Een filosofische ervaring is het ervaren van een stuk verdeeldheid met de roep om opheffing ervan. Zo'n tegenstrijdigheid is de links-rechtsdichtonomie in het politieke discours.
Ik geloof zelf niet dat de strijd der ideologieën gestreden is of zal zijn.
De auteur stapt zelf namelijk in dezelfde valkuil als de ideologen.
De auteur gelooft, en dat is een vrij aardige gedachte, dat actuele problemen nopen tot het verlaten van bepaalde ideologische principes. Maar daar zit ook de valkuil: wat nu als blijkt dat er helemaal geen antwoorden zijn op de wereld en haar problemen? Dat elke oplossing ook weer nieuwe problemen oproept?
In de Hegeliaanse filosofie staat de gedachte centraal dat de wereld voortgestuwd wordt door tegenwerkende krachten. Het schema werkt ongeveer als volgt:
these-antithese-synthese=these-antithese-synthese=...
Dit proces eindigt volgens Hegel in een soort totale 'oplossing'. Politiek gezien heeft dat zich nu juist vertaald in wat we nu uiterst links noemen: het Marxisme of communisme.
Wat bleek toen het communisme geïmplementeerd werd? De nieuwe these, het communistische systeem, riep haar eigen ondergang over zich af. Het werd als these opgezogen in het hierbovengenoemde schema. Zo werd de strijd tussen arbeider en kapitalist opgeheven, maar vervangen door de strijd tussen burger en regent. Na de val van de muur brak het neoliberalisme definitief door in het westen, of voorlopig?
De actuele crisis laat zien dat de mondiale markteconomie gevaren en risico's kent. Ik beweer niet dat 'het kapitalisme' alle blaam treft. Maar wel dat alle instrumenten gebaseerd op de angst voor terugkeer van dictaturen (zoals de EU en Euro, de macht van Amerika, de neoliberaliseringen maar ook zoiets als de VN en mensenrechten) uiteindelijk aan eigen tegenstrijdigheden ten onder zullen gaan evenals alle voorgangers ervan. Want het communisme was gewoon een voorganger van het (neo)liberalisme. Nazaat van de industriële revolutie maar gelijktijdig slechts een schakel in de geschiedenis.
Wat heeft dit met de OP te maken? Francis Fukuyama zag als Hegeliaan de triomf van de liberale democratie. Deze werd bij hem gezien als politiek eindstation, de ultieme Hegeliaanse synthese. Daarbij ontging hem volgens mij toch wel dat nu juist het door hem als mislukt beschouwde communisme óók de uitkomst was van deze Hegeliaanse doctrine.
Wat is het belangrijkste van deze doctrine? Niet het schema. De gedachte dat 'elk voordeel z'n nadeel hep' en dat de wereld altijd iets (tegen)strijdigs behoudt, kan ik wel vatten. Nu juist het idee dat er een opheffing zal komen of dat er totaaloplossingen zijn voor het probleem dat onze wereld heet, is raar, onempirisch, continue weerlegd door de harde realiteit.
En zo ziet de auteur wel een nieuwe antithese opdoemen in de neoliberale epoche. De mens versus milieu. Milieu kan betekenen zijn natuur, of zijn omgeving. De neoliberale tijd leek de voltooiing van de roep om verzoening maar is het opkomen van de oudste vorm van strijdigheid, namelijk tussen de natuur en mens, tussen de omgeving en individu.
En dan beweert de auteur doodleuk dat dat tot een uiteindelijke ideolische opheffing kan leiden.
Dat is mijn filosofische bezwaar tov de OP: zelfs al wordt de links-rechts strijdbijl begraven, dan nog..
Er wordt gewoon een ander wapen gekozen. Dan heet het de rationalisten versus de reactionairen; D66 versus PVV; verstand versus gevoel; religie versus wetenschap.
Het einde van links-rechts zou slechts het einde van een oude betekenishorizon zijn, leidend tot opkomst van een nieuwe.
Politiek geëngageerd zijn heeft iets filosofisch: In een strijdigige wereld zoeken naar politieke oplossingen. Dat die gelijk onderdeel worden vaan het strijdveld moet je wel negeren om te kunnen geloven in politieke oplossingen.
Politiek geëngageerd zijn is het ervaren van verdeeldheid mbt hoe de politiek is en hoe zij behoort te zijn. Is het aannemelijk dat deze verdeeldheid ooit ophoudt te bestaan?
Ik denk van niet, en anders houdt politiek zelf op te bestaan.