmer te zijn. Niemand had ooit van hem gehoord, maar de alien uit Hamont wist in de Tour van 2011 vriend en vijand te verbazen. Op Luz Ardiden werd hij al tweede, maar nu ging hij ineens met de overwinning aan de haal. Hij viel al vroeg aan en niemand reageerde. Hij fietste meer dan een halve minuut voorsprong bij elkaar. De Schleckjes, Contador, Voeckler die nog de gele trui droeg, niemand reageerde. Alleen Samuel Sanchez ging nog in de tegenaanval, maar toen was de alien al gevlogen. Jelle Vanendert. Na de Tour van 2011 nooit meer iets van gehoord in de grote rondes. Je ziet hem tegenwoordig nog één week per jaar, in de Waalse klassiekers. Verder doet hij niets. Zonder Omega Pharma en José Ibarguren is het leven moeilijker.

2011_tour_de_france_stage14_plateau_de_beille_jelle_vanendert_wins2.jpg

Plateau de Beille is een wintersportoord zonder inwoners. In de omgeving wonen nog wel 5700 mensen, maar op de top is er echt helemaal niets. Er zijn vier gebieden in de omgeving waar je kan skiën. Keuze genoeg dus. Het is verder niet echt een heel interessant gebied in de zomer. Je kan natuurlijk altijd gaan klimmen in de bergen, mountainbiken en dat soort dingen. Het is een plaats waar vaak de winnaar van de ronde wint. Op 2011 na dan, maar zo'n gast uit een of ander Belgisch dorpje vlak bij de grens met Nederland die verder nooit meer wat van zich laat horen is toch ook leuk. Beelden van die etappe weer bekijken met nerveus commentaar van Michel Wuyts en José De Cauwer is ook zeker een aanrader.

Ari%C3%A8geoise-Plateau_de_Beille-_km16.JPG

Het wordt afschuwelijk warm, 35 graden wordt voorspeld. Er is een kleine kans op neerslag, tegen het eind van de middag. Vooral rond Plateau de Beille zou het kunnen gaan regenen. Er schijnt sowieso minder goed weer aan te komen. Voor de komende dagen wordt meer regen voorspeld. Tijdens deze etappe kan het goed droog blijven, maar een klein kansje op regen. De dagen daarna waarschijnlijk wel echt regen. Deze etappe zal integraal uitgezonden gaan worden. De liefhebbers kunnen om 11:10 al met het broekje uit voor de tv gaan zitten. De NOS en Sporza zullen er dan al bij zijn. Tussen 16:36 en 17:22 worden de renners op Plateau de Beille verwacht.

Eerst kon je op Plateau de Beille alleen winnen als je echt de beste in de ronde was. Vier keer achter elkaar was degene die op Plateau de Beille won ook de eindwinnaar van de ronde. Alleen in 2007 leek dat lange tijd anders te gaan lopen, tot Rasmussen uit de Tour werd gezet. Zo werd een traditie in stand gehouden, tot Jelle Vanendert in 2011 ineens besloot te gaan vliegen. Blijkbaar wint dus niet altijd de winnaar van het eindklassement op Plateau de Beille. Ik verwacht dat nu ook niet. Ik denk dat Sky weer hetzelfde gaat doen als tijdens de vorige rit. Klein beetje controle, maar niet zo gek veel. Als andere ploegen niet gaan controleren wordt dit weer een etappe voor een stel vroege vluchters. Op dit moment zie ik niet echt een ploeg hard werken om alles bij elkaar te houden. Astana probeerde dat tijdens de vorige rit even, maar uiteindelijk moesten al die mannen lossen. Zullen ze vast geen tweede keer proberen. Movistar zal wel wachten tot de Alpen, dan zitten ze immers in hun befaamde derde week. Na de tussensprint vroeg in de rit zal het wel stilvallen en zal een klein groepje wel meerdere minuten krijgen. Dan krijgen we op de slotklim vast nog wel wat spektakel, maar tegen die tijd zal de kopgroep al gevlogen zijn. Het parcours nodigt ondanks al dat klimwerk ook niet echt uit om vol te koersen op de eerdere cols, veel te veel vlakke kilometers tussendoor. Noem ik weer even vijf willekeurige namen.
1. Majka. Lollerpool is het hele jaar niet in vorm, maar nu ineens wel weer hoor. Uitstekend gepiekt. Kan een auto winnen, dus gaat meteen weer in de aanval en pakt gewoon alle punten voor de bergtrui, naast de rit. Wint ook nog wel wat in de Alpen. Niet te stoppen deze knul.
2. Sepulveda. De Argentijnse kopman van Bretagne rijdt niet slecht, maar echt indrukwekkend is het ook niet te noemen. Had ik stiekem wel meer van verwacht. Om die verwachtingen toch nog in te lossen moet hij nu maar eens in de aanval gaan, dan kan hij zich een keer echt tonen. Kan ook meteen best ver komen als hij in een kopgroepje zit.
3. KUDUS. In de eerste bergrit werd hij 61e, tijdens de tweede bergrit ging het al een stuk beter en wist hij 32e te worden. Een rit met één berg is dus minder gunstig voor hem, hij heeft liever wat meer beklimmingen. Tijdens deze rit is er weer een zware klim extra, dat moet hem motiveren. Als hij nu weer 29 plaatsen opschuift zal hij logischerwijs derde worden.
4. Huzarski. Nog een Pool, maar deze is wat minder indrukwekkend. Renner van Bora-Argon 18, dat Dominik Nerz kwijtspeelde. Gevolg is dat ze nu met z'n allen in de aanval gaan en Buchmann heeft zich al eens laten zien. Nu dan tijd voor een andere goede klimmer van die ploeg, deze Huzarski.
5. Tankink. Bram moet in de aanval van Nico 'hophophop' Verhoeven. Dan doet Bram dat natuurlijk. Of hij nu 3 ballen heeft of 38. Maakt Bram allemaal niet uit, maar potverdikke, hij moet dan wel lossen.

[ Bericht 0% gewijzigd door johannes_vermeer op 21-07-2015 14:46:11 ]
johannes_vermeerzondag 19 juli 2015 @ 14:41
Etappe 13: Muret - Rodez, 198,5 km

De Pyreneeën liggen achter ons. Na de eerste bergrit was bijna alles al duidelijk en daarom kregen we weinig spektakel voor het algemeen klassement in de twee andere bergritten. Voor het eerst in de Tour eens wat kansen voor de vluchters. Na Majka was het nu de beurt aan Rodriguez. Hij boekte een mooie overwinning, op een voor hem toch vrij onbekende manier. Zo vaak gaat hij niet zo vroeg in de aanval. Al zijn tweede overwinning in deze Tour, had eigenlijk niet verwacht dat hij zich op zo'n manier zou laten zien. Na zoveel goede dagen van Gesink werd het ook wel weer eens tijd voor wat pech, die jongen lijkt er nu eenmaal voor geboren. De pech viel deze keer wel mee, een lekke band kan iedereen overkomen. Toch vervelend, hij verliest er een minuut door. In het peloton bleek Sky weer veel te sterk. Porte heeft weer een fantastische vorm te pakken en Britse wielergod Thomas is ondertussen zoveel afgevallen dat hij nu een betere klimmer is dan Nairo Quintana. Gelachen, genoten. Na drie bergritten krijgen we nu een overgangsrit. We gaan op weg naar de Alpen, maar doen voor die tijd eerst het Centraal Massief nog aan.

2pcqI4Y.png
PROFIL.png

Iets ten zuiden van Toulouse start de etappe in het stadje Muret. Muret is een stad met 25.000 inwoners in het departement Haute-Garonne. Het is voor het eerst dat de Tour hier eens, we hebben te maken met een debuut. Niet heel gek, veel is er niet te beleven in Muret. Het is de geboorteplaats van Vincent Auriol, de eerste president van de Vierde Franse Republiek. Bovendien is Muret de geboorteplaats van Clément Ader, een pionier in de luchtvaarttechniek. Hij was zo'n beetje de eerste die een vliegtuig maakte. Toch lukte het hem niet om daadwerkelijk te vliegen met zijn creatie, dat is dan weer jammer. Een van de vliegtuigen die hij maakte noemde hij de Avion. Dit is later in Frankrijk een synoniem geworden voor vliegtuig. Ader was een handig mannetje, hij hield zich ook bezig met het in elkaar knutselen van telefoons, auto's en motoren. Daar moet Muret het van hebben, pochen met mensen die hier ooit geboren zijn. Verder is er niet veel om trots op te zijn. De renner starten in de buurt van de Rue Clément Ader, waar ook het museum Clément Ader te vinden is.

s01---Muret.jpg

Na een redelijk lange neutralisatie gaan de renners ver buiten Muret echt van start. Het eerste deel van de etappe is bijna volledig vlak. Af en toe wel wat kleine stukjes omhoog, maar vergeleken met de afgelopen dagen stelt dat niets voor. Meer dan 100 kilometer praktisch vlak. Op zich liggen hier nog wel wat heuveltjes, maar er wordt voor gekozen om voornamelijk voor allerlei valleien te fietsen. Over grotendeels rechte, brede wegen gaat het richting Laboutarie, waar na 92,5 kilometer de tussensprint is. Een vlakke tussensprint, in een klein dorpje waar verder niet veel te beleven is. Wonen amper 350 mensen, voor die mensen zal het passeren van de Tour ongetwijfeld het hoogtepunt in hun leven zijn. We zitten inmiddels in het departement Tarn, vernoemd naar de rivier Tarn. We scheuren hier een beetje door de vallei en komen wel wat dorpjes tegen die iets interessanter zijn dan Laboutarie. Lavaur bijvoorbeeld.

lavaur-cathedrale---jardins-photolblatge_4626.jpg

Direct na de tussensprint is het nog steeds vlak. Dat blijft ook nog een kilometer of 10 zo, pas na 100 kilometer koers begint het voor het eerst echt op te lopen. Er is alvast een voorzichtige klim richting het dorpje Villefranche-d'Albigeois. Na 115 kilometer koers passeren de renners dit dorp en na dit dorp klimt het nog even verder. Als ze hier echt boven zijn dalen ze vrij snel weer af, richting de rivier Le Tarn. Beneden komen ze uit in Ambialet, een pittoresk dorpje. In dit dorpje steken de renners de rivier Le Tarn over en begint het vrijwel meteen te klimmen. Bijna vier meter klimmen richting Saint-Cirque, aan 5,8% gemiddeld. De eerste echte klim van de dag en toch nog een best redelijke. Klimmetje van de derde categorie, meteen ook de zwaarste van de dag.

1765.jpg

Op de top van de Côte de Saint-Cirque hebben de renners 131 kilometer afgelegd. Vanaf dit moment wordt het nooit meer helemaal vlak. Het loopt nog een paar kilometer licht omhoog richting Valence-d'Albigeois. Ook na het passeren van dit dorpje blijft het omhoog lopen. Niet echt heel steil, een beetje vals plat. Na 142 kilometer rijden de renners het departement Aveyron binnen. Een paar kilometer verder bereiken de renners het dorpje Réquista en net buiten dit dorpje volgt een afdaling. Direct na de afdaling volgt de tweede klim van de dag waar punten te verdienen zijn, Côte de la Pomparie. Een beklimming van 2,8 kilometer aan 5%, maar op de top van deze klim loopt het nog een paar kilometer langer omhoog. Het stijgt dan niet echt indrukwekkend meer, maar al dat vals plat is ook vrij vervelend uiteindelijk. De renners dalen een paar kilometer verder richting La Selve, waar de volgende klim begint. Niet echt een spannende afdaling. Paar bochten wel, maar het gaat over een brede weg. Na La Selve begint de Côte de la Selve meteen, bijna vier kilometer aan 3,7%. Stelt niet gek veel voor dus. Een afdaling richting Cassagnes-Begonhès volgt.

20568357.jpg

In Cassagnes-Begonhès hebben de renners 171 kilometer afgelegd. Nog 27 kilometer tot de finish. Net buiten Cassagnes is het even vlak, maar daarna is het weer tijd voor een klein beetje klimwerk. Vervolgens dalen de renners af richting de vallei van de rivier Le Viaur. Langs deze rivier fietsen de renners een kilometertje of vijf. Zo'n beetje de enige vlakke kilometers in het tweede deel van de etappe. Na het passeren van Bonnecombe, waar een mooie abdij staat, beginnen de renners weer aan een klim. De klim gaat ze brengen naar La Primaude. Een kilometer of vier klimmen en in die tijd bijna 200 hoogtemeters overwinnen, mijn slechte rekenkunsten brengen mij dan op een stijgingspercentage van 5%. Toch nog best een aardig klimmetje. Vooral in het begin loopt het nog gemeen op, richting La Primaube lijkt het af te vlakken. Na 188 kilometer komen de renners boven.

Abbaye_de_Bonnecombe.JPG

De weg richting La Primaube was al best recht, maar voorbij dit dorp gaat het helemaal rechtdoor. Vijf kilometer recht vooruit, met alleen een paar rotondes onderweg. Dit alles in licht dalende lijn. Pas als de renners in de buurt komen van Rodez begint het echt te dalen. Op vijf kilometer van de streep is er een rotonde, waar de renners links gaan. Niet veel later komen ze nog een rotonde tegen, waar ze dan weer rechts moeten gaan. Daarna gaat het even een kilometertje rechtdoor, terwijl het flink naar beneden gaat. Op iets minder dan vier kilometer van de streep krijgen de renners te maken met een rotonde, waar ze een bocht van 180 graden maken. Ze gaan onder een viaduct door en krijgen nu twee bochten naar links. Het daalt hier inmiddels flink en de renners duiken onder een oude brug door. Tot op twee kilometer van de streep blijft het dalen. De renners op iets meer dan twee kilometer van de streep weer een rotonde, die ze links moeten nemen. Ze verlaten eigenlijk Rodez weer en fietsen langs de rivier L'Aveyron, op weg naar de finish. Ze komen weer onder de brug door die ze eerder al tegenkwamen.

Bwo5Neb.png
EqmDVCJ.png

Op twee kilometer van de streep is het vlak, dit blijft maar anderhalve kilometer zo. Bij het passeren van de laatste kilometer krijgen de renners een flinke bocht met links en niet ver daarna een flinke bocht naar rechts. Na deze bocht begint het meteen omhoog te lopen. Er volgt nog een bocht naar links en weer een bocht naar rechts. Daarna is het de laatste meters rechtdoor tot de streep. De laatste 570 meter van de etappe loopt het dus omhoog. Het loopt zelfs heel erg omhoog, dit stuk is aan 9,6%. Zo steil ziet het er niet uit als je zelf kijkt, maar een serieus muurtje is het zeker nog. Schijnt zelfs nog een strook aan 11% bij te zitten. Het is vooral in het begin lastig, de laatste meters richting de streep lijkt het wat af te vlakken. Wederom een muurtje in een etappe, lijkt wel alsof ze bij de ASO iets teveel naar de Vuelta hebben gekeken. Volgens de organisatie is het 570 meter omhoog, volgens andere bronnen is het dan weer 450 meter. Dat zou echt fantastisch zijn. In ieder geval een heel kort muurtje, waar je ook als klassementsrenner toch weer even op moet letten.

Stage-1432649106.jpeg
e37K2wc.png

Rodez is een stadje met 25000 inwoners in het departement Aveyron. Het maakt voor de vierde keer deel uit van de Tour. In 1984 kwam er een rit aan in Rodez, deze rit werd gewonnen door Pierre-Henri Menthéour. Een vrij onbekende renner, een veelwinnaar was het niet. De 13e rit in de Tour van 1984 zou zijn enige succes in een grote ronde zijn. Pierre-Henri overleed vorig jaar na een langdurige ziekte. Zijn broer, Erwan, is wellicht bekender. Niet vanwege zijn prestaties, maar omdat hij de eerste renner zou zijn die echt verdacht werd van het gebruiken van EPO. Twee keer vertrok er een rit in Rodez. Een dag na de overwinning van Pierre-Henri Menthéour vertrok het peloton weer uit Rodez, om naar Domaine du Rouret te fietsen. De Belg Fons De Wolf zou deze rit winnen. In 2010 was de Tour voor het laatst in Rodez. De rit vertrok hier en zou eindigen in Revel. Absolute eindbaas van het peloton, Alexandre Vinokourov, zou deze rit winnen. Rodez is een mooi stadje, met vooral een mooie kathedraal. Het is ook nog eens de geboorteplaats van Alexandre Geniez, een van de saaiste renners van het peloton.

6708231231_7f8b6ef2c2_b.jpg

Het wordt weer eens heel warm. De hele dag dik boven de 30 graden, richting de 35 graden zelfs. Dat wordt weer heerlijk smeltend asfalt. Gelukkig niet al te lastige afdalingen tijdens deze rit, dat scheelt dan weer. In tegenstelling tot de vorige etappe zal het waarschijnlijk droog blijven. Er wordt nog wel wat slecht weer voorspeld voor de komende dagen, maar tijdens deze etappe zou het droog moeten blijven. Vrij weinig wind, het zal echt heel erg warm zijn. Om 12:20 vertrekken de renners in Muret en 20 minuten later is de neutralisatie voorbij. Tussen 17:04 en 17:30 zou men in Rodet moeten aankomen. Deze etappe zal niet integraal worden uitgezonden, het zal weer ouderwets om 14:10 beginnen.

In principe is dit een overgangsetappe, een rit voor een groepje vroege vluchters. Dat zou nu ook het geval moeten zijn, hoewel het zomaar kan zijn dat er nog ploegen gaan willen controleren. Voor veel renners komen er niet veel kansen meer, dan moet je denken aan de Degenkolbjes en de Sagans van deze wereld. Deze rit zou geschikt voor deze jongens moeten zijn, vooral nog met zo'n muurtje op het einde. Het is toch wel een hele lastige rit, vooral om te controleren. Ik zie Giant dat niet echt doen en of Tinkoff nu echt gaat werken voor Sagan is ook maar de vraag. Ik ga toch maar uit van een etappe voor wat vluchters, omdat het tweede gedeelte van de rit niet zo makkelijk te controleren is en er waarschijnlijk niet veel ploegen zijn die willen rijden. Voor een fitte Matthews was het ook nog wel wat geweest, maar die valt ook al af. Blijft verder weinig over. BMC zal ook wel niet gaan rijden voor Van Avermaet. Misschien dat Europcar nog een poging wil wagen maar Coquard, maar lijkt me logischer dat ze weer iemand in de aanval sturen. Dan wordt het maar weer met de ogen dicht vijf namen uitkiezen.
1. Simon. Een renner van Cofidis als nummer 1 kiezen is altijd een slecht idee, maar ik ben van de slechte ideeën. Hij was een paar dagen geleden al in de aanval in de rit naar Cauterets. Een echte klimmer is hij niet, toch wist hij nog zesde te worden. Hij kon Voeckler bijhouden, helemaal niet zo slecht. Deze etappe is veel makkelijker en de finish is op het lijf van Simon geschreven. Zo'n kort klimmetje op het eind is zijn ding. Mag hij nu laten zien. Of niet, want hij fietst bij Cofidis.
2. Martens. Paultje, van Lotto Djumbo. Kan zomaar de meest onzichtbare renner zijn tot nu toe. Totaal nog niet gezien, maar een etappe als deze is echt iets voor hem. Als hij een beetje slim is gaat hij in de aanval, op zo'n laatste muurtje is hij vaak toch behoorlijk sterk. Als alle favorieten er nog bij zijn valt dat alleen niet zo op, hij moet het dan wel van een uitgedund groepje hebben.
3. Gautier. Van Cyril hebben we nog niet veel gezien. Normaal toch het broertje van Voeckler qua aanvalslust, maar daar blijkt tot nu toe niet veel van. Dit is wel een goede etappe om aan te vallen en als je kijkt wie er van Europcar al allemaal in de aanval zijn geweest is Gautier ondertussen wel aan de beurt. Kan ook best aardig aankomen op zo'n kort klimmetje.
4. Cummings. Nieuwe dag, nieuwe god van MTN-Qhubeka in de aanval. Cummings heeft eigenlijk nog niet zoveel laten zien. Beetje een onvoorspelbare wielrenner. Heeft van die dagen dat hij echt heel veel kan, maar vaak is het ook helemaal niets. In de 12e rit reed hij best aardig, zijn beste prestatie tot nu toe. Zal hem ongetwijfeld motiveren om ook eens in de aanval te gaan en daar is dit een perfecte rit voor.
5. Geniez. Zijn stad, dan zal hij zich wel willen laten zien. Heeft alleen totaal geen vorm, een overwinning lijkt me dus uitgesloten. In de Giro sloop hij nog wel onzichtbaar naar een 9e plaats, maar nu is het echt niets. In de Giro viel hij verder alleen op door in een afdaling vijf keer uit de bocht te vliegen. Als hij dat nu ook gaat doen zal hij natuurlijk nooit winnen.

Etappe 14: Rodez - Mende, 178,5 km

Het onmogelijke is gebeurd. Greg Van Avermaet wint iets. In de Tour ook nog eens. Ik denk dat ik nu alles heb gezien, echt heel apart dit. Is al dat olvarit toch niet zo slecht voor je. Gelukkig voldeed Sagan dan wel weer aan de verwachtingen, wederom een mooie tweede plaats. Dat is zijn vierde tweede plaats deze Tour. Het begint een beetje zielig te worden, maar Van Avermaet heeft dat ook jarenlang gehad. Die kan blijkbaar stiekem toch wel winnen, dan zal het Sagan een dezer dagen ook moeten lukken. Giant liet maar weer eens zien een ontzettend lelijke ploeg te zijn. Hele dag op kop voor een vierde plaats, grote klasse. En passent ook nog even het karretje van Wilco Kelderman in de poep rijden, ik stel voor dat we alle Giants terug naar Taiwan sturen. Etappe 14 is een etappe die je eigenlijk ook wel kan bestempelen als een overgangsetappe. Het is niet een echte bergrit, maar toch zeker zwaar genoeg om renners in de problemen te brengen. Alle klassementsrenners moeten weer alert zijn.

zb9jWnV.jpg
PROFIL.png

Etappe 14 begint daar waar etappe 13 eindigde, in Rodez. De start is in het centrum, op de Avenue Victor Hugo, dicht bij de kathedraal. Direct na het vertrek fietsen de renners langs de kathedraal. Vervolgens fietsen ze nog een heel rondje door het centrum en verlaten ze daarna Rodez, waar de koers een paar kilometer later pas echt begint. Als de neutralisatie eenmaal voorbij is begint het meteen op te lopen. De eerste 44 kilometer van de koers zal het bijna continu omhoog lopen. Af en toe een klein afdalinkje, maar verder vooral toch veel meters vals plat omhoog. Na amper 10 kilometer al de eerste serieuze uitdaging van de dag, toch weer een meter of 150 omhoog in een paar kilometer. Het eerste klimmetje waar punten te verdienen komt na 20 kilometer, dan beklimt het peloton de Côte de Pont-de-Salars. Deze heuvel, die start na het passeren van Pont-de-Salars, is 1,3 kilometer lang aan 5,8%. Dit pukkeltje krijgt toevallig dan een categorie opgeplakt, maar in het eerste deel van de etappe zijn er meer van dit soort heuveltjes.

12_-_Rodez_Cath%C3%A9drale.jpg

Na de Côte de Pont-de-Salars komen de renners op een plateautje terecht en daar blijven ze nog een kilometer of 10 op. Daarna gaat het weer verder omhoog, Na het dorpje Salles-Curan loopt het weer even een paar kilometer flink omhoog, we gaan van een meter of 800 boven zeespiegel naar 100 meter boven zeespiegel. Eenmaal boven is het voorlopig wel gedaan met al dat klimwerk. Na 44 kilometer komen de renners boven op de Col de Vernhette en daarna begint er een lange afdaling richting de rivier Le Tarn. Een afdaling van bijna 14 kilometer, met een aantal bochen. Eenmaal beneden wordt er een flink aantal kilometer door de vallei gefietst, langs Le Tarn. Op 100 kilometer van de streep komen de coureurs door Millau, waar de tussensprint van de dag is. Vlak voor de tussensprint fietsen de renners onder het viaduct van Millau door.

millau_viaduct.jpg

Als de tussensprint is geweest blijven de renners gewoon vrolijk door de vallei fietsen. De Tarn wordt nooit uit het oog verloren. Het is af en toe een beetje bochtig langs deze rivier en de weg begint een beetje op te lopen, maar verder is er niet veel te melden. Het blijft nog meer dan 50 kilometer praktisch vlak. In die tijd loopt het amper 100 meter omhoog. Het wordt dus pas interessant na een kilometer of 140, na het passeren van Sainte-Énime. Voor het oog is de etappe wel interessant, de vallei van de Tarn is een prachtige vallei. Rotsen, water, wat wil een mens nog meer. Prima gebied om te kanoën ook, Ducrot en Dijkstra kunnen hun hart ophalen. Welk dorpje de renners ook passeren, overal is wel iets moois te vinden. Een oude brug over de Tarn, gebouwen die haast in de rotsen liggen, helder water, mooi gebied.

1280px-Sainte-Enimie-Gorges_du_Tarn-Frankreich.jpg

Als Sainte-Émine is gepasseerd laten we de Tarn achter ons en is het tijd voor de langste klim van de dag. De Côte de Sauveterre is een beklimming van de tweede categorie en is 9 kilometer lang aan gemiddeld 6%. Het is een best regelmatige klim, niet echt veel verschil qua percentages. Halverwege de klim wordt het wel even iets zwaarder, met twee kilometer aan 7%, maar echt heel erg zwaar wordt het niet. Wel een redelijk klimmetje, na een kilometer of 80 door de vallei altijd lastig. Het begin is iets makkelijker, met een kilometer aan 5%. Zou toch niet veel problemen mogen opleveren, tenzij hier echt flink door gaat worden gereden. Na deze klim fietsen de renners nog even verder over een plateau, voor er weer afgedaald wordt richting een vallei. Een kilometer of zes afdalen richting Balsièges, om daarna meer dan tien vlakke kilometers te krijgen.

t_48BALSIEGES_100.jpg

We zijn nu al best dicht in de buurt van de streep. Na die tien vlakke kilometers door de vallei krijgen we nog een klimmetje, de Côte de Chabrits. Dit heuveltje van de vierde categorie brengt ons naar het dorpje Chabrits. Het is iets minder dan twee kilometer lang en 5,9% gemiddeld. In Parijs-Nice van 2012 kwam dit klimmetje ook voor, in een etappe die ook zou eindigen net buiten Mende. Na dit klimmetje wordt er afgedaald richting Mende en is het nog maar een paar kilometer tot de finish. Na 170 kilometer, op 8,5 kilometer van de finish wordt Mende voor het eerst bereikt. Al die tijd daalt het af, tot een kilometer of 5 van de finish. Door de buitenwijken van Mende gaan we op weg naar de slotklim.

3_mende-2.jpg

De slotklim is drie kilometer lang en 10,1% gemiddeld. De Côte de la Croix Neuve begint net buiten Mende en heeft een aanloop die nog wel te doen is. Daarna wordt het steeds steiler, het begint op te lopen richting de 10% en daar blijft het niet bij. Uiteindelijk gaat het over de 13% heen, voor het weer langzaam af begint te vlakken richting 11% en daarna richting 5%. Het zit wel bijna drie kilometer achter elkaar dik boven de 10%, met dus uitschieters naar 13%. De top ligt op iets meer dan een kilometer van de streep, daarna wordt het bijna volledig vlak en zit er zelfs nog een klein stukje afdaling bij. Renners die aan willen vallen zullen het dus iets verder van de streep moeten doen, in de laatste kilometer heeft dat niet echt zin meer. Voor het eerst sinds 2010 is de Tour weer terug op deze Côte de la Croix Neuve, ook wel bekend als de Montée Jalabert. Vlak bij de finish ligt nog een vliegveld,

Stage-1432648598.jpeg
68535664.jpg

Mende is een dorp met 13.000 inwoners. Het komt regelmatig voor in verschillende wielerkoersen, maar eigenlijk ligt de finish nooit in Mende zelf. Het is bijna altijd op de plek waar we nu ook gaan aankomen, de Côte de la Croix Neuve. Voor de vierde keer komt hier een rit aan. De eerste keer was in 1995, toen Laurent Jalabert op deze côte wist te winnen. De côte werd al snel naar hem vernoemd. Tien jaar later, in 2005, kwam er weer een rit in Mende aan. De overwinning ging toen naar de Spanjaard Marcos Serrano. Vijf jaar geleden was er nog eens in finish in Mende, het zou de eerste ritoverwinning worden voor Joaquim Rodriguez in de Tour. Inmiddels heeft hij er al een paar bij. Ook in Parijs-Nice komen ze wel eens aan in Mende. In 2007 en 2010 bijvoorbeeld, beide keren was Alberto Contador de sterkste. Toch moet ik het hardste lachen om de aankomst in Mende van 2012. Lieuwe Westra, de oude stratenmaker uit Friesland, had al laten zien dat hij wel aardig kon fietsen. Wat niemand nog wist, was dat hij ook best aardig kon klimmen. In 2012 liet hij dat zien in Parijs-Nice. Ineens was hij de beste van allemaal in Mende. Hij fietste weg van Wiggins, hij fietste weg van Valverde, Leipheimer, Cunego en ga zo maar door. Die stratenmaker uit Friesland was ze allemaal te snel af. Vacansoleil heeft door de jaren heen best lollige dingen gedaan, deze overwinning van Westra was toch wel met afstand de lolligste.

parisnice.jpg

Het schijnt wat minder warm te worden in Frankrijk. In plaats van 35 graden nog maar 29 graden, dat is al een flinke vooruitgang. Er wordt ook wat regen voorspeld, vooral in Mende. Tegen de tijd dat de renners in die buurt zouden moeten zijn toch bijna 50% kans op neerslag. Kan wel wat toevoegen aan de etappe, toch nog wat klimmetjes en ook wat afdalingen. Niet echt de meeste technische afdalingen, maar met regen wordt ineens iedere afdaling technisch. Kan leuk zijn voor Froome. Om 12:35 zullen de renners vertrekken in Rodez, 10 minuten later begint de etappe echt. Tussen 16:48 en 17:13 worden de renners buiten Mende verwacht, bij het Aérodrome de Mende-Brenoux. De finale zal pas rond een uur of vier beginnen, als de Côte de Sauveterre op het programma staat. Het is dan wel weekend, van een integrale uitzending is geen sprake. Gewoon om 14:10 weer bij Sporza en de NOS. Tegen die tijd fietsen de renners ergens in een vallei, dus echt spannend zal de koers dan ook nog niet zijn. Wel een mooie omgeving.

Geen idee meer wat ik moet voorspellen. De vorige etappe leek perfect voor een groepje vluchters, maar dan zijn er blijkbaar toch nog ploegen die het menen te moeten controleren om uiteindelijk vierde te worden. Kan nu ook weer gebeuren. De slotklim is een hele lastige, waar in het verleden al mooie dingen zijn gebeurd. Joaquim Rodriguez heeft hier al eens gewonnen en Contador ook. Aan dat soort namen moet je toch wel denken bij deze klim. Mijn gratis tip voor Giant is dat ze nu niet voor Degenkolb hoeven te rijden. Toch is het nu ook weer de vraag welke ploeg er gaat rijden. Gaat Movistar rijden voor Valverde? Het zou niet onverstandig zijn, deze klim is echt geschikt voor Piti. Als Sky het gaat controleren maakt Froome ook een serieuze kans op de overwinning. Toch denk ik niet dat Sky dat gaat doen, hebben ze totaal geen reden voor. Hun ritoverwinning is al binnen en de gele trui is veel belangrijker. Of Movistar alle kastanjes uit het vuur gaat halen weet ik ook niet. Stiekem ga ik weer voor een paar vluchters. Als het geen vluchters worden moet je denken aan de renners die we al eerder hebben gezien op de korte steile heuveltjes. Rodriguez, Valverde, Dan Martin, Vuillermoz, dat soort jongens. Contador heeft hier dus ook al twee keer gewonnen, een naam om rekening mee te houden. Het is wel de laatste kans voor de klassementsrenners om in de tweede week nog wat tijd te pakken op de concurrenten. Nouja, toch maar vijf willekeurige namen.
1. Yates. Een van de twee, dat is lekker makkelijk. Maakt me niet uit, ik kan ze toch niet uit elkaar houden. Adam scheert zich iets minder, dat schijnt dan het onderscheid te zijn. In ieder geval, als die knulletjes slim zijn gaan ze gewoon lekker aanvallen. Als een van de twee in de aanval gaat en die vlucht zou succesvol zijn, dan zijn ze meteen grote favorieten. Dit soort werk is ideaal voor die jongens.
2. Kruijswijk. Het is bijna de derde week, dus ik verwacht ondertussen toch wel iets van de kleerhanger. Hopelijk kan hij nu al wat moois laten zien en hoeft hij verder niet op Gesink te letten. Hop hop hop.
3. Arredondo. Vorig jaar was Julian zo goed, dit jaar is het best treurig. Dit kleine klimmertje, met zijn kinderfietsje, mag ondertussen wel eens wat laten zien. Daar is deze etappe bij uitstek geschikt voor. Colombiaantjes moeten even wat minder kort worden gehouden.
4. Sepulveda. Omdat Eduardo ook nog helemaal niets heeft laten zien. Beetje aanklampen, leuk. Hup, aanvallen met je kadaver. Maak Argentinië trots.
5. Maté. Cofidis laat ook weer bar weinig zien. Normaal valt Maté nog wel op, met zijn vlechtje. Nu ook niet eens, totaal onzichtbaar weer die ploeg. Hebben stiekem best een groot budget, met het geld dat er in die ploeg gepompt wordt zouden ze gewoon mee kunnen doen aan de World Tour. Willen ze niet, ze blijven liever op een wat lager niveau actief. Is ook wel te zien aan de prestaties, treurig weer.

Etappe 15: Mende - Valence, 183 km

Dat op Nelson Mandela Day een renner van de eerste Afrikaanse ploeg in de Tour wint is natuurlijk een prachtig verhaal. Op de geboortedag van Nelson Mandela was de Brit Stephen Cummings twee Fransen te snel af. De Fransen keken vooral veel naar elkaar en daar kon Cummings van profiteren. Bijkomend voordeel voor Cummings was dat Pinot als een oud wijf door de bochten ging. Een overwinning voor MTN-Qhubeka, een ploeg met een mooi verhaal en een heel goed doel. Cummings stak bij het passeren van de streep zijn hand omhoog en beelde daarmee het symbool van Qhubeka uit. Een handreiking, maar dan nog wel een waar je zelf wat moeite voor moet doen. Was nog mooier geweest als er een renner uit Zuid-Afrika had gewonnen, maar je kan niet alles hebben. Dit was mooi genoeg, met name ook het gepruts van de Fransen. Nu gaan we verder met de laatste rit voor de rustdag. We zitten in het weekend, dan verwacht je een goede bergrit. Is nu geen sprake van, het eerste gedeelte van de etappe is nog wel flink heuvelachtig, maar het laatste deel van de etappe is het volledig vlak. Kan zomaar nog een etappe voor sprinters worden en dat op een zondag. De zware ritten in de Alpen krijgen we pas na de rustdag.

MgHYRi3.jpg
PROFIL.png

Waar de vorige eindigde op een vliegveld buiten Mende, zal deze etappe starten in Mende zelf. In de buurt van de kathedraal beginnen de renners aan de laatste etappe van de tweede week. Mende is een stad met 12.000 inwoners en voor de tweede keer vertrekt hier een rit. De eerste keer was in 1995, daags nadat Laurent Jalabert won op de Côte de la Croix Neuve zou er in Mende een rit vertrekken richting Revel. Deze rit van 245 kilometer werd gewonnen door de Oekraïner Sergey Oesjakov, zijn enige ritoverwinning in de Tour. Deze rit is beduidend korter, maar nog steeds best lastig. In de neutralisatie fietsen de renners Mende uit, naar de vallei van de rivier Le Lot. Als de koers net bezig is fietsen de renners nog een paar kilometer langs die rivier, maar al snel gaat het klimmen beginnen. Na 9,5 kilometer komt het peloton al boven op de eerste klim van de dag, de Côte de Badaroux. Een beklimming van de derde categorie, 4,6 kilometer lang en 5,1% gemiddeld.

Cath%C3%A9drale_Notre-Dame_et_Saint-Privat_-_Mende_-Loz%C3%A8re.jpg

Op de top van de Côte de Badaroux zijn de renners eigenlijk pas net begonnen. Er gaat nog 9 kilometer verder geklommen worden, richting Côte de la Pierre Plantée. Dit stuk is wel een stuk makkelijker, het gaat eigenlijk vals plat omhoog. Procentje of 2, af en toe 3. Stelt niet zo gek veel voor. Als de renners dan echt boven zijn komen ze op een soort van plateau terecht. Het blijft een aantal kilometer redelijk vlak, na 36 kilometer komen ze uit in Chasseradès en in bijna 20 kilometer is er minder dan 100 meter gedaald. Na Chasseradès gaat het weer even een klein beetje omhoog, maar al snel mogen de renners weer verder in dalende lijn. We fietsen nu op de grens van twee departementen, Lozère en Ardèche. Een paar kilometer fietsen we precies op die grens, maar na het passeren van het gehucht Luc wordt dan toch echt voor de Ardèche gekozen.

2010.Luc-46.jpg

Na 53 kilometer fietsen we dan door de Ardèche en hier begint het langzaam weer omhoog te lopen. Heel langzaam, tot Saint-Étienne-de-Lugdarès, na 60 kilometer, is het nog eigenlijk gewoon vlak. Een paar kilometer na dit dorp begint de tweede klim van de dag. De renners moeten de Col du Bez gaan bedwingen, een klimmetje van de vierde categorie. Is 2,6 kilometer lang en 4,4% gemiddeld. Niet echt heel erg zwaar, maar na afgelopen week zal alles wel zwaar aanvoelen. Op de top van dit klimmetje is er geen afdaling, er wordt bijna meteen beginnen aan de volgende klim. Slechte wegen wel hier, tenzij er sinds 2011 iets aan is gedaan. Het derde klimmetje van de dag is de kortste, de Col de la Croix Bauzon is 1,3 kilometer lang en 6,2% gemiddeld. Weer een klimmetje van de vierde categorie. Hierboven ligt nog een skistation, ook in de winter is hier genoeg te doen.

13juillet165o.jpg

Boven op de Col de la Croix Bauzon hebben de coureurs 73 kilometer afgelegd. Het is voorlopig even gedaan met het klimmen, een bochtige afdaling richting La Souche volgt. De afdaling is ongeveer 13 kilometer lang en er wordt aan bijna 6% gemiddeld afgedaald. Eigenlijk is deze kant van de klim een stuk interessanter. Bochtige afdaling dus, de renners fietsen bijna de hele afdaling langs een ravijn en de bochten zijn bijna ontelbaar. Niet echt de meeste venijnige bochten, allemaal goed in te schatten en prima te doen. Na 87 kilometer komen de renners aan in La Souche en zijn ze bijna helemaal beneden. We fietsen net als tijdnes de vorige etappe weer door een mooie omgeving. Talloze mooie dorpjes, gebouwd op heuvels. Een paar van die dorpjes zijn La Souche en Jaujac, waar de renners na 93 kilometer passeren. Hier krijgen de renners weer te maken met een klein stukje bergop, maar daarna daalt het snel weer verder richting de tussensprint van de dag in Aubenas. Dit is een lastige tussensprint, in de laatste kilometer richting die sprint moeten er nog 50 hoogtemeters overwonnen worden. Toch aan bijna 5% omhoog dus in Aubenas. Ook best een mooi stadje.

cadt07_al_aubenas_gf.jpg

Als de tussensprint is geweest kan de koers echt interessant gaan worden. Dit is een etappe waar iets van te maken valt, maar dan moeten de renners daar wel hun best voor gaan doen. Niet ver buiten Aubenas begint de weg omhoog te lopen en tien kilometer na de tussensprint gaat de laatste beklimming van de dag echt beginnen. Na 126 kilometer, op iets minder dan 60 kilometer van de streep, gaan de renners boven komen op de Col de l'Escrinet. Deze klim van de tweede categorie is in totaal 14 kilometer lang, maar de organisatie telt alleen de laatste 8 kilometer mee. Dit zijn ook de zwaarste kilometers. De andere kilometers komt het niet boven de 3%. Als de klim echt begint krijgen de renners meteen een kilometer aan 7,5%, maar zwaarder dan dat wordt het niet meer. Het blijft de rest van de klim tussen 5 en 6% stijgen. Niet echt de zwaarste klim van allemaal, maar na twee zware weken kan je hier alle sprinters lossen als je een beetje gas geeft.

Escrinet_suzon_2005.JPG

Iedereen die gelost wordt heeft genoeg tijd om terug te komen. Na de top volgt een afdaling van bijna 20 kilometer. Het eerste deel van deze afdaling is bochtig en brengt de renners naar Privas. De weg is zo'n beetje tien meter breed, dus echte problemen hoeven we hier niet te verwachten. Hier zou zelfs Pinot redelijk vlot door moeten komen. Ook niet echt een hele steile afdaling, gaat minder steil naar beneden dan dat het naar boven ging. Een afdaling die niet echt technisch is, maar waar je gewoon alsnog hard moet trappen. Als er een paar ploegen rijden en dat ook in de afdaling blijven doen, is er wel minder kans voor achtervolgers om terug te keren. Geen technische passages waar je tijd goed kan maken door als een debiel door te bocht te vliegen. Als de renners Privas hebben gepasseerd daalt het nog een kilometer of tien verder richting Le Pouzin. In de buurt van Le Pouzin wordt de omgeving erg mooi, de renners fietsen dan langs de rotswanden.

uZ5nSor.jpg

Beneden in Le Pouzin komen we uit bij de Rhône. Deze rivier blijven we nu een hele tijd volgen. In Le Pouzin hebben de renners 152 van de 183 kilometer gehad. Veel is er niet te melden over de laatste 30 kilometer. Het gaat lange tijd rechtdoor richting Valence, langs de Rhône. Na 157 kilometer wordt La Voulte-sur-Rhône gepasseerd, daar is een mooie brug. Aan de linkerkant zijn allerlei dorpjes verstopt in de heuvels, maar daar fietsen we helaas niet door. We fietsen aan de rand van de Ardèche en aan de linkerkant liggen de mooie heuvels voor het oprapen. Je zou van deze etappe echt iets heel moois kunnen maken, maar de ASO weet dat weer grondig te verneuken. Zo'n rit op een zondag, topshowtje hoor. Op 14 kilometer van de streep wordt Soyons gepasseerd. Op het plateautje boven Soyons staat een scheve toren. Op een kilometer of zes van de streep steken we eindelijk de Rhône over en fietsen we Valence binnen.

xQ1ZssE.png

Genoeg bochten en rotondes in de laatste kilometers. Met het binnenfietsen van Valence zijn we ook meteen het departement Drôme binnengefietst. De Ardèche ligt helaas achter ons, daar was veel meer uit te halen geweest. De brug waarover de renners Valence binnenfietsen is ook echt 10 meter breed. Daarna wordt het interessant, de weg wordt een stuk smaller. Belangrijk punt om goed van voren te zitten. Op iets meer dan vijf kilometer van de streep is er een leep bochtje naar rechts, door een winkelstraat fietsen de renners nu naar de echte obstakels van de finale. Op iets meer dan vier kilometer van de streep een rotonde. Op vier kilometer van de streep begint het een beetje omhoog te lopen, de renners slaan linksaf en meteen gaat het omhoog. 21 hoogtemeters worden overwonnen in minder dan een kilometer, toch nog best een vervelend pukkeltje. Bij de volgende rotonde, die links gepasseerd moet worden, is het alweer gedaan met het klimmen. De laatste drie kilometer richting de streep is het vlak. Wel nog een goede bocht op drie kilometer van de streep, na die bocht komen de renners op een brede weg terecht. Deze weg loopt praktisch twee kilometer rechtdoor. In de slotkilometer krijgen de renners nog te maken met een rotonde, die ze rechts nemen. Die rotonde is nog best dicht bij de streep, op een meter of 400. Die laatste meters gaat het wel rechtdoor. De finish is vlak voor het Stade Georges Pompidou, het stadion van de lokale voetbalclub, met een prachtige sintelbaan. Club komt uit op het vijfde niveau in Frankrijk ofzo, kunnen er niets van. Wordt ook wel eens iets met atletiek gedaan.

3658

Valence is een stad met 64.000 inwoners, een stad op de grens van de Ardèche en Drôme, aan de oevers van de Rhône. Twee renners van AG2R zijn geboren in Valence, Axel Domont en Guillaume Bonnafond. Helaas voor die jongens zijn ze er zelf niet bij. Deze stad maakt voor de tweede keer deel uit van de Tour de France. De eerste keer was in 1996. Een rit die vertrok in Gap, met aankomst in Valence. De Colombiaan Chepe González won deze rit, hij werd duidelijk niet kort gehouden. Later zou deze Colombiaan, in dienst van het roemruchte Kelme, nog meerdere ritten in de Giro winnen en ook een paar keer de bergtrui veroveren. De Giro lag hem wat beter dan de Tour. Gonzalez was vooral een aanvaller en een goede klimmer. De tweede winnaar in Valence zou zomaar een sprinter kunnen zijn. Nogal een contrast.

Kiosque_2004-09-18_009.jpg

Het blijft warm in Frankrijk, tijdens deze rit zal het weer op z'n minst 30 graden worden. Waarschijnlijk nog wel warmer dan dat. Het zal wel droog blijven, er wordt geen neerslag voorspeld. Ook weinig wind, wederom een hele warme dag. Om 13:00 vertrekken de renners uit Mende en vijf minuten later is de neutralisatie voorbij. Tussen 17:09 en 17:33 zouden ze aan moeten komen in Valence. Om 14:10 zal de NOS er weer bij zijn met wat nutteloze interviews en itempjes. Kwart over twee zal Sporza gewoon beginnen met de koers.

Als er flink wordt gekoerst tijdens deze rit zou het nog best leuk kunnen worden. In principe kan je in dit gebied een fantastische heuvelrit uittekenen, maar als je de hele tijd de Rhône volgt wordt het niets natuurlijk. Best wel een gemiste kans, want een potentiële sprintersrit in het weekend wil niemand, lijkt me. Kan alle kanten op met deze etappe. Kan iets voor een groepje vluchters worden, aangezien het eerste deel van de etappe niet echt te controleren is en niet iedere ploeg zin zal hebben om te rijden. Als ploegen stiekem toch zin hebben om te rijden kan het dan weer een massasprint worden. De laatste beklimming van de dag zal wel vrij beslissend zijn. Als daar echt hard wordt gereden zijn de Greipeltjes en Cavendishjes van deze wereld wel verdwenen. Hebben ze nog 60 kilometer om terug te komen. Kan lukken als ze nog flink wat knechten in de buurt hebben, anders wordt het lastig. Als er in het eerste deel van de etappe goed wordt gekoerst zal het niet voor een Greipel zijn. Als er een bejaardentempo is zal iedereen er nog zijn. Ik denk dat in ieder geval Sagan nog wel een ritje wil en ook bij Giant zullen ze nog steeds wel in Degenkolb geloven. Die ploegen zullen wel wat gaan ondernemen. Toch een sprint, met een uitgedunde groep.
1. Degenkolb. Eigenlijk is Sagan een logischere naam, maar die wint toch niet. Dan kom je toch bij Degenkolb uit, omdat Cavendish en Greipel er misschien niet bij zullen zijn. Niet dat Degenkolb zo'n zekerheidje is, maar wint toch net wat makkelijker dan Sagan.
2. Sagan. Genot.
3. Demare. Klimt best behoorlijk deze Tour. Of nouja, voor een sprinter dan. Bakt er in de sprints zelf alleen nog niet veel van. Was waarschijnlijk niet echt slim van FDJ om Bouhanni te laten gaan en alles op Demare te zetten. Misschien dat hij in een uitgedunde sprint wel wat kan bereiken.
4. Coquard. Komt ook nog wel aardig over wat heuvels. Zal vast wel lossen als er flink hard wordt gereden, maar iets later dan wat andere sprinters. Heeft dan meer kans om terug te komen om daarna een anonieme vierde plaats te halen in de sprint. Als iedereen er bij is heeft hij toch moeite om echt wat uit te richten.
5. Cimolai. Als het moet komt hij ook wel aardig over een heuvel. Wat we tijdens deze etappe krijgen is wel wat meer dan een heuvel, maar toch zou dit wel moeten lukken. Goede kans voor hem om nog eens een leuke ereplaats te halen.

[ Bericht 0% gewijzigd door johannes_vermeer op 21-07-2015 14:47:45 ]
johannes_vermeerdinsdag 21 juli 2015 @ 14:49
Etappe 16: Bourg-de-Péage - Gap, 201 km

Op zondag een tamelijk saaie rit voor de sprinters, dat was wel een kleine tegenvaller. Er werd nog wel enigszins gekoerst in het begin van de rit, maar het bleek dan allemaal toch niet lastig genoeg om echt veel jongens te lossen. Niet erg dat er nog eens een kans voor de sprinters was, want zoveel zijn er nog niet geweest. Had alleen wel op een andere dag gekund, doe zo'n rit maar doordeweeks. Greipel was weer indrukwekkend sterk, hoewel je ook zou kunnen zeggen dat het logisch is dat hij Degenkolb en Sagan verslaat in een vlakke finale. Kristoff valt eigenlijk weer tegen, daar hadden we toch meer van verwacht. Ook op dit gebied bakken de Fransen er niets van, het is niet hun Tour. Vaak is de rustdag op een maandag, maar dit jaar is het dinsdag pas. De renners moeten dus nog een keer aan de bak en krijgen te maken met een etappe die op papier een van de interessantste van deze Tour is. Eindelijk eens een keer een aankomst na een afdaling, beetje variatie is altijd goed.

9EnaV39.jpg
PROFIL.png

De zestiende etappe van deze ronde zal ons richting de Alpen brengen. De start van deze rit is in Bourg-de-Péage. Een dorp met 10.000 inwoners, net boven Valence, aan de Isère. Een erg spannend dorpje is het niet, ooit werden hier veel hoeden en petten gemaakt maar die industrie is verdwenen. De oude fabrieken staan er nog wel. Bourg-de-Péage is voor de tweede keer een startplaats in de Tour de France. De vorige keer was in 2010, toen er een rit vertrok richting Mende. Mende kennen we ook nog wel, daar zijn we de afgelopen dagen geweest. Die rit in 2010 werd gewonnen door Joaquim Rodriguez. Hij zou nu weer een rit kunnen winnen met vertrek in Bourg-de-Péage. Zou zomaar een rit voor een groepje vluchters kunnen zijn en zo gek zou het niet zijn als hij weer aan gaat vallen. Kort na de start steken de renners de Isère over en verlaten ze Bourg-de-Péage via Romans-sur-Isère.

bourg-de-peage-2-1024x640.jpg

Na een kwartiertje geneutraliseerd fietsen starten de renners dan echt in de buurt van Granges-les-Beaumont. De eerste kilometers van de rit zijn volledig vlak. We fietsen eerst door het dal van de Isère en komen daarna in het dal van de Rhône terecht. Er wordt een kilometer of 50 door deze vallei gefietst, tot het dorpje Crest. Hier wordt de rivier La Drôme bereikt, in dat departement zitten we ook nog steeds. Hier begint de weg langzaam omhoog te lopen. Een kilometer of 70 zal het omhoog lopen voor de eerste klim echt begint. In die tijd worden 600 hoogtemeters overwonnen, erg steil is het dus niet. Grotendeels vals plat en soms ook gewoon helemaal plat. Na 86,5 kilometer is het tijd voor de tussensprint van de dag in Die. Een dorpje met 4000, gelegen aan de voet van het Massif de Vercors. Aardig dorpje nog wel, oude stadsmuren, stadspoort, prima kerkje, nog een ruïne in de buurt. Ook nog eens een goede rivier in de buurt om op te kanoën, wat wil een mens nog meer. Het is geen vlakke tussensprint, het loopt al de hele tijd op en in Die gaat dat vrolijk verder. Toch hebben we het dan maar over een paar meter hoogteverschil, ook weer niet heel spannend.

Die_08_2006_088.jpg

De renners blijven La Drôme volgen en de weg blijft omhoog lopen. De weg is hier redelijk breed en het gaat best een tijd gewoon rechtdoor. Als de renners na 105 kilometer Luc-en-Dois passeren wordt het wat bochtiger. Hier loopt het ook even wat steiler omhoog, maar dat is ook vrij snel weer gedaan. Na 120 kilometer wordt Beaugières gepasseerd. De omgeving is hier best fraai te noemen, langs de Drôme zijn genoeg mooie rotswanden en willekeurige rotsen naast de weg. Vooral in de omgeving van Luc-en-Diois ziet het er bijzonder mooi uit. Als de renners na 120 kilometer Beaugières passeren hebben ze een kilometer of 70 vals plat achter de rug en gaat het echte klimwerk beginnen, hoewel deze klim ook niet meteen de zwaarste van allemaal zal zijn. In deze lange etappe, pas de tweede die langer is dan 200 kilometer, zit het venijn zeker in het tweede deel. Op 80 kilometer van de streep gaan de renners beginnen aan de Col de Cabre.

27103536.jpg

De Col de Cabre is 9,1 kilometer lang en 4,6% gemiddeld. Eigenlijk ook helemaal geen lastige klim dus, vooral ook omdat het nooit echt steil wordt. Best een regelmatige klim, het blijft continu tussen de 4 en 5% schommelen. Richting de top wordt het zelfs nog makkelijker, de laatste kilometer stijgt het nog maar aan 3%. Zwaarder dan 5,5% zal het niet worden in deze negen kilometer. Echt spektakel hoef je hier in principe niet te verwachten, hoewel we nu natuurlijk wel gaan beginnen aan de derde week en de afgelopen twee weken al heel zwaar zijn geweest. Als er hier een beetje door wordt gereden zullen er vanzelf een hoop renners afhaken, maar ik verwacht niet dat er hier al echt koers wordt gemaakt. Boven op de top is het nog 70 kilometer tot de finish in Gap. De klim kwam al eens eerder voor in de Tour, in 2010. Was toen de enige klim in een rit van Sisteron naar Bourg-lès-Valence, ook niet echt een scherprechter toen, dat was een etappe voor de sprinters. Een beklimming van de derde categorie toen, nu is het er een van de tweede.

10658.jpg
879.gif

Het begin van de afdaling ziet er best mooi uit, al vrij snel mogen de renners door een mooi tunneltje. Het uitzicht blijft geweldig, hoewel de renners er niet echt van zullen kunnen genieten. Nog best een technische afdaling, met redelijk wat bochten. Een aantal haarspeldbochten kort achter elkaar, ziet er nog best lastig uit. Dit is alleen in de eerste kilometers van de afdaling, na het passeren van het dorpje La Beaume wordt de afdaling makkelijker. Vijf kilometer goed afdalen en daarna wordt het simpel. Het gaat zo'n beetje zeven kilometer rechtdoor richting Saint-Pierre-d'Argençon, waar het gedaan is met het dalen. Hier begint de weg weer langzaam omhoog te lopen. Na het passeren van Saint-Pierre-d'Argençon komen de renners vier kilometer later door Aspres-sur-Buëch en in deze kilometers zitten nog een paar bochten. Daarna gaat het echt kilometers lang rechtdoor. Weer eens door een mooie vallei, overal zijn de bergen al te zien. Na 153 kilometer wordt Veynes gepasseerd en vanaf dit dorpje loopt het 20 kilometer vals plat omhoog.

vtt-devoluy_03_hr.jpg

Een kaarsrechte weg die licht omhoog loopt richting La Roche-des-Arnauds, waar het peloton na 165 kilometer passeert. Het gaat nog een klein beetje verder omhoog richting La Freissinouse, eenmaal daar voorbij volgt er een afdaling richting Gap. Afdaling over een brede weg, stelt niet zo gek veel voor. Na 177 kilometer wordt Gap dus al eens gepaseerd. De finish wordt nog niet gepaseerd, van een lokaal rondje kan je dus net niet spreken. Lang fietsen we niet door Gap, de stad wordt zo snel mogelijk weer verlaten en buiten Gap begint meteen de laatste klim van de dag. De Col de Manse, een beklimming van 9 kilometer aan 5,6%. Een beklimming van de tweede categorie, die makkelijk begint, maar toch nog wel wat lastige stroken kent. Nooit echt heel erg lastig, maar wel genoeg om nog wat verschillen te creëren. Het is een lange rit en de renners fietsen al meer dan een week aan een stuk, als er op deze klim tempo wordt gemaakt zullen er nogal wat renners in de problemen komen. Op de top van de Col de Manse is het nog 12 kilometer tot de finish.

Col-de-Manse_Gap_profile.jpg

Het verhaal van de Col de Manse zit vooral in de afdaling. Boven op de top slaan de renners rechtaf richting La Rochette en na het passeren van dit gehucht wordt de afdaling echt link. Het is een smal weggetje, met enkele bochten die je gerust heel lastig mag noemen. Het asfalt hier is ook niet echt fantastisch, vooral niet als het warm is. Het bekendste verhaal van de afdaling van deze col is het verhaal van Joseba Beloki. In 2003 was het ook nogal warm en het smeltende asfalt zorgde ervoor dat Beloki de controle over het stuur verloor. Hij viel op een verschrikkelijke manier en brak zo'n beetje alles. Lance Armstrong zat direct achter hem en kon hem alleen ontwijken door een weiland in te duiken. Een stukje verder sloot Armstrong weer aan. Beloki sloot niet meer aan, na drie jaar achter elkaar op het podium te hebben gestaan eindigde zijn carrière hier. Hij probeerde nog wel terug te komen in de jaren daarna, maar de blessures die hij in deze afdaling opliep bleken te ernstig om nog een fatsoenlijk niveau te halen. Dat is niet de laatste keer geweest dat deze afdaling in de Tour is voorgekomen. In 2013 nog, Alberto Contador probeerde toen nog wat in deze afdaling maar kwam ten val. Nam bijna Chris Froome mee, die kwam in het gras terecht en bleef op een onorthodoxe manier alsnog op zijn fiets zitten. Deze afdaling is echt technisch en lastig, dat blijkt iedere keer weer. Vooral nu het weer heel warm gaat worden is dit een extreem lastige afdaling. In 2011 maakte Contador van deze afdaling gebruik om Andy Schleck op meer dan een minuut te rijden. Je kan hier dus zeker wel tijd pakken op de mindere dalers, alleen even opletten dat je niet teveel risico neemt. Ook opletten voor het smeltende asfalt, met de groetjes van Joseba.

beloki-618x440.jpg
51454_000_par2004060713399_m.jpg

Als de renners die laatste bocht hebben gehad, waar Beloki onderuit ging en Armstrong even aan een stukje veldrijden deed, komen ze beneden in Pont-Sarrazin en is het bijna rechtdoor richting de streep in Gap. In de laatste drie kilometer nog wel een stuk of vier rotondes, maar verder weinig uitdagingen. Het blijft eigenlijk dalen tot de streep, helemaal vlak wordt het niet meer. In de slotkilometer loopt het richitng de finish weer een beetje omhoog. Een opvolger voor Rui Costa wordt gezocht, de Portugees die toen nog in dienst van Movistar reed bleek in de Tour ontzettend sterk te zijn als hij de aanval zocht. Nadat hij vroeg in de ronde al veel tijd verloor mocht hij in de aanval gaan en dat ging hem best aardig af. Hij won twee ritten, waaronder de rit naar Gap, waar hij de tegenstand deklasseerde op de laatste klim. In de afdaling verloor hij geen tijd meer, hij pakte eigenlijk alleen maar meer tijd. Hij zal het nu niet kunnen herhalen, hij reed deze Tour vrij teleurstellend en stapte al vroeg af. De rit in 2013 finishte op dezelfe plek als deze rit, de hele finale was ook praktisch hetzelfde.

Stage-1432649125.jpeg
ruicostagap.jpg

Gap is al ontzettend vaak finishplaats geweest in de Tour. Vaak een plaats waar vluchters winnen. In 2011 won Thor Hushovd, uit een vlucht. Hij deed wat Sagan al een paar keer heeft geprobeerd, vroeg in de aanval gaan en dat dan tot de finish volhouden. In 2011 versloeg Hushovd landgenoot Boasson Hagen in de sprint. Een rit die ook weer heel erg leek op de rit die we nu gaan krijgen. Kunnen dus best verschillende type renners winnen in Gap, geschikt voor een sterke klimmer als Rui Costa maar ook een geblokte Noor kan de Col de Manse dus aan. Een jaar eerder was er weer een rit met aankomst in Gap, wel met een andere finale. Sergio Paulinho won deze rit uit een vlucht, de Col de Manse zat toen een keer niet in het parcours. In 2006 won de zinksnijder Fedrigo dan weer in de straten van Gap. De eindbaas van het peloton, Alexandre Vinokourov, won in 2003. De rit die ontsierd werd door de val van Beloki werd een prooi voor de Kazach, die in 2003 zijn doorbraak beleefde. Een dag eerder werd hij ook al tweede op Alpe d'Huez, achter een ontketende Iban Mayo. Vino zou derde worden in die Tour.

1310992346_5.jpg?v1

Gap is een stad die echt vaak voorkomt in de Tour, de stad met 42.000 inwoners in de Hautes-Alpes komt nu al voor de 24e keer voor volgens het roadbook, maar voor mijn gevoel is het al de 100e keer. Kan ook liggen aan het feit dat Gap ook wel eens voorkomt in de Dauphiné. Vorig jaar nog, ook in de Dauphiné zou het een rit worden voor vluchters. De Rus Yury Trofimov zou toen winnen. Jelle Nijdam won in 1989 in de straten van Gap, ook nog een beetje Nederlands succes in deze stad dus. Gap is de hoofdstad van de zuidelijke Alpen, volgens Gap zelf dan. Het moet het vooral van toerisme hebben, wat nog wel aardig wil lukken vanwege de goede ligging. Het centrumpje is ook nog wel acceptabel, maar niet direct heel spectaculair. Na een jaartje afwezigheid dus terug in de Tour. Vaak vertrekt er in Gap ook nog eens een rit, nadat er een dag eerder een rit aangekomen is. Zal nu niet het geval zijn, maar tijdens de rustdag zullen de meeste ploegen wel in Gap blijven.

Gap018.jpg

Het gaat dus wederom absurd warm worden. Dik boven de 30 graden, hetzelfde verhaal als de afgelopen dagen. Geen kans op neerslag en waarschijnlijk ook maar weinig wind. Ik heb medelijden met de jongens die tijdens de vijftiende rit al zo snel gelost werden. Gaan het wederom lastig krijgen. Deze rit, met temperaturen dus flink boven de 30, zal beginnen om 12:25. Een kwartier later begint de koers echt. Tussen 16:36 en 16:59 worden de renners voor het eerst in Gap verwacht, rond die tijd beginnen ze dan ook aan de Col de Manse. Finish wordt dan weer verwacht tussen 17:07 en 17:34. Om 14:10 zal de uitzending weer beginnen bij de NOS, rond die tijd ook bij Sporza. Begint een beetje voorspelbaar te worden.

Normaal is Gap altijd een rit die gewonnen wordt door een vroege vluchter. Dat zou nu ook zomaar het geval kunnen zijn. Het parcours is bijna hetzelfde als tijdens de vorige ritten naar Gap en dat was dus blijkbaar best uitnodigend voor vluchters en minder voor het peloton. We beginnen aan de derde week, er zullen een hoop vermoeide mannen in het peloton zijn. Ik denk niet echt dat er iemand in het peloton echt zal willen controleren. Kan zo zijn dat mannen als Valverde, Contador en Nibali iets willen proberen in de afdaling van de Col de Manse, maar denk niet dat die ploegen dan de hele dag op kop gaan rijden. In dat enorme stuk vals plat in het begin van de etappe zal een kopgroep wel een grote voorsprong bij elkaar rijden. Zal daarna Movistar wel op kop gaan rijden in de hoop wat jongens van Sky te lossen op die klimmetjes. Stort Valverde zich daarna naar beneden met Nibali, om een paar seconden te pakken. Contador zal na zijn valpartijtje in 2013 nu wel iets minder zin hebben om hier flink aan de boom te schudden. Froome kan niet echt dalen, maar in 2013 ging het hem nog best aardig af. Als er nog wat Skyborgs om hem heen zitten zal het wel meevallen met de schade die hij eventueel op kan lopen. Je zou 'm eigenlijk moeten isoleren om het nog een beetje leuk te maken, maar het is de Tour dus zulke mooie scenario's gaan we niet krijgen. Tijd voor vijf willekeurige namen.
1. Kwiatkowski. Ja, dit moet dan eindelijk de rit voor de wereldkampioen worden. D'n Loller heeft het al een paar keer geprobeerd, zonder veel succes. Drie keer scheepsrecht zou nu op kunnen gaan. Deze rit is wel in zijn voordeel, die afdaling kan hij goed aan. Je zag tijdens de vorige rit dat hij wel wat kan met een fiets, springen over stoeprandjes alsof het niets is. Hij moet nu ook wel eens tonen dat hij de 3,5 miljoen per jaar die Sky hem aan heeft geboden echt waard is.
2. Martin. Dan was een beetje ziekjes de afgelopen dagen, maar het schijnt nu weer beter te gaan. Dan is dit ook wel weer een geschikte etappe voor hem. Ook niet echt een meesterdaler alleen, dus zal flink wat voorsprong moeten pakken op de laatste klim als hij echt wil winnen.
3. Kruijswijk. Derde week, tijd om Kruijswijk bij iedere etappe te gaan noemen. We zijn nu op zijn domein aangekomen, niemand kan hem meer tegenhouden. Behalve het feit dat hij niet echt goed kan dalen. Gaat vaak vierkant door de bocht, maar dat zouden we met zo'n Bianchi en die bandjes allemaal doen natuurlijk. Wel jammer, daardoor verdwijnt meteen zijn kans op de overwinning.
4. Voeckler. Het is wel weer eens tijd voor Titi. Tong uit de bek en gaan, helemaal niks mis mee. Al die andere sukkels van zijn ploeg lukt het toch niet, hij moet nu even het goede voorbeeld gaan geven. Oké, dat lukte hem zelf een paar dagen geleden ook niet, maar Voeckler blijft een opmerkelijke renner. Kan zomaar weer helemaal in orde zijn.
5. KUDUS. Merhawi mag wel een keer in de aanval ondertussen. Ik bedoel, al dat supporteren doe ik ook niet voor de lol natuurlijk. Mag wel een keer beloond worden. Beetje lullig anders. :{

Pinot zal ook wel weer in de aanval gaan, maar ik vrees voor Belokiaanse toestanden als hij hier af moet dalen. Rust in vrede, ledematen van Thibaut.
johannes_vermeerwoensdag 22 juli 2015 @ 12:37
Etappe 17: Digne-les-Bains - Pra Loup, 161 km

De laatste rustdag is geweest, het is tijd voor de laatste loodjes. De tweede week was eigenlijk een redelijk tegenvallende week. Direct na de eerste rustdag vernederde Froom de tegenstand en wist hij de Tour al te beslissen. Dit leidt natuurlijk altijd tot de nodige beschuldigingen, maar daar had Sky wat op bedacht. Er werden wat gegevens openbaar gemaakt. Is alleen wel lullig als dan al vrij snel blijkt dat er niet veel van die cijfers klopt. Wel een leuke poging! Er zijn ongetwijfeld ook genoeg naïeve mensen die er weer in zullen trappen. Want naïef, dat willen heel veel mensen nog steeds zijn. Praten over doping, dat mag niet. Geen idee in welke wereld die mensen leven, maar ze zijn er. Doping is bij deze sport net zo essentieel als het hebben van twee wielen. Zonder gaat het hele feest niet door. Na de rit waarin Froome de Tour won kregen we een paar ritten voor de vluchters. Majka was ineens weer in vorm en wist een rit te winnen. Een dag later pakte Rodriguez zijn tweede rit. Voor het algemeen klassement gebeurde er niet veel, het was redelijk saai. De dertiende etappe naar Rodez werd gewonnen door Greg Van Avermaet. Ik geloof het eigenlijk nog steeds niet, maar ik heb wel flink wat olvarit ingeslagen. De veertiende rit was misschien wel de mooiste rit van vorige week. Twee Fransen leken voor de overwinning te gaan, maar Stephen Cummings was ze te snel af. Een overwinning voor de Afrikaanse ploeg MTN-Qhubeka op Mandela Day. De vijftiende rit werd er weer een voor Greipel, was de eerste massasprint sinds de zevende rit. Op de dag voor de rustdag ging de overwinning naar een vertegenwoordiger van het oude wielrennen, Rubén Plaza. Voor het klassement gebeurde er weer niet veel, Barguil moest voor alle spanning en sensatie zorgen door Geraint Thomas in het skoekeloen te smijten. Nu is het tijd voor de slotweek, hoewel die week al even bezig is. We gaan de Alpen in, vier dagen achter elkaar flink klimmen, met drie aankomsten bergop. De eerste van die aankomsten is op Pra Loup, met de Col d'Allos ervoor. Kennen we nog van de Dauphiné van dit jaar.

YC2un53.png
PROFIL.png

De eerste van vier bergritten op een rij start in Digne-les-Bains. Het is de 13e keer dat de Tour hier is. Voor het laatst was dat in 2008, de 14e rit in de Tour van dat jaar zou van Nîmes naar Digne-les-Bains gaan en gewonnen worden door Oscar Freire. In 2005 was er een rit van Briançon naar Digne-les-Bains, deze rit werd gewonnen door de Franse rittenkaper David Moncoutié. Hij won op 14 juli en bezorgde de Fransen een mooie feestdag. Met Eddy Merckx heeft Digne-les-Bains nog een grote naam op de erelijst staan, hij won in 1969 een rit met finish in dit stadje met 18.000 inwoners in het departement Alpes-de-Haute-Provence. Er vertrokken ook wel eens ritten hier. Een dag na de overwinning van Merckx in 1969 vertrok de rit in Digne-les-Bains om in Aubagne te eindigen. Met Felice Gimondi won er toen weer een grootheid. De vijfde rit van het Criterium du Dauphiné 2014 zou ook starten in Digne-les-Bains. Deze rit is een kopie van die rit. Voor veel renners is het dus bekend terrein. Voor de start is er nog een minuut stilte, ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de crash met een toestel van GermanWings in maart 2015. Dat vliegtuig stortte in deze omgeving neer.

Digne_les_bains_-_vue_est.jpg

Enkele kilometers buiten Digne-les-Bains start de etappe echt. Direct na de start is er al een klein klimmetje, de Col de l'Ome. Een klein beetje vals plat omhoog, ongetwijfeld wel vervelend net na de rustdag. De renners fietsen langs het Ravin de Saint Jean, een ravijn waar mensen nog wel eens in willen klimmen. Hoeven de renners niet te doen, er volgt na het korte klimmetje een korte afdaling en daarna is het een aantal kilometer redelijk vlak. Richting de eerste serieuze col van de dag loopt het weer vals plat omhoog. De renners volgen de rivier L'Asse, die na een tijdje van naam veranderd in L'Asse de Blieux. Na 33 kilometer verlaten de renners die rivier, als ze het gehucht La Tuillière passeren. Hier begint bijna de eerste klim van de dag, de Col des Lèques. Een beklimming van derde categorie die zes kilometer lang is en 5,3% gemiddeld.

ya81th2h0k8c88s84w0scgk-col_des_leques_la_tuiliere_profile.gif

In werkelijkheid is de klim dus iets langer dan zes kilometer, maar het begin is niet echt interessant. Het is niet echt een zware klim, maar net na de rustdag willen mensen nog wel eens stramme benen hebben. We krijgen nog veel meer klimwerk, dus dit is wel een mooie opwarmer. Het stuk aan 8,8% is wel zwaar te noemen, wel jammer dat het daarna weer vlak wordt. Richting de top toch nog 6,6%, dat is zo makkelijk nog niet. Het is een mooi klimmetje, regelmatig goed uitzicht over de vallei en ook enkele mooie rotswanden langs de klim. Ook mogen de renners onder een mooie boog door. De klim zal de uitzending niet halen, dat is wel bijzonder spijtig. De omgeving hier mag je best prachtig noemen. Boven op deze col is er een afdaling van een kilometer of negen richting Castellane. Geen hele lastige afdaling, wel weer een mooi uitzicht. Een aantal haarspeldbochten, maar die zien er niet echt moeilijk uit. Na 48,5 kilometer komt het peloton in Castellane uit, wat best een mooi dorpje is. Lang zal daar echt niet van genoten worden, bij de eerste mogelijkheid gaan ze meteen linksaf het dorp weer uit.

col-des-leques_08_orig.jpg
col-des-leques_10_orig.jpg

Van Castellane fietsen de renners naar het Lac du Castillon. Mooi meertje, niks mis mee. Vlak na Castellane is er weer een klein klimmetje, daarna is het een kilometer of 10 vlak richting Saint-Julien-du-Verdon. Na het passeren van dit gehucht begint de tweede klim van de dag, de Col de Toutes Aures. Niet echt een bijzondere col qua percentages, deze beklimming van de derde categorie is zes kilometer lang en 3,1% gemiddeld. Makkelijke klim dus, paar stukjes nog aan 4%, maar over het algemeen gewoon vals plat te noemen. Een klim die het vooral van de omgeving moet hebben. Dat is allemaal weer prima in orde. Een afdaling van een kilometer of 11 volgt, maar dat is geen hele lastige afdaling. Wel genoeg bochten, maar de weg is redelijk breed en het ziet er allemaal niet zo gevaarlijk uit. Net voor het dorpje Annot zijn de renners na 78 kilometer beneden en gaan ze op weg naar de volgende klim.

02-toutes-aures_orig.jpg

Als Annot echt wordt gepasseerd na 80 kilometer begint het weer omhoog te lopen. Er zijn weinig vlakke kilometers in deze rit, het gaat nu vijf kilometer vals plat omhoog voor de derde klim van de dag gaat beginnen. De Col de la Colle Saint-Michel begint na 85 kilometer en is een beklimming van de tweede categorie. 11 kilometer lang en 5,2% gemiddeld, ook niet echt een zware klim. Wel vrij lang, in totaal zelfs 18 kilometer. De eerste kilometers die niet mee worden geteld is het ook nog niet zo zwaar. Een paar kilometer aan 2% en een paar kilometer aan 4%. Na het passeren van Le Fugeret begint de klim echt en zal het continu omhoog lopen tussen de 4 en 6&. Echt steil zal het niet worden, 6,2% schijnt de zwaarste strook van deze klim te zijn. Vooral door de lengte kan het nog lastig worden, qua percentages is het niet indrukwekkend. Na 96 kilometer komen de renners boven en gaan ze weer een stukje dalen. Daarna gaat er geklommen worden naar Allos. Hier zal de koers waarschijnlijk voor het eerst pas een beetje interessant worden.

Col_de_la_Colle_Saint_Michel_Les_Scaffarels_profile.gif
97208444.jpg

De afdaling van de Colle Saint-Michel is maar kort, maar wel nog heel listig. Vooral door het smalle weggetje waarover de renners moeten afdalen. Het is echt een heel smalle weg, als je hier een lekke band krijgt of een ander probleem hebt met de fiets heb je een probleem. Kan wel een tijd duren voor er een auto bij je is. Wel een mooie afdaling, de renners dalen af langs de rotsen. Een paar lastige bochten, vooral door de smalheid. Af en toe vrij lastig in te schatten, maar in de Dauphiné kwam iedereen hier ook door zonder ongelukken. Gelukkig is de afdaling maar kort, al vrij snel komen de renners uit in de vallei van de rivier Le Verdon. In deze vallei is het niet vlak, het begint al vrij snel omhoog te lopen. Na 111 kilometer komen de renners door Beauvezer, waar de tussensprint is. Richting de tussensprint loopt het op, maar in de laatste kilometer voor de tussensprint is het even vlak. Zal niet echt veel uitmaken, Sagan zal ongetwijfeld in de aanval gaan maar verder zullen er op dit moment niet veel sprinters meer bij zijn. Na de tussensprint gaat het gestaag verder omhoog en worden Villars-Colmars en Colmars-les-Alpes gepasseerd. In Colmars staan twee forten, wat een luxe. Het Fort de France en het iets mooiere Fort Desaix.

MJ5tkTSqLbJnN8Rllq6_Qm1o8ms.jpg

De renners fietsen verder langs de Verdon en komen na 123 kilometer uit in Allos. Hier gaat logischerwijs de Col d'Allos beginnen. Sinds de Galibier uit het parcours is geschrapt is dit het dak van de Tour. Hoger dan de 2250 meter van de Col d'Allos zullen we niet gaan. Degene die als eerste boven is op deze col zal de Souvenir Henri Desgrange krijgen, een aardige som geld. De Col d'Allos is 14 kilometer lang en 5,5% gemiddeld. Vooral lastig vanwege de lengte dus, qua percentages is het niet de spannendste klim van deze Tour. Wel een heel onregelmatige klim, begint aan 7%, maar daarna wordt het weer even wat makkelijker. Vervolgens weer 7%, om een stuk aan 6% ineens een kilometer aan 2% te krijgen. Richting La Foux d'Allos blijft het een beetje zo schommelen. Pas na het passeren van dit skidorpje, na een kilometer of zeven klimmen, wordt het interessant. De renners komen nu in een gedeelte met haarspeldbochten terecht en hier is de klim steiler. Er zitten nog wel wat makkelijke stroken tussen, maar ook flinke stukken aan 7 en 8%. De laatste zeven kilometer van de Col d'Allos zijn best lastig. Pas richting de top wordt het weer wat makkelijker. Als La Foux d'Allos gepasseerd is en de renners rechtsaf slaan om aan het tweede deel van de klim te beginnen wordt de weg ook een stuk smaller. Nog breed genoeg om met een paar man naast elkaar te fietsen, het zal vooral interessant zijn in de afdaling.

PROFILCOLSCOTES_1.png
08_Allos_S_d__orig.jpg

De Col d'Allos was vroeger een populaire beklimming. Tussen 1911 en 1939 kwam de klim 25 keer voor, bijna ieder jaar dus. Met Gino Bartali, Lucien Petit-Breton en Octave Lapize zijn hier ook best bekende renners als eerste boven gekomen. Sinds 1939 is de Col d'Allos nog maar 8 keer beklommen. De laatste keer was in 2000, toen kwam de Fransman Pascal Hervé als eerste boven. Nu, 15 jaar later, komt deze klim dus weer eens terug. Best een mooie klim, hoewel het niet de lastigste klim is van deze ronde. De spanning en sensatie zal wellicht moeten komen van de afdaling. Dit is een gevaarlijke afdaling, dat hebben we niet al te lang geleden nog kunnen zien in de Dauphiné. Op de beklimming gebeurde niet veel. Sky reed zoals altijd strak tempo en er werden een hoop renners gelost. Toch bleven er ook nog redelijk wat over, van een klein groepje kon je niet spreken. Bardet sprong net voor de top van de Col d'Allos weg en stortte zich naar beneden. Hij nam alle risico's van de wereld en dat leverde hem best veel op. Beneden had hij een voorsprong van anderhalve minuut op de groep, aangevoerd door Team Sky. Je kan enorm veel tijd pakken in deze afdaling en dat heeft te maken met het feit dat het een best lastige afdaling is. De weg is nog steeds smal en er zijn redelijk wat bochten. Ook nu zal Sky weer niet teveel risico willen nemen en ben je als aanvaller in het voordeel. Wel opletten dat je niet net als Bardet een paar keer bijna tegen een rotswand knalt of haast uit de bocht vliegt. Het is geen afdaling met veel haarspeldbochten, vooral korte bochtjes waardoor je niet echt ziet waar je uit gaat komen.

02_Allos_Nord__orig.jpg
svzBLVS.png

Na deze lastige afdaling, die een kilometer of 16 lang is, komen de renners door Uvernet-Fours. Hier slaan ze na 155 kilometer linksaf en gaat de slotklim naar Pra Loup beginnen. De slotklim is 6,1 kilometer lang en 6,5% gemiddeld. Qua gemiddelde stijgingsgraad is dit de lastigste klim van de dag, maar het is natuurlijk wel een stuk korter dan de Col d'Allos. De klim begint makkelijk, een kilometertje aan 5,5%, maar daarna wordt het wel wat zwaarder. Tot de finish komt het niet meer onder de 6%, met af en toe een uitschieter naar 8%. Er zijn zelfs profielen die spreken van stroken aan 10%. Geen verschrikkelijk lastige klim, maar de opeenvolging van klimmen kan altijd voor spektakel zorgen. De slotkilometer is volgens het profiel van de Tour zelf het lastigste, richting de streep loopt het best gemeen op. Dit klopt ook wel, in de Dauphiné ontstonden nog best aardige verschillen op deze klim. Bardet had aan de voet anderhalve minuut voorsprong, aan de finish had hij nog maar een halve minuut over. Sky had flink op kop geramd en het groepje werd op die manier best uitgedund. Er kwamen niet veel renners in dezelfde tijd binnen. Tejay Van Garderen pakte zelfs nog een paar seconden op Froome, gekkenhuis. Zo'n slechte etappe hoeft het dus niet te zijn, in de afdaling kan je flink tijd pakken en op de slotklim zelf ontstonden iets meer dan een maand geleden nog best wat verschillen.

2015_criterium_du_dauphine_stage5_romain_bardet_wins1a.jpg

Pra Loup is een skiresort, er wonen hier amper mensen. Alleen in de winter, dan is er genoeg te doen. 43.000 bedden volgens het roadbook, best een aardig aantal. Ook in de zomer is er wel wat te doen, zo kan je in deze omgeving natuurlijk mountainbiken. Ook paragliding is een optie. Het is de derde keer dat er in de Tour een aankomst in Pra Loup is. De eerste keer was in 1975, toen de rit werd gewonnen door Bernard Thévenet. Eddy Merckx had al vijf keer de Tour gewonnen, maar in 1975 ging het mis. Een dag voor de rit naar Pra Loup kreeg Merckx een klap van een supporter. Hoeveel last hij daar van had kan niemand inschatten, maar Thévenet was in ieder geval een dag later flink sterker en zou uiteindelijk ook die Tour winnen. In 1980 was er weer een aankomst in Pra Loup. De overwinning ging nu naar de redelijk onbekende Belg Jos Deschoenmaecker. Het verhaal van die etappe was natuurlijk vooral de valpartij van Joop Zoetemelk. Johan van der Velde reed in dienst van Joop, maar maakte een rare zwieper en haalde daarmee Zoetemelk onderuit. Het was een val zonder erg en Zoetemelk kon zijn weg snel vervolgen. Hij zou de Tour van 1980 winnen, zoals we allemaal wel weten.

44806592.jpg

Er wordt regen voorspeld. Best veel regen en ook best een grote kans daarop. Voor de renners is het niet te hopen, er zijn een paar lastige afdalingen tijdens deze rit en die gaan met wat nattigheid niet makkelijker worden. Vooral de afdaling van de Col d'Allos is al lastig genoeg, met wat regen erbij lijkt het me niet echt zinvol om nog veel risico's te gaan nemen. Redelijk grote kans op regen dus, maar de weerberichten kloppen vaker niet dan wel. Kan ook alsnog gewoon enorm droog zijn natuurlijk. Het zal iets minder warm zijn dan voor de rustdag. Nog steeds wel kans op 30 graden, maar dat is al minder dan 35 graden. Om 12:45 zullen de renners aan de start staan en 10 minuten later begint de koers echt. Tussen 15:44 en 16:01 zullen de renners Allos passeren en daar begint de Col d'Allos. Met een beetje geluk kan tegen die tijd het gulpje open. In Pra Loup worden de renners verwacht tussen 16:50 en 17:17. Sporza zal er weer bij zijn om 14:15 en de NOS ongetwijfeld ook.

De laatste week, een laatste week waarin voor het algemeen klassement al best veel bepaald is. Het is maar de vraag of er nog ploegen zijn die de boel willen controleren. Sky zal dat niet meteen gaan doen. Misschien dat ze nog een rit willen willen, maar dan lijken de ritten naar Alpe d'Huez en La Toussuire wat betere mogelijkheden. Ik schat in dat deze etappe weer voor wat vluchters gaat zijn. Movistar zal wellicht nog wat willen proberen in de afdaling van de Col d'Allos en misschien ook wel tijdens de klim, maar voor die tijd zullen ze het niet controleren. Er zullen niet veel ploegen zijn die zin hebben om de hele dag te controleren. Tegen de tijd dat er gekoerst gaat worden zal er wel een kopgroep zijn met een flinke voorsprong. Weer tijd om dan vijf willekeurige namen te worden, die nu misschien wat minder willekeurig gaan worden omdat bepaalde renners bijna iedere dag in de aanval zijn.
1. Izagirre. Af en toe moet je gewoon een Baskische baas noemen. Ik heb geen idee of Movistar überhaupt van plan is om mannetjes in de aanval te sturen, maar als ze dat van plan zijn is Gorka de ideale kandidaat. Gorka is namelijk de zoon van een veldrijder en heeft zelf ook wel eens door de modder gefietst. Een logisch gevolg is dat hij fantastisch kan sturen en ook fantastisch kan dalen. Doet wat Bardet deed in de Dauphiné, maar dan nog beter.
2. Uran. Ook al een keer in de aanval geweest, maar dat werd niet echt een groot succes. Zal vast wel een nieuwe poging willen wagen om zijn redelijk treurige Tour iets op te fleuren.
3. Jungels. Was voor de rustdag al in de aanval, als hij slim is gaat hij gewoon weer. Kan ook best aardig dalen, dus deze rit moet hem nog wel liggen. Een topklimmer is het niet, maar een beetje tempo rijden kan hij wel aan.
4. Kelderman. Het wordt wel eens tijd dat de Djumbo's in de aanval gaan. Al dat beschermen van Gesink is ook niet echt om een bol broekje van te krijgen. Helaas kan Wielco niet dalen, dus een overwinning zit er weer niet in. Wel positief als ie überhaupt een keer in de aanval gaat. Kruijswijk mag ook, maar die kan ook niet dalen. Een overwinning wordt weer lastig.
5. Meintjes. Louis was heel goed in de Dauphiné, werd toen zesde in die rit. Nu zal hij het van een aanval moeten hebben, dan kan hij die prestatie misschien herhalen of zelfs verbeteren. Ik vrees alleen wel een beetje voor zijn vorm, lijkt toch niet echt goed meer te zijn. Gelukkig is Michel Cornelisse wel de beste ploegleider ooit aller tijden ter wereld, dus lacht hij Louis met zijn Amsterdamse humor wel naar voren.
noodgangdinsdag 31 juli 2018 @ 07:48
De Pareltjes van 2018:

SPOILER: Etappe 1: Noirmoutier-en-l'Île - Fontenay le Comte, 201 km
Etappe 1: Noirmoutier-en-l'Île - Fontenay le Comte, 201 km

De Tour de France, de tijd van mijn leven! Tenminste, normaal gesproken. Normaal is de Tour altijd een hoogtepunt en een wedstrijd waar iedereen naartoe leeft. Dit jaar is dat een stuk minder, met name dankzij de gebeurtenissen van afgelopen week. Na de mededeling van de ASO dat ze een poging zouden wagen om Chris Froome te weren volgde een dag later een bericht van de UCI waarin ze met heel veel woorden heel weinig wisten te zeggen. Het enige wat duidelijk werd: Chris Froome zal niet geschorst worden, behoudt zijn overwinning in de Vuelta en staat aan de start in de Tour. Een betreurenswaardige zaak, vooral vanwege het gebrek aan transparantie. Wielrennen is bij uitstek een sport die bestaat bij gratie van de kijkers. Als wij met z'n allen morgen wat anders gaan doen en de kijkcijfers richting nul gaan, heeft de sport een gigantisch probleem. Alleen al daarom verdienen we een betere behandeling van de volksverlakkerij van UCI en WADA. Aangezien we weinig weten moeten we al snel gaan speculeren. Waarom komt Chris Froome weg met een toch op het eerste oog vrij overduidelijke overtreding? Dat is al door veel mensen uit de doeken gedaan, waaronder Thijsje Zonneveld. Thijsje Zonneveld, die altijd achteraan reed. Er zit natuurlijk een behoorlijk groot financieel aspect aan de zaak. Het is lastig procederen tegen een partij die bereid is om meerdere miljoenen aan zijn verdediging te besteden. De UCI heeft de kosten tegen de baten afgewogen en op een bepaald moment besloten dat het de moeite niet waard zou zijn. Zelf ook miljoenen uitgeven, terwijl de test blijkbaar toch niet helemaal 100% waterdicht is. Voelden de UCI en het WADA zich toch wat oncomfortabel bij. Het toont aan dat we met twee volstrekt incompetente organisaties te maken hebben. Het WADA kan blijkbaar geen juridisch waterdichte protocollen in elkaar draaien en de UCI heeft ook zo'n beetje alles verkeerd gedaan in deze zaak. Buiten dat leven we natuurlijk wel in een vrij cynische wereld, waarin iemand met genoeg geld zichzelf uit iedere benarde situatie kan wurmen, terwijl de simpele zielen zoals André Cardoso te weinig geld hebben om Mike Morgan (voor al uw vrijpleitingen) in te huren.

Het is een onbevredigende zaak geweest, die de komende weken toch rond Froome zal blijven hangen. Waarschijnlijk blijft het zelfs de rest van zijn carrière spelen, aangezien iedereen wel weet dat het geen zuivere koffie is. Het gebrek aan transparantie helpt daarbij niet, dat de opgestelde regels niet zijn gevolgd ook niet. Het lijkt mij het definitieve failliet voor de strijd tegen doping. Een strijd die eigenlijk al niet serieus te nemen was, maar daar blijft nu helemaal weinig van over. Ondanks het feit dat je het weet blijft het toch pijnlijk als het bevestigd wordt. Maar, nogmaals, de sport bestaat bij onze gratie. Zolang wij blijven kijken blijven deze praktijken voortduren en aangezien we ongetwijfeld weer met z'n allen voor de buis gaan zitten leggen we ons er klaarblijkelijk bij neer, of het interesseert ons niet. Dus ga ik me toch maar eens richten op de koers, omdat het ondanks alles toch wel geinig blijft om al die idioten door Frankrijk te zien fietsen.

De Tour van 2018 is een Tour met enkele opvallende ritten. Wat te denken van een bergrit van 65 kilometer, waarbij de renners die hoog in het klassement staan eerder starten dan de mindere goden? Ik vind het helemaal niks, maar veel mensen krijgen er wel een vochtige onderbroek van. We hebben dit jaar ook weer eens een rit over de kasseien, de laatste rit van de eerste week. Gezien de lengte van de rit en het aantal kilometer kasseien zal het geen Parijs-Roubaix worden, maar het blijft iets om naar uit te kijken. Verder trekken we de trend van weinig tijdritkilometers door, dit om de Franse goden zoals Bardet en Gaudu een beetje tegemoet te komen. Vroeger had je nog wel eens 100 kilometer aan tijdritten, dit jaar mag Tom Dumoulin het doen met iets meer dan 30. Matige trend. Zoals gebruikelijk starten we de eerste week met recordaantal tegenvallende ritten. Twee vlakke ritten, een ploegentijdrit, weer een vlakke rit, twee heuvelachtige ritten, twee vlakke ritten en dan gaan we naar Roubaix. We zullen het weer nodig hebben om wat van deze week te maken. Met wat wind kunnen de vlakke ritten, waarvan een aantal langs de kust, best interessant worden. Anders niet. We beginnen in ieder geval met zo'n rit die volledig afhankelijk is van de wind. Start in de Vendée, aan de kust, de Franse kust.

RZ5fiNg.png
35630

Le Grand Départ vindt dit jaar plaats in Noirmoutier-en-l'Île. De laatste jaren is de Tour meer dan eens buiten Frankrijk gestart en met enige regelmaat was de eerste rit een korte tijdrit. Dit jaar hebben we weer eens een ouderwetse rit in lijn, in Frankrijk nog wel. Een beetje vergelijkbaar met de start van de Tour in 2016. Toen in Mont-Saint-Michel, nu in een andere toeristische trekpleister. Het is een lange rit, van 201 kilometer. De ritten worden over het algemeen steeds korter, maar dit is nog eens een afstand voor echte mannen. Noirmoutier-en-l'Île maakt pas voor de tweede keer deel uit van het rondtrekkende Tour de France-circus. Het debuut kwam in 2005, toen de Tour begon met een korte tijdrit van 19 kilometer tussen Fromentine en de huidige startplaats. Dave Zabriskie won die tijdrit. Het wordt dus de eerste keer dat er een rit vertrekt vanuit Noirmoutier-en-l'Île, maar toch is dit geen onbekend terrein. Het dorpje, met ongeveer 5000 inwoners, ligt op Noirmoutier, een klein eilandje voor de kust van Frankrijk. Een populair eilandje voor Grand Départs, want het is een populaire toeristische bestemming. Eilandjes doen het altijd goed, maar Noirmoutier heeft nog iets bijzonders in de aanbieding: Passage du Gois. Een weg die het eiland verbindt met het vasteland. De weg is bijzonder, aangezien ze het niet zo nodig vonden om er een brug van de maken. De weg ligt dus ongeveer op zeeniveau en als het vloed is verdwijnt de weg onder water. Vandaar dat het nog wel eens glibberig wil zijn, zoals de renners merkten in de Tour van 1999. Het halve peloton, waaronder Michael Boogerd, ging hier toen gruwelijk op z'n muil. In 2011 keerde men terug naar Passage du Gois, voor wederom een groot vertrek. Wel reed men toen geneutraliseerd over de weg, om valpartijen te voorkomen. In 2018 heeft men een nog effectievere oplossing bedacht: we slaan die hele Passage du Gois gewoon over. Er is immers nog een andere manier om van het eiland af te komen: de brug van Noirmoutier. Die gewoon een paar meter boven zeeniveau ligt en daarom wat veiliger is als je droge voeten wil houden. Dat ze nu niet over Passage du Gois gaan schijnt trouwens met het getij te maken te hebben. De rit begint wat vroeger omdat er ook nog zoiets als voetballen schijnt te zijn en de Tour is überhaupt pas een week later vanwege datzelfde idiote spelletje waarbij mensen tegenwoordig vooral vaak over het veld rollen. Maar afijn, dat verder geheel terzijde.

C5wGvHnWYAAuGQK.jpg

Goed, Noirmoutier dus. Een eiland dat ondertussen genoeg ervaring heeft met het in gang schieten van de Tour. We doen dat voor het eerst vanuit het grootste dorp van het eiland. De helft van alle mensen op het eiland komen we tegen in Noirmoutier-en-l'Île. Het dorpje was van oudsher een vissersdorpje, wat op zo'n eiland natuurlijk niet bijzonder verrassend is. Tegenwoordig kom je er vooral heel veel toeristen tegen en dat is natuurlijk ook de reden dat de Tour hier begint. In de jaren hierna alleen nog maar meer toeristen, want fraaie beelden zijn er wel te schieten op het eiland. Al stelt het dorp zelf niet bijzonder veel voor. Ze hebben er een kasteel, maar dat lijkt eerlijk gezegd meer op een pakhuis van Dagobert Duck. De kerk krijgt ook niet de schoonheidsprijs, maar ze hebben er wel een strand met een kicken piertje die van de houtrot uit elkaar lijkt te donderen. Verder kom je in de omgeving van het dorp zoutmoerassen tegen, dat is toch werelds? Bovendien kun je op Noirmoutier de duurste aardappelen ter wereld kopen. Eén kilo 'La Bonnotte' kost je toch al snel vijf ruggen. Komt omdat deze aardappeltjes met de hand geplukt worden, ofzo. Allemaal gelul natuurlijk. Dan kijken we als laatste nog even naar wat propaganda uit het roadbook: het eiland heeft blijkbaar 883 kilometer aan fietspaden. Lachen wij in Nederland om, maar voor Franse begrippen niet mis. Blijkbaar zijn er meer dan 1600 bedrijven op dit kleine stukje aarde, lachen man. 84% van de opbrengsten op het eiland komen dan uiteraard wel weer voort uit het toerisme, aangezien de bevolking van 10.000 naar 90.000 groeit in het hoogseizoen. Verder kan je hier blijkbaar zeilen of beginnen aan een triatlon. Waar je zin in hebt. Naast dure aardappels kun je hier zelf wat oesters en mosselen vinden, bijvoorbeeld bij Passage du Gois. Bovendien is het van oudsher vissersgebied, dus in de lokale restaurantjes is het best wel mogelijk om een vers visje naar binnen te duwen. En dan schijnen ze ook nog pannenkoeken te hebben, vernoemd naar Saint-Philibert, een monnik die hier in 674 een klooster uit de grond wist te stampen. Last but nog least: Titi Voeckler woont op Noirmoutier! Iedereens favoriete wielrenner, die na de Tour van vorig jaar stopte. Toch zijn we nog niet van hem af, hij zal tijdens de Tour op de motor zitten namens de Franse televisie.

1280px-P1080135_Chausee_Jacobsen_et_port_de_plaisance_a_Noirmoutier.JPG

We verlaten het eiland dus niet via Passage du Gois, maar via Pont de Noirmoutier. Vervolgens mogen de renners over behoorlijk brede weg een tijdlang langs de kust rijden. Al komt de kust niet zo vaak in beeld, aangezien ze hier langs de kant van de weg best veel begroeiing hebben. Ondertussen komen de coureurs ook wat dorpjes tegen, zoals La Barre-de-Monts, Notre-Dame-de-Monts en Saint-Jean-de-Monts. Terwijl hier nochtans geen bergen te bekennen zijn, het parcours is zo vlak als een Saint-Philibert pannenkoek. Voorbij Saint-Jean-de-Monts, na 30 kilometer koers, komen de renners vijf rotondes op rij tegen, waarna ze bij de vijfde rotonde de doorlopende weg verlaten en eigenlijk terugkeren naar Saint-Jean-de-Monts. Voor we goed en wel in dit stadje zijn rijden we bij de volgende rotonde alweer de bewoonde wereld uit, op weg naar de kust. Al blijkt al vrij snel dat we de kust dan nog steeds niet in beeld zien. Het terrein blijft groen, met veel bomen langs de kant van de weg en als die bomen een keer verdwijnen komen er huizen voor in de plaats. Tijdens het eerste deel van deze rit mag je het broekje gerust omhoog trekken tot aan je navel. Over een grotendeels rechte weg, door een bosachtig gebied, met een grindpad voor de fietsers naast de weg komen we na 47 kilometer uit in Saint-Hilaire-de-Riez. In dit kustdorpje, dat overduidelijk vernoemd is naar Hilaire Van der Schueren komen we vooral veel zand en zout tegen. Net als in Noirmoutier talloze zoutmeertjes en een strand. Op dat strand stond ooit een mini-variant van de Eifeltoren, gaaf man. In Saint-Hilaire nemen de renners de toeristische route en rijden ze dwars door Saint-Gilles-Croix-de-Vie langs de haven. Heeft de toeristische afdeling weer mooi bedacht.

YLyFCBG.jpg

Via een ietwat bochtige route met de nodige rotondes verlaat het peloton na een tijdje dit toeristische trekpleistertje, op weg naar Bahamas Beach. Dat is de naam van een van de talloze campings hier, het is echt niet te doen hoe toeristisch dit gebied is. We bevinden ons nog steeds dicht bij de kust, maar tegelijkertijd blijft de omgeving enorm groen. Over een kaarsrechte weg worden de renners richting Bretignolles-sur-Mer geleid, waar de weg weer wat meer kronkels kent. Al met al is dit deel van de rit echt krankzinnig saai. Pas voorbij Brem-sur-Mer, na 65 kilometer, komen we de eerste open vlakte tegen. Duurt niet lang, al snel rijden we het volgende bos alweer binnen. Over de Route des Amis de la Nature, de weg van de vrienden van de natuur rijden we door een lommerrijk gebied door een gedeelte van Frankrijk dat het toch vooral van de zoutmeertjes moet hebben. Even verderop komen de renners op een bochtige weg terecht, die ze min of meer dwars door de duinen voert. Het gaat dus een paar meter op en af, al hoeven er geen punten voor de bergprijs uitgedeeld te worden. Het ziet er allemaal wel leuk uit, maar bij een rit die grotendeels langs de kust wordt verreden hoop je toch op iets meer open vlaktes. Enfin, een aantal kilometer later komen de renners door het enigszins pittoreske kustplaatsje Les Sables d'Olonne. Buiten dit stadje gaat het 10 kilometer bijna volledig rechtdoor richting Talmont-Saint-Hilaire. Deze kaarsrechte weg wordt af en toe onderbroken door een rotonde, maar verder val je hier pardoes in slaap. Af en toe een kleine open vlakte, maar al snel verschijnt er weer wat natuurlijk schoon of menselijk geweld. In Talmont staat een kasteelruïne en verder helemaal niks.

talmont.jpg

Daarom gaan we snel door en werken we nog wat andere kustplaatsen af, zoals Jard-sur-Mer en Longeville-sur-Mer. Het stuk tussen Talmont-Saint-Hilaire en Jard-sur-Mer zou zowaar nog interessant kunnen zijn, want voor het eerst deze etappe komen we grote stukken open vlakte tegen. Mocht er wind zijn, dan roept iedere ploegleider tegen de renners dat er tussen kilometer 107 en 99 kans is op waaiers. Maar, ik ga de voorpret meteen verpesten: er staat helemaal geen wind. Dit wordt de saaiste sprintrit ooit, lekker man. Gelukkig heb ik wat anders te doen, zoek het uit met je hele handel. Na Jard-sur-Mer blijft het gebied behoorlijk open richting Longeville-sur-Mer, maar zou het wat uitmaken? Voorbij Longeville-sur-Mer duiken we weer de duinen in en neemt het bos de overhand. We gaan ons opmaken voor de eerste en ook meteen enige tussensprint van de dag, in La Tranche-sur-Mer. Na 119 kilometer gaat er gesprint worden in dit plaatsje aan de kust, waar het toerisme ook welig tiert. Voorbij de tussensprint komen we terecht in een gebied dat volledig open is en ook voor een aantal kilometer zo zal blijven. Had dus wel leuk kunnen worden, mits er wind aanwezig was. De brede weg loopt kilometerslang rechtdoor en de weersverwachtingen in ogenschouw nemende is dat gewoon niet zo heel erg boeiend. Ter hoogte van L'Aiguillon-sur-Mer laten we de Merretjes achter ons en trekken we het binnenland van de Vendée in. Wisten jullie trouwens dat de Vendée het gebied is van de Franse ploeg Direct Energie? Nee? Nou, daar kom je tijdens de uitzending waarschijnlijk wel achter, want dat gaat geheid genoemd worden. Tevens is Roglic ooit schansspringer geweest en de vader van Voeckler ging uit varen met z'n bootje naar Zuidlaren. Het binnenland van de Vendée is niet om aan te gluren. Je komt af en toe een spuuglelijk dorpje tegen, zoals Saint-Michel-en-l'Herm of Triaize. Verder moeten we het doen met eindeloze akkers en tussendoor een stal die op het punt van instorten staat. Het is een omgeving om spontaan depressief van te worden. Voorbij Triaize, na 142 kilometer koers, op ongeveer 58 kilometer van de finish, komen de renners op een andere weg terecht, die wat bochtiger is, terwijl de omgeving ook weer wat meer tekenen van leven begint te geven. Zo komen de renners wat nederzettigen tegen, al zou het me niet verbazen als het allemaal spookdorpjes zijn. De bomen leven in ieder geval nog wel, de omgeving is weer wat meer beschut. Het is vervelend dat hier geen reet te beleven is, want dan kom je ook geen goede foto's tegen. Jullie mogen het doen met deze sfeerimpressie.

1920px-Chaill%C3%A9_les_Marais._%C3%89glise_Sainte-Marie-Madeleine_%282%29.jpg

Bovenstaande sfeerimpressie is een blik op een van de weinig boeiende dorpjes die de renners doorkruisen. Chaillé-les-Maires, een dood dorpje met 2000 inwoners op 42 kilometer van de streep. Het parcours blijft saai. Grotendeels rechte wegen met af en toe een bochtje, door het bos. Vlak is het ook nog steeds, hier valt met geen mogelijkheid wat van te maken. Via nog wat onbeduidende dorpjes rijden we naar het enige klimmetje van de dag, want er moeten blijkbaar toch nog wat hoogtemeters overwonnen worden. Buiten Vouillé-les-Maires is het terrein nog even open, maar daarna rijdt het peloton door wat dorpjes als La Taillée en Le Gué-de-Velluire, waar er vanzelfsprekend beschutting is. Buiten het laatstegenoemde dorp loopt de weg liefst 700 meter omhoog, aan 4,2% gemiddeld. Genoeg voor de organisatie om er een colletje van de vierde categorie van te maken, waardoor men na de etappe de bolletjestrui kan uitdelen aan een renner in de marge die ook even zijn moment of fame wil pakken. De top van de Côte de Vix ligt net buiten het industriële dorpje Vix, op 28 kilometer van de streep. Zonder een afdaling rijden de renners dan door Vix, waar men midden op een rotonde een tuinhuisje heeft geplaatst. Moet kunnen. Na Vix fietst het peloton dwars door de Franse akkers over brede en rechte wegen richting het volgende dorp, Maillé. Even buiten Maillé, op 20 kilometer van de streep, is er een bocht naar links, waarna het peloton door open, licht heuvelachtig terrein koers zet richting Maillezais. In dit dorpje, 13 kilometer van de meet, komen we de helft van een abdij tegen.

Abbaye-de-maillezais-Vendee-copyright-Shootvideo-2014---MD.jpg?itok=upeB3zYW

De weg buiten Maillezais loopt af en toe een beetje op en af. Door een afwisselend open en bosachtig terrein kronkelen de renners zich door dorpjes als Saint-Pierre-le-Vieux. Buiten dit dorpje, op minder dan 10 kilometer van de streep, krijgen we nog een keer te maken met behoorlijk open terrein. Als het had gewaaid had hier nog wat kunnen gebeuren, maar dat lijkt er dus niet in te zitten. Verder zijn deze kilometers richting de finishplaats redelijk vanzelfsprekend. Paar flauwe bochtjes, maar grotendeels rechtdoor over een brede en zo goed als vlakke weg. Pas op drie kilometer van de streep wordt het een beetje spannend. Nadat de renners over een viaduct zijn gereden slaan ze al snel scherp linksaf, waarna een paar hectometer later een rotonde volgt. Hier gaan ze rechtdoor, waarna ze een mooie tocht over het industrieterrein van Fontenay mogen maken. Op ongeveer anderhalve kilometer van de streep komen de astmapatiënten een brede rotonde tegen, die ze het beste aan de linkerkant kunnen nemen. Hierna gaat het tweehonderd meter rechtdoor, tot men bij de volgende rotonde een scherpe bocht naar rechts moet maken. Kort na deze bocht komen we de vod tegen en is het tijd voor de laatste kilometer. In licht dalende lijn storten de renners zich de laatste meters van de rit in. Op een meter of 500 van de streep is er een flauwe bocht naar rechts, waarna de weg een aantal meter licht omhoog loopt. Al snel vlakt het weer af, waarna de laatste meters rechtdoor lopen op de brede Boulevard Deguesclin. Alle ingrediënten voor een koninklijke sprint zijn aanwezig.

f184f4ac880343d21419361e7a403aef.png
22775

De eerste rit van de Tour de France van 2018 eindigt in Fontenay-le-Comte. Het is voor het eerst dat de karavaan hier passeert. Nog nooit kwam er een rit aan en men vertrok hier ook nog nooit, maar nu wordt het stadje met 13.000 inwoners dan eindelijk met een bezoekje vereerd. Fontenay-le-Comte ligt uiteraard in de Vendée, de regio van Direct Energie en dus ook Jean-René Bernaudeau. De geboortegrond van Bernaudeau komen we tijdens de volgende rit pas echt tegen, maar zijn zoon is dan wel weer geboren in Fontenay. Giovanni, een jongen die ook wielrenner was maar er echt he-le-maal niets van kon. Maar omdat z'n papa een ploeg had is ie toch maar mooi 11 jaar prof geweest, zonder ooit één aansprekend resultaat te halen. De overtreffende trap van Noe Gianetti en Marco Corti. Vreselijk. Valt er verder nog iets te melden over Fontenay-le-Comte? Nou, weinig eigenlijk. Blijkbaar hebben ze hier maar liefst 16 kilometer aan fietspaden liggen, die deel uit maken van het fietsnetwerk van de Vendée. Maar goed, dan moet je wel rondrijden in een troosteloze omgeving, waar je zin in hebt. Ze schijnen hier ook een militair centrum te hebben waar jaarlijks meer dan duizend mensen worden omgetraind. Transitie van een militaire naar een maatschappelijke carrière maken en dat soort dingen, ook niet onbelangrijk als je wel klaar bent met al die onzin. Verder hebben ze hier nog het een en ander aan industrie, maar daar komen we vanzelf in het slot van de rit wel achter. Cultureel gezien schijnt er hier een link te zijn met de renaissance. Zie je er niet aan af, tenzij ze bedoelen dat de stad sinds die tijd niet meer is opgeknapt. Goed, vooruit, wel een paar aardige gebouwtjes in het centrum, maar weinig ansichtkaartmateriaal. Het is wel een stadje waar bijna iedereen aan sport doet, daarom is het niet slecht dat het grootste evenement van Frankrijk een keer dit gat aandoet. Buiten dat lijkt me dit geen plaats voor de eeuwigheid.

flc-romain.jpg

Niet alleen in Nederland is het mokerwarm, ook in Frankrijk kunnen ze er wat van. In Fontenay-le-Comte wordt het overdag 31 graden, met relatief weinig wind en totaal geen kans op regen. Aan de kust, in Noirmoutier-en-l'Île, is het een paar graden frisser, maar ook daar is de wind zo goed als afwezig. Behoorlijk spijtig, want het parcours biedt toch wel wat mogelijkheden om er een waaierkoers van te maken. Dat feest gaat nu alleen niet door. Pas tegen de avond schijnt het wat harder te gaan waaien, daar zijn we dan mooi klaar mee. Voor de avond begint zijn de renners immers al lang en breed klaar met fietsen. Aangezien er zoiets is als een WK voetbal heeft de organisatie ervoor moeten zorgen dat deze rit vroeg eindigt. Daarom is er geen passage over Passage du Gois, terwijl de renners 11 uur 's ochtends wel over de Pont de Noirmoutier mogen rijden. Voor de lunch is het al tijd voor de koers dus. De Grand Départ wordt vaak uitgezonden en dat is nu niet anders. Om 11 uur is de NOS van de partij, tien minuten eerder beginnen ze bij de Belg zelfs al. Eurosport zendt dit ongetwijfeld ook uit, maar gelukkig zijn we tijdens de Tour niet afhankelijk van Eurosport. De finish wordt verwacht tussen 15:38 en 16:04. Aangezien het niet echt gaat waaien zou het dus wel eens zo kunnen zijn dat we een trage koers krijgen en dus de eerste minuten van Zweden tegen Engeland moeten missen. Wat kan het leven soms toch zwaar zijn.

Zeker nu de wind niet echt op de afspraak is gaat deze eerste rit van de Tour eindigen in een massasprint. Een ideale kans voor de sprinters om naast de ritzege ook de gele trui te veroveren. Het zal daarom een hectische sprint worden, al is de finale niet per definitie heel moeilijk. Alle ploegen zijn nog compleet en de renners zijn nog fris, dus het wordt een snelle finale met flink wat geduw en gekwak, altijd lachen. Massasprintje dus, de eerste. Goede gelegenheid om alle deelnemende sprinters eens op een rijtje te zetten. In Nederland hoopt (bijna) iedereen natuurlijk op een overwinning van Groenewegen. Op basis van het seizoen tot nu toe is hij misschien wel de snelste sprinter van allemaal, de progressie die hij heeft geboekt is indrukwekkend. Enige nadeel: zijn trein is poep. Timo Roosen is een lieve jongen, maar die kan het ook niet in z'n eentje. Paul Martens in je trein, wat een aanfluiting. Een jongen met een betere trein is dan weer Fernando Gaviria, van Quick Step. Met Richeze beschikt hij over de beste lead-out van het peloton en dat gaat hem gegarandeerd een paar ritzeges opleveren, mits hij op z'n fiets blijft zitten. Fernando heeft nogal eens last van de vallende ziekte, dus het kan ook zomaar zijn dat hij de rit in een ambulance zit. Zonder ongelukken is hij wel samen met Groenewegen de grote favoriet. Die twee steken er echt bovenuit. Alle andere grote sprinters hebben eigenlijk helemaal geen goed jaar. Mark Cavendish ligt vaker in het ziekenhuis dan dat hij nog op een podium te vinden is. Ook in de aanloop naar de Tour was hij ranzig slecht, helemaal uitvlakken mag je hem nooit. Marcel Kittel? Dat is een parodie op een wielrenner geworden. Rijdt geen platte prijs. Greipel? Wisselend, soms goed maar ook vaak genoeg totaal afwezig. Kristoff? Als de rit een beetje lastig is geweest wil het nog wel lukken, maar in een reguliere sprint heeft hij moeite om de snelheid van andere jongens te evenaren. Demare? Ja, daar moeten we wel rekening mee houden, al is hij wel al een aantal keer gekleineerd door Groenewegen. Sagan? Hij is altijd goed en hij zal wraak willen nemen na de mislukte Tour van vorig jaar. Toch is hij dit jaar ook wel eens kwetsbaar gebleken, zo won hij bijvoorbeeld voor het eerst in 100 jaar geen rit in de Tour of California. Colbrelli? Heeft een goed jaar, maar in een vlakke sprint is het toch altijd maar behelpen, hij zal het van de wat lastigere aankomsten moeten hebben. Matthews? Won vorig jaar de groene trui, vooral dankzij de afwezigheid van Sagan en Kittel, maar toch. Dit jaar gaat het allemaal wat minder bij hem, zoals het bij Sunweb als geheel wat minder gaat. Het lijkt ook niet echt zijn ambitie te zijn om nu weer voor de groene trui te gaan, dus misschien laat hij de sprints wel over aan Arndt of all places. Of Theuns, kan ook nog. Waarom heeft Sunweb deze lui eigenlijk allemaal bij? Enfin, volgens mij heb ik dan een groot deel van de bekende namen wel gehad. In de categorie daaronder hebben we John Degenkolb, die gestopt is met fietsen zonder het te vertellen. Astana heeft met Magnus Cort Nielsen nog een sterke sprinter in de aanbieding, verder moeten we bij Cofidis Christophe Laporte in de gaten houden, die de sprints mag gaan doen in plaats van Bouhanni. De mannen van Wanty komen met Dupont, Smith en Pasqualon plaatsen 11, 12 en 13 opeisen en bij de mannen van deze streek moeten we Thomas Boudat in de gaten houden. Mitchelton spaart ons gelukkig door de altijd vervelende Caleb Ewan thuis te laten, dus voor die ploeg zal Impey nu de sprints moeten doen. Dat was het wel zo'n beetje, denk ik. Misschien dat we Boasson Hagen nog eens zien als Cavendish weer eens faalt en misschien dat de bijzonder arrogante Jasper Stuyven z'n eigen plan trekt en Degenkolb een middelvinger geeft. Maar dat is allemaal in de marge.
1. Gaviria. Gaat Colombia het zoveelste succes bezorgen. Als Fernando alles zelf moet doen is hij nog wel eens kwetsbaar. Dan volgt hij ineens een motor die de verkeerde afslag neemt, dat soort dingen. Of hij tikt een achterwiel aan, allemaal niet zo handig. Gelukkig voor hem heeft Quick Step een goede ploeg bij. Als hij het wiel van Richeze kan blijven volgen wint hij de rit, omdat hij dan nog maar drie trappen hoeft te doen tot aan de finish, daar kan de concurrentie niets tegen beginnen.
2. Groenewegen. De benen zijn goed, dat laat hij het hele jaar al zien. Alleen is zijn ploeg wat minder goed, daarom verliest hij ook wel eens een sprint. Soms weet hij vanuit geslagen positie toch nog naar voren te sprinten en pakt hij dan alsnog de overwinning, maar dat zal in de Tour een ander verhaal zijn. Alles zal dan perfect moeten zijn en zolang alle sprinters aanwezig zijn samen met alle knechten gaat het treintje van Lotto Jumbo geheid ontsporten. Dus begint Groenewegen op positie 20 aan de sprint en komt hij sterk opzetten maar weet hij net niet te winnen.
3. Demare. Best of the rest.
4. Sagan. Wil hij Gaviria en Groenewegen kloppen dan zal de aankomst waarschijnlijk wat lastiger moeten zijn.
5. Colbrelli. Vooral omdat de tegenstand er niets van bakt kan Colbrelli ook behoorlijk hoge ogen gaan gooien in de vlakke sprints.
SPOILER: Etappe 2: Mouilleron-Saint-Germain - La Roche-sur-Yon, 182,5 km
Etappe 2: Mouilleron-Saint-Germain - La Roche-sur-Yon, 182,5 km

De Tour is begonnen, en meteen met een rit vol spektakel. Tenminste, dat denk ik. Niks gezien, maar de uitslag was toch uitermate verrassend. Niet dat Gaviria won, dat lag in de lijn der verwachting. Zijn trein is geweldig, hij hoeft zelf amper wat te doen. Dat Groenewegen er in de eerste rit niet aan te pas zou komen viel ook wel te verwachten. Dat Kittel dan weer vooraan zou eindigen zou je op basis van zijn seizoen tot nu toe niet verwachten, maar op basis van de afgelopen jaren is het ook weer niet zo bijzonder. Het verrassende zit 'm meer in het tijdverlies van enkele grote namen. Froome schijnt op z'n muil gegaan te zijn en heeft bijna een minuut verloren. Niks mis mee, om heel eerlijk te zijn. Quintana z'n wielen hadden er geen zin meer in en daardoor verloor hij meer dan een minuut. Ook echt helemaal niets mis mee. Die laffe capibara heeft altijd een achterstand nodig voor het ergens op begint te lijken. Richie Porte verloor ook tijd, maar dat is tijdens de Tour zo ongeveer een zekerheidje. Typisch de Tour, het maakt tijdens deze wedstrijd niet uit met hoeveel mensen je fietst. Een kleiner peloton kan andere koersen veiliger maken, maar de Tour wordt nooit veilig. De stress is zo hoog dat er vanzelf valpartijen onstaan, zeker tijdens zo'n eerste vlakke rit. Gelukkig krijgen we daarom nu een rit met wat minder stress. Of nouja, misschien ook wel niet. Nog een vlakke rit, speciaal voor de sprinters. We worden verwend dit weekend. Ongekende luxe.

stage-2-route.jpg?03
e1112

De tweede rit start in de piepkleine gemeente Mouilleron-Saint-Germain, waar amper 2000 mensen wonen. Mouilleron-Saint-Germain bestaat uit de kernen Mouilleron-en-Pareds en Saint-Germain-l'Aiguiller, vandaar Mouilleron-Saint-Germain. Sinds 2016 zijn deze dorpjes gezellig samen verenigd en twee jaar later mogen ze de Tour de France verwelkomen. Hoe komt de Tour in hemelsnaam op het idee om een gemeente met minder dan 2000 bewoners te bezoeken? Nou, daar is wel een reden voor te bedenken. In Mouilleron-en-Pareds zijn namelijk twee grote namen uit de Franse geschiedenis geboren. Laten we beginnen met Jean de Latte de Tassigny, ook wel Le Roi Jean genoemd. Deze Franse generaal voerde tijdens de Tweede Wereldoorlog het bevel over het Franse eerste leger. Hij was betrokken bij meerdere slagen, zowel binnen als buiten Frankrijk en leverde over het algemeen goed werk af, gezien het feit dat zijn lijst met onderscheidingen bijna drie kilometer lang is. Postuum ook nog eens tot maarschalk benoemd, niks mis mee. Hij ligt begraven op de begraafplaats in Mouilleron, dat lijkt me nuttige informatie voor de liefhebbers. De andere historische figuur uit Mouilleron-en-Pareds is niemand minder dan Georges Clemenceau. Aanvankelijk een arts een journalist, maar grote bekendheid vergaarde hij pas echt als de premier die Frankrijk leidde aan het eind van de Eerste Wereldoorlog. Hij voerde ook de onderhandelingen die hebben geleid tot het Verdrag van Versailles. Een radicale politicus, voor zijn tijd dan. Hij streed onder meer voor de scheiding van kerk en staat, een verstandige man dus. Ook een tegenstander van het kolonialisme, heel wijs. Schijnt daarnaast ook wel wat dingen te hebben gedaan die minder geslaagd waren, maar een kniesoor die daar op let. Als je uiteindelijk als bijnaam de 'vader van de overwinning' krijgt sta je er toch goed op. Genoeg reden in ieder geval om Mouilleron-Saint-Germain te bezoeken, vanuit een historisch oogpunt. Vanuit een actueel oogpunt is daar weinig reden toe. Er is hier weinig te beleven. Wel staan er in deze gemeente 14 molens, dat zou Tom Dumoulin toch moeten aanspreken. Vroeger waren het er 18 en deze molens hadden blijkbaar in de oorlog een functie, daarom werden ze allemaal platgegooid. 14 zijn er herbouwd en staan er tot op de dag van vandaag.

DSCN6417.jpg

We bevinden ons uiteraard nog steeds in de Vendée, op een kilometer of 30 van de finishplaats van de eerste rit, Fontenay-le-Comte. De finishplaats van deze rit ligt hemelsbreed maar 50 kilometer verderop en toch maken we er een rit van 180 kilometer van. We fietsen dus een klein stukje om. Te beginnen met een kilometer of vijf in oostelijke richting, waarna men in La Châtaigneraie linksaf slaat om vervolgens vijf kilometer volledig rechtdoor te fietsen, over een weg die richting Saint-Pierre-du-Chemin zelfs nog een kilometer lichtelijk omhoog loopt. Een soort van klim, min of meer. In dit dorpje slaan we nog eens linksaf, om vervolgens richting het westen te fietsen. De weg die we nu volgen is wat bochtiger en kent kleine hoogteverschillen. Zelfs nog een soort van klein afdaling met een stuk of twee listige bochtjes, maar verder weinig zaken die een uitroepteken verdienen. Na 20 kilometer rijden we door Réaumur, waarna de weg weer wat breder wordt en wat rechter. Immer geradeaus richting Pouzauges, waar we het enige echte klimmetje van de dag tegenkomen. De Côte de Pouzauges, een bultje van de vierde categorie. Eén kilometer lang, aan 3,9% gemiddeld. Heftige shit in de Vendée, je merkt het wel. Na 28 kilometer komen de renners boven op de top van dit klimmetje, in het onbeduidende dorpje dat verder nog wel een over een kasteelruïne beschikt. Buiten Pouzauges blijft de omgeving heuvelachtig en dus komen we nog wat korte klimmetjes tegen. Veel verschil zal het niet maken, dus kan iedereen met een gerust hart verderfietsen richting Les Herbiers, waar we na 44 kilometer passeren. Over Les Herbiers valt wel het een en ander te zeggen. Zo wist de lokale voetbalclub, normaal actief op het derde niveau van het Franse voetbal tot ieders verbazing de finale van de Franse beker te halen. Ze mochten het op gaan nemen tegen Paris Saint-Germain, dat liep alleen wat minder goed af. Een paar dagen later degradeerden ze dan ook nog eens naar het vierde niveau. Het kan vreemd lopen. De bal is rond.

7707414_6157a53e-539e-11e8-96ce-b25944f5e4ee-1_1000x625.jpg

Les Herbiers kennen we verder van het wielrennen. Zo wordt hier jaarlijks de Chrono des Nations verreden, een tijdrit van om en nabij 50 kilometer in en rond Les Herbiers. Altijd in de maand oktober, na het WK, voor de renners die nog zin hebben om zichzelf een keer pijn te doen. Oud-winnaars zijn onder meer Vasil Kiryienka, Tony Martin en onze eigen Staf Clement. Les Herbiers is ook geen onbekende naam in de Tour, we kwamen hier bijvoorbeeld in 2011 nog eens langs. Ook toen startte de Tour in de Vendée en de eerste rit eindigde net buiten Les Herbies, op een heuveltje in de omgeving. Mont des Alouettes, met op de top een molentje. De rit werd gewonnen door Philippe Gilbert, want het was 2011. Mont des Alouettes laten we tijdens deze rit links liggen, of liever gezegd rechts want we gaan naar links en ergens aan de rechterkant ligt dat heuveltje. Enfin, buiten Les Herbiers gaat het een kilometer of 10 zo goed als rechtdoor, richting La Gaubretière. In dit dorpje komen de renners nog een heuveltje tegen, wat voorlopig de laatste is. Buiten La Gaubretière is het even bochtig, maar daarna gaat het weer heel wat kilometers rechtdoor richting het volgende dorp, Tiffauges. Dit stuk van tien kilometer is behoorlijk open, wat interessant is om te weten mocht het waaien. In Tiffauges bereiken we het noordelijkste punt van de rit en slaan we linksaf, richting het zuidwesten. Tiffauges is een dorpje met een ietwat vervallen kasteel, op de grens van de Vendée en Maine-et-Loire. Aangezien we de Vendée nog niet willen verlaten moeten we dus wel terug. De weg die de renners nu mogen volgen tot aan Montaigu is kaarsrecht. Af en toe een rotonde en heel sporadisch een flauwe bocht, maar het gaat toch vooral heel erg rechtdoor. Dit door een weinig inspirerende omgeving, met af en toe wat akkerland, een paar bomen en wat kleine dorpjes onderweg. Ook in Montaigu komen we nog een vervallen kasteeltje tegen. Dit alles na 81 kilometer koers.

1280px-Ch%C3%A2teau_de_Montaigu..JPG

Aangezien we meer dan 80 kilometer hebben afgewerkt is het nog maar 100 kilometer tot de finish. Voorbij Montaigu zoeken we qua wegen wat meer het alternatieve circuit op. Net iets smaller en net iets bochtiger dan het eerdere werk, maar wel vlak. Veel beschutting, dus eigenlijk totaal niet boeiend. Via dorpjes als Mormaison en Saint-André-Treize-Voies komen we na 100 kilometer koers door Les Lucs-sur-Boulogne, waar ook niets te beleven is. Voorbij Les Lucs rijden de renners verder over wegen die in het dagelijks leven meer tractoren zien dan personenauto's, zo'n omgeving is het. Het platteland van de Vendée krijgt van mij helaas geen voldoende. De dorpjes die we passeren krijgen ook geen hoog cijfer, er is hier nooit iemand op het idee gekomen om er wat van te maken. Daarom kan ik met een gerust hart zeggen dat er niets gaat gebeuren terwijl de renners over deze plattelandswegen rijden. Na 124 kilometer komen ze door Aizenay, ook weer een dorpje van niks. We bevinden ons nu wel in de buurt van de tussensprint van de dag, zowaar nog wat spanning en sensatie. Buiten Aizenay gaat het bijna acht kilometer volledig rechtdoor, tot men in de omgeving van Beaulieu-sous-la-Roche op de tussensprint stuit. In dit dorpje van 1600 inwoners hadden ze blijkbaar nog wat geld over. Wat opvallend is, want heel veel valt er niet te beleven. Je hebt er wel een soort van mini-miniatuurdorpje. En dat alles op 50 kilometer van de finish.

la-feerie-des-santons-beaulieu-sous-la-roche-85-pcu-1.jpg

Na de tussensprint zijn er wat bochtjes in het dorp zelf, maar vervolgens gaat het weer wat kilometers rechtdoor richting het volgende dorp, Saint-Georges-de-Pointindoux. Rechte en brede wegen, met veel bomen langs de kant van de weg. Dat blijft ook na Saint-Georges zo, als we koers zetten richting weer een ander dorp. Op 40 kilometer van de streep komt de koers door Sainte-Flaive-des-Loups en dit zijn allemaal van die uitgestorven dorpjes met een paar 100 inwoners waar je niets over kan zeggen. Komt ook niet echt verandering in, want het gaat nu weer zeven kilometer recht door een bos richting het volgende dorpje, Nieul-le-Dolent. In dit dorp mag er een paar keer gestuurd worden, maar al snel worden de wegen weer recht en de omgeving blijft hetzelfde. Richting Aubigny, op 28 kilometer van de streep, loopt het wel even vals plat omhoog, maar het is nou niet echt zo dat het een naam mag hebben. Via Aubigny komen we langs Nesmy en vervolgens passeren we ook nog eens Chaillé-sous-les-Ormeaux. Het parcours blijft doodsimpel en het gaat ook niet veel moeilijker meer worden. Op 14 kilometer van de streep komen de coureurs uit in Saint-Florent-des-Bois en hier slaan ze linksaf, waarna ze terechtkomen op een weg die nog rechter en breder is. Feest. In Saint-Florent staat overigens een kerk. Dat is zo ongeveer de meest boeiende informatie die ik je over dit dorp kan geven.

800px-%C3%89glise_Saint-Florent-des-Bois_%28Vend%C3%A9e%29.jpg

Je krijgt het bijna niet verzonnen, maar buiten Saint-Florent volgt men negen kilometer lang dezelfde weg. Pas op vijf kilometer van de streep krijgen we met een echte bocht en een andere weg te maken. Het stuk tussen Saint-Florent en finishplaats La Roche-sur-Yon is kaarsrecht en wordt alleen onderbroken door drie rotondes en één flauwe bocht. Er staan continu bomen langs de kant van de weg, dus met de wind hoeven we ook weinig rekening te houden. Gewoon in een sneltreinvaart richting de finishplaats, geen gedonder. Op iets meer dan vijf kilometer van de streep volgt er nog een vierde rotonde en kort daarna slaan de renners bij de volgende rotonde, inmiddels al in het centrum van La Roche-sur-Yon rechtsaf. De renners rijden een paar meter over de boulevard van de Verenigde Staten en slaan daarna redelijk scherp linksaf, richting de boulevard van Italië. Het gaat nu een kilometer rechtdoor, tot op 3,5 kilometer van de finish. Er volgt opnieuw een redelijk scherpe bocht naar links, waarna er op iets meer dan drie kilometer van de streep een scherpe bocht naar rechts volgt. De renners rijden nu dwars door een woonwijk, waar de weg heel kort even omhoog gaat. Deze weg gaat zo goed als rechtdoor tot twee kilometer van de meet. Ondertussen rijden we over een brug en de weg die onder deze brug ligt is de weg waar we gaan finishen. Je kunt je dus wel voorstellen dat er nog een leuke finale aan zit te komen. Op twee kilometer van de streep ligt er een scherpe bocht naar rechts in het parcours, waarna de renners een lichte duik naar beneden nemen, terwijl ze ondertussen nog een rotonde tegenkomen. De weg die we nu volgen is niet echt recht. Het is eigenlijk één lange terugdraaiende bocht naar rechts, maar dan wel heel langzaam terugdraaiend. Praktisch recht dus, maar niet helemaal. Op één kilometer van de streep komen we uit bij een rotonde, waar het naar rechts gaat. Vervolgens gaat het in de laatste kilometer rechtdoor tot de finish, terwijl we op een meter of 600 van de streep onder de eerder gememoreerde brug fietsen. De finish is niet makkelijk, aangezien de weg na de brug licht omhoog begint te lopen. In de laatste halve kilometer moeten er nog 10 hoogtemeters overwonnen worden, het gaat dus een sprintje op de macht worden. Dat zijn althans de cijfers van het officiële profiel. Als ik er zelf officieus een beetje naar kijk heeft het er alle schijn van dat er in de laatste 500 meter bijna 20 hoogtemeters overwonnen moeten worden en dan kom je aan bijna 4% gemiddeld. Zo ziet het er eigenlijk ook wel uit, eigenlijk lijkt het zelfs nog zwaarder dan dat. In ieder geval aardig pittig voor een sprintje. Best venijnig.

Jt1BtLT.png
2de51

De finishplaats van deze rit luistert naar de naam La Roche-sur-Yon. Het is niet voor het eerst dat de Tour hier passeert, La Roche maakt voor de zesde keer deel uit van dit hele gebeuren. De laatste aankomst is evenwel een tijd geleden, we moeten dan terug naar de tijd van de Belg Eloi Meulenberg. Hij won hier in 1938. 80 jaar geleden dus, niet mis. La Roche-sur-Yon is de thuisbasis van Vendée U, de opleidingsploeg van Direct Energie. De opleidingsploeg van deze regio, eigenlijk. Talloze renners, zoals Thomas Voeckler, Sylvain Chavanel, Bryan Coquard en Nicolas Jalabert genoten hier hun opleiding. Het is nog steeds een van de belangrijkste ploegen van Frankrijk. Ik zou nog meer kunnen vertellen over La Roche-sur-Yon, maar daar heb ik eigenlijk helemaal geen zin in. Dus, tot zover.

LaRoche-sur-Yon3-Place-Napoleon-copyright-fvhpa.jpg?itok=7vspKbCG

Deze etappe begint om 13:10. Er zit nu geen voetbal in de weg, dus hoeven de renners niet zo vroeg uit hun nest. De aankomst zal nu dus ook minder vroeg zijn, tussen 17:23 en 17:47. De NOS is er rond twee uur bij en Sporza blijkbaar een aantal minuten later. Boeit allemaal niet, want dit wordt een mensonterende rit. De weersomstandigheden zullen ook mensonterend zijn, meer dan 30 graden in La Roche. Redelijk wat wind en geen kans op neerslag. Nouja, maakt ook niet veel uit, sowieso geen rit voor waaiers of ander gedoe.

Dit wordt weer een sprint.
1. Gaviria. Ook als de weg een beetje stijgt kan Gaviria de rest met gemak verslaan. Het is een Colombiaan, die kunnen allemaal klimmen. Min of meer, in ieder geval. Met de ploeg die hij tot z'n beschikking heeft is het bijna onmogelijk om een sprint te verliezen, zelfs als het wat lastiger is. Tweede overwinning dus, en een dag langer in de gele trui.
2. Sagan. Net als tijdens de eerste rit. Deze sprint zal hem normaal gesproken wat beter liggen, maar dan beschikt hij alsnog niet over de ploeg die Gaviria heeft. Het is allemaal net een tikje minder, dus zal hij weer genoegen moeten nemen met een tweede plaats.
3. Laporte. De vervanger van Bouhanni werd zowaar vijfde tijdens de eerste rit. Deze aankomst ligt hem beter, dus moet hij hoger kunnen eindigen. Logica, ofzo.
4. Matthews. Sprint blijkbaar toch mee. In een vlakke sprint in de top 10, dan moet hij hier in de top 5 kunnen eindigen.
5. Colbrelli. 20e pas, blijkbaar. Matig, slecht. Ruim onvoldoende. Maar dit zou hem beter moeten liggen. Ik geef de hoop vooralsnog niet op. Al heb ik helemaal geen hoop, maar dat maakt niet uit.
noodgangdinsdag 31 juli 2018 @ 07:48
SPOILER: Etappe 3: Cholet - Cholet, 35,5 km (TTT)
Etappe 3: Cholet - Cholet, 35,5 km (TTT)

Of een peloton nu uit 200 of 170 man bestaat, dat maakt tijdens de Tour helemaal niets uit. De koers blijft de meest stresvolle van allemaal en daarom zullen er tot in het eind der tijden veel valpartijen zijn tijdens de eerste nerveuze etappes. Al fiets je met 20 man rond, dan nog zouden ze het voor elkaar kunnen krijgen. Dat was tijdens de tweede rit van de Tour niet anders. Terwijl het parcours nog niet eens zo lastig was en er eigenlijk geen goede reden te bedenken viel om stress te krijgen zagen we toch de nodige valpartijen. Een aantal kleine valpartijen, waarvan Luis Leon Sanchez het grootste slachtoffer werd. Hij werd de tweede uitvaller van deze Tour, nadat eerder Tsgabu Grmay de pijp aan Maarten gaf. De grootste valpartij van allemaal kwam in de finale, in de voorlaatste bocht van de rit. Een bocht die sowieso vrij scherp was en in de slotfase van zo'n rit kan je er dan wel vanuit gaan dat er op z'n minst bijna wordt gevallen. Het werd helemaal en daardoor werd de verwachte massasprint toch wat minder massaal. Het had een simpele sprintrit moeten zijn, maar ineens waren er nog maar een stuk of 15 renners over, aangezien de valpartij vrij ver van voren gebeurde. Gele trui Gaviria was meteen uitgeschakeld, net als de ernstig teleurstellende Groenewegen. Alsnog waren er genoeg toppers over vooraan, waaronder Sagan. Demare was er ook, maar die ging wat vroeg, waardoor hij min of meer de sprint aantrok voor Sagan. Die profiteerde, al kwam Colbrelli nog aardig in de buurt. Na de uitsluiting van vorig jaar toch een soort van revanche, zeker omdat hij en passent ook nog de gele trui pakte. Die trui gaat hij tijdens de volgende rit waarschijnlijk weer verspelen, want de ploegentijdrit komt eraan. Niet per definitie de favoriete discipline van de mannen van Bora-Hansgrohe. Voor veel renners, waaronder Froome en Porte, een uitgelezen gelegenheid om de tijd die tijdens de eerste rit verloren werd weer goed te maken.

3wrqNDR.png
8d514

De ploegentijdrit start en eindigt in Cholet. Het is de vierde keer dat we deze stad met 50.000 inwoners in de Maine-et-Loire aandoen. Maine-et-Loire, inderdaad. We hebben de Vendée verlaten, al zijn we niet ver van deze streek. Cholet ligt op een kilometer of 70 van de vorige finishplaats, La Roche-sur-Yon en op een kilometer of 20 van Tiffauges, een dorpje dat men tijdens de vorige rit ook passeerde. Iedere keer dat de Tour in Cholet is doen we wat anders. Het begon allemaal met een ploegentijdrit in 1936. In 1998 keerde men terug, met een rit in lijn. Die rit eindigde in een massasprint en de renner die won was niemand minder dan onze eigen Jeroen Blijlevens, jawel. Tien jaar later keerde men terug naar Cholet. Een individuele tijdrit van een kleine 30 kilometer stond toen op het programma. De Tour van 2008 was de Tour van Gerolstein en Saunier Duval. Iedere dag kwamen we wel weer een andere lachwekkende renner tegen die gigantisch op de brommer was. In Cholet was die eer weggelegd voor Stefan Schumacher, die met wat hulp van zijn moeder in staat was om de hele apotheek in z'n mik te gooien. Stefan wist alleen niet dat CERA nogal makkelijk op te sporen was, dus werd hij betrapt en verloor hij deze overwinning. Dat was een zegen voor de sport, want de ritzege staat nu op naam van een brandschone renner. Of nouja, dat valt eigenlijk best tegen. Kim Kirchen, ook niet bepaald een jongen met een geweldige reputatie. Al was de nummer drie ook weer niet echt een lekkere winnaar geweest, want David Millar is ook vermoeiend. Enfin, u hoort het wel. We beleefden prachtige tijden in 2008. Nu, weer tien jaar later, zijn we wederom in Cholet. Een totaal ander tijdperk, een andere generatie, het nieuwe wielrennen. Of nouja, ook niet echt, maar goed. We krijgen in ieder geval voor de tweede keer een ploegentijdrit voorgeschoteld in Cholet. Aangezien de disciplines op zijn beginnen we weer van voor af aan. Hierna zal Cholet dan weer een jaar of 60 moeten wachten op de volgende aankomst.

german-stefan-schumacher-competes-around-cholet-on-july-8-2008-in-the-picture-id949917764

De ploegen starten aan de rand van het centrum van Cholet, op de brede Boulevard Delhumeau Plessis. Ze hebben hier twee keer twee rijstroken neergelegd, met in het midden een stevige berm. De finish ligt in de buurt van deze boulevard en dat heeft tot gevolg dat men aan het eind van de ploegentijdrit nog een stukje van de andere kant van de weg meepakt. Als het een beetje meezit zullen er ploegen zijn die naar elkaar kunnen zwaaien, wat een gezelligheid. Enfin, in de eerste meters rijden de renners langs de lokale kasteelruïne en het museum van kunst en historie. Er is een flauwe bocht naar links, waarna het 500 meter rechtdoor gaat tot de eerste uitdaging van de dag: een rotonde. Na deze rotonde rijden de renners twee kilometer zo goed als rechtdoor, met nog wel een rotonde tussendoor. Deze weg loopt venijnig omhoog, in 800 meter tijd stijgt het 40 meter, procentje of vijf dus. Na dit eerste klimmetje van de dag gaat het een paar keer licht op en af, voordat de renners op de volgende rotonde van de dag stuiten. Deze wordt aan de rechterkant genomen, waarna men op de autoweg terechtkomt die ons buiten Cholet brengt. Deze weg loopt anderhalve kilometer rechtdoor en kruipt lichtjes omhoog. Al snel verlaten we de autoweg weer, via een afslag die een beetje bochtig en smallig is. Vervolgens komen de ploegen bijna direct een rotonde tegen, die aan de rechterkant genomen moet worden. Listige rotonde wel, daar moet een flinke bocht gemaakt worden. We zijn nu in Saint-Léger-sous-Cholet, een koddig dorpje waar de weg vlak is. Al snel ligt de volgende rotonde in het verschiet, die ditmaal aan de linkerkant genomen moet worden, omdat de renners hier ook linksaf gaan. Minder scherpe bocht, beter te doen. De volgende rotonde laat niet lang op zich wachten, ditmaal een wat bredere variant. Het gaat nu een meter of 500 rechtdoor in licht dalende lijn, waarna er een niet zo scherpe bocht naar links volgt. De renners komen nu terecht op een wat smallere weg die niet te zien is via streetview. Deze weg lijkt lichtelijk bochtig en loopt eventjes naar beneden, waarna er al snel weer een knikje naar boven volgt. Na anderhalve kilometer over deze weg gereden te hebben komen de renners weer op een wat bredere weg terecht, maar niet voordat ze bij een rotonde die gevuld is met een bakstenen kunstwerk nog een bochtje naar links moeten maken. 500 meter later volgt er een scherpe bocht naar rechts, waarna het vier kilometer rechtdoor gaat richting het eerste tussenpunt van de dag.

yjyuWrz.jpg

Dit punt komt in het dorpje Saint-André-de-la-Marche, na 13,5 kilometer koers. In dit rechte stuk van vier kilometer gaat het een aantal keer op en af. Vier korte knikjes naar boven, steeds gevolgd door een kort stuk in dalende lijn. Het lastigste van deze knikjes komt in Saint-André zelf, daar gaat het iets minder dan een kilometer omhoog aan een procentje of drie. Niet heel schokkend, maar toch. Na het meetpunt volgt er een lastige bocht naar links, waarna er snel achter elkaar drie rotondes volgen. Bij de eerste gaat het schuin naar links, daarna twee keer rechtdoor. Na die laatste rotonde gaat het bijna vier kilometer zo goed als rechtdoor. Eerst twee kilometer in licht dalende lijn, de snelheid zal hier enorm zijn. Vervolgens volgt er een klimmetje van anderhalve kilometer, waarin men ongeveer 60 hoogtemeters moet overwinnen. Nog redelijk pittig dus. Op de top van dit klimmetje komen de renners weer eens een rotonde tegen, waar ze rechtdoor gaan. Kort daarna volgt de volgende rotonde, waar een scherpe bocht naar links genomen moet worden. We rijden nu La Romagne tegen, een klein dorpje. Op een flauwe bocht na gaat het in dit dorpje vooral rechtdoor, terwijl het zo goed als vlak is. Aan de rand van het dorp ligt er weer eens een rotonde, die nog best lastig te nemen is. Na deze rotonde gaat het evenwel vijf kilometer bijna volledig rechtdoor. Een min of meer vlakke kilometer wordt opgevolgd door een razende afdaling van anderhalve kilometer. Na deze afdaling gaat het meteen weer een kilometer omhoog aan een procentje of drie, waarna de volgende korte duik naar beneden volgt, met daarna nog een knikje naar boven van 500 meter. Het blijft continu op en af gaan richting het tweede meetpunt van de dag. Dit punt volgt na 26,5 kilometer in La Séguinière, waar ze een rotonde hebben met een molen. Gaaf.

49-la-seguiniere-aire-etape-camping-car-park-tourisme.jpg

Voor we dat meetpunt bereiken moet er overigens nog wel het een en ander gebeuren. Er is dus die rotonde met de molen, waar de renners rechtdoor rijden. Vervolgens rijden ze nog wat langer rechtdoor, ook bij de volgende rotonde. Vrij snel daarna volgt er dan een scherpe, bijna terugdraaiende bocht naar links. Niet echt een plezante bocht op zo'n tijdritfiets als je bij elkaar in het wiel hangt. Bijna direct na die bocht is er weer een scherpe bocht, deze keer naar rechts. De weg begint hier ineens serieus omhoog te lopen, we gaan beginnen aan de Côte de Séguinière. Een smal straatje in een aftandse woonwijk wordt al snel opgevolgd door een wat bredere weg in een minstens zo aftandse woonwijk, terwijl de weg alleen maar steiler omhoog lijkt te lopen. In totaal loopt het een kilometer omhoog aan 5% gemiddeld, met een paar stroken die aanzienlijk zwaarder lijken. Geen pretje, zo richting het eind van een ploegentijdrit. Eenmaal boven loopt het nog een beetje vals plat door, vrij smerig allemaal. Bij het verlaten van La Séguinière komen we dan weer terecht in rotondeland. Drie kort achter elkaar, twee keer rechtdoor en bij de derde rechts. Na die derde rotonde gaat het een meter of 500 behoorlijk steil naar beneden, maar vervolgens krijgen de renners twee kilometer aan rechte, glooiende wegen voorgeschoteld. Beetje op en af, zoals tijdens de rest van de rit. Nadat ze langs een kicken meertje zijn gereden bereiken ze de buitenkant van Cholet alweer. Een bocht naar rechts volgt, bij opnieuw een rotonde. Het gaat nu een kilometer rechtdoor over een licht dalende weg tot er, jawel, opnieuw een rotonde volgt. Hier mogen de renners rechtdoor, waarna er nog even kort gedaald wordt. Hierna gaat het vrij snel weer omhoog. We stuiten op twee rotondes, maar daar kunnen de renners eigenlijk makkelijk langsaf rijden. Na anderhalve kilometer over deze weg gereden te hebben volgt er een scherpe bocht naar rechts, waarna de renners anderhalve kilometer in licht dalende lijn afwerken. Ergens halverwege een flauwe bocht naar rechts, maar verder rechtdoor. We steken de rivier over, komen de rotonde tegen die in het begin van de rit ook werd aangedaan en slaan hier rechtsaf. We rijden nu even parallel aan de weg die in de eerste meters van de rit werd aangedaan, tot op ongeveer 800 meter van de streep. Hier ligt er nog een gezellige bocht naar rechts, waarna het nog even naar links gaat. In de laatste meters van de rit gaat het rechtdoor, in licht stijgende lijn.

72674b0f-287a-4bb0-afc2-fe62f6ee3262-CHOLET-6.jpg?thumb=project-slider

En dan eindigen we dus waar we ook begonnen, in Cholet. Een stad die al vaker de Tour heeft mogen verwelkomen, maar dat is niet de enige affiniteit die ze hier met wielrennen hebben. Zoals zo'n beetje iedere Franse stad van enig statuur hebben ze hun eigen koers, GP Cholet-Pays de Loire. Een wedstrijd die meestal in een sprint eindigt, daarom is Jaan Kirsipuu, de man die op een viaduct al moest lossen, de recordwinnaar. Dit jaar wist Thomas Boudat de wedstrijd te winnen, hij is nu namens Direct Energie actief in de Tour. Cholet is verder vooral een industriestad. Het grootste industriële centrum van deze regio, naar het schijnt. Je komt hier onder meer een fabriek van Michelin tegen. Lekker man, michelinmannetje. Niks mis mee. Verder schijnen ze hier wel daadwerkelijk te werken voor hun geld, maar 7% van de bevolking is werkloos en dat is zo ongeveer een record in Frankrijk. Verder hebben ze hier een vliegveld en ook een soort van school waar je kan leren vliegen. Daar heeft in een ver verleden niemand minder dan Roland Garros gebruik van gemaakt. Hij haalde hier zijn brevet. Daarna ging hij tijdens de Eerste Wereldoorlog met zijn vliegtuig een beetje stoer doen en daarom ligt hij nu ergens in de Ardennen begraven. Gelukkig voor hem vonden ze het in Parijs een goed idee om een tennisbaan naar hem te vernoemen en later zelfs een heel toernooi. Cholet schijnt, naast het feit dat iedereen werkt, ook een bijzonder sportieve stad te zijn. De stad is al drie keer verkozen tot meest sportieve stad van Frankrijk. Vooral basketbal is een populaire sport, naast voetbal, ijshockey en tafeltennis. De Witte Chinees vindt dat laatste leuk. Fietsen doen ze hier ook graag, we kunnen dus wel spreken van een verstandige stad. Een stad met een aantal kerken ook. Notre-Dame, Sacre Coeur, het is verdomme net of je in Parijs bent.

Cholet_-_%C3%89glise_Notre-Dame.jpg

In Cholet wordt het warm. 28 graden in de middag. Iets minder warm dan de afgelopen dagen, maar alsnog niet erg comfortabel. Er zal een stevig briesje staan, in het eerste gedeelte van de tijdrit waarschijnlijk eerst tegen en dan schuin in de rug, op de terugweg een tijdje vol in de rug en daarna lang schuin tegen. Het is een rondje zo ongeveer, dus dan kom je vanzelf alles wel tegen. Regen krijgen we in ieder geval niet. De ploegentijdrit begint pas relatief laat. De eerste ploeg start om 15:10 en dat is Mitchelton-Scott, normaal een ploeg die meteen een goede richttijd zou moeten kunnen zetten. Al komt daarna direct Sky, die mogen met z'n alleen lekker lang op de hete stoel gaan zitten. Vijf minuten tussen de ploegen. De laatste ploeg, Bora-Hansgrohe, zal om 16:55 vertrekken. De organisatie denkt dat de mannen van Sagan dan tegen 17:34 zullen finishen, ze zouden dan een kleine 40 minuten nodig hebben voor deze 35 kilometer. Kan. De NOS en Sporza zijn er uiteraard meteen om 15:10 bij.

15.10 Mitchelton-Scott
15.15 Sky
15.20 Movistar
15.25 Groupama-FDJ
15.30 BMC
15.35 EF Education First-Drapac
15.40 UAE Emirates
15.45 AG2R
15.50 Fortuneo-Samsic
15.55 Direct Energie
16.00 Lotto Soudal
16.05 Lotto Djumbo
16.10 Cofidis
16.15 Sunweb
16.20 Dimension Data
16.25 Katusha
16.30 Bahrain
16.35 Trek-Segafredo
16.40 Astana
16.45 Wanty
16.50 Quick Step
16.55 Bora

Ploegentijdritten zijn niet echt mijn ding. Ik vind het eigenlijk maar een vrij waardeloze discipline. Het enige leuke is dat het in de Tour nog wel eens mis wil gaan. Valpartijen waarbij de halve ploeg onderuit gaat en dat soort werk. Wij denken terug aan Pietje Rooijakkers die samen met zijn makkers van Skil-Shimano het skoekeloen opzocht. De laatste ploegentijdrit in de Tour dateert alweer van 2015. Toen kwam die TTT pas op de negende dag, echt een kutidee was dat. De overwinning ging naar BMC, met een marginaal voordeel ten opzichte van Sky. En dan heb ik meteen de ploegen genoemd die ook tijdens deze rit de grootste kans maken om te winnen. Verder vind ik het bijna niet te doen om me aan een voorspelling te wagen. Sky en BMC, dat staat wel vast. Daaronder kan er veel gebeuren. Het is acht tegen acht (behalve bij Trek en Astana) en de wielen zijn rond (maar bij Sky net iets ronder). Het is in ieder geval een lastige ploegentijdrit, met behoorlijk veel rotondes en ook aardig wat korte klimmetjes. Zeker niet evident en de verschillen kunnen daardoor behoorlijk gaan oplopen. Een uitgelezen kans voor een paar renners om vast wat tijd terug te winnen.
1. Sky. Het altijd vervelende Sky was oppermachtig tijdens de ploegentijdrit in de afgelopen Dauphiné. Met 40 seconden voorsprong op BMC en nog veel meer op de rest was het weer eens een lachwekkende affaire. Die ploeg van Sky is grotendeels vergelijkbaar met de ploeg van nu. Thomas, Castroviejo, Kwiatkowski, Moscon en Rowe zijn er allemaal bij. Dat vul je aan met Froome, Poels en Bernal en dan weet je wel hoe laat het is. Die 51 seconden die Froome verloor pakt hij meteen weer terug. En dan is alles weer te herdoen. Spijtig.
2. BMC. In het verleden vaak genoeg gewonnen, maar in de Dauphiné eindigden ze dus op gepaste afstand van Sky. Wel met een ploeg die niet echt lijkt op de ploeg die ze naar de Tour hebben gestuurd. Deze ploeg zou sterker moeten zijn, met meer grote motoren. Met jongens als Küng, Schar, Van Avermaet, Van Garderen en Bevin zou je toch best ver moeten kunnen komen. Dat lieten ze dan ook wel zien in de Ronde van Zwitserland, want daar wonnen zij dan weer de ploegentijdrit, met veel van die genoemde namen. Ook Porte gaat een groot deel van zijn verloren tijd weer inhalen.
3. Quick Step. Normaal ook een ploeg die gespecialiseerd is in dit werk. Ze hebben alleen wel al heel wat van hun kruid verschoten in de afgelopen dagen. Twee dagen hard moeten werken voor Gaviria, met wisselend succes. Kan dus zijn dat de beentjes al wat vermoeider zijn, al moeten ze dan alsnog hoog eindigen met deze ploeg. Lampaert, Terpstra, Jungels, met dat soort gasten eindig je nog hoog als ze besluiten met hun ogen dicht te gaan fietsen.
4. Sunweb. Toegegeven, ze gaan Kelderman missen. Maar alsnog is dit een ploeg die het aan haar stand verplicht is om hoog te eindigen. Als regerend wereldkampioen in deze discipline is een afgang niet toegestaan. En een afgang kan het ook bijna niet worden als je ziet wie ze allemaal nog aan de start kunnen brengen. Dumoulin gaat het waarschijnlijk in z'n eentje regelen en dat lijkt me niet eens zo'n onmogelijke taak. Af en toe wat hulp van figuren als Matthews, Haga en Arndt, het kan slechter. Niet dat Haga en Arndt er verder iets van kunnen, maar voor deze discipline zijn ze nog niet eens zo nutteloos. Alleen aan Ten Dam heb je geen reet.
5. Mitchelton-Scott. Of Let's Go-Scott. Of Orica. Of GreenEdge. Of BikeExchange. In ieder geval een ploeg die altijd goed is geweest in deze discipline, ongeacht de naam. Voorlopig hebben ze evenwel nog geen gelukkige Tour, met Adam Yates die opzichtig aan het kutten is en Impey die een massale valpartij veroorzaakt. Als de schade van al die valpartijen meevalt kan het nog wel wat worden, maar ik verwacht niet dat ze in de buurt gaan komen van ploegen als Sky en BMC.

---------------------

Deze OP werd mogelijk gemaakt door Rellende_Rotscholier.

Oh, en Pino denkt dat Thomas het geel pakt.
SPOILER: Etappe 4: La Baule - Sarzeau, 195 km
Etappe 4: La Baule - Sarzeau, 195 km

Soms herhaalt de geschiedenis zich. Net als tijdens de vorige ploegentijdrit wist BMC te winnen met een kleine voorsprong op Team Sky. Dat was toch nog wel een klein beetje verrassend, aangezien Sky in veel lijstjes bovenaan stond, zo ook bij mij. Het eerste brevet van onvermogen is weer uitgedeeld dus, al had ik in m'n top vijf in ieder geval de goede namen genoemd. Volgorde niet helemaal optimaal, maar dat mag de pret niet drukken. Voor BMC, de ploeg die er waarschijnlijk mee stopt, toch een mooie opsteker. Wie weet komt er op het laatste moment nog een sponsor over de brug, al schijnt zo'n beetje de halve ploeg al vertrokken te zijn naar andere oorden. Zo ook de nieuwe gele trui, Greg van Avermaet. Die gaat nog even wat geld scheppen bij Dimension Data waarschijnlijk, walgelijke praktijken. Richie Porte, die op flink wat concurrenten tijd wist te pakken, schijnt dan weer richting Trek te gaan. Sky eindigde net achter BMC, ook Froome en Bernal wisten dus flink wat tijd terug te pakken. Al waren de verschillen vooraan vrij klein, de eerste vijf ploegen binnen 11 seconden. Tom Dumoulin wist vijfde te worden en derhalve is zijn missie meer dan geslaagd. Amper een paar seconden verloren, zeker met het verlies van Kelderman is dat eigenlijk een prestatie waar je tevreden mee moet zijn. Achter Sunweb werden de gaten wat groter. Het verrassende EF Cannondale Drapac en dan nog wat sponsornamen wist zesde te worden op iets meer dan een halve minuut, Uran deed dus goede zaken. Minder goede zaken voor Dan Martin, die 1:39 verloor. Ook Mollema, Kruijswijk en Roglic gingen kopje onder, 1:15 en 1:16 verloren. Zijn toch dure seconden. Bardet, Valverde, Quintana, Landa, Zakarin, Fuglsang en Nibali verloren ook de nodige tijd. Er zal dus aangevallen moeten worden, maar op die aanvallen mogen we nog even wachten. Daags na de ploegentijdrit gaan we verder met een vlakke rit. Alweer.

tour-de-france-2018-stage-4-map-7c76e40796.jpg
89daa

De Tour begon aan de kust en daar zijn we nu weer terug. Op een kilometer of 130 van Cholet bevinden de renners zich inmiddels in La Baule. La Baule-Escoublac, om precies te zijn. In dit stadje aan de kust wonen buiten het seizoen 16.000 mensen. Als de zon begint te schijnen neemt dat aantal drastisch toe en spreken we ineens over meer dan 100.000 mensen. Vooral veel mensen uit Parijs en het nabijgelegen Nantes weten hun weg te vinden naar dit stekje aan de kust. Het wordt de vierde keer dat de Tour de volgebouwde stranden van dit stadje in de Loire-Atlantique bezoekt. Voor het eerst was de koers hier in 1965, met een rit in lijn die begon in Quimper, de stad die we tijdens de volgende rit gaan bezoeken. De rit eindigde dus in La Baule en de overwinning ging naar een Belg, Guido Reybrouck. In 1972 keerde men terug, met wederom een aankomst in La Baule. De overwinning ging opnieuw naar een Belg, ditmaal Rik Van Linden. Daarna moest La Baule wachten tot 1988 voor de Tour nog eens passeerde. Het was het wachten wel waard, want men had een fantastisch nieuw concept bedacht dat men graag wilde uitproberen in deze kuststad. De Grand Départ vond in 1988 plaats in La Baule met op dezelfde dag twee ritten. Eerst een ploegentijdrit van 3,8 kilometer, met daarna nog een individuele tijdrit van liefst één hele kilometer. De korte ploegentijdrit werd gewonnen door de ploeg Weinmann-La Suisse en Guido Bontempi fietste iedereen naar huis in die korte tijdrit. Als gevolgd daarvan mocht hij de gele trui aantrekken. Dit briljante idee beviel blijkbaar zo slecht dat ze het daarna nooit meer hebben gedaan en ook niet meer langs durven te komen in La Baule. Tot nu. Van oudsher was La Baule vooral een kustplaats voor de Franse bovenlaag van de samenleving. Een beetje decadent was het, maar tegenwoordig kun je hier als proleet ook prima vertoeven. Dat merk je wel aan het feit dat niemand minder dan Lolo Ferrari hier is opgegroeid. Wat een tieten man!

la_baule.jpg

Nu we weer terug zijn aan de kust bevinden we ons ook weer op het gebied van de zoutmeertjes. Hier in La Baule liggen er ook meer dan genoeg en tijdens de neutralisatie rijden de renners tussen deze meertjes door. Dat levert ongetwijfeld mooie plaatjes op voor de tv, ware het niet dat alleen Eurosport zo vroeg begint met uitzenden waardoor je de kans loopt de prachtige plaatjes te missen door weer een fantastische reclame van Bora ofzo. Na de neutralisatie rijden de renners door het middeleeuwse stadjes Guérande waar ze kicken stadsmuurtjes en een fraai kathedraaltje hebben. Vervolgens rijden de renners meer dan 10 kilometer rechtdoor over een brede weg door een groene omgeving richting Saint-Lyphard. De wegen hier zijn buitengewoon vlak en dat zal ook voorbij Saint-Lyphard zo blijven. Het gaat nog een kilometer of acht zo goed als rechtdoor over dezelfde weg, voor er een bocht naar rechts volgt. Deze ietwat golvende weg loopt meer dan 10 kilometer rechtdoor, tot we Pontchâteau binnenrijden. Pontchâteau is een naam die misschien wel een belletje laat rinkelen. In deze plaats werd in 2016 het Europees kampioenschap veldrijden gereden, waar Toon Aerts profiteerde van de Belgische overmacht en zo Mathieu van der Poel naar de tweede plaats verwees. In een verder verleden werden hier ook wel eens wereldbekerwedstrijden georganiseerd en zelfs een wereldkampioenschap. Er is hier meer liefde voor veldrijden dan voor wielrennen, want de Tour is hier eigenlijk pas één keer geweest. In 1988 startte er een rit, daarna heeft men het vooral bij de modder gehouden. Verder schijnen ze hier best gelovig te zijn. Zo hebben ze hier een calvarie en dat is blijkbaar een symbolische voorstelling van de kruisiging van Jezus Christus op de berg Golgotha, geflankeerd door Maria en de apostel Johannes. Nou, ze hebben hier dus een bultje in elkaar gedraaid en er wat mensen die hangen aan het kruis bovenop gepleurd en daar komen dus kneiterveel mensen op af. Drukste van Frankrijk, naar het schijnt.

Pontchateau_calvaire_2016-05-05_10.jpg

Na Pontchâteau fietsen de renners over rechte, brede en vlakke wegen verder door een bos dat alleen af en toe wordt onderbroken door een dorpje links en rechts. In principe geen lelijke omgeving, maar voor het wielrennen weinig boeiend. Er valt hier niets over te melden, dus skip ik 'm even naar kilometer 61, want dan rijden de renners door het stadje Blain. Hier hebben ze een kasteel. Tot zover Blain. Richting Blain reden de renners een aantal kilometer over een brede provinciale weg, maar in dit stadje slaan ze linksaf en komen ze weer op een wat landelijkere weg terecht en die weg loopt zes kilometer rechtdoor tot het volgende dorp, Le Gavre. Hier is er een bocht naar rechts en daarna een naar links, waarna het weer vijf kilometer rechtdoor gaat richting het volgende dorp. Heerlijke rit. Dit weggetje loopt trouwens wel licht omhoog, maar het mag niet echt een naam hebben. In dit dorpje, Vay, is er een bocht naar rechts en daarna gaan we zes kilometer rechtdoor rijden richting Nozay, over een licht glooiende weg. In Nozay zelf moet er zowaar een beetje gestuurd worden, we rijden letterlijk een rondje om de kerk. Buiten het dorp gaat het weer vooral rechtdoor over enorm brede wegen, dwars over het Franse platteland. Die brede wegen verlaten we na een tijdje wel weer, in de buurt van het schattige gehucht Jans. Een aantal kilometer over wat minder brede wegen, wel nog steeds dwars door het platteland. Via Jans gaan we op weg naar de tussensprint van de dag, net buiten Derval na 97 kilometer. Onderweg komen we dus vooral veel akkers en weilanden tegen en weinig opvallende dingen, dus blikken we nog even terug op het kasteel van Blain.

Blain_-_Chateau_02.jpg

Als we de tussensprint hebben gehad gaat het voor de verandering maar weer eens meer dan tien kilometer rechtdoor over een brede weg. Na 110 kilometer komen de renners dan door het volgende dorp, Guemené-Penfao. In dit dorpje liggen wat bochten en het gaat er een klein beetje omhoog. Dat is de spanning waar we het tijdens deze rit van moeten hebben. Na dit korte intermezzo volgt het volgende stuk immer geradeaus, ditmaal een strook van liefst 20 kilometer. Het is echt ongekend. De weg glooit wel een beetje, er zitten wat korte klimmetjes in, maar verder is het gewoon echt 20 kilometer rechtdoor langs akkers en bomen. Je krijgt het bijna niet saaier bedacht, dit is echt mensonterend. In de buurt van Les Quatre Routes, na 125 kilometer, loopt het even wat langer omhoog, al zullen de profs ook daar weinig moeite mee hebben. Even verderop rijdt het peloton door Saint-Nicolas-de-Redon en hier moet zowaar nog een keer gestuurd worden. Twee rotondes op een rij, je zou er bijna wild van worden. Vervolgens gaat het weer een aantal kilometer rechtdoor, tot in Redon. We gaan nu toewerken naar een deel van het parcours dat misschien wel het aangluren waard is. Richting Redon gaat het in dalende lijn en daarna is het een aantal kilometer vlak, tot we buiten Redon over de Oust rijden en daarna bij een rotonde rechtsaf gaan en daarna meteen weer rechtsaf, richting het enige gecategoriseerde klimmetje van de dag. We fietsen richting Saint-Jean-la-Poterie en om dat dorpje te bereiken moeten de renners een klim van 800 meter aan 8% overleven. Klimmetje van de vierde categorie, waarvan de top ligt op ongeveer 60 kilometer van de streep. Gaat dus verder niets uitmaken, maar afijn. Dat Redon is trouwens nog best een aardige stad. De Tour kwam hier in 2011 nog langs en Tyler Farrar won toen. Die kon ooit best aardig fietsen. We zijn overigens inmiddels echt in Bretagne aangekomen, maar dit geheel terzijde.

6127307904_2714712a32_b.jpg

Buiten Saint-Jean-la-Poterie gaat het een aantal kilometer rechtdoor richting Allaire, waarna de renners in dit dorpje drie rotondes tegenkomen. Na die laatste rotonde komen de renners op een relatief smalle weg terecht, die ook een stuk bochtiger is. Er zit zowaar een keer een beetje creativiteit in het parcours. We zitten in Bretagne, dus is de weg glooiend, met een paar korte knikjes naar boven. Niet direct heel spannend, maar alles is beter dan een volledig vlakke weg. Na 150 kilometer rijden de renners door het boerendorpje Caden, waar er op het oog meer tractors dan inwoners zijn. In zo'n omgeving zitten we dus. De renners slingeren zich daarna voort over het Bretonse platteland, dat dus niet volledig plat is. De omgeving ziet er een beetje uit alsof er een penetrante lucht hangt, walgelijk veel methaan en ammoniak in de lucht dankzij al die kutkoeien. Buiten Caden komen de renners een kleine afdaling tegen, die vanwege het grote aantal bochten en de relatief smalle weg nog wel enigszins lastig is. Na deze korte afdaling volgt er weer een nieuw knikje naar boven, terwijl we nog steeds langs de akkers fietsen. Het gebied is dus behoorlijk open, wat met een beetje wind nog wel interessant zou kunnen zijn. Na 156 kilometer komen de renners uit in het dorpje Limerzel en hier ligt de bonussprint van de dag. De eerste drie renners die hier passeren kunnen nog wat tijdwinst pakken op de rest. Kan zijn dat de klassementsrenners zich hier mee gaan bemoeien omdat de weg richting Limerzel een kilometer lang stijgt aan een paar procent. Niet steil, maar toch lastig genoeg om de benen even te testen. Na deze bonussprint gaat het anderhalve kilometer naar beneden, nog steeds over een redelijk bochtige en smalle weg, waarna er vervolgens opnieuw een klimmetje volgt. Kilometer of twee aan 3% gemiddeld, met een wat steiler stuk in het midden. Genoeg om de sprinters lichtelijk te pesten. Na dit klimmetje lijkt het pesten te stoppen, volgens het profielkaartje in ieder geval. Niets is minder waar, het blijft ook in de kilometers hierna op en af gaan, met nog een paar venijnige stroken omhoog. De weg wordt na een tijd wel wat breder en ook wat minder bochtig. Zo rijden we via Noyal-Muzillac richting Muzillac, waar de koers na 170 kilometer passeert. Nog een kilometertje of 25 tot de finish.

9f846d45adaf50cefdea06b5fbad6170.jpg

Het is de afgelopen kilometers bochtig geweest, het ging vaak op en af, maar die tijd is nu wel zo ongeveer voorbij. In Muzillac bereiken we weer eens een echt grote weg en deze weg gaat grotendeels rechtdoor. Aan de rand van Muzillac liggen er drie rotondes, maar daarna gaat het vijf kilometer rechtdoor richting het dorpje Ambon (niet het eiland), waar ook weer drie rotondes liggen. Buiten Ambon gaat het zes kilometer rechtdoor richting Surzur, door terrein dat behoorlijk open is. De wind zou hier iets kunnen doen. Het is verder een aantal kilometer zo goed als vlak, pas in de buurt van Surzur liggen er weer een paar vals platte stroken in het verschiet. In Surzur, op 12 kilometer van de streep, komen de renners een bocht naar links tegen en even verderop een rotonde, maar daarna gaat het weer heel wat kilometer rechtdoor over een voorzichtig glooiende weg. Af en toe een vluchtheuvel tussendoor, dat is dan zo ongeveer het enige obstakel. Eigenlijk komen de renners niets tegen, tot op vijf kilometer van de streep. Op dat punt ligt er een rotonde, waar men rechtdoor moet. Vervolgens gaat het een kilometer rechtdoor over een weg die een beetje vals plat omhoog loopt, tot er op vier kilometer van de streep weer een rotonde ligt, waar men linksaf moet. De weg is nu weer vlak, terwijl het eigenlijk gewoon vier kilometer rechtdoor gaat tot de streep. Een paar flauwe bochten, maar de weg is hier zo breed dat het eigenlijk gewoon helemaal rechtdoor gaat. Wel nog een kleine wegversmalling op twee kilometer van de streep, maar dat is het laatste puntje van aandacht. De laatste 2000 meter gaat het alleen maar rechtdoor. De finish ligt net buiten Sarzeau, op de top van een viaduct. Het loopt dus in de laatste kilometer nog licht omhoog, maar veel meer dan vals plat is het niet. Alsnog wel goed om deze finale een beetje te kennen, want te vroeg aangaan zal dodelijk zijn.

7eYkop7.png
ebde0

We finishen dus net buiten Sarzeau. Arme inwoners, geen gezellige finish ergens op de markt of de lokale winkelstraat, maar op een fucking viaduct. En dan te bedenken dat dit de eerste keer is dat de Tour Sarzeau aandoet. Wederom een debutant, wederom met een logische reden. Kent u David Lappartient? Dat is de voorzitter van de UCI sinds iets minder dan een jaar. Hij valt vooral op door heel veel te praten en heel weinig te doen. Hij komt bijna dagelijks wel weer met een of ander vreemd idee waar niemand op zit te wachten. Ook was zijn optreden in de salbutamolaffaire van Froome niet echt heel erg hoogstaand. Die David Lappartient, de voorzitter van de UCI dus, is eigenlijk een politicus. In die hoedanigheid vervult hij nog een andere functie, hij is namelijk de burgemeester van Sarzeau. Ja, echt. Sinds 2008 vervult hij deze functie en in 2014 werd hij nog herkozen met meer dan 70% van de stemmen, hij is dus blijkbaar populair in Sarzeau. Lappartient is een geboren Breton en dus bekend in deze omgeving, daarom is hij ook nog eens provincieraadslid van Morbihan. Buiten dat is hij ook nog voorzitter van het nationaal natuurpark van Rhuys. Geen idee hoe een mens zoveel functies combineert, maar het zou kunnen verklaren waarom zijn optreden bij de UCI nog niet echt efficiënt is. Sarzeau zou verder wel redelijk makkelijk te leiden moeten zijn, aangezien er maar 8000 mensen wonen. Sarzeau ligt in de buurt van de kust, op het schiereiland Rhuys en is daarom vrij toeristisch ingesteld. Daarnaast vangen ze hier oesters en zeilen ze er graag. Op het gebied van fietsen doet men hier vooral aan BMX, de Franse kampioenschappen werden hier zelfs wel eens georganiseerd. Dat zal dan toch de invloed van Lappartient zijn geweest. Een paar kilometer buiten Sarzeau komen we nog een kicken kasteeltje tegen, dat van Suscinio.

chateau-de-suscinio-retouch%C3%A9-1200x800.jpg

In Sarzeau wordt het tijdens de rit 29 graden. Er zal redelijk wat wind staan en de wind neemt waarschijnlijk alleen maar toe des te later op de dag het wordt. Enige nadeel is dan weer dat het vooral wind op kop zal zijn, waardoor we met waaiers weinig rekening hoeven te houden. In startplaats La Baule is het ongeveer hetzelfde verhaal. 28 graden daar, het enige verschil is dat er wat minder wind staat. Daarnaast een minieme kans op regen, maar het zal wel droog blijven. Deze niet echt spectaculaire rit, die wegens het gebrek aan spektakel wel bij Lappartient past, start om 13:05. Eurosport zal er meteen vanaf de start bij zijn, maar dan moet je wel naar Eurosport kijken. Je mist waarschijnlijk niet veel als je pas om 14:00 de tv een slinger geeft, tegen die tijd beginnen de NOS en Sporza met uitzenden. De finish wordt redelijk laat verwacht, tussen 17:39 en 18:03.

De vierde dag van de Tour en we mogen ons op gaan maken voor de derde massasprint. Deze rit is wel iets lastiger dan de twee vorige vlakke etappes, maar alsnog zal het niet lastig genoeg zijn om veel renners in verlegenheid te brengen. Ik verwacht gewoon een sprint met alle grote namen, zeker omdat de laatste kilometers van de rit behoorlijk eenvoudig zijn. Na de wat lastigere fase met wat heuveltjes is er nog wat tijd om te herstellen. Het wordt wel een razende finale, aangezien het vooral heel vaak rechtdoor gaat. Verschillende treintjes naast elkaar, altijd leuk. De paar rotondes in de finale zullen wel hectisch zijn en die ene wegversmalling kan ook voor wat opschudding zorgen. Verder wordt het een royale sprint.
1. Gaviria. Die kan je tijdens iedere vlakke rit wel noteren. Tenzij Impey 'm weer van de fiets kiepert wordt dit gewoon overwinning nummer twee. Hij moest wel vroeg lossen tijdens de ploegentijdrit, maar dat maakt verder weinig uit. Gewoon niet zijn discipline. Deze rit is dan wel weer helemaal zijn ding. Richeze gaat hem weer op 150 meter van de streep afzetten en dan weet iedereen hoe laat het is.
2. Sagan. Leek ranzig slechte benen te hebben tijdens de ploegentijdrit, maar de ene rit is de andere niet. Dit is een rit die hem redelijk goed zou moeten liggen, vooral omdat het dus in de laatste kilometer niet helemaal vlak is. Normaal gesproken wel kansloos tegen Gaviria, maar de rest kan hij dan weer makkelijk hebben.
3. Colbrelli. Het loopt een beetje omhoog, dus dan komt Sonny weer tevoorschijn. Best een sterke sprint tijdens de tweede rit, kon het Sagan nog aardig moeilijk maken. Dat zou nu dan ook moeten lukken.
4. Demare. Ik ben nog niet echt onder de indruk van Arnaud, maar op papier zou dit wel een goede sprint voor hem moeten zijn. In principe is het ook wachten op het moment dat zijn trein eens een keer gaat functioneren, want eigenlijk heeft hij genoeg goede krachten bij. Als ze hem een beetje goed afzetten hoeft hij er niet zoals een paar dagen geleden al heel vroeg aan te beginnen, dat zou kunnen schelen. Al denk ik niet dat hij op het gebied van pure snelheid in de buurt komt van Gaviria.
5. Groenewegen. Wordt weer helemaal niets natuurlijk. Tijdens zo'n finale waar het kilometerslang rechtdoor gaat wordt zijn ploeg al helemaal op een hoop gereden. Dus mag ie het weer allemaal zelf uitzoeken en dan kom je niet in de buurt van de overwinning. Jammer joh.
noodgangdinsdag 31 juli 2018 @ 07:49
SPOILER: Etappe 5: Lorient - Quimper, 204,5 km
Etappe 5: Lorient - Quimper, 204,5 km

Ook tijdens dag vier van de Tour werden we niet verwend. Dat viel ook niet te verwachten, met zo'n parcours kan het ook niet anders dan bijzonder matig worden. Alleen met een beetje wind had het leuk kunnen worden, maar op de belangrijke stroken stond de wind tegen of was er überhaupt geen wind, waardoor er niets gebeurde. Dan weet je dat het een vreselijke etappe gaat worden, tenzij er wordt gevallen. En gevallen werd er. Waarschijnlijk hadden er weer een paar aan de tramodol gezeten, want op een kilometer of 50 van de streep reden er een aantal vol de sloot in. Geen paniek in het peloton, er werd rustig op de gevallen jongens gewacht. Daardoor groeide de voorsprong van de koplopers wel weer en dat zorgde uiteindelijk toch nog voor een beetje spanning, omdat de jongens vooraan zich goed hadden weten te sparen, waardoor ze aan het eind van de rit nog een beetje konden versnellen. Aangezien er in het peloton niet echt hard werd gewerkt liep de voorsprong niet snel terug en zag het er even goed uit. Maar als puntje bij paaltje komt gaan andere ploegen toch samen met Quick Step rijden en komt alles nog goed voor de sprinters, al sneuvelde de kopgroep met onder meer de bijzonder arrogante Guillaume van Keirsbulck pas in de laatste kilometer. Een paar kilometer daarvoor was er dan nog een valpartij, waar Axel Domont en Tiesj Benoot de grootste slachtoffers van waren. Bardet is daardoor een ploeggenot kwijt en Benoot verloor dan weer wat bloed. In de massasprint leek Greipel even zichzelf hervonden te hebben. Zijn jaar is nog niet echt goed, maar nu leek hij als de brandweer te gaan. Gaviria werd weer eens perfect afgezet door Richeze, maar Greipel snelde hem voorbij. Dat was alleen toch niets te vroeg en Gaviria wist hem nog te remonteren. Ook Sagan kwam nog in de buurt, maar de Colombiaan liet zien ongenaakbaar te zijn. Zijn tweede overwinning in vier dagen, het wordt de Kittel van dit jaar. Kittel zelf bakte er overigens weer niet veel van en ook Groenewegen liet het weer afweten. Zijn ploeg leverde slecht werk, onder meer door betrokken te zijn bij iedere valpartij van de dag en op een kilometer van de streep zat hij al alleen. Hij moest zichzelf dus vooraan handhaven in de laatste meters en dat kan hij niet. Dus werd het weer niets. Het verschil met Quick Step is gigantisch. Jan Boven krijgt nu een aantal dagen de tijd om een nieuw droomplan te bedenken, want we gaan twee dagen de heuvels in. Geen ritten voor de echte sprinters, al kunnen enkele sterk klimmende sprinters tijdens deze vijfde rit nog wel overleven.

2dqrhmr.jpg
4decf

De eerste rit die daadwerkelijk lijkt op een rit gaat van start in Lorient. Dit is een havenstad met 50.000 inwoners in het zuiden van Bretagne, in het departement Morbihan. Lorient is altijd een van de belangrijkste havensteden van Frankrijk geweest en dat is tegenwoordig nog steeds zo. Blijkbaar hebben ze hier de grootste vloot aan vissersboten. 130 boten, goed voor 3000 banen. Ze kunnen hier dus aardig vissen, maar dat is niet het enige waar men zich in Lorient in heeft gespecialiseerd. De marine zit hier ook, daarom werd er tijdens de Tweede Wereldoorlog hard gevochten in deze stad. Dat had tot gevolg dat een groot deel van Lorient veranderde in een puinhoop, maar ze hebben het grotendeels weer netjes opgebouwd. Tegenwoordig komen we in de haven van Lorient de Franse equivalent van de Navy SEALs tegen en dan hebben ze hier ook nog eens een oude basis voor duikboten liggen. Verder zou je Lorient kunnen kennen van het voetbal. Heel groot is de stad niet, maar ze hebben het toch voor elkaar gekregen om een aantal jaar achter elkaar in de Ligue 1 te spelen. Tegenwoordig Ligue 2, maar ook dat is geen schande. Zoals zoveel steden in deze regio is ook Lorient een sportieve stad. Het is daarom geen toeval dat de Tour hier al meer dan tien keer is geweest. De laatste aankomst dateert evenwel van 2006, toen Sylvain Calzati een vlucht succesvol wist af te ronden. Laatste vertrek vanuit Lorient dateert van 2011. Die rit zou aankomen boven op Mur de Bretagne. Die aankomst krijgen we dit jaar ook, maar dat zal pas tijdens de volgende rit zijn. Andere oud-winnaars in Lorient zijn onder meer Santiago Botero en Jens Heppner. De rit start in het niet zo pittoreske centrum van de stad, redelijk ver van de haven.

Lorient.jpg

Tijdens de neutralisatie rijden de renners een rondje door Lorient, pas buiten de stad begint de wedstrijd echt. Nadat de koers door Ploemeur rijdt gaat het in één rechte lijn verder richting de kust. Na drie kilometer fietsen zien de renners de zee in het kustplaatsje Le Fort Bloqué en vervolgens fietsen ze vier kilometer langs het strand richting Guidel Plages. Hierna verlaten ze weer even de kust en wordt er over wat smallere wegen gereden tussen de Franse akkers door. Na 12 kilometer rijden de renners over de rivier Laïta en hier verlaten ze het departement Morbihan, om vervolgens de Finistère binnen te rijden. In de Finestère gaat het meteen een paar meter omhoog, maar verder is dit gedeelte van de etappe zo goed als vlak. Over grotendeels rechte en brede wegen rijden de renners door wat dorpjes, zoals Clohars-Carnoët en Riec-sur-Bélon. We bevinden ons nog steeds op het platteland en komen dus vooral veel boerderijen en akkers tegen, al is de kust ook nooit ver weg. Na 33 kilometer rijden de renners dan weer door het enorm pittoreske en vooral heel erg toeristische Pont-Aven. Het ligt niet direct aan de kust, maar wel aan een inham en daardoor hebben ze er een klein haventje. Na Pont-Aven gaat het een aantal kilometer zo goed als rechtdoor, tot we de kust echt weer bereiken in Concarneau, na 49 kilometer. Deze weg loopt een beetje op en af, maar het echte klimwerk laat nog even op zich wachten. Tussen deze twee plaatsen rijden de coureurs ook nog even door Trégunc, waarna ze op de weg richting Concarneau nog een aantal rotondes tegenkomen. In Concarneau zelf kiezen we voor de toeristische route en fietsen we over de boulevard langs de zee. Nu is het ook wel makkelijk om hier een toeristische route te nemen, want het is een best mooi plaatsje. Concarneau is overigens de geboorteplaats van de Giroud van 1998, Stéphane Guivarc'h.

299712c67f3c4d9daea5efa4d38403a2c30ae799a5987954e5dfd0b076392cba.jpg

Voorbij Concarneau blijft het nog een tijdje vlak. Na een paar kilometer verlaten we de kuststreek weer en gaan we de binnenlanden van Bretagne opzoeken. We wegen hier zijn niet altijd even breed, zeker niet als de organisatie moeite doet om de smalst mogelijke wegen op te zoeken. Het kan hier dus al wat nerveuzer worden, aangezien we heel wat kilometers af gaan werken over ietwat bochtigere en smallere wegen door een groen landschap. Na 64 kilometer rijden de renners door Saint-Yvi en hierna wordt de weg nog eens wat smaller, bovendien gaat het anderhalve kilometer omhoog aan een procent of vijf. Vast een voorproefje op de rest van de rit. Richting het volgende dorp, Elliant, gaat het even kort naar beneden over een bochtige weg, maar een paar kilometer buiten Elliant worden de wegen weer wat rechter. Een kilometer of drie over hele smalle en bochtige wegen, om vervolgens vier kilometer rechtdoor te fietsen richting het dorpje Tourch. In Tourch slaan de renners linksaf en daarna wordt de weg weer echt breed en gaat het lang rechtdoor tot Coray, waar we na 81 kilometer passeren. Richting en voorbij Coray loopt de weg af en toe een beetje vals plat omhoog, maar ook dat mag nog steeds geen naam hebben. Na Coray loopt de brede weg meer dan 10 kilometer zo goed als rechtdoor richting Roudouallec, waar de tussensprint van de dag komt na 92,5 kilometer. In dit kleine dorpje van 700 inwoners rijden we weer even een paar meter door Morbihan, maar in het dorp zelf slaan de renners linksaf en komen ze al snel weer in de Finistère terecht. Het écht heuvelachtige deel van de rit staat dan bijna op het punt van beginnen.

MG_2733C1-1024x682.jpg?resize=1024%2C682&ssl=1

Buiten Roudouallec rijden we richting een heuvelruggetje waar we in korte tijd drie keer achter elkaar over gaan fietsen. Het gaat dus een paar keer redelijk stevig op en af en dat begint voorzichtig na de tussensprint. Een klimmetje van iets meer dan een kilometer aan 6% gemiddeld, om de benen vast even te testen. Op de top van dit klimmetje bevinden de renners zich op een plateau waar ze het drie kilometer vlak is, voor er een korte afdaling richting Saint-Goazec volgt. De weg is niet al te breed en er liggen wat bochten in het parcours, dus het is zaak om hier goed bij de les te zijn. Eenmaal beneden in Saint-Goazec begint bijna de eerste klim van de dag waar een puntje voor de bergtrui te verdienen valt. Vlak voor Saint-Goazec gaat het ook nog even kort omhoog, maar het echte werk begint een halve kilometer buiten het dorpje. De renners beklimmen dan de Côte de Kaliforn, een klimmetje van 1,7 kilometer aan 7% gemiddeld. Redelijk pittig klimmetje dus, dwars door een bos. Na de top gaat het kort naar beneden over een smalle weg door het boerengehucht Californ. Al snel vlakt het weer af en volgt er buiten Californ nog een uitloper van meer dan een halve kilometer omhoog. Daarna volgt er een wat langere afdaling over een smalle en bochtige weg. Het is dan even vlak, een klein knikje omhoog, weer een knikje naar beneden en dan begint de Côte de Trimen, een klimmetje van de vierde categorie met een lengte van 1,6 kilometer en een gemiddeld stijgingspercentage van 5,6%. Net wat minder lastig dan het vorige klimmetje. De top volgt na 113 kilometer, op 90 kilometer van de streep. Het zal nu drie kilometer vlak zijn, waarna het drie kilometer naar beneden gaat over een brede weg zonder lastige bochten, op weg naar Châteauneuf-du-Faou. Na 121 kilometer koers rijden de renners door dit oude dorpje, gelegen aan de Aulne.

fae54f671bf51150006dc93e565e.jpg

Richting Châteauneuf liep de weg al een beetje op en af, en in het dorp zelf gaat het ook best nog wel een beetje omhoog. Zo'n etappe is het vandaag, er is weinig vlak werk bij. Ondanks dat gegeven bevinden we ons nu wel in een moment van relatieve rust. Buiten Châteauneuf volgen we de oevers van de Aulne en gaat hier vooral licht dalend naar beneden. De omgeving is groen en de wegen zijn breed, even tijd voor een adempauze. Die adempauze duurt niet heel lang, want iets meer dan vijf kilometer na Châteauneuf verlaten we deze brede weg weer, slaan we rechtsaf en gaan we één kilometer bergop rijden, aan een procentje of vijf gemiddeld. Smal weggetje, het lijkt stiekem wel een beetje op de Amstel Gold Race. Bij de organisatie willen ze het eerder vergelijken met de Belgische klassiekers, maar ik denk dat ze dan in de veronderstelling leven dat Limburg geannexeerd is door de Belgen. Het is echt de AGR, met de smalle weggetjes door een groene omgeving met ook de nodige akkers, het vele draaien en keren en ook met name de lengte van de klimmetjes. Veel lang spul zit er niet tussen. Na het klimmetje van één kilometer is het een kilometer of twee vlak, voor het volgende klimmetje van 1,2 kilometer volgt. Dit is een pittig ding aan een procentje of zeven gemiddeld. Vervolgens rijden we door het dorpje Lennon, waarna het weer even wat rustiger wordt. Drie kilometer in licht dalende lijn, waarna het twee kilometer een beetje vals plat omhoog gaat richting het dorpje Gouézec, waar ze beschikken over een aantal hunebedden, gruwelijk. In Gouézec zelf, na 138 kilometer, is er geen vals plat meer. Het gaat meteen 1,9 kilometer omhoog aan 6,6% gemiddeld. Deze weg brengt ons naar de top van de Côte de la Roche du Feu, een klimmetje van de derde categorie, om een of andere reden. Na deze klim gaat het een aantal kilometer naar beneden zonder al te veel lastige punten, waarna men door Les Trois Fontaines rijdt, waar een fraaie kerk staat. Het gaat nu weer twee kilometer voorzichtig naar boven, waarna er een afdaling van een kilometer of zeven volgt, richting Châteaulin. Een afdaling over een brede weg zonder echt lastige bochten.

Bretagne_Finistere_Chateaulin_tango7174.jpg

Na 155 kilometer zijn we dan weer terug aan de oevers van de Aulne, in het niet onaardige Châteaulin. Nog een kilometer of 50 tot de finish en in die kilometers gaat er genoeg gebeuren. Châteaulin is overigens de stad waar een Franse semi-klassieker wordt georganiseerd, Boucles de l'Aulne. Deze wedstrijd was vooral vroeger heel populair en is nog wel eens gewonnen door Eddy Merckx, Joop Zoetemelk, Bernard Hinault en Roger De Vlaeminck. Alleen maar toppers dus. Heden ten dage wordt de wedstrijd nog steeds georganiseerd en gaat de winst ook naar echte toppers. Kevin Le Cunff bijvoorbeeld, een van de grootste lolbroeken van het jaar tot nu toe. Een paar maanden geleden had nog niemand van 'm gehoord, maar in mei reed de 30-jarige Le Cunff die pas voor het tweede jaar actief is bij een continentale ploeg toch maar mooi jongens als Vichot en Guillaume Martin op een hoop. Talentje voor de toekomst, in de gaten houden. Boucles de l'Aulne is geen vlakke wedstrijd en dat gaan de renners nu ook merken. Buiten Châteaulin beginnen we meteen aan de scherprechter van die koers, Côte de Menez Quelerc'h. Een typisch Bretonse naam, vraag me niet waar het op slaat. Vraag me wel hoe lastig deze klim is. Drie kilometer lang, 6,2% gemiddeld. De eerste klim van deze Tour die echt ergens op lijkt. Zo serieus dat ze er zelfs speciaal een kaartje voor in elkaar hebben gedraaid bij de organisatie. Daarom kan ik jullie vertellen dat de klim makkelijk begint met een kilometer aan 3%, maar dat er daarna een kilometer aan 7% volgt. Die kilometer wordt dan weer overtroffen door een halve kilometer aan bijna 11%, waarna het richting de top afzwakt richting 6%. Serieus klimmetje dus. Geen al te brede weg trouwens, en dan is het asfalt er ook nog eens slecht aan toe. Le Cunff ging zo hard dat er nu gaten in de weg zitten. Op 45 kilometer van de finish komen we boven op deze klim.

380e3
kevin-le-cunff-photo-nicolas-creach_3964852.jpg

Na deze klim met de onmogelijke naam volgen we nog even wat langer het parcours van Boucles de l'Aulne. Over smalle plattelandswegen, tussen de koeien en de strobalen door, slingeren we ons door de Bretonse heuvels. Het gaat iets meer dan twee kilometer licht naar beneden, waarna het weer een kilometer omhoog gaat aan ongeveer zes procent. Na dit klimmetje is het even twee kilometer vlak, waarna er over een brede weg licht wordt gedaald richting Cast. In Cast bevinden we ons ineens op het terrein van een andere Franse wedstrijd, de Tour du Finistère. Deze wedstrijd bestaat wat minder lang dan Boucles de l'Aulne en heeft daarom een wat minder imponerende erelijst, maar het is wel een lastige koers. En dat gaan de renners in de komende kilometers wel merken. Van Cast fietst het peloton over voor sommige coureurs bekende wegen richting Kergoat en in dit stuk van zes kilometer, dat grotendeels rechtdoor gaat, zitten twee korte klimmetjes. Het eerste klimmetje is heel kort en stelt niet voor, maar richting Kergoat gaat het wat serieuzer omhoog. Iets meer dan een kilometer aan 4%, nog steeds niet heel erg lastig maar we hebben ondertussen al de nodige klimmetjes gehad, dus alles begint te tellen. In Kergoat is er een bocht naar rechts en daarna fietst men over wat smallere wegen weer verder. Het is bochtig, maar wel zo goed als vlak. Dat blijft ook zo tot de renners na 179 kilometer door het dorpje Locronan rijden. Hier ligt de voet van een van de klimmetjes uit de Tour du Finistère, Côte de la Montagne de Locronan. Deze klim met de pakkende naam is 2,2 kilometer lang en 5,9% gemiddeld. Listig klimmetje, met enkele zwaardere stroken tussendoor. Smalle weg ook weer, en weer een klimmetje van de derde categorie. Na 181 kilometer, op 23,5 kilometer van de streep, komen de renners boven. Locronan is overigens best een mooi dorpje. Kan je prima even een middagje op een terrasje hangen als je toch in de buurt bent.

Locronan-01.jpg

We blijven de route van de Tour du Finistère volgen en zodoende volgt er na de klim een korte afdaling van drie kilometer over een smalle weg, zonder veel lastige bochten. Alleen aan het eind van deze afdaling ligt er een rotonde in het parcours, waar wel even goed gestuurd worden. Daarna gaat het een aantal kilometer rechtdoor over een brede en vlakke weg richting Plogonnec en voorbij dit dorpje. Op nog een rotonde na komen de renners even een aantal kilometer niks tegen. Na drie kilometer vlakke wegen rijden de renners door het dorp Le Croëzou en hier slaan ze bij een rotonde rechtsaf, daarna meteen linksaf en dan loopt het weer eens een kilometer omhoog, ditmaal aan een procent of drie gemiddeld. Na dit klimmetje gaat het vier kilometer naar beneden over een iets bredere weg, richting de bonussprint van de dag. Afdaling stelt geen reet voor, het wordt interessanter als het peloton aan het eind van deze afdaling linksaf slaat, richting een bijzonder smalle weg. Deze weg loopt meteen omhoog. Er gaat geklommen worden richting La Lorette. 700 meter aan 9%, jawel. Smal weggetje, door een bos en even verderop een bocht naar links waarna de weg wat breder wordt en er wat huizen langs de kant van de weg verschijnen. Tot nu toe hebben we weinig aan deze bonussprintjes gehad, maar aangezien de top van dit klimmetje en dus de meet van de sprint op 12 kilometer van de streep ligt kan er nu voor de verandering wel een keer iets gebeuren. Op de top van dit klimmetje komen we trouwens ook nog een spuuglelijk kapelletje tegen, lekker man.

a4b33
lorette-01.jpg

Nouja, nog 12 kilometer te gaan dus. En ook in die slotkilometers volgen we het parcours van de Tour du Finistère, want ctrl+c ctrl+v is wel zo handig als je een luie parcoursbouwer bent. Niet dat we moeten klagen, want als ie het zelf had mogen bedenken was het waarschijnlijk helemaal vlak geweest. Het is al een hele verrassing dat ze die smalle wegen hier op durven te zoeken. Na de bonussprint rijden we nog twee kilometer verder over deze smalle wegen, terwijl het een beetje op en af gaat. Daarna komen we uit op de doorgaande weg richting Quimper, waar we ons eerder al op bevonden, alleen namen we dus even de toeristische route. Deze doorgaande weg volgen we drie kilometer, tot op zes kilometer van de streep. In deze drie kilometer gaat het vooral naar beneden, maar omdat de weg behoorlijk breed is mag dat verder geen problemen opleveren. Op zes kilometer van de streep volgt er dan een scherpe bocht naar rechts. Richting deze bocht loopt de weg één kilometer omhoog aan zes procent. Na de bocht is het een aantal kilometer licht glooiend, maar in vergelijking met alles wat we eerder hebben gehad behoorlijk vlak. Op vier kilometer van de streep volgt er een korte afdaling, met een paar snelle bochten. Tot drie kilometer van de streep gaat het behoorlijk stevig naar beneden, daarna daalt het licht verder tot op twee kilometer van de streep. Vlak daarvoor ligt er nog een rotonde in het parcours, waar de renners naar rechts gaan. Ze rijden onder een viaduct door, waar het even aantal meter vlak is. Na dit viaduct ligt er een nieuwe rotonde op de renners te wachten en hier gaan ze meteen links, waarna de weg een aantal meter vals plat omhoog loopt. Hierna vlakt het weer even af, tot de renners op iets meer van de streep een rotonde tegenkomen. Hier moeten ze een lastige bocht naar rechts maken, waarna er een korte duik naar beneden volgt. Ze rijden onder de boog van de laatste kilometer door en dan begint de slotklim. De Côte de Stang Bihan, één kilometer aan 4,8% gemiddeld. Een klim die niet bijzonder lastig is, maar wel nog behoorlijk bochtig. Een scherpe bocht naar links, een lopende bocht naar rechts en dan op 300 meter van de streep nog een scherpe naar links. Dan ligt de finish op een brede weg tussen het lokale conferentiecentrum en de sportvelden in. Het blijft stijgen tot aan de finish, al zwakt het wel een beetje af. Het lastigste stuk van deze slotkilometer zit aan het begin, zeker ook omdat de weg daar nog wat smaller is.

stage-5-finish-2.jpg?03
30498
27749876068_7db8580765_b.jpg

De finish ligt op de plaats waar Jonathan Hivert namens Direct Energie in april de Tour du Finistère wist te winnen. Hivert was aan het begin van dit seizoen ontzettend aan het schroeien, maar zoals altijd duurt dat bij hem maar even. Hij is nu weer voor de rest van het seizoen MIA en daarom is hij er in de Tour ook niet bij. Romain Bardet werd tweede, hij kent deze aankomst dus. Ook Tejay van Garderen kent deze aankomst, want hij faalde hier weer eens ouderwets. Ging meteen aan het begin van de slotkilometer aan en wilde de hele kilometer op kop rijden, maar dat bleek wat overmoedig. Eeuwige profiteur Hivert zat te lachen in het wiel en gooide er een oppermachtig sprintje uit in de laatste meters. De Tour du Finistère eindigt vaak in een sprintje van een gereduceerde groep. Het is hier wel lastig, maar niet lastig genoeg om echt grote verschillen te maken. In het verleden wonnen mannen als Gerrans, Vachon, Simon, de betreurde Demoitie en Baptiste Planckaert hier. In 2017 ging de overwinning dan weer naar Julien Loubet, die toen aan het schroeien was namens het Franse leger. Dit jaar had hij moeten schroeien voor mijn Baskische vriendin van Euskadi-Murias, maar die klootzak is er gewoon mee gestopt omdat hij geen zin meer had om te fietsen. Pannenkoek. Enfin, de beelden van de Tour du Finistère van dit jaar, voor degene die zich nog een beter beeld wil vormen. Al is de finale in die koers toch nog net een tikje anders wegens het rijden van nog wat lokale rondjes na de eerste passage aan de meet.

1-le-tour-de-france-2018-empruntera-les-routes-du-tour-du_3652290.jpg

Ik zou het bijna vergeten, maar de finish ligt in Quimper. Dit is een stad met 63.000 inwoners in, je zou het niet verwachten, de Finistère. Een stad die niet onbekend is met de Tour. Twee keer eerder kwam er een rit aan. Voor het eerst in 1991, toen ging de overwinning naar de Australiaan Phil Anderson. In 2004 keerde men pas terug, voor een rit van Lamballe (hehe) naar Quimper. Thor Hushovd, de geblokte Noor, ging met de overwinning aan de haal. Of je een emmer leeggooit. Daarna hebben we hier geen aankomst of vertrek meer gehad, het werd dus wel weer eens tijd. Een andere link die Quimper met wielrennen heeft is het feit dat de semi-bekende Laurent Pichon hier is geboren. Hij is momenteel namens de lokale ploeg Fortuneo-Samsic actief in de Tour. Wordt dus een leuke dag voor hem, die kan je wel noteren voor de vlucht van de dag. Tevens is René Leannec in Quimper geboren, de uitvinder van de stethoscoop. Quimper zelf schijnt de meest Bretonse van alle steden te zijn. Een grote manifestatie van Bretonse folklore is het Festival de Cornouaille (Fest-Noz), om en bij de vierde zondag van juli, weet wikipedia mij te melden. De Bretonse naam van de stad, Kemper, betekent samenvloeiing, pik je toch even mee. Het is een behoorlijk oude stad, wat tot gevolg heeft dat er nog wat mooie gebouwen in de stad te vinden zijn. Een paar oude kerken en kathedralen, wat oude stadsmuren en oude vakwerkhuisjes. Niks mis mee eigenlijk.

cathedrale_st_corentin_quimper_66_B_Galeron.jpg

In Quimper wordt het 27 graden. Nog steeds smerig warm, maar net een tikje minder dan de vorige dag. Geen kans op neerslag en waarschijnlijk niet zo gek veel wind. Al zou de wind hier sowieso weinig verschil maken. In Lorient wordt het 26 graden en daar waait het al helemaal niet. Deze rit begint officieus om 12:20. Daarna rijden de renners 20 minuten door Lorient, voor de rit om 12:40 echt begint. Eurosport 2 is meteen van de partij, speciaal voor de mensen met een te duur televisieabonnement en natuurlijk de goden die beschikken over de PLAYER. Voor wie dit alles niet heeft is het wachten tot 14:10, want dan beginnen de NOS en Sporza met de uitzending. Het eerste deel van de rit is het minst boeiend, dus je mist waarschijnlijk niets.

9499573527_969bfc4b1b_b.jpg

De eerste rit die lastig te voorspellen is. De drie vlakke ritten en de ploegentijdrit waren vrij makkelijk te voorspellen en kenden ook een redelijk typisch verloop. Dit is de eerste rit waar er wat meer mogelijkheden zijn. In principe kan een goed klimmende sprinter hier wel mee, dat heeft de Tour du Finistère wel laten zien. In 2004 werd het in Quimper ook gewoon een massasprint, met onder meer McEwen en Zabel, naast Hushovd natuurlijk. Die rit was wel minder lastig, dus in dit geval hoeven we waarschijnlijk geen rekening te houden met een sprint van 100 man. De groep zal kleiner zijn. Er bestaat ook een kleine kans dat de vlucht van de dag het gaat redden, maar aangezien we nog in de eerste week van de Tour zitten verwacht ik toch wat we een soort van uitgedunde sprint krijgen. Er zijn een aantal sprinters aanwezig die het niet helemaal van de vlakke sprints moeten hebben en juist baat hebben bij deze wat lastigere ritten. De sprinters die ook vooraan rijden tijdens de klassiekers. Die jongens gaan we noteren voor deze rit. Met mannen als Gaviria en Groenewegen hoeven we waarschijnlijk minder rekening te houden, om nog maar te zwijgen over figuren als Kittel en Cavendish. Voor de categorie Alaphilippe en Valverde is dit dan juist weer iets te makkelijk misschien, zij kunnen hun pijlen beter richting op Mur de Bretagne.
1. Sagan. De te kloppen man op deze aankomst. Heeft z'n eerste rit al binnen en dat was eigenlijk een etappe die hem minder lag dan deze rit. Dit ligt hem perfect. Als hij in de vlakke sprints kan winnen en het Gaviria moeilijk kan maken, dan is hij op zo'n aankomst moeilijk te kloppen. Het zal zaak zijn voor de rest om een poging te doen hem eerder te lossen, maar dat is geen sinecure. Als hij niet lost, wint hij. Alsjeblieft, een open deur.
2. Matthews. Die is hier eigenlijk om Dumoulin te helpen, maar zo'n rit als deze kan hij niet laten schieten. Ook behoorlijk ideaal voor hem. Dit soort koersen met een aantal van die korte klimmetjes kan hij prima aan. Zo'n aankomst is natuurlijk ook geen enkel probleem. Wel al een keer op z'n muil gegaan, maar daar lijkt hij niet heel veel last van te hebben. Gaat meedoen voor de overwinning.
3. Colbrelli. Sonny was een beetje zoek tijdens de vorige rit, maar dat kan met de valpartij aan het eind van de rit te maken hebben gehad. Maakt niet uit, nieuwe dag nieuwe kans. En dit is een kans. Als liefhebber van wedstrijden als de Brabantse Pijl en de Amstel Gold Race zal dit hem ook moeten aanspreken.
4. Van Avermaet. Zal zijn gele trui willen verdedigen en dat kan op deze aankomst prima. Al heb ik eigenlijk geen idee of zijn benen echt goed zijn, die gele trui lijkt meer gebaseerd te zijn op toeval en het negeren van wat teamorders. Op basis van zijn jaar tot nu toe denk ik niet dat hij het Sagan erg moeilijk kan maken.
5. Pasqualon. Ik kan natuurlijk wel voor de veilige keuze gaan en gewoon Alaphilippe noemen, maar ik heb zin om gek te doen. Pasqualon is een jongen van Wanty die pas op latere leeftijd heeft ontdekt dat hij kan fietsen. Dit jaar is hij bijna niet te stoppen, zo won hij twee ritten in de Ronde van Luxemburg en het eindklassement. En die ritten in Luxemburg zijn wel vergelijkbaar met dit werk. Paar heuveltjes onderweg en dan een hellende aankomst. Dan moet dit ook wel lukken. Werd dit jaar ook al zesde in Boucles de l'Aulne en kent dus een deel van de omgeving. Voorts krijgt hij het voor elkaar om zesde te worden in een vlakke sprint, terwijl dat minder zijn ding is. De benen zijn goed. En Hilario zag dat het goed was.
SPOILER: Etappe 6: Brest - Mûr-de-Bretagne Guérledan, 181 km
Etappe 6: Brest - Mûr-de-Bretagne Guérledan, 181 km

Ook de eerste rit die op papier leuk had kunnen worden werd in de praktijk niet echt heel erg vermakelijk. Het blijft de Tour en dus werd er gecontroleerd. Er reed een prima kopgroepje weg, maar ze kregen nooit veel ruimte en werden altijd binnen schootsafstand gehouden. In de laatste kilometers van de rit kwamen de renners wel wat klimmetjes tegen, waar men iets had kunnen proberen. Alleen probeerde men niets, want het is pas het begin van de Tour. Alles werd gezet op de laatste klim van de dag, in Quimper. Ondertussen was het wel de hele dag nerveus, maar daar hebben wij als kijkers verder weinig aan. Het tempo lag hoog en zo ging het in razende vaart verder Quimper. Eén lang lint, waardoor er weinig tijd en ruimte was om nog een beetje op te schuiven of om zelfs maar aan aanvallen te denken. De nervositeit bij Sky was ook weer eens hoog, daarom reden zij in de laatste kilometer hard op kop, om Froome maar vooraan te houden. In de slotkilometer moest zelfs Bernal nog wat kopwerk doen. Er kwamen wat voorzichtige aanvalletjes, van Julien Simon bijvoorbeeld. Die kende deze wegen wel, maar overschatte zijn eigen mogelijkheden alsnog. Ook Philippe Gilbert deed een poging, maar hij ging wat vroeg aan. Sagan zat te lachen in z'n wiel. Daarna ging Van Avermaet aan, maar ook dat was tamelijk vroeg. Colbrelli zat wat minder goed geplaatst en kwam wat verder van achter, maar toen hij eenmaal in de buurt van de kop zat begon hij meteen te sprinten. Even leek hij Sagan te verrassen, maar toen Sagan eenmaal zijn brommertje aanslingerde was het wel duidelijk wie er ging winnen. Niets aan te doen, oppermachtig op zo'n aankomst. De rest kwam er niet aan te pas. Gilbert werd toch nog derde ondanks het feit dat hij wat vroeg aanging, zijn benen zijn goed. Alaphilippe en Valverde waren ook al van de partij, op een aankomst die hen eigenlijk iets minder goed ligt omdat het niet lastig genoeg was. Dat belooft wat voor de rit die nu gaat volgen. We gaan naar Mûr-de-Bretagne, een aankomst die we ondertussen kennen. Een grotendeels vlakke rit, met aan het eind twee keer een lastige klim. Niet spannend, maar allicht beter dan een volledig vlakke rit.

Stage-6-map.jpg
ff17d

We bevinden ons in Brest, op een kilometer of 70 van Quimper. We zijn weer een stukje richting het noorden opgeschoven en ook een stukje naar het westen, waardoor we zo ongeveer het meest westelijke punt van Frankrijk hebben bereikt. Brest is een havenstad met 140.000 inwoners in de Finistère en dus uiteraard in Bretagne. Het is stad die terug te vinden is in de top 20 van meestbezochte steden in de Tour de France. Al bezocht men vooral vroeger de stad heel vaak. Tegenwoordig is Brest wat minder populair. Het is immers alweer tien jaar geleden dat de koers hier nog eens passeerde. Le Grand Départ was toen wel in Brest, toch een schrale troost. Een rit in lijn met aankomst in Plumelec, waar Valverde won. Tien jaar na dato kan hij ook de volgende rit met vertrek vanuit Brest winnen. Niet alleen in 2008 was er een Grand Départ in Brest, ook in 1952 en 1974. In 1974 begon men met een proloog in en rond Brest en die proloog werd gewonnen door Eddy Merckx. Sindsdien is hier geen rit meer geëindigd en daar komt voorlopig geen verandering in. Opnieuw een vertrek vanuit Brest, een stad die vooral bekend is vanwege de haven en de hier gevestigde marine. De tweede grootste militaire haven van Frankrijk, na Toulon. Ook hebben ze hier een behoorlijk grote universiteit, met 27.000 studenten. Verder schijnt het een gebied te zijn waar heel veel gewerkt wordt, in Brest en omstreken zijn er 183,400 banen, jawel. Buiten het feit dat Brest een mooie haven heeft zijn er hier ook een aantal bekende mensen geboren. Wat te denken van de dikke papzak Gonzalo Higuain? Het is dan wel een Argentijn, maar gewoon in Brest geboren. Ook Yann Tiersen, vooral bekend vanwege de film Amélie, komt uit Brest. Een van de betere en bekendere moderne pianisten, die voor talloze films een gruwelijke soundtrack heeft gemaakt. Niet alleen voor Amélie dus, die van Goodbye Lenin was ook niet slecht. Brest heeft verder ook nog een enigszins bekende wielrenner in de aanbieding, namelijk Olivier Le Gac. Op dit moment namens Groupama-FDJ actief in de Tour, alwaar hij een wagonnetje is in de trein van Arnaud Demare. Brest is verder behoorlijk platgegooid in de Tweede Wereldoorlog, vooral omdat het dus als havenstad een belangrijke functie had. De stad is daarom redelijk modern, al komen we in de haven toch nog een torentje en een kasteeltje tegen.

1920px-26-04-2005-015.jpg

We bevinden ons in de regio van een van de mooiste wedstrijden van het jaar. Even ten noorden van Brest wordt jaarlijks Tro Bro Leon verreden. Een koers die vooral opvalt omdat er over zogenaamde ribins wordt gereden. Dit zijn onverharde stroken, vaak met een stuk gras in het midden. Geitenpaden, landweggetjes voor de boeren. 364 dagen per jaar komt er hooguit een keer een tractor voorbij en één dag per jaar rijden er een stuk of wat voornamelijk Franse renners over. Het is een wedstrijd die ieder jaar weer wat populairder wordt, omdat iedere koers over onverharde wegen aan populariteit wint. Iedereen houdt nog steeds van Parijs-Roubaix, iedereen vindt Strade Bianche geweldig en er is dus ook steeds meer liefde voor Tro Bro Leon. In België zie je ondertussen ook de ene na de andere koers over onverharde wegen verschijnen, zoals Dwars door het Hageland en de Schaal Sels. In Nederland doen we ook vrolijk mee, met de Slag om Norg. Het was daarom wel mooi geweest als we tijdens deze rit een paar van die ribins hadden meegepakt, al was het maar om het grote publiek te laten weten dat er zoiets is als een koers die Tro Bro Leon heet. Maar dat doen we dus niet, al wordt er in het roadbook wel naar Tro Bro Leon verwezen. We krijgen geen mooie onverharde stroken en mogen het met asfalt doen. Matig, slecht. Al doekje voor het bloeden krijgen jullie van mij een iconische foto van Tro Bro Leon, een wedstrijd die tegenwoordig bij Eurosport te zien is. Fantastische zender, Eurosport. Geweldig.

80A_1266-2.jpg

Goed, ik dwaal wat af. Heb je af en toe. Het is de lichte ergernis die opborrelt als ik bedenk dat we na de neutralisatie richting Bourg Blanc fietsen, waar links en rechts van het dorp twee van zulke stroken uit Tro Bro Leon liggen. De renners kunnen ze bijna zien, maar slaan ze wel over. In plaats van dwars door het maïs rijden ze nu langs de maïsvelden af over een behoorlijk smalle weg, die zo goed als vlak is. Na 11 kilometer rijden we door het dorp Plouvien en buiten dit dorp wordt de weg weer wat breder. De omgeving blijft groen, de ene keer door een flinke hoeveelheid bomen, een stuk verder dan weer dankzij flink wat grasland, maïsvelden en dat soort werk. Het terrein is licht glooiend en er liggen wat bochten in het parcours, desondanks zou dit een ontspannen deel van de rit moeten zijn. Na 18 kilometer is er een bocht naar rechts waarna de weg nog breder wordt en ook wat rechter. We fietsen verder richting Ploudaniel, een dorpje waar in de buurt liefst vijf stroken uit Tro Bro Leon liggen. Doen we niks mee, haha. We blijven gewoon rechtdoor over de brede weg langs de akkers rijden. Links en rechts zie je wel zo'n onverharde strook liggen en daar mogen we het dan mee doen. We blijven op de vertrouwde verharde weg dwars door het boerenland fietsen. Na 35 kilometer rijdt de koers door het dorpje Plounéventer, waar het een beetje draaien en keren rond de kerk is. Vervolgens gaan we op weg naar het eerste klimmetje van de dag. Geen onverharde weg, maar wel wat heuveltjes. Toch nog iets. Buiten dit dorpje vervolgen we onze weg tussen de boerderijen door en op een paar bochtjes na gebeurt er niets. Daar komt verandering in als we over de snelweg moeten. Via een viaduct komen we aan de andere kant van de weg en daar begint het bijna meteen omhoog te lopen. Dit is vast een voorbereiding op het klimmetje dat hierna volgt. Na een aantal meter gaat het kort naar beneden, daarna rijden we over de rivier l'Élorn en vervolgens gaat het liefst 1,5 kilometer aan 7% omhoog. Dat brengt ons na 44 kilometer op de top van de Côte de Ploudiry, een klimmetje van de vierde categorie. Na dit klimmetje loopt het nog even verder vals plat omhoog, waarna het licht naar beneden gaat richting het dorpje Ploudiry. Voorbij Ploudiry gaat het nog even wat verder naar beneden over een bijzonder smalle weg, waarna er een kort knikje naar boven komt. Aan het eind van deze weg bereiken we weer een bredere weg die ons rechtdoor naar Sizun brengt. Hier hebben ze hun eigen arc de triomphe.

Sizun_33475_30-18-09-06-SIZUN-3-800x533-mzt816sro3uxwfoca9o4f8gszc478fv9l1rnqshs5u.jpg

We rijden na 54 kilometer door Sizun en vervolgens gaat het een kilometer of 14 behoorlijk rechtdoor over dezelfde weg. Dit is een brede weg tussen de weilanden en bossen door die steeds een beetje vals plat omhoog loopt. Na een tijdje wordt het iets meer dan vals plat en krijgen we een klimmetje van 2,5 kilometer aan 3,5% gemiddeld. Geen lastige klim, maar er is wel weer een puntje voor de bergtrui te verdienen. Ondertussen rijden de renners inmiddels door een enorm open gebied, lijkt wel een soort van heide. Na 68 kilometer komen de renners boven op deze Côte de Roc'h Trévézel en vervolgens is het een aantal kilometer vlak. Daarna gaat het een aantal kilometer licht naar beneden, terwijl de renners over een grote weg rijden. Deze weg verlaten we af en toe om door een dorpje heen te rijden, zoals La Feuillée na 76 kilometer. Een ander dorpje dat we bezoeken is Huelgoat. Om dit dorp te bereiken moeten we over een kronkelige edoch vlakke weg rijden. Huelgoat is best pittoresk en dan is er ook nog eens een leuk bos in de omgeving, met water en keien en helemaal te gek. Voorbij dit dorpje blijven we over bochtige wegen, aangezien we het dal van een klein riviertje volgen. Stroomafwaarts, dus blijft het nog een stukje naar beneden gaan, al gaat dat zo subtiel dat je er niks van merkt. Enfin, van Huelgoat rijden we Poullaouen en in zo'n dorpje gaat het dan weer een paar meter omhoog. Maakt verder niet uit, het wordt al snel weer vlak en dat blijft wel zo tot we na 106 kilometer door Carhaix-Plouguer rijden. In dit dorp ging ooit een rit van de Tour van start, in 2011. Verder schijnen ze hier een van de grootste festivals van Europa te organiseren, Vieilles Charrues Festival, letterlijk het festival van de oude ploegen. Bruce Springsteen trad er ooit op, gekkenhuis. Ze hebben er één mooie woning en daar huist de lokale VVV in.

800px-Carhaix_22_Maison_ancienne_devenue_syndicat_d%27initiative.jpg

Buiten Carhaix rijden we verder over plattelandswegen. Er is hier eigenlijk maar weinig te beleven. Af en toe gaat het een paar meter vals plat omhoog, maar dat is het dan ook wel. Een beetje scheuren over het platteland. Af en toe een paar bomen, af en toe een tractor, af en toe wat akkers. Soms een dorpje, zoals Maël-Carhaix. De wegen zijn niet extreem breed en af en toe is het een beetje bochtig, maar je mag dit gerust een gezapig deel van de rit noemen. Van Maël-Carhaix rijden de renners richting Rostrenen en eigenlijk hoeft er alleen in zo'n dorpje echt gestuurd te worden. In Rostrenen bevinden we ons wel in de buurt van de tussensprint. Die gaat in het volgende dorp komen, Plouguernével. Aan makkelijke namen doen ze hier niet echt, ofzo. Dat tussensprintje komt na 135 kilometer en is vlak, lekker makkelijk. Het loopt een aantal kilometer rechtdoor richting dit sprintje en vervolgens is het nog maar 46 kilometer fietsen tot het eind. Of nouja, eigenlijk minder, omdat we nog een lokaal rondje doen. Na de tussensprint vervolgen we onze reis over grotendeels brede en rechte wegen, die over het algemeen licht naar beneden lopen, met tussendoor ook wel wat knikjes naar boven. Na 140 kilometer rijden we door Gouarec en daarna wordt de weg weer wat bochtiger, al blijft het zo goed als vlak. Een paar kilometer buiten Gouarec komen we dan langs Abbaye de Bon Repos, de abdij van de goede rust. Nou, dat is ook wel te zien, hahaha. Gebouw staat op instorten. Maarja, je kan zoiets natuurlijk ook niet onderhouden als je alleen maar aan het rusten bent. Enfin, we bevinden ons op de grens van de departementen Morbihan en Côtes-d'Armor. Deze twee gebieden worden gescheiden door het Lac de Guérledan. Mooi meertje wel, zal uitgebreid in beeld gebracht worden. De organisatie vraagt ook nog even wat extra aandacht voor dit meer door het op te nemen in de naam van de rit. De toeristische afdeling zal wel weer wat extra geld op tafel hebben gelegd. Even voorbij de abdij ligt ook nog een kasteeltje, we bevinden ons dan inmiddels op 34 kilometer van de streep.

stgelven_bonrepos_ensemble_0138.jpg

Na de abdij en het kasteeltje gaat het een aantal kilometer volledig rechtdoor over een glooiende weg die niet al te breed is. Typisch Bretagne weer dus. Het zal hier ondertussen wel enigszins nerveus beginnen te worden. Via een donker bos gaan we op weg naar Saint-Aignan. Het loopt een aantal kilometer licht omhoog, maar richting Saint-Aignan volgt er een korte en scherpe afdaling. In dit dorp, op 24 kilometer van de streep, volgt er een scherpe bocht naar rechts, waarna het weer wat vlakker wordt. Het is nu wel even bochtig. We steken een riviertje over door twee keer scherp naar links af te slaan en zetten dan koers richting het dorp Mûr-de-Bretagne. De weg loopt nu drie kilometer behoorlijk rechtdoor en in die drie kilometer gaat het gemiddeld aan een procent of twee omhoog. Vals plat, meer niet. Na 160 kilometer, op 21 kilometer van de streep, rijden we het dorp Mûr-de-Bretagne binnen. Een aantal bochten verderop bereiken we het lokale circuit. We gaan namelijk een rondje rijden en in dat ronde rijden we twee keer over de klim van Mûr-de-Bretagne. In de straten van het dorp loopt het een halve kilometer wat steiler omhoog, maar aan de rand van het dorp gaat het anderhalve kilometer licht naar beneden, waarna de klim dan echt begint. De slotklim is twee kilometer lang en 6,9% gemiddeld. Het venijn zit meteen in het begin. De weg ziet er niet steil uit omdat het bijna twee kilometer lang rechtdoor gaat, maar steil is het zeker. De eerste kilometer van de klim komt het bijna niet onder de 10%. Zelfs een paar stukjes aan 12%. In de slotkilometer zitten nog twee flauwe bochten, maar het is best moeilijk om als aanvaller uit het zicht te raken. De slotkilometer is minder lastig, vooral richting de streep wordt het bijna vlak. Tot 500 meter van de streep wordt de 5% nog wel gehaald, maar de laatste 500 meter is het gemiddeld nog maar een procent of twee. Als we hier de eerste keer bovenkomen is het nog 16 kilometer tot de finish.

Stage4-Mur-2km-15percent.jpg
climb-profile-mur-de-bretagne.jpg

De afdaling van deze klim is bijzonder makkelijk. Het gaat maar anderhalve kilometer naar beneden, of een brede weg zonder lastige bochten. Daarna gaat het eigenlijk meteen weer omhoog, iets meer dan een kilometer aan een procent of zeven. Nog best een pittig klimmetje dus, richting de bonussprint van de dag. Die streep ligt namelijk op de top van dit heuveltje, op 13 kilometer van de streep in het gehucht Saint-Maiyeux. Officieel is het klimmetje 1,3 kilometer aan 6,4% gemiddeld, bij de organisatie tellen ze dan wel het relatief vlakke eerste deel mee. Richting de top gaat het wat steiler omhoog dan 6,4%. Hoe het ook zij, na de top slaan de renners rechtsaf en gaan ze over een brede weg terug naar Mûr-de-Bretagne rijden. Deze weg blijft breed tot het dorpje Saint-Gilles-Vieux-Marché, op negen kilometer van de streep. Richting dit dorp gaat het licht naar beneden, maar het lijkt zo goed als vlak te zijn. Buiten het dorp rijden we door een bos waar de weg net wat minder breed lijkt en waar er nog een kort knikje naar boven ligt. Na dit korte knikje gaat het vier kilometer licht naar beneden, over een bochtige weg. Geen lastige afdaling, omdat het niet zwaar naar beneden gaat. Je kan het voor het gemak net zo goed vlak noemen. Op vier kilometer van de streep zijn we dan weer terug aan de buitenkant van Mûr-de-Bretagne en via een bijzonder smal weggetje, dat een halve kilometer lang smerig omhoog loopt aan een procent of acht, komen we in het dorp zelf terecht. In het dorp volgt er nog een bochtje naar rechts, waarna het een beetje vals plat omhoog loopt tot we het terug komen op een punt dat we al eerder hebben gehad, aan de andere rand van het dorp. Hier gaat het weer even naar beneden en vervolgens volgt de klim die we al kennen. Wederom twee kilometer aan 6,9%. Steil eerste stuk, vlakt af richting de finish. Iedereen zou het ondertussen moeten weten.

etappe-6-finish-2.jpg?02
57889

Mûr-de-Bretagne is een klein dorpje met 2000 inwoners. Het is een dorpje waar niet veel te doen is. We finishen ook helemaal niet in het dorpje zelf, maar op het klimmetje buiten het dorp in het midden van het niets. Mûr-de-Bretagne heeft geen lange historie in de Tour, er vertrok hier nog nooit een rit. Twee keer kwam er een rit aan, dat was in 2011 en 2015. Contador was in 2011 de eerste die hier een knuppel in het hoenderhok gooide, op 1400 meter van de streep. Er werd meteen op gereageerd door onder andere Gilbert, waardoor het weer stilviel. Daarna waagde Uran een poging, maar ook dat werd niet echt een groot succes. Jurgen van den Broeck ging op kop rijden voor Gilbert, Evans zat in zijn wiel maar liet een gat vallen. Daarna ging Gilbert zelf achter zijn ploeggenoot Van den Broeck aan, dat was echt fantastisch. Vooral omdat Gilbert helemaal niet won, hij werd vijfde. Evans ging de sprint aan en Contador zat in zijn wiel, probeerde er nog langs te komen en dacht dat dat lukte. Bertje stak zijn hand de lucht in, maar uiteindelijk bleek Evans toch gewonnen te hebben. Vino werd derde, de geblokte Noor Hushovd werd zesde. Er kwamen maar 9 renners aan in dezelfde tijd. Toch zat Hushovd wel bij die renners, je kan soortgelijke renners tijdens deze rit dus niet uitvlakken. Dat bleek ook wel een aantal jaar later, in 2015. Toen eindigden Sagan en Van Avermaet in de top 10. Winnen deden ze niet, want 2015 was het jaar van Alexis Vuillermoz. Pikachu was uitermate goed in vorm, hij werd in die Tour al eens derde op de Muur van Huy en op de Muur van Bretagne was hij een van de eersten die in de aanval ging. Aanvankelijk kreeg hij een paar renners mee, waardoor het stilviel. Froome ging daarna tempo rijden op kop, maar dat tempo lag niet buitensporig hoor. Daardoor kon Vuillermoz op 800 meter van de streep nog eens in de aanval gaan en op deze aanval reageerde niemand. Pas toen hij al een flinke voorsprong had ging Dan Martin in de tegenaanval. Dan Martin en muurtjes, gaat altijd mis. Hij werd wel tweede achter de verrassende Vuillermoz. Valverde won vervolgens het sprintje van het uitgedunde pelotonnetje. Voor Vuillermoz nog steeds zijn grootste succes ooit, in de jaren daarna heeft hij dit succes eigenlijk nooit meer kunnen evenaren.

tdf11st4_contador_evans.jpg
5ab93ccaa66ac.jpg

In Mûr-de-Bretagne wordt het overdag ongeveer 24 graden. Iets minder warm dan de afgelopen dagen, maar je kan ook weer niet beweren dat het ineens heel erg fris is. Het schijnt in de middag behoorlijk hard te gaan waaien en in Mûr-de-Bretagne staat de wind waarschijnlijk op kop. Dat wil zeggen dat we een vreselijke klim gaan meemaken. Het gaat al steil omhoog en als er dan ook nog eens tegenwind is gaat er niemand proberen aan te vallen. Hopelijk hebben mijn vrienden van Meteofrance het niet bij het rechte eind, want anders wordt dit heel kut. Op dit moment zou ik zeggen dat de wind vooral schuin tegen staat en aan het eind helemaal tegen. Geen feestje. De rit begint in ieder geval om 13:05 en na een neutralisatie van 20 minuten volgt het echte vertrek om 13:25. Zoals we ondertussen gewend zijn beginnen de NOS en Sporza om 14:10 met hun uitzending. Voor de mensen die geen moment willen missen is er nog de PLAYER, en Eurosport 2. Maar niemand heeft Eurosport 2. De aankomst wordt verwacht tussen 17:21 en 17:43. Als het weerbericht een beetje klopt eerder 17:43.

5941096756_74d471fe7e.jpg

De vorige keren dat we aankwamen op Mûr-de-Bretagne haalde de vlucht het niet en ik heb niet het idee dat een vlucht het nu wel gaat halen. Er zijn enkele renners in het peloton aanwezig die het echt van dit soort aankomsten moeten hebben en die zullen deze kans niet laten lopen. De vluchters mogen het in de tweede week een keer gaan proberen, de grote namen gaan het hier gewoon uitvechten. Bora, BMC, Quick Step en Movistar hebben er allemaal belang bij om te rijden. De rit is nu wel iets zwaarder dan de afgelopen keren dat we aankwamen op dit muurtje, maar waarschijnlijk niet zwaar genoeg om de categorie Sagan en Van Avermaet overboord te gooien. Die kunnen zo'n lastig klimmetje ook wel twee keer verteren. Eigenlijk verwacht ik dus zo ongeveer hetzelfde scenario als de vorige keer. Sky zal ook wel weer gaan rijden om Froome van voren te houden en zo zal het net zijn alsof we naar de Waalse Pijl aan het gluren zijn. Urenlang niks en dan een sprintje bergop. Geen vochtige broek.
1. Alaphilippe. Voor de Tour begon had ik Julian al op één gezet voor deze rit. Als winnaar van de Waalse Pijl hoort hij hier ook te winnen. Hij kreeg het voor elkaar om Alejandro Valverde te onttronen. Daarna won ie ook nog even een ritje in de Dauphiné en voor die tijd had hij ook al twee ritten in het Baskenland gewonnen. Alleen is hij me daarna toch een soort van tegengevallen. Op het Franse kampioenschap verloor ie van Anthony Roux of all places en in de rit naar Quimper was Valverde dan weer sneller. Dat Alaphilippe daar niet won viel te begrijpen omdat het niet lastig genoeg was, maar voor het mentale aspect was het toch lekker geweest om voor Valverde te eindigen. Maakt verder niet uit, ik verander niet zo snel van mening. Alaphilippe gaat hier nog steeds grandioos uitpakken. Overwinning 50 voor Quick Step is in aantocht.
2. Valverde. Voor het eerst in 100 jaar een keer verloren op de Muur van Huy dus. Al is die muur wel wat lastiger dan deze klim, het zegt dus allemaal niet zo gek veel. In de tussentijd heeft Valverde nog genoeg gewonnen en nog meer fraaie dingen laten zijn. Zijn kunststukje samen met LL Sanchez in de Route du Sud was bijvoorbeeld geniaal. De benen lijken ook nu weer meer dan prima, aangezien hij al eens zevende en vierde is geworden. Eindigde in Quimper voor Alaphilippe en dus is hij misschien wel de grootste favoriet voor deze rit. Al was hij dat in 2015 ook en toen kreeg hij het voor elkaar om te verliezen. Gaat nu ook gewoon gebeuren.
3. Sagan. Als we de ploegentijdrit even buiten beschouwing laten wordt Sagan tijdens deze Tour eerste of tweede. Logischerwijs zou hij nu dus weer tweede moeten worden, maar ik respecteer de logica even niet. Op deze aankomst zijn Valverde en Alaphilippe normaal beter. Sagan kan dit makkelijk aan, liet hij in 2015 zien met een vierde plaats. Maar er zijn er een paar bij die dit nog makkelijker aankunnen.
4. Van Avermaet. Moet zijn gele trui verdedigen. Werd in 2015, zonder gele trui, al eens zesde. Met de gele trui erbij, die voor wat extra motivatie zorgt, moet hij nu hoger kunnen eindigen. Al was zijn sprintje in Quimper verre van indrukwekkend en haalt hij waarschijnlijk de top 10 niet eens maar dikke boeiend. Deze plaats kan je ook prima reserveren voor Dan Martin maar die neem ik niet meer zo serieus sinds hij bij de Emiraten fietst.
5. Vanendert. 1z2lnah.png
noodgangdinsdag 31 juli 2018 @ 07:49
SPOILER: Etappe 7: Fougères - Chartres, 231 km
Etappe 7: Fougères - Chartres, 231 km

Het eerste deel van de rit richting Mûr-de-Bretagne was vreselijk saai. Binnen een halve kilometer was de kopgroep vertrokken en daarna gebeurde er niets. Tot op 100 kilometer van de streep de wind, die al langer aanwezig was, ineens goed stond. Er werd door open terrein gereden en de mannen van Quick Step zagen meteen hun kans schoon om het in waaiers te trekken. Daarmee wisten ze heel wat renners te verrassen, waaronder de voltallige Lotto Djumbo-ploeg. Kruijswijk en Roosen zaten nog wel in de tweede groep, maar Roglic belandde samen met zijn kornuiten in de mongelenwaaier. Omdat ook Quintana de slag had gemist ging Movistar op kop van de tweede groep rijden, waardoor deze groep snel weer terug wist te keren. Even leek het erop dat ze van plan waren om Roglic de nek om te draaien, maar uiteindleijk viel het toch stil. Daardoor kon iedereen terugkeren en was de koers ook meteen weer een stuk saaier. Het werd weer een ouderwetse gecontroleerde rit. Vluchters kregen, zeker dankzij de waaiers, geen ruimte meer en zodoende konden we ons gaan opmaken voor een sprintje bergop. Twee sprintjes bergop eigenlijk, aangezien Mûr-de-Bretagne twee keer beklommen moest worden. In aanloop naar de eerste klim was Fuglsang een beetje aan het kloten, maar verder gebeurde er niet veel. In gestrekte draf over de klim, saai. Kat uit de boom kijken, vast wat mindere goden lossen, meer niet. In de aanloop naar de tweede beklimming van de Mûr-de-Bretagne was er ineens paniek, want ONZE Tom stond ineens langs de kant van de weg. Het wisselen van het wiel ging niet zo snel en toen werd al meteen duidelijk dat hij tijd zou gaan verliezen. Even verderop bleek ook Bardet problemen te hebben, maar daar ging de wissel was sneller. Desalniettemin moest ook Bardet tijd toegeven. Blijkbaar tikte Dumoulin Bardet aan, niet zo handig allemaal. Vooraan zagen we eigenlijk hetzelfde scenario als in 2015. Zo'n beetje de eerste de beste aanval was succesvol. Dan Martin heeft blijkbaar geleerd van zijn fouten. In 2015 reageerde hij niet meteen op een aanval van Vuillermoz en ging hij pas in de achtervolging toen het al te laat was. Nu wilde hij degene zijn die vroeg in de aanval ging en dat lukte wonderwel. Hij ging, ver van de streep, en niemand ging mee. Later ging Latour in de achtervolging, maar daar hoeft Dan Martin niet bang van te worden. Helemaal op het eind gooide Valverde er ook nog maar een kansloos sprintje uit terwijl het kalf al verdronken was, ook daar een herhaling van 2015. Veel tijdsverschillen leverde het allemaal niet op. Froome verloor een paar seconden, maar dat is klein bier. Ook Uran verloor een paar tellen, maar daar ligt ie niet wakker van. Grootste slachtoffers dus Bardet en Dumoulin. Tom verloor bijna een minuut en daar kwamen later nog 20 strafseconden bij, omdat ie een beetje achter de auto aan het stayeren was. Foei, Tom. Niet meer doen. Enfin, de voorsprong die hij tijdens de eerste rit pakte door op de fiets te blijven zitten is ie nu weer kwijt. De Tour winnen wordt daardoor meteen een moeilijker verhaal. Speciaal voor Tom volgt nu de langste rit van deze Tour, een volledig vlakke rit. Genoeg tijd om zijn zonden te overdenken en alles een plaatsje te geven.

stage-7-route.jpg?05
ee1f1

Deze nu al afgrijselijke rit gaat van start in een stad die net even een stukje minder afgrijselijk is. Fougères, een stad met ongeveer 20.000 inwoners, nog steeds in Bretagne. Het is een stad die we niet al te lang gelezen nog eens bezocht hebben. In 2015 eindigde hier de zevende rit, die vertrok vanuit Livarot. Het eindigde in een massasprint en die werd gewonnen door Mark Cavendish. Verder is de historie van Fougères in de Tour niet bijzonder groot. Men kwam hier maar een paar keer eerder langs, voor het eerst in 1985. Toen werd er een ploegentijdrit verreden tussen Fougères en Vitré, twee steken die bijna onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn omdat ze allebei beschikken over een kasteel. In 2013 kwam men tussendoor ook nog eens naar Fougères en net als in 2015 eindigde het in en massasprint. De winst ging bij die gelegenheid naar Marcel Kittel. In Fougères staat dus een kasteel, zoals ik al voorzichtig heb gemeld. Niet zomaar een kasteel, een groot kasteel. Een groot kasteel dat in blakende gezonheid verkeert. Gebouwd op een rots en vroeger omgeven door een moeras, waardoor het geheel nogal goed te verdedigen was en het bepaald geen sinecure was om dit kasteel aan te vallen. Daar kwam pas na de introductie van de artillerie wat verandering in. Daardoor schijnt dit een de grootste en best bewaarde middeleeuwse kastelen van Europa te zijn. Het kasteel beschikt over 13 torens en dat zorgt natuurlijk voor de nodige pittoreske plaatjes. Daarom is toerisme ook een van de belangrijkste inkomstenbronnen van deze stad. Naast het kasteel hebben ze ook nog een leuk centrumpje met wat vakwerkhuisjes en kerkjes in de aanbieding, prima om een namiddag door te brengen. Als je hier wat langer wil blijven hangen kan dat ook, want in Fougères valt er nog genoeg te studeren. Zo zou er een school moeten zijn waar ze je leren hoe je horloges moet maken. Buiten dat hebben ze in Fougères en omgeving de grootste zuivelproductie van Frankrijk, dus ja. Laten we het toch maar bij het kasteel houden.

f24aa20a874e70863ba113bfc342408c.jpg
Fougeres_Schloss_Sueden.jpg

Tijdens de neutralisatie rijden de renners een rondje door Fougères en tijdens dit rondje komen ze langs het kasteel, uiteraard. Buiten de stad is de neutralisatie afgelopen en daarna gaan we in oostelijke richting richting Chartres fietsen. Om de rit iets minder kut te maken volgen we in de eerste kilometers niet de brede, doorgaande weg, maar rijden we over een iets smallere weg die een beetje glooiend is. Boeit natuurlijk verder allemaal niet, maar we komen op die manier in ieder geval wat meer bochten tegen en ook af en toe een klein dorpje. Het terrein is zo nu en dan behoorlijk open, aangezien we over het platteland rijden. In principe zou er dus bij gunstige wind kans op waaiers zijn, maar op dit moment zal er waarschijnlijk nog niets gebeuren aangezien het nog meer dan 200 kilometer tot de streep is. Je zou hier heel veel woorden aan kunnen besteden, maar dat ga ik voor een keer achterwege laten. Ik zou graag een van de beste journalisten en columnisten van Nederland willen quoten, een absoluut fenomeen. Hij wist ooit messcherp een vlakke rit in de Tour te omschrijven. Op zo'n scherpe pen zijn hele volksstammen jaloers.

[quote]Zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz

Zzzzzzzzzz­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­z­zz.

zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz
zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz.[/quote]

In de buurt van Mayenne, na 40 kilometer, rijden we even een aantal kilometer over een grote weg, maar verder beperken we ons tot allerlei B-wegen. Deze wegen zijn dus redelijk glooiend, bochtig en voeren vooral dwars door het platteland. Er is dus zo'n beetje de hele rit lang kans op waaiers, mocht iemand daar zin in hebben. Mocht niemand daar zin in hebben of mocht de wind niet gunstig staan dan heb je ook meteen niets. En daarom skip ik 'm maar meteen richting Alençon, waar de koers na 110 kilometer passeert. Dat is nog eens tempo maken. Nog best een aardige stad trouwens, Alençon. Matige Franse renners als Anthony Geslin en Marc Fournier werden er geboren. Gewiss-Ballan won er nog eens een ploegentijdrit, in 1995. Nou, helemaal top dus. Kasteeltje erbij, wat vakwerkhuisjes, een belangrijke bibliotheek en een kerk. Mooi man. We hebben trouwens Bretagne verlaten en bevinden ons inmiddels in Normanië, in het departement Orne. Sowieso doen we vandaag veel regio's aan, we reden ook al even kort door de Sarthe en buiten Alençon volgt er een tweede stukje Sarthe.

alencon-08.jpg

Als we de Sarthe weer betreden krijgen we ook zowaar nog met een echt klimmetje te wachten. Na 120 kilometer komen we namelijk de Côte du Buisson de Perseigne tegen, een klimmetje van anderhalve kilometer aan 4% gemiddeld. Beestachtig. Reden we tijdens het eerste deel van de rit nog over smalle weggetjes, nu rijden we gewoon steeds rechtdoor over een brede weg, die dan wel weer aan slijtage onderhevig is. Asfalt lijkt wel 100 jaar oud. Afwisselend rijden we door bossen en open vlaktes, maar op dit moment toch net wat meer bossen. In principe minder kans op waaiers, waardoor je gerust even een middagdutje kan inplannen. Na 20 kilometer over dezelfde weg komt er weer wat variatie omdat er dwars door Mamers wordt gereden, een klein stadje waar wat rotondes liggen. Aan de rand van Mamers rijden we dan weer de Orne binnen en vervolgens gaat het ongeveer 15 kilometer volledig rechtdoor richting het volgende dorp, Bellême. Het gebied is hier volledig open, dus we mogen hopen dat de weergoden ons gunstig gezind zijn. Richting Bellême gaat het een paar keer voorzichtig omhoog, al heeft dat natuurlijk allemaal weinig om het lijf. Buiten dit dorp, na 150 kilometer koers, vervolgen we onze weg weer over een brede en kaarsrechte weg. Het blijft nu een beetje glooiend en er is wat meer beschutting, maar ook hier nog wel wat open velden waar de wind eventueel z'n ding kan doen. In principe rijden we zo probleemloos verder richting de tussensprint van de dag, die na 168 kilometer volgt. De laatste kilometer voor de tussensprint wordt het terrein ineens enorm open, dus als een paar ploegen het hier een beetje op gang trekken kunnen we wel lachen. Kaarsrechte weg ook, loopt meerdere kilometers achter elkaar volledig rechtdoor. Net buiten het dorpje Berd'huis volgt die tussensprint dan, op de grens van de Orne en Eure-et-Loir. We rijden na deze sprint rechtdoor richting Nogent-le-Rotrou, waar ze een château hebben. Dat is niet strafbaar.

nogent-le-rotrou-normandie-729_729_2_xl.jpg

Na een rondje gefietst te hebben door Nogent-le-Rotrou laten we de enorm brede wegen achter ons en zoeken we weer het iets meer alternatieve circuit op. Het wordt ook iets bochtiger, al gaat het alsnog vooral vaak rechtdoor. Af en toe een paar hectometer in stijgende lijn, maar geen echte beklimmingen. Net buiten Champron-en-Perchet, op 56 kilometer van de streep, rijden we weer eens door een open veld. Mits wind kan het leuk worden, zonder wind begin je je af te vragen waar een mens in hemelsnaam zoveel akkers voor nodig heeft. Een kilometer of vijf door open gebied en daarna een kilometer of vijf door een bos, met af en toe een paar gemene stroken omhoog. Op 46 kilometer van de finish komen de renners dan door Thiron-Gardais, een schattig dorpje aan een meertje. Buiten dit dorpje slaan de renners linksaf en rijden ze voor het eerst in een eeuwigheid over een andere weg. De eventueel aanwezige wind zal hier ook ander staan, dit kan dus zomaar een belangrijk punt zijn. Al hoeft hier zelfs met veel wind niet eens iets te gebeuren, aangezien er wel heel veel bomen langs de kant van de weg staan. Een paar open stukken, maar toch vooral veel bos. Het wordt waarschijnlijk pas echt interessant buiten Combes, op 40 kilometer van de streep. Het aantal bomen neemt af en de akkers nemen toe. Al kom je dan snel weer een dorpje tegen, zoals Happonvilliers op 36 kilometer van de streep. Dat haalt de vaart er altijd zo lekker uit. Buiten dit dorpje wordt het terrein dan wel weer volledig open, terwijl we richting de bonussprint van de dag rijden. Die bonussprint, die nog weinig toevoegt aan de koers, komt na 200 kilometer koers, op 31 kilometer van de finish. In deze vijf kilometer kan er dus veel gebeuren. Na de bonussprint rijden we nog even door wat dorpjes, waar het geheel wat meer beschut is. Daarna krijgen we wel weer te maken met een aantal kilometer door volledig open terrein, dat pas in Magny weer onderbroken wordt. Dit dorpje ligt op 24 kilometer van de finish.

2rpfvc6.png
Sfeerimpressie van de laatste 40 kilometer

Buiten Magny komen we al snel weer open vlaktes tegen. Het is dat er een paar dorpjes zijn, maar verder zou de wind hier altijd z'n ding kunnen doen. Op 18 kilometer van de streep komen we het volgende dorp tegen, Bailleau-le-Pin. Zes kilometer dus door open velden, lekker hoor. In Bailleau moeten de renners over het spoor en komen ze kort achter elkaar drie lastige bochtjes tegen, maar daarna gaat het weer vrolijk rechtdoor richting de finishplaats. Buiten Bailleau wordt het terrein al snel weer open, want dat is het verhaal van deze slotfase. We rijden nu een net iets andere kant op, dus de wind zal hier weer net even iets anders staan. Op 14 kilometer van de streep rijden we dan door Nogent-sur-Eure, waar het weer even beschut is. Vervolgens steken we buiten dit dorp, na een paar rotondes, de rivier Eure over en vervolgens gaat het richting Chartres vooral rechtdoor door alleen maar open velden. Op negen kilometer van de streep volgt er dan bij een rotonde een bocht naar rechts, waarna men over een iets smallere weg alsnog door de open velden een alternatieve route richting Chartres neemt. Op 6,5 kilometer van de streep verlaten we deze weg. Bij een volgende rotonde slaan we linksaf en daarna gaat het een aantal kilometer rechtdoor. Deze weg wordt op iets meer dan vijf kilometer van de streep nog wel onderbroken door een rotonde, maar buiten dat gaat het tot op twee kilometer van de streep volledig rechtdoor. We bevinden ons inmiddels in Chartres zelf, dus de open velden zijn als sneeuw voor de zon verdwenen. Deze weg van drie kilometer lang is licht glooiend, het gaat een tijdje heel licht vals plat omhoog, maar verder valt er tot op twee kilometer van de streep weinig te beleven. De renners komen uit bij een rotonde, waar ze een bocht naar rechts nemen. 100 meter verderop moeten ze deze rotonde weer verlaten, middels nog een bocht naar rechts. Daarna gaat het eigenlijk zo goed als rechtdoor tot de finish. Alleen nog maar wat flauwe bochten, maar geen serieus werk. Wel loopt het toch aan de laatste kilometer naar beneden, op een bepaald punt zelfs vrij scherp. Als we onder de boog van de laatste kilometer passeren wordt het even vlak, maar in de laatste halve kilometer gaat het nog vrij fors omhoog. We overwinnen 20 hoogtemeters in dit stuk, 4% gemiddeld dus. Weer een lastige aankomst.

stage-7-finish.jpg?03
3c356

Het is de derde keer in de geschiedenis van de Tour dat er een rit eindigt in Chartres. De stad met 42.000 inwoners debuteerde in 2004. In die tijd waren er nog wel eens monsterontsnappingen mogelijk. De rit die in Chartres eindigde was zo'n rit voor de vluchters, die een gigantische voorsprong kregen. Daags voor deze rit was er een ploegentijdrit geweest van meer dan 60 kilometer en die werd met overmacht gewonnen door US Postal. Lance Armstrong had het geel dus al om zijn schouders, maar aangezien het pas de vierde rit was had hij daar eigenlijk helemaal geen zin in. Tijdens rit vijf mocht er dus een grote groep wegrijden en die groep hield uiteindelijk aan de streep een voorsprong van meer dan 12 minuten over. In die kopgroep bevond zich onder meer de altijd irritante Australiaan Stuart O'Grady. Hij klopte zijn medevluchters makkelijk. In dezelfde kopgroep bevond zich ook een of andere Thomas Voeckler. Die was toen bij het grote publiek nog niet echt bekend en bij Armstrong ook niet. Van de renners vooraan stond hij het hoogste en daarom nam hij de gele trui over. Dat was op zichzelf niet zo opmerkelijk, de verrassing kwam daarna pas. Thomas Voeckler wist tot rit 15 stand te houden en reed zo dus een dag of 10 in het geel. Een volksheld werd geboren en de rest is geschiedenis. Daarna keerde men in 2012 nog eens terug naar Chartres, voor een individuele tijdrit van 52 kilometer. Dat kon toen nog, blijkbaar. Die tijdrit werd gewonnen door Bradley Wiggins, voor Chris Froome. Niet echt een topshow dus. Chartres is verder vooral een stad met heel veel industrie. Dat merken de renners ook vanzelf, bij het binnenrijden van de stad moeten ze eerst over een industrieterrein fietsen. Ze zijn hier vooral goed in het produceren van cosmetische producten, zoals parfum. Daarnaast is de pharmaceutische industrie hier behoorlijk aanwezig, blijkbaar draaien ze hier 53% van alle Franse pillen in elkaar. In de binnenstad kom je dan weer wat oude gebouwen tegen, zoals een kathedraal uit de 13e eeuw die op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat. Dit is een van de bekendste kathedralen van Frankrijk, mede dankzij de gebrandschilderde glazen. Ik noem dat altijd glas in lood, maar blijkbaar is gebrandschilderd een betere term. Nouja, wel geinig in ieder geval.

1969.Chartres%20Cathedral.jpg

Drie keer raden wat de wind gaat doen als het de laatste 40 kilometer vooral heel erg open is? Die gaat liggen, haha! Ja, nee, serieus. Er is gewoon geen wind in Chartres en omgeving. Helemaal niks. Al is er nog een kleine kans op een soort van storm. Het zou in de middag kunnen gaan regenen in Chartres en daar komt uiteraard ook wat wind bij kijken. Zo rond vijf uur zou dat moeten beginnen en dan waait het dus wel serieus, met flinke windstoten. Alleen staat die wind dan waarschijnlijk tegen, dus daar worden we alsnog niet veel wijzer van. In de buurt van Fougères zal er ook weinig wind zijn, maar ook daar wel kans op regen. Het gaat denk ik alsnog een hectische dag worden. Hopelijk trekt de wind nog wat aan en krijgen we een paar buien, dan wordt dit geweldig. Anders niet. Het zou fijn zijn als de regenbuien in Chartres wat eerder beginnen, rond een uur of vier ofzo. Dan nog een paar windstootjes erbij, terwijl de wind enigszins draait. Het kan allemaal nog. Maar dat weten we dus niet. Wat we wel weten is dat de rit begint om 12:05. Langste rit van de Tour, dan krijg je dat. Na een neutralisatie van een kwartier volgt om 12:20 het officiële startsignaal. Qua uitzendingen is het weer hetzelfde verhaal. Eurosport 2 en de PLAYER staan om 12 uur tot uw dienst. De NOS en Sporza haken aan rond 14:10. Finish wordt verwacht tussen 17:21 en 17:49.

1024px-Notre_Dame_de_Chartres.jpg?ssl=1

Deze rit kan leuk worden als het weer een beetje mee wil werken. Maar, de uitkomst zal ongeacht het weer toch wel steeds hetzelfde zijn: een sprint. Kan massaal zijn en minder massaal, maar gesprint zal er worden.
1. Gaviria. Komt tijdens iedere sprintrit op 1 te staan. Als het een beetje slecht weer wordt heeft hij ook nog eens de ideale ploeg om zich vooraan te handhaven, dus het wordt weer lastig om hem te kloppen.
2. Sagan. Op zo'n aankomst legt hij het af tegen Gaviria, zoveel is inmiddels wel duidelijk. De rest legt het dan weer af tegen hem en dat levert voor de verandering maar weer eens een tweede plaats op.
3. Colbrelli. Sonny is al twee keer tweede geworden. Een keer op een aankomst die zwaarder is dan deze en een keer op een aankomst die minder zwaar is. Dan kan hij vast ook wel presteren op zo'n parcours dat ergens in het midden ligt.
4. Groenewegen. Als hij de slag niet mist tijdens eventuele waaiers verneukt hij het wel weer in de finale. Ontsporend treintje, daarna jezelf laten wegdrummen en dan van veel te ver moeten aanzetten, dat soort werk. Mooie vierde plaats gaat dat weer opleveren, heerlijk. Mag Zeeman daarna weer gaan onderzoeken hoe dit heeft kunnen gebeuren.
5. Kristoff. Nog niet echt aan een bijzonder goede Tour bezig, maar er is een kans dat het gaat regenen. En dan moeten we eerder met Kristoff rekening houden dan met een Greipel of een Kittel. Die Duitse braadworsten haken dan meteen af. Zo'n echte geblokte Noor trapt stevig door. Naar een vijfde plaats, want hij krijgt er ook niet ineens wonderbenen van.
SPOILER: Etappe 8: Dreux - Amiens Métropole, 181 km
Etappe 8: Dreux - Amiens Métropole, 181 km

De langste rit van deze Tour was ontzettend kut. Je bent al snel geneigd om iets milder te worden vanwege de uitslag, maar we mogen de waarheid niet ontkennen. Het was niet om aan te gluren. Een vreselijke rit. Na de neutralisatie had niemand zin om in de aanval te gaan. De renners reden verschrikkelijk traag en alleen de mannen van Wanty hadden er een beetje zin in. Eerst Yoann Offredo, maar die stopte er al snel weer mee. Thomas Degand hield het iets langer vol, maar ook hij was er na een tijd wel klaar mee. Daarna kregen we zowaar tien minuten koers, omdat een aantal sprintersploegen een mannetje in de aanval stuurden. Lotto Jumbo stuurde kindsoldaat Tolhoek richting het slagveld, maar bij het verlaten van de loopgraven sneuvelde hij meteen. Daarom moest er door Paultje Martens en Robert Gesink op kop worden gereden om het gat op een groep met onder meer Lampaert en Naesen weer dicht te rijden. Dat lukte en daarna viel het helemaal stil. Er gebeurde heel lang niets, tot Offredo zich weer eens niet kon bedwingen. Hij heeft een behoorlijk lange tijd in het eentje voor het peloton gereden. Had het praktisch nut? Nee. Toen het een beetje begon te waaien en die wind ook nog gunstig stond kregen we heel kort een aanzet tot waaiervorming. Het was vijf minuten spannend, maar daarna was het klaar. Offredo werd weer ingerekend en er werd weer een tijd stapvoets gereden. Tot Laurent Pichon in de aanval ging. Ook hij mocht een tijdje in z'n eentje zwemmen voor het peloton. De sponsor zal blij zijn, de rest van de wereld niet. Op 40 kilometer van het eind zou het terrein open worden en zou er een grote kans op waaiers zijn, maar de wind stond verkeerd. Dus reden we met een slakkengangetje richting de finish. Pichon werd ingehaald en verder gebeurde er tot een paar kilometer voor het eind niets. Daarna kwamen de sprinttreintjes natuurlijk naar voren en die van Lotto Djumbo was alweer ontspoord voor de sprint goed en wel begon. Groenewegen had alleen Roosen nog en die raakte hij ook nog eens kwijt. Eigenlijk ging alles dus weer mis, maar Groenewegen had nu wel power in de benen. En dus liet hij zien wat hij het hele jaar al laat zien. Hij snelde iedereen voorbij en won met overmacht. Knappe sprint. Maar laten we verder niet doen alsof de ploed goed werk leverde. Dit is puur de klasse van Groenewegen en niets anders. Hoe dan ook, weer een Nederlandse overwinning. Ooit duurde het enkele jaren voor er weer wat te juichen viel voor het vlaggetjesvolk, nu is het ieder jaar wel een paar keer raak. Daags na de overwinning van Groenewegen gaan we het tweede weekend in met weer een vlakke rit. Hoera!

tour-de-france-2018-stage-8-map-720a631f54.jpg
37feb

Parijs is nog ver, zeggen de renners vaak. Meestal klopt dat ook, vanuit de Alpen of de Pyreneeën is het nog wel een eindje fietsen tot in Parijs. Tijdens deze rit klopt de uitspraak alleen niet helemaal, want de startplaats van deze etappe ligt op een kilometer of 80 van Parijs. We bevinden ons in Dreux, een stad met 31.000 inwoners, in de Eure-et-Loir, op een kilometer of 30 van Chartres. Chartres en Dreux zijn toevallig ook de twee grootste gemeenten van de Eure-et-Loir. Niet echt een dichtbevolkt departement dus. Voor de Tour ook geen bijzonder interessant departement. In Chartres was men dan wel al een paar keer eerder, maar Dreux heeft nog nooit deel uitgemaakt van dit hele circus. Een debutant, jawel. Toch heeft men hier wel enige affiniteit met het wielrennen, ondanks het feit dat de Tour nog nooit is gepasseerd. Er zijn twee wielerclubs en in 2016 begon Parijs-Tours in Dreux. Daarnaast heeft men wel eens de Tour de l'Avenir mogen verwelkomen, in 2009. Julien Berard wist toen in de straten van deze stad te winnen voor latere eindwinnaar Romain Sicard. Dreux is in principe ook een industriestadje, we bevinden ons nog steeds in het pillendraaierscentrum van Frankrijk. Daarnaast maken ze hier thee, Dammann Freres om precies te zijn. Nooit van gehoord, maar dat ligt vast aan mij. De inwoners van Dreux zijn over het algemeen wat minder sympathiek, want Dreux staat in de Franse politiek bekend als het plaatsje waar Front National voor de eerste keer een grote overwinning genoot. Dit gebeurde in 1983, toen zij 17% van de stemmen won in de gemeenteraadsverkiezingen van Dreux. He bah. Gelukkig hebben ze er nog wel een mooie kerk.

dde_sau_aat_sig_Dreux_eglise_st__pierre_cle023bd8.jpg

Vanuit Dreux rijden we naar het noorden. Er volgt eerst weer een heel stuk dat neutraliseerd is, pas buiten de stad begint de rit echt. Over een kaarsrechte en vlakke weg fietsen we richting Anet, waar een kasteel staat. Best een potsierlijk gebouw. Buiten Anet komen we langs de Eure te fietsen en in het dal van deze rivier zijn de wegen vlak. Af en toe een paar bochten als we door wat dorpjes rijden, maar het gaat toch vooral heel veel rechtdoor. We rijden ook voornamelijk door bosachtige bieden, dus er gaat hier helemaal niets gebeuren. In gestrekte draf richting Pacy-sur-Eure, waar we de rivier even achter ons laten en daarom krijgen we gelijk te maken met een kort klimmetje. Over een kaarsrechte weg gaat het twee kilometer naar boven aan 4,3% gemiddeld. Dit bultje van de vierde categorie draagt de naam Côte de Pacy-sur-Eure. Is over nagedacht. Na 35 kilometer komen we daar boven en vervolgens rijden de renners een kleine tien kilometer over een plateau. Af en toe is het een beetje open op dit plateau, maar er staan ook behoorlijk wat bomen langs de kant van de weg. Op een paar rotondes na komen we verder bijzonder weinig tegen. Rechtdoor richtin Vernon, een dorpje aan de Seine. Omdat dit dorp aan de rivier ligt volgt er wel een korte afdaling, maar de weg is hier enorm breed en er zijn maar weinig lastige bochten. In Vernon zelf is het wel flink wat draaien en keren, waarna we over de Seine rijden. Aan de andere kant van de Seine komen we vervolgens een kasteeltje tegen, en een oude molen die op een ietwat opvallende manier in elkaar is geknutseld. We noteren kilometer 48. Vernon is overigens een stadje met een grote Malinese gemeenschap, blijkbaar. Dat levert de nodige goede voetballers op, waaronder Ousmane Dembélé. Al denkt Didier Deschamps daar duidelijk anders over.

fixedw_large_4x.jpg

Voorbij Vernon rijden we 20 kilometer langs de oevers van de Seine. Best een grote rivier, met best een flinke vallei. Het is dus vlak. De weg is onbeschut, je ziet alleen maar akkers. Af en toe een klein dorpje, maar met name open terrein. De wind zou hier eventueel z'n ding kunnen doen, maar laten we daar maar niet meer op hopen. Als niemand er rekening mee houdt gebeurt er pas wat. Halverwege dit stuk van 20 kilometer snijden we even een stukje af en verlaten we de Seine, waardoor de weg ook meteen een kilometer omhoog loopt, door een bos. Het is toch weer niet helemaal vlak, al heb je op basis van het profiel al snel de neiging om te zeggen van wel. Buiten dit bos keren we snel weer terug naar de Seine voor nog een aantal kilometer door open velden. Dit blijft duren tot Les Andelys, na 66 kilometer. In dit dorpje, waar we nog een kicken kasteel tegenkomen slaan we rechtsaf en laten we de Seine definitief achter ons. Meteen begint de weg omhoog te lopen. We krijgen te maken met een officieel klimmetje, de Côte de Feuquerolles. Klimmetje van de vierde categorie, 2,3 kilometer aan 4,3%. Op de behoorlijk gelijkmatige klim is de weg breed. Op de top komen we terecht op een plateau waar het terrein volledig open is. Over behoorlijk rechte wegen gaat het vervolgens verder naar de tussensprint. Er is nu echt weinig te beleven. In een van de spaarzame dorpjes die we passeren af en toe een rotonde, maar verder rechte wegen door een agrarisch landschap. Af en toe een miniem hoogteverschilletje maar de tering wat hebben ze nu weer voor een rit in elkaar gedraaid. De tussensprint komt dan uiteindelijk na 86 kilometer in het gehucht La Neuve-Grange. Daar valt geen hol te beleven. Totaal geen inspirerende omgeving, alleen de wind kan dit zooitje ongeregeld redden. Daarom blik ik nog maar even terug op Les Andelys, want daar is de omgeving wel inspirerend.

Les-Andelys-(France).jpg

Wordt het na de tussensprint wel leuk? Nee, natuurlijk niet. Het is de Tour. Vijf kilometer volledig rechtdoor over een vlakke weg tussen de akkers. Even verderop rijden we door Bézu-la-Fôret, waar het even kort naar beneden gaat. Paar bochtjes enzo, maar niet iets waar we wakker van moeten liggen. Vervolgens rijden we door een mooi bos, prachtig. Buiten het bos gaat het dan weer een aantal kilometer volledig rechtdoor langs open vlaktes. Na een kilometer of 96 rijden we langs Montrony en hier gaat de weg even een paar kilometer licht omhoog. Aan het eind van dit klimmetje volgt er een afdaling en tijdens deze afdaling komen we de eerste echte haarspeldbocht van deze Tour tegen, jawel. Op die bocht na stelt het verder niets voor en zo rijden we na 106 kilometer door Gournay-en-Bray. In dit dorpje is het wat draaien en keren maar daarna gaat het weer ouderwets tien kilometer rechtdoor door open velden. We volgen een brede, doorgaande weg. Daar komt na 117 kilometer verandering in, want dan slaan we linksaf en komen we op een wat smallere weg terecht. Deze weg brengt ons naar het piepkleine dorpje Gerbenoy. In dit dorpje wonen amper 100 mensen. Waarom rijden we dan in jozefsnaam door dit dorp? Nou, omdat het een van de mooiste dorpjes van Frankrijk is. Volgens een of andere verkiezing dan, dat heb ik niet zelf verzonnen. Gerbenoy bestaat uit een kasteeltje, een oude poort, talloze vakwerkhuisjes en rozen. In de zomer bloeien hier bij zo'n beetje ieder huis rozen, waardoor je blijkbaar last hebt van een bedwelmende geur. De renners rijden dwars door het dorpje en komen zo langs alle vakwerkhuisjes. Bovendien zien het kasteel en de tuinen van het kasteel liggen. Die tuinen zijn ook nog wel de moeite waard. Een of andere Franse schilder heeft hier blijkbaar gewoond, die tuinen in elkaar geflanst en er daarna schilderijen van gemaakt. Daardoor is dit dorpje een populaire toeristische bestemming geworden. Enzovoort.

Gerberoy.jpg
straatje-gerberoy-frankrijk-cc-isamiga76.jpg

Nu de toeristische afdeling van de Oise, want daar zijn we inmiddels, een moment van glorie heeft gehad trekken we verder richting Amiens. Buiten Gerbenoy is het nog een kilometer of 60 tot de finish. Over een smal en bochtig weggetje rijden we terug naar de grote weg en terwijl we dat doen rijden we ook nog even door het gehucht Lachapelle-sous-Gerberoy, waar we langs de kant van de weg ook nog op een best wel fraai châteautje stuiten. Paar listige bochtjes in dit gehucht en ook buiten het gehucht, als weer terechtkomen op een doorgaande weg. Hier naar rechts en even verderop meteen naar links, waarna het een kilometer omhoog gaat aan 4%. Ja, het is weer straffe kost vandaag. Vervolgens is het een kilometer of vijf zo goed als vlak, terwijl we weer over het platteland rijden. Daarna komen we een dorpje tegen en dat dorpje ligt wat lager, waardoor er een korte afdaling volgt met één lange bocht. Op die bocht na valt er niet veel te beleven in Marseille-en-Beauvaisis. Paar bochtjes en daarna gaat het buiten de stad weer anderhalve kilometer omhoog aan een procentje of vijf. Dat is voorlopig wel het laatste klimmetje. Op de top gaat het acht kilometer rechtdoor over een brede weg door een open gebied, tot we op 43 kilometer van de aankomst door Crèvecoeur-le-Grand rijden. In dit dorpje met een knus centrumpje liggen wat bochten en bij de laatste bocht gaan we naar links, waarna we koers zetten richting het noorden. Het gaat nu weer een aantal kilometer zo goed als rechtdoor, over een licht dalende weg. Terrein blijft open, maar we hebben al afgesproken dat we daar niet veel van gaan verwachten. Op 36 kilometer van de streep rijden we door Catheux en hier is er een bocht naar rechts, waarna we weer op wat glooiender terrein terechtkomen. Paar keer op en af nog, maar het valt al bij al best mee. Terrein is ook weer wat meer beschut en zo komen we even verderop uit bij Fontaine-Bonnelaeu. Van dit dorp gaat het rechtdoor tot aan Croissy-sur-Celle, hier passeren we op 29 kilometer van het eind. Paar bochtjes hier en buiten het dorp een klein knikje naar boven. Vervolgens gaat het een kilometer of acht zo goed als rechtdoor tot aan de bonussprint (beste experiment ooit) door open velden. Eén dorpje tussendoor en ook één rotonde, maar verder heeft de wind hier vrij spel. Bonussprintje, buiten Loeuilly, vindt plaats op 20 kilometer van het eind. Zijn trouwens allemaal kleine dorpjes met 200 inwoners ofzo. De laatste plaats van enige betekenis was Crevecoeur-le-Grand.

ob_fdb361_a-cre-vecoeur.jpg

Na de bonussprint gaat het eigenlijk volledig rechtdoor tot aan de buitenrand van finishplaats Amiens. Eerste obstakel komt pas op een kilometer of negen van het eind en dat is een rotonde. In de 11 tussenliggende kilometers gaat het dus voornamelijk rechtdoor over een weg die af en toe een beetje golft. Terrein blijft volledig open, dus als er wind is... Nouja, je kent de hele riedel ondertussen wel. Op een kilometer of 10 van de finish rijden we nog wel onder een viaduct door en hier loopt de weg even kort omhoog, maar op dat puntje na is het dus behoorlijk vanzelfsprekend allemaal. Even verderop rijden de coureurs onder een tweede viaduct door en ook daar loopt de weg nog even licht omhoog. Vervolgens komen ze die rotonde op negen kilometer van het eind tegen. Brede rotonde wel. Hierna gaat het wel drie kilometer zo goed als rechtdoor over een vlake, brede en beschutte weg. Wel nog een rotonde op zeven kilometer van het eind, maar daar hoeft niet echt gestuurd te worden. Op iets minder van zes kilometer van de streep volgt er dan een scherpe bocht naar rechts, waarna de renners ongeveer twee kilometer rechtdoor over de brede ringweg van Amiens rijden. We rijden hier wel even onder een viaduct door, eerst een korte duik naar beneden en dan weer omhoog. Op vier kilometer van de streep ligt er dan weer een scherpe bocht naar links in het parcours. Hier gaat het een kilometer rechtdoor in dalende lijn, waarna de renners uitkomen bij een ovalen rotonde die aan de rechterkant genomen moet worden. Aan het eind van deze rotonde volgt dan volgende scherpe bocht naar rechts, gevolgd door een flauwe naar links. We rijden daarna langs het futuristische station van Amiens over een rechte weg die nog steeds licht naar beneden loopt. Op twee kilometer van de streep volgt er dan weer een bocht, ditmaal een scherpe naar links. Daarna gaat het ongeveer anderhalve kilometer rechtdoor. We rijden nu over een weg die in een korte tijd een aantal keer een andere naam krijgt, maar een van die namen is de Rue Vanmarcke. Sep heeft blijkbaar indruk gemaakt in Amiens. Ondertussen rijden we ook nog een 50-tal meter over een soort van kasseien, de wegenbouwers in Amiens gaan een beetje willekeurig te werk. Buiten dat ligt er gewoon prima asfalt. Op 600 meter van de streep komen de renners dan uit bij de laatste rotonde van de dag, waar ze naar links moeten. In de laatste meters van de rit gaat het volledig rechtdoor. Het loopt heel miniem omhoog, maar zeker in vergelijking met de afgelopen sprints is dit gewoon een vlakke sprint.

MjHV406.png
bbd16

Amiens is een stad met 133.000 inwoners in de Somme. Een stad met een rijke geschiedenis. Ook een rijke Tourgeschiedenis, het wordt de 13e keer dat de karavaan hier passeert. In het verleden hebben grote namen gewonnen in Amiens, zoals Mario Cipollini, Marino Basso en Rudi Altig. Ook Johan Bruyneel won ooit in Amiens, hoe zou het ondertussen met hem gaan? Verder is Amiens een stad die mensen die André heten gunstig gezind is. In 1932 won André Leducq in de straten van Amiens, in 1964 André Darrigade en bij de laatste aankomst in Amiens, in 2015, ging de zege naar André Greipel. We zijn dus niet lang weggeweest uit Amiens. Drie jaar na dato weer een nieuwe massasprint in de straten van deze universiteitsstad. 30.000 studenten, behoorlijk aantal. Verder is Amiens ook een industriestad, waar ze het van oudsher vooral van de textielindustrie moesten hebben. Dat we op de Franse feestdag, Quatorze Juillet, naar Amiens trekken zou zomaar te maken kunnen hebben met het feit dat Emmanuel Macron hier geboren is. Hij groeide hier ook op, al werd hij na een tijd wel door zijn ouders naar Parijs gestuurd. Dat heeft uiteindelijk geresulteerd in het feit dat hij nu de president van Frankrijk is. Een andere bekende Fransoos die te linken valt aan Amiens is de schrijvers Jules Verne, die leefde hier jarenlang. Amiens heeft ook wat bekende sporters voortgebracht. Vooral een aantal wielrenners. Franck Perque bijvoorbeeld, een baanwielrenner die ooit nog wereldkampioen puntenkoers werd. Iets bekender is Philippe Gaumont, de boezemvriend van Frank Vandenbroucke. Eigenlijk de persoon die min of meer verantwoordelijk wordt gehouden voor het mislukken van de carrière en het leven van VDB. Gaumont leefde totaal niet voor zijn sport, gooide alles naar binnen wat hij tegenkwam en die losbandigheid sloeg over op Vandenbroucke. Beide jongens kregen het daarom niet voor elkaar om iets van hun carrière te maken. Gaumont won nog wel ooit Gent-Wevelgem, maar zijn palmares had groter moeten zijn. Na zijn carrière runde hij nog een tijd een café in Amiens, dat klinkt wel logisch eigenlijk. In 2013 betaalde hij waarschijnlijk de tol voor zijn levensstijl. Een hartaanval werd hem op 40-jarige leeftijd fataal. Om het wat luchtiger af te sluiten: Clément Chevrier komt ook uit Amiens. Dat is een lieve jongen van AG2R, die helaas voor hem momenteel niet actief is in de Tour. Laat ik trouwens Robert Marchand ook niet vergeten. Dat is een unieke man. Deze man begon op 78-jarige leeftijd met fietsen en sindsdien fietst hij in iedere leeftijdscategorie records uit de boeken. Vorig jaar wist hij op 105-jarige leeftijd weer een nieuw werelduurrecord bij elkaar te rijden, in de categorie 105+. Deze krasse knar kreeg het voor elkaar om in een uur 22,457 kilometer af te leggen. De beste man, drie turven hoog, is inmiddels 106 en leeft nog steeds. Hij is begin dit jaar wel met pensioen gegaan, maar dat neemt niemand hem kwalijk. Wat een held. Amiens heeft trouwens verder een prima kathedraal die op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat.

PCUPIC0800010896-cathedrale-amiens-somme-picardie--S.-Coquille-AM.jpg

In de stad van Robert Marchand wordt het overdag 27 graden. Bijzonder weinig wind, dus we hoeven onze hoop niet te vestigen op waaiers. Dit wordt weer helemaal niks, extreem genieten. Het is weekend en bovendien een nationale feestdag, krijgen we deze ongezonde bagger voorgeschoteld. Aangezien we toch de bestorming van de Bastille herdenken is het misschien een goed idee om het hoofdkantoor van de ASO te bestormen. Die Gouvenou moet eens heel snel even normaal gaan doen. Beetje kutparcoursen neerleggen en dan hopen dat het weer de rest doet. Weerzinwekkende praktijken. Wel nog een kleine kans op regen trouwens, maar zelfs dat kan deze rit niet redden. Hopeloos. Het schijnt trouwens zo te zijn dat er ergens in Rusland een troostfinale wordt gespeeld. De Belgjes tegen Ingerland. Die wedstrijd, waar hopelijk niemand naar gaat kijken, begint om 16:00. De organisatie heeft daar rekening mee gehouden en daarom begint deze slaapverwekkende rit behoorlijk vroeg: om 11:35 al. Neutralisatie van een kwartiertje en daarna worden de renners tussen 15:36 en 15:57 in Amiens verwacht. Kan zomaar de tweede wandeletappe op rij worden, al zullen er vast wat Fransen zijn die in de vlucht van de dag willen zitten waardoor het tempo toch wat hoger komt te liggen. Iedereen die zichzelf enorm haat kan meteen om 11:30 de PLAYER aanslingeren, of Eurosport 2. De NOS is er pas om 14:10 bij en dat is eigenlijk best wel een uitkomst. Als je dan pas begint met kijken hoef je maar anderhalf uur je ogen uit te steken. Valt mee. De Belg doet moeilijk, vanwege het voetbal. Om 14:10 eerst een stukje op één, rond 15:00 moet je dan weer overschakelen naar Canvas want dan gaan ze op één het voetbal bespreken.

Dit is voorlopig de laatste kans voor de sprinters. De rit naar Roubaix zou kunnen eindigen in een sprint, maar heel waarschijnlijk is dat niet. Daarna moeten ze rappe mannen wachten tot rit 13 en dat heeft ook wel veel weg van een rit voor de vluchters. De sprintersploegen doen er kortom goed aan om deze rit strak te controleren. Beetje die Fransozen kort houden.
1. Gaviria. Ja, hij verloor van Groenewegen, maar dat kan een keer gebeuren. Deze sprint is weer totaal anders, om maar even een open deur in te trappen. Het loopt niet omhoog en dus heeft Groenewegen een groter probleem als zijn trein het weer eens laat afweten. Van problemen met de trein heeft Gaviria geen last en daarom gaat hij nu alsnog voor zijn derde ritzege.
2. Sagan. Ja, doe maar gewoon weer een ereplaats.
3. Groenewegen. Het is niet iedere dag feest. De beentjes zijn weer goed, maar de positionering zal het nu wel weer laten afweten. Achja, Tour is al geslaagd.
4. Demare. De Fransoos-omdat-het-moet-want-het-is-een-nationale-feestdag. Bakt er voorlopig helemaal niets van en de kans lijkt me ook vrij klein dat daar nu verandering in gaat komen. Daar kan je verder alsnog vierde mee worden, omdat heel veel andere sprinters het ook vaak genoeg laten afweten.
5. Greipel. Won de vorige keer in Amiens. Dat speelt altijd mee bij renners. Dus zal van zijn achtste plaats tijdens de vorige rit nu een vijfde plaats maken. Want zo werkt dat.
noodgangdinsdag 31 juli 2018 @ 07:49
SPOILER: Etappe 9: Arras Citadelle - Roubaix, 156,5 km
Etappe 9: Arras Citadelle - Roubaix, 156,5 km

De achtste rit was echt episch saai. In een weekend zo'n etappe, het zou verboden moeten worden. Er gebeurde helemaal niets. Ja, Burghardt haalde nog een keer een geintje uit, maar verder kwamen er pas na 20 kilometer een paar renners op het idee om weg te rijden uit het peloton, al was ook dat niet de bedoeling. Een van de aanstichters was Ten Dam, die helemaal niet mocht rijden van zijn ploeg, daarom werd hij meteen maar weer teruggefloten. Het was een belediging voor de sport. Een schande. Er gebeurde dus echt helemaal niets, tot op een kilometer of 17 van de finish. Een chute, met Dan Martin als grootste slachtoffer. Daarna werd er gesprint en die sprint werd gewonnen door Dylan Groenewegen, die overduidelijk de snelste is van alle sprinters. Greipel en Gaviria deelden kopstootjes uit en werden daarom gedeklasseerd. Tot zover het verhaal van die rit. We gaan door met een rit waar iedereen al een tijdje naar uit aan het kijken is. Zowaar een rit waarvoor je op het puntje van je stoel kan gaan zitten. We keren na een aantal jaar weer terug op de kasseien. 15 stroken en meer dan 20 kilometer kasseien. Finish in een heilige plaats, Roubaix. On y va.

tour-de-france-2018-stage-9-map-2ee097e55d.jpg
f0512
tour-de-france-2018-stage-9-profile-n2-9cc62eeb67.jpg

Voor de derde keer in vijf jaar tijd start er een rit in Arras. In totaal is dit pas de vijfde keer dat er een rit start in deze stad met 45.000 inwoners, dus blijkbaar hebben ze recentelijk ergens een schatkist gevonden of iets in die geest. Sinds ik bezig ben met voorbeschouwingen heb ik al twee keer eerder iets moeten schrijven over Arras. Het begint een beetje Pau-esque vormen aan te nemen. Voor het eerst kwam de Tour in 1991 langs in deze plaats in de regio Pas-de-Calais. Een rit van 259 kilometer richting Le Havre zou volgen en Thierry Marie besloot om in z'n eentje 234 kilometer voor het peloton te gaan rijden. Hij wist zijn monstervlucht succesvol af te sluiten en pakte ook nog eens de gele trui. Daarna keerde men in 2004 terug naar Arras, voor een ploegentijdrit die werd gewonnen door US Postal. Recent startte er in 2014 en 2015 een rit in Arras. De rit in 2014 eindigde in Reims en werd gewonnen door André Greipel. De rit in 2015 eindigde in Amiens, de aankomstplaats van de vorige rit, en werd gewonnen door André Greipel. Noteert u hem vast voor vandaag? Technisch gezien is er trouwens nog nooit een rit gestart in de stad zelf, aangezien we iedere keer de citadel opzoeken. Dit is de belangrijkste toeristische trekpleister van Arras, staat vanzelfsprekend ook op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Al is het wel een beetje oneerbiedig ten opzichte van het centrum van Arras, want dat centrumpje ziet er eigenlijk ook gewoon prima uit. We starten deze keer trouwens echt op de binnenplaats van de citadel en hier liggen kasseien, dan kunnen de renners vast wennen aan het idee. Overigens komt Adrien Petit van Direct Energie uit Arras, maar die arme jongen is er niet bij in de Tour. Nochtans een betere renner dan veel van de onzin die Direct Energie wel heeft afgevaardigd.

Citadelle_Vauban_Arras.jpg

Tijdens de neutralisatie rijden we een rondje door Arras en komen we langs alle opvallende punten van deze stad. Rondje over de markt en dat soort werk. De neutralisaties zijn dit jaar wel echt smerig lang voor mijn gevoel. Pas ergens een paar kilometer buiten de stad is die onzin voorbij en gaan ze er echt aan beginnen. Het is dan wel een kasseienrit, maar het eerste deel van de rit rijden we gewoon over asfalt. De eerste tien kilometer van de rit rijden we over grotendeels vlakke en brede wegen langs de rivier de Scarpe. In Biache-Saint-Vaast laten we die rivier achter ons waarna we over het Franse platteland verder fietsen richting de kasseien. Af en toe rijden we door een dorpje, maar tussen die dorpjes komen we alleen maar landbouwgrond tegen. Het terrein is dus open, voor zover het wat uitmaakt. Het is verder vooral heel vlak en het gaat ook best vaak rechtdoor. In Arleux, na 26 kilometer, liggen er weer wat bochtjes in het parcours, maar buiten dit dorp gaat het weer rechtdoor richting het volgende dorp. We steken nog even een kanaal over, maar buiten dat maken we weinig mee. Van Oisy-le-Verger rijden we naar Épinoy en alleen in die dorpjes is het een beetje bochtig. Buiten Épinoy gaat het een kleine 10 kilometer rechtdoor over een brede weg door een open veld richting Cambrai. Deze stad passeren we na 42,5 kilometer, kort voor de eerste kasseistroken gaan komen. De laatste keer dat er een kasseienrit in de Tour was eindigde die in Cambrai. Dat was in 2015 en die rit was vrij teleurstellend. Te weinig stroken om het veld helemaal uit elkaar te slaan, daarom bleef er vooraan een grote groep van meer dan 30 renners over. Tony Martin wist solo weg te rijden, bleef de groep nipt voor en boekte zo een overwinning in Cambrai. Zijn vijfde en voorlopig laatste ritwinst in de Tour.

cambrai-header.jpg

Na een paar bochten in Cambrai gaat het over een brede weg rechtdoor richting de eerste strook van de dag. Na een kilometer of drie over deze brede weg volgt er een scherpe bocht naar links, waarna sector 15 begint. Net als tijdens Parijs-Roubaix tellen we af. Sector 15 is de eerste kasseistrook en we gaan toewerken naar nummertje 1. De eerste strook die we vandaag aandoen is behoorlijk onbekend. Het is een strook van 1,6 kilometer tussen Escaudoeuvres en Thun-l'Eveque. Deze strook komt niet voor in Parijs-Roubaix en kwam ook niet voorbij in de vorige ritten over de kasseien in de Tour. Wel kwam de strook ooit voor in een Franse amateurkoers. Speciaal voor een lokale Franse krant is een jongetje uit Thun even over deze strook gehobbeld, waardoor we ons toch een soort van beeld kunnen vormen, want buiten het feit dat we de weg niet uit een bekende wedstrijd kennen is het karretje van Google ook zo slim geweest om deze weg over te slaan. Op basis van wat foto's is het niet de moeilijkste strook van allemaal, maar gaat het hier wel meteen goed los aangezien er richting de eerste strook hard gereden zal worden omdat iedereen van voren wil zitten. Tel daar dan nog het feit bij op dat de weg eerst heel breed is en dan na de scherpe linkse bocht ineens heel smal en je weet dat dit best hilarisch kan worden.

B9716313366Z.1_20180712132402_000%2BG1DBM24KR.1-0.jpg?itok=DqDj_yaK

Aan het eind van deze strook slaan de renners linksaf en rijden ze via een smalle brug over een kanaaltje. Ze rijden dan door Thun, waar ook nog een bocht naar links volgt. Het gaat dan kort over een brede weg verder richting Eswars, waar een scherpe bocht naar rechts volgt. Vervolgens rijden de renners over een smalle geasfalteerde weg. Het wordt steeds smaller en nadat men over een viaduct is gereden krijgen we in plaats van asfalt ineens kasseien voorgeschoteld. Sector 14, de tweede strook van de dag begint. Van Eswars naar Paillencourt, weer een strook van 1,6 kilometer. Ook weer een behoorlijk onbekende strook. Een lastige strook, omdat het eerst lichtjes naar beneden gaat, wat altijd vervaarlijk is op kasseien. Het tweede deel van de strook loopt dan juist weer wat meer omhoog, als we bijna in het dorpje Paillencourt zijn. De steentjes liggen er hier redelijk goed bij, het grootste gevaar valt te verwachten van enkele bochtjes. De kneuzen van het peloton kunnen daar waarschijnlijk niet zo goed mee omgaan, bochten op de kasseien. Enfin, deze strook is na 53,5 kilometer voorbij. We rijden daarna dwars door het nietige Paillencourt en krijgen we een kilometer of 15 niet meer met kasseien te maken.

B9716322683Z.1_20180713174322_000%2BGPLBM7HQ8.1-0.jpg?itok=0z34piI3

Buiten Paillencourt rijden de renners over brede wegen verder tussen de akkers en weilanden door. Aantal bochtjes, maar verder is de weg richting de tussensprint simpel. Vlak voor de tussensprint in Wasnes-au-Bac rijden we langs nachtclub Amnezia, voor de liefhebbers. Tussensprintje komt na 59 kilometer, op een rechte en vlakke weg. In Wasnes ier een bochtje naar rechts bij een rotonde, maar daarna gaat het over het platteland verder richting het volgende dorp, Marquette-en-Ostrevant. Na dit dorpje gaat het weer een aantal kilometer rechtdoor tot een ander dorp. Daar een bocht naar links en een bocht naar rechts, waarna we op weg gaan naar Auberchicourt. In dit dorpje nemen we een bocht naar links, waarna we een beetje kriskras door een woonwijk rijden. Even verderop een bocht naar rechts, rotonde en dan wordt de weg langzaamaan steeds smaller tot we bij secteur 13 uitkomen, de derde strook van de dag. Een strookje van 900 meter, van Auberchicourt naar Écaillon. Zoals bij veel stroken is hier vooral het probleem dat de weg ineens heel smal wordt. Deze strook schijnt een enorme verrassing te zijn. Niemand had rekening gehouden met het feit dat deze strook wel eens opgenomen zou kunnen worden in een Tourrit. In het dorp kenden ze de weg wel, maar daarbuiten genoot het niet echt veel bekendheid. Ook niet echt een veelgebruikte strook in andere wedstrijden. Maar, onze grote vriend Thierry Gouvenou kwam hoogstpersoonlijk even de strook bekijken en zag dat de steentjes er behoorlijk schots en scheef liggen. Daarom heeft hij de strook maar meteen opgenomen in het parcours, toch nog een goede beslissing van de beste man. Al hebben de bewoners wel nog een deel van de strook opgeknapt, dus het ziet er nu wat minder kut uit dan op de foto hieronder.

B9713613944Z.1_20171025190956_000%2BGOFA1QCUP.2-0.jpg?itok=vIcAtHuu

Na 70 kilometer koers verlaten we deze strook en daarna duurt het wel weer een tijd voor we weer wat kinderkopjes gaan onthoofden. Aan het eind van de strook komen we op een slecht geasfalteerde smalle weg te rijden, maar in het dorpje Masny wordt alles weer wat breder. Vervolgens gaat het grotendeels rechtdoor richting Pecquencourt, waar we na 78 kilometer passeren, op 78 kilometer van de finish. Richting dit dorp wel een paar rotondes, maar buiten dat brede en vlakke wegen. Buiten Pecquencourt volgen we ook weer de grote, doorgaande weg. Paar rotondes opnieuw, maar al met al een moment van rust. Het blijft makkelijk tot in Marchiennes. In dit dorp, waar we na 81 kilometer passeren, rijden we door een wijkje met wat smallere straatjes en wat bochtjes. Waarom? Om nog een kasseistrook op te kunnen zoeken. Een strook die officieel niet wordt gezien als strook, omdat er ook een flinke strook asfalt naast de kasseien ligt. De kasseien zelf liggen er behoorlijk prima bij, daarom wordt het niet gezien als secteur. Maar als je even niet zo aandachtig het roadbook hebt bekeken zou dit toch als een verrassing kunnen komen. Strookje van een halve kilometer. Klein bier, maar toch.

March-9e-etape-tour-de-france.jpg

Aan het eind van deze strook volgt er een bocht naar links en een kilometer later een bocht naar rechts. We fietsen nu richting Warlaing en gaan toewerken naar de eerste bekende strook. Een strook uit Parijs-Roubaix. Twee kilometer lang en drie sterren. In Parijs-Roubaix werken ze zoals waarschijnlijk wel bekend is met sterren. Eén ster stelt geen reet voor, bij vijf sterren stuiter je van je fiets. Deze strook hangt dus een beetje in het midden. Via wat korte bochtjes rijden we door Warlaing en al snel begint daar de strook. Smal, uiteraard. Steentjes liggen er niet overal even lekker bij. Halverwege volgt er nog een kruising, waar we te maken krijgen met een paar meter asfalt en daarna een kleine ruk naar rechts. Het tweede deel van de strook kent een paar bochten. Erg vervelende voor de Kruijswijkjes van het peloton, die dan ongetwijfeld het skoekeloen gaan opzoeken. Na 88,5 kilometer rijden we door het dorpje Brillon en hier is de strook van 2000 meter verleden tijd.

Paris-Roubaix-Sportive-2018-Sector-16-1.png?resize=1014%2C660

Strook 12 gehad, nog 11 te gaan. In Brillon is er een bochtje naar links en even verderop een bocht naar rechts. Aan het eind van deze straat begint dan meteen de volgende strook, nummertje 11. Van Tilloy naar Sars-et-Rosières. Ook dit is een strook uit Parijs-Roubaix en deze krijgt zelfs vier sterren. Moeilijk dus, vooral omdat ie redelijk lang is. Nog even wat langer dan de vorige, 2,4 kilometer ditmaal. Bovendien heeft deze strook een paar lastige bochten. Meteen aan het begin een scherpe naar rechts, vrij snel daarna een scherpe naar links en dan gaat het ongeveer een kilometer rechtdoor. Aan het eind van dit stuk volgt er dan weer een scherpe bocht naar rechts en daar word je op kasseien niet vrolijk van. Ze liggen er trouwens ook niet echt lekker bij. Ergens tussendoor is er een stuk dat ze gerestaureerd hebben, maar verder zou je hier je hond nog niet eens uitlaten. Lekker dus, erg weinig mis mee. Het eind van deze strook bereiken we na 91 kilometer, in het dorpje Sars-et-Rosières dus. Nog 65 kilometer en 10 stroken te gaan. Deze twee stroken kwamen we trouwens in tegengestelde richting tegen tijdens de Tour van 2014, de rit waar Nederland af wist te rekenen met een trauma en onze Lars Boom (god hebbe zijn ziel) zomaar de overwinning pakte.

Kramon_Roubaix2016_DSC4567-Version-2.jpg

Aan het eind van deze strook slaan de renners linksaf en vervolgens gaat het een aantal kilometer volledig rechtdoor over een brede weg, richting de volgende strook. We rijden over een viaduct richting Beuvry-la-Fôret en aan de buitenkant van dit dorp volgt er een scherpe bocht naar rechts. Al snel volgt er een flauwe bocht naar rechts waarna de weg ineens heel smal wordt. Wel nog steeds geasfalteerd, maar smal. We rijden richting de snelweg om direct langs de snelweg de kasseistrook van Beuvry-la-Fôret naar Orchies op te zoeken. Ook dit is weer een strook uit Parijs-Roubaix en krijgt daar drie sterren. 1400 meter lang en de stenen liggen er goed bij, voor zover kasseien er goed bij kunnen liggen. Langs de bomen rijden de renners over deze strook met een paar kleine bochtjes. Al met al een strook die redelijk goed te doen zou moeten zijn. Al kan de opeenvolging van stroken ondertussen wel door beginnen te wegen. Deze strook werd overigens tijdens de rit in 2014 wel weer uit het parcours geschrapt, omdat het te gevaarlijk zou zijn. Dat lag wel een beetje aan de weersomstandigheden. Zo'n strook langs de bomen en met wat mos en onkruid tussen de stenen is wel gevaarlijk als het begint te regenen, het wordt dan al snel spekglad. Met droog weer is er evenwel niet gek veel aan de hand en het wordt droog. Dit is trouwens de sector Marc Madiot, bepaalde mensen vinden dat leuk.

frankrijk2012-037.jpg

We hebben een aantal kilometer het parcours van Parijs-Roubaix gevolgd, maar daar gaan we nu van afwijken. Normaal volgt na deze strook die van Orchies, maar we rijden eigenlijk met een boog om dat dorpje heen. Via een brede weg rijden we weer over een viaduct en daarna komen we op weg naar sector 9 een aantal rotondes tegen. Na 102 kilometer, op 54 kilometer van het eind, rijden we door het dorpje Auchy-les-Orchies en hier is het bochtig. Buiten het dorp wordt het nog bochtiger en daar wordt de weg ook nog eens heel smal. Vlak voor de strook begint is er een scherpe bocht naar links, altijd leuk. Vervolgens beginnen we aan sector 9, een weg met kopfsteinpflaster (geweldig woord) die ons van Auchy naar Bersée brengt. Een lange strook, 2700 meter. Een lastige strook ook, maakt onderdeel uit van Parijs-Roubaix en krijgt vier sterren. Het begin valt in zekere zin nog wel mee, het gaat een kilometer rechtdoor. De stenen liggen er wel bijzonder slecht bij en er zijn ook wat gaten in de weg. Halverwege is er dan even een kort stukje respijt. Kruispuntje, paar meter asfalt en daarna gaat het verder richting Bersée. Dit tweede deel van de strook is een stuk vervelender, want dit deel kent kort achter elkaar vier bochten. Strookje is trouwens wel vorig jaar een beetje opgeknapt.

dn7NGMo.jpg

Na 107 kilometer rijden we dan door Bersée, aan het eind van de strook. We rijden de straat uit en slaan dan rechtsaf, waarna het even zo goed als rechtdoor gaat. Niet lang, want de volgende strook komt er heel snel aan. Buiten Bersée volgt er een scherpe bocht naar rechts en dan beginnen we meteen aan een van de meest gevreesde stroken van Parijs-Roubaix. Een strook met een prachtige, klinkende naam. Mons-en-Pévèle. Er is echter wel een klein nadeel. We doen niet de hele strook. Van de drie kilometer pakken wij maar 900 meter mee. Waarschijnlijk met de gedachte dat je de Quintana's van deze wereld het niet kan aandoen om ze de volle drie kilometer te laten rijden. Dit is namelijk echt een van de zwaarste stroken. De stenen liggen schots en scheef, er zijn bochtjes, er zijn gaten, het is doffe ellende. Daarom gaan we na 900 meter kasseien niet nog een keer rechtsaf, op naar deel twee van Mons-en-Pévèle, maar rijden we rechtdoor het gelijknamige dorp in. Via een smalle weg met wat korte bochtjes komen we dan uiteindelijk uit bij een rotonde, waar een bocht van 180 graden maken. Vervolgens gaat het een aantal kilometer rechtdoor over een licht oplopende weg richting Merignies.

Mons_pav%C3%A9_%281%29.JPG

In Méregnies, op 42 kilometer van het eind, krijgen we te maken met een aantal bochtjes. Daarna lijken we even over een brede weg te mogen rijden, maar al heel snel slaan we weer rechtsaf, een smal weggetje in. Dit weggetje heeft eerst asfalt, maar al snel gaat het over op kinderkopjes. Strook 7, van Mérignies naar Avelin. Een relatief korte strook, van 700 meter. Komt voor in Parijs-Roubaix en krijgt daar maar twee sterren. Stelt dus eigenlijk relatief weinig voor, al heeft dat vooral te maken met de lengte van de strook. 700 meter is vrij weinig. De stenen liggen er verder niet heel lekker bij, ofzo. Aan het eind van deze secteur slaan we rechtsaf en gaat het over het asfalt verder richting Avelin.

DaQbVNeXUAAZwkq.jpg

Via Avelin rijden we dan richting Pont-a-Marcq. In dit dorpje krijgen we dan weer met wat bochten en wat rotondes te maken. Even na de laatste rotonde slaan we rechtsaf en en rijden we door een lelijk wijkje. Aan het eind van deze wijk wordt de weg ineens heel smal en dan begint de volgende strook, die van Pont-Thibaut. Nummertje 6, een strook van 1400 meter. Geen onbekende strook, deze weg zit namelijk ook in Parijs-Roubaix. Krijgt daar drie sterren. Niet bijzonder lastig dus, maar wel vrij vervelend. Vooral vervelend vanwege de talloze bochten. Heel veel kleine en korte bochtjes. In Parijs-Roubaix misschien niet eens zo interessant, maar nu wel. Met al die kneuzen op de kasseien is iedere bocht weer een uitdaging. Op 35 kilometer van de streep, aan het eind van deze strook, rijden we door Ennevelin.

C8zr-PKXsAAjJBe.jpg
Na wat bochten in Ennevelin komen we terecht op een smalle en bochtige weg. Deze weg brengt ons in de richting van Templeuve, een bekende naam. Het smalle weggetje houdt op in Helin, waarna het via een bocht naar rechts rechtdoor gaat richting Templeuve. In dit dorpje krijgen we dan weer te maken met een (bekende) rotonde en even verderop een bocht naar links. Een paar bochten later rijden we het dorp uit en wordt de weg weer een stuk smaller. Strook 5 begint, die van Templeuve (Moulin-de-Vertain). 500 metertjes, bekend uit Parijs-Roubaix, twee sterretjes, stelt dus geen kut voor, eindigt op 30 kilometer van de finish. Zoals je misschien niet zou verwachten staat er hier ook nog een molen ergens in de buurt.

Templeuve_secteur_pav%C3%A9_du_Moulin-de-Vertain_%28mai2017%29_%281%29.JPG

Aan het eind van deze strook volgt er een bocht naar rechts en daarna duurt het een aantal kilometer tot we de volgende strook tegenkomen. Via redelijk smalle en bochtige wegen rijden we door het gehucht Wachemy en aan het eind van dit gehucht volgt er een bocht naar links waarna het een tijd rechtdoor gaat tot in het dorp Louvil. Na een redelijk lange tocht door dit dorp volgt er een bocht naar rechts, waarna we via Peuville richting Cysoing rijden, waar de volgende strook zich aandient. Bochtje naar rechts, bochtje naar links en even verderop weer wat kort bochtenwerk. Daarna wordt de weg weer smalle en fietsen we van Cysoing naar Bourghelles. Strook 4, nog maar drie te gaan hierna. Deze strook, die ook in Parijs-Roubaix zit, is 1300 meter lang en krijgt drie sterren. Niet lastig, normaal gesproken. Al zal het na al die kasseien die we vandaag al hebben gehad best pittig zijn. In Parijs-Roubaix komt deze strook op een kilometer of 25 van het eind en dat klopt nu ook wel aardig. Nog een kilometer of 24 te gaan tot de streep en nog vier stroken.

1280px-Paris-Roubaix_2017_Peloton_Secteur_Pav%C3%A9_7.jpg

De volgende strook laat niet lang op zich wachten. Aan het eind van sector 4 komen we door Bourghelles en via wat smalle wegen en wat bochten naar links gaan we ons dan opmaken voor sector 3, de strook van Bourghelles naar Wannehain. Deze strook is 1100 meter lang, komt in Parijs-Roubaix voor en krijgt daar drie sterren. Weer niet enorm lastig dus, maar tegen deze tijd ligt alles al uit elkaar. Alles met een paar stenen is op dit moment moeilijk genoeg. Deze specifieke steentjes liggen nog niet eens zo slecht, maar de weg is wel bochtig. Twee keer een flinke bocht naar rechts, genoeg voor wat chaos. Dat die bochten niet zo eenvoudig zijn moet je maar vragen aan Greg van Avermaet, die ging hier ooit moeilijk hard op z'n muil in een van die bochten. Nochtans een specialist, wist zelfs ooit Parijs-Roubaix te winnen. Geen sinecure. Op 20 kilometer van de finish bereiken we Wannehain en daarme het eind van deze strook.

1280px-Bourghelles_wannehain_%283%29.jpg

Na een tijdje kriskras door Wannehain fietsen bereiken we de buitenkant van dit dorpje. Hier komen we dan ook de bonussprint van de dag tegen. Niemand geeft iets om de bonussprint, maar toch. De grens met België is hier trouwens ook dichtbij, we zijn nu echt in het uiterste noorden van Frankrijk zo ongeveer. Vrij kort na de bonussprint, op 18 kilometer van het eind, slaan we linksaf en daarna begint weer een beruchte strook, die van Camphin-en-Pévèle. Sector 2, 1800 meter lang en krijgt vier sterren. Ontzettend moeilijke strook dus, de stenen liggen er hier heel slecht bij. Bovendien zijn er nog wat bochtjes aanwezig, wat het geheel ook niet simpeler maakt. Een van de laatste stroken in Parijs-Roubaix en de voorlaatste strook vandaag. Als er nog niets is gebeurd moet het hier gebeuren zo onderhand. Op een kilometer of 15 van het eind bereiken we het slotstuk van deze lastige strook en daarna gaan we naar links. Een aantal kilometer rechtdoor richting Roubaix.

Camphin-en-Pev%C3%A8le_Pav%C3%A9_de_la_Justice_%281%29.jpg

Al moeten we meteen zo ruiterlijk zijn om toe te geven dat het totaal niet rechtdoor gaat. Een vervelende weg, met een aantal viaducten en rotondes. We rijden ook nog door wat dorpjes, zoals Baisieux. Hier liggen de nodige bochtjes, waarna we buiten het dorp verder rijden richting de laatste strook van de dag. We rijden over bekende wegen, als je tenminste een beetje een kenner bent. De absolute slotfase van Parijs-Roubaix. Na talloze serieuze stroken doen we nog even strook van Willems naar Hem aan. Een lullig dingetje van 1400 meter, slechts twee sterren waard. Daar rijdt men normaal met de ogen dicht over. De koers moet hier al beslist zijn. Iemand gaat in z'n eentje winnen of het wordt een sprint. Het kan altijd nog anders uitpakken, zoals met Hennie Kuiper. Al heb ik geen zin om mensen voor de 500e keer lastig te vallen met dat verhaal. Op ongeveer zes kilometer van het eind bereiken we de laatste meters van deze strook en daarna zetten we onze weg voort richting Roubaix.

Pav%C3%A9_hem_2.jpg

Die laatste kilometers kennen we allemaal dankzij Parijs-Roubaix. Tenminste, dat mag ik hopen. Als je niet naar Parijs-Roubaix kijkt ben je geen knip voor de neus waard. Met afstand de mooiste klassieker van allemaal. Mooier dan welke Tourrit dan ook. Via een viaduct en wat rotondes rijden we door Hem en we wijken toch wel een beetje af van de finale van Parijs-Roubaix. Een deel van het parcours is bekend, maar we duiken in de laatste kilometers toch ook een paar alternatieve straatjes in. Zo slaan we op minder dan twee kilometer van het eind scherp linksaf, waarna er even verderop een bocht naar rechts volgt. Het gaat dan rechtdoor tot op 400 meter van de eind, waarna er weer een bocht naar rechts volgt. Dit is de laatste bocht van de dag en deze bocht laat ons finishen naast het overdekte velodrome van Roubaix. We zijn gewend om te eindigen in het vélodrome André Petrieux, maar nu finishen we langs het overdekte vélodrom Jean Stablinski. Ergens op de openbare weg. Tegenvallertje wel. Geen bel, geen rondje van 400 meter. Maar goed, dat zal deze rit ook niet nodig hebben om episch genoemd te worden. Het zal lastig genoeg worden.

stage-9-finish.jpg?03

Roubaix is een stad met 96.000 inwoners in het uiterste noorden van Frankrijk, met een bijzonder lange geschiedenis in de Tour. Een keer of 20 kwam er een rit aan en een keer of 23 vertrok er een rit. Vooral in het verleden populair, recentelijk heeft de stad wat minder aandacht genoten. De laatste doortocht in Roubaix dateert van 1996 en toen was de stad slechts de startplek van een rit. Voor de laatste aankomst moeten we al terug naar 1985, gek eigenlijk. Roubaix ligt dicht bij België en dat zie je ook wel aan de winnaars in deze stad. Onder meer Walter Godefroot, Daniël Willems, Ludo Delcroix, Eddy Verstraeten, Guido Van Reybrouck en Marcel Janssens. Allemaal Belgen. De laatste winnaar in Roubaix was dan weer een Nederlander, Henri Manders. Verder kennen we Roubaix vooral van Parijs-Roubaix. Heus? Ja, heus. Heb ik vast nog niet vermeld. Ieder jaar weer eindigt de mooiste koers van het jaar in Roubaix. Na een slijtageslag over ongeveer 30 kasseistroken eindigen we altijd weer in Roubaix op de wielerbaan, waar af en toe mooie dingen gebeuren. Hayman die Boonen klopt in de sprint bijvoorbeeld, zoiets kan alleen tijdens Parijs-Roubaix gebeuren. Dit jaar stal Peter Sagan dan weer de show. Hij ging bijzonder vroeg in de aanval en hij hield het vol. Samen met Silvan Dillier, die iets vroeger al in de aanval ging, reed hij lang voor het peloton en in de sprint rolde hij de Zwitser op. Verder wil ik eigenlijk niet veel melden over Roubaix. Net als iedere andere stad in het noorden van Frankrijk is het echt een afgrijselijke stad. Gelukkig hebben ze er kasseien, anders mocht dit hele gebied best verdwijnen.

paris-roubaix-2017-last-10-km-4-1024x576.png

Het wordt 30 graden in Roubaix. Mokerwarm. Redelijk wat wind ook, al zal die vooral tegen zijn. Geen kans op regen. Het wordt dus extreem stoffig. Dat is voor de renners beter dan natte kasseien, maar alsnog geen feestje. Ook in Arras wordt het bijna 30 graden, ook daar best wat wind en geen kans op regen. Beetje stof in je bakkes duwen, meer niet. Deze rit begint om 12:35 en na een neutralisatie van een kwartier gaat het om 12:50 echt los, als de renners tenminste zin hebben. Eurosport 2 is er uiteraard meteen weer bij. De PLAYER ook. De NOS en Sporza pas om 14:10. Tegen die tijd hebben we al twee kasseistroken afgewerkt, dus beter slinger je het playertje aan. Aankomst wordt weer redelijk vroeg verwacht, tussen 16:09 en 16:28. Dit in verband met de WK-finale, een wedstrijdje tussen Kroatië en Frankrijk. Wij hopen natuurlijk met z'n allen dat die teringfransozen in de pan worden gehakt. Didi Deschamps is een weerzinwekkende trainer. Die wedstrijd begint trouwens om 17:00, dus zelfs als we het langzaamste schema niet halen hoef je waarschijnlijk van beide wedstrijden niets te missen.

Kasseiritten zijn enorm lastig te voorspellen. In 2015 ging de winst ineens naar Tony Martin, daar hield toen niemand rekening mee. Dit is wel een andere rit, met veel meer stroken. Veel lastiger en dus zal Tony Martin niet opnieuw winnen. Vooral ook niet omdat hij een gebroken ruggenwervel heeft, maar dat terzijde. Een type Tony Martin zal het nu ook lastig krijgen. Dit wordt, ondanks de geringe lengte, echt een rit voor de klassiekerreners. En dan vooral de renners die in de klassiekers actief zijn en die nu niet op hun klassementsman hoeven te letten.
1. Lampaert. De Belgische kampioen. Heeft een wonderjaar, zo'n beetje alles lukt. Quick Step heeft Jungels, maar eigenlijk, als we heel eerlijk zijn, heeft Quick Step dus niemand die over de kasseien hoeft te worden gedragen. Iedereen kan z'n eigen ding doen. En daar kunnen renners als Lampaert en Terpstra van profiteren. Die hoeven niet na te denken en kunnen in de aanval gaan. En in de aanval gaan gaat Lampaert goed af. Hij kiest slim zijn moment en zo gaat hij, mede dankzij het overwicht van Quick Step, deze rit winnen.2
2. Sagan. Opnieuw een ereplaats erbij voor de verzameling. Gaat het onderspit delven tegen het collectief van Quick Step. Won dit jaar dan wel Parijs-Roubaix door vroeg aan te vallen, maar hij zal dat kunstje moeten herhalen om nu te winnen. Als hij te lang wacht gaan de jongens van Quick Step om beurten en dan is de rest gezien. De rit is lastig genoeg om verschillen te veroorzaken en daarom zullen er met name aan het eind weinig knechten over zijn. Werkt allemaal in het nadeel van Sagan.
3. Terpstra. Kan deze rit ook best winnen, als hij op het juiste moment aanvalt. Zal een vrijgeleide krijgen binnen Quick Step, maar hij zal niet de enige zijn. Tactisch moet je dan de juiste keuze maken en ik denk dat die keuze gemaakt gaat worden door Lampaert. Dan blijft er een ereplaats over voor Terpstra.
4. Van Avermaet. Ultieme poging doen om de gele trui te behouden. Kan nog best lukken en dan kan hij en passent ook nog hoog eindigen in de rituitslag. Is hij aan zijn stand verplicht en ook aan al die 500 ploegen die hem willen hebben mag hij laten zien dat hij het in zo'n lastige rit nog steed kan bolwerken.
5. Valverde. #yolo. Gaat even aan Quintana en Landa laten zien dat hij de enige kopman is. Verbrak het ene na het andere record op strava, op de kasseien. Hij kent dit werk dus en hij kan er ook nog eens hard op rijden. Piti gaat iedereen de moeder schroeien, van de klassementsmannen dan. Ik heb er zin in.
noodgangdinsdag 31 juli 2018 @ 07:49
SPOILER: Etappe 10: Annecy - Le Grand-Bornand, 158,5 km
Etappe 10: Annecy - Le Grand-Bornand, 158,5 km

Het is niet te geloven, de eerste week van de Tour is alweer voorbij. Tijd vliegt als je het naar je zin hebt. Al hebben we het nog niet echt naar onze zin gehad. De Tour is tot nu toe nog geen uitbundig feestje geweest. Eerder een soort van kringverjaardag, waar voor de zoveelste keer dezelfde anekdotes over tafel zijn gevlogen en waar je familie weer allerlei obligate vragen aan je heeft gesteld. En dan was de chips ook nog eens over de datum. Zo'n week was het. We begonnen met twee vlakke ritten. De eerste eindigde vanzelfsprekend in een massasprint en werd gewonnen door Fernando Gaviria, die ook meteen de gele trui kreeg. Tijdens deze rit verloren een aantal renners redelijk wat tijd door verschillende valpartijen. Onder meer Froome kreeg een minuut aan zijn broek. Een dag later stond er weer een massasprint op het programma, al werd die door een valpartij minder massaal. Gaviria ging samen met heel wat andere renners onderuit en er bleef maar een klein groepje vooraan over. Van die mannen vooraan was Sagan de snelste. Op de derde dag werd een ploegentijdrit verreden en daar klopten de mannen van BMC met een klein verschil Sky en Quick Step. De gele trui ging naar Greg van Avermaet en Olvarit Krek gaf die trui daarna niet meer weg. Rit vier eindigde in een massasprint en Gaviria pakte in het dorp van David Lappartient zijn tweede ritzege. Vervolgens kregen we te maken met twee ritten in de heuvels. De eerste eindigde in Quimper en kende weinig spanning en sensatie. Een sprintje heuvelop, die werd gewonnen door Peter Sagan. Ook zijn tweede zege. Een dag later was de aankomst wat lastiger, waardoor Sagan er niet echt aan te pas kwam. Dan Martin dan weer wel, hij ging op Mûr-de-Bretagne vroeg aan en ze zagen hem niet meer terug. Latour werd tweede, voor Valverde en de rest van de groep der favorieten. Een groep waar Bardet en Dumoulin ontbraken wegens een botsing een aantal kilometer van het eind. Bardet verloor een halve minuut, Dumoulin een minuut en kreeg later ook nog 20 strafseconden. Daarmee verdween zijn voorsprong op Froome als sneeuw voor de zon. Na deze twee wat lastigere aankomsten kregen we voor de lol weer eens twee vlakke ritten voorgeschoteld. Twee keer ging de winst naar ONZE Dylen Groenewegen, die na een slecht begin van de Ronde van Frankrijk ineens weer goede benen had en met afstand de snelste sprinter blijkt te zijn.

We eindigden de eerste week van de Tour met de leukste rit tot nu toe. Van Arras naar Roubaix, over de kasseien. Een chaotische etappe die voor flink wat slachtoffers zorgde. Porte ging voor de rit goed en wel begonnen was al op z'n muil en brak z'n sleutelbeen. Meteen een grote favoriet weg, al mag je gerust de vraag stellen in hoeverre iemand die nooit op z'n fiets blijft zitten überhaupt een favoriet is. Egan Bernal, waar ik niet eens zo heel stiekem rekening mee hield, ging meerdere op z'n plaat. Bij de tweede valpartij reed hij zonder te remmen tegen een auto aan, niet zo handig allemaal. Ook Tejay van Garderen ging weer eens ouderwets ten onder. Porte zat nog niet in het ziekenhuis of Tejay bezweek alweer onder de druk van het kopmanschap. Uran, de nummer twee van vorig jaar, verloor anderhalve minuut op veel van de toppers. Ook best een probleem. Bardet reed een keer of 10 lek, maar wist de schade wonderwel te beperken. Dat gold ook voor Landa, die nogal hard op z'n muil ging, maar slechts zeven seconden verloor. Verder bleven alle favorieten wel zo ongeveer bij elkaar. De koers ligt dus nog niet in een plooi en dat is precies wat de organisatie wil. Ze willen het graag lang spannend houden. En spannend is blijkbaar dat we nog niet weten wie er gaat winnen. Dat we daarvoor naar vijf doodsaaie vlakke etappes moeten kijken is blijkbaar niet zo relevant. Maar oké. John Degenkolb won de rit trouwens en dat was een enorme bevrijding voor hem. In de slotfase van de rit reed Lampaert weg op een van de laatste stroken en hij kreeg Van Avermaet en Degenkolb mee. De Belgjes hadden moeten aanvallen maar dat deden ze niet en daarom waren ze in de sprint kansloos tegen Degenkolb. De Duitser won nog nooit een rit in de Tour en nu, na een paar moeilijke jaren, lukte het eindelijk. Het verhaal kennen we ondertussen wel, dat zal ik jullie besparen.

DiJjSOUXUAAK42n.jpg:large

We gaan door met de tweede week van de koers en we bevinden ons ineens in de Alpen. Drie dagen achter elkaar duiken we de bergen in. Drie serieuze bergetappes, met een aantal klassieke klimmen en ook wat nieuwkomers. De koers gaat eindelijk echt beginnen, werd ook wel eens tijd. Verder krijgen we in week 2 nog een vlakke rit. Dat is rit 13 richting Valence. Daarna een ritje in het Centraal Massief, naar Mende. We sluiten de week vervolgens af met een rit richting Carcassonne, met onderweg een paar zware beklimmingen. Voor het zover is eerst de Alpen in. De eerste rit van het drieluik is 158 kilometer lang en behoorlijk zwaar. Twee behoorlijk bekende klimmetjes, één debutant en één klim die slechts een keer eerder werd beklommen. De overeenkomst tussen deze bergjes is dat ze allemaal lastig zijn. Een rit om dus eens goed voor te gaan zitten.

tour-de-france-2018-stage-10-map-ad708c4de8.jpg
ccd93

Na de rustdag bevinden we ons ineens aan de andere kant van Frankrijk, op een kleine 800 kilometer van Roubaix. Startplaats van dienst is Annecy, bekend vanwege het Meer van Annecy. Belangrijke toeristische trekpleister, al valt er in de stad Annecy zelf ook genoeg te doen. Zo is er bijvoorbeeld een pittoresk oud centrumpje en komen we boven de stad nog een kasteeltje tegen, niks mis mee. Ook nog een soort van kasteeltje op een eiland in de rivier, ziet er goed uit. Was ooit een gevangenis blijkbaar, ook best een prima oplossing. Annecy is een grotere stad dan ik had verwacht, er wonen blijkbaar 123.000 mensen. Al schijnt dat er ook mee te maken te hebben dat ze recent alle steden en dorpen in deze omgeving hebben samengevoegd. We bevinden ons in een industrie- en universiteitsstad. Op de universiteit van Savoie-Mont-Blanc zitten 14.000 studenten en verder zitten we dankzij Annecy opgescheept met Carrefour. Dat bedrijf werd hier opgericht, ergens in 1958. Het is ook een behoorlijk sportieve stad, met meer dan 180 verenigingen. Van roeien tot kunstschaatsen, alles is hier mogelijk. Aangezien we in de Alpen zitten kan je hier ook best prima fietsen en dat hebben we geweten. In Annecy werd Jeannie Longo geboren. Jeannie is ondertussen 500 jaar oud en fietst nog steeds. Of nouja, ondertussen niet meer, maar het had gekund. Tot dik in haar 50e was ze actief en wist ze zelfs nog wel eens een wedstrijdje te winnen. Ook kwam ze wel eens in opspraak wegens dopinggebruik en ze heeft ook nog een poging gedaan om het whereaboutssysteem af te laten schaffen. Nee, sympathiek mens. Met haar verschrompelde hoofd. Verder komt Christophe Lemaitre uit deze stad. De eerste witte man die onder de 10 seconden liep, jawel. Buiten dat ook nog een reeks aan alpineskiërs, maar dat zegt mij niks. Annecy is geen onbekende plaats in de Tour. Voor het laatst waren we hier in 2013, voor een rondje om het meer en daarna een aankomst bergop op Semnoz, net buiten de stad. Nairo Quintana reed zijn eerste Tour, was nog een frisse jongen, ging in de aanval en won de rit. Daarna nooit meer een rit gewonnen in de Tour, omdat het een laffe capibara is. De laatste aankomst in Annecy dateert dan weer van 2009. Tijdrit in en rond de stad, gewonnen door Alberto Contador. Eventjes Cancellara kloppen, is toch heerlijk joh? De rit start trouwens direct aan de rand van het meer, we krijgen meteen toeristische plaatjes.

annecy-1140x640.jpg

Ook na de rustdag gaan we vrolijk verder met de lange neutralisaties. Ook nu weer een stuk van 20 minuten, door de straten van Annecy en daarna bijna een heel rondje om het meer. Halverwege het meer is de neutralisatie voorbij en dan rijden we nog 16 kilometer verder langs het meer, over brede en zo goed als vlakke wegen. Deze aanloop kent natuurlijk vooral een toeristische functie, voor de koers is het niet zo interessant. Als het bij een bergrit aan het begin vlak is rijden er meestal wat mindere klimmers weg, omdat die dan juist weer wat sterker zijn op het vlakke. Na acht kilometer in rechte lijn krijgen we dan te maken met de eerst bocht van de dag, aan het meest zuidelijke punt van het meer. Daarna rijden we via de andere kant van het meer terug richting Annecy. Een tijdlang rijden we echt direct naast het meer, met zicht op het water. In de buurt van Talloires, na 12 kilometer, komt daar verandering in. We laten het meer even achter ons en gaan via een bochtige weg omhoog. Dit eerste klimmetje van de dag is niet lang, maar wel redelijk pittig. Kilometertje aan 7%, om de beentjes toch maar vast een beetje te strekken. Vervolgens gaat het twee kilometer licht naar beneden over een brede weg, waarna we Menthon-Saint-Bernard binnenrijden en hier begint dan bijna meteen de eerste echte klim van de dag. De Col de Bluffy, een klimmetje van de vierde categorie. Anderhalve kilometer lang en 5,6% gemiddeld. Onregelmatig dingetje, een paar steile stroken waar het richting de tien procent gaat, maar ook wat vlakkere stroken. Na 19 kilometer komen de coureurs boven op dit bultje. Halverwege de klim passeren ze trouwens nog een kasteel, geen onaardig ding.

508.gif
08cacb_9cad2de0586b46a3b329854314cb21e5~mv2.webp

Na deze klim rijden de renners een aantal kilometer over een rechte, brede en vlakke weg. Terwijl ze dit doen genieten ze aan de linkerkant van de weg van een prachtig uitzicht over wat opvallende bergtoppen. Even verderop, als men in de buurt komt van het dalletje van de rivier Le Fier volgt er een bocht naar rechts, een rotonde en nog een rotonde. Bij de tweede rotonde slaan we rechtsaf en daarna gaat het zo goed als rechtdoor naar de tussensprint van de dag. Deze komt vroeg in de rit en aangezien het nog niet heel lastig is geweest zou een type als Gaviria nog kunnen proberen om hier puntjes af te snoepen van Sagan, maar ik heb zo'n vermoeden dat Sagan die trui al lang en breed binnen heeft en niemand meer moeite gaat doen. Tussensprintje komt na 29 kilometer in Thônes en dan zijn we in de buurt van de voet van de eerste echte Alpencol van dit jaar. In Thônes komen we een rotonde en zes bochten tegen, maar daarna gaat het in de vallei nog een kilometer rechtdoor, tot we bij Les Clefs linksaf slaan. Direct begint de weg omhoog te lopen, de Col de la Croix Fry is begonnen. In totaal is deze klim 13 kilometer lang en 6,3% gemiddeld, maar de organisatie neemt het eerste vlakkere deel van de klim niet mee, waardoor zij uitkomen op een klim van 11,3 kilometer aan 7%. Klinkt dan toch net weer wat beter. Het is een klim over een brede en goed onderhouden weg die in het begin niet zo bochtig is. Ook nog niet al te lastig. Vrij vroeg wel een kilometer aan 8% gemiddeld, maar ook wat makkelijkere kilometers. Richting Manigod is het een kilometer zo goed als vlak zelfs. In dit dorpje gaan we schuin naar links en daarna begint het tweede deel van de klim. Dit deel begint lastig, met 2,5 kilometer aan meer dan 9% gemiddeld. Vervolgens krijgen we nog te maken met vier kilometer aan 7% gemiddeld, met ondertussen ook nog een stuk of acht haarspeldbochten. De laatste meters richting de top zwakt het wat af en zo komen we dan na 43,5 kilometer boven op deze Col de la Croix Fry.

CroixFryW.gif
Col-de-la-Croix-Fry-2.jpg

Deze klim van de eerste categorie kent een beknopte geschiedenis in de Tour. Pas de vijfde keer dat we hier passeren. De laatste twee keer ook tijdens een rit met aankomst in Le Grand-Bornand, wat best logisch is aangezien Le Grand-Bornand slechts 13 kilometer verderop ligt. Meestal is deze klim de slotklim in een rit naar onze aankomstplaats, maar vandaag maken we nog een extra lus door het Alpenland. In 1994 debuteerde de klim en eindbaas Piotr Ugrumov kwam toen als eerste als eerste boven. De laatste die hier de meeste bergpunten wist te pakken was Rui Costa, op weg naar zijn tweede ritzege tijdens de Tour van 2013. De afdaling van deze klim is niet bijzonder lastig. Het gaat tien kilometer naar beneden over een brede weg richting Saint-Jean-de-Sixt. Een paar lastige bochten, maar die kan je eigenlijk wel op één hand tellen. In de buurt van La Clusaz, na vijf kilometer dalen, is het gedaan met die bochten en gaat het over een brede en behoorlijk rechte weg in steeds lichter dalende lijn verder. In La Clusaz zelf is het trouwens nog wel even opletten. Paar bochten en vooral een paar rotondes. Daarna geen problemen meer tot Saint-Jean-de-Sixt. In dit dorpje slaan we bij een rotonde rechtsaf en daarna zouden we over de weg die volgt rechtdoor kunnen blijven rijden. In dat geval zouden we uitkomen in Le Grand-Bornand binnen een aantal kilometer. Doen we echter niet, we slaan linksaf en rijden daarna door het best wel mooie dal van de rivier Le Borne verder richting de voet van de volgende klim. Tien kilometer in licht dalende lijn, het gaat steeds aan een procentje of twee naar beneden.

LpcVVBS.jpg

Over deze brede weg zonder lastige bochten rijden we langs het dorpje Entremont en vervolgens gaat het nog een kilometer of vijf behoorlijk rechtdoor over dezelfde weg, tot we plotseling linksaf moeten slaan. Behoorlijk scherpe bocht, waarna we over de rivier Le Borne rijden. Daarna een bocht naar links en vervolgens begint de weg meteen omhoog te lopen. We zijn na 62 kilometer koers begonnen aan Plateau des Glières. Dit is een klim die debuteert in de Tour. Desondanks geen totaal onbekende klim, aangezien de laatste rit van de Tour de l'Avenir van 2013 aankwam boven op deze berg. Julian Alaphilippe won die rit met een grote voorsprong op Matej Mohoric en Adam Yates. In de top 10 van die rit komen we ook nog Simon Yates, Toms Skujins en Davide Formolo tegen. De meeste renners zijn dus behoorlijk goed terechtgekomen, alleen Oskar Svendsen is een beetje een vreemde eend in de bijt. De jongen met de hoogste VO2-max ooit stopte een jaar na zijn 7e plaats op Plateau des Glières met koersen. Ook in de Tour de Savoie Mont Blanc is deze klim al eens voorgekomen. In 2014, maar ook een paar weken geleden nog. We hebben dus recente beelden van de klim, dat is wel lekker. Plateau des Glières is een verschrikkelijk lastige klim. Slechts zes kilometer lang, maar wel 11% gemiddeld. De renners rijden eerst door een dorpje, waar een aantal haarspeldbochten liggen. De weg gaat meteen aan 10% omhoog en is ook bijzonder smal. Slecht onderhouden ook nog eens, als wielertoerist kan je dit weggetje eigenlijk maar beter overslaan. De renners hebben die keuze niet, na de eerste kilometer aan 10% volgt er nog een aan datzelfde percentage, maar daarna gaat het zelfs twee kilometer lang aan 12% omhoog. Vreselijk steil. Daarom zit de klim ook in de Tour, onderdeel van de nieuwe strategie van Gouvenou. Die man heeft gekeken naar de Giro en de Vuelta en weet dat je daar altijd dit soort beklimmingen tegenkomt. Dat werkt volgens hem altijd goed in die koersen en daarom wil hij dat graag imiteren. Zo ver van de finish zal het waarschijnlijk te vroeg zijn om veel actie te verwachten, maar het gaat sowieso in de benen kruipen. Tijdens de laatste twee kilometer van de klim gaat het weer even iets minder steil omhoog, maar 10% is nog steeds steil. De laatste kilometer is er dan ook weer een aan 12%. Komt geen eind aan, een beestachtige klim.

41c65
nglie.jpg

Na 68 kilometer komen we boven op deze min of meer heilige grond. Plateau des Glières is namelijk niet zomaar een willekeurige plek. Het is de plaats waar tijdens de Tweede Wereldoorlog door een Franse groep vrijheidsstrijders gevochten werd tegen de Duitsers. Deze groep kreeg hulp van de Britten en wist relatief veel succes te boeken. Deze plek was blijkbaar strategisch best belangrijk en deze kleine Franse groep wist stand te houden terwijl ze 'slechts' 121 man verloren. Dit tegenover 5000 man aan Duitse kant. Politiek werd het later ook een belangrijke plaats. Nicolas Sarkozy kwam hier in de tijd dat hij president was bijna jaarlijks langs om de Franse helden te herdenken. Dat werden na een tijd een soort van pelgrimstochten waar hele hordes mensen op afkwamen. Ook Christian Prudhomme maakt van deze locatie gebruik om even goedkoop te scoren:
[quote]" The Plateau des Glieres is one of the most important maquis of World War II, it is also a tribute to those who fought and gave their lives. 'Men here died to remain men', it is written and it gives goosebumps."[/quote]

Na de top moet het leukste eigenlijk nog komen. De renners dachten waarschijnlijk na Roubaix alles wel gehad te hebben, maar na kasseien krijgen we nu te maken met een onverharde weg. Een grindweg, zoals de Finestre in Italië. De grindweg hier is alleen wat minder lang en vooral ook wat minder steil. Het onverharde stuk is twee kilometer lang en in die twee kilometer gaat het omhoog aan 4%. Toch net even wat anders. Alsnog niet makkelijk, dat kunnen we bijvoorbeeld vragen aan de mannen die de Tour de Savoie Mont Blanc reden. Quentin Pacher van Vital Concept is een ervaringsexpert. Hij reed dat rondje zowel in 2014 en 2018 en volgens hem lag de weg er in 2018 nog slechter bij, met nog meer steenslag. Dat deerde hem verder niet, want hij won de rit tijdens de editie van dit jaar, maar hij werd desondanks niet vrolijk van het rijden door het stof. Het is te hopen voor de renners dat ze het parcours goed bestuderen en niet denken dat ze er bij het bereiken van de top van de col van buitencategorie al zijn. Nee, dan volgt er nog een bocht naar links en dus een weg die twee kilometer lang licht omhoog loopt met zo'n slechte ondergrond. Paar bochtjes ook nog en flink wat gaten in de weg. Kan extra leuk worden als het gaat regenen. Aan het eind van deze strook, na 70 kilometer, rijden we ineens over een grote geasfalteerde parkeerplaats, langs het Monument des Glières, een monument voor de Fransen die dus hebben gevochten op dit stukje aarde.

5b31030926857.jpg
13529965.jpg

Er begint nu niet gelijk een afdaling. Het gaat echtentjes rechtdoor over een vlakke weg, naarna het twee kilometer licht naar beneden loopt. Vervolgens gaat het dan nog even een halve kilometer omhoog aan ongeveer 10%. Aan het eind van dit puistje begint de serieuze afdaling. We stuiten meteen op een haarspeldbocht en in de kilometers die volgen krijgen we er nog een stuk of 10. De afdaling is verder niet bijzonder lastig. Wel dus al die haarspeldbochten en ook nog een paar andere bochtjes, maar het zou toch behoorlijk goed te doen moeten zijn. Na een kilometer of zes dalen is het serieuze deel van de afdaling voorbij en gaat het in licht dalende lijn verder naar Thorens-Glières, waar we na 84 kilometer passeren. Hier nemen we twee bochten naar rechts en vervolgens beginnen we aan de Col des Fleuries, een klim van ongeveer zes kilometer aan 4,5% gemiddeld. Hier worden geen punten voor de bergtrui uitgedeeld, wat best bijzonder is. Na de top gaat het acht kilometer naar beneden richting La Roche-sur-Foron. Een afdalinkje zonder problemen. Weinig lastige bochten en het gaat ook niet bepaald steil naar beneden. Na 96 kilometer, op 62 kilometer van de finish, rijden we door La Roche-sur-Foron en vervolgens gaan we een aantal kilometer door de vallei van de Arve rijden, over brede en rechte wegen. Het gaat, met uitzondering van een aantal rotondes, tien kilometer rechtdoor tot in Bonneville. Hier liggen nog een aantal rotondes, stuk of zes zelfs. Bij het binnenrijden van Bonneville steken we de rivier over via de Brug van Europa, jawel.

2276.gif
0-1547892.jpg

Na onze tocht over de rotondes gaat het weer een kilometer of vier volledig rechtdoor, richting Vougy. Ook hier weer een rotonde, maar we kunnen ondertussen wel stellen dat we echt in een enorm saaie tussenfase zitten. Alles van enig belang zal zo ondertussen wel weer aangesloten zijn. Ook na Vougy gaat het nog een aantal kilometer verder over een brede en vlakke weg, richting Cluses. Voor we Cluses bereiken rijden we eerst nog door Marnaz en Scionzier. Paar bochtjes, rotondes en dat soort werk maar leuk wordt het pas buiten Cluses. In dit dorpje, waar de Tour nog wel eens aankwam en waar er met Piotr Ugrumov en Dario Frigo twee lolbroeken op de erelijst staan ligt de voet van de Col de Romme. Al ligt die voet eigenlijk buiten het dorp. Voor we het dorp zouden binnenrijden slaan we vlug linksaf en dan begint de weg meteen omhoog te lopen. Dit blijft de komende 8,8 kilometer zo, terwijl het gemiddeld aan 8,9% stijgt. Het begint met twee kilometer aan 10%, waarna het even licht afzwakt richting 9%. De volgende kilometer is het weer wat minder zwaar, met 8% gemiddeld, waarna er in het dorpje Nancy-les-Cluses met 6% gemiddeld even tijd is om voorzichtig adem te halen. Moet ook wel, want daarna begint het tweede deel van de klim en krijgen de renners te maken met twee kilometer aan 10%, waarna een kilometer aan 9% volgt. In de laatste kilometer richting de top wordt het wat makkelijker, het zwakt af richting 7,5%. De renners bereiken de top van deze klim van de eerste categorie na 130 kilometer, al zijn ze stiekem nog niet helemaal boven. Het loopt nog twee kilometer verder door aan 2%, waardoor men op 26 kilometer van de finish pas echt boven is.

8cecf
Col-de-Romme-2-header1.jpg

De Col de Romme is een berg met een behoorlijk korte geschiedenis in de Tour. Eén keer eerder kwam men hier langs, in 2009. Ook toen in een combinatie met de Colombière en dat leverde best een mooie rit op. De familie Schleck was toen nog in bloedvorm en Contador was ongenaakbaar. Andy Schleck deed op deze Col de Romme een poging om weg te rijden van de rest, maar slaagde daar niet volledig in. Hij kreeg Contador en Andreas Klöden mee, even later wist zijn broer Frank ook de oversteek te maken. Op de top van de klim hadden ze al een minuut voorsprong op de achtervolgende groep, met onder meer Bradley Wiggins die er toevallig in 2009 achterkwam dat hij wel eens een ronderenner zou kunnen worden. De beelden van 2009 leren ons dat de afdaling van de Col de Romme niet enorm lastig is. Om te beginnen is het een korte afdaling van maar vier kilometer en zelfs Frank Schleck wist hier zonder kleerscheuren doorheen te komen. Tuurlijk, geen makkelijke afdaling, maar deze valt wel in de categorie prima te doen. Paar bochtjes waarbij het even opletten is, maar normaal moet iedereen veilig kunnen aankomen in Le Reposoir, waar op 22 kilometer van de streep de voet van de slotklim ligt. We gaan beginnen aan de Col de la Colombière.

130.jpg

De Col de la Colombière is 7,5 kilometer lang en 8,5% gemiddeld. Deze berg van de eerste categorie begint relatief eenvoudig, met een kilometer aan 6%. Daarna krijgen de renners een kilometer aan 8,5% voorgeschoteld, waarna het drie kilometer omhoog gaat aan 9%. Dat is al best pittig, maar het wordt richting de top alleen nog maar lastiger. In de laatste kilometers van de klim gaat het doodleuk aan 10% omhoog. Het venijn zit 'm dus in de staart. Na 144 kilometer, op 14 kilometer van de finish, komen de courers boven op deze Colombière. Een klim met een grotere geschiedenis dan de Col de Romme. De Colombière hebben we al een keer of 20 gezien in de Tour, voor het laatst in 2016. Toen kwam Thomas De Gendtals eerste boven, al liep de beklimming toen wel via Le Grand-Bornand. In 2007 kwamen we de klim tegen toen we ook naar Le Grand-Bornand gingen, Linus Gerdemann beleefde toen zo ongeveer zijn enige dag van glorie. Tijdens de epische solo van Floyd Landis in 2006 kwamen we deze berg ook tegen. En in 2009, toen de familie Schleck op pad was met Contador en Klöden. Andy Schleck reed een strak tempo op de klim en deed eigenlijk niet eens z'n best om aan te vallen. Contador deed dat wel, op twee kilometer van de top. Het enige wat hij daarmee bereikte was dat zijn ploeggenoot Klöden moest lossen, altijd lekker. Zodoende reed Contador dus samen met Frank en Andy Schleck over de top en gingen ze ook op weg naar Le Grand-Bornand.

800x600_8115-sitrapan252689_26851_col_colombiere.jpg

De afdaling van de Colombière is ongeveer 12 kilometer lang en om heel eerlijk te zijn poepsimpel. De weg is breed, het asfalt is redelijk in orde en er zijn maar weinig lastige bochten. In 2009 konden de Schleckjes hier gewoon op kop rijden en ze vlogen niet eens over de vangrail. In het begin van de afdaling komen de renners wel een paar haarspeldbochten tegen, maar dit zijn zulke brede bochten dat er bijna niets mis kan gaan. Vervolgens gaat het een tijdje over een rechte weg verder, met tijdelijk alleen wat flauwe bochten. Als men Le Grand-Bornand in de verte ziet liggen krijgen we wel weer te maken met drie echte bochten, waarvan eigenlijk alleen de eerste een beetje lastig in te schatten kan zijn. Na de derde bocht rijden we weer door de bewoonde wereld, een buitenwijk van Le Grand-Bornand. Hier vlakt de afdaling af en gaat het in licht dalende lijn verder tot op zes kilometer van de streep. Op dat punt komen we dan nog wel vier haarspeldbochten tegen, maar die zijn zo breed en lang dat zelfs Wilco Kelderman dit bij wijze van spreken had kunnen overleven. Het gaat daarna een kilometer rechtdoor, waarna er op iets minder dan vijf kilometer kilometer van de streep nog twee van zulke eenvoudige haarspeldbochten volgen. Het gaat dan weer een kilometertje goed en wel rechtdoor, richting de volgende haarspeldbocht. We rijden na die bocht het centrum van Le Grand-Bornand binnen en daar ligt op iets minder dan drie kilometer van een verraderlijke bocht naar rechts. Andy Schleck vloog hier in 2009 bijna uit de bocht, maar goed, dat is wel Andy Schleck natuurlijk. Daarna gaat het een kilometer rechtdoor, met alleen nog een rotonde onderweg. Het is inmiddels vlak geworden. Op anderhalve kilometer van de streep wacht er een bocht naar links op de renners, waarna de weg zelfs nog licht omhoog begint te lopen. Het gaat dan redelijk rechtdoor richting de finish, alleen op 500 meter van het eind ligt er nog een rotonde waar de renners schuin naar rechts moeten. Het blijft vals plat omhoog lopen tot aan de finish.

f3YjHDI.png

Le Grand-Bornand is een skiresort waar 25.000 toeristen kunnen verblijven. Ieder jaar komen er blijkbaar weer een miljoen mensen naar dit dorpje waar normaal slechts 2200 mensen wonen. Daarmee staat het op de lijst van Franse skiresorts op de 17e plaats. Valt me een beetje tegen, want als je kijkt naar de frequentie van de bezoeken van de Tour aan Le Grand-Bornand zou je verwachten dat het resort op z'n minst in de top 10 staat. Er is geld genoeg in ieder geval. Genoeg piste ook, 90 kilometer aan downhillpiste en 75 kilometer voor cross-country. In de afgelopen 20 jaar is er twee keer een rit van start gegaan in Le Grand-Bornand en vier keer kwam er een rit aan. Dit wordt de vijfde keer sinds 1999. In het verleden won in 2004 ene L. Armstrong in de straten van dit dorpje. In 2007 beleefde Linus Gerdemann hier zoals eerder gememoreerd zijn mooiste dag. In 2013 soleerde Rui Costa hier dan weer naar de zege. En in 2009 ging de overwinning naar Frank Schleck, die de rit cadeau kreeg van Alberto Contador en broertje Andy. De mannen kregen het niet voor elkaar om onderlinge verschillen te creëren op de Romme en de Colombière, dus reed men samen naar Le Grand-Bornand. Contador reed al in het geel en zag de familie Schleck het meeste werk voor hun rekening nemen op de klimmetjes, dus was hij zo schappelijk om de zege weg te geven. Van de gebroeders Schleck was Frank de minste, dus kreeg hij als als een soort van troostprijs de rit. Prima troostprijs wel, om eerlijk te zijn. Pas twee minuten later kwam de nummer 4 over de streep, ene V. Nibali. Met in zijn wiel een zekere L. Armstrong. Die keerde vijf jaar na dato weer terug, maar de beentjes werkten toch net even wat minder goed mee. Wat ik verder nog kan vertellen over Le Grand-Bornand is dat het een populaire bestemming voor bekende wintersporters is. Het is bijvoorbeeld het trainingsgebied van Tessa Worley, die kan wel aardig skiën dacht ik. Ook nog wat andere skiërs komen hier vandaan, maar die ken ik allemaal niet. Is geen sport.

alberto_contador_e_1448252a.jpg

Het gaat best warm worden in de Alpen, in Le Grand-Bornand kan het kwik oplopen tot 25 graden. In Annecy zal het zelfs nog warmer zijn, tegen de 30 graden aan. Onderweg is er kans op regen, maar het lijkt mee te vallen. De afgelopen dagen werd er veel regen verwacht, maar zoals het er nu uitziet zou het ook zomaar droog kunnen blijven. Vroeg op de dag is er wel wat kans op regen en ook in het begin van de middag, maar later op de dag zou het gewoon droog moeten zijn. Valt weer mee, al denk ik niet dat het tijdens deze etappe überhaupt veel invloed zou hebben gehad. De afdalingen zijn niet bijzonder lastig, al was het met nattigheid uiteraard wel iets lastiger geworden. Wind zal er verder niet veel zijn, dus de renners kunnen gewoon gaan koersen. Geen tegenwind op de beslissende klimmetjes. De rit begint relatief laat, om 13:15. Neutralisatie van 20 minuten en daarna gaan ze om 13:35 een rondje om het meer fietsen. Sporza is er om 13:30 bij, je hoeft dus geen moment te missen van deze rit. De NOS is er zelfs nog eerder bij, om 13:15 meteen. Genieten van de neutralisatie, heerlijk. Eurosport is er trouwens ook meteen bij en wel op Eurosport 1. Dat vervelende tennis is eindelijk voorbij, dus kunnen ze de Tour na 10 dagen eindelijk een keer op het hoofdkanaal uitzenden. Hebben we dus alleen geen reet meer aan, aangezien de rest er ook meteen bij is. Eurosport. :') Ritje is trouwens afgelopen ergens tussen 17:42 en 18:15, best laat voor Franse begrippen.

68084391.jpg

Overigens kan de echte liefhebber de tv beter wat eerder aanzetten. Het is immers ook weer tijd voor La Course, de wedstrijd voor de vrouwen. De afgelopen jaren mochten de vrouwen voor de mannen een rondje rijden in Parijs, maar vorig jaar week men af van dat plan. De vrouwtjes mochten toen over dezelfde bergen rijden als de mannen. Aankomst op de Izoard, waar ONZE Annemiek van Vleuten de rest op een hoop reed. Dat gaat Annemiek ook nu weer doen, want ze heeft de afgelopen week liefst drie ritten in de Giro Rosa gewonnen, naast het eindklassement. Daar gaat helemaal niets aan te doen zijn, al zou Ashleigh Moolman nog wel in de buurt kunnen blijven. Ook Anna van der Breggen is er weer bij, na haar behoorlijk mislukte uitstapje op de mountainbike. De vrouwtjes vertrekken ook vanuit Annecy en pakken ook de Côte de Bluffy mee, maar wijken daarna af van het parcours. Geen Plateau des Glières, maar een klimmetje van vijf kilometer aan 5%. Daarna rijden ze net als de mannen richting de Col de Romme, waarna ze dezelfde finale afwerken. 112 kilometer, da's alvast het dubbele van de afstand van vorig jaar. Voor de vrouwen een behoorlijk serieuze rit. De uitzending van deze rit begint bij de NOS om 10:35 en ook Sporza zal het in z'n geheel uitzenden. Leuk. Topshow.

la-course-by-le-tour-de-france-2018-profile-9c1f1ed3bf.jpeg
?appId=21791a8992982cd8da851550a453bd7f&quality=0.9

Na negen dagen koers krijgen we eindelijk de eerste bergrit. We zijn al een eeuwigheid bezig en eigenlijk hebben we nog geen enkel idee welke klimmers echt goed in vorm zijn. Daarom alleen al is dit een interessante rit. Het is ook nog eens de dag na de rustdag, die bij sommige renners nog wel een slecht wil vallen. Daarom verwacht ik wel wat van deze rit. Op Plateau des Glières is het zo lastig dat we ongetwijfeld al een eerste schifting gaan zien. Afhankelijk van welke namen er daar moeten lossen kunnen we koers tot de finish krijgen, of een gezapige rit tot aan de Romme. Het lijkt me in ieder geval geen perfecte dag voor de vluchters. Eerste bergrit en een aantal jongens staan al op een aardige achterstand, waaronder Froome. Die gaat ongetwijfeld tijdens deze rit proberen om aan Thomas duidelijk te maken dat hij toch echt de kopman is. Een strijd tussen de favorieten dus, is mijn voorspelling.
1. Froome. De astamalien moet meteen aan de bak. Minuut achter op Thomas en die tijd zal hij het liefst zo snel mogelijk willen goedmaken. Het is dan wel een aankomst na een afdaling, maar in 2016 liet hij zien dat hij dat ook kan. Lijkt me dat hij wel iets gaat proberen op de Colombière en daarna gooit hij zichzelf in de mongolenhouding naar beneden, waarna hij solo aankomt. Hooooooooo antigenot.
2. Valverde. Wint dan vervolgens de sprint van het achtervolgende groepje. Dit is een rit waar Valverde niet in de problemen gaat komen. We komen niet boven de 2000 meter, dus gaat alles fantastisch met Piti. Gaat gewoon weer aan Landa en Quintana laten zien dat hij toch echt de kopman is.
3. Thomas. Klimmer Thomas, ook wel bekend als G, zal lijdzaam moeten toezien hoe het winkelwagentje van Froome richting de kassa geduwd gaat worden. Hij zal dromen van de gele trui, maar de meeste dromen zijn bedrog. Alsnog fietst ie wel gewoon met de rest mee omhoog want zo'n lolbroek is het dan ook wel weer.
4. Martin. Aangezien hij op Mûr-de-Bretagne heeft gewonnen voel ik me genoodzaakt zijn naam te noemen. Al heb ik vooral de hoop dat hij, nu hij genoemd is, bezwijkt onder de druk.
5. Bardet. Gaat ongetwijfeld van fiets moeten wisselen op de onverharde strook op Plateau des Glières, maar heeft daarna nog genoeg tijd om terug te kijken. Heeft tot nu toe nog niet echt een lekkere Tour, maar daarom heb ik eigenlijk wel de verwachting dat hij meteen aanvallend gaat rijden in de bergen. Frustratie moet eruit.
noodgangdinsdag 31 juli 2018 @ 07:50
SPOILER: Etappe 11: Albertville - La Rosière Espace San Bernardo, 108,5 km
Etappe 11: Albertville - La Rosière Espace San Bernardo, 108,5 km

Je denkt dat het leuk wordt als we naar de bergen gaan, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Het kan namelijk gebeuren dat er vroeg in de rit een grote groep van een man of 20 wegrijdt, zonder renners die gevaarlijk zijn voor het algemeen klassement. Dat kan tot gevolg hebben dat er daarachter niet hard wordt gereden en als dat zo is loop je al heel snel het risico dat je naar helemaal niets aan het kijken bent. Een mooie groep, met onder meer Alaphilippe, Ion Izagirre, Robert Gesink en gele trui Van Avermaet reed weg en dat leverde totaal geen gevaar op voor Team Sky en andere ploegen. Greg had dan wel geel, maar die wappert er een dezer dagen grandioos af. Dus hoefde er niet per definitie hard gereden te worden in het peloton. Renners zeggen altijd dat ze het van dag tot dag bekijken, maar in de bergen kom je er vaak achter dat ze heel goed weten wat er nog volgt. Drie zware dagen achter elkaar, dan moet je blijkbaar op de eerste dag je krachten sparen. Onderweg konden we nog wel genieten van de steile klim naar Plateau des Glières en het onverharde stuk dat na de klim volgde, maar verder was het ingewikkeld om wakker te blijven. Aan het eind van de rit volgde er een mooie combinatie van klimmen, de Romme en de Colombière. Ideaal terrein voor wat actie, maar die actie kwam er niet. Vooraan werd het heel snel duidelijk dat Alaphilippe de rit zou gaan winnen, hij was veel te sterk voor de rest. Achteraan ondernam niemand een poging om het stokje over te nemen van Sky. Dus reed men in het peloton gedwee achter de Britse ploeg aan over de Romme en ook over de Colombière. Pas richting de top van de Colombière durfde Dan Martin iets te ondernemen. Eén speldenprikje, maar wel met gevolgen. Veel renners moesten lossen, waaronder Uran, Zakarin, Majka, Mollema en Jungels. Toch nog wat slachtoffers, terwijl er alleen maar een strak tempo gereden werd. We weten in ieder geval wie er niet goed is, hopelijk komen we er tijdens de volgende twee ritten achter wie er wel goed zijn. Nog twee ritten in de Alpen te gaan. Frankrijk heeft ondertussen dankzij Alaphilippe de eerste overwinning binnen en bij de vrouwenkoers zagen we een prachtige overwinning van Annemiek van Vleuten, die in extremis Anna van der Breggen nog wist te passeren. We gaan door naar de volgende Alpenrit, een bijzonder korte maar explosieve etappe.

tour-de-france-2018-stage-11-map-b131725069.jpg
84eb4

De tweede Alpenrit start een kilometer of 50 ten zuiden van Le Grand-Bornand in Albertville. Deze plaats, in de vallei van de rivieren L'Arly en de Isère herbergt 20.000 inwoners en maakt deel uit van het departement Savoie. In Albertville werden in 1992 de winterspelen georganiseerd. Veel van de evenmenten vonden plaats in de bergen in de omgeving, maar het Olympisch park en het Olympisch huis stonden wel in Albertville. De Tour komt best vaak voorbij Albertville, aangezien de plaats strategisch gezien best lekker tussen de bergen ligt, maar er is hier nog verrassend vaak een rit gestart of aangekomen. Slechts één keer kwam hier een rit aan, in de fameuze Tour van 1998. De zestiende rit van de 'Tour de Dopage' die gewonnen werd door Jan Ullrich eindigde in de stad. De volgende dag zou men vanuit Albertville vertrekken richting Aix-les-Bains, maar dat kwam er niet helemaal van. Festina was inmiddels al uit de Tour gegooid en ook TVM lag nog steeds onder vuur. In Albertville viel de politie binnen in het hotel waar TVM verbleef en in het peloton vond men dat het ondertussen verdacht veel op een heksenjacht begon te lijken. Dus ging men staken. Ploegen als ONCE, Banesto en Riso Scotti gingen zelfs naar huis. In 33 kilometer tijd stopte men twee keer met fietsen en na die tweede staking reed men met een slakkengangetje richting de finish. Lekkere tijden waren dat. Dit soort spanning en sensatie zou ik nu ook wel weer willen zien. Sindsdien ontweek de organisatie Albertville een tijd, maar in 2012 keerde de Tour terug naar deze stad, zonder politieinvallen. De elfde rit van de Tour bracht de renners van Albertville naar La Toussuire en Pierre Rolland won. Twee jaar geleden kwam de koers ook nog eens langs in Albertville. De 19e rit van die Tour begon hier en eindigde in Saint-Gervais Mont-Blanc. De winst ging naar Romain Bardet. De organisatie droomt hardop van een derde overwinning op rij voor een Fransoos. Is de ASO voor Frankrijk?

[quote]Tour de France: Stage town for the fourth time. Never two without three? The stages that started in Albertville in 2012 and 2016 harbour fond memories for Pierre Rolland and Romain Bardet, who went on to win on those days. Will a third Frenchman emulate them?[/quote]

00422289_N_0002_photo.jpeg

De rit start in het centrum van Albertville, voor het lokale hotel de ville. Deze etappe is bijna een exacte kopie van de zesde rit van het Criterium du Dauphiné van dit jaar. Het enige verschil is dat die rit van start ging in Frontenex, een paar kilometer buiten Albertville. Die rit was daarom ook twee kilometer langer. Verder is deze rit exact hetzelfde. Heel veel renners die hier aanwezig zijn zullen het parcours daarom perfect uit hun hoofd kennen. Zo zullen ze bijvoorbeeld weten dat het tijdens en na de neutralisatie meteen een paar kilometer omhoog gaat. Een klim van drie kilometer aan 3% gemiddeld, al is de eerste kilometer daarvan tijdens de neutralisatie. Daarna hebben de jongens met ambitie om de vlucht van de dag twee kilometer de tijd om dat op een oplopend stuk te doen. Voorbij Venthon wordt het vlak en dit blijft de komende drie kilometer zo. Daarna loopt het een kilometer of zeven vals plat omhoog richting de tussensprint van de dag, net buiten Villard-sur-Doron. Dat vals plat moet je trouwens niet al te serieus nemen, het is gewoon zo goed als vlak. Dat zal na de tussensprint nog twee kilometer zo zijn, maar daarna krijgen we te maken met de eerste klim van de dag. Na 13,5 kilometer begint een beklimming van de buitencategorie, Montee de Bisanne. In Villard-sur-Doron slaan de renners linksaf en daarna rijden ze over een smalle weg dwars door het dorpje. Het gaat direct aan een procent of zes omhoog tijdens de eerste kilometer van de klim. In totaal is deze Montee de Bisanne 12,4 kilometer lang en 8,2% gemiddeld. De tweede kilometer van deze beklimming van de buitencategorie is al meteen een stuk lastiger, het stijgt dan aan 8,4%. Daarna volgt er een vergelijkbare kilometer aan 8%, waarna het weer wat afzwakt richting 7%. Kilometertje erbij aan 8% en dan volgt halverwege de klim de makkelijkste kilometer aan 5,6%.

47497
Mont%C3%A9e_de_Bisanne_73-_lacets_de_la_Place-_mt_Outray.jpg

Het tweede deel van de klim is een stuk lastiger. We krijgen nu namelijk te maken met drie kilometer aan 9%, waarna het eventjes makkelijker wordt met een kilometer aan 8%. Vervolgens gaat het tot aan de top aan 10% omhoog. Een stuk voor de top rijden we langs het lokale skiresort, Ski Bisanne 1500. Aan deze informatie heb je verder niks, maar toch. Montee de Bisanne is een zware klim, maar om heel eerlijk te zijn is het ook echt een enorm lelijke klim. Qua natuurschoon is het droevig gesteld. De renners rijden continu over een redelijk smalle weg langs grasvelden, langs chaletjes, hotelletjes en wat bomen. Pas richting de top komen er wat vergezichten, maar dan valt prima te concluderen dat dit niet het beste deel van de Alpen is. Na 26 kilometer fietsen komen de renners in ieder geval boven op de klim. In de buurt van de top is er een kruising waar de renners naar rechts gaan, wat eigenlijk wel jammer is. Je kan ook naar links, dan wordt er verder gefietst naar Signal de Bisanne. Had nog twee kilometer aan meer dan 10% opgeleverd, maar dan was de etappe wel wat vroeg afgelopen geweest. Enfin, pas de tweede keer dat Montee de Bisanne zijn opwachting maakt in de Tour. Het debuut kwam in 2016 en Rafal Majka, de Pool met de HGH-kaak, kwam toen als eerste boven. Na de top van de klim volgt er een korte afdaling van twee kilometer zonder veel lastige bochten. De renners komen uit in Les Saisies, bekend van de Col des Saisies. Een klim met een behoorlijk lange geschiedenis in de Tour, is al een keer of 11 beklommen. Henk Lubberding, die tegenwoordig een beetje de weg kwijt is, kwam hier in 1979 bij de eerste beklimming van de Col des Saisies als eerste boven. Recentelijk kwam de klim nog voor in de Tour de l'Avenir. Op 25 augustus greep een jonge Colombiaan de macht op Les Saisies. Zijn naam? Egan Bernal. Nu, minder dan een jaar later, is hij terug op deze wegen, terwijl hij de Tour de France rijdt. Het kan snel gaan.

59a0526029788.JPG

In Les Saisies slaan we linksaf en daarna gaan we door het met volgende deel van de afdaling. Het gaat 15 kilometer naar beneden over een brede weg. De eerste vijf kilometer komen de renners amper bochten tegen. Wel twee haarspeldbochten, maar die zijn enorm breed. Daar komt de gemiddelde amateur nog lachend door. De renners rijden nu langs Hauteluce en hier gaat het nog even een halve kilometer licht omhoog, een hinderlijke onderbreking van de afdaling. Vervolgens gaat het verder naar beneden richting Villard-sur-Dolon, daar waar de renners aan de Montee de Bisanne begonnen. De afdaling wordt nu wel wat bochtiger, met onder meer een stuk of zes haarspeldbochten. Desondanks heb ik geen enkel moeilijk punt gevonden. Iedereen zou dus veilig Villard-sur-Dolon weer moeten kunnen bereiken, waar er een bocht naar links volgt. Het gaat dan een aantal kilometer volledig rechtdoor richting Beaufort over een brede weg, dwars door de vallei. De renners passeren na 43 kilometer in het pittoreske Beaufort en krijgen hier te maken met twee rotondes. Twee keer rechtdoor en daarna bij het volgende kruispunt naar rechts, waar de weg direct omhoog begint te lopen. We staan op het punt om te beginnen aan de tweede zware klim van de dag, de Col du Pré. Aan de buitenrand van het dorp krijgen we meteen te maken met een paar haarspeldbochtjes waar het meteen stijgt aan 7%. In totaal is de Col du Pré 12,6 kilometer lang en 7,7% gemiddeld, een col van de buitencategorie. Ook deze berg valt uiteen in twee delen. Het eerste deel begint dus met een kilometer aan 7%, waarna er nog twee lastige kilometers aan 8% volgen. Vervolgens zwakt het al snel af, richting 5% en de kilometer daarna is zelfs niet meer dan vals plat. We rijden over een brede en rechte weg richting het dorpje Arêches, waar het tweede deel van de klim begint.

f0043

Dit tweede deel van de klim is een stuk lastiger. Meteen in Arêches gaat het een kilometer omhoog aan 9,5%, met de nodige haarspeldbochten. Dat is sowieso wel het verhaal van de rest van de klim, heel veel haarspeldbochten. Ook hoge percentages, al komt er nu wel even een makkelijkere kilometer aan 7,5% aan. Daarna gaat het evenwel twee kilometer lang aan 9,5% omhoog. We bevinden ons dan op vier kilometer van de top en krijgen nog drie lastige kilometers voorgeschoteld. Eerst een kilometer aan 8,7%, dat lijkt ook lastig maar het valt best mee in vergelijking met de kilometers daarna. Twee kilometer met percentages boven de 10%. De voorlaatste kilometer van de klim stijgt het zelfs aan 11%. Richting de top zwakt het vervolgens af naar 4,5%. Na 57 kilometer, op 51 kilometer van de streep, komen de renners boven op de Col du Pré, een klim zonder geschiedenis in de Tour. Nog nooit eerder werd deze klim aangedaan, wat je gerust opmerkelijk mag noemen. De weg is niet overal even breed, maar verder kun je toch weinig redenen bedenken om deze berg over te slaan. Het is uitdagend genoeg in ieder geval. De klim kwam dit jaar dus wel voor in de Dauphiné, voor de echte kenners is het dus geen verrassing meer. Na de top van de klim gaat het een aantal kilometer naar beneden, over een weg die dus niet al te breed is. Weggetje heeft ook wat bochten, maar het is behoorlijk overzichtelijk, dus dat mag verder niet veel problemen opleveren. Na een kort stukje dalen wordt het uitzicht ineens adembenemend mooi. In de verte zien de renners de bergen en het Lac de Roselend liggen. Eigenlijk gaat het maar goed en wel twee kilometer redelijk steil naar beneden, voor de renners langs het meer komen te rijden.

Lac-Roseland.jpg

Als ze het stuwmeer hebben bereikt rijden ze over de dam, wat toch ook wel weer impressionante beelden oplevert. Op de dam is het een kilometer vlak, maar daarna loopt de weg een kilometer omhoog aan 3%, gevolgd door een vals platte kilometer aan minder dan 2%. Dit brengt ons naar de top van de Col du Méraillet, voor zover je van een col mag spreken. Eenmaal boven bevinden we ons nog steeds in de buurt van het meer en langs het meer gaat het nu een kilometer lang naar beneden, over een brede weg. Paar bochtjes, maar prima te doen. Als dit korte afdalinkje gedaan is loopt de weg direct weer omhoog. We gaan beginnen aan de Cormet de Roselend. Althans, een deel van Cormet de Roselend. Normaal gesproken beklim je dit ding vanuit Beaufort, maar tijdens deze rit doen we vanuit Beaufort de Col du Pré, waardoor we op een ander punt aansluiting krijgen bij Cormet de Roselend. Vanuit Beaufort is dat ding 20 kilometer lang, de renners hoeven nu alleen de laatste zes af te haspelen. Door een schilderachtige omgeving gaat het een kilometer omhoog aan 6%, waarna het twee kilometer lang aan ongeveer 8% omhoog gaat. In de laatste kilometers richting de top wordt het aanzienlijk minder lastig. Steeds een procentje minder, van 6,5% naar 5,5% om af te sluiten met een laatste kilometer aan 4,3%. Na 70 kilometer, op 38,5 kilometer van de finish, bereiken we de top van deze klim van de tweede categorie.

D_925_vers_Cormet_de_Roselend_%28Savoie%29.JPG

Cormet de Roselend is al een keer of 10 voorgekomen in de Tour, alleen nog nooit op deze manier. Enkele bekende renners die ooit als eerste boven wisten te komen op Cormet de Roselend zijn onder meer Claudio Chiappucci, Alex Zülle, Alejandro Valverde en ook weer Henk Lubberding. In 2007 kwam Michael Rasmussen hier als eerste boven, toen hij weer eens bezig was aan een epische solo. Leverde hem een ritzege op én de gele trui. Later bleek dat de rest van het peloton Rasmussen toch een klein beetje onderschat had, maar gelukkig kwamen Davide Cassani en Theo de Rooij toen toch nog in actie om dat probleem op een alternatieve manier op te lossen. Deze klim kwam laatst dus ook nog voor in de Dauphiné en dat is voor de deelnemers een nuttige les geweest. De klim zelf is niet zo het probleem, maar de afdaling dan weer wel. Dit is een afdaling van een kleine 20 kilometer naar Bourg-Saint-Maurice. Een afdaling die in het verleden nog wel eens voor problemen heeft gezorgd. Zo reed Johan Bruyneel in 1996 tijdens de afdaling van de Roselend rechtdoor het skoekeloen in. De afdaling begint nochtans makkelijk, het gaat eerst een kilometer rechtdoor naar beneden, daarna komen de bochten pas. In vijf kilometer krijgen we te maken een aantal haarspeldbochten en andere bochtjes, maar dit stelt relatief weinig voor omdat de weg behoorlijk breed is en het terrein vrij kaal. Daardoor is alles overzichtelijk. Na dit stuk wordt de weg weer wat rechter en wordt het ook wat vlakker. Een tussenstuk van een kilometer of drie, waarna het echte werk gaat beginnen. Voorbij Crêt Bettex wordt de weg ineens een stuk smaller en gaat het veel steiler naar beneden. We komen nu uit bij het deel waar Johan Bruyneel nog wel eens wakker van zal schrikken. Vrij snel bereiken we zijn bocht en toegegeven, dat is ook best een lastige bocht. Daarna komen er nog wat lastige bochten, waaronder een aantal haarspeldbochten. De renners rijden inmiddels door een bos, waardoor het overzicht wat minder is. Ook het feit dat de weg dus een stuk smaller is helpt niet mee. Desondanks ging het in de Dauphiné best goed hier, dat geeft de burger moed. Dit lastige stuk van de afdaling duurt zes kilometer. Daarna daalt het nog een aantal kilometer verder richting Bourg-Saint-Maurice, maar dat stelt minder voor.

tdf-2014-stage-2-roselend.jpg?ssl=1

Bourg-Saint-Maurice bereiken we na 88 kilometer, op 20 kilometer van het eind. Over Bourg-Saint-Maurice zou ik best wat dingen kunnen vertellen, maar dat ga ik even bewaren. De volgende rit zal hier namelijk van start gaan. Dan weten jullie dat vast. In Bourg-Saint-Maurice slaan we bij een rotonde linksaf en daarna moeten de renners iets meer dan twee kilometer over een weg die vals plat omhoog loopt fietsen, door de vallei van de Isère. Na 91,5 kilometer rijden de renners dan door het dorpje Seez, waar ze linksaf slaan. Vervolgens begint de laatste klim van de dag, de slotklim naar La Rosière. Deze klim is 17,6 kilometer lang en 5,6% gemiddeld. Een klim met een brede weg, die in het begin niet eens zo heel steil omhoog loopt. Het begint met vijf kilometer aan 5% gemiddeld, waarna het zelfs even wat afzwakt richting 4% en even later is er zelfs een kilometer aan 3%. Van de 17 kilometer in stijgende lijn hebben we er dan ondertussen zeven gehad en de klim lijkt nog helemaal nergens op. Voorlopig is het een flopshow, maar gelukkig komt daar snel verandering in. Er komt een bijzonder lastig tussenstuk aan, met zes steile kilometers. Dit stuk begint met een kilometer aan 7%, maar daarna volgt er een steile kilometer aan 9%. Het zwakt even af naar zes procent, maar die kilometer wordt opgevolgd door een strook van twee kilometer waar het steeds aan ongeveer 9% omhoog loopt. Dit is het deel van de klim waar het moet gebeuren. Aan het eind van deze steile strook hebben we nog 4,5 kilometer te gaan en die kilometers zijn niet al te best. Twee kilometer aan 4% en daarna 2,5 kilometer aan 5% richting de finish. Dat is geen straffen toebak. In de slotkilometers liggen er wel heel wat haarspeldbochten, maar tegelijkertijd is de weg heel breed. In de laatste kilometer moeten de renners wel nog een rotonde ontwijken en daarna rijden ze over een lichtelijk bochtig weg door La Rosière. Richting de finish blijft het omhoog lopen, maar het vlakt in de laatste meters nog wel wat af.

330b2

La Rosière is een bergresort waar buiten het seizoen amper 700 mensen wonen. Zowel in de winter als in de zomer is het hier vrij druk, met 12.000 bedden kunnen ze hier dan ook aardig wat mensen huisvesten. In de zomer kan je hier mountainbiken, blijkbaar behoorlijk veel routes in de buurt. Stuk of vijf downhilltrajecten, voor de echte waaghalzen. In de winter kan je hier uiteraard skiën, cross country en dat soort werk. Voor de Tour is La Rosière een onbekende plaats, nog nooit kwam hier een rit aan. Toch hebben ze hier wel wat met wielrennen. Er komen jaarlijks veel toeristen langs die deze en andere beklimmingen in de omgeving aandoen en daarbij even overnachten in La Rosière, maar ook is het dorp een samenwerkingsverband aangegaan met Chambéry Cyclisme Formation. Dit is de opleidingsploeg van AG2R en de renners van die ploeg komen hier dus wel eens langs voor een trainingskampje. La Rosière wilde graag eens een keer deel uitmaken van de Tour, maar dan moet je eerst door de ballotage. Die ballotage duurde in dit geval vrij lang. In 2014 kwam er voor het eerst een koers van de ASO langs, de Tour de l'Avenir. De zesde rit van de Ronde van de Toekomst zou eindigen op La Rosière en werd gewonnen door Miguel Angel Lopez, die net Rob Power voor wist te blijven. De ASO had toen blijkbaar nog niet genoeg gezien, dus keerde de Tour de l'Avenir een jaar later terug. De overwinning ging toen naar Guillaume Martin, nu aanwezig in de Tour. Daarna duurde het tot dit jaar voor de ASO nog eens omkeek naar La Rosière. En meteen komen we in hetzelfde jaar twee keer langs. Een paar weken geleden werkte het peloton in de Dauphiné nog exact dezelfde rit af als nu. Het was een prachtige rit. Vanuit een bepaald perspectief dan. Vroeg in de rit reed er een grote groep weg, met onder meer Pello Bilbao. Bilbao kwam uit de Giro, waar hij zesde was geworden, en begon zijn benen een beetje te voelen. Daags voor de rit naar La Rosière verloor hij meerdere minuten. Het leek over, maar een dag later voelde hij zich ineens best prima. Dus ging hij met heel wat andere jongens in de aanval. Op de slotklim leek hij weer te moeten passen, maar op zijn eigen tempo reed hij langzaam naar de kop. Het peloton was de hele rit nooit ver achter. Op een kilometer of 40 van de streep had de kopgroep nog niet eens een minuut over. Het gat werd alleen nooit volledig dichtgereden, en ook op de slotklim gebeurde dat niet. Pello reed in z'n eentje op kop en had nooit veel meer voorsprong dan een seconde of 20. In het peloton ging het daarachter op het steilere stuk een klein beetje los. Paar aanvalletjes. Dan Martin, Romain Bardet en Adam Yates moesten toch wat ondernemen om Geraint Thomas uit de gele trui te rijden. Lukte alleen niet helemaal, maar door een paar van die versnellingen zou je toch verwachten dat ze zo naar Bilbao zouden rijden. Dat gebeurde niet, Bilbao was bijzonder sterk en hield stand. Hij boekte zo een prachtige overwinning, niks mis mee. Bijna de hele slotklim voor z'n rekening genomen met een minieme voorsprong, hulde. Daarachter reed Thomas in de slotkilometer nog wel weg van Bardet, Martin en Yates. Hopelijk herhaalt dat scenario zich in ieder geval niet.

180610-stage6-dauphine-1200x628.ashx

Het is een korte rit, dus beginnen we lekker laat. Pas om 14:00 start de rit. We hebben deze keer voor de verandering een keer een korte neutralisatie, duurt slechts vijf minuten. De NOS is er meteen bij, net als Sporza. Eurosport ook, maar dat boeit dan al niet echt meer. De aankomst wordt verwacht tussen 17:10 en 17:37, een stuk eerder dan tijdens de vorige rit. Het wordt smerig warm en droog in La Rosière. 28 graden in de middag, heerlijk. Bijna geen wind, al zullen de renners desondanks gaan klagen over een stevige tegenwind. Geen kans op neerslag ook, met het oog op de laatste afdaling is dat ook mooi meegenomen. In Albertville wordt het zelfs nog een paar graden warmer, maar daar zijn we al vertrokken voor het 32 graden wordt. Ook daar geen kans op regen en maar weinig wind. Het wordt weer zo'n rit, afzien.

CHISwmV.jpg

De eerste bergrit werd dus een prooi voor de vluchters. In het peloton was er weinig ambitie om alles te controleren. Dat kan met het oog op deze rit zijn geweest. Nog even de krachten sparen en dat soort werk. Aangezien het maar een korte rit is zal er voor de vluchters in ieder geval minder tijd zijn om een grote voorsprong bij elkaar te fietsen, dat maakt de kans op een rit waar de favorieten het onderling gaan uitvechten alweer groter. Het wordt ondertussen wel tijd voor een beetje koers, dus ik ga gewoon weer uit van een strijd tussen de grote tenoren. Al valt het zeker niet uit te sluiten dat deze rit ook naar de vluchters gaat. In de Dauphiné hield Pello Bilbao stand vanuit de kopgroep en daar werd ook aangetoond dat de slotklim eigenlijk niet lastig genoeg is om echt grote verschillen bij elkaar te fietsen. Kan ervoor zorgen dat iedereen z'n pijlen richt op de Alpe d'Huez, wat extreem laf zou zijn. Laat ik toch nog maar een beetje vertrouwen in de fietsende mensheid houden. Ik copypaste m'n lijstje van de vorige rit gewoon want ik sta nog steeds wel volledig achter de genoemde namen.
1. Froome. Nog steeds hetzelfde verhaal. Hij zal tijd goed moeten maken op Thomas en daar kan hij maar beter vroeg aan beginnen. Hij heeft het al een dag uitgesteld, als hij het nu niet doet wordt het ineens een penibel verhaal. Dan moet er op Alpe d'Huez ineens heel veel gaan gebeuren. En dat is juist een klim waar ik als Froome niet graag alleen zou willen rijden. Of misschien wacht hij daarom wel juist tot na Alpe d'Huez, dat kan ook. Gele truitje zou kunnen werken als een rode lap op een stier. Al heb ik geen idee of ze zover doordenken bij Sky, maar van een ploeg waar de renners twee kilo aan stront met zich meedragen kun je alles verwachten.
2. Valverde. Slotklim is niet buitengewoon lastig dus, op het middenstuk na. Derhalve kan Valverde wel vooraan blijven. Sprintje aan het eind op dat afvlakkende stuk, typisch iets voor hem. Al kwam hij boven op de Colombière nog even spartelend in beeld, maar dat zou aan z'n ketting hebben gelegen. Ik sta nog steeds volledig achter Piti.
3. Thomas. Klimmer Thomas, ook wel bekend als G, zal lijdzaam moeten toezien hoe het winkelwagentje van Froome richting de kassa geduwd gaat worden. Hij zal dromen van de gele trui, maar de meeste dromen zijn bedrog. Alsnog fietst ie wel gewoon met de rest mee omhoog want zo'n lolbroek is het dan ook wel weer. Typte ik een dag geleden en is wel echt een haarscherpe analyse. Niks meer aan doen. Kent deze klim ook en reed hier aan het eind weg van Martin, Bardet en co. Kan nu ook zomaar weer het geval zijn.
4. Martin. Aangezien hij op Mûr-de-Bretagne heeft gewonnen voel ik me genoodzaakt zijn naam te noemen. Al heb ik vooral de hoop dat hij, nu hij genoemd is, bezwijkt onder de druk. Ook achter deze analyse sta ik nog volledig. Ging wel als enige in de aanval op de Colombière, met de benen zal het dus nog steeds wel goed zijn. Was op deze klim ook goed in de Dauphiné.
5. Bardet. Was al sterk in de Dauphiné op deze aankomst en hij zal van zijn ploegbaas hier ook wel moeten presteren wegens de link met Chambéry. Heeft zich een dag rustig gehouden, maar het is zo'n woelwater dat er nu weer wat energie uit dat lichaampje moet. Aanvallen dus.
SPOILER: Etappe 12: Bourg-Saint-Maurice - Alpe d'Huez, 175,5 km
Etappe 12: Bourg-Saint-Maurice - Alpe d'Huez, 175,5 km

De tweede bergrit van deze Tour werd gelukkig een stuk leuker dan de eerste. Al zal het resultaat niet voor iedereen bevredigend zijn geweest, waaronder uiteraard ondergetekende. Lang leek de vlucht van de dag weer voor de zege te mogen strijden en van de mannen vooraan was Baskische god Mikel Nieve de sterkste. Mede dankzij een aanval van Valverde op meer dan 50 kilometer van de streep schoot de koers toch in gang in het peloton, waardoor de voorsprong van de koplopers snel slonk. Tom Dumoulin ging in de afdaling van de Cormet de Roselend in het wiel van een blijkbaar goed dalende Soren Kragh Andersen zitten en reed zo weg uit het peloton, richting Valverde. Dat was een aanval waar toch flink wat lef voor nodig is, vooral omdat ook deze keer de afdaling van de Roselend een slachtoffer eiste. In die ene lastige bocht ging deze keer Mathias Frank het ravijn in. Ook deze keer weer zonder erg, dat scheelt dan weer. Op de slotklim had Dumoulin een mooie voorsprong op het peloton, waar Sky toch maar besloot om weer te doen wat ze altijd doen. Met z'n allen hard op kop rijden, erg verrassend recept. Ook nu weer succesvol. Vooral dankzij een ijzersterke Kwiatkowski kon Dumoulin nooit een grote voorsprong bij elkaar fietsen. Het hielp ook niet echt mee dat Valverde blijkbaar slechte benen had. Het brommertje van Piti sputterde opzichtig en aan het eind van de dag verloor hij drie minuten. Andere renners die veel tijd verloren waren onder meer Mollema en Uran, daar kan nu wel definitief een streep door. Ook Zakarin, Majka, Yates, Fuglsang en Landa kregen weer een gevoelige tik te verwerken. Klimmer Thomas had dan weer nergens last van. Nadat het laatste wagonnetje van de trein was opgerookt ging hij in de aanval en hij reed in een vloek en een zucht naar Dumoulin toe. Froome bleef verbijsterd achter, niet echt wetend wat te doen. Uiteindelijk profiteerde hij van een aanval van Dan Martin. Daar kon hij mooi in het wiel blijven zitten, terwijl Martin hem richting Thomas en Dumoulin reed. In de laatste kilometer deed Froome vervolgens een poging om het gat zelf te dichten, maar toen Thomas dat in de gaten had slingerde hij snel de brommer aan en zo reed hij in een meter of 800 20 seconden weg van Dumoulin en Froome. Helaas haalde hij door dit hallucinante manoeuvre ook Mikel Nieve bij, op 300 meter van de streep. Overwinning voor Thomas en ook meteen de gele trui. Froome op twee. Er is dan eindelijk een concurrent voor Froome, maar die komt dan weer uit de eigen ploeg. Het gaat nog ongezellig worden binnen Team Sky. Eigenlijk is het de bedoeling dat Froome wint, maar op deze manier kan dat nog wel eens een lastig verhaal worden. Of ze al een strategie hebben bedacht kunnen we tijdens de laatste rit van het drieluik in de Alpen misschien gaan merken.

tour-de-france-2018-stage-12-map-cb8b490c3c.jpg
df128

De rit gaat van start in een plaats die tijdens de vorige etappe al gepasseerd werd. Bourg-Saint-Maurice is een dorp met 7000 inwoners in de Savoie. In dit dorp valt echt niets te beleven, al hebben ze er wel een appelmuseum. Bourg-Saint-Maurice moet het vooral van Les Arcs hebben, een zogenaamd mega-resort met belachelijk veel pistes. In totaal 108 pistes blijkbaar, met een totale lengte van 200 kilometer. Sinds een aantal jaar is dit skigebied ook verbonden met La Plagne en de naam die dit gezamenlijke gebied krijgt is Paradiski. In totaal 450 kilometer aan piste, dat is echt fantastisch. Vanuit Bourg-Saint-Maurice kun je via een kabelspoorweg Les Arcs bereiken, dat is wel hip. Je moet hier dus vooral in de winter zijn, maar ook in de zomer valt er wel wat te beleven. Zo'n beetje iedere sport kun je hier wel beoefenen, tot aan BMX en skaten toe. Het dorp ligt in de vallei van de Isère en dat heeft dan weer tot gevolg dat je hier ook prima kan kanoën en kayakken. In Bourg-Saint-Maurice is de Tour wel eens vaker langsgeweest. In 1939 bijvoorbeeld, toen won de Belg Sylvère Maes hier een rit. Hij zou later ook voor de tweede keer de Tour winnen, leuk voor 'm. In 1996 kwam de Tour nog eens terug, voor een aankomst boven in Les Arcs. Die rit werd dan weer gewonnen door Luc Leblanc. De meest recente aankomst in Bourg-Saint-Maurice dateert van 2009 en leverde een fantastische winnaar op. Baskische god Mikel Astarloza ging na een zware etappe met de zege aan de haal. Een kleine kanttekening daarbij is dat hij niet veel later op EPO werd betrapt en de overwinning daardoor nu officieel op naam staat van de man met het hoofd dat altijd op huilen stond, Sandy Casar. Maar een kniesoor die daar op let, de laatste winnaar in Bourg-Saint-Maurice blijft natuurlijk gewoon een god van Euskaltel.

0016_Astarloza_aso_PhSpt.jpg?itok=fNgcnzUy

Na de start in Bourg-Saint-Maurice rijden de renners een aantal kilometer geneutraliseerd verder, door de vallei van de Isère. Ook als de neutralisatie voorbij is blijft dat zo, we gaan voor de gein 30 kilometer door de vallei afwerken. Dit steeds in licht dalende lijn, terwijl er over een brede weg gereden wordt. Links en rechts zien we de ene na de andere col liggen, maar we slaan ze allemaal over en gaan zo snel mogelijk naar de Madeleine. Het gaat een razendsnelle start worden, als er tenminste renners zijn die zin hebben om te ontsnappen. Deze start in dalende lijn is in het voordeel van de wat grotere en zwaardere jongens, dus een type Gaudu hoeven we niet zo snel vooraan te verwachten. In Aime, na 4,5 kilometer, loopt het even kort omhoog, maar verder gaat het toch echt vooral naar beneden, terwijl de renners door een toch best wel fraaie omgeving fietsen. Af en toe komen ze ook nog een leuk bouwwerkje tegen, zoals Château Sainte-Anne. Willekeurig kasteeltje bovenop een willekeurige rots, moet kunnen. Verder valt hier weinig over te vertellen. Het gaat heel geleidelijk naar beneden over een brede snelweg. De vallei van de Isère is fraai en na 19 kilometer passeren we Moutiers. We rijden wel nog door een tunneltje, maar daar hebben ze wat lampjes opgehangen, dus ook dat is prima. In Moutiers, wat best een prima dorpje is, verlaten we even de snelweg voor een toch door het dorp. Het is hier even vlak, al gaat het buiten Moutiers weer vrolijk verder in licht dalende lijn. De wegen blijven breed, het is eigenlijk een afgrijselijk begin van de rit. Ondertussen is er een groep met erkende hardrijders weggereden ofzo, niet te doen. Via Aigueblanche rijden we nog steeds langs de Isère verder richting de voet van de eerste klim van de dag. Een paar kilometer verderop komen we weer uit bij de snelweg waar we eerder over reden en als we onder een viaduct door zouden rijden komen we er via een oprit weer op uit. Doen we niet, we blijven de linkerkant van de Isère volgen en daar wordt de weg ineens een stuk smaller en bochtiger. Deze weg loopt ook stiekem een klein beetje omhoog. Zo kronkelen we ons richting Notre-Dame-de-Briançon en buiten dit gehucht begint de eerste verschrikking van de dag. Na 28 kilometer koers is het tijd voor het betere klimwerk.

I5A8grZ.jpg

We beginnen aan de Col de la Madeleine, een fameuze beklimming van de buitencategorie. Wat moet ik als simpele ziel in hemelsnaam over de Madeleine vertellen? Nou, bijvoorbeeld dat we 'm tijdens de Tour al een keer of 25 beklommen hebben. Een van de klassiekers onder de bergpassen. Al is de klim de afgelopen jaren wel een beetje uit de gratie geraakt, want in 2013 kwam de Madeleine voor het laatst voor in de Tour. Grootheden als Lucien Van Impe, Pedro Delgado en Jan Ullrich kwamen hier ooit als eerste boven. Richard Virenque kwam zelfs drie jaar achter elkaar als eerste boven. In 2002 slechtte Michael Boogerd hier als eerste de top, toen hij op weg was naar de overwinning op La Plagne. De Madeleine valt vooral op wegens de lengte, vanuit Notre-Dame-de-Briançon is de klim 25,3 kilometer lang en in deze kilometers gaat het gemiddeld aan 6% omhoog. Technisch gezien loopt de weg zelfs omhoog vanuit Aigueblanche, in z'n totaliteit spreek je dus over 28 kilometer aan 5,3%. Het is bijna ondoenlijk om zo'n lange klim te bespreken, maar ik wil wel graag de open deur intrappen dat het een onregelmatige klim is. Het begint vanuit Notre-Dame-de-Briançon met een kilometer aan 5%, maar al snel krijgen we te maken met een aantal haarspeldbochten, waar het twee kilometer omhoog gaat aan 9%. Vervolgens twee kilometer aan 7%, waarna de makkelijkste fase van de berg volgt. Vier kilometer aan 5%, gevolgd door een kilometer die zo goed als vlak is. Daarna gaat het zelfs nog een kilometer licht naar beneden. Dit stukje afdaling kent een paar bochtjes, maar zou toch weinig problematische situaties mogen opleveren. Na de afdaling gaat het weer omhoog, een kilometertje aan 3%. Vervolgens wordt de Madeleine steeds lastiger. Twee kilometer aan 7%, met daarna oplopende percentages. 8%, 8,5% en dan twee keer 9,5%. Het is nu nog zeven kilometer fietsen tot de top en de eerste drie daarvan zijn makkelijk. Van 6,5% zwakt het af naar 2,5%, waarna het in de volgende kilometer met 3,5% ook vrij makkelijk is. De laatste vier kilometer van de klim is het dan wel weer flink aanpoten, met drie kilometer aan 9% en een slotkilometer van 6,5%. Na 53,5 kilometer komen we dan boven op de top van de Madeleine, nadat we de afgelopen 25 kilometer mooie vergezichten hebben gehad, een aantal skidorpjes hebben gepasseerd en af en toe wat bochtige fases hebben meegemaakt op de weg die niet overal even breed en goed was. Al moet ik zeggen dat het aantal haarspeldbochten op deze klim nog wel meevalt, het zijn meer korte en kleine bochtjes, naast een groot aantal rechte stukken.

58449
cDyj4Xs.jpg

De klim is lang, dus de afdaling ook. Al is de afdaling wel een stukje korter, het gaat 20 kilometer naar beneden richting La Chambre. Dat de afdaling wat korter is merken we ook aan het gemiddelde stijgingspercentage, of in dit geval eerder het dalingspercentage. Het gaat gemiddeld aan 7,7% naar beneden, dat is fors. Toch zou ik deze afdaling niet enorm lastig willen noemen. De weg is ondertussen behoorlijk breed en het asfalt ziet er redelijk behoorlijk uit. Net als aan de andere kant van de Madeleine gaat het hier ook een aantal keer behoorlijk lang rechtdoor, al komen we onderweg ook genoeg bochten tegen. De meeste bochten zijn evenwel goed in te schatten, omdat er niet veel bomen aanwezig zijn. De renners komen wel nog door een aantal skidorpjes, zoals Saint-François-Longchamp. Hier passeren ze na acht kilometer in dalende lijn en er liggen hier wel wat rotbochtjes. Buiten dit skidorpje wordt de afdaling niet meer lastig. Nog genoeg bochten en ook wat haarspeldbochten, maar de weg is zo breed dat het voor de profs gesneden koek zou moeten zijn. Richting het eind van de afdaling, bij Saint-Martin-sur-la-Chambre, komen de coureurs nog een x-aantal haarspeldbochten tegen. Het blijft dus wel opletten en de jongens met meer techniek en meer bereidheid om risico's te nemen kunnen hier echt wel wat verschil maken, maar al bij al zou iedereen toch heelhuids La Chambre moeten kunnen bereiken. Hier passeren we na 72 kilometer, op iets meer dan 100 kilometer van het eind. In La Chambre slaan de renners linksaf, waarna ze een aantal kilometer door de vallei gaan rijden, op weg naar een stukje wegenbouwkunst waar ze bij de ASO een knellende panty van krijgen.

PIC550133702-e1437673754988.jpg

Het stuk door de vallei na de passage in La Chambre duurt zeven kilometer. Buiten wat bochtjes en rotondes in en rond La Chambre gaat het volledig rechtdoor, terwijl we langs de de rivier l'Arc rijden. Na een aantal kilometer komen ze uit in het nietige Pontamafrey, waar langs de kant van de weg twee uitgestorven tankstations te vinden zijn. Hier verlaten ze de brede doorgaande weg middels een bocht naar rechts, direct gevolgd door een bocht naar links. Ze rijden onder de doorgaande weg door en komen in het dorp terecht, waar er een bocht naar links volgt. Dit is het startsein voor de beklimming van Lacets de Montvernier. Een beeldschone klim die door de organisatie in 2015 werd ontdekt en een rol speelde in de slotfase van de 18e rit met aankomst in Saint-Jean-de-Maurienne. Het werd een rit voor de Fransen, Romain Bardet zou uiteindelijk winnen voor Pierre Rolland. In het peloton werd ook nog wel gekoerst, onder meer Alberto Contador probeerde aan te vallen. Daar had alleen niemand echt aandacht voor, we waren te druk bezig met het bewonderen van de klim. Lacets de Montvernier is met 3,4 kilometer aan 8,2% geen bijzondere klim, zou je zeggen. Het gaat anderhalve kilometer omhoog aan 8%, daarna iets meer dan een kilometer aan 9% waarna het richting de top afzwakt naar 5%. Niet heel boeiend, normaal gesproken. Maar, Lacets de Montvernier beschikt over een stuk of 17 haarspeldbochten, die dicht tegen elkaar aanliggen. Dat levert hele fraaie beelden op. Zagen we in 2015 al en dat zien we nu weer. Nu ze bij de ASO zo'n geweldige ontdekking hebben gedaan gaan ze 'm ook maximaal uitmelken hoor, geen enkel probleem. En dan daarna elkaar weer lekker afberen. Wat is het toch ook allemaal geweldig. Na 83 kilometer koers zijn de renners boven op deze klim.

0d70e
DJI_0548-768x576.jpg
bettiniphoto_0217539_1_full.jpg

Boven op de top van het klimmetje gaat het niet meteen naar beneden. We rijden langs het dorp Montvernier en daar volgt nog een kort knikje naar boven. Als dat knikje gedal is wordt er gedaald richting Hermillon over een weg met aanzienlijk minder haarspeldbochten. Alsnog wel een stuk of vier, dus helemaal simpel is deze korte afdaling niet. Buiten Hermillon steken de renners na een tweetal rotondes de Arc over en zetten ze koers richting Saint-Jean-de-Maurienne. Hier kwam de 18e etappe van de Tour van 2015 aan, gewonnen door Bardet. Die rit had dus een beetje dezelfde finale als dit deel van de etappe, met dat verschil dat we een ander rondje door het dorp rijden. We zoeken de doorgaande weg, om zo snel mogelijk door te kunnen rijden richting de volgende klim van de dag. In Saint-Jean-de-Maurienne komt na 91 kilometer de tussensprint van de dag. Na de tussensprint krijgen de renners te maken met vier rotondes en twee bochten, de doorgaande weg in dit dorp is niet zo heel doorgaand. Als we de laatste bochten en rotondes hebben gehad begint de weg buiten het dorp omhoog te lopen. Een van de beklimmingen waar ik ondertussen een punthoofd van krijg staat op het punt van beginnen. De Col de la Croix de Fer. Leuke naam, mooie klim, maar waarom komt ie ieder jaar weer terug? Vorig jaar nog van de andere kant beklommen, in 2015 zelfs drie dagen op een rij beklommen, ik word daar heel moe van. De finale van deze rit is exact hetzelfde als rit 19 van de Tour van 2015. Toen werd de rit op het laatste moment aangepast, eigenlijk zouden we richting Alpe d'Huez over de Galibier gaan, maar daar was wat instortingsgevaar. Daarom reden we via Saint-Jean-de-Maurienne over de Croix de Fer richting Bourg-d'Oisans en de Alpe d'Huez. Doen we nu ook. Creatief, inventief.

etappe-12-croix-de-fer.jpg

29 kilometer aan 5,2% dus. Een klim die onder te verdelen is in meerdere stukjes. Het eerste stuk van vijf kilometer gaat omhoog, met tussendoor een kilometer aan 10%. Daarna gaat het even een kilometer naar beneden, waarna het zwaarste deel van de klim gaat beginnen. Zes kilometer waarin het niet onder de 7% komt, met een paar kilometer aan 9 en 10%. Als de klim hier zou stoppen was het ook prima geweest, maar zoveel mazzel hebben we niet. Het is een kilometer vlak, het gaat een tweetal kilometer licht naar beneden en daarna is het weer een kilometer vlak. Om het leuk te houden krijgen we daarna nog een keer met zeven makkelijke kilometers te maken, waarin het nooit moeilijker wordt dan 5%. Pas in de laatste kilometers richting de top krijgen we met iets te maken wat op een klim lijkt, het stijgt vijf kilometer aan 8% gemiddeld, waarna het in de laatste kilometer van de klim aan 6% omhoog gaat. Na 121 kilometer, op 54 kilometer van de streep, bereiken we dan voor de 20e keer de top van deze col van de buitencategorie.

Croix_de_Fer-_View_to_South-West.JPG

De afdaling van deze kant van de Croix de Fer kennen we, als we een beetje over een goed geheugen beschikken. In 2015 reden we hier naar beneden en vorig jaar reden we hier omhoog. Daarom pak ik m'n oude aantekeningen er maar bij, als de ASO aan het kopiëren slaat dan mag ik dat ook natuurlijk. Oog om oog, tand om tand. In 2015 dacht ik er zo over: De eerste kilometers van de afdaling zijn vrij makkelijk, de renners dalen af richting het Lac du Grand Maison en dit stuk kent weinig lastige bochten. Het is hier ook nog niet echt een steile afdaling, bovendien is er bij het Lac du Grand Maison weer een heel stuk waar het even omhoog zal lopen. Tijdens deze afdaling van 28 kilometer gaat het zeker niet alleen maar naar beneden. Eenmaal voorbij het stuwmeer begint het wat bochtiger te worden. De renners krijgen te maken met een paar haarspeldbochten, maar de weg is hier best breed dus dat zou verder geen problemen op mogen leveren. Het begint wat steiler naar beneden te lopen, maar echt moeilijk wordt het nog niet. De meeste bochten zien er redelijk simpel uit. Na bijna 16 kilometer afdaling krijgen de renners nog een kilometer waar het serieus omhoog gaan aan een procent of zes. Vier haarspeldbochten lang gaat het omhoog, daarna is het een kilometer lang vlak, om daarna nog een kilometer of 9 af te dalen richting Allemont.

DSC02623.JPG

De laatste kilometers van de afdaling zijn niet zo heel bijzonder. Wel nog wat bochtenwerk, maar de renners hebben erger meegemaakt deze Tour. De laatste bochten van de afdaling zijn bij het Lac du Verney, net voor Allemont. Beneden in Allemont hebben de renners 150 kilometer afgelegd en is het nog iets meer dan 25 kilometer tot de top van Alpe d'Huez. Voor de renners aan die klim beginnen moeten ze eerst nog 10 kilometer door de vallei fietsen. Ze fietsen door de vallei van de rivier Le Romanche richting Bourg-d'Oisans. Deze kilometers door de vallei zijn volledig vlak. Na 159 kilometer komen de renners uit in Bourg-d'Oisans, een dorpje waar we de komende tijd nog veel van gaan horen. Bijvoorbeeld omdat de volgende rit hier van start zal gaan. Bourg-d'Oisans is een dorpje dat ook wel ieder jaar voorkomt in de Tour en nu zelfs twee keer, beetje vervelend. Als je goed luistert kun je heel in de verte de dronken Nederlanders al Schatje mag ik je foto horen zingen. Pak je je verrekijker erbij dan zie je al die idioten met een campingstoel boven hun hoofd staan. Enfin, Bourg-d'Oisans dus. De vertrekplaats van de klim richting Alpe d'Huez. De extreem overgewaardeerde en veel te vaak gebruikte 'Nederlandse' berg.

1_82.jpg

Na Bourg-d'Oisans is het nog een paar kilometer vlak, maar op 13,8 kilometer van de streep gaat de slotklim dan toch echt beginnen. Het is weer eens tijd voor Alpe d'Huez, de klim met de vele haarspeldbochten. 21 bochten in totaal, waarbij vooral bocht zeven altijd extra veel aandacht krijgt. De Alpe d'Huez is een beklimming van de buitencategorie en is gemiddeld 8,1%. Het is niet de langste klim van allemaal, maar wel best steil. De klim begint meteen met twee kilometer aan 10%. Door de brede weg lijkt het altijd minder steil dan het in werkelijkheid is. Langzaam wordt de klim iets minder zwaar, maar het blijft kilometerslang tussen 9,5 en 7,5% zitten. Na negen kilometer klimmen krijgen de renners met het zwaarste stuk te maken, een kilometer aan 11,5%. De kilometer daarna stijgt het nog aan 9%, maar de laatste drie kilometer is het ineens niet meer zo zwaar. Op drie kilometer van de streep zwakt het af tot een procent of 5 en dat zal zo blijven tot de finish.

68e6b

L'Alpe d'Huez heeft een fantastische historie in de Tour. Vooral omdat deze berg zo vaak wordt beklommen, dan krijg je al snel een grote historie. In 2015 stond Alpe d'Huez voor het laatst op het programma. Thibaut Pinot wist toen de Fransen blij te maken. Hij ging vroeg in de aanval en wist aan het eind de opstomende Nairo Quintana voor te blijven. Daarvoor waren we er nog eens in 2013. De Alpe d'Huez werd zelfs twee keer beklommen tijdens die rit. Lange tijd leek Tejay van Garderen op weg naar de overwinning, maar hij viel in de slotkilometers volledig stil en werd ingehaald door de grillige Fransman Christophe Riblon. Hij bezorgde de Fransen een mooie dag. De Fransen hadden ook een mooie dag in 2011, een rit die toen ook zou starten in Modane en over de Galibier naar de Alpe d'Huez zou gaan werd gewonnen door Pierre Rolland. De laatste jaren is het dus niet zozeer een Nederlandse berg, maar eerder een Franse berg. In 2008 was Carlos Sastre de sterke op Alpe d'Huez, hij legde op deze berg de basis voor zijn Tourwinst. Twee jaar eerder was Frank Schleck aan het feest. Ook in 2004 kwam Alpe d'Huez voor, er was een tijdrit van Bourg-d'Oisans naar deze klim. Lance Armstrong won die bergtijdrit. Dan zijn we aanbeland bij 2003, mijn favoriete beklimming van de Alpe d'Huez. Alles aan die editie was fantastisch. US Postal begon aan de klim alsof het een massasprint betrof. Op de brommer begonnen ze aan de klim en al snel waren er niet veel renners meer over. Vooral renners van US Postal zelf haakten nogal snel af, door deze sprint. Armstrong kwam al vrij snel alleen te zitten en werd flink bestookt. Hamilton, Beloki, Vinokourov, Mayo, allemaal waagden ze wel een poging om weg te komen. Het lukte niemand, tot Iban Mayo een keer serieus aanzette en alles gaf. Met zijn shirtje open vloog hij als superman naar boven. Niemand kwam in de buurt van Mayo. Vinokourov zou nog de achtervolging inzetten, maar hij kwam een kleine twee minuten later binnen. De groep Armstrong zou meer dan twee minuten verspelen op Mayo. Het werd een prachtige overwinning voor Euskaltel en voor Iban Mayo. Het was een demonstratie.

Mayo%2028.jpg

Helaas hebben we na die overwinning niet veel meer van Mayo gezien in de Tour. De Bask, die altijd vrij flamboyant leek, kon niet omgaan met de druk die ontstond na deze overwinning. Hij haalde nog goede resultaten in voorbereidingskoersen, maar zodra hij rond moest gaan rijden in de Tour lag hij vaak vrij snel op de grond en verdwenen zijn kansen om goed te presteren. Een positieve dopingtest en een paar depressies verder leeft hij nu een leven in totale anonimiteit. Alpe d'Huez is natuurlijk ook de klim waar een van de beste klimmers ooit twee keer won, Marco Pantani. In 1995 en 1997 was hij de sterkste. De tijd die Pantani in 1997 noteerde staat nog steeds, in de tussentijd is niemand sneller geweest. We noemen Alpe d'Huez ook wel eens de Nederlandse berg, in een ver verleden kwam dat door de prestaties van de Nederlanders op deze berg. Acht keer won een Nederlander op Alpe d'Huez. Joop Zoetemelk, Hennie Kuiper, Peter Winnen, Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse, allemaal wonnen ze op Alpe d'Huez. Zoetemelk, Kuiper en Winnen wonnen zelfs twee keer. Na de overwinning van Theunisse in 1989 was het wel gedaan met de pret. Tegenwoordig moeten we het van bocht 7 hebben, waar alle Nederlandse kanalenvegers kachellam staan te zijn met een stoel boven hun hoofd. Gesink mag ik een demarrage? En doe er ook een ritwinst bij.

ANP-24027356-980x582.jpg

Voor de jongens in de bus is het geen probleem. Al willen de mensen nog wel eens zo dronken zijn dat ze gaan slaan in plaats van duwen, dat is dan toch net een tikkeltje minder. Om het ongemak wat minder groot te maken krijg je dan wel weer een biertje, is ook wat waard. Voor de jongens vooraan is dit eigenlijk geen leuke klim. Het is zo druk dat je op bepaalde punten niemand in kan halen en van het geluid gaan je oren kapot. Bovendien leef je continu met de angst dat er iets gaat gebeuren. Tot nu toe is het altijd best goed gedaan, maar dat kan niet blijven duren. Zeker niet nu Froome de afgelopen tijd nogal negatief in het nieuws is gekomen vrees ik het ergste. In het verleden kreeg hij al bekers urine en rochels naar z'n hoofd en dat was nog zonder salbutamol. Nu zou het zomaar kunnen zijn dat een dronken Nederlandse debiel hem van z'n fiets trekt. Enige voordeel daarvan is dat het gunstig is voor ONZE Tom dat we dan de onvermijdelijke Alpe d'Huez nooit meer gaan bezoeken. Vanuit dat oogpunt ben ik eigenlijk wel voor wat incidenten, want ik heb die berg in ieder geval wel gezien. 2003 was fantastisch, maar we hoeven er niet zo vaak weer terug te keren. Er zijn nog zoveel bergen in de buurt die het ook wel verdienen om een keer bezocht te worden. Het wintersportgebied L'Alpe d'Huez kennen we ondertussen wel. Heel leuk dat er meer dan 250 kilometer aan pistes is, maar dat is op andere plaatsen ook wel te vinden. Laten we het qua bezoeken van Alpe d'Huez gewoon bij de Alpe d'HuZes houden. Verder niets meer mee doen. Leuk geweest, dag.

WATSON_00003434-103.jpg

De renners vertrekken om 12:10 vanuit Bourg-Saint-Maurice. Het is dan weer eens tijd voor een neutralisatie van een kwartier, waardoor men pas om 12:25 echt begint. De NOS en Sporza zenden de rit integraal uit, jawel. De uitzending van Sporza wordt wel even hinderlijk onderbroken door het nieuws, maar dan kunnen we zappen naar Canvas. Ook Eurosport is erbij, maarja, Eurosport. De aankomst boven in Alpe d'Huez wordt verwacht tussen 17:30 en 18:19, behoorlijk late finish. In startplaats Bourg-Saint-Maurice wordt het mokerwarm. 32 graden in de middag, dat zijn toch geen temperaturen meer. Weinig wind ook nog eens, jongens toch. In Bourg d'Oisans, waar de voet van Alpe d'Huez ligt wordt het ook 31 graden, voor de gezelligheid. Ook daar weinig wind. Boven op Alpe d'Huez is het iets koeler, 22 graden. Al met al weer een niet al te prettige dag voor de meeste renners.

Het is weer een lastige rit om te voorspellen. Het scheelde niet veel of de tweede bergrit was ook al naar de vluchters gegaan. In principe lijkt er dus bij de klassementsrenners weinig ambitie te zijn om voor de rit te gaan. De overwinning van Thomas kwam min of meer toevallig tot stand. Door die overwinning is de buit voor hem en Sky wel binnen. De gele trui is er en de renners van Sky staan op 1 en 2. De kans is dus best groot dat Sky helemaal geen poging meer gaat doen om de boel te controleren. Waarom zouden ze? Nouja, omdat het Sky is. Dat dan weer wel. Toch zal het waarschijnlijk vooral van andere ploegen moeten komen, maar er zijn behoorlijk wat mondjes gesnoerd. Movistar probeerde iets met Valverde, maar die heeft de benen niet. Landa is ook nog niet helemaal fit en dus blijft van de helige drie-eenheid alleen Quintana nog over, maar die is laf. Weer een grote kans voor de vluchters dus, als je het mij vraagt. Vooral ook omdat de laatste twee aankomsten op Alpe d'Huez voor de vluchters waren. Riblon in 2013 en Pinot in 2015. Je zou dan voor deze rit aan een Barguil of een G. Martin kunnen denken, al is vooral Barguil echt ranzig slecht. Dat is dan wel weer het nadeel voor de vluchters, de meeste jongens hebben we de afgelopen dagen al vooraan gezien. Een Alaphilippe bijvoorbeeld heeft twee dagen achter elkaar met z'n krachten gesmeten, dat zal voorlopig wel even klaar zijn. De aanloop is ook nog eens in dalende lijn, waardoor de lichtgewichten wat in het nadeel zijn. Net iets moeilijker om in de vlucht van de dag te zitten. Enfin, als ik vijf namen voor de vlucht mag noemen kom ik uit bij Dani Martinez, Ion Izagirre, Omar Fraile, Kindsoldaat en Van Garderen. Tejay moet nog even wraak nemen nadat Riblon hem lachend voorbij fietste in 2013. Noem ik daarna nog even vijf klassementsrenners, want dat kan.
1. Froome. Bij iedere vlakke rit noteer je Gaviria en bij iedere bergrit Froome. Ook al werkt die tactiek nog niet echt lekker. De geniepige Thomas ging er op een mooi moment vandoor en Froome kon niets doen. Dat zal hem niet lekker zitten en hij zal zinnen op wraak. Dus zal hij op Alpe d'Huez voor de zekerheid maar vast gaan aanvallen voor het laatste wagonnetje van de trein verdwenen is. Spanning en sensatie. Hij moet natuurlijk ook wel hard gaan fietsen wil hij heelhuids door bocht 7 komen. Lachen man.
2. Quintana. De Capibara is altijd sterk op Alpe d'Huez. In 2015 werd hij tweede achter Pinot, omdat hij net te laat in de aanval ging. In 2013 werd hij vierde, achter drie vluchters. Eigenlijk is hij op deze berg dus steeds de beste van de favorieten, maar fietst er altijd nog iemand voor. Zal nu vast niet anders zijn. Hij liet tijdens de vorige rit zien dat de benen best goed zijn, nu alleen de tactiek nog.
3. Thomas. Klimmer Thomas gaat die gele trui natuurlijk verdedigen, al wordt het ingewikkeld als Froome vroeg in de aanval gaat. Dan maar hopen dat andere renners in de achtervolging gaan, waar hij dan op de trekhaak kan gaan zitten. Echt lachwekkend, deze gozer. Paar kilo verliezen en je kan de Tour winnen, ik ga zelf ook maar eens een rondje extra fietsen.
4. Roglic. De Roog had slechte benen en alsnog wist hij 11e te worden, 8e van de favorieten. Als de beentjes wat beter gaan aanvoelen zal de voormalig schansspringer (ja, echt) niet meer te stoppen zijn. En Kruijswijk zag dat het niet goed was. Dat wordt knechten, Steven.
5. Dumoulin. ONZE Tom, op de Nederlandse berg. Wordt helemaal niks natuurlijk. Of nouja, geen tweede plaats in ieder geval. Na die lange inspanning van een dag eerder toch een kleine terugslag. Wat verder zijn prestaties niet minder indrukwekkend maakt. Vooralsnog lijkt het er sterk op dat hij minstens bij de eerste vijf gaat rijden, misschien zelfs op het podium. Twee grote rondes achter elkaar een podium, dat zou gekkenwerk zijn. Beetje beangstigend ook, misschien moeten we voorzichtig wat bekers met urine gaan verzamelen voor Tom.
noodgangdinsdag 31 juli 2018 @ 07:50
SPOILER: Etappe 13: Bourg d'Oisans - Valence, 169,5 km
Etappe 13: Bourg d'Oisans - Valence, 169,5 km

Dit had een bijzonder uitbundige voorbeschouwing kunnen worden, maar uiteindelijk bleek de rit naar Alpe d'Huez toch een paar kilometer te lang te zijn. In het begin van de rit reed er een grote groep van 30 man weg, met onder meer Robert Gesink. Even later bleek ook Valverde van de partij te zijn, met in zijn wiel Steven Kruijswijk. De Kleerhanger is een van de weinige klassementsrenners die je wel vaker dit soort acties ziet ondernemen, al komt het meestal pas als hij echt op achterstand staat. Nu kwam de actie terwijl hij 6e stond, bijzonder gewaagd. Al was het in het begin behoorlijk risicoloos. Hij hoefde geen werk te verrichten en kreeg zomaar een paar minuten cadeau. Op de Col de la Croix de Fer schommelde de voorsprong zo rond de drie minuten, maar het ging toch niet snel genoeg naar de zin van Kruijswijk. Omdat verder niemand met hem wilde samenwerken koos hij ervoor om op 73 kilometer van het eind solo verder te gaan. Ondertussen waren we trouwens al een heel contingent aan sprinters verloren, onder meer Groenewegen, Greipel en Gaviria stapten af. Kruijswijk stapte niet af maar reed stevig door, hij bouwde zijn voorsprong uit tot meer dan zes minuten. Even leek hij een coup van jewelste op poten te zetten. Sky raakte echter niet in paniek en bleef rustig op kop rijden. Ze wilden hun knechten niet al te snel opsouperen en hadden uitgerekend dat alles goed zou komen. Andere ploegen waren daar niet zo zeker van, dus begonnen AG2R en Movistar op kop te rijden. De voorsprong van Kruijswijk werd daardoor niet meer dan die zes minuten. In de afdaling van de Croix de Fer verloor hij niet veel, hij had toen hij aan de vallei richting de voet van de Alpe d'Huez begon nog steeds een schappelijke voorsprong van meer dan vijf minuten. Die vallei viel alleen een beetje tegen, de wind stond er niet ideaal en het was hard werken als eenzaat. In de groep der favorieten zaten alle renners wat meer op hun gemak, terwijl Kwiatkowski het kopwerk voor z'n rekening nam. Kruijswijk verloor wat van zijn pluimen en begon met vier minuten voorsprong aan de beklimming van Alpe d'Huez. In principe een voorsprong die voldoende had kunnen zijn, misschien wel had moeten zijn. Helaas pakte het anders uit. De beentjes liepen meteen vol en het werd een strijd om boven te geraken. In de groep der favorieten mocht Bernal de klim voor zijn rekening nemen en dat deed hij op een buitengewoon indrukwekkende manier. Nibali viel nog eens aan, Quintana deed een poging, maar niemand kon wegrijden. Alleen Bardet slaagde erin om wat langer voor de groep te blijven rijden. Hij werd na een tijd dan wel weer overvleugeld door Froome, die een poging deed om de gele trui van Thomas wat minder geel te maken. Na de aanval van Froome kwam Kruijswijk snel in beeld. Het was een dappere tocht. 70 kilometer in z'n eentje. Helaas eindigde het op 3,5 kilometer van de streep. Niet ieder verhaal heeft een mooi eind, helaas. Alsnog een poging die we niet snel zullen vergeten, niets dan respect en lof. De ritwinst zou dus niet naar Nederland gaan, want Froome zou deze aanval wel volhouden. Tenminste, zo gaat dat normaal gesproken. Een aanval van Froome in de Tour kent meestal geen antwoord. Deze keer wel, Dumoulin reed naar Froome toe. Zo reden ze in de laatste meters met z'n vieren naast elkaar, want ook Thomas en Bardet waren er nog steeds. Aangezien ze steeds langzamer gingen rijden kon Landa in extremis ook weer aansluiten, terwijl Nibali in de tussentijd dankzij een supporter op de grond was gevallen. Dat leek zonder gevolgen te zijn aangezien hij snel weer op de fiets stapte, maar de nummer vier van het klassement ligt er nu toch echt uit dankzij een gebroken rugwervel. In de slotkilometer trok Landa de sprint aan, waarna Dumoulin een schakelfout maakte. Thomas profiteerde van zijn oude ploeggenoot Landa en sprintte naar de overwinning. Klimmer Thomas wint zo twee bergritten op rij. Bijzonder, om het voorzichtig uit te drukken. Een kleine anti-climax na een prachtige rit. Om van al dat geweld in de Alpen te bekomen krijgen we nu een overgangsrit. Van de Alpen richting het westen. Een behoorlijk vlakke rit, met aankomst in Valence. Op papier een rit voor de sprinters, maar krijgen we nog wel een sprint nu bijna alle rappe jongens in het vliegtuig naar huis zitten?

tour-de-france-2018-stage-13-map-f53b04585a.jpg
b514a

Bourg d'Oisans, of Le Bourg-d'Oisans is een dorpje met 3000 inwoners en een grote geschiedenis in de Tour. Bijna jaarlijks komen we hier wel weer langs, omdat het dorp op een belangrijk knooppunt van bergen ligt. De voet van de Alpe d'Huez ligt hier natuurlijk, maar even verderop kom je ook Les Deux Alpes tegen, om maar wat te noemen. Bourg d'Oisans is een ideale plaats om een bergrit te laten starten en dat heeft de organisatie dan ook al vaak gedaan. Meer dan 20 keer is hier al een rit vertrokken. Richting Morzine, Saint-Etienne, La Toussuire, Gap, La Plagne en ga zo maar door, het kan allemaal. Opvallend is dan wel weer dat hier slechts één keer een rit aankwam. Aangezien je door kan fietsen naar Alpe d'Huez, Les Deux Alpes of nog duizend andere bergen denkt men er niet echt aan om hier een rit te laten eindigen. Alleen in 1966 dacht men er een keer wel aan. Een rit van Privas naar Bourg d'Oisans over 203 kilometer werd gewonnen door de Bask Luis Otaño. In Bourg d'Oisans valt verder niet veel te beleven, ze moeten het vooral van het toerisme hebben en het organiseren van evenementen. Zo vertrekt hier jaarlijks La Marmotte, een cyclosportive voor de amateurs. Een toch met 5000 hoogtemeters, over de Glandon, Telegraphe, Galibier, en finish boven op Alpe d'Huez. Beter parcours dan een gemiddelde Tourrit. Ook de Alpe d'HuZes vertrekt natuurlijk vanuit Bourg d'Oisans. Een of meerdere keren de berg op in de strijd tegen kanker, prima evenement. Het wordt in het roadbook genoemd, dus blijkbaar zien ze het zelfs in Frankrijk als een serieuze happening.

bourg-d-oisans-img04.jpg

Na een rondje door Bourg d'Oisans rijden we tijdens de neutralisatie richting het noorden, over de weg door de vallei waar we gisteren ook al overheen reden en daar waar Kruijswijk tegen de wind in aan het vechten was, de arme jongen. Na de neutralisatie gaat het nog 3,5 kilometer rechtdoor over deze weg, tot het gehucht Rochetaillée, daar waar de afdaling van de Croix de Fer eindigt. We volgen nu de doorgaande weg en gaan naar links, op weg naar andere oorden. We blijven de vallei van de Romanche volgen en na een aantal kilometer begint de weg in deze vallei licht naar beneden te lopen. Over de Route des Alpes rijden we door een prachtige omgeving verder, terwijl we ondertussen weinig bochten tegenkomen. Aangezien de weg al snel naar beneden loopt en iedereen in de vlucht van de dag zal willen zitten krijgen we vast weer een razende start. Zonde wel, zo hebben we minder tijd om van de mooie vergezichten te genieten. Er wordt koers gezet richting het eind van de Alpen en daardoor wordt de omgeving wel steeds minder mooi. De weg wordt ook steeds vlakker, al loopt het in totaal toch wel een kilometer of 20 naar beneden. De vallei van de Romanche wordt 30 kilometer gevolgd, tot in het dorpje Vizille. Hier staat een prachtig kasteeltje midden in het dorp, aan het water. We rijden ook langs dit kasteeltje en hebben dan inmiddels de Romanche achter ons gelaten. Bochtje naar rechts en daarna een bochtje naar links, op weg naar de eerste klim van de dag. De Côte de Brié, een klimmetje van 2,4 kilometer aan 6,9%. De top van dit bergje van de derde categorie bereiken we na 32,5 kilometer. Na de top van dit klimmetje is het even vlak, waarna er nog een klein knikje naar boven volgt. Vervolgens gaat het probleemloos naar beneden. Brede weg, amper bochten. Wel nog wat vluchtheuvels en wat rotondes, maar buiten dat rijden we al snel de buitenwijken van Grenoble binnen. Over een rechte en brede weg gaat het vervolgens richting het centrum van Grenoble, dat we na 42 kilometer bereiken. In de 'hoofdstad van de Alpen' is de Tour al een keer of 800 geweest, al is het van 2014 geleden dat er nog eens een rit startte of eindigde.

149974_Grenoble-1024x681.jpg

Na een betrekkelijk lange tocht door Grenoble met de nodige bochten en ook wat passages over tramrails steken we in een buitenwijk via een brug de Drac over, een rivier die niet veel later samenvloeit met de Isère. Langs de oevers van deze rivier gaan we de komende tijd fietsen, over wegen die bijna niet vlakker en rechter hadden kunnen zijn. Zonder enige noemenswaardigheid rijden we na 71 kilometer door Saint-Quentin-Sur-Isère, waar de tussensprint van de dag is. Nu zo'n beetje alle sprinters zijn afgestapt boeit de tussensprint al helemaal niet meer. Sagan heeft een punt of 9000 voorsprong op de tweede in dat klassement. Ook na de tussensprint rijden we vrolijk verder over dezelfde brede en kaarsrechte weg dwars door de vallei. Na drie bergritten is dit echt afgrijselijk. Tussen Saint-Quinten en Rovon, een dorpje 10 kilometer verderop, komen we op wat bomen en akkers na helemaal niets tegen. Komen we dan na Rovon wel iets tegen? Nou, nee, ook niet echt. Richting Cognin-les-Gorges gaat het weer zes kilometer zo goed als rechtdoor, alleen loopt de weg een heel miniem piepklein beetje omhoog. Stelt geen kut voor, net als de komende kilometers. Gewoon nog steeds over dezelfde brede en vlakke weg, door het dorpje Izeron richting Saint-Romans. Hier volgt na 97 kilometer koers een bocht naar rechts en dan verlaten we voor het eerst in een kleine 50 kilometer de weg die ons door de vallei van de Isère bracht. We duiken de binnenlanden in en krijgen daar met wat meer geaccidenteerd terrein te maken. De weg wordt na Saint-Romans wat bochtiger en minder breed, maar het blijft nog even vlak. In de buurt van Bluvinaye, na 102 kilometer, loopt de weg even een kilometertje licht omhoog. Aan het eind van deze oplopende strook fietsen de renners door een slechtverlicht tunneltje en aan het eind van deze tunnel loopt de weg een kilometertje naar beneden, met nog een paar listige bochtjes. Vervolgens gaat het behoorlijk rechtdoor richting Pont-en-Royans, waar we na 106 kilometer passeren. Dit dorpje komt me smerig bekend voor. Het ligt aan een riviertje en ze hebben wat van die overhangende huisjes boven op een rots gebouwd. Dat is blijkbaar slecht gedaan, want in die huisjes mag je niet meer wonen. Maar ik heb het idee dat ik dit al eens eerder heb gezien, dus waarschijnlijk heeft men een oude toeristische gids uit de kast voor deze rit.

c986e9ff13f8c0358d7b510e4fa83f86.JPG

Na onze tocht door de smalle straatjes van het pittoreske maar niet per definitie heel bewoonbare Pont-en-Royans slaan we rechtsaf en als de renners dan even omkijken zien ze die kicken huisjes boven het water hangen. Niet dat ze daar veel tijd voor hebben, want het gaat even kort naar beneden tot aan de volgende bocht. Daar begint de weg ineens omhoog te lopen, we krijgen te maken met een paar haarspeldbochten en een klim van 1,5 kilometer aan 5%. De Côte de Sainte Eulalie-en-Royans is een bergje van de vierde categorie waarvan de top na 109 kilometer koers volgt, op 60 kilometer van het eind. We zitten inmiddels in de Drôme daar blijven we ook tot aan de finish. Na de klim is het even een aantal kilometer vlak, terwijl we over een brede en niet zo bochtige weg richting Saint-Laurent-en-Royans rijden. Paar bochtjes en rotondes hier, waarna het in licht dalende lijn verder gaat richting Saint-Thomas-en-Royans. Wel wat bochten, maar het is hier eigenlijk best eenvoudig fietsen. Dat is ook voorbij Saint-Thomas zo, als we richting Saint-Nazaire-en-Royans rijden. Hier komen we na 121 kilometer uit. Ook in dit stuk een paar bochtjes, zelfs nog een haarspeldbocht. Stelt allemaal niets voor, de weg is hier breed en erg steil gaat het ook nergens naar beneden. Het grootste gedeelte van de tijd is het gewoon vlak. In Saint-Nazaire-en-Royans, waar ze een aquaduct hebben, zijn we weer terug in het dal. Nog 48 kilometer tot de finish.

1280px-Saint-Nazaire-en-Royans_-_2011.jpg

In dit dorpje slaan we linksaf en daarna rijden we onder het aquaduct door. Oh oh oh, wat gaat dat weer een fantastische plaatjes opleveren. Vervolgens rijden we een aantal kilometer over een licht oplopende weg verder richting Hostun. Dwars door open velden, eventueel interessant mocht er wat wind staan. Na een bochtje naar links in Saint-Nazaire gaat het vier kilometer rechtdoor tot Hostun. In Hostun is er opnieuw een bocht naar links, waarna de weg zes kilometer omhoog loopt aan iets meer dan 3% gemiddeld. Een Alpencol wil ik het niet noemen, maar voor de overgebleven sprinters toch nog een soort van uitdaging. De weg is behoorlijk recht, waardoor ie niet echt omhoog lijkt te lopen. Pas in de buurt van Beauregard-Baret komen er wat bochtjes voor en daar zie je dan ook meteen dat er daadwerkelijk geklommen moet worden. In de buurt van dit gehucht komen we vrij snel de top van dit niet gecategoriseerde klimmetje tegen en daarna is het vijf kilometer relatief vlak tot aan Rochefort-Samson. Het gaat een paar keer licht naar beneden, maar van een echte afdaling is geen sprake. In de buurt van de camping Combe d'Oyans, waar de mensen een prachtig uitzicht op de bergen hebben, loopt de weg zelfs nog even kort omhoog. Halve kilometer aan een procentje of vijf, om toch maar aan te geven dat het geen doodsimpele finale is. Na dit korte stukje in stijgende lijn is het wel weer een aantal kilometer vlak terwijl we over een rechte weg door Rochefort rijden. Ook buiten dit dorpje blijft de weg behoorlijk recht en zijn de hoogteverschillen klein. Het feit dat we hier door een open veld rijden zou nog wel eens het meest interessante kunnen zijn. Veel klimwerk komen we niet meer tegen, het laatste klimmetje volgt na een linkse bocht in Charpey, op 26 kilometer van de finish. In de smalle straatjes van Charpey loopt het al even kort omhoog, maar dat is niet de klim waar ik op doel. Die komt buiten het dorp, het gaat daar anderhalve kilometer aan een procent of vier omhoog richting Peyrus, dolle boel.

T725291.jpg

Op 22 kilometer van de streep rijden we dan door Peyrus en hier zit het heuvelachtige gedeelte erop. De finale gaat beginnen en die finale werken we af in licht dalende lijn. Over een brede en rechte weg fietsen de renners richting Chabeuil, waar ze op 14 kilometer van het eind passeren. In Chabeuil krijgen we te maken met twee rotondes. Bij de eerste gaat het naar links en een kilometertje verderop bij de volgende naar rechts. Vervolgens gaat het kilometerslang rechtdoor over een brede en vlakke weg. Op een kilometer of negen van de finish ligt er een rotonde en in de drie kilometer daarna komen de renners nog drie rotondes tegen. Het gaat wel steeds rechtdoor, maar dus met een paar hinderlijke onderbrekingen. Op zes kilometer van de streep rijden we inmiddels in Valence en na een kilometer of acht over rechte wegen krijgen we dan met een echte bocht te maken. Het gaat naar links, verder over een weg die nog steeds breed is. Het gaat rechtdoor tot op iets minder dan vijf kilometer van de streep. De renners verlaten dan de brede weg en rijden via een wat smallere afrit de binnenstad in. Aan het eind van de afrit komen de renners een rotonde tegen waar ze rechtdoor gaan. Vervolgens wordt de weg weer wat breder. Er volgt een flauwe bocht naar rechts, waar de weg ook licht naar beneden loopt. De volgende bocht laat niet lang op zich wachten, op vier kilometer van de streep ligt er een listig bochtje naar links. De korte afdaling is voorbij en het gaat nu een klein beetje vals plat omhoog tot op 2,5 kilometer van de finish. Het grappige is dat we drie jaar geleden ook over deze weg reden, alleen dan in tegengestelde richting. Het rondje in Valence is nu zo ongeveer omgekeerd. De finishlocatie is wel hetzelfde gebleven, maar daar komen we later op terug. De weg waar de renners zich nu op bevinden heeft een rotonde, bij deze rotonde moeten de renners schuin naar rechts. Even verderop volgt er een nieuwe kruising, waar ze schuin naar links gaan. Op 2,5 kilometer van de streep ligt er een bocht naar rechts, waarna er 200 meter verderop nog een bocht naar rechts volgt. Op twee kilometer van de streep ligt er dan weer een schuine bocht naar links in het parcours, waarna men nog langs een rotonde rijdt. Bij die rotonde kan je eigenlijk gewoon zo goed als rechtdoor rijden en ook na de rotonde gaat het rechtdoor. We komen nog zo'n rotonde tegen, maar verder gaat het tot op 350 meter van de finish zo goed als rechtdoor. Onderweg loopt de weg richting de laatste kilometer licht omhoog, maar veel meer dan vals plat is het niet. Ook in de laatste kilometer loopt het nog licht verder omhoog, maar de grootste uitdaging is de rotonde op 350 meter van het eind. Een lange en brede rotonde, waar de parcoursbouwers dankzij wat hekken vast weer een kicken chicane van weten te maken. Vervolgens loopt het in de laatste 300 meter rechtdoor, licht omhoog. Zelfde laatste meters als in 2015. Ook toen kwamen we langs die rotonde, alleen dan van een andere kant.

D29UMbl.png
da963

Valence is een stad met 64.000 inwoners, op de grens van de Ardèche en Drôme, aan de oevers van de Rhône. Het is een stad waar door de jaren heen toch wel wat verschillende wielrenners zijn geboren. Charly Mottet bijvoorbeeld, die in 1991 twee ritten won in de Tour en zelfs vierde werd in het klassement. Ook Axel Domont van AG2R komt uit Valence. Hij deed mee aan deze Tour en had een van de belangrijke krachten van Bardet moeten worden, maar na een paar dagen koers lag hij al in het ziekenhuis. Een derde renner uit Valence is Guillaume Bonnafond, een jongen die zich al een jaar of 10 onzichtbaar door het peloton weet te manoeuvreren. Eerst jarenlang in dienst van AG2R, tegenwoordig bij Cofidis. In al die jaren heeft hij overigens nog nooit de Tour gereden, arme jongen. Valence maakt voor de derde keer deel uit van de Ronde van Frankrijk. De eerste keer was in 1996. Een rit met vertrek vanuit Gap zou aankomen in deze stad. De kleine Colombiaan Chepe González was in dienst van Kelme iedereen te snel af en rondde een vlucht succesvol af. Pas in 2015 keerde men weer terug en de renner die toen won kun je gerust het tegenovergestelde van González noemen. Van een kleine, gedrongen klimmer die het van de aanval moest hebben stapten we over op een stevige Duitse sprinter. André Greipel ging in een massasprint met de zege aan de haal, hij klopte John Degenkolb, Alexander Kristoff en Peter Sagan. In deze industriestad, waar ze zich vooral richten op leer, textiel en juwelen, kunnen we zomaar voor de tweede keer een massasprint gaan meemaken.

Kiosque_2004-09-18_009.jpg

De rit begint om 13:35 en na een neutralisatie van tien minuten gaat het om 13:45 echt van start. De uitzending van de NOS begint pas om 14:10, dus mis je een deel van de rit als je zo gek bent om naar Dijkstra & Ducrot te luisteren. Niet zo handig, want het enige interessante deel van deze rit komt waarschijnlijk in het begin. Of we een rit voor de vluchters of voor de sprinters krijgen hangt nogal af van de vlucht van de dag en die vlucht van je dag mis je dus bij de NOS en ook bij Sporza. Eurosport 1 is er dan wel weer vanaf het begin bij. Wat een genot. In Bourg d'Oisans wordt het weer pittig warm, richting de 30 graden overdag. Verder wordt het daar niet al te best weer, richting het eind van de middag regen onweer. Tegen die tijd zijn we al lang en breed weg, dat scheelt. Naar verluidt weer weinig wind, al blijkt het in de praktijk altijd te waaien in de vallei. In Valence wordt het ook gruwelijk warm, boven de 30 graden. Ook daar richting het eind van de middag kans op regen. Misschien dus een regenbuitje aan het eind van de rit, maar over het algemeen een droge dag. Weinig wind in Valence, maar het beetje wind dat er staat is waarschijnlijk grotendeels tegen of schuin tegen. We zeggen dus nee tegen eventuele waaiers.

Normaal gesproken was dit een rit die prima had kunnen eindigen in een massasprint. Al had ik daar vooraf al mijn bedenkingen bij omdat de sprinters meestal nogal dood en kapot zijn na drie dagen in de bergen. Aangezien deze rit niet volledig vlak is had ik me er best iets bij kunnen voorstellen dat een groepje mocht gaan lopen. Dat scenario is nu een stuk waarschijnlijker geworden aangezien bijna alle sprinters naar huis zijn. Van Cavendish en Kittel namen we al eerder afscheid. Op basis van de resultaten zou dat misschien niet zo boeiend lijken, maar Cavendish zette wel iedere dag een mannetje van zijn ploeg mee op kop. Dat mannetje van Dimension Data zal er nu dus niet zijn, tenzij ze voor Boasson Hagen gaat rijden. Ook Katusha hoeft niets meer te doen. Daar zijn tijdens de afgelopen rit nog wat ploegen bijgekomen. Lotto Jumbo heeft Gesink en Tolhoek opgeofferd in dienst van Groenewegen, dat hoeft na de opgave van Dillie niet meer. Ook Quick Step hoeft niets meer te doen nu Gaviria verdwenen is, al zou Richeze best zelf mee kunnen sprinten. De Gendt en Vanendert hoeven ook niets meer te ondernemen voor Greipel. Bijna alle ploegen die tijdens de vorige sprintritten op kop aan het rijden waren hebben nu geen reden meer om dat te doen. Het zal dus vooral van Bora-Hansgrohe en de ambities van Sagan afhangen of deze rit eindigt in een sprint. Verder blijft er maar weinig over. UAE zou kunnen rijden voor Kristoff, Bahrain voor Colbrelli, FDJ voor de altijd aan de auto hangende klootzak Demare en Wanty voor een van hun 25 sprinters, maar dan begeef je je al op dat terrein. Als er een sterk groepje wegrijdt zien we die niet meer terug, is mijn verwachting. En die verwachtingen van mij, daar kun je wat mee.
1. Boasson Hagen. Eddie is echt misselijkmakend slecht tijdens deze Tour en eigenlijk het hele jaar al. Nog geen moment in beeld gereden eigenlijk. En toch kan hij dan zomaar een rit gaan winnen. Nu Cavendish is verdwenen kan hij zijn eigen plan gaan trekken en hij weet heel goed wat hij moet doen. Vorig jaar liet hij dat namelijk zien in Salon-de-Provence. Niet kansloos mee gaan sprinten voor een verre ereplaats, maar in de aanval gaan en een vlucht succesvol afronden. Als het hem lukt om in de kopgroep terecht te komen is hij meteen een gevaarlijke kandidaat voor de winst.
2. Impey. Heeft nu eigenlijk ook niets meer om voor te rijden, aangezien Yates door het ijs is gezakt. Daarom maar eens een keer in de aanval gaan. Op basis van zijn vorm in de afgelopen maanden moet hij dan nog ver kunnen komen ook.
3. Stuyven. In de aanval gaan om ploeggenot Degenkolb dwars te bomen, ik zie het zomaar gebeuren. Helemaal mooi, zolang hij maar niet wint. Het is namelijk geen al te leuke jongen. Balend in beeld komen na de overwinning van Degenkolb, haha. Dikke nek.
4. Gaudin. Of een willekeurige andere gozer van Direct Energie, dat kan ook. Chavanel bijvoorbeeld. Al vind ik DamDam de leukste van het stel. Een blok beton op de fiets. Rammen zonder omkijken. Mag wel een keer in een vlucht belanden die het ook tot het eind weet uit te zingen, dan kan hij tenminste zijn tactisch onbenul aan de wereld tentoonspreiden. Heerlijke coureur.
5. Pichon. Of een andere willekeurige gozer van Fortuneo. Vachon, ofzo. Allemaal hetzelfde.
SPOILER: Etappe 14: Saint-Paul-Trois-Châteaux - Mende, 188 km
Etappe 14: Saint-Paul-Trois-Châteaux - Mende, 188 km

De rit naar Valence was echt superkut. Dat viel te verwachten, maar het is alsnog een lichte teleurstelling. De teleurstelling komt vooral voort uit het feit dat van die kansloze ploegen als FDJ en UAE de hele dag op kop gaan rijden voor hun sprinter van de derde rang. Demare en Kristoff zagen hun kans natuurlijk schoon omdat ze alle veel betere sprinters vertrokken zijn. Dat wringt vooral bij Demare nogal. Arnaud had namelijk ook naar huis moeten gaan. Alleen heeft hij in tegenstelling tot een renner als Greipel geen greintje eergevoel en hangt hij dus tijdens iedere bergrit uren aan de auto. Het was heel lelijk geweest als hij had gewonnen, daarom mogen we ons gelukkig prijzen met Sagan. Gelukkig toch nog een aardige winnaar, in de straten van Valence. Op de laatste kilometer na had je verder niets hoeven te kijken. Een flopgroepje dat wegrijdt omdat FDJ de weg blokkeert en daarna amper voorsprong krijgt, dan weet je al meteen hoe laat het is. Kwart voor in slaap vallen. Om twee voor wakker worden ging Gilbert nog even in de aanval, maar ook dat sloeg nergens op. Dus kregen we een massasprint waarbij Lampaert zesde werd en Van Avermaet vijfde. Wat een niveau. Laten we snel doorgaan met de volgende rit. We gaan naar Mende, een aankomst die de laatste jaren ook met enige regelmaat voorkomt. In ieder geval geen massasprint met de lamme en de blinde, maar het valt te bezien of het erg leuk gaat worden.

tour-de-france-2018-stage-14-map-9dc13a3f0b.jpg
976c1

Het weekend start in Saint-Paul-Trois Châteaux, een stadje met een kleine 9000 inwoners in de Drôme, gelegen aan het kanaal van Donzère-Mondragon. Deze plaats is al lang bewoond en ook de Romeinen zijn hier gepasseerd. Die vreemde jongens bedachten een moeilijke naam voor dit stukje aarde en die naam is later weer verkeerd vertaald naar het Frans, waardoor er nu geheel ten onrechte de indruk wordt gewekt dat er drie kastelen zijn in Saint-Paul. Geen sprake van, al staat er aan de overkant van het kanaal dan wel weer een kerncentrale. Ook leuk. Verder valt er in Saint-Paul weinig te beleven. Er staat een kerk uit de 12e eeuw en er is een archeologiemuseum. Voor de echte fijnproevers is er ook nog een truffelmuseum, want de zwarte truffel van de Tricastin is hier de lokale specialiteit. Het is een sportieve stad, je kan hier zo'n beetje alle sporten beoefenen. Je kan ook deelnemen aan verschillende evenementen, zoals een fietstocht die ze de truffeltocht noemen. Ook aan triatlon doen ze graag in Saint-Paul, mij niet gezien. Dankzij al die activiteiten hebben ze wel de aandacht van de ASO op zich weten te richting. In 2011 debuteerde Saint-Paul-Trois-Châteaux in de koers. De 16e rit van die Tour ging hier van start en zou eindigen in Gap, alwaar Hushovd zijn handjes in de lucht mocht steken. Eén jaar later keerde men terug, weer voor een vertrek in Saint-Paul. Ditmaal een aankomst in Le Cap d'Agde, waar Greipel won. Tussendoor kwam de Tour niet meer voorbij, maar wel een andere koers van de ASO. De vijfde rit van Parijs tegen Nice in 2016 zou starten in Saint-Paul en eindigen in Salon-de-Provence, waar Lutsenko won. Iets meer dan twee jaar later keert de ASO weer terug naar dit stadje, voor een ouderwets hoofdgerecht. Al begint het ondertussen een beetje zielig te worden voor deze plaats dat er alleen maar ritten starten, nooit een aankomst.

saint-paul-trois-ch%C3%A2teaux-france-3.jpg

Tijdens deze rit rijden we voornamelijk naar het westen, richting het Centraal Massief. In de neutralisatie rijden we van Saint-Paul richting het kanaal en als de neutralisatie voorbij is fietsen we over dat kanaal, via een rechte weg naar Bourg-Saint-Andeol. De eerste negen kilometer rijden we over vlakke en brede wegen, met alleen wat rotondes tussendoor. In Bourg-Saint-Andeol rijden we over de Rhône en via een korte tocht met wat bochten dwars door het dorp bereiken we buiten dit plaatsje een behoorlijk smalle en bochtige weg. Bourg-Saint-Andeol kennen we trouwens, hier startte in de Tour van 2016 een tijdrit, richting Le Caverne du Pont-d'Arc. Deze tijdrit werd gewonnen door niemand minder dan onze eigen Tom Dumoulin. Toen reden we vanuit Bourg-Saint-Andeol direct een klim van zeven kilometer op, nu kiezen we voor een andere weg. Deze weg is dus smal en bochtig, bovendien loopt de weg een beetje op en af, maar vooral op. Nooit meer dan veredeld vals plat, de lastigheid zit 'm meer in het draaien en keren. Aan het eind van deze weg rijden we door Bidon, een dorpje met een toch behoorlijk toepasselijke naam voor de koers. Hier slaan de renners linksaf, waarna ze over een wat bredere weg richting de rivier Ardèche fietsen. De weg langs de rivier bereiken we na 25 kilometer en blijven we ongeveer 30 kilometer volgen. We fietsen dwars door het nationaal park van de Gorges de l'Ardèche. Zoals we in 2016 al hebben kunnen zien is deze omgeving behoorlijk fraai, met heel veel uitmuntende rotspartijen en ook het nodige groen. De renners merken daar alleen niet zo gek veel van, want die zijn bijna continu aan het sturen. De weg langs de rivier loopt afwisselend op en af, met een honderdtal bochten. Het is wel een brede weg, maar een aantal van die bochten zijn toch best vervelend. Bij Col du Serre de Tourre komen de renners weer op een bekende weg terecht, dit deel van de weg werkten ze ook in 2016 af. Op dit punt is er ook het mooiste uitzicht over de Gorges, de afdeling touristique is weer in vorm. Voorbij Serre de Tourre gaat het een aantal kilometer naar beneden, over nog steeds dezelfde bochtige weg. Dit stuk kent gelukkig wat minder lastige bochten, al moet je altijd opletten. Ergens in deze omgeving werd Alaphilippe in 2016 van z'n fiets geblazen, pardoes tegen de rotsen aan. Enfin, zal nu wel meevallen, met open wielen. Aan het eind van deze afdaling rijden we na 46 kilometer langs Pont d'Arc, een behoorlijk mooie plek. Toeristisch ook.

1-editeur_page_bloc_element-camping-vallon-pont-d-arc-1600x900.jpg

Na Pont d'Arc rijden we nog even langs de Ardèche verder over de weg die bochtig blijft. Al hebben we het meest ingewikkelde deel al lang en breed achter de rug. Derhalve gaat het redelijk probleemloos verder naar Vallon-Pont-d'Arc, waar we na 51 kilometer passeren. Hier komen de renners een stuk of vijf rotondes tegen. Vervolgens gaat het een kilometer of drie rechtdoor, waarna de weg een beetje vals plat omhoog gaat. We fietsen nog een stukje langs de Ardèche en daar is het terrein dus opnieuw geaccidenteerd. Na een tweede knikje naar boven volgt er een bocht naar links en daarna gaat het een kilometer of 15 volledig rechtdoor over een brede en vlakke weg. Na 73 kilometer rijden we langs Cheyres en hier begint de weg wel voorzichtig te stijgen. Richting Saint-Paul-le-Jeune gaat het drie kilometer omhoog aan 3%, over een brede maar wel bochtige weg. Vervolgens is het een kilometer of drie vlak, waarna de renners rechtsaf slaan. We komen terecht in een iets smallere straat en het begint hier al snel te hellen. We bevinden ons op een klimmetje, de Côte du Grand Châtaignier, een bultje van één kilometer aan 7,4%. Na de top van dit klimmetje gaat het kort naar beneden met zelfs een haarspeldbocht, waarna er richting het dorpje Gagnières nog even kort verder geklommen wordt. In Gagnières is dat wel afgelopen, waarna er een aantal kilometer voorzichtig gedaal wordt richting de rivier La Cèze. Eenmaal beneden slaan we bij een rotonde rechtsaf, waarna we ons mogen opmaken voor de tussensprint. Deze nutteloze sprint komt in Bessèges, een klein dorpje met 3000 inwoners. Vooral bekend vanwege de Ster van Bessèges, een koers die altijd in het vroege voorjaar wordt verreden. Zo leer je toch iedere keer weer wat meer, ik dacht dat Bessèges wel weer een of andere streek of regio zou zijn, maar het is dus een dorp. Ze rijden tijdens deze koers dan wel weer vijf dagen door de regio en maar één dag in het dorp zelf. In het dorp wint eigenlijk altijd wel een Fransman. Coquard een paar keer, Chavanel, Calmejane en dit jaar Sarreau, om er maar een paar te noemen. De tussensprint, die na 90 kilometer komt, zal dan wel naar Demare gaan.

2018_etoile_de_besseges_stage3_marc_sarreau_wins1.jpg

In Bessèges steken we de Cèze over en gaan we een aantal kilometer langs de andere kant van de rivier rijden, richting Peyremale. De weg naar Peyremale is bochtig en sluipt een beetje omhoog. Dat is eigenlijk sowieso wel het verhaal van dit deel van de rit. We gaan richting de eerste echt bergen van het Centraal Massief toewerken en dus loopt het kilometerslang licht omhoog. Buiten Peyremale is het even wat smaller en bochtiger, tevens loopt de weg hier heel kort wat steiler omhoog. Dat is wel de uitzondering, over het algemeen is het zo vals plat dat het eigenlijk gewoon plat is. Paar korte afdalinkjes tussendoor ook, met een aantal onvoorziene bochten. Helemaal op het gemak kun je hier niet zitten. Na een van die afdalinkjes rijden we weer eens over een rivier, waarna er een bocht naar links volgt. De weg wordt hierna nog wat minder breed en juist nog wat bochtiger. Het loopt ook weer even licht omhoog, terwijl we richting Genolhac fietsen. In dit dorpje rijden we over de spoorbrug, nemen we een bocht naar links en rijden we weer terug naar het zuiden, tijdelijk. Paar kilometer in dalende lijn, waarna er een bocht naar rechts volgt en dan moet er geklommen worden naar de Col de Valoussière. Dit is eigenlijk maar een kort steil pukkeltje van een kilometer, maar daarna loopt het nog twee kilometer verder vals plat omhoog over een weg die ondertussen een stuk breder is geworden. Een kort afdalinkje volgt, waarna het 2,5 kilometer vals plat verder omhoog gaat. Als deze strook achter de rug is gaat het weer even kort naar beneden, maar al snel wordt het vlak. We komen na 119 kilometer uit in het kleine dorpje Vialas, waar er door smalle straatjes een lichte duik naar beneden volgt. Aan de rand van het dorp loopt de weg omhoog en beginnen we aan een echte klim, de Col de la Croix de Berthel.

CDB-Genolhac.png

Volgens de organisatie is de Col de la Croix de Berthel negen kilometer lang en 5,3% gemiddeld, maar zoals we op het kaartje hierboven kunnen zien is de klim eigenlijk slechts zeven kilometer lang. De bochtige weg, die ons dwars door een bos voert, is in het begin prima te doen. Paar kilometer vals plat en dan begint het langzaam steviger te stijgen. Na vier kilometer in bescheiden stijgende lijn krijgen we te maken met een kilometer aan 7%. Daarna een kilometer aan 8% waarna het richting de top aan 6% blijft stijgen. Na 129 kilometer komen we vervolgens boven op deze klim van de tweede categorie, die me wel bevalt. Vooral vanwege de omgeving. Het lijkt hier bijna niet op Frankrijk, ik heb eerder het gevoel alsof ik ergens in de Spaanse binnenlanden zit. Het is landelijk, rustig. Een paar vervallen nederzettingen onderweg, maar veel kom je verder niet tegen. Richting de top rijden we het bos uit en komt er een wat beter uitzicht over de fraaie omgeving. De top zelf is dan wel weer lelijk, maar goed, je kan niet alles hebben. In ieder geval leuk om eens een keer wat onbekender terrein met onbekende klimmetjes te verkennen. De weg op de klim was niet bijzonder breed, maar op de top komen we op een bredere weg terecht en die gaat een aantal kilometer naar beneden, richting Le Pont-de-Montvert. Deze afdaling stelt welbeschouwd geen reet voor. In het begin nog wel een bochtje of twee waar je enige stuurmanskunst voor nodig hebt, maar het vlakt al heel snel af. Zo gaat het probleemloos verder richting Le Pont-de-Montvert, waar er in het centrumpje nog wel wat vervelende bochtjes liggen. Leuk dorpje verder, bruggetje enzo. Moet kunnen. We passeren dit onbekende en onbeminde stukje Frankrijk na 137,5 kilometer, op 50 kilometer van de streep.

France_Lozere_Le_Pont-de-Montvert_02.jpg

Na die paar bochten in dit dorpje begint de weg meteen weer omhoog te lopen. Het volgende klimmetje is begonnen, Col du Pont sans Eau. De berg van de brug zonder water, uitstekende naam wel. Deze klim is 3,3 kilometer lang en 6,3% gemiddeld, krijgt het stempel derde categorie opgeplatk. Nog best een pittig dingetje, met enkele stroken die aanzienlijk steiler zijn dan 6%. De klim voert door een open gebied, het is hier zo'n beetje uitgestorven. Na de klim gaat het kort naar beneden, maar al snel volgt er een strook waar het weer omhoog gaat. We verlaten al snel de grote weg en kiezen voor een omleiding langs wat toeristische trekpleisters. Een stukje Frankrijk waar ze wat watervallen en dat soort dingen hebben, levert vast weer leuke plaatjes op. Deze weg loopt een kilometer vals plat omhoog, waarna het in de buurt van Runes anderhalve kilometer licht naar beneden gaat. Vervolgens gaat het weer even een kilometertje licht omhoog, halve kilometer naar beneden en dan volgt er een wat langere klim. Vier kilometer aan 5%, tikt toch best aardig aan. Vooral het eerste deel is steil, kilometertje aan een procent of 8, heerlijk. Na deze klim gaat het heel wat kilometers naar beneden, over een brede en niet al te bochtige weg. Vijftien kilometer in subtiel dalende lijn, stelt echt niks voor. Het gaat tussendoor zelfs nog een paar keer licht omhoog. Aparte finale, dat kun je wel stellen. Over een brede weg met een aantal bochten maar zonder echte obstakels komen we op 12 kilometer van de finish uit in Balsièges, een of ander kutdorpje met een kerk. Hierna gaat het zo goed als rechtdoor richting Mende.

48BALSIEGES_100.jpg

Richting Mende is het nog een aantal kilometer fietsen. Na een lange afdaling is het gewoon rechtdoor rijden over de grote weg, langs de Lot. Stiekem zijn er wel wat bochtjes, maar de weg is zo breed dat je het gevoel hebt continu rechtdoor te gaan. Stiekem loopt de afdaling een klein beetje door, maar eigenlijk is het zo goed als vlak. Op een kilometer of zes van de streep rijden we het stadje Mende binnen en hier komen we een rotonde tegen, waar we naar rechts gaan. Rond vijf kilometer van de streep stuiten we op de volgende rotonde, waar het ook naar rechts gaat. We fietsen nu via een bochtige weg richting de slotklim. Deze slotklim is drie kilometer lang en 10,2% gemiddeld. De Côte de la Croix Neuve begint net buiten Mende en heeft een aanloop die nog wel te doen is. Daarna wordt het steeds steiler, het begint op te lopen richting de 10% en daar blijft het niet bij. Uiteindelijk gaat het over de 13% heen, voor het weer langzaam af begint te vlakken richting 11% en daarna richting 5%. Het zit wel bijna drie kilometer achter elkaar dik boven de 10%, met dus uitschieters naar 13%. De top ligt op iets meer dan een kilometer van de streep, daarna wordt het bijna volledig vlak en zit er zelfs nog een klein stukje afdaling bij. We finishen langs het lokale vliegveld, het Aérodrome Mende-Brenoux.

00566

Finishplaats Mende is een dorp met 13.000 inwoners. Het plaatsje komt regelmatig voor in verschillende wielerkoersen, maar eigenlijk ligt de finish nooit in Mende zelf. De finish ligt bijna altijd op de plek waar we nu ook gaan aankomen, de Côte de la Croix Neuve. Voor de vijfde keer komt hier een rit aan. Het debuut kwam in 1995, Laurent Jalabert wist toen te winnen. Daarom is de klim snel naar hem vernoemd, we mogen nu dus spreken van de Montée Jalabert. Tien jaar later, in 2005, kwam er weer een rit in Mende aan. De overwinning ging toen naar de Spanjaard Marcos Serrano. In 2010 kwam er ook een rit aan boven Mende. Na een aanval van Contador zagen we voor het eerst Joaquim Rodriguez een rit winnen in de Tour. Later zou hij nog het een en ander winnen, maar dit was toch min of meer zijn doorbraak op het grote podium. Ook in Parijs-Nice komen ze wel eens aan in Mende. In 2007 en 2010 bijvoorbeeld, beide keren was Alberto Contador de sterkste. Toch stelde dat allemaal niets voor in vergelijking met de vijfde rit van Parijs tegen Nice in 2012. We reden richting Mende en zoals altijd had Team Sky alles onder controle. Tot een jongen van Vacansoleil in de aanval ging. De voormalige stratenmaker en pillenslikker Lieuwe Westra plaatste een demarrage. Niemand wist dat Lieuwe kon klimmen, zelfs Lieuwe niet. Maar dankzij de uitstekende begeleiding van Vacansoleil ging dat toch ineens best lekker. Niemand zag hem nog terug na deze aanval. Lieuwe Westra, die ooit hooguit een keer een tijdrit won, was nu ineens de beste klimmer van Parijs-Nice. Beter dan Wiggins, beter dan Valverde en Leipheimer. Een of andere stratenmaker uit Friesland was ze allemaal te snel af. Legendarische beelden. Ik schiet spontaan weer in een lachstuip. Vacansoleil was een geweldige ploeg. Zoveel lollige dingen laten zien, maar dit was met afstand het meest lollige ooit. Klimmer Westra, zelden zo genoten. En dan met het commentaar van Wuyts en De Cauwer erbij, die Lieuwe aan het aansporen waren om door te fietsen tot de finish en niet uitgebreid te juichen, omdat het wel eens een secondenspel kon worden. Klopte achteraf gezien wel, Westra werd uiteindelijk tweede in die Parijs-Nice, acht seconden achter Wiggins. Hahaha.

818westra.jpg

De laatste aankomst in de Tour was ook wel hilarisch. In 2015 kwam de 14e rit aan boven op de klim in Mende. Een grote kopgroep wist vooruit te blijven. In die kopgroep bevonden zich onder meer de grote Franse klimtalenten Romain Bardet en Thibaut Pinot. Op de slotklim reden zij weg van de rest van de groep. Renners als Rigoberto Uran, Bob Jungels en Peter Sagan hadden niets in te brengen, ze moesten allemaal lossen als een baksteen. Ook Stephen Cummings haakte bijna meteen aan het begin van de klim af. Bardet en Pinot zaten op rozen, ze moesten alleen nog even sprinten om de zege. Dat duurde wel redelijk lang. Ze keken naar elkaar, keken nog een keer, bleven kijken en ineens kwam er een renner uit de achtergrond tevoorschijn. Cummings, die zo ongeveer als eerste moest lossen, had direct zijn eigen tempo gekozen en op dat tempo reed hij bijna de hele kopgroep voorbij. Richting het eind van de klim, naar het vlakke deel toe, kreeg hij Bardet en Pinot in zicht. Omdat Bardet en Pinot alleen naar elkaar keken kon hij meteen nadat hij bij die twee gasten aansloot de kop pakken. In het dalende deel richting de finish besloot hij om vrij hard door een paar bochten te rijden. Pinot zat in zijn wiel en wilde of durfde hem niet te volgen, daardoor had Cummings zonder iets te doen ineens een gat te pakken. Bardet en Pinot bleven daarna naar elkaar kijken, waardoor Cummings onbedreigd naar de zege reed. Op Mandela Day won een renner van - toen nog - MTN-Qhubeka, de Zuid-Afrikaanse ploeg. Was best geniaal.

ol.jpg

De rit start redelijk laat, om 13:05. Na een neutralisatie van vijf minuten beginnen we er dan om 13:10 echt aan. Voor de verandering een keer niet zo’n ellenlange zinloze tocht, wat een opluchting. Als je de rit in z’n totaliteit wil zien ben je afhankelijk van onze vrienden van Eurosport, waar blijkbaar dagelijks slechts 7000 mensen naar kijken, hahaha. HOME OF CYCLING. Maar toch bedankt voor het uitzenden van het eerste deel van de rit. Om 14:10, na 40 kilometer koers, schakelen we snel over naar Sporza en de NOS. De aankomst wordt vervolgens verwacht tussen 17:28 en 17:54. Volgens het immer onbetrouwbare meteofrance krijgen we na dagen afzien in de hitte te maken met poepweer. Amper 20 graden in Mende, terwijl het regent en waait. In startplaats Saint-Paul-Trois-Châteaux schijnt het warmer te worden, 27 graden. Maar daar is het dan wel weer wat stormachtiger, met stevige windstoten en flink wat regen. Google geeft dan weer aan dat het de hele dag droog zal zijn. Na deze rit weet ik welke site van mij een grandioze en definitieve middelvinger krijgt.

Oh god nee he, moet ik me weer aan een voorspelling wagen. Deze minzame mens zit er dag op dag naast en slaat steeds meer een modderfiguur. Dat stemt niet tot tevredenheid, maar het is natuurlijk wel allemaal de schuld van de renners. Klootzakken, allemaal. Vooraf was mijn gedachte dat deze rit voor de vluchters zou zijn, dus kun je er wel met een gerust hart vanuit gaan dat de klassementsrenners hier weer een robbertje gaan matten. Enfin, aangezien de rit wel lastig is maar niet buitengewoon lastig zou ik niet weten wie dit gaat controleren. Daarom lijkt dit me alsnog een rit voor de vluchters. Ik ga strijdend ten onder, net als Kruijswijk. Veel van de jongens die in de Alpen in de aanval gingen hadden misschien beter hun krachten kunnen sparen voor de ritten in het weekend, want op papier is dit ideaal voor een vlucht. Maarja, we gaan het meemaken. Ik zuig even vijf namen uit m’n duim waarvan er met heel veel geluk eentje de kopgroep haalt. Als we trouwens heel even kort naar de favorieten kijken lijkt dit me wel een aankomst waar onze Tom wat tijd terug kan pakken, maar die heeft verder dan weer geen ploeg om de rit te controleren waardoor dit zich in de achtergrond zal afspelen.
1. Jesus Herrada. Ik sta volledig achter Geezoes.
2. Barguil. Vorig jaar ging alles een stuk makkelijker, met de toverdrank van Sunweb was alles mogelijk. De bietensap van Fortuneo blijkt wat minder effectief. Toch kan hij alsnog wel eens in de buurt gaan komen van een ritzege, zo is het dan ook wel weer. Dit is een geschikte rit en zelfs als het niet lukt om te winnen kan hij nog een paar puntjes pakken voor de bergtrui. Mogen we ook niet onderschatten.
3. Molard. Grappenmaker Rudy. Ik vind Molard echt een aparte gozer. Zo'n gast die je bijna nooit zien, maar als je hem ziet is hij ook meteen goed. Paar keer vooraan geëindigd in de Waalse Pijl bijvoorbeeld, de Muur van Huy kan hij dan ineens aan terwijl hij bij wijze van spreken een week eerder nog op een viaduct moest lossen. Tijdens de Tour ging hij al eens hard op z'n muil, maar we zijn nu een aantal dagen verder. De beentjes moeten nu zo ongeveer in staat zijn om een paar humoristische stoten uit te halen.
4. Alaphillipe. Gaat ongetwijfeld weer een poging wagen, maar ik kan me niet voorstellen dat er nog veel energie in zijn benen zit. Het is een nogal onrustige jongen, onstuimig zelfs. Energiepeil zal wel beneden nul zijn, waardoor hij op de beslissende klim hard gaat lossen.
5. Slagter. Ik vind mezelf soms zo lollig.
noodgangdinsdag 31 juli 2018 @ 07:50
SPOILER: Etappe 15: Millau - Carcassonne, 181,5 km
Etappe 15: Millau - Carcassonne, 181,5 km

Zoals verwacht werd de rit naar Mende er eentje voor de vluchters. Vroeg op de dag reed er een groep van meer dan 30 man weg en dan weet je hoe laat het is. Sky deed geen enkele moeite om de kopgroep kort te houden, waarbij ook het feit meespeelde dat Damiano Caruso de bestgeplaatste vooraan was, met een achterstand van ee minuut of 40. Andere ploegen hadden ook geen zin om de boel te controleren, dus liep de voorsprong gestaag op richting de 20 minuten. Zo'n grote kopgroep is altijd een heel gedoe. Veel renners die geen zin hebben om mee te werken, slechte samenwerking en slag om slinger demarrages. Op een van de vele klimmetjes reed Gorka Izagirre weg van de groep, later gingen Tom-Jelte Slagter en Jasper Stuyven achter hem aan. Ze reden een tijdje met z'n drieën, maar op een vals plat stuk tegen de wind in muisde Stuyven er vanonder. Izagirre en Slagter konden niets meer en werden later opgeslokt door de achtervolgende groep. In die achtervolgende groep was de samenwerking slecht, waardoor de voorsprong van Stuyven steeds groter werd. Er waren wel wat koppeltjes in die achtervolgende groep, maar de altijd arrogante Van Avermaet had geen zin om zich op te offeren voor zijn ploeggenoot Caruso. Gilbert had ook niet direct veel zin om zich op te offeren voor Alaphilippe, maar besloot uiteindelijk toch mee te werken. Daardoor kwam de voorsprong van Stuyven nooit boven de twee minuten. Na een lange tocht in z'n eentje tegen de wind in moest de Belg nog even drie kilometer aan 10% overleven en dat zou wel eens tegen kunnen vallen. Bleek ook zo te zijn. Vanuit de achtervolgende groep ging De Gendt op de klim meteen achter Stuyven aan en hij kreeg Fraile mee. Fraile leek een stuk beter in orde dan De Gendt en demarreerde. Gestaag slonk de voorsprong van Stuyven, die zichtbaar aan het afzien was. Fraile zag ook af, maar Omar is een taaie jongen. Die heeft van die dagen dat hij alles kan en dit was zo'n dag. Hij bleef maar inlopen, tot hij vlak voor de top Stuyven inhaalde. Meteen ging hij nog eens op de trappers staan om weg te rijden van Stuyven. Dat lukte en was ook noodzakelijk, omdat achter hem Alaphilippe in aantocht was. De drager van de bolletjestrui had zich rustig gehouden en demarreerde toen iedereen zijn kruid al had verschoten. De demarrage kwam alleen te laat, pas op de top sloot hij aan bij Stuyven en toen was de achterstand op Fraile eigenlijk al te groot, omdat het in de resterende anderhalve kilometer eerst nog naar beneden ging voor het in de laatste meters zou afvlakken. Fraile zagen ze niet meer en daardoor kon Omar zijn mooiste zege uit zijn carrière boeken. Na een rit in de Ronde van het Baskenland en de Ronde van Romandië pakt de Bask zijn derde zege van het jaar in de Ronde van Frankrijk. Een wonderjaar voor hem. Ondergetekende is meer dan tevreden. Fraile is een prachtige renner, niets dan lof. Een minuut of tien later zagen we het peloton aan de slotklim beginnen. We zagen daar wat plaagstootjes, van onder meer Landa, maar er leek niet heel veel te gebeuren. Tot Roglic in de aanval ging, hij sloeg meteen een gaatje en Bernal wist dat namens Team Sky niet dicht te rijden. Dumoulin leek even slecht te zitten maar keerde terug bij de favorieten en ging zelfs nog even in de aanval, een demarrage die te heftig was voor Bardet en Kruijswijk. Froome en Thomas hadden er dan weer geen problemen mee. Froome probeerde zelf ook nog een keer in de aanval te gaan, maar de grote drie bleven bij elkaar. Samen kwamen ze over de finish, een paar seconden achter een ontketende Roglic. Quintana, Kruijswijk en Bardet verloren wat seconden. Je moest er de hele dag op wachten, maar toen was het toch nog even tien minuten leuk. De volgende rit zal waarschijnlijk een vergelijkbaar scenario hebben. Op papier ook weer een rit voor de vluchters, waarbij het voor de klassementsrenners lastig zal zijn om veel verschil te veroorzaken. Moeilijker zelfs, omdat de laatste beklimming niet op anderhalve kilometer van de streep komt, maar op 35 kilometer van het eind. Een flopshow?

tour-de-france-2018-stage-15-map-72e5dc4f16.jpg
094d9

Een kleine 100 kilometer ten zuidwesten van Mende start de laatste rit van de tweede week in Millau, een naam die bijna iedereen wel bekend voor zal komen. Niet omdat Millau nou zo geweldig of geniaal is, maar vooral vanwege het gelijknamige viaduct. Volgens Wikipedia is het viaduct van Millau een meervoudige tuiconstructie over de rivier de Tarn, geopend in 2004. Blijkbaar is het de hoogste brug ter wereld (in constructiehoogte, d.w.z. de hoogte van de brugpijlers). Het viaduct bestaat uit acht overspanningen, ondersteund door zeven betonnen pijlers. De middelste stukken overspannen 342 meter, de uiterste overspanningen 204 meter. De brug ligt 270 meter boven de rivier de Tarn. De lengte is 2460 meter. Er zijn zeven enorme brugpijlers gebouwd, waarvan de hoogste 343 meter de lucht in reikt, iets hoger dan de Eiffeltoren. Dit is de hoogste brugpijler ter wereld. Het brugdek is 32 meter breed, en heeft in beide rijrichtingen twee rijstroken en een vluchtstrook. Nou, supervet dus. De Fransen zijn er maar wat trots op, dus rijden we iedere paar jaar wel weer een keer langs dit viaduct. Tijdens de rit naar Mende in 2015 reden de renners nog onder het viaduct door. Over het viaduct fietsen is wat lastiger aangezien je mokerveel tol moet betalen en de renners natuurlijk geen kleingeld op zak hebben. De stad Millau zelf heeft 23.000 inwoners, maar al die inwoners moeten het wel zo ongeveer doen met die brug. Verder valt er weinig te beleven. Paar oude gebouwen in de binnenstad, maar ik sla er niet echt steil van achterover. De lokale industrie is blijkbaar gespecialiseerd in het maken van handschoenen, is ook een optie blijkbaar. Ondanks het feit dat er niets te doen is in Millau is de Tour hier toch al een aantal keer geweest. De eerste aankomst in Millau was er al in 1954, Ferdi Kübler won toen. Een jaar later keerde de koers terug, de overwinning ging bij die gelegenheid naar de Italiaanse sprinter Alessandro Fantini. Fantini zou een paar jaar later tijdens een massasprint in de Ronde van Duitsland ten val komen en aan de gevolgen van die val overlijden, het blijft een merkwaardige sport dat wielrennen. De laatste winnaar in Millau is de Bask Marino Lejarreta. Hij won in 1990 op de Causse Noir, een klimmetje net buiten de stad. Een dag later zou er nog een rit starten in Millau, maar sindsdien is het bijna 30 jaar geleden dat er nog eens een rit startte of eindigde in de stad.

millau_viaduct.jpg

Tijdens de neutralisatie rijden we een rondje door Millau, waarna we aan het eind van de neutralisatie richting het viaduct der viaducten rijden. Direct loopt de weg anderhalve kilometer aan een procent of zeven omhoog. Ideaal moment voor wat sterke jongens om er meteen vanonder te muizen. Het zal snel moeten gebeuren, want daarna is het een kilometer vlak waarna er drie kilometer over een brede weg gedaald wordt naar Saint-Georges-de-Luzençon. Hier is het even een halve kilometer vlak, waarna al snel de eerste officiële klim van de dag begint. Er liggen wat bochtjes in Saint-Georges en aan het eind van het dorp ligt er een smal weggetje verstopt aan de zijkant van de doorgaande weg. Hier gaan de renners schuin naar rechts en meteen stuiten ze op twee haarspelbochtjes. De inleidende beschietingen van de Côte de Luzençon, een klimmetje van drie kilometer aan 6%. Halverwege het klimmetje is er een klein stukje in dalende lijn, dus de stukken waar het omhoog gaat zijn wel wat lastiger dan 6%. Prima dus om mee te beginnen. Op de top, na 9 kilometer, zijn we eigenlijk nog niet eens echt op de top. Het loopt nog drie kilometer heel licht omhoog, waarna er een korte afdaling zonder lastige bochten volgt. Alleen nog een brede en lange haarspeldbocht aan het eind, waarna we op een wat bredere weg terechtkomen die zes kilometer vals plat omhoog loopt. In die zes kilometer tijd komen we 150 meter hoger uit, een snelle rekensom leert ons dan dat het pukkeltje op de profielkaart interessanter lijkt dan het in de praktijk blijkt te zijn. Na dit stuk van zes kilometer in licht stijgende lijn volgt er een stuk van zes kilometer in licht dalende lijn. We rijden door open terrein over een brede weg, zonder veel bochten. Pas in het best leuke dorpje Saint-Affrique, na 26 kilometer, moet er weer wat gestuurd worden.

saint-affrique.jpg

In Saint-Affrique bereiken we het dal van de rivier La Sorgue en in dit dal blijven we een tijdje rondfietsen. Over grotendeels rechte, brede en vooral vlakke wegen fietsen we naar Vabres-l'Abbaye. In dit dorpje rijden we over een mooi bruggetje. We zijn dan afgeweken van de Sorgue en komen uit bij de Dourdou, veel riviertjes hier. De Dourdou volgen we een tijdje en gedurende dit tijdje is het eerst acht kilometer vlak. Brede weg, paar bochtjes, dit is echt terrein om van in slaap te sukkelen. Ter hoogte van Moulin Neuf bij Montlaur komt daar een klein beetje verandering in, want de weg gaat drie kilometer vals plat omhoog, aan een procent of drie. Korte afdaling en daarna weer een kilometer vals plat, jippie. Vervolgens slaan we linksaf en gaan we op weg naar Belmont-sur-Rance, waar de voet van de volgende officiële klim ligt. Dit stuk richting Belmont is zeven kilometer lang, waarvan de eerste drie kilometer in dalende lijn. Vervolgens gaat het een kilometertje vals plat omhoog, klein knikje naar beneden en dan volgt er een vervelend pukkeltje van twee kilometer aan 5%. Op de top rijden we Belmont-sur-Rance binnen en in dit dorpje gaat het ook weer anderhalve kilometer naar beneden, best een gevaarlijke afdaling. De weg is redelijk breed, maar wordt in het centrum wel steeds smaller. Tevens is de afdaling behoorlijk bochtig, met huizen langs de kant van de weg waardoor het ietwat lastig in te schatten is. Gaat ook best scherp naar beneden, even opletten dus. Na de doortocht in Belmont rijden we over de Rance en wordt het vlak. Dit blijft een kilometer of drie zo, waarna de echte klim begint.

033897-belmont-sur-rance-vue-generale-de-belmont-sur-rance.jpg

De klim waar we ons nu op bevinden heet de Col de Sié. 10,2 kilometer lang en 4,9% gemiddeld, daardoor een berg van de tweede categorie. Het is een loper, om er maar eens een typische wielerterm in te gooien. De klim wordt nooit steil, het blijft steeds vrij rustig omhoog gaan. Door de brede weg bekruipt je het gevoel dat het soms zo goed als vlak is. De klim voert trouwens door open gebied, dus de wind kan hier behoorlijk veel invloed hebben. De top van de klim bereiken we na 64 kilometer, maar dat wil niet zeggen dat het dan gedaan is met klimmen. Het is even een kilometer zo goed als vlak, licht dalend en dan verlaten we het departement Aveyron om de Tarn binnen te rijden. Hier gaat het nog even anderhalve kilometer omhoog aan 5%. Vervolgens slaan we linksaf en mogen we dalen richting Lacaune-les-Bains, een kuuroordje. De afdaling van een paar kilometer stelt niets voor, brede wegen zonder veel bochten. In Lacaune wel wat bochtjes, maar buiten het dorp gaat het al snel weer rechtdoor. Een volgend klimmetje begint, weer een klimmetje dat niet gecategoriseerd is. Het gaat twee kilometer omhoog aan 5%, daarna is het een kilometer of vier zo goed als vlak. Op het profielkaartje van de organisatie ziet het er een stuk spannender uit, moet ik zeggen. Die waren volgens mij niet geheel nuchter toen dit kaartje in elkaar werd gedraaid. Enfin, na die vier vlakke kilometers, door een bos over een vlakke weg, gaat het heel wat kilometers naar beneden richting Brassac. Zes kilometer in licht dalende lijn, gevolgd door vier kilometers in wat serieuzer dalende lijn. Afdaling wordt nergens lastig, wel wat bochten maar niets dat niet zou moeten lukken. Vervolgens is het nog twee kilometer vlak tot in Brassac, een dorpje aan de Agout. Hier passeren we na 93 kilometer, op 88 kilometer van de finish.

30072939021_eb89d1e973_b.jpg

We rijden over een bruggetje en het is nog even een halve kilometer vlak voor er een klimmetje van een kilometer aan 4% begint. Na dit klimmetje gaat het kort naar beneden, waarna het weer even vlak is. Vervolgens beginnen we aan de ongecategoriseerde Col de Caunan, een lichte beklimming van iets meer dan twee kilometer aan wederom een procentje of vier. Het stelt allemaal niet zo gek veel voor, maar het kruipt toch in de benen, zeker na twee weken koers. Het terrein is ook hier weer open, dus de wind heeft andermaal vrij spel. Na 100 kilometer rijden we door het dorpje Caunan, waar de top van de gelijknamige col ligt. Het gaat nu een aantal kilometer naar beneden en dit is wel nog een lastige afdaling. Paar korte bochtjes waar het niet helemaal zichtbaar is waar je naartoe gaat. Dit is wel vooral in het begin van de afdaling zo. Al snel gaat het minder steil naar beneden en blijven er ook minder bochten over. Zonder veel punten van aandacht dalen we verder af richting Boissezon, waar we na 109 kilometer passeren. In Boissezon, waar de Tour wel eens eerder is geweest, komen de renners wat bochtjes tegen, waarna het buiten het dorp twee kilometer relatief vlak is. Vervolgens verlaten ze de doorgaande weg en gaan ze schuin naar links, waar er een klein klimmetje bedwongen moet worden. Iets meer dan een kilometer omhoog aan 6%, lekker joh. Weer een kilometertje naar beneden over een iets smallere weg met wat bochtjes en dan gaat het weer een kilometer omhoog, deze keer aan een procentje of vijf. Continu op en af dus weer, maar nooit op een wereldschokkende manier. Na dit tweede klimmetje bereiken we het eind van de smalle weg en gaan we over een grote weg richting Mazamet rijden, waar na 121 kilometer de tussensprint van de dag volgt, op 60 kilometer van het eind. De laatste kilometers richting Mazamet daalt het lichtjes. Aan de rand van dit stadje komen we wat rotondes tegen en hier begint de weg weer wat vlakker te worden, met tussendoor zelfs nog een kort strookje naar boven. In Mazamet zelf slaan we na de tussensprint rechtsaf en daarna begint de weg definitief omhoog te lopen richting de zwaarste klim van de dag.

mazamet_tarn_eglise-saint-sauveur_photographie-semi-aerienne_1.jpg

In Mazamet loopt de weg al wat omhoog en ook buiten het dorp is dat zo, maar officieel hoort dat nog niet bij de klim. In zes kilometer tijd gaat het 200 meter omhoog, aan 3% gemiddeld dus. Het is echter pas bij Moulin Maurel, een gehuchtje dat we na 127 kilometer passeren, dat de Pic de Nore echt begint. Pic de Nore is een klim die debuteert in de Tour. In de jaren '90 kwam de klim al voor in het Criterium International, een wedstrijd die inmiddels niet meer bestaat. Pic de Nore maakt ook een deel uit van de cyclosportive La Jalabert, een wedstrijd voor amateurs die jaarlijks wordt georganiseerd in Mazamet en omgeving. Die locatie is niet willekeurig gekozen, want Laurent Jalabert komt namelijk uit Mazamet. Het voormalig Franse troetelkind doet met deze wedstrijd wat terug voor de omgeving, zullen we maar zeggen. Ook Christophe Bassons komt trouwens uit Mazamet, Lance Armstrong vindt dit niet leuk. Recentelijk kwam Pic de Nore voor in de Route d'Occitanie, de koers die eerder Route du Sud heette. Het was op deze klim dat Alejandro Valverde in de aanval trok, samen met Luis Leon Sanchez. Met z'n tweeën reden ze ver weg van het peloton, waarna ze pas in de allerlaatste meters van de rit werden gegrepen. Alleen de latere Franse kampioen Anthony Roux kon zijn wiel nog net voor dat van Valverde drukken. Piti kent deze berg in ieder geval en weet hoe je hier het asfalt moet laten smelten. Pic de Nore is een stevige klim, het gaat 12,3 kilometer omhoog aan 6,3%. De eerste kilometer van de klim is meteen lastig, het gaat aan 7,6% omhoog. Daarna zwakt het wat af naar 6,7%, waarna het in de daaropvolgende kilometers aan 7% blijft stijgen. De vijfde kilometer van de klim is met 6,4% wat makkelijker, maar dan volgt het lastigste deel van de klim. Een kilometer aan 8% gevolgd door eentje aan 9,4%, dat begint te tellen. Helaas stopt de klim daar wel zo'n beetje. Het is nog iets meer dan vijf kilometer tot de top, maar steil wordt het niet meer. Drie kilometer aan 5%, een kilometer aan 6% en dan richting de top een kilometer aan 2%. Vlak voor die slappe laatste kilometer is er nog wel even een kort steil stukje, maar als er iemand iets wil bereiken op deze klim zal het vroeg moeten gebeuren. De reden dat we de Pic de Nore nog nooit zijn opgereden in de Tour is overigens wel vrij duidelijk, de weg is hier behoorlijk smal. Geen brede snelweg zoals de organisatie ze het liefst heeft. Afwisselend rijden de renners door bossen en open terrein, waarna ze op 41 kilometer van het eind, na 140 kilometer koers, de top bereiken. Op de top staat een zendmast, supervet.

picdenore_open2.jpg
3d7f2

De afdaling van de Pic de Nore is pittig. De weg was tijdens de beklimming al niet zo breed en ook in de afzink is de weg behoorlijk smal. Het gaat vijf kilometer steil naar beneden richting Pradelles-Cabardès, terwijl de renners wat vervelende bochten tegenkomen. In dit dorpje liggen er ook wat bochten, maar daarna gaat de afdaling heel lang verder op een minder steile manier. Alsnog komen we tussendoor wel wat haarspeldbochten tegen en wat andere bochten waar er flink gestuurd moet worden, maar over het algemeen valt dit tweede deel van de afdaling wel mee. We rijden ondertussen ook een mooi gebied in, net als tijdens de vorige rit komen we weer wat mooie gorges tegen. De weg is overigens nog steeds niet enorm breed en ook het asfalt is niet al te best. Buiten dat verwacht ik tijdens deze afdaling niet enorm veel problemen. Een enthousiaste daler kan hier wel wat verschil maken, maar de rest hoeft niet met de daver op het lijf naar beneden te fietsen. Al doe je er toch wel goed aan om aandachtig te blijven, soms komt er uit het niets ineens weer een scherpe bocht tevoorschijn. Desondanks moet iedereen heelhuids Villeneuve-Minervois kunnen bereiken, op 18 kilometer van de streep. Hier begint het steeds vlakker te worden en aan het eind van dit plaatsje slaan de renners rechtsaf, richting finishplaats Carcassonne. We komen terecht op een brede en rechte weg. Het is ondertussen vlak en door de open velden gaat het kilometers rechtdoor, terwijl we ondertussen alleen een paar rotondes en wat vluchtheuvels tegenkomen. De weg richting de finish is enorm eenvoudig. Pas op zes kilometer van de streep krijgen we met spanning en sensatie te maken. Te weten, een rotonde. Hier gaan de renners schuin rechtdoor, waarna het tot op vijf kilometer van de streep weer makkelijk is. Bochtje naar rechts en dan gaat het rechtdoor tot op iets minder dan vier kilometer van het eind. Bochtje naar links en dan een bochtje naar rechts richting een rotonde. Op de rotonde zelf moeten we dan weer rechtdoor, waarna we langs de Aude komen te rijden. Langs deze rivier moeten er wat flauwe bochtjes genomen worden, maar de weg is zo breed dat het min of meer tot op iets meer dan een kilometer van het eind rechtdoor gaat. We rijden onder de spoorbrug door en daarna moeten we bij een soort van rotonde rechtdoor een iets smallere straat in. Aan het eind van deze straat volgt er een bocht naar rechts die vooral vervelend is omdat er wat vluchtheuvels in het midden liggen. Na deze bocht gaat het 400 meter rechtdoor, waarna er op 600 meter van de streep een bocht naar links volgt. Het gaat nu 300 meter rechtdoor, waarna er nog een schuine bocht naar links volgt. Na dit laatste vervelende puntje gaat het rechtdoor tot aan de finish.

46LQShC.png

Voor de derde keer in vijf jaar tijd zijn we in Carcassonne. In 2014 en 2016 startte er een rit in deze stad, die na Parijs en Mont-Saint-Michel de grootste toeristische trekpleister van Frankrijk is. De bekendste bezienswaardigheid van Carcassonne is uiteraard de citadel. De hele oude binnenstad is bijna volledig gerestaureerd en de vesting is zo'n beetje de grootste en best bewaarde uit de middeleeuwen, in Europa tenminste. La Cité de Carcassonne is de moeite van het bezoeken waard, volgens in ieder geval de organisatie van de Tour en meerdere duizenden mensen die zich hier jaarlijks vergapen aan alle pracht. Carcassonne is trouwens veel meer dan de vesting alleen, het is tegenwoordig een stad met 47.000 inwoners. Het is dus niet zo lang geleden dat de Tour nog in deze stad was, we komen er tegenwoordig bijna jaarlijks langs. Voor het laatst in 2016, toen in een rit die zou eindigen in Montpellier, waar Peter Sagan de snelste was. In 2014 zou er dan weer een rit vanuit Carcassonne richting Bagnères-de-Luchon gaan. Het grappige is dat we na de rustdag zo ongeveer dezelfde rit krijgen, in ieder geval qua start- en finishplaats. Na de aankomst in Carcassonne mogen de renners hier een dagje blijven en daarna gaan we weer op weg naar het veel te vaak gebruikte Bagnères-de-Luchon. De laatste keer dat er een rit eindigde in Carcassonne is ondertussen wel lang geleden, we moeten daarvoor terug naar 2006. De zege ging toen naar Yaroslav Popovych, het eeuwige talent dat uiteindelijk vrij geruisloos uit het profpeloton verdween dit jaar. Andere winnaars in Carcassonne zijn onder meer Jean Stablinski, André Rosseel en Lucien Teisseire. Daarnaast won Raleigh hier ooit een ploegentijdrit van meer dan 70 kilometer. Dat waren nog eens tijden.

1200px-1_carcassonne_aerial_2016.jpg

De etappe start om 13:10 en na een neutralisatie van 10 minuten rijden we rond 13:20 onder het viaduct van Millau door. Als je deze rit van begin tot eind wil meemaken ben je wederom afhankelijk van Eurosport. Karsten en Jozee zijn er direct bij. Dijkstra & Ducrot en Wuyts & De Cauwer schuiven pas rond 14:00 weer aan. De aankomst wordt weer relatief laat verwacht, tussen 17:34 en 18:02. Qua weer zal het wederom een warme dag zijn, al hebben we erger meegemaakt. Volgens Google wordt het 26 graden in Carcassonne en sinds de vorige rit weten we dat Google wel te vertrouwen is. Dat meteofrance voorspelde allemaal regen en onweer en ellende en een zondvloed maar het bleef de ganse dag droog. Google zei dat het droog zou blijven. Heil Google. Ook op zondag zal het droog zijn in Frankrijk, terwijl er wel behoorlijk wat wind is. Richting de finish zijn er wel wat open stukken aanwezig en daar lijkt de wind vooral tegen te staan. Niet heel gunstig voor eventuele aanvallers, als het allemaal klopt. Ook in Millau krijgen we met dit soort weer te maken. Warm, maar niet te warm. Wel veel wind en weinig kans op neerslag. Meteofrance geeft trouwens voor de verandering een keer hetzelfde aan, net nu ik ze wilde afschrijven. Berenlikkers.

528761.jpg

Goed, dit wordt dus weer een rit voor de vluchters. Het is onderweg niet lastig genoeg voor de klassementsmannen om de boel strak te controleren en het is dan weer te lastig voor de sprinters om überhaupt na te denken over de zege. Dus gaat er hier weer een grote groep wegrijden en die krijgen weer een enorme voorsprong, tenzij er gevaarlijke renners vooraan zitten. De Pic de Nore is een lastige klim, maar ver van de finish en als er dan aan het eind ook nog eens flinke tegenwind zou zijn gaat niemand hier actie ondernemen. Geen enkele ploeg die zo gek is om dat te doen. Het wordt hetzelfde scenario als tijdens de vorige rit, maar dan met minder actie tussen de klassementsrenners. Geweldige rit voor in het weekend, niks meer aan doen. Het was natuurlijk ook wel extreem noodzakelijk om in Carcassonne te eindigen, aangezien we hier de hele rustdag blijven en er na de rustdag ook nog starten. Er was totaal geen mogelijkheid om ergens op een iets strategischere plaats te finishen waardoor we eventueel koers zouden krijgen. Hulde, lof en genot voor Thierry Gouvenou en alle andere bananenbeffers die bij deze enorme shitshow betrokken zijn.
1. Jesus Herrada. Ik ga het nog een keer proberen. Tijdens de vorige rit was zo ongeveer heel Cofidis mee, met uitzondering van Herrada. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Als hij eenmaal vooraan zit is hij een gevaarlijke klant, aangezien hij behoorlijk kan klimmen en aan het eind ook nog eens behoorlijk rap is.
2. Barguil. Ja, proberen we ook nog maar een keer. Het zal er toch ooit van moeten komen.
3. Vichot. Of een andere dude van FDJ, Gaudu bijvoorbeeld, of grappenmaker Molard. Vichot is in ieder geval behoorlijk rap, dat kan tijdens deze rit nog wel van belang zijn. Beetje hopen dat je over de Pic de Nore komt en daarna in de afdaling de eventueel opgelopen schade herstellen om daarna een sprintje te trekken. Zou kunnen, maar kan ook net zo goed niet.
4. Ion Izagirre. De broertjes Izagirre wisselen elkaar een beetje af. Tijdens de vorige rit ging Gorka in de aanval, dan zal het nu weer de beurt zijn aan Ion. Zeker sinds het uitvallen van Nibali hebben de broertjes vrij spel. Al is er dan nog wel één spelbreker, namelijk de benen. Ze zijn allebei nog niet echt enorm vooruit te branden. Gorka bakte er tijdens de vorige rit niet veel van en Ion heeft ook nog niet echt laten zien over wonderbenen te beschikken. Hopelijk gaat dat nu wat beter.
5. Gesink. De Gees heeft zelf al aangekondigd tijdens deze rit in de aanval te mogen gaan. En als hij in de aanval wil gaan lukt dat meestal ook. Niet dat deze rit de meest geschikte voor hem is. Tenzij hij zijn sprintersbenen uit Canada mee heeft genomen lijkt er tijdens deze rit niet veel meer dan een verre ereplaats in te zitten.
SPOILER: Etappe 16: Carcassonne - Bagnères-de-Luchon, 218 km
Etappe 16: Carcassonne - Bagnères-de-Luchon, 218 km

De tweede week van de Tour was er vooral een voor de vluchters. Na een gecontroleerde eerste week kregen de renners in de rit naar Le Grand-Bornand wat meer vrijheid. Julian Alaphilippe wist het beste van deze vrijheid te profiteren. Hij reed weg van zijn vluchtgenoten en onder meer dankzij een paar goede afdalingen pakte hij zijn eerste ritzege in de Tour, bovendien nam hij de bollentrui over. Tussen de klassementsrenners gebeurde er weinig, alleen een aantal jongens die waren gevallen onderweg naar Roubaix verloren tijd. Ook de bergrit naar La Rosière leek lange tijd een prooi voor de vluchters. Mikel Nieve was de sterkste in de kopgroep, maar werd in de slotkilometer overvleugeld door Klimmer Thomas. Hij liet ploeggenoot Froome en renners als Dumoulin en Quintana achter zich, waardoor hij de rit pakte en ook meteen het geel mocht aantrekken. De zwaarte van het parcours in combinatie met z'n hitte begon voor veel renners zijn tol te eisen, zo ontplofte Adam Yates bijvoorbeeld. Marcel Kittel en Mark Cavendish kregen het dan weer niet voor elkaar om op tijd binnen te komen. De derde rit in de Alpen leek even de mooiste rit van allemaal te worden. Steven Kruijswijk had wat tijd verloren op de aankomst bergop in La Rosière en besloot mee te springen met de vroege vlucht. Op de Col de la Croix de Fer reed hij weg van deze kopgroep en met een voorsprong van zes minuten op de groep der favorieten kwam hij over de top van de klim. Na een afdaling en een stuk door de vallei had hij nog vier minuten over aan de voet van de Alpe d'Huez. Even leek hij een epische solo van 70 kilometer succesvol te kunnen afronden, maar hij kwam zichzelf een klein beetje tegen op de Nederlandse berg. Chris Froome haalde hem bij op 3,5 kilometer van de streep, maar won de rit niet. De winst ging opnieuw naar Klimmer Thomas, die in de sprint Dumoulin en Bardet te snel af was. Twee ritwinsten achter elkaar en een voorsprong van 1:39 op Froome, de zaken zien er steeds beter uit voor Thomas. Al gaat het in de Pyreneeën geheid nog gedoe opleveren binnen Team Sky. De resterende dagen van de tweede week was er in ieder geval weinig gedoe. Sprinters als Groenewegen, Gaviria en Greipel wisten de top van de Alpe d'Huez niet te bereiken, terwijl de immer aan de auto hangende Arnaud Demare dat wel voor elkaar kreeg. Hij zette een dag later in de rit naar Valence zijn ploeg op kop om een massasprint te bewerkstellingen, maar in die sprint werd hij gelukkig pas derde, achter Sagan en Kristoff. Derde ritwinst voor Sagan, aangezien bijna alle andere sprinters ondertussen verdwenen zijn zou hij nog wel eens op vier of vijf kunnen eindigen. In de ritten van zaterdag en zondag deed hij al een poging om die getallen te halen, maar dat slaagde net niet. In de rit naar Mende werd hij vierde, na een goed ingedeelde slotklim. Jasper Stuyven leek die dag lang op weg naar de overwinning, maar na een vrij lange solo kwam hij zichzelf een beetje tegen op de steile stroken van de Montée Jalabert. De altijd goedlachse en sympathieke Omar Fraile snelde hem voorbij en pakte zo de eerste zege voor Astana tijdens deze Tour. Op zondag volgde de tweede overwinning voor Astana, na een sterke prestatie van de Denen Valgren en Cort. Op de beklimming van de Pic de Nore wisten beide Denen verrassend ver vooraan te blijven. In de afdaling en het vlakke stuk richting Carcassonne kwam er daarna een groepje van acht man samen, waar een tactisch spelletje begon. Dat tactische spelletje werd uitstekende gespeeld door Astana. Bij iedere aanval was er wel een mannetje van Astana mee en vooral Cort bleek over bijzonder goede benen te beschikken. Toen Mollema aanviel zat Cort meteen op het wiel en even later wist ook Ion Izagirre nog aan te sluiten. Met z'n drieën reden ze naar de finish, terwijl Cort de situatie steeds onder controle had. Izagirre deed nog een late poging om weg te rijden, maar hij kreeg geen centimeter ruimte. De snelle Deen kon het vervolgens makkelijk afmaken in de sprint. Tussen de favorieten gebeurde er vrij weinig. Tijdens de rit naar Mende wist Primoz Roglic wel een beetje weg te rijden van Team Sky en Dumoulin, maar veel leverde het niet op. In Carcassonne gebeurde er helemaal niets. Dan Martin kwam nog met een kansloze aanval, verder hield iedereen zich koest. Het enige wat we verder zagen gebeuren was dat de racistische appelboer Moscon zijn handen weer eens niet thuis kon houden. Van dat ellendige hoopje mens zijn we gelukkig verlost de rest van deze Tour.

Tijdens de derde en laatste week van de Tour moet er dus nog een boel gebeuren. Het podium wordt op dit moment gevuld door Thomas, Froome en Dumoulin, terwijl Roglic vierde staat. Froome zal alsnog willen winnen, maar dan moet hij wel behoorlijk veel tijd pakken op Thomas. Zonder een monumentale inzinking lijkt de overwinning voor Thomas eigenlijk zo goed als zeker te zijn. Maar we hebben tijdens de Giro kunnen zien dat monumentale inzinkingen bestaan en dat miraculeuze verbeteringen ook mogelijk zijn. We duiken tijdens deze derde week de Pyreneeën in en beginnen met een lange rit richting Bagnères-de-Luchon. Vervolgens krijgen we te maken met de lachwekkend korte rit naar Saint-Lary-Soulan. 65 kilometer, een afstand voor junioren. Zou wel spektakel moeten opleveren, daar hopen mensen althans op. Als dat niet zo is kunnen we daags na die rit in ieder geval genieten van de rit naar Pau. En met genieten bedoel ik dan je tv uit het raam flikkeren. Wéér naar het onvermijdelijke Pau, ik krijg er een sik van. Daarna krijgen we nog een matige rit in de Pyreneeën met de verkeerde kant van de Aubisque en de Tourmalet op meer dan 100 kilometer van het eind. Vervolgens mogen we dan wel weer naar het mooiste stukje Frankrijk: het Franse Baskenland. Daar werken we een tijdrit af met de schamele lengte van 31 kilometer. De laatste kans voor de renners om nog wat tijdswinst te pakken, want vervolgens gaan we naar Parijs en is het feest weer voorbij.

tour-de-france-2018-stage-16-map-039e53e021.jpg
9ff13

De derde week start op bekend terrein. We zijn nog steeds in Carcassonne, de stad met de versierde citadel. Daar hebben we al uitgebreid van kunnen genieten, al viel de moderne kunst niet bij iedereen in de smaak. Ter ere van het feit dat de citadel al 20 jaar op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat werd er aan de Zwitserse prutser Felice Varini gevraagd om het geheel wat op te leuken. Hij kwam met wat gele aluminiumstrips op de proppen waarmee hij cirkels wilde gaan vormen, om een soort van optisch bedrog te creeëren. Cirkels in het water en alles. Als het de bedoeling was om ophef te veroorzaken en daarmee nog meer aandacht te genereren dan is men wel in die opzet geslaagd. Terwijl je zonder gele cirkels eigenlijk al genoeg hebt om te bespreken, aangezien Carcassonne qua toeristen al regelmatig met een tsunami te maken krijgt. Wel teleurstellend trouwens dat de citadel niet helemaal uniek is. Stamt weliswaar uit de 13e eeuw, maar ze hebben de hele teringzooi in de 19e eeuw nog een keer gerenoveerd. Ik voel me bekocht. Enfin, volgens de organisatie moet je ook zeker even de Château Comtal en de basiliek van Saint-Nazaire bezoeken, als je toch in de buurt bent. Verder zijn ze hier vrij trots op hun Canal de Midi, een kanaal waar de renners aan het eind van de 15e rit al even langs mochten rijden. Buiten dat schijnt er weinig te melden te zijn over de stad zelf. In het roadbook staan er nog wel wat punten van aandacht, maar die bevinden zich eerder ver buiten de stad. Als je het kasteel en de kathedraal hebt bezocht kun je eigenlijk alleen nog maar naar het museum van de inquisitie, daar waar je op allerlei ideeën wordt gebracht om mensen te martelen. Ik krijg er spontaan zin van om de organisatie van de Tour te vierendelen.

1526026169_000_1492M3.jpg

De zin om mensen te martelen krijg ik vooral omdat ik tot de conclusie kom dat deze rit het toonbeeld is van een schrijnend gebrek aan creativiteit. Zoals eerder al aan de orde is gekomen starten we de laatste jaren nogal vaak in Carcassonne. In 2016 bijvoorbeeld, toen er een rit was met aankomst in Montpellier. Peter Sagan won daar, maar de mensen met een goed geheugen weten dat. Je zal al een beter geheugen moeten hebben om te weten wat er in 2014 gebeurde. In die Tour was er ook een rit met start in Carcassonne en aankomst in Bagnères-de-Luchon. Kan gebeuren, want ook Bagnères-de-Luchon komt kneitervaak voor in de Tour. Enige probleem is dat de tweede steden nogal ver van elkaar liggen, dus krijg je linksom of rechtsom met een lange rit te maken. En dit heeft tot gevolg dat de eerste 155 van deze rit volledig gelijk is aan die rit uit 2014. Pas aan het eind van de rit wijken we af van het parcours van 2014 en werken we nog wat andere bergen af. De eerste 124 kilometer volgen we gewoon Google. Ga naar Google Maps, kies als startplaats Carcassonne, bestemming Bagnères-de-Luchon en een van de drie suggesties die je dan krijgt volgen we tot Saint-Girons. Hemeltergend, om heel eerlijk te zijn. Daarom pak ik de voorbeschouwing uit 2014 er maar even bij en gaan de middelvingertjes omhoog richting Frankrijk. Dit soort gedrag gaan we niet belonen.

Het départ réel is naast het vliegveld van Carcassonne. Al vroeg in de etappe moeten de renners een colletje op, Côte de Fanjeaux. 2,4 kilometer aan 5%. Geen enkel probleem. We fietsen nu al door een glooiend terrein, dus af en toe kom je een heuveltje tegen. De meeste echte heuveltjes worden overigens wel weer redelijk goed ontweken, dus het duurt even voor de volgende beklimming van de vierde categorie komt. Na 71 kilometer pas. Côte de Pamiers. 2,5 kilometer aan 5,4%. Dit heuveltje begint nadat de renners door Pamiers gereden zijn, een stad met 16.000 inwoners en een verleden in de Tour.

Pamiers_vu_des_coteaux.jpg

Het leuke is, vanaf Pamiers volgen we bijna exact de route van de vijftiende etappe in de Tour van 2010. Je moet het jezelf als parcoursbouwer natuurlijk niet te moeilijk maken. Deze etappe werd gewonnen door ieders favoriet Voeckler. Er is nog wel een klein verschilletje, de Côte de Pamiers zat niet in die etappe. Daar werd omheen gereden. Na 85 kilometer, in Pailhès, komen we zo ongeveer op de route van 2010 terecht. Eigenlijk nog een stukje verder, bij Sabarat. Al is die route van 2010 nu helemaal niet meer relevant, de route van 2014 des te meer. Het idee is exact hetzelfde, alleen krijgen we nu in plaats van de Col des Ares en de Port de Bales te maken met de Col de Mente en de Col du Portillon. Even wat bewijs tonen dat ze bij de organisatie echt enorm lui zijn:

etappe-16-profiel.png?04

De weg loopt langzaam omhoog richting het gehuchtje Clermont, niet te verwarren met het grotere Clermont. Voor de renners in Clermont aankomen passeren ze eerst nog de tunnel nabij Les Mas-d'Azil. Hier reden de renners acht jaar geleden ook door. Werden toen lastiggevallen door mensen verkleed als leden van een stam die hier 18.000 jaar geleden zou moeten hebben geleefd. La Tribu de Magda.

15i.jpg

Na Clermont is er een stukje afdaling, op weg naar de tussensprint van de dag in Saint-Girons. Een dorp met 6000 inwoners. Komt ook wel vaker voor in de Tour de France, want het ligt aan de voet van de Col de Portet-d'Aspet. Een klim die iedereen wel kent. In Saint-Girons volgt na 124 kilometer de totaal nutteloze tussensprint van de dag.

761896.jpg

De Col de Portet-d'Aspet is een beklimming van de tweede categorie. 5,4 kilometer aan 6,9% (al schijnt het tegenwoordig 7,1% te zijn, normaal worden bergen steeds kleiner maar deze groeit nog steeds). De eerste kilometers zijn redelijk makkelijk, maar vooral richting de top is het een ontzettend steile beklimming. De laatste twee kilometer van deze beklimming komt het eigenlijk niet onder de 9%. Een ontzettend populaire klim, komt ontzettend vaak voor in de Tour, vooral de laatste jaren. Zes keer in de afgelopen tien jaar, bijvoorbeeld. De beklimming is redelijk lastig, maar verder niet memorabel. Dit in tegenstelling tot de afdaling. 5 kilometer aan 9,2%, met stukken boven de 10%, zelfs een stuk aan 17%. Bovendien enorm bochtig, door een bos. Dit leverde vooral in 1995 enorm veel problemen op. Enkele renners kwamen toen ten val en braken ledematen, maar eentje was er helemaal slecht aan toe. Fabio Casartelli kwam met zijn hoofd tegen een betonblok aan en bezweek enkele uren later in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. De olympisch kampioen van 1992 overleed op 24-jarige leeftijd. Nu, meer dan 20 jaar later, staat iedere beklimming en afdaling van de Col de Portet-d'Aspet nog steeds in het teken van Casartelli.

3319248.jpg

En tot zover de voorbeschouwing van 2014. De conclusie mag vooral zijn dat ik een aantal jaar geleden korter van stof was. Maar goed, met die conclusie doen we verder niets. Boven op de Portet-d'Aspet is het nog 62 kilometer fietsen tot de finish en de eerste kilometers daarvan werken we in dalende lijn af. Dat de afdaling van de Portet-d'Aspet lastig is zal ondertussen iedereen wel weten. We komen hier vaak genoeg voorbij, dus de meeste renners kennen dit terrein. De laatste die als eerste boven wist te komen was Georg Preidler in 2015, wat dan weer zou kunnen betekenen dat het niet al te vers meer in het geheugen zit. Daarom voor de zekerheid nog maar eens benadrukken: het is een lastige afdaling. Kort, maar krachtig. Weinig haarspeldbochten, maar wel een paar venijnige korte bochten die zichzelf pas laat aankondigen. De laatste jaren gaat het hier wat beter qua valpartijen, er staat nog steeds maar één monument langs de kant van de weg. Dat is er natuurlijk wel al een teveel, maar het geeft toch aan dat het geen gekkenwerk is om de renners hier naar beneden te sturen. Na iets minder dan vijf kilometer in dalende lijn komen de renners beneden aan bij een kruispunt, waar ze wel eens rechtsaf zijn geslagen. Nu gaan ze echter rechtdoor. De weg waar we nu over rijden kennen we nog van vorig jaar. In de rit van het afgrijselijke Pau richting Peyragudes reden we ook toen over dit terrein, op weg naar de Col de Menté. Voor we die col bereiken is het eerst twee kilometer zo goed als vlak en daarna loopt het een kilometertje aan 4% omhoog. Richting het gehuchtje Ger gaat het dan even kort naar beneden, waarna de Col de Menté begint. Net als vorig jaar is de Col de Menté nog steeds zeven kilometer lang en 8,1% gemiddeld, waardoor het een klim van de eerste categorie is. Vorig jaar kwam Michael Matthews hier als eerste boven, dat was toen ineens een wonderklimmer. Voor die tijd was de klim een paar jaar afwezig, het was van 2013 geleden dat de berg nog eens beklommen werd. De vreselijke Tom Danielson kwam toen als eerste boven. De Col de Mente is vooral in het begin behoorlijk zwaar, al verschillen de profielkaartjes nogal. Volgens sommige sites krijgen de renners een paar kilometer aan 10% voor hun kiezen, de ASO houdt het op drie kilometer aan iets meer dan 8%, een tweetal kilometer aan 7,5% en vervolgens richting de top twee kilometer aan 9%. Na 171 kilometer komen de renners boven op de behoorlijk bochtige Col de Menté. Liefst 20 haarspeldbochten tijdens de klim, naast talloze andere bochten.

a5867
11815186.jpg

De afdaling is niet minder bochtig dan de klim en dus is de afdaling per definitie lastig. Vraag dat maar aan Eddy Merckx. Hij reed in 1971 op de Col de Menté weg van zijn concurrenten, waanonder gele trui Luis Ocaña. Het was alleen wel een klein beetje hondenweer, met modderstrommen en alles. Het duurde niet lang voor Merckx op z'n plaat ging, terwijl hij nochtans een goede daler was. Hij kon al snel zijn weg vervolgen, maar achter hem ging Ocaña, die net een iets mindere daler was en nog veel meer risico's moest nemen om in de buurt van Merckx te blijven, veel harder onderuit. Zo hard, dat hij gedwongen werd om de Tour te verlaten. Voor Merckx kwam dat goed uit, zijn belangrijkste concurrent verdween en zo kon hij zijn derde Tour op rij winnen. Op de plaats van de valpartij van Ocaña staat een gedenkteken, we passeren zo'n beetje alle gedenktekens in de omgevint tijdens deze rit. De kant van de Menté die afgedaald wordt is nog een stukje lastiger dan de klim. Het gaat negen kilometer aan 9% naar beneden, dat is nog net even wat anders. In het begin van de afdaling liggen er kort na elkaar ook 14 haarspeldbochten in het parcours. De weg is wel breed en het asfalt is ook redelijk in orde, maar door al die bochten en het feit dat het vaak aan meer dan 10% naar beneden gaat is het toch ontzettend pittig. Je bent continu bezig met het inschatten van de volgende bocht, er is weinig respijt tussen de bochtjes. Het tweede deel van de afdaling is totaal anders dan het eerste deel. Er zijn bijna geen haarspeldbochten meer en de wegen zijn wat rechter. Wel blijft het steil naar beneden lopen, dus de snelheid gaat hier stevig de hoogte in. Er zijn wel nog een aantal lastige bochten, maar dit is te doen. Na 180 kilometer zijn de renners beneden in Saint-Béat, waar het uitzicht meer dan prima is. In dit dorpje, waar de koers vaker passeert, slaan de renners linksaf, om vervolgens een twintigtal kilometer door de vallei te rijden.

120-RTR353I0.jpg

De weg door de vallei is breed, recht en vlak. Langs de Garonne rijden we richting Spanje. Tot nu toe bleven we gezellig in Frankrijk, maar we gaan toch nog eens een uitstapje richting het buitenland maken. We bevinden ons weer op bekend terrein. Tijdens de 17e etappe van de Tour van 2014 reden we ook lansg Saint-Béat richting de grens met Spanje om vervolgens aan de Col du Portillon te beginnen, met daarna een afdaling richting Bagnères-de-Luchon. Toen reden we na Luchon verder over de Peyresourde en Val Louron-Azet richting Saint-Lary-Soulan, toevallig exact dezelfde route als tijdens de volgende rit, met uitzondering van de slotklim. Lekker man, beetje herkauwen. Ik begin Thierry Gouvenou ervan te verdenken een koe te zijn. Enfin, tot aan de grens met Spanje is het tien kilometer fietsen. In die tien kilometer loopt het heel licht omhoog, maar eigenlijk is het gewoon vlak. We komen onderweg nog twee rotondes tegen, maar verder is dit een eenvoudig stukje rit. Als we Spanje betreden na een kilometer of 190 begint de weg iets meer omhoog te lopen, het is daadwerkelijk vals plat. In de negen kilometer tot aan de voet van de Portillon overwinnen de renners iets meer dan 150 hoogtemeters, tussen de stukjes vals plat door is het alsnog voornamelijk vlak. We passeren een aantal kleine dorpjes, zoals Pontaut, Les en Bossòst. In dit toeristische dorpje, direct aan de Garonne, ligt de voet van de klim. Bij een rotonde slaan we rechtsaf en begint de weg vrijwel meteen stevig omhoog te lopen. Na 200 kilometer begint de Col du Portillon.

14148888681_6b7cd2cc23_b.jpg

We rijden rond in de provincie Lerida, regio Catalonië. Toch fijn om dat voor de volledigheid even mee te geven. Lang mogen we verder niet genieten van Catalaanse avontuur, boven op de top van de Portillon rijden we Frankrijk weer binnen. De Col du Portillon kwam dus voor het laatst in 2014 voor in de Tour en Joaquim Rodriguez kwam toen als eerste boven. In 2014 was het al een hele tijd geleden dat de klim nog eens bedwongen werd in de Tour. Acht jaar, om precies te zijn. In 2006 kwam David de la Fuente als eerste boven, een grappenmaker in dienst van het illustere Saunier Duval. Van dat hele zooitje ongeregeld is hij wel degene die het beste weg is gekomen. Zo goed dat hij tegenwoordig nog steeds kan koersen. Op 37-jarige leeftijd werkt hij zijn wedstrijden af in het Portugese circuit, waar hij afgelopen weekend nog derde wist te worden in een koers, achter de almachtige Raul Alarcon. Dit geheel terzijde verder. De Col du Portillon is heel vaak gebruikt in ritten met een aankomst in Bagnères-de-Luchon, al is dat wel een tijd geleden. In de jaren '60 en '70 was het zo ongeveer vaste prik. Tegenwoordig dalen we meestal vanaf de Peyresourde of Port de Balès richting Luchon. De Portillon is overigens 8,3 kilometer lang en 7,1% gemiddeld. Geen bijzonder lastige klim, vooral omdat het ook nog eens een behoorlijk gelijkmatige klim is. De weg is breed en het stijgt in de eerste twee kilometers van de klim steeds aan 6,6%. Daarna zwakt het in de volgende kilometer wat af richting 5,4%, waarna het weer wat steiler omhoog gaat, aan 6,8%. Dan volgt het steilste deel van de klim, met een kilometer aan 8,3%. De kilometer daarna gaat het aan 7,3% omhoog, waarna het weer even wat lastiger wordt met een kilometertej aan 7,7%. Richting de top gaat het aan 6% omhoog. Op de top van Portillon komen we trouwens ook nog een monumentje tegen, ter ere van alle Spaanse winnaars van de Tour de France. Ergens in 2016 onthuld en mooie jongens als Miguel Indurain, Pedro Delgado en Oscar Pereiro Sio kwamen gezellig langs voor een schnabbel.

00758
IMG_3670-001.jpg

Na 208 kilometer, op 10 kilometer van de streep, komen de renners boven op deze niet al te lastige klim van de eerste categorie. Eigenlijk een beetje een floprit, om eerlijk te zijn. Het is lastig om voor te stellen dat hier veel mannen spectaculair gaan kraken. Misschien dat het verschil daarom pas gemaakt gaat worden tijdens de afdaling. Dat is best plausibel, want dit is best een pittig afdalinkje. Direct na de top volgen er een paar lastige bochtjes. Afwisselend krijgen we te maken met korte en snelle bochten die elkaar rap opvolgen en een aantal listige haarspeldbochten. Na een kleine vier kilometer in snel dalende lijn gaat het twee kilometer lang wat minder steil naar beneden, over een rechte weg. Hier is het dan weer wat ingewikkelder om weg te rijden. Vervolgens komen we weer bij wat haarspeldbochtjes uit, terwijl er langs de kant van de weg wat watervalletjes gespot kunnen worden. Na deze bochtige fase van een kilometer gaat het twee kilometer zo goed als rechtdoor richting Saint-Mamet, een dorpje dat tegen Bagnères-de-Luchon aanschuurt. In Saint-Mamet slaan de renners scherp linksaf, waarna ze Luchon binnenrijden en ook meteen onder de boog van de laatste kilometer passeren. De slotkilometer is vlak, maar alsnog wel lastig omdat er nogal wat bochtjes aanwezig zijn. Op 700 meter van de streep een bocht naar rechts, waarna er op 450 meter van de streep opnieuw een bocht naar rechts volgt. Hierna volgt er op 200 meter van het eind nog een bocht naar links, daarna is het voorbij. Rechtdoor tot aan de finish.

6682_Col-du-Portillon.jpg
xcio6is.png

Om het jaar komt er tegenwoordig een rit aan in Bagnères-de-Luchon. Sinds 2010 is dat het geval. Derhalve heb ik in 2014 en 2016 al wat moeten schrijven over dit dorpje, waar amper 3000 mensen wonen. Zoals misschien wel duidelijk is heb ik een broertje dood aan dit soort terugkerende fenomenen, dus pakken we het archief er maar weer bij. Het dorpje is bekend geworden vanwegede warmwaterbronnen in de buurt, daardoor is het al sinds de tijd van de Romeinen een kuuroordje. Kuuroorden zijn vaak populaire plaatsen in grote rondes, daarom is het inmiddels al de 59e keer dat Bagnères-de-Luchon voorkomt in de Tour. Alleen in Pau, Bordeau en Parijs kwam de Tour vaker. Best wonderbaarlijk, aangezien het dus maar een klein dorpje van niks is. Hoewel ik wel moet oppassen met wat ik zeg, want Bagnères-de-Luchon schijnt het Cannes van de televisie te zijn! Jaarlijks wordt er in Luchon een filmfestival georganiseerd, waar 1000 professionels naartoe komen. Een paar jaar geleden waren er zelfs 15.000 bezoekers aanwezig. Bagnères-de-Luchon is verder vooral het dorp waar Thomas Voeckler een aantal mooie dagen beleefde. Titi, inmiddels op de motor actief namens de Franse televisie, won twee keer in dit dorpje. Het was dan in 2014 en 2016 mijn verwachting dat hij hier ook zou winnen, maar dat kwam steeds niet echt van de grond. In 2014 ging de walgelijke Michael Rogers, ook wel bekend als Teflon Mick, met de overwinning aan de haal. Twee jaar geleden zagen we dan weer voor het eerst in een eeuwigheid geen vluchters strijden om de zege in Luchon. Er was zowaar sprake van een strijd tussen de klassementsrenners. Via de Val Louron-Azet en de Peyresourde reden we naar Luchon. Onderweg gebeurde er eigenlijk niet gek veel, waardoor er een groep van 14 man over de top van de Peyresourde reed. Aangezien de afdaling richting Luchon niet zo heel spannend was dacht iedereen aan een sprint, behalve Chris Froome. Hij versnelde op de top en smeet zich naar beneden, terwijl Quintana, die in het wiel van Froome zat, even niet zat op te letten. Froome had een gat van een paar meter, besloot op z'n fiets te gaan zitten als Mohoric en kwam uiteindelijk met 13 seconden voorsprong aan in Bagnères-de-Luchon. Pufjesmonster nam de leiderstrui over van Greg van Avermaet en stond die niet meer af. Nouja, Bagnères-de-Luchon dus. Hoeven we van mij niet echt naartoe, maar aangezien het een kuuroord is met casino's en alles hebben ze hier geld genoeg. Zoveel geld dat de volgende rit hier ook gewoon weer van start gaat. Doffe ellende.

Bagn%C3%A8res-de-Luchon_thermes.JPG

Het is een lange rit, dus starten we voor de verandering een keertje vroeg. Om 11:30 worden de renners aan de start verwacht, waarna ze tien minuten los mogen fietsen door Carcassonne. Om 11:40 begint de rit dan echt. De NOS en Sporza zijn er pas om 14:10 bij, tegen die tijd hebben de renners al meer dan 100 kilometer afgewerkt en bevinden ze zich op de helft van de rit. Als je dan pas begint met kijken mis je dus het minst interessante deel van de rit, klinkt eigenlijk wel als een goed idee. Als je de vlucht van de dag wil zien ontstaan en daarna in slaap gesust wil worden kan je Eurosport 1 raadplegen. De HOME OF CYCLING is uiteraard van begin tot eind van de partij. Aankomst wordt verwacht ergens tussen 16:54 en 17:40. Tijdens zo'n lange rit zijn die tijdsindicaties vaak toch ietwat ruk. Het weer zou in de Pyreneeën nog wel eens slecht kunnen worden. Regen en onweer in de middag, weinig wind, maar wel een behoorlijk hoge temperatuur. 27 graden en regen op je bakkes, zoiets zal het worden. De verschillende sites zijn het zowaar een keer met elkaar eens, we gaan waarschijnlijk voor het eerst regen krijgen tijdens deze Tour. Met een paar afdalingen onderweg kan deze rit dus ineens een stuk lastiger worden. In Carcassonne is het overigens een totaal ander verhaal, daar wordt het 33 graden en is het droog. Het slechte weer hangt dus vooral in de bergen en houdt misschien wel dagen aan.

Dit wordt waarschijnlijk weer een rit voor de vluchters. Dat heeft meerdere redenen. Ten eerste is de rit niet lastig genoeg. In de eerste 100 kilometer is het zo goed als vlak en daarna krijgen we wel een paar lastige klimmen, maar niet de allerlastigste klimmen. Het zal voor de favorieten lastig zijn om elkaar te lossen op de Col du Portillon, denk ik. Ook op die andere klimmetjes zal dat niet evident zijn. Al is het natuurlijk wel de eerste dag na de rustdag en kan de omschakeling van meer dan 100 kilometer vlak en dan ineens wat beklimmingen soms ook slecht vallen. Desondanks heeft de kopgroep tegen die tijd waarschijnlijk al een gigantische voorsprong. Niemand zal dat lange vlakke stuk voor z'n rekening willen nemen in het peloton, dus lopen de vluchters een eind weg. Wat verder meespeelt is dat we hierna de korte en explosieve rit van 65 kilometer krijgen, waar sommige renners toch wel bevreesd voor zullen zijn. Kan best dat bepaalde favorieten daarom nu hun benen ietwat willen sparen. Die rit van 65 kilometer is waarschijnlijk ook onmogelijk te winnen voor een vluchter, dus zullen de jongens met ambities tijdens deze rit wat harder hun best doen. Al met al zet ik mijn geld dus op de vluchters. De namen die we nu voorin gaan zien zijn namen die we waarschijnlijk eerder ook al hebben gezien. Het is ondertussen wel duidelijk wie er nog wat wil proberen. Enige nadeel voor sommige lichte jongens is het feit dat de aanloop nogal vlak is. Zal wel flink wat krachten kosten om weg te rijden. Wellicht ontstaat de kopgroep pas na 25 kilometer, op het eerste echte klimmetje van de dag. Maar afijn, dat zien we dan wel.
1. Yates. Deed een paar pogingen om weg te rijden tijdens de rit naar Carcassonne, maar dat slaagde niet helemaal. Na een paar matige weken, waarin hij blijkbaar te maken had met uitdroging, speelt Yates geen rol meer in het klassement. Daarom kan hij nog een aantal keer proberen om in de aanval te gaan. Deze aanloop is misschien niet ideaal voor hem, maar als hij eenmaal in de kopgroep weet te belanden heeft de rest wel een dik probleem. Fladdert op de Portillon vast weg en dalen kan hij ook nog wel. Boeken toe.
2. Gaudu. Een rit met een vlakke aanloop en dan ga ik dit soort lichtgewichten noemen. Lekker bezig. Nee, hier is de wens meer de vader van de gedachte. Brilsmurf leek ooit een groot talent, maar dit jaar bakt hij er relatief gezien weinig van. Dat is jammer, want het is altijd wel lachen om zo'n gozertje van twee turven hoog en 12 kilo bergop te zien fladderen.
3. Barguil. Nee, nog steeds niet de Barguil van 2017. Deed er naar Carcassonne ook alles aan om mee te zitten, maar alles was niet genoeg. Misschien dat hij nu meer geluk heeft. Al zal winnen dan alsnog een lastig verhaal worden, want de beentjes en ook het hoofd staan niet op punt.
4. Pozzovivo. Na een paar dagen ziekte en een beetje hangen aan de auto gaat het ineens weer een stuk beter met kleine Domenico. Met de rustdag erbij zal de oude vorm wel weer zo ongeveer present zijn en daarom kan hij opnieuw in de aanval. De aanloop is dan wel weer wat ongunstig voor hem, maar hij kan vast meesluipen in het wiel van een van zijn ploeggenoten. Brilliant tactics. Afdaling aan het eind is dan wel weer een nadeel, als je maar 25 kilo weegt ben je immers niet zo snel beneden en buiten dat is dalen sowieso niet echt zijn specialiteit.
5. Majka. Veel hinder ondervonden na een val in Roubaix en omstreken, maar langzaam is het door testosteron en groeihormonen gemodificeerde lichaam aan het herstellen. Was de sterkste bergop van de kopgroep op de Pic de Nore, maar toen kwam er nog een afdaling en een lang vlak stuk richting Carcassonne. Dalen is niet echt de favoriete bezigheid van Majka en dat zal hem ook tijdens deze rit parten spelen.
noodgangdinsdag 31 juli 2018 @ 07:50
SPOILER: Etappe 17: Bagnères-de-Luchon - Saint-Lary-Soulan Col du Portet, 65 km
Etappe 17: Bagnères-de-Luchon - Saint-Lary-Soulan Col du Portet, 65 km

De 16e rit begon met een spervuur aan demarrages, maar door de vlakke aanloopfase wist niemand weg te rijden. Na een kilometer of 30 fietsen reden de renners ineens dwars door het terrein van wat boze boeren. Deze boze boeren hadden wat strobalen op de weg gelegd en daar was de Franse politie het niet echt mee eens. Aangezien de gendarmerie niet echt van de halve maatregelen is werd er meteen een fles pepperspray zo groot als een brandblusser tevoorschijn getoverd, wat niet echt een goed idee was. De renners reden dwars door de walm en kregen zodoende last van hun ogen. Lekker gewerkt, Frankrijk. Na een nieuwe neutralisatie van een kwartier, om de renners wat tijd te geven de troep uit hun ogen te spuiten, vertrok de rit weer. Talloze aanvalspogingen verder reed er pas na 100 kilometer koers een kopgroep weg. Meteen een dikke kopgroep ook, 47 renners in totaal. Vanaf dat moment viel de koers volledig stil. Het was even vermakelijk, maar tot aan de voet van de Portet d'Aspet gebeurde er helemaal niets meer. Vlak voor deze klim besloot Philippe Gilbert vanuit de kopgroep te vertrekken en hij reed in z'n eentje over de top van de klim waar Fabio Casartelli aan z'n einde kwam. In de afdaling deed Gilbert vervolgens een poging om Casartelli op te volgen. Hij vloog zo uit de bocht het skoekeloen in. Gelukkig kwam hij even later weer heelhuids naar boven en wist hij zelfs nod de rit uit te rijden. Op de tweede lastige klim reed Robert Gesink, ook aanwezig in de kopgroep, samen met Caruso en Barguil weg. Barguil bleek al snel weer rotslecht te zijn en moest lossen, maar Caruso hield prima stand. Vanuit de achtergrond slopen er nog wat andere renners naar voren, zoals Adam Yates, Julian Alaphilippe en Bauke Mollema. Met een select groepje begon men aan de afdaling en een lang stuk in de vallei. Dit selectere groepje werd wat minder select in die vallei, omdat het een beetje stilviel. Iedereen was op de Col du Portillon aan het wachten. Daar moest het dan maar gebeuren. Op die klim probeerde Gesink er op zijn eigen tempo weer van weg te rijden, maar dat lukte niet. Er waren enkele renners aanwezig die simpelweg beter waren. Adam Yates had zich de hele dag verstopt en ging er op een kilometer of drie van de top vandoor. Hij reed meteen een aardige voorsprong bij elkaar en hoefde alleen nog maar even de afdaling te overleven. Geen sinecure, zeker niet omdat Julian Alaphilippe zijn eerste achtervolger was. En Alaphilippe, die kan wel een aardig eindje dalen. Adam Yates klaarblijkelijk niet, in een niet eens zo lastige bocht ging hij in winnende positie onderuit. Tegen de tijd dat hij zo'n fiets zit was Alaphilippe hem al voorbij. De lollerende Fransoos kreeg zo de overwinning in de schoot geworpen. Daarachter deed Gorka Izaggire, ook geen misselijke daler, nog een poging om naar Alaphilippe te rijden, maar de Fransoos had een te groot gat geslagen op de klim. De tweede ritzege voor hem, bovendien zit de bollentrui nog wat steviger om zijn schouders. De Barguil van 2018, zijn energievoorraad lijkt onuitputtelijk.

Di3kN8bX4AAuzvd.jpg

Het werd dus weer een rit voor de vluchters, zoals te verwachten viel. Met de lange vlakke aanloop en de drie klimmen die net niet lastig genoeg waren was het voor de klassementsrenners moeilijk om iets te overnemen. De mannetjes van Sky konden makkelijk overleven en dus zagen we op de Portillon alleen nog een halfslachtige poging van Fuglsang en Zakarin. Verder deed niemand wat. Ten eerste omdat het niet lastig genoeg was en ten tweede omdat er nu een rit aankomt waar heel veel mensen heel wat van verwachten. We krijgen de kortste rit in de Tour sinds een jaar of 100. Een etappe van 65 kilometer, met drie beklimmingen. Een lachwekkende afstand, 65 kilometer. Zo'n afstand die je zelf op je stadsfiets nog wel kan halen. Een afstand waar junioren en nieuwelingen zich eigenlijk al voor schamen. Een afstand waar vrouwen voor belachelijk worden gemaakt. En tijdens de belangrijkste wedstrijd van het jaar kijkt iedereen er naar uit. Tikkeltje hypocriet en ook gerust een tikkeltje gênant. Het kan best heel spectaculair worden, maar het is ook heel spectaculair om de renners over een downhill-parcours te sturen. Heeft alleen weinig met wielrennen te maken, net als een rit van 65 kilometer. En je kan er donder op zeggen dat dit experiment vaker herhaald gaat worden als het morgen ook maar enigszins een beetje kijkwaardig is. Deze jongen vreest met grote vrezen.

tour-de-france-2018-stage-17-map-72f9400314.jpg
b1687

We beginnen waar we eindigden, in Bagnères-de-Luchon. Dit dorpje heeft immers nog niet genoeg aandacht gedacht. Sinds 2010 vijf keer een aankomstplaats en ook drie keer een plaats van vertrek. Bij de termen en het casino zijn ze er ongetwijfeld blij mee, maar verder zit niemand hier nog op te wachten. Je komt op zo'n punt aan dat je van gekkigheid niet meer weet wat voor anekdotes je moet vertellen over dit dorpje. Hebben ze bij de organisatie ook last van, daarom komen ze met verhalen over 1910 en 1969. In 1910 kwamen we voor het eerst aan in Bagnères-de-Luchon en de Pyreneeën in het geheel. Bij deze eerste kennismaking met de bergen was Octave Lapize duidelijk de sterkste. Hij won in Luchon, won later in Bayonne en nam de gele trui mee naar huis. In 1969 leverde Eddy Merckx dan weer een krachttoer af in een rit naar Luchon. Hij reed in z'n eentje 130 kilometer op kop en kwam met acht minuten voorsprong aan bij de finish. Nouja, te gek. De laatste keer dat er een rit vertrok vanuit Bagnères-de-Luchon is trouwens alweer van 2012 geleden. Toen reden we naar Peyragudes, waar Alejandro Valverde zowaar een keer vroeg in de aanval ging en solo wist aan te komen. We gaan nu ook op weg naar Peyragudes, de geschiedenis blijft zich herhalen. Toen reden we alleen met een enorme omweg naar die berg, nu fietsen we er direct naartoe. Nog wat willekeurige feitjes over Bagnères-de-Luchon: boven het dorp ligt een skioord, Superbagnères. Is de Tour ook wel eens geweest, voor het laatst in 1989. Toen won Robert Millar Philippa York daar. Ze hebben hier ook hun eigen mineraalwater, maar dat is weinig verrassend te noemen. Dat er blijkbaar ook een modeltreinmuseum is vind ik dan wel weer lichtelijk verrassend. Is niet het enige museum, ze hebben er nog wel wat meer, kun je tussen het gokken en het badderen door ook nog wat andere activiteiten ondernemen. Starten doen we aan de rand van het dorp, langs de lokale begraafplaats.

Rwqyvxy.jpg

Alsof een rit met een afstand van 65 kilometer nog niet lachwekkend genoeg is hebben ze bij de organisatie in een ietwat beschonken toestand nog iets nieuws bedacht. Voor de verandering is er een keer geen lange neutralisatie, maar starten de renners op volgorde van het algemeen klassement. Alsof we hier te maken hebben met de MotoGP of de Formule 1 (zijn trouwens geen sporten) staan de renners los van elkaar op de start grid. Geraint Thomas zal helemaal vooraan staan, met in zijn schaduw Chris Froome en Tom Dumoulin. Daarachter staan de resterende renners uit de top 10 ook schuin naast elkaar. Na de eerste 10 zit er wat meer ruimte en staan de renners in rijen van vijf naast elkaar. Na de nummers 11 t/m 20 krijgen we steeds vier vakken van vijf renners met wat ruimte ertussen. Waar dat op slaat? Als een lul op een drumstel. Het is geen veldrit of een wedstrijdje mountainbiken waarbij je meteen van een brede weg een smalle steeg induikt, nee. We rijden richting de Col de Peyresourde over een enorm brede weg, waar iedereen dus een kilometer later meteen zijn positie ingenomen kan hebben. Er hoeft geen enorme sprint getrokken te worden om vooraan aan de klim te beginnen, dus er is geen praktisch nut. Het is niet eens een leuk idee en de uitvoering is ook nog eens compleet ruk. Wijn is niet fijn. Om de neutralisatie te vervangen mogen de renners trouwens in een soort van afgesloten ruimte warmfietsen. Ze mogen met 150 man in een soort van arena rondjes fietsen terwijl er misschien, als het een beetje meezit, supporters aan de kant staan. De renners zijn gedegradeerd tot aapjes in een circus. Het is een meelijwekkend, mensonterend en weerzinwekkend gebeuren. Doe uit dat licht, weg de ASO.

x1080-rRr.jpg

Deze rit, waar de gemiddelde toerist z'n hand nog niet voor zou omdraaien, begint na de ongetwijfeld bespottelijke start meteen met een lastige beklimming. Een beklimming die we allemaal wel kennen. De Col de Peyresourde zit tegenwoordig bijna ieder jaar in het parcours. In 1910 debuteerde de klim al en sindsdien heeft men deze klim een keer of 50 opgezocht. Vorig jaar nog, toen de rit aankwam boven op een steile nieuwe weg in Peyragudes. Ook in 2016 kwam de klim voor, toen werd hij alleen wel van de andere kant beklommen. Dat was de bewuste rit waar Froome koos voor een aanval in de afdaling. Vanuit Bagnères-de-Luchon is de Peyresourde 13 kilometer lang en 7% gemiddeld. Direct na de lollerstart gaat het een kilometer omhoog aan 6%. Daarna wordt het wat makkelijker met een kilometer aan 3%. Tegen deze tijd heeft het treintje van Sky zich waarschijnlijk wel al geformeerd. Een kilometer aan 6% wordt opgevolgd door een steile aan 8%, waarna er een kilometer aan 7,5% volgt, wat dan weer het einde is van het eerste deel van de klim. Een kilometer ter recuperatie aan 4% volgt. Dit is dan weer het startschot voor het tweede, lastige deel van de Peyresourde. Het gaat zeven kilometer omhoog tussen de 7 en 8,5%. Geen makkelijke stukken meer, steeds stevig bergop. Na 13,2 kilometer koers bereiken we dan de top van de Peyresourde, waar geen punten uitgedeeld worden. We beginnen aan de afdaling van de Peyresourde, maar na 500 meter slaan we linksaf richting Peyragudes. Over een wat smaller weg loopt het direct weer steil omhoog aan een procent of acht. Dit duurt een halve kilometer, daarna gaat het nog een kilometer verder aan 5% naar de top van Peyragudes. Na 15 kilometer bereiken we de top van de eerste van drie bergen, eentje van de eerste categorie. Een andere passage van Peyragudes dan in 2017 en 2012, maar we pakken toch weer even anderhalve kilometer in stijgende lijn mee. Hoera.

9af3e
France_Col_Peyresourde.jpg

Net buiten het skidorpje begint de weg al naar beneden te lopen. Het gaat anderhalve kilometer voorzichtig naar beneden, waarna we een redelijk vlakke passage tussen de chaletjes en hotels hebben, met alleen een rotonde tussendoor. Als de bebouwing stopt komen we terecht op de weg waar de renners vorig jaar omhoog moesten. Een steile weg, met onder meer een kilometer aan 9%. Hier gaan we nu dus naar beneden en omdat het zo steil is valt deze afdaling niet mee. Meteen in het begin een paar haarspeldbochten, best wel opletten geblazen. Na ongeveer drie kilometer over deze iets smallere weg bereiken we deze bocht, waar de renners linksaf slaan. We zijn nu weer op de brede weg van de Peyresourde aanbeland en hier gaat het iets simpeler naar beneden richting Loudervielle. Na een kilometer of twee zo goed als rechtdoor gedaald te hebben komen we in Loudervielle twee haarspeldbochten tegen. Daarna gaat het weer anderhalve kilometer min of meer rechtdoor, tot Estarvielle. Hier nemen we een haarspeldbochtje naar links, om vervolgens over een iets smallere weg door het dorp te rijden. Buiten Estarvielle is de afdaling klaar. Het is een kilometertje vlak terwijl de coureurs over een bochtig weggetje rijden, richting Loudenvielle. Eerst Louderviellle, daarna Loudenvielle. Altijd lachen. Richting dit dorpje, waar de tussensprint van de dag ligt, gaat het zelfs nog even vals plat omhoog. De tussensprint bereiken we na 27,5 kilometer, op 37,5 kilometer van het eind. Loudenvielle kennen we omdat de karavaan hier zo'n beetje jaarlijks passeert. Daarnaast kwam hier al drie keer eerder een rit aan, voor het laatst in 2007. De overwinning ging toen naar Vinokourov, maar die werd later betrapt en daarom staat de overwinning nu op naam van Kim Kirchen. Het blijft toch een merkwaardige sport he, dat wielrennen?

trail-decouverte-de-loudenveille-val-louron.jpg

Loudenvielle ligt aan het Lac de Génos-Loudenvielle en langs dit meer fietsen de renners over een rechte weg naar Génos. Vlak voor de tussensprint kwamen ze nog wel een vervelende bochtencombinatie tegen, met daarna nog twee bochtjes naar rechts, maar vervolgens gaat het anderhalve kilometer rechtdoor richting Génos over een vlakke weg. In het dorpje Génos ligt de voet van de volgende klim van de dag, de Col de Val Louron-Azet. In het dorp begint de weg omhoog te lopen en na een bocht naar links krijgen we meteen met stevige percentages te maken. De Col de Val Louron-Azet is 7,4 kilometer lang en 8,3% gemiddeld. De eerste kilometer van deze klim van de eerste categorie stijgt het meteen aan 7,5%, maar dat is niets vergeleken met de kilometers die volgen. Twee kilometer aan 9% en een kilometer aan 10%, straffe kost. Daarna wordt het wel weer wat makkelijker met een kilometer aan 7,6%, gevolgd door een duizendtal meter aan 6%. Richting de top wordt het dan weer wat lastiger, we nemen afscheid van de klim met een kilometer aan 8,5% en een afsluitende strook aan meer dan 10%. Na 37 kilometer komen de renners boven op deze klim die de laatste jaren aan populariteit heeft gewonnen. In 1997 debuteerde de klim pas en Marco Pantani was toen de allereerste die als eerste boven wist te komen. In 1999 keerde de klim terug, de altijd scheef op zijn fiets zittende Fernando Escartin was toen de eerste die de col wist te bedwingen. Daarna kwam de klim alleen in 2001 en 2005 nog terug, tot 2013. Sinds 2013 is dit de vierde keer dat we hier passeren. De laatste die als eerste bovenkwam op deze col was Chris Froome, in 2016. Toevallig in de rit die later over de Peyresourde richting Bagnères-de-Luchon zou voeren.

90bb8
2446236Master.jpg

De beklimming is behoorlijk bochtig, met in het begin meteen een stuk of 10 haarspeldbochten. Kan Wilco Kelderman je alles over vertellen, die ging hier in 2016 vol op z'n muil in de afdaling. Maar goed, dat zou Wilco Kelderman overal kunnen overkomen. We dalen nu in ieder geval langs de andere kant van de klim af en deze afdaling is wat langer dan de klim. 10 kilometer lang, daardoor is het gemiddelde dalingspercentage ook wat lager, 'slechts' 7%. Het eerste deel van de afdaling valt best mee, de eerste vier kilometer komen de renners wel wat bochten tegen, maar weinig onoverkomelijkheden. Pas in het dorpje Azet wordt de afdaling echt technisch. Net buiten het dorpje ligt er een venijnige haarspeldbocht en in het dorpje zelf is het enorm veel draaien en keren, terwijl er allemaal stenen muurtjes en huizen langs de kant van de weg staan. Als we het dorpje uitrijden komen we weer in een lastige fase met wat haarspeldbochten terecht, dit houdt nog een aantal kilometer aan. Net buiten het volgende dorpje, Estensan, liggen er nog twee listige bochtjes op de coureurs te wachten en dan is het lastige deel van de afdaling wel geweest. Er wordt nog drie kilometer licht verder gedaald tot we Saint-Lary-Soulan bereiken. Dit dorpje met 1000 inwoners passeren we op weg naar de voet van de slotklim. Aan het eind van de afdaling is er een bocht naar rechts en daarna gaat het in Saint-Lary anderhalve kilometer min of meer rechtdoor, al komen we nog wel drie rotondes tegen.

saint-lary-soulan.jpg

Bij de derde rotonde slaan de renners linksaf en daarna is het nog even een halve kilometer vlak. Een bocht naar rechts volgt en dan zijn we vertrokken. We gaan beginnen aan de Col de Portet. Deze col is 16 kilometer lang en 8,7% gemiddeld, daardoor een beklimming van de buitencategorie. De eerste zeven kilometer van de klim rijden de renners over een voor velen bekende weg. De Tour is al behoorlijk vaak in Saint-Lary-Soulan geweest en meestal eindigde de rit dan op Pla d'Adet. We rijden over een brede, bochtige en steile weg naar boven. In de eerste kilometer van de klim gaat het meteen aan 9% omhoog en daarna zelfs drie kilometer achter elkaar aan 10%. Het zwakt dan wel even af met twee kilometer aan iets meer dan 8,5%, maar het blijft lastig. Hierna krijgen we een kilometer aan 9,5% en dan rijden de renners door het dorpje Espiaube, waar er een heel kort knikje naar beneden in het parcours ligt, met een lange bocht naar links. Aan het eind van deze bocht kan je rechtdoor rijden, dan kom je uit in Pla d'Adet. Doen we niet, we gaan direct rechtsaf. De weg begint weer omhoog te lopen en we zijn definitief begonnen aan de Col du Portet. Nog negen kilometer tot de finish, en het zijn pijnlijke kilometers. Mede door het korte stukje in dalende lijn valt deze kilometer wel mee, het gaat gemiddeld aan 5% omhoog. Daarna wordt het evenwel weer een stuk heftiger, met een kilometer aan 9%, gevolgd door een kilometer aan 8%. Vervolgens weer twee heftige kilometers aan 9%, waarna er toch nog even een moment van ontspanning volgt, een kilometertje aan 6,7%. Het is nu nog drie kilometer fietsen tot de top, over een weg met nogal wat haarspeldbochten. Verder wel een behoorlijk open terrein. Richting de top krijgen de coureurs nog twee kilometer aan 8,5% voorgeschoteld, voor het in de laatste kilometer nog eens aan 10% omhoog gaat. Het leukste bewaren we voor het laatst. Na 65 kilometer eindigt de rit van boven op deze klim, terwijl we in de slotkilometer nog even door een tunneltje hebben moeten rijden.

b8424
DiuJpeDW0AALM2n.jpg:large

Het is voor het eerst dat de Col du Portet voorkomt in de Tour de France. Andere bronnen spreken trouwens van de Col de Portet, maar aangezien du organisatie voor du gaat doe ik dat ook. Ergens in 1982 was men al van plan om de Portet een keer te beklimmen, na een tip van de lokale bevolking in Saint-Lary-Soulan. Kwam er niet van, dus heeft men tot 2018 moeten wachten. Er is wel een goede reden te bedenken waarom de organisatie nooit aan de Portet is begonnen. Tot een paar maanden terug was een groot deel van de klim namelijk niet geasfalteerd. Of nouja, er lag wel ooit asfalt, maar daar had men al zo ontzettend lang niets meer aan gedaan dat het vanzelf een grindweg was geworden. Enkele renners hebben tijdens hun verkenning nog over deze grindweg mogen fietsen. Nu ligt er een verse laag asfalt op de klim, al schijnt er her en der nog wel wat steenslag te liggen. Dat ruimt de organisatie meestal wel weer op tijd op, dus mogen de renners zich over prachtig nieuw asfalt naar boven hijsen. Langs de kant van de weg zullen er niet alleen menselijke toeschouwers staan, want in het dagelijks leven is dit toch vooral het terrein van enkele groepen loslopende koeien. Het is een mooie, lastige klim. De organisatie hoopt dat dit een 'nieuwe Tourmalet' wordt. Dat hoop ik niet, want dat zou betekenen dat deze klim bijna jaarlijks opgenomen zou worden in het parcours en in zo'n overkill heeft niemand zin. Leuke bijkomstigheid van de Col du Portet is dat hier op de top de Souvenir Henri Desgrange ligt. Met 2215 meter boven zeeniveau is dit de hoogste top van de Tour van 2018. Naast flink wat bergpunten en een ritzege ligt er voor de sterkste van de dag dus ook nog een mooie geldprijs in het verschiet. Niks mis mee.

QU8UWwC.jpg

In de officiële aankondigingen heeft men het steeds over Saint-Lary-Soulan als aankomstplaats, maar inmiddels mag duidelijk zijn dat dit larykoek is. We passeren Saint-Lary-Soulan op 16 kilometer van de finish en moeten dan nog een heel eind bergop, ver weg van het nietige dorpje met amper 1000 inwoners. Het grappige is dat de Tour al 11 keer in Saint-Lary-Soulan is geweest, maar nog nooit in het dorpje zelf is geëindigd. De vorige tien keer dat we door het dorp reden moesten de renners iedere keer verder naar Pla d'Adet. Voor het eerst in 1974, toen een 38-jarige Raymond Poulidor wist te winnen. Andere winnaars op Pla d'Adet zijn onder meer onze eigen Joop Zoetemelk en Lucien van Impe wist zelfs twee keer te winnen. Recentelijk wonnen een aantal jongens met een streep door hun naam op Pla d'Adet. In 2005 reed George Hincapie hier de lafste koers van zijn leven, wat hem dan wel weer een ritzege opleverde. Een paar jaar eerder, in 2001, won zijn kopman Lance Armstrong dan weer. Hij reed Ullrich, Beloki en co frontaal de vernieling in. De laatste aankomst op Pla d'Adet dateert van 2014. Rafal HGHajka won zijn tweede rit van die Tour, na het wegvallen van Alberto Contador ontpopte hij zich als een waardig rittenkaper. Een echte opvolger gaat Majka niet krijgen, ondanks het feit dat de naam Saint-Lary-Soulan weer in alle krantenkoppen zal staan. Er zit toch wel een significant verschil tussen Pla d'Adet en de Col du Portet. 10,2 kilometer aan 8,3% tegenover 16 kilometer aan 8,7%. Dat de naam van de Col du Portet een beetje weggemoffeld wordt ten gunste van Saint-Lary-Soulan heeft vooral een economische betekenis. Dit hele gebied is zo ongeveer het grootste skigebied van de Franse Pyreneeën en moet daarom zoveel mogelijk onder de aandacht gebracht worden. Lekker voorspelbaar allemaal, daarom krijgen jullie van mij een foto met koeien.

hDMboRH.jpg

Deze debiel korte rit start vanzelfsprekend pas vrij laat. Om 15:15 staan Max Verstappen en Lewis Hamilton (waarom ken ik deze namen?) in de starthouding om meteen richting de eerste bocht te sprinten en elkaar daarna van de baan af te tikken zodra de lichten op groen gaan. Of misschien zien we wel ineens Mathieu van der Poel en Wout van Aert richting het veld sprinten. Wat ook kan is dat we de klassementsrenners op hun gemakje zien vertrekken waarna een halve kilometer verderop Kwiatkowski en Twan Poels een rustig tempo gaan rijden, terwijl nobuddies als De Gendt en Vanendert in de aanval gaan. Laten we er mee kappen, ik word er niet goed van. We kunnen dit stukje antigenot in ieder geval wel overal live meemaken. Dat is dan weer het voordeel van een rit met een afstand voor de nieuwelingen. Tussen 17:23 en 17:44 komen de renners boven aan op de nieuwe Tourmalet, een klim die je ook met de Ventoux zou kunnen vergelijken. Tijdens de vorige rit zou het best slecht weer worden, maar dat viel in de praktijk alleszins mee. Een paar buitjes onderweg, maar niet de enorme buien die werden voorspeld. Niets is zo veranderlijk als het weer, blijkbaar. Ook tijdens deze etappe wordt er beestenweer voorspeld. De ganse dag regen, met ook nog wat kans op onweer. 27 graden in Bagnères-de-Luchon en 97% kans op regen. Ook in Saint-Lary-Soulan een vergelijkbaar weerbericht. 26 graden en tussen de 80 à 90% kans op regen in de middag. Het zal dus wel weer droog blijven, want zo gaat dat. Tevens wordt er weinig wind voorspeld, dus gaat het keihard waaien.

Aangezien de rit maar heel kort is zal er weinig tijd zijn voor eventuele vluchters om weg te rijden. Bovendien hebben bijna alle rittenkapers heel veel van hun krachten weggegooid tijdens de vorige ritten. Derhalve lijkt het me best plausibel dat deze rit naar een van de favorieten gaat. Er zijn best wat ploegen die nog iets zullen willen proberen. Sunweb bijvoorbeeld, of Movistar, of Lotto Jumbo. Tevens gaat er binnen Sky natuurlijk nog het nodige gebeuren. Ondanks alle mooie praatjes wil Froome natuurlijk maar één ding, en dat is de Tour de France winnen. Een winnende ploeggenoot zou de pijn van het verliezen maar licht verzachten. Het lijkt me geen al te onrealistische scenario dat Movistar op de eerste klim van de dag gaat proberen om het peloton behoorlijk uit elkaar te rijden, in de hoop dat Thomas en Froome snel geïsoleerd komen te zitten. Wordt alleen een lastig verhaal, want Bernal zal sowieso niet snel kraken. Het is de derde week, dus ook Wout Poels zal weer in bloedvorm zijn en dan heb je ook nog Kwiatkowski. Voor de koers zou het mooi zijn als alle knechten vroeg moeten lossen, maar de kans is ook best aanwezig dat het gewoon weer gesloten gaat worden en dat Sky alles naar de vaantjes rijdt. Het kan best dat we pas actie gaan krijgen op de slotklim, de bijzonder lastige slotklim. Zal wel wat angst inboezemen bij de renners, ondanks de gering afstand van de rit. Showdown op de laatste klim en dan gaan we waarschijnlijk wel wat aardige verschillen zien.
1. Froome. De coup gaat dan eindelijk komen. Gaat op de Portet gewoon iedereen helemaal naar huis fietsen. Brommertje aan en rechtdoor met het winkelwagentje naar de kassa. Zonder te pinnen vervolgens rechtdoor naar huis, want zo is ie dan ook wel weer.
2. Landa. Ik sta volledig achter Landani. Gaat weer eens ouderwets schroeien tijdens de derde week. Quintana en Valverde mogen zich op kop zetten.
3. Dumoulin. Dumourain gaat weer eens laten zien hoe onmenselijk hij is. Even lekker de nieuwe Tourmalet opknallen op je eigen tempo, want verder is er nog nooit iemand op het idee gekomen om z'n eigen tempo te rijden. Behoorlijke marginal gain. Tomatensoepje van de AH erbij, helemaal mooi.
4. Thomas. Ik geloof eigenlijk niet dat Thomas nog een slechte dag gaat krijgen, maar wel geloof ik dat hij zijn niveau van de eerste twee weken net niet helemaal gaat volhouden. Een klein dipje dus, waardoor hij in ieder geval niet zijn derde rit gaat winnen. Kan waarschijnlijk wel de gele trui vasthouden aangezien zijn voorsprong toch aanzienlijk is. Als die voorsprong een beetje slinkt krijgen we nog hilarische dagen. Zwarte humor, dat dan weer wel.
5. Roglic. Wisten jullie dat hij ooit schansspringer is geweest?

Overigens is dit echt een lachwekkend korte rit.
SPOILER: Etappe 18: Trie-sur-Baïse - Pau, 171 km
Etappe 18: Trie-sur-Baïse - Pau, 171 km

En jongens, hebben we genoten van het fantastische experiment? Ik in ieder geval niet echt. De start was een regelrechte blamage, zoals te verwachten viel. Geen start zoals bij het veldrijden waar iedereen richting de eerste bocht sprint. Nee, een start waarbij alle renners rustig in de klikpedaaltjes proberen te komen en daarna achterom kijken, wachtend op de knechten. Renners van de tweede en derde rij gingen in de aanval terwijl we 500 meter verderop al een treintje van Sky op kop hadden rijden. Geweldig idee, goede uitvoering, niks meer aan doen. Voortaan bij iedere rit, als het even kan. Na deze buitengewoon epische start voltrok zich een scenario dat je vooraf wel kon uittekenen. Een groepje reed weg en daarachter reed Sky op kop. Vooraan reed Kangert solo, met een kleine voorsprong op wat achtervolgende groepjes. In het peloton mocht Luke Rowe het tempo bepalen op de hele Peyresourde en het stukje Peyragudes. Aan de kop van de koers kreeg Kangert na een tijdje gezelschap van Alaphilippe en samen reden zij naar de slotklim, waar Alaphilippe dan weer moest lossen omdat zijn krachtenarsenaal klaarblijkelijk toch niet onuitputtelijk is. In het peloton moesten we wachten tot op 35 kilometer van het eind voor wat koers. Dan heb je slechts een rit van 65 kilometer en dan krijg je de eerste 30 kilometer ook nog eens helemaal niets te zien, briljant. AG2R zette wat mannetjes op kop, joost mag wegen waarom. Daarna nam Marc Soler namens Movistar het commando over, want die ploeg had wel wat bedacht. Aan het begin van de slotklim reed Nairo Quintana weg van de groep der favorieten, terwijl Peter Sagan zo ongeveer voor het eerst in zijn carrière onderuit ging in een afdaling. Quintana reed meteeen een mooie voorsprong bij elkaar en kreeg later gezelschap van Alejandro Valverde, die in een groepje tussen de kop van de koers en het uitgedunde pelotonnetje aan het zwemmen was. Mede dankzij de hulp van Valverde liep de voorsprong van Quintana gestaag op. Daarachter deed Roglic een poging om samen met Froome weg te rijden, maar omdat Dumoulin dat gat weer dichtreed lukte dat niet. Na een tijdje haalde Quintana Kangert bij, terwijl Majka als een van de laatste overblijvers van de vroege vluchters nog even wist aan te haken. Uiteindelijk ging Quintana solo, terwijl het tempo in het peloton werd bepaald door een herboren Wout Poels. Die derde week he, altijd lachen. We keken dus eigenlijk helemaal nergens naar. Vooraan een Colombiaantje waarvan al vrij snel duidelijk werd dat hij ging winnen en daarachter een groep van een man of negen met daarin vier renners van Sky. Leuke sport, dat wielrennen. Alleen tijdens de laatste drie kilometer kregen we nog wat koers. Kruijswijk die nog met een soort van aanvalletje kwam, maar daar kon Bernal alleen maar om lachen. Later nog wat aanvalletjes van Dumoulin en Roglic, met gevolgen. Froome moest passen. Thomas moest dan weer niet passen. Hij reed in de laatste meters van de rit zelfs nog weg van Roglic en Dumoulin. Veel dichter bij Quintana kwam hij dan weer niet, de Colombiaan pakt na een knappe aanval zijn eerste ritzege in deze Tour en pas zijn tweede in totaal. Dan Martin werd nog knap tweede, die heeft er zo'n beetje de hele klim tussen zitten te zwemmen. Thomas derde, zijn medemutanten Roglic en Dumoulin vierde en vijfde. Froome verloor iets meer dan 40 seconden en dreigt van het podium te vallen. Al zegt dat bij Froome niets, weten we sinds de Giro. Aan de achterkant van de koers hing de immer vervelende Arnaud Demare weer eens de hele dag aan de auto. Met één rit in het achterhoofd, de rit die we nu gaan krijgen. Een misselijkmakende en mensonterende rit, om spontaan agressief van te worden. Na twee dagen in de Pyreneeën is het blijkbaar tijd voor een extra rustdag. Je kan het volgens Gouvenou de renners niet aandoen om drie bergritten achter elkaar te rijden, ook al is een van die bergritten slechts 65 kilometer lang. Het is tijd voor een vlakke rit, eentje die aankomt op een onvermijdelijke plaats. We gaan voor de 400e keer naar Pau.

tour-de-france-2018-stage-18-map-4590396db1.jpg
0da67

Na twee dagen in de Pyreneeën bevinden we ons nu op een kilometer of 60 van Saint-Lary-Soulan op het Franse platteland in een klein dorpje met net iets meer dan 1000 inwoners. Voor het eerst in de lange geschiedenis van de Tour de France start de koers in Trie-sur-Baïse. In het verleden is men wel eens door het dorp gereden, maar starten of eindigen deed men er nog nooit. Waarom nu dan wel? Geen idee. Er valt werkelijk waar niets te melden over dit dorpje. Ja, dat de meeste inwoners zich vooral bezighouden met agriculturele toestanden. Blijkbaar zou er hier ook sprake moeten zijn van toerisme, het hele jaar door. Zou niet weten waarom, maar goed. Verder schijnt het voor sommige mensen op de route richting Lourdes te liggen. Wat verder opvalt aan Trie-sur-Baïse is de vorm van het dorp. Het is nogal planmatig aangelegd. Van bovenaf lijkt het net een rooster. In het midden van de blokkendoos is er nog een klein pleintje met een kerkje uit de 15e eeuw. Tegenover de kerk staat het lokale stadhuis en dat kan er ook nog wel mee door. Volgens de organisatie is een ander punt van aandacht het feit dat Perry Taylor hier woont, een man die cartoons maakt over het Franse plattelandsleven. Nouja, dat dus. We kunnen wel stellen dat Trie-sur-Baïse perfect past bij Pau. Wat een onzin allemaal.

triesurbaise4.jpg

Vanuit Trie-sur-Baïse zou je rechtdoor richting Pau kunnen rijden en dan is deze verschrompelde puinhoop tenminste binnen 80 kilometer voorbij. Doen we natuurlijk niet, er volgt een flinke omweg via het noorden. Natuurlijk, het noorden. Daar liggen immers geen bergen. Je zou het ook nog enigszins interessant kunnen maken door naar het zuiden te fietsen en nog wat uitlopers van de Pyreneeën mee te pakken, maar nee. We worden ondergedompeld in een bad gevuld met een kratje Heineken dat tijdens deze hittegolf buiten wekenlang in de zon heeft staan te bederven. Het kan bijna niet droeviger uitgetekend worden, al zou je het willen. Deze keer starten we in ieder geval niet op volgorde, maar gewoon normaal zoals het hoort, dat is dan nog iets. Na de neutralisatie rijden we al snel het departement Gers binnen, een departement dat bijna niet beter had kunnen passen bij deze rit. De extreem smakeloze muziek van de misselijkmakende Gers Pardoel past perfect bij deze barre helletocht. De ASO neemt ons mee. Neemt ons mee op reis. Naar Pau. Of naar Pau. Misschien Pau. Maar in ieder geval zeker Pau. En Parijs. Wie weet ook ooit weer Londen. Ik laat de ASO in ieder geval thuis, achter het fornuis. Al zou het me niet verbazen als m'n eten dan aanbrand en m'n huis tot aan de grond toe affikt. In de eerste 11 kilometer van de rit rijden de renners over een rechte en brede weg richting Miélan, maar zou het wat uitmaken? In Miélan slaan ze linksaf om over een wat smallere en bochtigere weg verder te rijden naar Laas. Hier komen ze dan weer een bocht naar links tegen, waarna het een kilometer of 13 rechtdoor gaat dwars over het platteland richting Marciac. In Marciac is er een bochtje naar links en daarna gaat het eigenlijk ook weer ontzettend lang rechtdoor, terwijl we ondertussen alleen wat akkers en velden met zonnebloemen tegenkomen. De zonnebloemen moeten deze rit gaan redden. Krijg je toch nog het ultieme Tourgevoel van. Een schijtrit naar Pau en een veld vol gele bloemen. Op de achtergrond zetten we dan Une belle histoire aan, maar niet van Michel Fugain. Om het nog kutter te maken gaan we natuurlijk voor de versie van Pau-l de Leeuw. De gifbeker moet leeg. In Maubourguet, waar de renners na 42 kilometer passeren, is overigens geen reet te doen. Ze hebben er wel een vervallen molen, te gek.

Maubourguet_%28Hautes-Pyr%2C_Fr%29_moulin_sur_l%27%C3%89chez.JPG

Buiten Maubourguet slaan de renners rechtsaf en gaat het weer wat kilometers rechtdoor over een brede en vlakke weg. Na een tijdje verlaten ze die weg voor een kort klimmetje. De Côte de Madiran. 1,2 kilometer aan 7%, waarvan akte. Na dit pukkeltje gaat het weer een aantal kilometer rechtdoor. Even later loopt het dan wel weer kort omhoog, maar dat kan me net niet genoeg interesseren om op te zoeken hoe lastig het is. Daarom ga ik maar meteen door naar de tussensprint, die na 73,5 kilometer in Aurensan komt. Zal wel. Eenmaal voorbij de tussensprint gaat het rechtdoor richting Aire-sur-l'Adour, waar het tijd is voor de ravitaillering. We passeren hier na 86 kilometer, godzijdank op minder dan 100 kilometer van het eind. Vervolgens rijden de renners tien kilometer over wat bochtigere wegen verder. Na 97 kilometer rijden ze door Eugénie-les-Bains. Bij die naam moet ik meteen aan een ietwat minder geslaagde anekdote denken. Ik had ooit een gesprek met een vrouw en dat is om te beginnen al een slecht idee. Je moet gewoon met de gordijntjes dicht voorbeschouwinkjes schrijven en je verder nooit aan dat soort praktijken wagen. Enfin, ik vroeg haar naam. Bleek Eugénie te zijn. 'Wat een kutnaam', was mijn ongefilterde reactie. Nadien hebben we nog weinig woorden gewisseld. Enfin, deze anekdote sluit qua niveau wel perfect aan bij deze rit, dacht ik zo. Ondanks het feit dat er maar 500 mensen wonen in Eugénie-les-Bains is het toch een populaire toeristische bestemming. Dit omdat de Franse sterrenkok Michel Guérard bijna het hele dorp heeft opgekocht en er succesvol een spa runt. Potsierlijke tuin erbij natuurlijk, want het kan bij zulke figuren nooit proleterig genoeg zijn.

eugenie-parc.jpg

We hebben zo ongeveer het meest noordelijke punt van de rit bereikt en gaan nu overwegend terug naar het zuiden fietsen. Op basis van de profielkaart gaat het al een aantal kilometer een beetje op en af, maar ik voel zo weinig liefde voor deze rit dat ik dat echt niet allemaal uit ga zoeken. Het is gewoon vlak, basta. Via onbeduidende dorpjes als Pécorade en Samadet rijden we door de bossen richting de hel op aarde. Buiten Samadet gaat het 14 kilometer volledig rechtdoor richting Arzacq-Arraziguet. Richting Haarzak schijnt de weg wat op te lopen, maar dat introduceert me verder vrij weinig. Na wat bochtjes in dit plaatsje gaat het gewoon weer vrolijk heel wat kilometers rechtdoor. Door een efficiënt verkaveld gebied fietsen we doodleuk richting het zuiden. Af en toe passeren de renners een dorpje en een van die dorpjes is Thèze, na 139 kilometer. Hier loopt de weg een beetje op, voor zover het wat boeit. Even buiten Thèze moet er zowaar een keer wat gestuurd worden. De renners verlaten de brede weg om op een nog bredere weg te gaan rijden. Deze weg loopt licht naar beneden en heeft zelfs nog een haarspeldbocht! Gekkenhuis, ziekenhuis, pannenkoekenhuis. Als na de korte afdaling de weg omhoog dreigt te gaan lopen slaan we snel linksaf en gaat het over een kaarsrechte weg verder richting Anos. Hier begint de Côte de Anos, een klimmetje van twee kilometer aan 4,6%. Het is allemaal wat.

1280px-Anos%2C_route_principale_depuis_la_mairie.jpg

Na de klim is het nog een kleine 20 kilometer fietsen tot de finish. Ik zou die laatste 20 kilometer richting het onmogelijke Pau best kunnen beschrijven, maar ik ga het niet doen. Ik ga niet vertellen dat het na een korte afdaling grotendeels vlak is, ik vertik het. Jullie krijgen ook niet van mij te horen dat er in de laatste vijf kilometer nog vier rotondes aanwezig zijn en dat de renners in de laatste kilometer nog met een rotonde en een bocht naar links te maken krijgen. Zoek het uit. Nee, letterlijk. Zoek het zelf maar uit, als je geïnteresseerd bent in Pau. Kan me niet voorstellen dat iemand daar daadwerkelijk in geïnteresseerd is. Fucking Pau. Ik word er niet goed van. Kutdorp. Opdoeken, in de zee schuiven, over de kaasschaaf halen, klein beschaafd atoombommetje, van mij mag het allemaal. Marcel Kittel won trouwens vorig jaar in Pau, om nog maar eens extra te benadrukken hoe kut Pau wel niet is. Sinds die overwinning is Kittel een geknakte braadworst. Het zou daarom voor iederen beter zijn als dat kutpau met z'n teringgeld een keer keihard failliet gaat en moeilijk hard op z'n muil valt.

tenor.gif

Deze is voor jou, Pau:
giphy.gif

Deze is ook voor jou, Pau:
giphy.gif

En deze kun je in je zak steken, Pau:
200.gif

Deze is dan weer voor de ASO:
Fuck-YouMiddle-Finger.gif

Thierry Gouvenou, na twee dagen in de Pyreneeën hoef je ons helemaal niet met deze kutkloterij op te zadelen. Die voor je:
410c6a85f0be4f10574fea4b4f96f00a.gif

Deze jongens zijn voor iedereen die bij dit hemeltergende stukje waanzin betrokken is:
tumblr_o0ek43fhCB1udh5n8o1_500.gif

Dellie Ellie heeft trouwens ook nog een mening:
tumblr_ovryxxr4zW1tf8a5ao1_500.gif?resize=522%2C303&ssl=1

En dan hebben we Huub Stevens nog niet eens geraadpleegd:
maj6dz.gif

Die Fransen deugen niet.

Deze is trouwens voor Team Sky:
yutRrqm.jpg

Deze rit, die je het beste kunt vergelijken met een ontbindend lichaam dat al een paar maanden in een huis ligt weg te rotten, begint om 13:55. Ik hoop van ganser harte dat er dan niemand voor de tv zit. Er zijn belangrijkere dingen in het leven. Als je toevallig een vrije dag hebt zijn er wel betere dingen die je kunt doen. Maak de wc een keer schoon, ofzo. Sproei de tuin een beetje, je planten hebben het nodig. Misschien dat het weer eens tijd is om te strijken, kan zomaar. Eventueel kan je ook prima stofzuigen. Alhoewel het wel nog steeds heel warm is, dus je kan ook gewoon prima een boek gaan lezen en verder niks. Steek je wellicht nog wat van op, zo'n boek. Van deze rit in ieder geval niet. Wat een ramp. Ik kijk nog liever naar Toren C. Of misschien nog wel erger, ik zet nog eerder een aflevering van de Avondetappe op. Een weerbericht begin ik ook niet meer aan. Het zou twee dagen achter elkaar regenen in de Pyreneeën en we hebben amper een spatje regen gezien. Tijdens deze rit zou het droog en 32 graden worden, dus krijgen we vast te maken met een stortbui. Een hele stevige stortbui, hoop ik. Dan spoelt dat miezerige Pau misschien weg.

Een voorspelling kan je verder ook mooi in je reet steken. Ik voorspel dat dit een kutrit wordt. Waarschijnlijk mijn beste voorspelling van deze hele Tour. De ideale winnaar voor deze rit zou de gigantische klootzak Demare zijn, het liefst terwijl hij aan de auto over de finish komt.
noodgangdinsdag 31 juli 2018 @ 07:52
SPOILER: Etappe 19: Lourdes - Laruns, 200,5 km
Etappe 19: Lourdes - Laruns, 200,5 km

De rit naar Pau was een rit naar Pau. Hemeltergend, mensonterend kut. Zo'n rit waar je dwergpython niet echt van gaat kronkelen. Pau kreeg wel een terechte en verdiende winnaar. De misselijkmakende valsspeler tevens geweldige klootzak Arnaud Demare won. Een nederlaag voor de koers. Talloze betere sprinters zitten inmiddels thuis voor de buis omdat ze geen zin hadden om dagenlang aan de auto te hangen. Vonden ze niet eervol, niet correct. Zo'n gladde Fransoos met gebleekte tanden heeft daar natuurlijk dikke schijt aan, die doet alles wat niet mag en rijdt op die manier een snellere slotbeklimming dan menig klimmer. In de sprint geeft hij ook nog een kwak en wijkt hij van z'n lijn af, want wie doet je wat? Sport is vaak niet fraai en Arnaud Demare is daar het levende bewijs van. De lelijkste stad van Frankrijk krijgt zodoende de lelijkste winnaar. Perfecte match, niets meer aan doen. Nu alleen nog hopen dat zowel de stad als het individu nooit meer voorkomen in de Tour. Op de matige sprint na was het verder voor veel renners de derde rustdag van de Tour, behalve voor Quintana. De ene dag is de andere niet, een dag na een prachtige overwinning kan je ook zomaar op je muil gaan. Vervelend met het oog op de etappe die nu volgt. De laatste bergrit van de Tour en het is er niet echt een om over naar huis te schrijven. Voor de zoveelste keer de Tourmalet, en dan ook nog eens op een vrij nutteloos moment in de koers. Na deze zware klim moeten de renners nog een kleine 100 kilometer fietsen. En dan rijden we tot overmaat van ramp ook nog eens over de verkeerde kant van de Aubisque, met daarna een lange afdaling. Dit is voor veel renners de laatste kans om tijd te pakken, maar gezien het parcours is de kans aanwezig dat er heel wat muizen gebaard gaan worden.

tour-de-france-2018-stage-19-map-84f0c3d475.jpg
4dd79

De rit gaat van start op heilige grond, voor katholieken tenminste. Lourdes, een stad met 17.000 inwoners, is de grootste katholieke bedevaartsplaats van Frankrijk. Dat heeft natuurlijk te maken met een of ander ongeloofwaardig verhaal, dat we integraal van Wikipedia kopiëren: In 1858 verklaarde Bernadette Soubirous, toen een 14-jarig meisje, tussen 11 februari en 16 juli verschillende verschijningen te hebben gezien, die door de belangrijkste hoogwaardigheidsbekleders van die tijd werden beschouwd als die van de Heilige Maagd Maria in de verre grot van Massabielle. In 1864 werd er een standbeeld opgericht ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes bij de plaats van de verschijningen. Er werd een kapel gebouwd die al spoedig te klein werd en ging dienen als crypte voor de eerste basiliek, de Basiliek van de Onbevlekte Ontvangenis. In de loop der jaren kwamen hier nog twee basilieken bij en verschillende andere gebouwen, die thans alle deel uitmaken van het Heiligdom van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes. De Rooms-Katholieke Kerk heeft verschillende wonderbaarlijke genezingen erkend. Hiervoor werd in 1905 het Bureau van de medische vaststellingen en in 1947 het Internationaal Medisch Comité van Lourdes opgericht. Op 11 februari 2018 werd door bisschop Jacques Benoit-Gonnin de 70e officiële wonderbaarlijke genezing erkend. Allemaal gelul dus, u hoort het al. Het hele jaar door maar vooral vanaf maart tot oktober komen pelgrims uit heel Europa, maar ook uit andere delen van de wereld, naar het heiligdom van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes om er te bidden en zich te laven aan het bronwater van de grot waaraan heilzame kwaliteiten toegedicht worden. Knettergek. Dankzij al die pelgrims is Lourdes dus ontzettend populair. Om al die mensen te kunnen ontvangen telt Lourdes de meeste hotels van Frankrijk, op Parijs na. De afgelopen jaren fietsen we eigenlijk altijd wel een keer langs Lourdes, ik kan me in ieder geval herinneren vaker wat over deze plaats geschreven te hebben. Daarom vond ik het verder wel verrassend om tot de conclusie te komen dat er pas twee keer een rit is aangekomen bij dit heiligdom. In 2011 was er een rit van het immer vervelende Pau richting Lourdes en die werd gewonnen door Thor Hushovd. Thor won normaal de massasprintjes, maar in Lourdes kwam hij voor de verandering een keer solo aan. Hushovd de sterkste in een rit met de Aubisque onderweg, het was een aparte etappe. Lourdes debuteerde in 1948, in die tijd was Gino Bartali nogal goed. Hij won zeven ritten in die Tour, waaronder de rit naar Lourdes. Er is drie keer eerder een rit van start gegaan in Lourdes, voor het laatst in 1994. Een rit met aankomst boven in Luz-Ardiden werd gewonnen door Richard Virenque.

mariale-1920x1280.jpg

De renners starten uiteraard naast het Heiligdom van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes. Vanuit Lourdes zou je direct naar het zuiden kunnen fietsen, dan zit je meteen op de weg naar de Aubisque. Doen we alleen niet, we rijden tijdens de neutralisatie richting het oosten en ook als de neutralisatie voorbij is blijven we aan de rand van de Pyreneeën oostwaarts fietsen. Dat we in de buurt van de bergen zitten gaan de renners al vrij snel maken. In de eerste vijf kilometer van de rit gaat het rechtdoor over een vlakke weg, maar daarna begint de Côte du Loucrup, een klimmetje van twee kilometer aan 7%. Hier zou de kopgroep van de dag best wel eens weg kunnen fietsen. Op de top van dit klimmetje van vierde categorie rijden we door het dorpje Loucrup en vervolgens gaat het kort kort naar beneden over een brede weg met een aantal niet al te lastige bochten. Aan het eind van de afdaling slaan de renners rechtsaf en rijden ze over een brede weg dwars door de vallei richting Bagnères-de-Bigorre. Na 16 kilometer bereiken we dit stadje met 8000 inwoners. Na een paar dagen Bagnères-de-Luchon mocht de andere Bagnères natuurlijk niet ontbreken. Hier komt de Tour immers ook met enige regelmaat langs. In 2013 bijvoorbeeld nog, toen Dan Martin hier een ritje won. Enfin, na wat bochtjes in Bagnères-de-Bigorre rijden de renners verder over een grote, brede en rechte weg, die een aantal kilometer vals plat omhoog loopt. In de buurt van Cieutat mogen ze dan weer bij een rotonde rechtsaf, waarna de weg een kilometer of zeven licht naar beneden loopt. Wel wat bochtenwerk, maar over het algemeen is het hier best prettig fietsen. Aan het eind van deze afdaling fietsen de renners langs een best mooi abdijtje en daarna slaan ze linksaf. Het is nu een aantal kilometer min of meer vlak, terwijl de renners over een relatief smalle weg door een bos rijden. Niet helemaal vlak, het blijft glooiend. Na 33 kilometer rijden we door Gourgue en hier begint de weg omhoog te lopen. We gaan toewerken naar het tweede klimmetje van de dag. De Côte de Capvern-les-Bains, een aperitiefje voor het echte werk in de Pyreneeën. Buiten Gourgue loopt de weg drie kilometer vals plat omhoog en daarna gaat het 3,4 kilometer aan 5,1% omhoog. Na 40 kilometer koers komen de renners dan boven op de Côte de Capvern-les-Bains, een bultje van de vierde categorie. De afgelopen jaren deden we vaak de Côte de Capvern aan en ik dacht eerst dat dit dezelfde klim was, maar het is toch net weer anders. In plaats van de grote doorgaande weg vanuit Tournay nemen we nu een wat smaller weggetje binnendoor. Het effect is in ieder geval hetzelfde, aan het eind van de klim komen we uit in Capvern. Capvern-les-Bains komen we halverwege de klim tegen en dat is een klein kuuroordje met wat thermen enzo.

144259vue-capvern-les-bains.jpg

Na de passage in Capvern rijden de renners over een rechte, brede en vlakke weg verder richting La Barthe-de-Neste, zo'n dorpje dat we ook bijna jaarlijks passeren. Vlak voor de renners dit dorpje bereiken slaan ze bij een rotonde rechtsaf, waarna het zuidwaarts gaat. We rijden de Pyreneeën in, al moeten we nog even wachten op de bergen. Het gaat een kilometertje of 15 rechtdoor over een zo goed als vlakke weg richting de tussensprint in Sarrancolin. Na de tussensprint fietsen de renners nog eens een kilometer of zes rechtdoor, over een weg die licht omhoog loopt. Als ze 66 kilometer hebben afgewerkt fietsen ze door Arreau en hier ligt de voet van de eerste serieuze klim van de dag, een bekende klim in de Tour. Voor het laatst waren we hier in 2016, toen in een rit met aankomst bij Lac de Payolle. Daar won Stephen Cummings, in de tijd dat hij nog wel eens een koers wist uit te rijden en meer deed dan alleen in het allerlaatste wiel van het peloton hangen. Verder is dit sowieso bekend terrein voor de renners, want tijdens de elfde rit van de Tour van 2015 kwam de koers hier ook al langs. In een rit van het deerniswekkende Pau richting Cauterets reden we ook over de Aspin en was de aanloop min of meer hetzelfde. Ook toen reden we via Lourdes via de Côte de Loucrup richting Bagnère-de-Bigorre om via een klimmetje in de buurt van Capvern richting Arreau te gaan. Originaliteit? Nergens voor nodig. Ik heb alleen nog niet verteld aan welke klim we gaan beginnen, maar de echte kenners weten dat natuurlijk al. De Col d'Aspin is een beklimming van de eerste categorie, 12 kilometer lang en 6,5% gemiddeld. De klim begint redelijk makkelijk, een kilometer aan 5% en een kilometer aan 3,5%. Daarna wordt het toch even wat zwaarder met een kilometer aan 7%. Na die derde kilometer van de klim komt het niet meer onder de 6%. Na zeven kilometer klimmen is het tijd voor het zwaarste stuk van de klim. Vier kilometer achter elkaar met hoge percentages. Van 9,5% naar 7,5%,weer naar 8% en dan terug naar 7,5%. In de laatste kilometer vlakt het wat af, waarna de renners na 78 kilometer bovenkomen op de klim.

etappe-11-col-d-aspin.png
TDF2016.st7_.CummingsGBflag.jpg

De Col d'Aspin is een best wel mooie klim die al ontzettend vaak is voorgekomen in de Tour. In 2016 en 2015 dus bijvoorbeeld, maar de mooiste beklimming van de Aspin is toch wel overduidelijk die van 2008. In een rit van Toulouse naar Bagnères-de-Bigorre snelde Riccardo Ricco weg uit het peloton. Op deze klim scheurde hij op het buitenblad naar boven en bezorgde hij iedereen die hij inhaalde een verkoudheid. Hij won de rit, met verve. Helaas werd hij daarna betrapt en uit de Tour gezet, maar gelukkig hebben we de beelden nog. De Col d'Aspin, die behoorlijk onregelmatig is, voert over een redelijk bochtige weg, met zo nu en dan een behoorlijk mooi uitzicht over de omgeving. De beklimming van de Aspin gaat over een weg die niet heel smal is, maar ook weer niet echt breed. Dat geldt ook voor de afdaling. Deze afdaling is niet bepaald, vooral omdat het vrij bochtig is. In het begin van de afdaling wordt er door een bos gereden, waardoor de meeste bochten nogal onoverzichtelijk zijn. Er zitten een aantal onvoorspelbare bochten in, je lijkt naar links te draaien maar bijna meteen gaat het weer naar rechts, dat soort dingen. Tussen de bomen door zijn er ook best wat open stukken en die overgang van licht naar donker schijnt ook niet altijd mee te vallen. Na vijf kilometer dalen rijden de renners door het dorpje Espiadet en hier wordt de weg wat breder. De haarspeldbochten zijn achter de rug en het bos is weg. Vanaf dit moment wordt er nog een kilometer of zeven gedaald, maar dit deel van de afdaling is een stuk eenvoudiger. Ondertussen passeren we ook het gehucht Payolle, waar een bocht naar links ligt die we in 2016 namen. Dat was dus de rit die Cummings won en tevens de rit waar er een boog op Adam Yates viel. De directe reden dat we tegenwoordig met zo'n lullig boogje moeten doen als de renners de laatste kilometer betreden. Na Payolle stelt de afdaling dus geen reet meer voor, het gaat een aantal kilometer lang aan amper 3% naar beneden. De weg is breed en er zijn weinig bochten. Zonder problemen zou iedereen dus moeten kunnen aankomen in Sainte-Marie-de-Campan, na 90 kilometer. In dit kleine dorpje ligt de voet van de volgende klim van de dag, eentje die echt niemand kent. Geniale ontdekking weer van Gouvenou, wat een visionair.

Tour_de_France_2011_etape_12_Sainte_Marie_de_Campan.jpg

Na het bochtje dat hierboven te bewonderen valt loopt de weg meteen omhoog. We gaan beginnen aan de Col du Tourmalet, voor de zoveelste keer dat mijn rekenkunsten het niet meer kunnen bolwerken. Alleen vorig jaar ontbrak de Tourmalet even, maar in 2014, 2015 en 2016 zat ie er gewoon in hoor, jawel. In 2014 en 2015 toevallig ook nog eens van deze kant, wat leuk. Bovendien zat er in 2015 ook de Aspin voor, je verwacht het niet. We graven maar weer eens in het archief en treffen deze teksten aan: De Tourmalet begint makkelijk, een paar kilometer aan 4%. Daarna wordt het steeds een beetje zwaarder, van een kilometer aan 7% naar drie kilometer aan 8%. Rond de 10e kilometer van de klim wordt het pas echt zwaar. Zes kilometer achter elkaar komt het niet onder de 9%, af en stijgt het zelfs flink boven de 10%. Alleen de laatste meters richting de top wordt het nog even wat minder zwaar. Het is een belachelijk zware klim, geheel terecht een klim van de buitencategorie. Wel een klim die al veel te vaak is voorgekomen in de Tour. Er zijn zoveel mooie beklimmingen waar de ronde nooit komt of bijna nooit, zoals bijvoorbeeld de nieuwe Tourmalet die we een paar dagen terug zagen, haha. De Tourmalet is natuurlijk mooi, maar hebben we dat niet een keer gezien? Hoe dan ook, we krijgen een opvolger voor Thibaut Pinot, hij kwam in 2016 als eerste boven op de Tourmalet. Zijn voorganger was dan weer Rafal Majka, die in 2015 de laatste was die als eerste deze kant van de Tourmalet wist te bedwingen. Op de top van de Tourmalet, na 108 kilometer, treffen we ook weer de souvenir Jacques Goddet aan. Een voormalig koersdirecteur van de Tour, die op de klim nog een mooie buste heeft staan. Enfin, dat verhaal kan iedereen waarschijnlijk ook wel dromen ondertussen.

d8ea6
tourmalet-september-31.jpg

De kant van de Tourmalet die we beklommen is 17 kilometer lang, de kant waarlangs we afdalen is 19 kilometer lang. Het wordt dus een bijzonder lange afdaling, die het grootste gedeelte van de tijd ook nog eens vrij steil is. Bovendien is de afdaling bochtig, je kan wel stellen dat deze kant een stuk lastiger is. Buiten dat moet bijna iedere renner deze afdaling wel kennen, we komen er godbetert bijna ieder jaar langs. Verder weet ik niet zo goed wat ik over deze afdaling moet vertellen. Ja, het gaat een aantal kilometer aan 10% naar beneden, da's best pittig. Er gebeuren volgens mij eigenlijk nooit echt ongelukken op de Tourmalet dus het zal wel goed zijn. We gaan snel door naar het eind van de afdaling. Beneden rijden de renners door Luz-Saint-Sauveur, een dorpje dat ze vaak doorkruisen maar waar de Tour eigenlijk nooit start. Alleen een keer in 1985, toch best opvallend. Dat geheel terzijde, na de passage in dit dorp is het nog 74 kilometer tot de finish. Spijtig genoeg moeten we nu eerst een eeuwigheid door een vallei rijden. Als er al iemand van plan was om op de Aspin of de Tourmalet aan te vallen dan zal het geen klassementsrenner zijn. Vanuit Luz-Saint-Sauveur gaat het 12 kilometer bijna volledig rechtdoor over een licht dalende weg richting Soulom. Het is een mooie vallei, dat dan weer wel. Prachtige bergen en stevige rotswanden langs de kant van de weg, riviertje aan de linkerkant. Erg plezierig om naar te kijken, alleen is het voor de koers wel vrij dodelijk. Dat volledig rechtdoor moet je trouwens wel met een korreltje zout nemen, er zitten een paar stroken tussen waar het wat rapper naar beneden gaat en daar zijn ook wat scherpe bochtjes aanwezig. Duurt evenwel niet lang, paar kilometer na. In de buurt van Soulom zijn de wegen echt recht en hebben we ook het mooie deel van de vallei uit het oog verloren. Via dorpjes met onmogelijke namen als Pierrefitte-Nestalas en Argelès-Gazost rijden we richting de volgende klim van de dag. Argelès-Gazost bereiken we na 144 kilometer en het stuk van zes kilometer tusen Soulom en Argelès kende op wat rotondes na geen verrassingen.

Soulom_%2865%29_%C3%A9glise.JPG

Na wat bochtjes in Argelès loopt de weg aan de rand van het kuuroordje ineens een paar kilometer omhoog. Drie kilometer aan 7%, al denkt de organisatie eerder aan drie kilometer aan 5%. Maar goed, wat weten die mensen er nou van? Boven komen we in ieder geval in Arras-en-Lavedan en in dit kleine gehucht slaan de renners linksaf, waarna ze direct door de smalle straatjes van het gehucht mogen afdalen. De weg loopt ongeveer anderhalve kilometer naar beneden, daarna wordt het weer een kilometer vlak. Vervolgens rijden de renners over een smal bruggetje en dan is de volgende gecategoriseerde klim van start gegaan. De Col des Bordères, zowaar een klim die wel origineel is. Pas de derde keer dat we deze doen in de Tour. Alleen in 1987 en 1989 werd dit ding eerder beklommen. Teun van Vliet en Miguel Indurain zijn tot nu toe de enigen die kunnen zeggen dat ze ooit als eerste boven waren op de Col des Bordères. Al is deze klim in andere koersen ook wel eens voorgekomen, in de Route du Sud bijvoorbeeld. Mikel Bizkarra is daardoor KOM op Strava op deze klim, zal hij uit de boeken gefietst worden? Waarschijnlijk wel. Deze col is 8,6 kilometer lang en 5,8% gemiddeld. Mooie, onregelmatige klim. Paar simpele kilometers tussen de 4 en 5%, maar ook een paar flinke knallers. Twee kilometer aan 8% en richting het eind van de klim zelfs nog een kilometer aan 10%. De laatste kilometer is het dan weer zo goed als vlak. Het steile stuk aan het eind komt na de passage in het dorpje Estaing. Hier ligt heel geniepig een bochtje naar rechts verstopt. Als je deze bocht niet over het hoofd ziet en rechtsaf slaat gaat het een honderdtal meter verderop bijna recht omhoog, leuk man. Na 159 kilometer komen de renners boven op deze klim en dan hebben ze eigenlijk het eerste deel van de Aubisque gehad, zou je kunnen stellen.

a5e9d
img_0011.jpg

Op de top is het nog 41 kilometer tot de finish en het steile deel bereiken de renners op 43 kilometer van het eind. Eerlijk gezegd lijkt dat steile stuk mij wel een geschikt moment om de knuppel eens een keer in het hoenderhok te gooien. Na de klim volgt er namelijk maar een korte afdaling van vier kilometer, daarna loopt de weg meteen weer omhoog. De afdaling mag dan wel kort zijn, maar is alsnog behoorlijk pittig. De weg omhoog was al smal en naar beneden is het van hetzelfde laken een pak. Voor Tourbegrippen zelfs heel smal. Paar haarspeldbochten en een aantal snellere bochten, je kan hier zomaar een keer ergens uit de bocht vliegen. Eenmaal beneden rijden de renners door Arrens-Marsous en daar fietsen ze nog eens over een smalle brug, waarna ze dit fraaie bouwwerk aantreffen. In Arrens is het even vlak, maar moeten er wel wat bochten genomen worden. Bij het buitenrijden van het dorp loopt de weg meteen omhoog en bevinden we ons op de Route Soulor, een straat die ons rechtstreeks naar de top van de Col du Soulor gaat leiden. Dit is een bijzonder lastige klim. Het gaat zeven kilometer omhoog aan iets meer dan 8% gemiddeld. Vijf kilometer aan 8%, twee kilometer aan 8,5%. Dat is ook wel te zien, in Arrens loopt de weg meteen bijzonder steil omhoog en in de kilometers daarna lijkt het geen moment af te vlakken. Best mooi klimmetje wel, is toch heerlijk man. Enige vreemde is dat er op de top van de Soulor geen punten te verdienen zijn. Die punten kun je pas even verderop gaan oprapen, terwijl er na de top van de Soulor nochtans een korte afdaling volgt.

jason-marlow-soulor-2-21.jpg

De top van de Soulor bereiken de coureurs op iets minder dan 30 kilometer van het eind. Het is trouwens alweer een tijd geleden dat deze klim nog eens voorkwam in de Tour. De combinatie van Soulor en Aubisque is geen onbekende, maar de organisatie kwam voor het laatst op dat idee in 2010. Toen kwam Marcus Burghardt of all places als eerste boven op de Col du Soulor. In 2012 reden de renners ook nog wel even over de klim, maar toen deden we de Aubisque van de andere kant en hoefde alleen het kleine stukje dat we nu in dalende lijn gaan afwerken beklommen te worden. Dat stukje in dalende lijn is eigenlijk maar twee kilometer lang, maar wel nog een klein beetje gevaarlijk. Het gaat grotendeels rechtdoor, maar de paar aanwezige bochten zijn link omdat de afgrond hier nogal diep is. Als je van plan bent om op dit traject een Gilbertje te doen dan vinden ze je nooit meer terug. Maar goed, dat zal wel loslopen, zo ingewikkeld is het niet. Na de korte afdaling loopt de weg meteen weer omhoog, al valt dat in het begin nogal mee. Het is nog acht kilometer tot de top van de Aubisque en de eerste twee daarvan zijn vals plat. Daarna krijgen we drie kilometer aan 4%, dat stelt eigenlijk ook geen reet voor. Gelukkig kunnen we nog wel genieten van de mooie omgeving, dat is ook wat waard. Paar tunneltjes onderweg, best mooi. Richting de top van de Aubisque krijgen we dan nog te maken met drie kilometer aan 7%. Lijkt een beetje op een klim, maar is eigenlijk ook niet al te interessant. De organisatie heeft gekozen voor de flopkant van de Aubisque, zoveel is duidelijk. Op 20 kilometer van het eind bereiken we de top van deze klim van buitencategorie, waarvan je je stevig mag afvragen of het op deze manier eigenlijk wel een klim van de buitencategorie is.

Litor.jpg

Achja, Col d'Aubisque. Wel een leuke klim hoor. Vooral van de andere kant dan. 19 kilometer aan 6% of zeven aan 5%, zeg het maar jongens. De Col d'Aubisque is natuurlijk wel een iconische klim. Al meer dan 70 keer voorgekomen in de Tour de France. Wij Nederlanders kennen de Aubisque vooral dankzij Wim van Est. In de Tour van 1951 viel hij in de afdaling van de Aubisque in een ravijn. Hij viel meer dan 70 meter naar beneden, maar kwam er wonder boven wonder zonder ernstige verwondingen vanaf. Enfin, dat verhaal zal wel bekend zijn. Recenter speelde de Aubisque ook nog een hoofdrol. Hoewel, recent, het is ondertussen alweer meer tien jaar geleden. In de Tour van 2007 zou de laatste lastige bergrit aankomen boven op de Col d'Aubisque. Het was de laatste kans voor Alberto Contador om Michael Rasmussen uit de gele trui te rijden. Rasmussen was in de vorm van zijn leven, nam nog wat extra middeltjes en was er helemaal klaar voor. Tijdens de rit naar de Aubisque trok hij gekke bekken, om aan Contador en Leipheimer te laten zien dat hij het moeilijk had. De renners van Discovery Channel trapten erin en deden er alles aan om Rasmussen te lossen. Af en toe liet de Deen een gat, om die jongens het gevoel te geven dat het echt nog kon, maar steeds reed hij het op eigen tempo weer dicht. Hij deed helemaal niets, tot de slotkilometer van de rit. Hij versnelde en meteen waren Leipheimer en Contador weg. In één simpele kilometer pakte hij 26 seconden op Leipheimer en 35 op Contador. Het was ongekend. Onwerkelijk. Rabobank ging de Tour winnen, voor het eerst. Een grandioos moment, zowel voor Rasmussen als de ploeg. Het bleek alleen al vrij snel dat het te mooi was om waar te zijn. De hele Tour waren er al geruchten rond Rasmussen, maar die dag kwam het grootste verhaal. Hij zou in Mexico zijn geweest om te trainen, maar Davide Cassani had hem in die periode in Italië gezien. Theo de Rooij scheet meteen zeven kleuren stront en was er klaar mee. Al weken zat de arme man met de handen in het haar, maar dit was de druppel. Hij haalde Rasmussen uit de Tour en de rest is geschiedenis. Sinds die aankomst in 2007 is er geen aankomst meer geweest op de Aubisque in de Tour. Wel nog een paar passages onderweg, maar de berg is nu toch een beetje besmet. Ook nu weer geen aankomst bergop, durven ze toch niet echt.

OK-Michael-Rasmussen

Verder kennen wij de Aubisque natuurlijk van de Vuelta van 2016. De Spaanse koers besloot om eens over de grens te gaan kijken en tekende een rit uit met onderweg drie zware cols en een aankomst bergop op Col d'Aubisque. Robert Gesink zat die dag in de kopgroep, maar voor de Aubisque reed hij ineens in een achtervolgend groepje. De renners reden door Laruns, de aankomstplaats van de rit van vandaag, en begonnen aan de goede kant van de Aubisque. Gesink deed wat Gesink de laatste jaren wel vaker doet, hij besloot op een zo groot mogelijk verzet op kop te beuken en dan maar te zien waar het schip zou stranden. Dat leidde hem uiteindelijk naar de kop van de koers. Alleen kon hij het tempo toch niet helemaal vasthouden, dus kwamen onder meer Kenny Elissonde en Egor Silin nog terug. In de laatste kilometer reden ze met z'n drieeën richting de finish en strijkijzer Gesink leek weer eens naast de prijzen te grijpen. Op 400 meter van de finish ging hij de sprint al aan en niemand snapte er iets van. Maar hij wist zijn sprint door te trekken tot aan de finish en Elissonde en Silin wapperenden er allebei af. De handjes van Gesink konden in de lucht. Een overwinning in een grote ronde, eindelijk. Het was hem echt gegund. We hadden hem daarna graag nog vaker zien winnen, maar dat is er niet echt van gekomen. Misschien kan deze terugkeer op heilige grond hem inspireren tot nog een grootse daad.

Crdki0hXEAUuCaa.jpg

De Aubisque dus. Die moeten we nog even gaan afdalen. Een kilometer of 18 à 19 naar beneden, over een bochtige weg. Het loopt steil naar beneden, de bochten zijn scherp en de afgronden diep. Gevaarlijke afdaling dus. Vooral de eerste 10 kilometer van de afdaling kan er flink wat verschil gemaakt worden. Het gaat eigenlijk continu aan 7 à 8% naar beneden, met onderweg flink wat bochten. Als we dit stuk van 10 kilometer even bekijken dan zijn vooral de eerste vier kilometer interessant. De weg is relatief smal, tot aan het skidorpje Gourette. In dit dorpje ligt er een venijnige bocht naar rechts, maar daarna wordt de weg ineens een stuk breder. Hoewel het daarna nog steeds steil naar beneden gaat is de weg ineens zo breed als een snelweg, dat zal het toch wat ingewikkelder maken om verschillen te creëren. Voorbij Gourette komen de renners nog wel twee lastige haarspeldbochtjes tegen, maar vervolgens stelt de afdaling echt kilometerslang geen reet voor. Op acht kilometer van de streep rijden de renners door Eaux-Bonnes en vlak voor ze dit dorp bereiken kunnen we nog twee lastige bochten noteren, maar verder is dit met je ogen dicht te doen. In Eaux-Bonnes is er een scherp bochtje naar rechts en daarna gaat het zonder problemen verder richting de finish. De afdaling vlakt steeds meer af en wordt niet meer lastig. Op vijf kilometer van de streep komen de renners nog drie haarspeldbochten tegen, maar die zijn prima te nemen. Onderaan de afdaling slaan de renners rechtsaf en even verderop linksaf, Laruns in. Als ze dit dorpje betreden loopt de weg zowaar nog een halve kilometer vals plat omhoog, voor wat het waard is. Aan het eind van deze oplopende strook rijden de renners door een smalle winkelstraat, waarna ze op iets minder dan twee kilometer van het eind een rotonde tegenkomen waar ze rechtsaf slaan. We zijn nu in het centrum van Laruns, maar rijden nog een stuk door. Er gaat gefinished worden ergens ver buiten het dorp op een weg met aan de ene kant gras en de andere kant een of ander aftands bedrijf. Lekker bedacht weer, is goed joh. Om dat aftandse bedrijf te bereiken moet er nog wel wat bochtenwerk afgewerkt worden. Na de rotonde gaat het tweehonderd meter verderop naar links, waarna het min of meer rechtdoor gaat tot op 800 meter van de streep. Brede bocht naar rechts, waarna de coureurs op 500 meter van de streep bij een rotonde naar links mogen. Daarna nog even een flauwe bocht naar links gevolgd door eentje naar rechts en dan rechdoor naar de finish, ergens in de middle of nowhere.

BnC1z8j.png
a6e12

Na 200 kilometer koers is de laatste bergrit afgelopen en weten we waarschijnlijk wie de Tour gaat winnen. Dat we in Laruns kunnen finishen en de Aubisque kunnen beklimmen en afdalen is trouwens nog een soort van wonder ook. Tijdje terug was het hier nogal slecht weer, wat heeft gezorgd voor een stukje weg dat er geen zin meer in had. De lokale Fransoosjes hebben er dag en nacht aan moeten werken, maar kregen het toch nog net op tijd voor elkaar om de weg te herstellen. Daardoor kunnen we deze rit toch gewoon afwerken op de manier zoals het bedoeld was. Zonde eigenlijk, een omleiding was voor deze rit misschien wel beter geweest.

DizMUF1WkAAt-cZ.jpg:large

Goed, finish in Laruns dus. Daar is de koers wel eens gepasseerd, vooral om te kunnen beginnen aan de Aubisque. Een aankomstplaats was het dorpje met 1200 inwoners nog nooit. Wel vertrok er ooit een rit, in 1985. Dat was een bijzonder korte rit van 83 kilometer richting De-Stad-Die-Niet-Genoemd-Mag-Worden. Wat is er in Laruns te doen? Nou, helemaal niks. Volgens Wikipedia had dit dorp in 2006 nog 1400 inwoners, dus blijkbaar sterft iedereen hier van de pure verveling. Zelfs de mensen die het roadbook in elkaar moeten draaien zullen hier een paar slapeloze nachten door hebben gehad. Ze komen dan aanzetten met dingen als het feit dat ze in de omgeving van Laruns waterkracht opwekken, dat er ergens boven in de bergen een skiresort te vinden is, dat er nog een stukje verderop ook nog wat thermen aanwezig zijn en dat ze hier kaas maken. In Laruns zelf moet je vooral op de kerk van Saint-Pierre letten, die is verder niet heel bijzonder maar het is beter dan niks. Verder moet je zonde meer naar het Château de Espalungue. In de 17e eeuw woonde hier een of andere rijke speknek en die had een dochter. Henri d'Aramitz vond die dochter wel leuk en dus trouwde hij met haar, want zo werkt dat. Henri heeft daarna nog een tijdje gewoond in Laruns en daar zijn ze hier bijna 500 jaar later nog steeds trots op. Want Henri diende later als inspiratie voor Alexandre Dumas en werd een van de vier musketiers. Aramitz veranderde in Aramis en de rest is geschiedenis. Ook meteen de enige geschiedenis van Laruns.

imglaruns6.JPG

De laatste bergrit start om 12:05. Redelijk bijtijds, het is immers een lange rit. Dat betekent natuurlijk wel weer dat we niet de hele rit kunnen zien bij de NOS en Sporza. Zij zijn er zoals te doen gebruikelijk om 14:10 pas bij. Eurosport 1 is er dan wel weer direct om 12 uur bij, dus dan kunnen we weer genieten van José Been en dat is toch wel echt fantastisch hoor. Willen jullie trouwens José de volgende keer wel uit de greppel halen als ze weer eens van haar fiets is gemieterd na een overdosis tramadol? Bij voorbaat dank. Mocht je het een beter idee vinden om José te laten creperen dan kan je ook pas inschakelen als het 14:10 is. Dan maak je waarschijnlijk nog net een deel van de beklimming van de Aspin mee. De finish wordt tussen 17:31 en 18:11 verwacht. In Laruns gaat het bijzonder warm worden, 31 graden in de middag. Al is dat eigenlijk best fris, want bij ons in dat koude kikkerlandje wordt het gewoon 35 graden. Geen genot, naar wij dachten. In Laruns is er 's middags een klein beetje kans op regen, maar het zal ongetwijfeld wederom droog blijven. Geen wind. In Lourdes is het ongeveer hetzelfde verhaal. 29 graden, kleine kans op regen, geen wind.

Ik vond m'n vorige voorspelling eigenlijk wel geslaagd. Een gigantische kutrit en Demare dit wint, ik zat er boenk op. Eigenlijk zou ik moeten stoppen op m'n hoogtepunt, maar ik ga toch door. De voorlaatste rit in lijn is bijzonder moeilijk te voorspellen. Het is de laatste kans voor een aantal klassementsrenners om nog iets te doen. Toch hebben de parcoursbouwers ook hier weer episch gefaald. Je moet nooit een bergrit inplannen voor de tijdrit. Iedereen weet dat er een lastige tijdrit zit aan te komen en dat kan verlammend werken. Het was beter geweest om de ritten om te draaien. Eerst die tijdrit en dan de laatste bergrit. Niet dat het in dit geval veel verschil maakt, omdat Team Sky te sterk is. Thomas is ongenaakbaar en heeft nu met Froome en Bernal twee luxeknechten, daarnaast met Poels, Kwiatkowski en Castroviejo nog drie jongens die enorm lang mee kunnen gaan. Het zal daarom lastig zijn om tijdens deze rit iets te forceren. Misschien is Froome wel de enige die nog iets kan forceren. In de Giro hadden we hem ook al lang en breed afgeschreven, maar toen zette hij ineens de brommer aan op de Finestre en de rest zag hem pas na de finish weer terug. Een vergelijkbaar scenario valt niet uit te sluiten. Froome zal nog steeds willen winnen, ook al staat zijn ploeggenoot in het geel. Misschien is hij wel degene die wegrijdt op de Aspin of de Tourmalet. Ik weet niet of hij dat gaat overleven met al die Fransen langs de kant, maar gelukkig staan er in de Pyreneeën ook altijd veel lieve Basken. Het is maar de vraag wie er verder vroeg durft aan te vallen. De Tourmalet is ideaal voor een aanval, maar je moet daarna nog wel een ellenlang stuk door de vallei overleven. Die knechten van Sky rijden het gat dan gewoon dicht. Het is eigenlijk niet te doen. We krijgen hooguit een keer een aanvalletje op de Soulor, maar dan is het kalf al verdronken. Ik zie niemand overgaan tot doldwaze plannen. Je plekje op het podium of in de top 10 beschermen en dan nog wat krachten overhouden voor de tijdrit. Het wordt een flopshow, mede dankzij het niet zo best uitgetekende parcours. Gezien de vlakke aanloop kan dit gewoon een rit voor de vluchters gaan worden en daar ga ik dan maar vanuit.
1. Yates. We gaan het nog eens proberen. Een paar dagen terug had ik bijna gelijk, tot hij besloot op z'n muil te gaan in winnende positie. Nu een rit die lichtelijk vergelijkbaar is, in ieder geval weer met een afdaling op het eind. Kan dus weer slecht aflopen, maar we gaan er vanuit dat hij leert van zijn fouten.
2. Izagirre. Een van de twee. Want die worden tijdens deze Tour altijd tweede.
3. Fuglsang. Dat is denk ik de categorie renner waar we het van moeten hebben tijdens deze rit. Zo'n mannetje op de 10e plaats op negen minuten van Thomas die het wel durft om in de aanval te gaan. Als iemand die boven Fuglsang staat aan een kamikazeaanval begint zou dat een behoorlijke verbazing zijn. Fuglsang zelf is het bijna aan z'n stand verplicht. Hij zal vooraf hebben gedacht dat hij meer zou laten zien tijdens de Tour. Al schijnt dat vooral aan de bijzonder sterke tegenstand te liggen. Naar eigen zeggen haalt hij een hoog niveau, maar haalt de rest een buitengewoon hoog niveau. Als je begrijpt wat hij bedoelt.
4. Zakarin. De Tartaar van Tatarije heeft een bijzonder matig jaar en bovendien een bijzonder matige Tour. 12e op meer dan 11 minuten, dat past niet bij deze genetisch gemodificeerde Rus. Gezien de ruime achterstand mag hij wel eens in de aanval gaan, lijkt me leuk. Zakarin in een aantal van die afdaling lijkt me ook wel leuk. De nieuwe Wim van Est, ik sluit het niet uit. Hopelijk doet zijn Pontiac het dan ook nog.
5. Demare. Hij hangt niet aan de auto, hij wordt niet geduwd en hij heeft geen motortje. Puur op klasse en karakter weet hij bergop de 35e tijd neer te zetten. Het is eigenlijk gewoon een kanjer. Laat hem een paar kilo verliezen en hij wint de Tour. Daarom gaat Arno in de aanval tijdens deze rit en gaat hij onze mondjes snoeren. Klimmer Demare fietst lachend over de Tourmalet en de Aubisque. Gesink zit stoempend in z'n wiel en moet lossen. Arno heeft ons al die tijd in de maling genomen, het is eigenlijk een fenomen bergop. Zo, nu heeft ie wel genoeg gehad. Maar het blijft een lul.
noodgangdinsdag 31 juli 2018 @ 07:52
SPOILER: Etappe 20: Saint-Pée-sur-Nivelle - Espelette, 31 km (ITT)
Etappe 20: Saint-Pée-sur-Nivelle - Espelette, 31 km (ITT)

De laatste bergrit van de Tour was redelijk enerverend. Ondanks het feit dat het parcours niet perfect was deden de renners toch nog hun best om er wat van te maken. In het begin van de rit reden er verschillende groepjes weg, met een mannetje van AG2R en wat mannetjes van Movistar. Toch nog wat ploegen die iets in hun schild voerden. De voorsprong van de kopgroep liep gestaat op, maar toen ging Katusha op kop van het peloton rijden omdat Jungels de 12e plek van Zakarin kwam bedreigen, ofzo. Door de werken van Katusha bleef de voorsprong van de kopgroep beperkt en dat was voor enkele renners het signaal om op de Tourmalet al aan te vallen. Romain Bardet, Mikel Landa en Rafal Majka gingen er vandoor. Bardet en Landa kwamen al snel hun ploeggenoten tegen, die kopwerk mochten verrichten. Amador werd meegenomen naar de top van de Tourmalet en mocht daarna de afdaling en het stuk in de vallei voor zijn rekening nemen. Sky reed inmiddels op kop in het peloton en liet de voorsprong gestaag omhoog lopen. Landa leek even op weg naar het podium, maar daar was men het bij Lotto Jumbo niet echt mee eens. De ploeg had een goede dag en kwam met vier renners over de top van de Tourmalet. In de aanloop naar de Col des Bordères zette Gesink zich op kop en in tien kilometer tijd wist hij twee minuten van de voorsprong af te rijden. Daarna nam Tolhoek niet over, waarschijnlijk vooral omdat hij even later moest lossen. Sky zette zich weer op kop en daarom nam de voorsprong van Landa en co weer toe. Dat was het signaal voor Steven Kruijswijk om op de Col du Soulor aan te vallen. Kruijswijk leek even een mooie voorsprong bij elkaar te fietsen, maar achter hem werd aangevallen. Door Dumoulin, in een ultieme poging om Thomas te laten breken. Lukte niet echt. Daarna probeerde Roglic het eens en zijn poging was wat meer de moeite waard. Al lukte het uiteindelijk niet echt een gat te slaan, omdat de onvermoeibare Dumoulin steeds maar weer ieder gat bleef dichtrijden. Thomas hoefde ondertussen geen meter op kop te komen. Onderweg naar de top van de Aubisque werd het grootste gedeelte van de kopgroep opgeraapt, alleen Majka bleef voor de groep uitrijden. Roglic probeerde nog een paar keer weg te rijden, maar Dumoulin hield stand. Thomas ook, geen enkel probleem. Froome moest wel weer een keer lossen, maar werd steeds teruggebracht door de verbluffende Bernal. Uiteindelijk kwam alles aan op de afdaling van de Aubisque en Roglic liet duidelijk zien dat hij de sterkste was. Bergop was hij al bijna niet te stoppen en bergaf reed hij de rest steeds op een gat van een paar meter. Dat kon een aantal keer gedicht worden, maar na een tijd was het over. Volgens Dumoulin door de motor, volgens mij eerder omdat Roglic beter daalde en wellicht ook wat meer risico nam. Het eindverdict is in ieder geval dat Majka vrij snel werd bijgehaald en dat Roglic later wegreed van de rest. Ze zagen hem pas na de finish weer terug en zo wist de Sloveen in zijn derde grote ronde zijn derde rit te winnen. Aardig gemiddelde. En passent passerde hij ook nog eens Froome en zodoende staat hij nu virtueel op het podium. Door het wegvallen van Quintana, die een moeilijke dag had na zijn valpartij van de voorgaande etappe, schoof de sterke Kruijswijk op naar plek vijf, al reed hij een vreemde wedstrijd waarbij hij vooral voor eigen kans leek te gaan en niet echt van plan was om veel knechtwerk te verrichten voor Roglic. Met nog twee ritten te gaan lijkt Thomas de Tour te gaan winnen. De zesde Britse overwinning in zeven jaar tijd, blijft toch lichtelijk opvallend. Drie verschillende Britten hebben die zeges bij elkaar gefietst, drie renners waarvan je nooit had verwacht dat ze ooit de Tour zouden kunnen winnen. Het blijft toch een merkwaardige sport he, dat wielrennen? Wel een sport waar nog steeds veel liefde voor is. Dat gaan we merken tijdens de volgende rit. Een tijdrit.

tour-de-france-2018-stage-20-map-ed8b33038f.jpg
4495a

JAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA WE ZIJN IN HET BASKENLAND TOETERTJES

Basque-country_240-animated-flag-gifs.gif
bKlb876.gif

Al een jaar of tien is de Tour de France niet meer in het mooiste stukje Frankrijk geweest. Het Franse Baskenland wordt al jaren genegeerd, volledig ten onrechte. Vroeger was er nog wel eens een stevige rit in dit deel van Frankrijk. In 2003 bijvoorbeeld, toen er een aankomst in Bayonne was. Tyler Hamilton met z'n gebroken sleutelbeen en zijn verborgen tweeling won die rit. Sindsdien ging er ergens aan de rand van het Franse Baskenland nog wel eens een rit van start, maar een rit dwars door dit prachtige stukje wereld durfde men niet aan. Daar zijn meerdere redenen voor te bedenken. Een van die redenen is dat dit niet echt het dichtsbevolkste deel van Frankrijk is. Voor de geldschrapers van de ASO valt er hier weinig te rapen. Een andere reden is dat de wegen in het Baskenland over het algemeen vrij smal zijn. Dat levert twee nadelen op. Ten eerste is het nadelig voor de reclamekaravaan. De carnavalsoptocht heeft altijd wat moeite met smalle wegen, steile klimmen en steile afdalingen. Dan ben je hier dus niet aan het juiste adres en aangezien de reclamekaravaan belangrijker is dan fatsoenlijke koers vermijden we deze regio dus als de pest. Het tweede nadeel is dat de smalle, bochtige en steile wegen nog wel eens gevaarlijke situaties willen opleveren voor de renners. Slap excuus, maar men maakt er dankbaar gebruik van. Daarom is er nu een compromis uit de koker komen rollen. We keren terug naar het Franse Baskenland, maar dan niet voor een rit in lijn. Een tijdrit, dat levert waarschijnlijk minder risico op. We zullen het er maar mee moeten doen. Blijft zonde wel, want in deze regio kan je ook geweldige bergritten uittekenen. Maar afijn.

Even wat Baskische muziek tussendoor om helemaal in de stemming te komen:

Het wordt in ieder geval een heuglijke dag. Een dag die voor iedere renner zal beginnen in Saint-Pée-sur-Nivelle. Een dorpje met 6750 inwoners in de Baskische provincie Labourd, de regio Nouvelle-Aquitaine en het departement Pyrénées-Atlantiques. We bevinden ons in een gebied waar ze zich vooral specialiseren in de agricultuur. Ook weten ze hier het een en ander van hydrobiologie, wat blijkbaar een vakgebied binnen de biologie is dat zich bezighoudt met de biologische en ecologische studie van organismen in het water. Blijkt dat schrijven van voorbeschouwingen nog educatief te zijn ook. De hydrobiologische sectie van het Franse Nationale Instituut voor Agricultureel Onderzoek bevind zich in deze regio, dus blijkbaar hebben ze hier water waar zich organismen in bevinden. In Saint-Pée-sur-Nivelle kom je wat vakwerkhuisjes tegen en de kerk van Saint-Pierre, waar zich een altaarstuk uit de 18e eeuw bevind. Ziet er wel gaaf uit, om heel eerlijk te zijn. Verder kom je in Saint-Pée een museum tegen waar je alles kan vinden over de geschiedenis van pelota. Dit typische Baskische spelletje heeft een sterke link met Saint-Pée-sur-Nivelle. Het spel werd hier niet bedacht, maar de xistera werd wel in 1857 bedacht door een inwoner van dit dorpje. De xistera, of chistera, is een soort van gebogen mand die vastzit aan een handschoen. Een van de varianten van pelota wordt gespeeld met deze mand aan je hand en dat hebben we allemaal te danken aan Saint-Pée-sur-Nivelle. Het mag daarom geen verrassing heten dat je op drie plaatsen in dit dorp pelota kan spelen. Leuk spelletje wel, volgens sommige mensen te vergelijken met het kaatsen, maar niemand weet wat kaatsen is. Een vergelijking met squashen is wat accurater, alleen gebruik je dan geen soort van misvorm tennisracket maar je blote handen, een plankje of een xistera. In Saint-Pée-sur-Nivelle wordt ook jaarlijks een soort van bekend festival georganiseerd. Herri Urrats, een festival ter ere van de Baskische taal en cultuur. Meer in het bijzonder ter ere van de ikastolas, Franse scholen waar er overwegend in het Baskisch lesgegeven wordt. Er zijn in dit deel van Frankrijk best wat scholen te vinden waar je geen woord Baskisch te horen krijgt, maar op zo'n ikastolak krijg je wel les in het Baskisch. Om deze scholen te behouden en er zelfs meer te stichten wordt er dus jaarlijks een festival georganiseerd, waarbij de deelnemers een rondje rond een meer buiten Saint-Pée mogen lopen en onderweg allerhande activiteiten tegenkomen. Geld inzamen is een belangrijk onderdeel van dit geheel en dat heeft geleid tot het stichten van meer dan 25 nieuwe ikastolas. De Baskische cultuur is dus nog lang niet tanende en dat is bijzonder goed nieuws.

860_20180711_145026.jpg

Het lollige is dat de renners van start gaan op de plaats waar men normaal pelota speelt. De ene Baskische volkssport maakt even plaats voor de andere. Aangezien het toch over pelota gaat gooi ik er deze kneiter ook maar even in:

Aan het eind van het pelotaveld slaan de renners rechtsaf en rijden ze 200 meter over een vlakke weg door het centrumpje van Saint-Pée. Daarna volgt er een flauwe bocht naar rechts en verlaten we het centrumpje. Door de buitenwijken van het dorp gaan we op weg naar de Baskische binnenlanden. De weg loopt meteen omhoog, want zo gaat dat in deze regio. Direct een klim van een kilometer aan 7%, dan zit je er als renner meteen lekker in. Na deze kilometer loopt het anderhalve kilometer verder omhoog aan een procentje of drie. Daarna nog een kilometertje wat vals plat, waarna we na vier kilometer koers boven zijn op de eerste klim van de dag. Vooral de eerste kilometer is lastig dus, daarna is het gewoon op de grote plaat stampen. De coureurs rijden over een voor Baskische begrippen brede weg, die wel bochtig is. Maakt voorlopig niet gek veel uit. De wind zal hier verder ook niet veel invloed hebben, aangezien we dwars door een bos rijden. Na het klimmetje is de weg drie kilometer min of meer vlak. Lichtjes glooiend, maar het stelt weinig voor. Na 7,5 kilometer koers slaan de renners rechtsaf en komen ze terecht op een smallere weg, het echte Baskische werk. De weg is niet alleen smal, het asfalt is ook nog eens slecht. Geen genot om hier op je ossenkopje te liggen. Deze weg loopt 3,5 kilometer lang licht naar beneden. Geen zware afdaling, maar aan het eind van dit stukje weg komen de renners nog wel twee à drie bochten tegen die ze vooraf maar beter bestudeerd kunnen hebben. Net buiten Ustaritz stuiten de renners in dalende lijn op een rotonde. Ook best een kutpunt. Met hoge snelheid even een boog om die rotonde maken en dan rechtdoor, als iemand een Rasmussentje wil doen is dat hier perfect mogelijk. Na deze rotonde loopt de weg rechtdoor een kilometer vals plat omhoog. We bereiken de buitenkant van Ustaritz, maar gaan het dorp verder niet verkennen. Een bocht naar rechts volgt en daarna loopt de weg nog even een halve kilometer aan 6% omhoog richting het eerste meetpunt van deze rit. Aan de buitenkant van Ustaritz krijgen we na 13 kilometer een eerste indicatie van de prestaties van de jongens.

1280px-Ustaritz_Fa%C3%A7ades_basques.jpg

De renners zullen er weinig van meekrijgen, maar Ustaritz is best leuk. Allemaal van die oude vakwerkhuisjes, keischattig. Voor de rit verder dus niet relevant, want na het eerste meetpunt rijden we snel verder richting andere oorden. Het gaat kort naar beneden, maar al snel komen de renners weer over een glooiende weg te rijden die meer omhoog gaat dan omlaag. Vlak is het nergens, dat maakt deze tijdrit toch wel ingewikkeld. In een strook van 2,5 kilometer na de tussensprint gaat het bijvoorbeeld vier keer 250 meter omhoog aan een procentje of vijf. Tussendoor gaat het dan ook drie keer kort naar beneden. De weg is bovendien ook nog eens bijzonder bochtig, maar wel breed. Door al die bochten in combinatie met de continue hoogteverschillen heb je geen moment rust. In de kilometer die volgt gaat het nog twee keer kort omhoog, maar daarna volgt er een wat langere afdaling richting Souraïde. Deze afdeling is niet bijzonder lastig, maar kent wel wat bochten. In Souraïde komen we na 18 kilometer aan en we stuiten op een rotonde. Bij deze rotonde zou je naar links kunnen gaan, dan ben je binnen een kilometer of twee aan de finish. Doen we niet, we slaan rechtsaf en maken nog een extra lusje door het Baskische land. Geen al te lastige bocht, maar de weg loopt na die bocht wel meteen weer omhoog. Het gaat een halve kilometer vrij bescheiden omhoog door de straten van het dorpje, maar dan stuiten de renners ineens op een bizar steile muur. Deze muur is evenwel maar 200 meter lang, desondanks gaat het in die 200 meter aan meer dan 10% omhoog. Lekker kuitenbrekertje tussendoor, niks mis mee. Aan het eind van dit korte muurtje slaan de renners rechtsaf. De weg blijft nog een tijdje omhoog lopen, maar wel wat minder steil. Het is nog twee kilometer fietsen tot het tweede tussenpunt van de dag en in die twee kilometer gaat het ook weer vooral omhoog. Twee korte afdalinkjes tussendoor, die best technisch zijn omdat de weg weer eens smal is en de nodige bochten kent. Na die korte afdalinkjes gaat het steeds weer omhoog, lekker man. Richting het tussenpunt is er bijvoorbeeld nog een klimmetje van 500 meter aan een procentje of vijf. Het tussenpunt komt na 22 kilometer, in een gehuchtje waar amper een paar huizen staan. Souraïde-Xurxurieta, zo heeft de organisatie deze locatie bij gebrek aan een beter alternatief dan maar genoemd.

dTsVhUn.jpg
Het muurtje in Souraïde

Tevens heeft Romain Sicard, toch wel de régional de l'étape, fans.

860_img_20180726_124130.jpg

Na het tweede tussenpunt is het nog maar negen kilometer fietsen tot de finish. Het gaat nu weer kort naar beneden over een smalle weg met opnieuw een paar snelle bochtjes kort achter elkaar. Vervolgens is het tijd voor een scherpe naar links en daarna wordt er ongeveer een kilometer over een iets bredere weg gereden. Op dat gegeven na is het verder hetzelfde verhaal. In die kilometer twee knikjes naar boven en drie stevige duiken naar beneden. Aan het eind van de laatste duik naar beneden volgt er een bijna onmogelijke bocht naar links. Als je hier met hoge snelheid aan komt razen loop je het risico uit de bocht te mieteren. Dit punt komt op 7,5 kilometer van de streep en daarna fietsen we terug richting Souraïde, het dorp dat we al eerder passeerden. Na deze onmogelijke bocht volgt zowaar het makkelijkste deel van het parcours. De weg loopt zowaar een kilometer rechtdoor en bovendien is het ook nog eens een halve kilometer vlak, wtf? Het tweede deel van die kilometer gaat het licht naar beneden, maar wegens een gebrek aan bochten zal dat voor de verandering een keer deugd doen. Daarna volgt er wel weer een klein knikje naar boven, waarna het 600 meter naar beneden gaat richting Souraïde. Dit afdalinkje kent nog wel een lastige bocht naar links, maar daarna gaat het rechtdoor richting een rotonde aan de rand van Souraïde. Voor we die rotonde bereiken wordt er dan nog wel even een half kilometertje aan 4% geklommen, want dat is leuk. Na deze rotonde gaat het 400 meter steil naar beneden over een smalle weg met enkele bochtjes. Aan het eind van dit afdalinkje komen we uit bij een bocht naar rechts en direct na die bocht volgt er een rotonde waar de renners ook naar rechts moeten. Technisch? Jawel. Als de renners heelhuids door deze bochten zijn gekomen mogen ze ongeveer een kilometer over een brede en vlakke weg rijden, maar daarna slaan ze op vier kilometer van de streep linksaf. Ze komen op een smalle weg terecht, waar de ellende begint.

860_tdf_-_clm_-_aupa_landa_pinodieta_-_c_tv.jpg
xXoARZQ.jpg

De Baskische fans hebben de weg al volgekalkt en niet zonder reden. We bevinden ons op de scherprechter van de rit. De Col de Pinodieta, een korte klim van 900 meter aan 10,2%. Een bijzonder lastig onding, vooral omdat het ook nog eens onregelmatig is. De klim heeft een paar vlakkere stukjes, waardoor andere stukjes dan logischerwijs weer zwaarder zijn dan 10%. We tikken de 20% aan en dat is natuurlijk genieten. Een typisch Baskisch klimmetje, het is een beetje alsof we halverwege april tijdens de Itzulia de muur van Aia bedwingen. Ik word er helemaal vrolijk van, zeker als je bedenkt dat de Baskische fans hier rijendik zullen staan. Wat een ambiance, jongens toch. Op de top van de klim volgt er nog een kleine uitloper, waarna de renners linksaf slaan. Ze komen terecht op een bredere weg en die gaat ze rechtstreeks naar Espelette brengen. Het is maar goed dat de weg wat breder is, want we bevinden ons nu in een afdaling. Het gaat 2,5 kilometer redelijk stevig naar beneden. Dit stuk bevat weer talloze bochten, technisch afdalinkje. Dat technische deel is evenwel niet lang. Op iets meer dan één kilometer van de streep zijn de renners min of meer beneden. Na een flauwe bocht naar rechts gaat het 500 meter rechtdoor tot in Espelette, over een weg die min of meer vlak is. Op 400 meter van de streep komen de renners uit bij een rotonde, waar ze rechtsaf slaan. Daarna gaat het zo goed als rechtdoor tot aan de streep, terwijl de weg nog vals plat omhoog loopt aan een procent of twee. Een paar fijne laatste hectometers om nog even verder af te sterven na deze zware tijdrit. Ik ben fan.

7f7a6
InmOmFB.png

De finishplaats van dienst is Espelette, een dorp met 2000 inwoners dat net als Saint-Pée-sur-Nivelle nog nooit deel uitmaakte van de Tour. Ook Espelette ligt in de Baskische provincie Labourd, maar dat is logisch aangezien we hemelsbreed maar een paar kilometer van Saint-Pée eindigen. Espelette is een bijzonder mooi dorpje. Een dorpje dat in zekere zin typisch is voor deze regio. In veel van de dorpjes in Labourd kom je typische Baskische vakwerkhuisjes tegen. Witte gevels, rode luiken. Ziet er heel pittoresk uit. Zo pittoresk dat Espelette een populaire toeristische bestemming is geworden. In de smalle en steile straatjes in het kleine centrumpje bulkt het van de winkeltjes. Espelette beschikt ook nog eens over een kasteel, het Château des Barons d'Ezpeleta. Ezpeleta is dan weer de Baskische naam van Espelette, maar dat kan je natuurlijk ook zelf bedenken. Een andere typische Baskische bezigheid is blijkbaar het versieren van de kerk. Ook hier een opvallend altaarstuk en bovendien een plafond dat volledig geschilderd is. Best fraai. Ook in Ezpeleta doen ze aan pelota, eigenlijk een gemiste kans dat we niet op die baan finishen, dan was de cirkel wel rond geweest. Al loop je dan wel het risico dat de renners niet op tijd remmen en tegen de muur fietsen, maar dat had dan wel weer spectaculaire beelden opgeleverd. De mensen in Espelette zijn trots op hun Baskische identiteit en daarom wordt hier ook Baskisch gesproken, verstandige mensen. Waar het dorp verder bekend om is zijn de lokale pepers. De piment d'Espelette of Ezpeletako Biperra is een gedroogde rode peper, die men doodleuk aan het huis hangt, want daar droogt het blijkbaar het beste. Volgens het roadbook is de peper echt fantastisch: "its great aromatic finesse and long-lasting flavour contribute its unique taste. Its fragrance and colour embellish the kitchen on a daily basis and it is used in dishes from aperitifs through to desserts." Als je het wil proberen moet je een keer op een woensdag passeren, want dan is hier de markt en kom je om in de pepers.

village-espelette_008.jpg

Deze nu al legendarische en onovertroffen tijdrit start om 12 uur. Rond dat tijdstip zal Lawson Craddock, de rode lantaarn, de eerste zijn die zich mag onderdompelen in het Baskische genot. Dit kunnen we live meemaken bij de NOS en Sporza, want die beginnen er gelukkig een keer op tijd aan. Ze zijn er meteen om 12 uur bij. Eurosport ook, maar dat boeit dan al niet meer. Om 16:29 zal Geraint Thomas de laatste zijn die vertrekt. De organisatie verwacht dat hij rond 17:13 binnen is en dat hij dus 44 minuten nodig zal hebben voor deze 31 kilometer. Het is in ieder geval wel duidelijk dat we geen 60 gemiddeld gaan halen op dit parcours dus meer dan een half uur zal je sowieso wel nodig hebben. Het weer wordt waarschijnlijk niet al te best in het Baskenland. 22 graden in de middag, met flink veel kans op regen. De afgelopen week is er heel veel regen voorspeld en bijna nooit kwam het, dus de kans is aanwezig dat het nu ook weer droog zal blijven. De meeste kans op regen is er sowieso in de ochtend en het begin van de middag, op het moment dat de mindere goden aan het werk moeten. Die mindere goden maken sowieso al geen kans op dit zware parcours, dus de uitslag van de rit zal er waarschijnlijk niet ernstig door beïnvloed worden. Niet heel veel wind, ook dat lijkt geen enorme rol te gaan spelen.

16:11:00 ZAKARIN Ilnur TKA RUS
16:13:00 QUINTANA Nairo MOV COL
16:15:00 MARTIN Daniel UAD IRL
16:17:00 BARDET Romain ALM FRA
16:19:00 LANDA MEANA Mikel MOV ESP
16:21:00 KRUIJSWIJK Steven TLJ NED
16:23:00 FROOME Chris SKY GBR
16:25:00 ROGLIC Primo¸ TLJ SLO
16:27:00 DUMOULIN Tom SUN NED
16:29:00 THOMAS Geraint SKY GBR

xerri-karrika-street.jpg

Op papier leek de tijdrit al zwaar, maar na een nadere beschouwing blijkt het echt heel erg lastig te zijn. Het is een heuvelachtige tijdrit zoals je ze in de Ronde van het Baskenland ziet. Bijna geen moment vlak, continu op en af met tussendoor ook nog wat steile klimmetjes. Veel smalle wegen en heel veel bochten. Het is niet alleen zwaar omdat je hard moet trappen, maar ook omdat je continu aandachtig moet zijn. In je ritme komen zal lastig zijn aangezien er altijd wel weer iets aan de hand is. Het is geen tijdrit voor de echte specialisten. De jongens die het vooral van een vlak of licht glooiend parcours moeten hebben zijn in het nadeel. Op de grote plaat rechtdoor stampen is er maar beperkt bij. Ook de klimmers zijn niet echt in het voordeel, ondanks de vele korte klimmetjes. Ze zijn eigenlijk allemaal net niet lang genoeg om lekker omhoog te fladderen, het is toch vooral werk voor de j