Ik zat naast een jongen.
Hij zei: 'ik heb 1 bal'
Ik zei: 'dan hebben we er samen vier.'
De jongen liep weg.
Er kwam een nieuwe jongen naast me zitten.
Hij zei 'ik heb drie ballen'
Ik zei: 'dan hebben we er samen zes'
De jongen liep weg.
Er kwam een meisje naast me zitten.
Ze zei: 'ik heb twee ballen'
Ik liep weg.

Klacht: ik ben bang voor meisjes