Als je voor A kiest word je blijkbaar gelukkiger als je het beter hebt ten opzicht van anderen.
Als je voor B kiest word je blijkbaar gelukkiger van een grotere koopkracht.
Ik kies voor B, wat anderen om mij heen hebben boeit mij een stuk minder dan wat je kan bereiken met wat je hebt. Ik word gelukkig van het kunnen nastreven van mijn doelen die mij niet door de maatschappij worden opgelegd.