abonnementen ibood.com bol.com Coolblue
pi_177718540
registreer om deze reclame te verbergen
09-03-2018

Diamant geeft diepste geheimen aarde prijs

casio3diamond_1024.jpg

Voor de eerste keer is het mineraal silicaatperovskiet gevonden aan de oppervlakte van de aarde.

Silicaatperovskiet is het vierde meest voorkomende mineraal op aarde, maar het was nog nooit door mensen waargenomen. Het valt namelijk uit elkaar boven een diepte van ongeveer 650 kilometer. Toch is het nu gevonden, dankzij een stukje diamant dat op minder dan een kilometer diepte in de aardkorst zat. Het bijzondere steentje werd omhoog gehaald in de Cullinan-diamantmijn in Zuid-Afrika.

Het mineraal zit opgesloten in de diamant. Het onderzoeksteam polijstte de diamant zodat met een spectroscoop bevestigd kon worden dat het mineraal binnen inderdaad het vluchtige CaSiO3 was.

Scheikundigen schatten dat de lage mantel van de aarde voor wel 93 procent uit silicaatperovskiet bestaat, maar tot nu toe was het niet meer dan een theorie. Nu ze het eindelijk in handen hebben, kunnen de wetenschappers het mineraal echt gaan onderzoeken.

De edelsteen zelf is maar 0,031 millimeter breed, en is ook een enorm zeldzame vondst. De meeste diamanten onstaan op 150 tot 200 kilometer diepte. Deze diamant moet echter ontstaan zijn op een diepte van 700 kilometer, aldus de onderzoekers. Op die diepte is de druk 240.000 keer groter dan de atmosferische druk op zeeniveau.

Het was die ongelofelijke druk die de steen gevormd heeft, met de perovskiet binnenin. Diamant is enorm sterk, en daardoor bleef het mineraal intact terwijl de diamant richting het aardoppervlak bewoog.

De ontdekking heeft nu al fascinerende informatie opgeleverd over hoe de mantel van de aarde is ontstaan. De specifieke samenstelling van het perovskiet in de diamant laat heel duidelijk zien hoe de aardkorst gerecycled wordt in de onderste mantel van de aarde. Het is sterk bewijs van wat er gebeurt met tektonische platen als ze in de diepte van de aarde verdwijnen.

(faqt.nl)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_177718587
09-03-2018

Laser komt om de hoek kijken

Onderzoekers van de Amerikaanse Standford Universiteit ontwikkelden een systeem waarmee ze via een laser en lichtsensor een beeld vormen van een object achter een ondoorzichtige wand. Zelfrijdende auto’s zien hiermee in de toekomst wellicht wel het verkeer ‘om de hoek’ aankomen.

Hebben we allemaal niet eens gewenst dwars door muren heen te kunnen kijken? Amerikaanse wetenschappers krijgen dit kunstje nu voor elkaar met een lasersysteem. Ze vormen hiermee een accuraat beeld van verschillende objecten die zich achter een muur bevinden, zoals bijvoorbeeld een beeldje van een konijn. Het systeem maakt handig gebruik van het licht dat de objecten reflecteren.

164337_web.jpg?1520509142
Impressie van de opstelling.


Het systeem bestaat uit een beweegbare laser en een gevoelige sensor die de lichtintensiteit op een bepaald punt bepaalt. De wetenschappers gebruiken een wand of ondoorzichtig doek om een object te verhullen voor hun meetsysteem. Met laserlicht dat via een tweede muur op het object valt, ťn weer via diezelfde muur terugkaatst naar het lasersysteem vormt een computer een beeld.

Er zijn al lasersystemen (ook wel LIDAR genoemd) die een omgeving in kaart brengen met direct gereflecteerd licht van objecten. Deze moeten zich dan in het zicht van de LIDAR bevinden. Dat laatste hoeft dus niet bij de vinding uit Standford, die informatie haalt uit het licht dat door (niet-spiegelende) oppervlaktes alle kanten op wordt gereflecteerd. De wetenschappers denken overigens wel dat ze bestaande LIDAR-systemen kunnen aanpassen zodat ze uiteindelijk met hun techniek ook om de hoek kunnen kijken. Het onderzoek is deze week in het wetenschappelijke tijdschrift Nature gepubliceerd.

Om de hoek

Er zijn al verschillende (experimentele) systemen ontwikkeld die via een muur om een hoekje kunnen spieken. Een mooie techniek, maar de signalen zijn vaak zwak, waardoor het verzamelen van informatie meestal lang duurt. Bovendien duurt het nog veel langer om met een computer het beeld te reconstrueren uit de beperkte informatie.

Google's_Lexus_RX_450h_Self-Driving_Car.jpg?1506690721
Veel zelfrijdende auto’s, zoals dit exemplaar van Google, zijn op het dak uitgerust met LIDAR om de omgeving in kaart te brengen.

Het nu gepresenteerde systeem werkt sneller dan eerdere methodes. Het verzamelt informatie over het verborgen object door met de beweegbare laser een lichtpunt te creŽren op de (tweede) muur. Dat gebeurt met korte lichtpulsen van slechts tientallen picoseconden (een picoseconde is 0,000.000.000.001 seconde). Vanaf dit punt op de muur valt een deel van het licht op het verborgen object, dat weer een kleine fractie van het licht terugkaatst dat op de muur valt. Door minutieus naar de timing van het licht op de muur te kijken, kan een lichtsensor bepalen hoe ver het licht heeft gereisd en bepalen hoe ver weg het verborgen object is.

De onderzoekers van Standford passen vervolgens een aantal slimme trucs toe om sneller een beeld te vormen. Zo gebruiken ze de beweegbare laser om de meting voor een groot aantal punten op de muur te doen. Een gemiddelde scan bestaat uit enkele duizenden punten, verdeeld over een oppervlak van ruwweg een meter bij een meter. Ook al duurt het opnemen van ťťn punt niet zo lang, alle punten meten kan altijd nog tussen de twee minuten en een uur duren.

Juist op het gebied van beeldbewerking wint het nieuwe systeem veel tijd ten opzichte van eerdere systemen. Zelfs op een laptop duurt de informatieverwerking pakweg een seconde. “We hebben een manier gevonden om relatief snel een inschatting te maken van hoe het verborgen object er ruwweg uitziet”, laat hoofdonderzoeker Matthew O’Toole per mail weten. “Dat is essentieel, want daarna kunnen we er al bestaande en efficiŽnte algoritmes op loslaten die het beeld scherper maken.”

Mannequin_combi.jpg?1520597704
Een pop (link) waarvan later een reconstructie is gemaakt (rechts).

 Standford University/O’Toole et al.

De wetenschappers lieten zien dat ze accurate beelden konden vormen van een konijnenbeeldje, een pop en een ‘Exit’-bord (inclusief de tekst op dat bord). Wanneer het object zelf reflecterend is, zoals een verkeersbord, dan werkt het systeem volgens de onderzoekers nog beter.

In de echte wereld

Wat is nu de kans dat we deze techniek ook buiten het gecontroleerde laboratorium gaan terugvinden? Werkt het ook in een wereld met sterk wisselende lichtomstandigheden en oneindig veel verschillende reflectieve eigenschappen van oppervlaktes? De onderzoekers laten zien dat het systeem ook buiten (in de zon) werkt. “Onze aanpak lijkt redelijk robuust. Het werkt bijvoorbeeld ook bij een muur met een wisselend oppervlak, zonder dat we het algoritme aanpasten”, zegt O’Toole.

Het mooie is dat je de eerder genoemde bestaande LIDAR-systemen wellicht uit kunt rusten met dergelijke algoritmes. Ook dat probeerden de wetenschappers al, maar ze laten weten dat er nog werk te doen is voordat deze systemen ook om de hoek kijken.


(nemokennislink.nl)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_177775969
12-03-2018

Moleculen reageren onder grote druk

Kunnen we straks met minder energie chemische reacties laten verlopen? Wetenschappers slaagden er via mechanische krachten in om selectief een binding in een kristal te verbreken. Het is de eerste keer dat onderzoekers dit lukt.

2000px-Diamond_Anvil_Cell_-_Cross_Section.svg.png?1520845548

Een cel bestaande uit twee diamanten die hele hoge druk kunnen opwekken.

Chemische reacties zijn vaak ingewikkeld. Je hebt stoffen die met elkaar moeten reageren, je lost ze op in een vloeistof en om te zorgen dat de reactie daadwerkelijk op de juiste manier verloopt voegen chemici nog extra chemicaliŽn toe. En dan kost het vaak nog veel energie om het product te zuiveren. Dit kan ook anders: met mechanochemie. Onderzoekers van onder andere de Stanford Universiteit in Amerika hebben het nu voor het eerst voor elkaar gekregen om een verbinding te verbreken door hun molecuul onder hoge druk samen te persen.

Vuurstenen

Voor mechanochemie gebruik je geen oplosmiddelen of extra hulpstoffen, maar start je de reactie met mechanische krachten zoals wrijving of druk. Een bekend voorbeeld is de vonken die ontstaan als je vuursteen en ijzer tegen elkaar slaat. In Nederland doen momenteel niet veel wetenschappers onderzoek naar deze technieken, maar groepen in het buitenland lukte het al om met pure trekkracht polymeren uit elkaar te halen of ringvormige moleculen te openen. “Je kunt vergelijken met het legeren van metalen, dat gebeurt ook met mechanische krachten die ervoor zorgen dat de metalen die normaal onmengbaar zijn wel mengen”, vertelt Hessel Castricum, onderzoeker aan de TU Delft.


In de groep van Nicolas Milosh, hoogleraar materiaalkunde en technologie aan de Stanford Universiteit, zetten ze deze techniek nu voor het eerst in om specifieke verbindingen in een molecuul te verbreken. Om dit te doen heb je een hoge isotrope druk nodig, dat is druk die van alle kanten tegelijk op de moleculen drukt. Daarom gebruiken ze een speciaal apparaat met twee stukken diamant die elkaar op platte punten raken. “Hiertussen kunnen we de druk enorm opvoeren”, zegt Milosh. “Want alle druk concentreert zich op dat kleine oppervlak van de punt.”

Verbinding verbroken

Tussen de diamanten leggen de Amerikanen hun moleculen. Voor dit experiment gebruiken ze kristallen die zachte en harde delen bevatten. Ze combineren de harde diamandoÔden – kleine kooi-achtige moleculen opgebouwd uit koolstof en waterstof – met zachte, flexibele ketens ertussenin. Terwijl ze de druk opvoeren, volgen ze met rŲntgenstraling de vervorming en chemische samenstelling en analyseren ze wat er gebeurt. “Normaal gesproken vervormen kristallen uniform, dus op alle plekken hetzelfde”, legt Milosh uit. “Maar wij zagen een reactie in de zachte delen, er verplaatsen elektronen en de binding breekt.”

Nature_via_Nicolas_Milosh.png?1520845378
De harde, stijve delen in dit molecuul zorgen ervoor dat onder hoge druk specifiek een binding ertussen breekt.

Uit berekeningen en metingen bleken de harde delen in het kristal voor deze reactie te zorgen. Milosh: “Die blijven stijf en bewegen ten opzichte van elkaar, waardoor er nog meer kracht wordt uitgeoefend op het zachte deel. Uiteindelijk breekt deze binding.”

Selectief

Castricum noemt het resultaat van het onderzoek erg interessant: “Ze hebben het molecuul expres asymmetrisch opgebouwd, waardoor ze selectief een binding breken. Het is voor het eerst dat dit op deze manier, onder isotrope druk, lukt. Bovendien hebben ze de vervorming precies kunnen volgen, waardoor je veel informatie krijgt over hoe zulke reacties verlopen.”

Een toepassing lijkt alleen nog wel ver weg, geeft Milosh toe: “Het is een eerste stap, een bewijs dat we het kunnen. We gaan nu proberen om systemen te ontwikkelen voor reacties die normaal gesproken moeilijk verlopen, zoals het omzetten van CO2.” Castricum weet ook niet direct een toepassing, maar ziet wel voordeel in het gebruik van mechanochemie: “Voor bepaalde reacties heb je veel minder materiaal nodig en je produceert nauwelijks afval. Dit kan erg aantrekkelijk zijn voor industriŽle processen. Ook geeft mechanochemie meer inzicht in hoe bepaalde reacties verlopen, daaraan levert dit soort onderzoek een belangrijke bijdrage.”

Bron:
•Hao Yan e.a., Sterically controlled mechanochemistry under hydrostatic pressure, Nature (2018), DOI: http://dx.doi.org/10.1038/nature25765

(nemokennislink.nl)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_177808910
registreer om deze reclame te verbergen
Britse natuurkundige Stephen Hawking (76) overleden

De Britse natuurkundige en kosmoloog Stephen Hawking is woensdag overleden in zijn woonplaats Cambridge. Hawking (76) was al op vroege leeftijd aan een rolstoel gekluisterd door de spierziekte ALS, maar zijn denkvermogen en enthousiasme om ingewikkelde wetenschappelijke ideeŽn aan een breed publiek uit te leggen werden nooit aangetast.
Zijn dood werd bekendgemaakt door zijn kinderen, Lucy, Robert en Tim. "We zijn diepbedroefd dat onze geliefde vader vandaag is overleden. Hij was een groot wetenschapper en een buitengewone man, wiens werk en nalatenschap vele jaren zullen voortleven."

De natuurkundige en kosmoloog had ondanks zijn beperkingen een tomeloze ambitie om het ontstaan van leven, planeten en zwarte gaten te verklaren. “Mijn doel is eenvoudig”, schreef hij in zijn boek Stephen Hawking’s Universe. “Een volledig begrip van het universum, waarom het is zoals het is en waarom het Łberhaupt bestaat.”

Stephen Hawking laat twee ex-vrouwen en drie kinderen achter. Hij schreef ruim tweehonderd wetenschappelijke publicaties, dertien boeken (waarvan zes co-auteur) en vier kinderboeken over kosmologie met zijn dochter Lucy.

De Brit was een van de meest prominente wetenschappers in zijn gebied, regelmatig te gast in tv-shows, een media-icoon en won vele prijzen vanwege zijn ontdekkingen in de kosmologie. Hij kreeg zelfs een natuurkundig fenomeen naar zich vernoemd, de zogeheten Hawkingstraling.

Oxford
In het Engelse Oxford werd op 8 januari 1942 Stephen William Hawking geboren. Hij was de zoon van de Engelse Frank en de Schotse Isobel Hawking. Na Stephen volgden nog twee dochters, Philippa en Mary, en een geadopteerde zoon Edward.

Het leven als boekenwurm werd al op vroege leeftijd met de paplepel ingegoten. De maaltijden in het intelligente, excentrieke, maar ook armoedige gezin werden vaak in stilte met een boek genuttigd. Toen Hawking 17 jaar oud was, werd hij toegelaten tot de Universiteit van Oxford. Daar studeerde hij Natuurkunde.

Hawking was tijdens zijn studie geen harde werker, maar haalde door zijn intelligentie alle vakken die nodig waren om af te studeren. Tijdens zijn studie kreeg hij een relatie met Jane Wilde, met wie hij later zou gaan trouwen.

ALS
In zijn laatste studiejaar werd Hawking echter enorm klunzig en bewoog hij vaak ongecoŲrdineerd. De Brit viel regelmatig en begon te slissen. Op aandringen van zijn familie liet hij zich medisch onderzoeken. Op 21-jarige leeftijd werd de ongeneeslijke spierziekte ALS geconstateerd.

Hawking kreeg van zijn artsen een levensverwachting van twee jaar. “Mijn verwachtingen werden tot nul gereduceerd toen ik 21 jaar was. Alles wat ik sindsdien heb gedaan, is een bonus”, onthulde Hawking in een interview met New York Times Magazine in 2004. “Ōk ben niet bang voor de dood, maar ik heb ook geen haast met sterven.” Uiteindelijk wist hij de ziekte ruim vijftig jaar lang te beheersen.

“Hij is uitzonderlijk”, verklaart Nigel Leigh, een hoogleraar klinische neurologie van King’s College in Londen. “Ik ken niemand die al zo lang met ALS leeft. Het is niet alleen bijzonder dat hij al die tijd in leven is gebleven, maar ook dat de ziekte bij hem opgebrand lijkt te zijn. Zijn situatie lijkt stabiel te zijn, en dat is extreem zeldzaam.”

Rijzende ster
In 1965 trouwt hij met Jane Wilde, die tijdens zijn diagnose en verval zijn steun en toeverlaat was. Met Wilde krijgt Hawking drie kinderen: zonen Robert en Timothy en dochter Lucy.

De wetenschapper werkte samen met Roger Penrose aan theorieŽn over het ontstaan van het universum. Hawking verdiende voornamelijk bekendheid door zijn onderzoek naar zwarte gaten en singulariteiten.

Een singulariteit is een punt in de ruimte met een oneindig klein volume en een oneindig grote dichtheid. Rondom zo’n punt houden tijd en ruimte praktisch op met bestaan. Reguliere natuurkunde gedraagt zich volgens andere regels rondom een singulariteit. Hawking en Penrose publiceerden in 1970 een bewijs dat het universum ooit vanuit een singulariteit is ontstaan.

In 1966 won Hawkins zijn eerste grote prijs, namelijk de Adams Prize. In 1974 werd hij gekozen als zogeheten Fellow of the Royal Society. Dat is een erkenning voor al het werk dat iemand in de natuurwetenschappen heeft verricht. Sindsdien mocht hij de titel FRS achter zijn naam voeren.

Zijn doorbraak buiten de wetenschap bereikte hij met zijn boek A Brief History of Time (1988). Daarin beschrijft hij concepten zoals tijdreizen, zwarte gaten en stringtheorie. Voor die tijd waren dat baanbrekende ideeŽn, die ook nog eens op relatief begrijpelijk niveau werden uitgelegd.

Scheiding en tweede huwelijk
De Brit was tijdens zijn leven een aantal keer gevaarlijk dicht bij de dood. In 1985 liep hij een longontsteking op, die zo ernstig was dat aan zijn toenmalige vrouw Jane Wilde werd gevraagd of zijn leven moest worden beŽindigd. Hawking wist zijn gezondheidsproblemen echter telkens te doorstaan.

Door de rijzende bekendheid van Hawking en de constante aanwezigheid van artsen en zusters kwam het huwelijk van Wilde en Hawking onder druk te staan. In 1991 besluiten zij te scheiden. In 1995 trouwt hij met Elaine Mason, een van de zusters die hem tijdens zijn longontsteking verzorgde.

Elaine Mason was daarnaast de ex-vrouw van David Mason, die de eerste versie van Hawkings spraakcomputer heeft ontworpen. Eind 2006 is Hawking ook van Elaine gescheiden.

Zoveel als hij over het universum wist te vertellen, zo weinig begreep hij het andere geslacht. “Vrouwen zijn een compleet mysterie voor mij”, verklaarde hij in 2012 tegenover New Scientist.

Cultureel fenomeen
Door zijn opvallende verschijning en humor was Hawking ook een cultureel fenomeen. Zijn gelijkenis was onder meer te zien in afleveringen van The Simpsons, Dexter’s Lab, Family Guy, Futurama en The Fairly OddParents. Ook speelde hij kleine rollen in The Big Bang Theory en Star Trek: The Next Generation.

Zijn stemcomputer werd in het nummer Talkin’ Hawkin’ van Pink Floyd te gebruikt. In 2014 kwam de Oscar-winnende film The Theory of Everything uit, waarin het vroege leven van de wetenschapper in werd uitgebeeld.

Hawkins was een prominent atheÔst. Hij heeft altijd beweerd dat het universum zichzelf kon creŽren door krachten zoals de zwaartekracht. In zijn boek Black Holes and Baby Universes (1993) schrijft hij: “Ik heb gemerkt dat zelfs mensen die beweren alles vooraf bepaald en dat wij daar niets aan kunnen doen, kijken voordat ze de weg oversteken.”

Stephen Hawking overleed op 14 maart in zijn woonplaats Cambridge.

Bron: https://www.nu.nl/buitenl(...)ng-76-overleden.html
Herman Finkers... He buurman, ik hier ?
pi_177865730
16-03-2018

‘Ik wil de grens tussen levende en dode materie laten vervagen’

Interview met Peter Korevaar, chemicus die natuurlijke systemen wil nabootsen in synthetische materialen

Levende organismen communiceren heel slim met hun omgeving. Onze materialen kunnen dit nog niet, maar daar wil Peter Korevaar verandering in brengen. De Nijmeegse universitair docent onderzoekt synthetische materialen die je niet van levende organismen kunt onderscheiden.

Peter_Korevaar.jpg?1521195704
Peter korevaar

Hoewel we planten meestal niet zien als slimme organismen, communiceren ze wel veel met hun omgeving en met soortgenoten. En dat zonder ook maar een woord te uiten. Toen een antilopesoort in Zuid-Afrika de acaciabomen kaal begonnen te vreten, maakten die bomen extra tannine aan en doodden daarmee drieduizend antilopen. Zelfs bomen die zelf nog geen last hadden van de veelvraten, bleken deze stof extra aan te maken omdat ze ‘gewaarschuwd’ waren door bomen in de buurt – die stootten de stof etheen uit. Dit soort slimme communicatie vind je terug in veel levende organismen, maar het lukt ons nog niet om deze slimheid na te bootsen in de spullen die wij maken. Maar als het aan universitair docent Peter Korevaar ligt, komt daar verandering in.

Korevaar promoveerde onder Bert Meijer, waar hij zelfassemblage onderzocht: moleculen die uit zichzelf grotere netwerken vormen. Daarna vertrok hij naar Harvard om te werken aan zogenaamde hydrogels; materialen bestaande uit 3D-netwerken die water opnemen en zo een gel vormen. In april 2017 startte Korevaar zijn eigen groep aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

In zijn huidige onderzoek combineert hij zijn interesse voor materialen zoals hydrogels en levende systemen: “We willen levensechte synthetische materialen maken, die zich aanpassen aan hun omgeving.” Onlangs ontving Korevaar een NWO ‘start-up’-subsidie om zijn onderzoek verder uit te breiden. NEMO Kennislink sprak hem over zijn plannen.

Zijn de materialen die we nu gebruiken nog niet slim genoeg?

“Synthetische materialen die wij nu gebruiken, zoals metaal, plastic of glas, hebben ťťn functie. Maar de levende natuur is ontzettend dynamisch en daar halen wij onze inspiratie vandaan. Er zijn een heleboel functies die levende materie wel kan hebben en dode materie niet. Of beter gezegd: nog niet. Daar ligt voor ons een mooie kans.”

“Als ultiem doel wil ik de grens tussen levende materie en dode materie laten vervagen. Nu is het totaal duidelijk wanneer iets leeft en wanneer niet, omdat er een enorm gat zit tussen wat synthetische materialen kunnen en de elegantie waarmee dat in de natuur gebeurt. Dat doel ligt nog ver weg, maar ik hoop dat ik stappen kan zetten en een bijdrage kan leveren.”

Wat voor materialen kunnen we dan verwachten?

“We zijn nu bijvoorbeeld bezig met hydrogels die tellen. Eencellige organismen zoals amoeben kunnen dit van nature, met het zogenoemde quorum sensing. Dit betekent dat ze door het opvangen van signaalmoleculen precies weten hoeveel andere amoeben zich om hen heen bevinden. Onze computers doen iets vergelijkbaars, maar chemisch gezien hebben we nog geen materiaal die dit kan.”

“Daarom werken we aan hydrogelbolletjes die dit soort gedrag vertonen. Dit zou kunnen lukken als je een netwerk maakt van chemische reacties die elkaar beÔnvloeden, bijvoorbeeld door de omgeving zuurder te maken of te zorgen dat een bolletje inkrimpt of uitzet. Het is ons al gelukt om een hydrogel te ontwikkelen die kan herkennen of een chemische reactie in zijn omgeving heel snel of heel langzaam verloopt. Nu moet hij daar nog op reageren.”

Waar zou je zoiets voor gebruiken?

“Onze bolletjes zullen natuurlijk niet direct computers vervangen. Bovendien zijn we nog niet heel gericht bezig met het maken van specifieke toepassingen. We kijken meer in algemene zin of we materialen op een nieuwe manier kunnen maken. Uiteindelijk willen we materialen die zich op allerlei mogelijke manieren aanpassen aan hun omgeving, door bijvoorbeeld van vorm te veranderen.”

“Dit kan met allerlei materialen zoals hydrogels, maar we gebruiken ook veel moleculaire zelfassemblage. De verschillende onderdelen van dit soort systemen zitten niet sterk aan elkaar vast, dus dat maakt het mogelijk om het weer af te breken en op een andere manier op te bouwen. Als ons dat lukt zijn er zeker veel toepassingen te bedenken, zoals biosensoren die veranderingen in het lichaam of in het milieu kunnen detecteren, maar we moeten het eerst nog voor elkaar krijgen.”

Superabsorber_Hydrogel_KSG_2917_pK.jpg?1521194924
Korevaar wil dit soort hydrogels aanpassen en met hun omgeving laten communiceren.
 Wikimedia Commons, Petra Klawikowski via CC BY 3.0

Maar de complexiteit zit toch al in de natuur? Kun je daar geen gebruik van maken?

“We zouden ervoor kunnen kiezen om te werken met eiwitten, cellen of DNA en dat in onze materialen te verwerken. Dat gebeurt al wel in andere onderzoeksgroepen in Nederland, maar wij willen onze materialen volledig synthetisch maken. Dat heeft deels te maken met de kosten. Synthetische materialen zijn vaak goedkoper als je ze uiteindelijk in een toepassing wilt gebruiken. Bovendien vraag ik me af: wat leer je ervan als je de natuur het werk laat doen? Ik wil juist graag tot op de bodem uitzoeken hoe de natuurlijke systemen verlopen, wat hun geheim is en dat dan nabootsen.”

“Het kan heel goed zo zijn dat onze technieken uiteindelijk hetzelfde opleveren als mensen die dit soort materialen maken door natuurlijke systemen te integreren. Op de lange termijn moeten we misschien wel gaan samenwerken, de verschillende aanpakken combineren en zo nog slimmere materialen maken. Maar als een klein onderzoekslab moet je toch kiezen, je kunt niet alles doen. En dan kies ik toch voor het begrijpen van de natuur door gedrag met synthetische bouwstenen na te maken.”

Welke toepassing zal het snelst op de markt verschijnen?

“Dat is lastig te zeggen. Sommige onderzoekers gebruiken al hydrogels in hun biomaterialen. Deze materialen implanteren ze in het lichaam en dan neemt het tijdelijk een functie over of laat het cellen weer groeien. Dat werkt al wel, maar je zou die biomaterialen veel slimmer kunnen laten reageren op wat er gebeurt in het lichaam. Bijvoorbeeld dat ze een extra medicijn loslaten als er een ontsteking optreedt.”

Zullen deze materialen het aantal benodigde grondstoffen op de wereld flink verminderen?

“Dat is nu nog te veel gevraagd, dat lossen we niet zomaar op. Maar je ziet wel dat de levende natuur veel efficiŽnter met materialen omgaat en ze slim hergebruikt. Dat zie je nog niet in het veld van de synthetische materialen. En als we materialen maken die hun bouwstenen op verschillende manieren kunnen samenstellen en weer loslaten, zet je wel een stap in de goede richting. Maar dat duurt nog wel even.”

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehoude

(nemokennislink)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_177865778
16-03-2018

Kķnnen we het maken?
Nieuwe mogelijkheden in de fosforchemie.

slootweg120318.jpg

Voor organicus Chris Slootweg, sinds een jaar hoofddocent aan de Universiteit van Amster≠dam, staat de esthetiek voorop. ‘Moleculen maken die er gewoon gaaf uitzien, maar niet direct een toepassing hebben.’ Onlangs presenteerde hij in Angewandte Chemie enkele grote stappen in de richting van zijn favoriet: monofosfatetrahedraan, een tetraŽder van drie koolstofatomen en ťťn fosforatoom. Tot nu toe bestaat die structuur alleen op papier.

Het was al een van zijn doelmoleculen toen Slootweg promoveerde bij Koop Lammertsma (Vrije Universiteit Amster≠dam), in 2005. ‘Je loopt aan tegen de grenzen van de synthetische methodologie. Tot voor kort kon het gewoon niet. Dat we onze eigen state-of-the-artmethodes moeten ontwikkelen, is een van de leuke dingen aan dit project.’

Atoomeconomisch

Monofosfatetrahedraan is een analoog van tetrahedraan, C4R4. Dat bestaat wel, zij het alleen met tamelijk omvangrijke R’s: tert-butyl of trimethylsilyl aan elke C is wel het minste. Je maakt het bijvoorbeeld uit cyclobutadieen, een anti-aromatisch molecuul dat eveneens te instabiel is om zonder die restgroepen te overleven. Die fotochemische omlegging is volgens Slootweg een schoolvoorbeeld van een ideale, duurzame synthese. ‘Ze is atoomeconomisch: 100 % van de uitgangsmaterialen komt in het product terecht, zonder dat je afval overhoudt’, legt hij uit.

Witte fosfor (P4) is ook zo’n tetraŽder. Maar je kunt niet simpelweg C’s in tetrahedraan door P’s vervangen. Meer voor de hand ligt dat je de structuur opbouwt uit negatief geladen fosfor en een kleine, positief geladen koolstofring, bijvoorbeeld een 1,2,3-tris-tert-butylcyclopropeniumion. Dankzij wijlen Ronald Breslow is dat laatste ion al een tijdlang beschikbaar. ‘Maar P- gold als instabiel’, vertelt Slootweg. ‘Totdat ETH-onderzoeker HansjŲrg GrŁtz≠macher zorgde voor een doorbraak met zijn stabiele NaOCP. Inmiddels maken ze dat met 50 of 100 g tegelijk, en vind je het elke maand wel in een Angewandte-publicatie terug.’

Zijn eigen bijdrage laat nu zien dat de combinatie van een cyclopropeniumion en NaOCP doorreageert tot een dimeer: 1,3-difosfetaan-2,4-dion. Dat valt weer uiteen tot fosfatricyclo[2.1.0.0]pentanon, dat al sterk op monofosfatetrahedraan lijkt. Isomeriseren tot iets fosfacyclobutadieenachtigs lukt ook al.

‘We moeten die CO nog selectief zien te verwijderen’

Alleen zit in beide gevallen de CO uit NaOCP er nog in. ‘Als we die selectief kunnen verwijderen, zitten we op het doelmolecuul en de volgende Angewandte-publicatie’, zegt Slootweg. Hij vermoedt dat het stiekem al is gelukt: tijdens een experiment zag hij de oplossing tijdelijk verkleuren, wat de vorming suggereert van anti-aromatische moleculen die meteen weer verder reageren. ‘We gaan nu de structuur afschermen met nog grotere R-groepen. Op fosfacyclobutadieen passen er tenslotte nog maar drie, in plaats van vier. Ik denk aan dimethyl-tert-butylsilyl, waarmee George Olah ooit succes heeft gehad.’

Begrijpen

De publicatie doet vermoeden dat er veel trial-and-error aan te pas komt, maar volgens Slootweg is dat schijn. ‘Nieuwe kennis ontwikkelen is onze drijfveer. Door heel gericht te observeren wat er gebeurt tijdens experimenten, en onze waarnemingen te toetsen aan theoretische modellen, proberen we te begrijpen wat een molecuul doet. En dan passen we het aan totdat we de chemie hebben gecreŽerd die we zoeken.’

Hij vermoedt dat de uiteindelijke realisatie van zijn doelmolecuul een kwestie wordt van synthetische elektrochemie, volgens hem een ondergewaardeerd gereedschap dat nu volop in ontwikkeling is. ‘Het wachten is op een nieuwe promovendus.’

(c2w.nl)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_177936125
registreer om deze reclame te verbergen
18-03-2018

Hawking werkte op zijn sterfbed zijn belangrijkste onderzoek af. En een Belg hielp hem daarbij

763?appId=2dc96dd3f167e919913d808324cbfeb2&quality=0.8
 © K.U.Leuven - Stephen Hawking, Thomas Hertog, James Hartle en voormalig KU Leuven-rector Mark Waer

Wetenschap & Planeet Twee weken voor zijn dood werkte Stephen Hawking nog een onderzoeksverslag af samen met de Belg Thomas Hertog. De laatste noot aan dat werk werd dan ook op Hawkings sterfbed gelegd. Volgens Hertogs zijn de inzichten in het wetenschappelijk werk van die aard dat ze Hawking wel eens een Nobelprijs hadden kunnen opleveren, moest hij nu nog geleefd hebben. Hawking werd tijdens zijn leven meermaals genomineerd voor een Nobelprijs, maar won er nooit een.

De paper met de titel ′A Smooth Exit from Eternal Inflation’ zou wel eens Stephen Hawkings meest belangrijke werk kunnen zijn. In het werk legt Hawking een methode uit waarmee het bestaan van andere universa aangetoond kan worden. Volgens de wetenschap is het namelijk mogelijk dat er sprake is van een soort ‘multiversum’. In dat ‘multiversum’ zijn er meerdere universa of heelallen. Het heelal zoals wij het kennen, is dan slechts een deeltje van een groter geheel. Tot voor kort was het idee van een ‘multiversum’ dus voornamelijk een theorie, maar met de paper van Hawking zou die theorie nu ook voor het eerst aangetoond kunnen worden. Volgens wetenschappers is het baanbrekend en zou het onze perceptie van het heelal wel eens helemaal kunnen veranderen.

Kosmische inflatie

Al in 1983 schreef Hawking een verhandeling waarin hij het idee van een multiversum aanhaalde. Daarin zette hij samen met James Hartle uiteen hoe de ‘big bang’ zorgde voor het ontstaan van ons heelal. Daarbij gingen ze ervan uit dat de oerknal aanleiding gaf tot een oneindig aantal andere knallen die telkens weer zorgden voor het ontstaan van nieuwe heelallen. Dat idee wordt ‘kosmische inflatie’ genoemd. Kort samengevat bieden Hertog en Hawking met hun werk dus een soort van wetenschappelijk kader om het idee van een multiversum als gevolg van kosmische inflatie te testen en wetenschappelijk aan te tonen. Aan de hand van een detector die vastgemaakt wordt aan een ruimteschip zouden andere universa aan de hand van het wetenschappelijk kader gedetecteerd kunnen worden.

Verder halen Hawking en Hertog ook nog iets minder vrolijk nieuws aan in hun werk. Als de theorie van kosmische inflatie klopt dan wil dat namelijk ook zeggen dat het universum waarin wij ons bevinden op een dag zal oplossen in een soort van zwart gat. Alle knallen die nieuwe universa doen ontstaan verliezen namelijk ook op een bepaald moment hun energie waardoor de universa ophouden met bestaan.

(HLN)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_177936317
19-03-2018

Steeds lonkt er weer een nieuw deeltje om te ontdekken

In ‘De melodie van de natuur’ bespreekt natuurkundige Ivo van Vulpen de wereld van de elementaire deeltjes

De ontdekking van het Higgs-deeltje enkele jaren geleden was wereldnieuws. Maar waarom eigenlijk? In zijn boek ‘De melodie van de natuur’ neemt Ivo van Vulpen je aan de hand in de zoektocht naar dit illustere deeltje. Hij blijkt een goede reisleider, maar een beetje voorkennis kan geen kwaad.

Op 4 juli 2012 werd het jarenlange werk van duizenden natuurkundigen van over de hele wereld op passende wijze beloond. Die dag werd namelijk het bestaan van het zo hartstochtelijk gezochte Higgs-deeltje officieel bekend gemaakt. TV-beelden toonden een zaal vol klappende, lachende en ontroerde wetenschappers. Ook voor wie geen idee had waar het over ging, was de boodschap duidelijk: hier is iets bijzonders gebeurd.

Maar dat was het enige wat er bleef hangen bij velen. Dat het bijzonder was, maar wat er nou precies was ontdekt en waarom dat zo bijzonder was, dat ging in de euforie een beetje verloren. Ook niet heel gek, als je bedenkt dat het nogal een uitdaging is om de essentie van tientallen jaren fundamenteel natuurkundeonderzoek op een begrijpelijke manier weer te geven in een tv-fragment van anderhalve minuut.

Stap voor stap

Ivo van Vulpen gaat die uitdaging wel aan. Gelukkig geeft hij zijn publiek meer aandacht dan anderhalve minuut uitleg. De ontdekking van het Higgs-deeltje vormt de aanleiding en rode draad van zijn boek ‘De melodie van de natuur’, maar hij neemt ruimschoots de tijd om alles wat aan die ontdekking vooraf ging te bespreken. Dat is zeer te prijzen, want experimenten en theorieŽn komen nou eenmaal niet uit de lucht vallen. Ze bouwen voort op bestaande kennis, ideeŽn, vragen en raadsels en Van Vulpen laat heel mooi zien hoe de wetenschap stap voor stap te werk gaat.

ATLAS_detector_CERN.jpg?1521469929
ATLAS detector, Large Hadron Collider, CERN.

De zoektocht naar het Higgs-deeltje gebruikt van Van Vulpen om de geschiedenis van de natuurkunde te beschrijven en dan vooral van de deeltjesfysica – de tak die zich bezighoudt met de meest basale bouwstenen van heelal, de elementaire deeltjes. Een vakgebied dat Van Vulpen van binnenuit kent. Hij is namelijk zelf gepromoveerd deeltjesfysicus en hij werkt bij Nikhef, het nationaal instituut voor subatomaire fysica in Amsterdam. Bovendien werkte hij mee aan het ATLAS-experiment, een van de detectoren van de Large Hadron Collider – de deeltjesversneller waarmee het bestaan van het Higgs-deeltje is aangetoond.

Doordat Van Vulpen zelf onderdeel is geweest van die enorme onderneming – en dat nog steeds is, want er valt nog meer dan genoeg te onderzoeken in deeltjesfysica – kan hij goed de ‘achterkant’ van de wetenschap laten zien: de spanning en opwinding als een experiment van start gaat, maar ook het monotone handwerk van turen naar schermen. Dat er ook ongetwijfeld een hoop frustratie, teleurstelling en onderlinge wrijving bij komt kijken, blijft een beetje onderbelicht. Misschien is het voor Van Vulpen allemaal zonnig verlopen, maar hij schetst af en toe wel een heel idyllisch beeld van de natuurkundige gemeenschap.

Maar dat doet niets af aan de prestatie van Van Vulpen om dit abstracte, ingewikkelde onderzoek toegankelijk te maken. Hij legt helder en geduldig uit (het is wel een echt ‘uitlegboek’) hoe dat nou zit met al die quarks en leptonen, met spookdeeltjes en antideeltjes en krachtdeeltjes en ga zo maar door. Van Vulpen pakt het allemaal rustig aan, maar hij kan niet voorkomen dat het je – als niet-deeltjesfysicus – toch af en toe gaat duizelen.

Aan de andere kant, we hebben het hier wel over een vakgebied waar niet de minste geesten jarenlang hun hoofd over hebben gebroken, dus dat je als lezer ook een beetje moeite moet doen kan geen verrassing zijn. En het is ook zeker geen reden om het niet te proberen, want dankzij Van Vulpens enthousiasme en overduidelijke liefde voor zijn vakgebied blijft het allemaal zeer leesbaar. En het maakt nieuwsgierig naar wat we nog meer gaan leren over donkere materie, supersymmetrie en het raadsel van de zwaartekracht.

(nemokennislink)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_178005711
21-03-2018

Hoorde jij die springende hoogspanningsmast op aarde ploffen?

Dan ben je niet alleen! Verrassend veel mensen horen namelijk iets wat er niet is.

Dat blijkt uit een nieuw onderzoek naar deze bijzondere vorm van synesthesie (zie kader hieronder) die onderzoekers visually-Evoked Auditory Response (vEAR) hebben gedoopt. Het onderzoek suggereert dat tot wel ťťn op vijf mensen deze vorm van synesthesie ervaren en dus bij het zien van beweging een geluid horen dat er niet is. Het suggereert dat deze vorm van synesthesie veel vaker voorkomt dan andere vormen.

Synesthesie
Synesthesie is eigenlijk niets anders dan een vermenging van zintuigen. Het is er in verschillende vormen. Zo zijn er mensen die bij het lezen van letters of cijfers ook kleuren ervaren. Of mensen die bij kleuren ook een bepaalde geur of smaak denken waar te nemen.

Springende hoogspanningsmast
Een geluid horen dat er niet is; het klinkt misschien wat zweverig, maar het overkwam velen toen ze onderstaande gif bewonderden. De gif gaat niet vergezeld door geluid en toch hoorden veel mensen de springende hoogspanningsmast op aarde ploffen, zo blijkt uit talloze reacties op het gifje

Het nieuwe onderzoek onderschrijft dat deze en vergelijkbare gifjes iets vreemds bewerkstelligen in ons brein. De onderzoekers verzamelden 4128 proefpersonen en lieten ze 24 videoclipjes zien waarin voorwerpen of mensen traag, snel of heel plotseling bewogen. Denk aan een balletdanseres die een pirouette maakt of een hamer die op een spijker klapt. Geen van de videoclipjes ging vergezeld door geluid. En toch bleken heel veel proefpersonen wel geluiden te horen. Maar liefst 21% van de proefpersonen gaf bovendien aan dat ze dat wel vaker was overkomen.

Horen wat je ziet
“Sommige mensen horen wat ze zien,” vertelt onderzoeker Elliot Freeman. “Knipperlichten van een auto, knipperende neonlichten van een winkel en bewegingen van wandelende mensen kunnen een auditieve prikkel triggeren. En wij hebben daar voor het eerst grootschalig onderzoek naar gedaan en ontdekt dat tot wel 21% van de mensen dit op de ťťn of andere manier ervaren, wat betekent dat het veel vaker voorkomt dan andere vormen van synesthesie.”

De onderzoekers denken ook meer te kunnen zeggen over waarom sommige mensen horen wat ze zien. “We denken dat deze prikkels soms het resultaat zijn van informatie die weglekt uit visuele delenv an het brein en belandt in delen die doorgaans betrokken zijn bij het horen van informatie. En in extreme gevallen is een abstracte beweging of het knipperen van iets voldoende om ook een geluid te horen.”

(scientias.nl)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
  vrijdag 23 maart 2018 @ 13:01:40 #135
38496 Perrin
Sapere aude
pi_178033443
devicepullsw.jpg

quote:
In field tests, device harvests water from desert air

The system, based on relatively new high-surface-area materials called metal-organic frameworks (MOFs), can extract potable water from even the driest of desert air, the researchers say, with relative humidities as low as 10 percent. Current methods for extracting water from air require much higher levels - 100 percent humidity for fog-harvesting methods, and above 50 percent for dew-harvesting refrigeration-based systems, which also require large amounts of energy for cooling. So the new system could potentially fill an unmet need for water even in the world's driest regions.
SPOILER
Om spoilers te kunnen lezen moet je zijn ingelogd. Je moet je daarvoor eerst gratis Registreren. Ook kun je spoilers niet lezen als je een ban hebt.
I didn't say it would be easy. I just said it would be the truth.
pi_178052410
23-03-2018

Waarom nemen we sommige beelden wel bewust waar en andere niet?

Onderzoekers onthullen hoe visuele prikkels in ons bewustzijn doordringen (of niet).

Niet alles wat we zien, dringt door tot ons bewustzijn. Maar wat zorgt er nu voor dat we ons van de ene visuele prikkel wťl bewust zijn en van de andere niet? Dat heeft een internationaal team van onderzoekers onder leiding van de Nederlandse Pieter Roelfsema, uitgezocht.

Activiteitsniveau
De onderzoekers keken wat er in het brein van apen gebeurde, wanneer zij aan visuele prikkels – in dit geval: korte lichtflitsen – werden blootgesteld. De prikkels werden eerst geregistreerd in de visuele hersenschors en daarna doorgestuurd naar de frontale hersenschors. Daar moesten de prikkels een minimaal activiteitsniveau opwekken om in het bewustzijn door te kunnen dringen.

Gebrekkige informatieoverdracht
Maar sommige prikkels slagen daar dus niet in. Het is het resultaat van een gebrekkige informatieoverdracht tussen zenuwcellen in de visuele hersenschors, zo stellen de onderzoekers. Deze zorgt ervoor dat het benodigde minimale activiteitsniveau in de frontale hersenschors niet wordt gehaald en de apen zich dus niet bewust worden van die informatie.

Zwakke elektrische stroompjes
Experimenten wijzen uit dat dat minimale activiteitsniveau ook niet werd gehaald wanneer men de zenuwcellen in de visuele hersenschors met zwakke elektrische stroompjes activeerde. “De prikkels dringen alleen door tot in het bewustzijn, wanneer de geactiveerde zenuwcellen hun activiteit in voldoende mate doorgeven aan hogere hersenschorsgebieden,” legt Roelfsema uit.

Het onderzoek kan van groot belang blijken voor blinde patiŽnten. “Deze nieuwe informatie, over hoe en wanneer een stimulus tot het bewustzijn doordringt, brengt ons weer een stap dichter bij de ontwikkeling van een hersenschorsprothese voor blinde patiŽnten, door middel van elektrische stimulatie van de hersenschors.”

(scientias.nl)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_178141252
27-03-2018

Wetenschappers ontdekken “nieuw orgaan” in ons lichaam

763?appId=2dc96dd3f167e919913d808324cbfeb2&quality=0.8
 © Mount Sinai Beth Israel Medical Center - Creative Commons

Medisch Wetenschappers hebben een ophefmakende ontdekking gedaan in het menselijk lichaam: een soort snelweg voor vloeistof die onder de huid en langs veel organen loopt. In een artikel in Scientific Reports noemen ze dat netwerk van vochthoudende compartimentjes samen voor het eerst een “nieuw orgaan”. Ze hopen dat de ontdekking helpt begrijpen hoe kanker zich door ons lichaam verspreidt.

De lagen van het ‘interstitium’, zoals het netwerk wordt genoemd, werden lang beschouwd als dicht bindweefsel, maar nu blijken het minuscule reeksen vochthoudende kanaaltjes. Die zitten onder de huid, maar ook langs darmen, longen, bloedvaten en spieren. Samen vormen ze een netwerk dat ondersteund wordt door een raamwerk van sterke, flexibele eiwitten. De onderzoekers vermoeden dat de compartimentjes kunnen dienstdoen als schokbrekers die lichaamsweefsel beschermen tegen schade, en dat ze samen ongeveer een vijfde van het lichaamsvocht bevatten.

Levend weefsel

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat dit nu pas wordt ontdekt? Dokters David Carr-Locke en Petros Benias van het Mount Sinai Beth Israel Medical Center in New York stootten erop tijdens een kijkonderzoek van het galkanaal van een patiŽnt, waar ze aanwijzingen zochten van kanker. De camera gaf lichaamsweefsel vergroot weer, waardoor de artsen op patronen stootten die ze nog niet eerder hadden gezien. Zij namen vervolgens contact op met patholoog Neil Theise van de New York University.

763?appId=2dc96dd3f167e919913d808324cbfeb2&quality=0.8
 © thinkstock - De galblaas zit naast de lever.

Maar het ging dus om een levende patiŽnt, terwijl traditioneel onderzoek dood lichaamsweefsel bestudeert waaruit vloeistoffen verwijderd zijn. De kanaaltjes werden dus doorgaans aanzien als een simpele laag bindweefsel, maar Theise ontwikkelde een techniek om het verwijderde weefsel in leven te houden. Dat is meteen ook zijn grote verdienste, zegt professor Patrick Pauwels, hoofd van de dienst Pathologische Anatomie van het UZ Antwerpen. Aan de VRT-nieuwsredactie legt hij uit dat de vloeistofstromen wel degelijk al langer gekend waren, maar dat het nu de eerste keer is dat ze in levend weefsel in detail bestudeerd werden mťt het circulerende vocht erin.

Kanker

Theises team analyseerde nog stukjes galkanaal van twaalf andere patiŽnten en stelden vast dat de laag uitmondt in het lymfevatenstelsel, het netwerk van organen, vaten en weefsel waarin lymfe en lymfocyten zitten en getransporteerd worden. Dat is betrokken bij het afweersysteem van ons lichaam.

De onderzoekers vonden aanwijzingen dat kankercellen van tumoren via het interstitium in het lymfesysteem kunnen belanden. Het netwerk zou zo een rol kunnen spelen bij de verspreiding van kanker doorheen het lichaam, waardoor wetenschappers mogelijk nieuwe testen voor kanker zouden kunnen ontwikkelen

(HLN)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_178141330
27-03-2018

Algoritme kan precies 'voorspellen' wie de ramp met de Titanic overleefde

En onthult tevens waarom kunstmatige intelligentie onze wereld nooit helemaal zal doorgronden.

Het algoritme – dat opduikt in een nieuw boek, geschreven door Meredith Broussard, professor aan de New York University – houdt rekening met verschillende variabelen. Bijvoorbeeld de leeftijd en het geslacht van de passagiers, maar ook of ze eerste, tweede of derde klas reisden.

Klasse
En met die informatie op zak bleek het algoritme in 97% van de gevallen correct te ‘voorspellen’ of een passagier de reis overleefde of niet. De calculaties wijzen bovendien uit welke factor het meest bepalend was: de reisklassen. Zo hadden passagiers die eerste klas reisden betere overlevingskansen dan passagiers die tweede klas reisden.

Tekortkoming
Het algoritme was dus zeer accuraat. Maar kon het verder verbeterd worden, zodat het voor alle passagiers kon vertellen hoe de ramp was afgelopen? Dat lukte niet. En dat laat ons ook direct de grote tekortkoming van kunstmatige intelligentie zien, zo betoogt Broussard. “Onze statistische voorspelling van wie overleefde en wie stierf op de Titanic zal nooit 100% kloppen – geen enkele statistische voorspelling zal ooit 100% accuraat zijn – omdat mensen geen statistieken zijn en dat ook nooit zullen worden.” Zo waren er bijvoorbeeld twee passagiers aan boord van de Titanic wiens lot niet bepaald werd door leeftijd, geslacht of het feit dat ze eerste, tweede of derde klas reisden. Hun overlevingskansen werden bepaald door hoever ze konden springen toen ze van het zinkende schip wegvluchtten.

Waarschuwing
De constatering van Broussard moet gezien worden als een waarschuwing die zeker moet klinken in onze tijd, waarin beslissingen vrijwel louter gemaakt worden op basis van technologie en data. “We zouden ondertussen moeten weten dat er dingen zijn die machines nooit kunnen leren en dat een menselijk oordeel (…) en interpretatie altijd nodig is.” Broussard verzet zich in haar boek welbeschoud tegen de groei van technochauvinisme: het idee dat technologie altijd de oplossing is.

“We zouden ondertussen moeten weten dat er dingen zijn die machines nooit kunnen leren”

Ze wijst erop dat de digitalisering hardnekkige sociale problemen niet oplost, maar misschien zelfs vergroot. “Ons Titanic-model kan gebruikt worden om goed te praten dat je eerste klas-reizigers minder geld vraagt voor de reisverzekering, maar dat is absurd: we zouden mensen niet moeten straffen voor het feit dat ze niet rijk genoeg zijn om eerste klas te reizen (…) Als we prijsalgoritmes baseren op hoe de wereld eruit ziet, zullen vrouwen en arme mensen en minderheden onvermijdelijk meer moeten betalen. Wiskundigen worden daar altijd door verrast: vrouwen en armen en minderheden niet. Ras, geslacht en klasse beÔnvloeden de prijs op verschillende duidelijke en slinkse manieren. Vrouwen betalen meer dan mannen voor het knippen van de haren, de stomerij, scheermesjes en zelfs deodorant (…) Afro-Amerikanen die in een restaurant bedienen krijgen minder fooi dan hun blanke collega’s.”

Eigenlijk stelt Broussard dat technologie er is voor de mensen en niet andersom. Technologie moet de wereld dus tot een betere plek maken. En niet alleen voor de rijken op aarde. Daarom moeten we goed nadenken over de tekortkomingen of grenzen van technologie en op basis daarvan beslissen wat we ermee doen.

(scientias.nl)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_178187057
29-03-2018

Het kan bijna niet anders of het Majorana-deeltje is echt

De sterkste aanwijzing tot nu toe voor het bestaan van het Majorana-deeltje is gevonden door wetenschappers van de technische universiteiten van Eindhoven en Delft. Ze schrijven dat in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Het Majorana-deeltjes trekt al jaren aandacht van wetenschappers, omdat het wellicht het ideale hart is voor een razendsnelle quantumcomputer.

In 2012 ging de vlag al voorzichtig uit: Nederlandse wetenschappers zeiden in een halfgeleidende draad sporen van Majorana-deeltjes te meten. Een spectaculaire vondst: natuurkundigen jagen dan al tientallen jaren op het deeltje dat bijzonder is omdat het niet te onderscheiden is van zijn eigen zogenoemde antideeltje. Terwijl antideeltjes van andere elementaire deeltjes zoals protonen, neutronen en elektronen ‘gespiegelde’ eigenschappen hebben, zoals een tegenovergestelde lading, is het Majorana-antideeltje niet te onderscheiden van een Majorana-deeltje.

Ondanks het tromgeroffel ging het in 2012 slechts om sporen van het deeltje, die werden afgeleid uit het elektrische en magnetische gedrag van een microscopische draad waarin Majorana’s zouden zitten. Er was toen nog steeds ruimte voor andere verklaringen dan het Majorana-deeltje. Onzuiverheden in het materiaal of elektronen die gevangen raakten in de draad konden de signalen in principe ook verklaren.

Deze alternatieve verklaringen worden nu van tafel geveegd met nieuwe metingen aan een verbeterde opstelling. Het kan nu bijna niet anders of de onderzoekers onder leiding van Erik Bakkers (TU Eindhoven) en Leo Kouwenhoven (TU Delft) hebben daadwerkelijk Majorana-deeltjes te pakken. Het onderzoek is deze week in het wetenschappelijke tijdschrift Nature gepubliceerd.

Ettore_Majorana.jpg?1522074417
Ettore majorana

Een identiek antideeltje

Materie is opgebouwd uit elementaire deeltjes zoals protonen, neutronen en elektronen, die allemaal een zogenoemd antideeltje hebben: een deeltje dat als het ware ‘tegenovergestelde’ eigenschappen heeft. Zo bestaat er naast het negatief geladen elektron het positief geladen positron. Antideeltjes zijn doorgaans geen lang leven beschoren. Zodra een deeltje en een antideeltje elkaar tegenkomen vernietigen ze elkaar.

De Italiaanse natuurkundige Ettore Majorana voorspelde in 1937 het bestaan van deeltjes die niet te onderscheiden zijn van hun eigen antideeltjes. Een eigenschap die het deeltje extra robuust maakt, en mogelijk geschikt maakt voor het doen van berekeningen in een quantumcomputer.

Jagen op de piek

Om de eerder gemeten signalen van de vermeende Majorana-deeltjes te verbeteren, ontwikkelden de onderzoekers een nieuwe opstelling. De productie vond plaats in een ultrahoog vacuŁm en bij een temperatuur dicht bij het absolute nulpunt (-273 graden Celsius), omstandigheden waarbij materialen nauwelijks ‘vervuild’ raken met andere stoffen en waarbij contacten tussen verschillende materialen vrijwel naadloos worden.

Het kan bijna niet anders of het Majorana-deeltje is echt

De opstelling heeft qua vorm wel wat weg van een microscopische hashtag (#). De draden zijn van het halfgeleidende indium-antimoon. De draad krijgt vervolgens een dun ‘jasje’ van aluminium dat bij deze lage temperatuur supergeleidend is. Op de grens van het halfgeleidende en supergeleidende materiaal ontstaan volgens de theorie Majorana-deeltjes.

Het bewijs voor de aanwezigheid van Majorana-deeltjes vormt het meten van een zogenoemde zero-bias-piek. “Die piek is eigenlijk een maat voor de geleiding in de draad”, zegt Bakkers. “Zit er een Majorana-deeltje in de draad dan heeft deze piek een bepaalde hoogte en is hij bovendien niet te beÔnvloeden door magnetische of elektrische velden waaraan we de draad blootstellen.”

Metingen aan de nieuwe opstelling laten nu precies de voorspelde piek zien. Een piek die de onderzoekers dolblij maakt. “Het klopt allemaal. In tegenstelling tot de eerdere experimenten halen we nu precies de hoogte van de voorspelde piek”, zegt Bakkers. “Als ik die meting uit 2012 nu terugzie dan schrik ik een beetje. Het klopte allemaal wel hoor, maar die metingen hadden erg veel ruis. Het zag er niet mooi uit.”

Het hart van een quantumcomputer

TUe-Nature2408-device-300x225.jpg?1522304931
Vergroting van het experiment waarmee wetenschappers van de TU Eindhoven en TU Delft Majorana-deeltjes creŽren, een microscopische ‘hashtag’. Het experiment maakt het mogelijk om twee Majorana-deeltjes van plaats te doen verwisselen, via een magneetveld dat op de ‘hashtag’ wordt gezet. Aan dat experiment werken de onderzoekers nu.

Goed, betere metingen. Mooi, maar waarom haal je hier het hoogst aangeschreven wetenschappelijke tijdschrift mee? Volgens Bakkers speelt de belofte van Majorana-deeltjes in de wereld van de quantumcomputers mee. Deze computers, momenteel volop in ontwikkeling, gebruiken de vreemde wetten van de quantummechanica om specifieke wiskundige problemen razendsnel op te lossen. “We denken dat Majorana’s heel stabiele rekeneenheden voor zo’n computer kunnen zijn, zogenoemde qubits”, zegt Bakkers. “Informatie die koppelt aan de quantumtoestand van een Majorana-deeltje is beter beschermd dan bij andere qubits, die doorgaans grilliger zijn en hun informatie snel verliezen.”

De prachtige piek ten spijt, volledig waterdicht bewijs voor het Majorana-deeltje is het nog steeds niet. Daarvoor moeten de onderzoekers twee Majorana-deeltjes in een draad creŽren en met elkaar verwisselen. Daar werken ze nu aan. Bakkers is vol vertrouwen, maar blijft voorzichtig. “We hebben al vaker meegemaakt dat theoretische natuurkundigen toch weer met een nieuwe alternatieve verklaring komen”, zegt hij. “Toch geloof dat er nu weinig andere opties dan een Majorana-deeltje meer over zijn.”

Bron
•Zhang H. et al., Quantized Majorana conductance, Nature (28 maart 2018), DOI:10.1038/nature26142

(nemokennislink)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_178187091
28-03-2018

Hoe Cas4 in de CRISPR-puzzel past


Phage_attack280318.jpg

Zonder het Cas4-eiwit selecteren bacteriŽn de verkeerde fragmenten uit bacteriofagen-DNA en werkt hun CRISPR-Cas-afweersysteem niet meer. In Cell Reports onthulden Stan Brouns en collega’s van de TU Delft zojuist de rol van dit tot nu toe onbegrepen eiwit dat in ongeveer de helft van alle bekende CRISPR-Casvarianten voorkomt.

Dat CRISPR-Cas is van origine een wapen tegen die fagen, virussen die hun eigen DNA de bacterie in pompen in de hoop dat die het afleest en nieuwe fagen produceert. Door dit inkomende DNA te herkennen en meteen kapot te knippen, kan de bacterie zich deze moeite besparen.

Het ziet er nu naar uit dat Cas4 daarbij zoekt naar zogeheten protospacer adjacent motifs (PAM’s), vaste sequenties van twee tot zes basenparen. Vervolgens werkt het samen met Cas1 en Cas2, waarvan al langer bekend is dat ze stukken uit het fagen-DNA knippen die vlak naast zo’n PAM zitten. Die stukken monteren ze vervolgens in CRISPR, een kunstmatige sequentie die het geheugen van het systeem vormt. De PAM plakken ze er echter niet bij.

Wanneer de volgende faag het probeert, komt Cas9 of een aanverwant ‘knipeiwit’ in actie. Het speurt naar sequenties die eerder in CRISPR zijn opgeslagen en waar bovendien een PAM-sequentie naast zit. Alleen daar zet het een knip. Het voorkomt dat andere exemplaren van de CRISPR-bibliotheek per abuis worden aangezien voor fagen-DNA en dan zťlf worden verknipt.

Brouns en collega’s demonstreerden het door de genen voor Cas1, 2 en/of 4 over te zetten van Synechocystis sp.6803 naar E. coli. Met zijn drieŽn bouwen ze een werkend CRISPR-Cassysteem op. Laat je Cas1 of Cas2 weg, dan wordt geen CRISPR-geheugen gevormd. Laat je alleen Cas4 weg, dan ontstaat het wel maar werkt het niet: Cas1 en Cas2 gaan dan willekeurige stukken uit het fagen-DNA halen, zonder PAM-spacer er naast.

Hoe dit op moleculaire schaal precies functioneert, is onderwerp van verder onderzoek.

bron: TU Delft

(c2w.nl)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_178208336
30-03-2018

Eerste ‘superieure’ quantumcomputer is nog geen rekenwonder

Experimentele opstelling haalt dit jaar waarschijnlijk quantum supremacy

Universiteiten, IBM en Google werken hard aan de ontwikkeling van de quantumcomputer. Bij Google staan ze naar verluidt op het punt om quantum supremacy te bereiken, het punt waarop gewone computers de quantumcircuits niet meer bijbenen. Wat ligt er bij Google op de testbank? En wat kķnnen we ermee?

We zijn er bijna, volgens sommige berichten. De klassieke computer loopt op zijn laatste benen en legt het binnenkort definitief af tegen de glimmende machines uit de quantumlaboratoria in de wereld. Universiteiten en bedrijven pompen miljoenen in het onderzoek en bouwen ingenieuze systemen met tientallen zogenoemde qubits, de rekeneenheden die de computer zijn kracht geven. Rolt de eerste quantumcomputer binnenkort van de band?

John_Martinis_ENH.jpg?1521112151

John Martinis van de Universiteit van CaliforniŽ in Santa Barbara.

De beloften zijn groot. Met een quantumcomputer kunnen we straks razendsnel wetenschappelijke modellen testen, gigantische databases doorzoeken of de moeilijkste cryptografische sleutels kraken. “Ondanks dit soort berichten gaat dat niet binnen afzienbare tijd lukken”, lacht John Martinis, professor van de Universiteit van CaliforniŽ in Santa Barbara, waar onderzoekers hun krachten bundelen met Google. “Het bouwen van een quantumcomputer is moeilijk, veel moeilijker dan veel mensen denken.”

Toch gaan Martinis en collega’s het proberen. In hun lab staat een systeem dat nog dit jaar quantum supremacy moet halen. Klinkt indrukwekkend, maar wat houdt het precies in? Hoe snel en hoe bruikbaar is deze eerste ‘superieure’ quantumcomputer?

De kracht van quantum

Een quantumcomputer maakt gebruik van de vreemde wetten van de quantummechanica, die het gedrag van de allerkleinste deeltjes (zoals elektronen) beschrijven. De wetten stellen bijvoorbeeld dat zo’n deeltje tegelijkertijd linksom en rechtsom kan draaien. Vreemd, maar nog vreemder wordt het wanneer je informatie koppelt aan de draairichting van zo’n zogenoemde qubit. Linksom betekent dan bijvoorbeeld ‘0’, rechtsom ‘1’. Doordat de qubit zowel linksom als rechtsom draait bezit hij beide waarden. Knap nutteloos dus?

Opmerkelijk genoeg kunnen deze deeltjes juist helpen om veel berekeningen tegelijk te doen. Daar zijn overigens ingewikkelde apparaten voor nodig, waarin je de deeltjes omvormt tot controleerbare qubits (een knipoog naar de bit, de informatie-eenheid van de klassieke computer). Ook is aparte software nodig. Werkt dat allemaal naar behoren, dan kun je met een quantumcomputer razendsnel specifieke wiskundeproblemen oplossen, of zoeken in grote (ongesorteerde) databases.

De afgelopen jaren ontwikkelden onderzoekers verschillende qubitsystemen. Ze gebruikten bijvoorbeeld in een diamantrooster gevangen elektronen, of in een magnetisch veld opgesloten ionen. Veel van het huidige onderzoek draait om supergeleidende elektronische circuits waarop qubits ontstaan. Deze systemen zouden makkelijk uit te breiden zijn. Ook Martinis’ onderzoeksgroep gebruikt deze qubits.


Op de drempel

Ergens tussen de vijftig en honderd ligt het magische aantal: zo veel qubits zijn nodig om een quantumcomputer te bouwen die naar verluidt sneller is dan een klassieke computer. De experimentele quantumcircuits groeien snel richting dit aantal. In het laboratorium van Martinis en collega’s stond in 2010 een systeem met drie qubits. Dat groeide in 2015 naar negen qubits en afgelopen jaar waren ze bezig met een systeem met 49 qubits. Momenteel is het vlaggenschip de begin deze maand aangekondigde Bristlecone die 72 qubits telt. De onderzoekers denken dat hiermee het eerder genoemde quantum supremacy binnen handbereik is.

gmonV1.jpg?1521463958
Een elektronisch circuit waarop enkele zogenoemde qubits zitten, de rekeneenheden voor de toekomstige quantumcomputer. De onderdelen zijn doorgaans nog net met het blote oog te zien. Knap ingenieurswerk, maar eigenlijk kinderlijk eenvoudig als je het vergelijkt met moderne computerprocessoren.

 UCSB/Michael Fang

Quantum supremacy

image3.jpg?1521564311

Een onderzoekster aan het werk aan een ‘quantumchip’ in het laboratorium van de Universiteit van CaliforniŽ in Santa Barbara en Google.

Als onderzoekers quantum supremacy bereiken, is het wachten op de berichten met de claim dat de quantumcomputer de klassieke computer definitief heeft verslagen. Is dat terecht? Gaat er werkelijk een wondere wiskundige wereld open waar we razendsnel berekeningen doen waar huidige computers op vastlopen? Martinis denkt dat er weliswaar wat relatief eenvoudige chemische berekeningen te doen zijn met zo’n systeem, maar veel meer hoeven we er op computationeel gebied nog niet van te verwachten.

Maar ho, wacht, hoe het dan zit met die felbegeerde quantum supremacy? Waarom kan een ‘superieure’ quantumchip zich eigenlijk nog geenszins meten met de gigantische supercomputers die in enkele seconden biljarden bewerkingen doen? Waarin zit dan die superioriteit?

Quantum supremacy draait volledig om de ‘controleerbaarheid’ van een quantumcomputer: de mogelijkheid om hem helemaal te checken met een klassieke computer. Om te zien of hun quantumsystemen naar behoren werken – of bijvoorbeeld de qubits goed met elkaar communiceren – vallen onderzoekers nog steeds terug op gewone computersimulaties. “Wij laten een supercomputer al gauw een dag draaien om precies te voorspellen wat er binnen een quantumcircuit gebeurt”, zegt Martinis. “Alleen lopen we met de gestage uitbreidingen van onze systemen tegen de grenzen van die controleerbaarheid aan. Bij quantum supremacy kunnen we een systeem niet meer helemaal doorrekenen.”

05quantum-superJumbo.jpg?1521564743

Quantumchip met negen qubits die de onderzoeksgroep van Martinis in 2015 ontwikkelde. Dat we de quantumsystemen straks niet meer volledig kunnen doorrekenen met ’s werelds sterkste computers staat vast. Is dat erg? Nee, waarschijnlijk niet. Naast het volledig doorrekenen van relatief kleine quantumsystemen, is het ook mogelijk om specifieke onderdelen van veel grotere quantumsystemen te controleren om te weten dat ze correct werken.

 Julian Kelly/University of California, Santa Barbara/Google

Duizend qubits in een qubit

Het blindstaren op aantallen qubits kan verhullen hoe onderzoekers worstelen met de steeds complexere quantumchips. De basisprincipes van de quantumcomputer werken, zoveel is duidelijk (zie kader Quantumrekenen op twee qubits). Maar het sturen, vasthouden en combineren van delicate quantuminformatie in een netwerk met een groot aantal qubits is een uitdaging. En die uitdaging wordt groter naarmate netwerken van qubits groeien.

Hoeveel qubits de eerste quantumcomputer die daadwerkelijk sneller berekeningen kan doen dan een klassieke computer straks heeft, is een lastig vraag. Martinis denkt in ieder geval dat je voor ťťn echt betrouwbare qubit waarschijnlijk al duizend qubits nodig hebt. Dit veelvoud is nodig om het fragiele karakter van quantuminformatie te ondervangen: doorgaans wil die informatie nogal eens verloren gaan door ruis in het systemen. Door veel qubits te laten samenwerken is het mogelijk om de quantuminformatie te corrigeren en correct te houden.

Een quantumcomputer met een respectabele rekenkracht heeft weer een veelvoud van die zogenoemde ‘logische’, foutloze qubits nodig: duizenden, zo niet tienduizenden, afhankelijk van het probleem dat je wilt oplossen. Dat is echt andere koek dan de quantumcircuits die nu op tafel liggen. Terwijl quantum supremacy binnen handbereik is, moeten onderzoekers voor een bruikbare quantumcomputer nog veel verder reiken.

Quantumrekenen op twee qubits

Afgelopen maand lieten wetenschappers van het Delftse QuTech zien dat ze een ‘quantumcomputer’ met twee qubits in silicium twee verschillende algoritmes lieten uitvoeren. Zo konden ze testen of een functie even of oneven was, en konden ze razendsnel zoeken in een ongesorteerde database.

Gezien het kleine aantal qubits en de kleine ‘quantumproblemen’ die ze te verwerken krijgen, maakte het misschien nog niet zoveel indruk. Toch is het belangrijk om op deze manier te laten zien dat de basisprincipes van de quantumcomputer en de daarbij behorende algoritmes echt werken. Het onderzoek werd gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden

(nemokennislink)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_178360535
06-04-2018

Van Leeuwenhoeks superieure lenzen geven productiegeheim prijs

Antoni van Leeuwenhoek maakte in de 17e eeuw microscopen die vele malen beter waren dan die van zijn concurrenten. Het was niet duidelijk hoe hij lensjes maakte waarmee hij preparaten tot 270 keer vergrootte. Onderzoek met intense neutronenbundels in het Reactor Instituut in Delft laat zien dat hij deze onovertroffen kwaliteit bereikte met slijpen.

Het apparaatje van messing dat je tussen twee vingers klemt, lijkt in de verste verte niet op een moderne microscoop. De Nederlandse handelsman en microbioloog Antoni van Leeuwenhoek maakte in de 17e eeuw ruim vijfhonderd van deze apparaatjes, die er door de verrassend goede optische prestaties meerdere ontdekkingen mee deed. Hij zag als eerste rode bloedcellen, bewegende zaadcellen, en structuren in verschillende biologische weefsels. Met Van Leeuwenhoeks instrumenten ging een wereld open, het maakte hem wereldberoemd.

Anthonie_van_Leeuwenhoek_%281632-1723%29._Natuurkundige_te_Delft_Rijksmuseum_SK-A-957.jpeg?1522153433
Anthonie van leeuwenhoek %281632 1723%29. natuurkundige te delft rijksmuseum sk a 957

Tot nu toe was onduidelijk hoe Van Leeuwenhoek de minuscule lensjes, slechts een paar millimeter groot, maakte. Slijpen van stukjes glas ligt voor de hand, maar over zijn methodes is weinig bekend. Hij heeft gesproken over glasblazen, maar of dat klopt is de vraag. Het kan evenwel een poging zijn geweest om concurrerende microscoopbouwers op het verkeerde been te zetten.

Onderzoekers van Rijksmuseum Boerhaave (met vier Van Leeuwenhoekmicroscoopjes in hun bezit) en het Reactor Instituut Delft schijnen nu meer licht op de precieze vorm van de lensjes. Ze scanden twee microscoopjes met een intense bundel van zogenoemde neutronen uit de reactor, en keken hiermee door de metalen plaatjes die de lenzen omklemmen. Het levert een zeldzaam kijkje op de productiemethode van Van Leeuwenhoeks lenzen en microscopen.

YZsliceNeutronTomography_AvLmicroscope.png?1522155333

Een scan met neutronentomografie van een van de microscopen van Antoni van Leeuwenhoek. Duidelijk zichtbaar is de metalen vorm van de microscoop, en het lensje rechts op het gele kruis.

Geheimzinnig

Van Leeuwenhoeks ontdekkingen waren een sensatie, maar hijzelf deed altijd erg geheimzinnig over zijn instrumenten. Waarschijnlijk was hij bang voor concurrentie. “De bronnen over de technieken van Van Leeuwenhoek zijn makkelijk op een hand te tellen”, zegt Tiemen Cocquyt, conservator van Rijksmuseum Boerhaave. “Ondanks de verzoeken vanuit onder andere de Royal Society in Engeland –met wie hij correspondeerde over zijn ontdekkingen – voor meer informatie hield Van Leeuwenhoek zoveel mogelijk voor zichzelf. Zelfs aan bezoekende vorsten wilde Van Leeuwenhoek zijn microscopen niet verkopen.”

Bacteri_n_Leeuwenhoek.jpg?1494977011

Antoni van Leeuwenhoek tekende de objecten die hij met zijn microscopen bestudeerde, zoals deze bacteriŽn. Over de productiemethode van zijn lenzen liet hij vrijwel niks los. Wel zou hij in 1711 tegen een groep bezoekende Duitse edelen hebben gezegd dat hij zijn lenzen maakte met een glasblaastechniek.

Gelukkig hebben we de microscopen nog, die informatie bevatten over hun productiemethode. Van de ruim vijfhonderd microscopen die Van Leeuwenhoek maakte zijn er nog elf over, maar onderzoek naar de lensjes is lastig. “Ze zijn ingeklemd tussen twee metalen plaatjes en het stukje dat van buitenaf zichtbaar is, is doorgaans niet meer dan een halve millimeter groot”, zegt Cocquyt. “Openmaken is geen optie en met veel scantechnieken kijk je niet door de metalen plaatjes heen.”

Cocquyt was enthousiast toen het Reactor Instituut Delft het museum benaderde met de vraag of ze objecten wilden scannen met de sterkste neutronenbundels uit hun kernreactor. Een beproefde methode waarmee al meerdere metalen kunstvoorwerpen zijn doorgelicht. Neutronen (elementaire deeltjes die je normaal gesproken vindt in atoomkernen) uit de kernreacties van het uranium in de reactor, worden hiervoor gebundeld en met duizenden kilometers per uur op een object afgeschoten.

De neutronen zijn ladingloos en laten zich – in tegenstelling tot geladen protonen of rŲntgenstraling – nauwelijks tegenhouden door zeer dichte materialen zoals metalen. Ze vliegen er doorgaans dwars doorheen, tenzij een neutron een atoomkern raakt. Op dat moment verandert hij als een klein biljartballetje van richting. Met een detector achter het object zijn de afgekaatste neutronen op te vangen. Zij vertellen vervolgens iets over de materialen en de structuur van het gescande object. Door een object van verschillende kanten door te lichten, ontstaat een gedetailleerd driedimensionaal beeld met een resolutie tot wel 0,05 millimeter.

Uit de accurate scan is de vorm van de lens binnenin de microscoop op te maken. “We zien een duidelijke lensvorm, met een scherp randje”, zegt Cocquyt. “Het is niet waarschijnlijk dat je zo’n vorm via glasblazen krijgt. Dan verwacht je een bollere lensvorm, zonder randen. Ik ben zelf bij glaswerkers op bezoek geweest om te kijken wat zij maken met verschillende technieken. De uniforme bolling die dit lensje tot de rand heeft wijst overtuigend op slijpwerk.”

De universiteit in Delft kopte al dat er hiermee een 350 jaar oud mysterie is opgelost, maar nog steeds zijn er vragen. Bijvoorbeeld over hůe Van Leeuwenhoek zijn lenzen sleep. Hij was er in ieder geval extreem bedreven in. “De kwaliteit verschilt per lens, maar je kunt zeggen dat ze over de hele linie verrassend goed zijn. Hij was een vakman die met traditionele technieken lenzen wist te maken die bijna tot de optische limiet presteerden. Zelf honderd jaar later konden anderen nog niet aan deze kwaliteit tippen”, zegt Cocquyt. “Overigens kunnen we niet uitsluiten dat hij toch glasblaasde. Bij deze microscoop deed hij het niet, maar hij heeft er veel meer gemaakt.”

Leeuwenhoek_Microscope.png?1495144188

Microscoop Van Leeuwenhoek. Op de metalen punt kon een te bekijken voorwerp worden gespietst. In het midden van het plaatje is het kleine lensje zichtbaar.

Vreemd ontwerp

De microscoopjes van Van Leeuwenhoek zien er volledig anders uit dan moderne exemplaren. Hoe kan dat? Moderne microscopen hebben twee lenzen, een dichtbij het object en de andere bij het oog. Daarmee regel je eenvoudig de focus en wissel je makkelijk van vergroting met verschillende lenzen. Ook in de 17e eeuw waren er al microscopen met meerdere lenzen, maar bij een vergroting van zo’n dertig keer hield het wel op (moderne optische microscopen halen vergrotingen van ruwweg 500 tot 1000 maal).

Wat betreft prestaties was het makkelijker om maar ťťn lens te gebruiken, zoals Van Leeuwenhoek deed. “Eigenlijk maakte hij een vergrootglas met een zeer korte zogenoemde brandpuntsafstand”, zegt Cocquyt. “Niet alleen het te bekijken object moest hij vlak voor de lens plaatsen, maar ook het oog moet dichtbij de lens zijn. Je moet de microscoop helemaal in je oogkas duwen. Erg prettig is dat niet. Maar Van Leeuwenhoek ontwierp zijn instrumenten volledig op functionaliteit.”

Radioactief pronkstuk

Een mooi resultaat, maar Cocquyt zegt dat hij wel even aarzelde bij de vraag van het Reactor Instituut. “Wil je een historisch pronkstuk blootstellen aan radioactiviteit, waarna het zelf misschien wel radioactief is?”, zegt hij. “Al is een object nog zo bijzonder, je krijgt het echt niet terug als het radioactief is. Uiteindelijk konden de mensen van het Reactor Instituut Delft ons garanderen dat de microscopen er even radioactief uitkomen als ze erin gaan.”

2018-03-09_Microscoop__112233.jpg?1522153629

Microscoop Antoni van Leeuwenhoek met op de achtergrond de reactor van het Reactor Instituut Delft.

Afhankelijk van de samenstelling maakt de bundel snelle neutronen uit een kernreactor een materiaal ook zelf radioactief. Wanneer een neutron een atoomkern in het materiaal raakt, kan het opgenomen worden. Als die kern het neutron er na verloop van tijd weer uitknikkert heb je te maken met radioactiviteit. “De meeste neutronen verlaten het materiaal vrijwel meteen, waarna de extra radioactiviteit ook verdwenen is”, zegt Lambert van Eijck, onderzoeker van het Reactor Instituut Delft dat het onderzoek uitvoerde. “Maar het koper in het microscoopje van messing (een legering van koper en zink – red.) kan langer radioactief blijven. De enige manier om daarvan af te komen is wachten. Met een zogenoemde halfwaardetijd van twaalf uur konden we na vijf dagen, oftewel tien halfwaardetijden, geen verhoogde mate van radioactiviteit meer meten.”

Deze tijdelijk geÔntroduceerde radioactiviteit is nuttig om de precieze samenstelling van het microscoopmateraal te bepalen. De onderzoekers richtten zich vooral op de lens. “Via het zogenoemde gammaspectroscopie konden we achterhalen dat er waarschijnlijk natrium in de microscoop zit dat neutronen uit de bundel opnam”, zegt Van Eijck. “We moeten het nog verifiŽren, maar als dit natrium in het glas van de lens is dan zegt dat iets over de samenstelling van het gebruikte glas.”

Delftsedonderslag.jpg?1522764940

Zicht op Delft na de kruitramp van 12 oktober 1654, een gigantische explosie die wat er nog over was van de stad bezaaide met glassplinters. Zou dit een bron zijn geweest voor het glas dat Van Leeuwenhoek gebruikte voor zijn microscopen?

Glas van de kruitramp

Over de herkomst van het glas zou Cocquyt graag meer weten. “Waarschijnlijk gebruikte hij gewoon glas dat ook voor bijvoorbeeld ramen en drinkglazen diende”, zegt Cocquyt. “Interessant is waar hij het vandaan haalde. In de tijd van Van Leeuwenhoek ontplofte er een buskruitopslag in Delft, wat een deel van de stad platlegde. Delft lag waarschijnlijk vol met gebroken glas. Sommigen vermoeden dat dit de bron was voor Van Leeuwenhoeks microscopen. Misschien dat ons onderzoek in de toekomst hiervoor aanwijzingen geeft.”

Hiervoor zijn meer scans nodig, ook van glasmateriaal ter referentie. “Ik gok zo dat ik de komende tijd vaker naar Delft moet met verschillende soorten glas”, besluit Cocquyt.

2018-03-09_Microscoop__111924.jpg?1522158159

Onderzoeker Lambert van Eijck met een microscoop van Antoni van Leeuwenhoek in de reactorhal van het Reactor Instituut Delft.

 TU Delft/Rijksmuseum Boerhaave met toestemming

(nemokennislink.nl)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_178558105
16-04-2018

Bacterie brouwt bicyclobutaan


Carbocycles-20180410.jpg

BacteriŽn kunnen nu iets wat chemici al jaren veel moeite kost: de synthese van kleine cyclische koolstofverbindingen. Dit schrijft de groep van Frances Arnold van het California Institute of Technology in Science.

Deze ringen, die veel energie bevatten, worden vaak gebruikt als uitgangsstof bij syntheses van grotere moleculen. De ringen, hier bicyclobutanen, zijn zů klein dat de atomen in een niet-ideale hoek met elkaar moeten binden. Dit zorgt voor ringspanning en is de bron van de opgeslagen energie. Dit maakt het voor chemici moeilijk om deze verbindingen te synthetiseren. De atomen zullen waar mogelijk in een energetisch gunstigere, maar voor de chemicus ongewenste, configuratie binden.

Nu kunnen bacteriŽn deze koolstofringen produceren. Arnold en collega’s hebben een plasmide met een door gerichte evolutie gemodificeerd gen voor cytochroom P450 ingebracht bij Escherichia coli, die daardoor het gemodificeerde enzym produceert. Over deze techniek vertelde Arnold al eerder in een interview. Het enzym katalyseert na modificatie de vorming van bicyclobutanen, die de onderzoekers kunnen isoleren. Met kernspinresonantie (NMR) controleerden de onderzoekers of het product de juiste configuratie had.

E. coli blijkt de moleculen efficiŽnt en met grote stereoselectiviteit te produceren.

Bron: Science

(c2w)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
  donderdag 19 april 2018 @ 09:43:11 #144
38496 Perrin
Sapere aude
pi_178616536
041418_AW_insect_inline2_730.png

quote:
Flying insects tell tales of long-distance migrations

“Trillions of insects around the world migrate every year, and we’re just beginning to understand their connections to ecosystems and human life,” says Dara Satterfield, an ecologist at the Smithsonian Institution in Washington, D.C.

Scientists like Menz are fanning out across the globe to track butterflies, moths, hoverflies and other insects on their great journeys. Among the new discoveries: Painted lady butterflies time their round trips between Africa and Europe to coincide within days of their favorite flowers’ first blossoms. Hoverflies navigate unerringly across Europe for more than 100 kilometers per day, chowing down on aphids that suck the juice out of greening shoots. What’s more, some agricultural pests that ravage crops in Texas and other U.S. farmlands are now visible using ordinary weather radar, giving farmers a better chance of fighting off the pests.

Until now, most studies of animal migration have focused on large, easy-to-study birds and mammals. But entomologists say that insects can also illuminate the phenomenon of mass movement. “How are these animals finding their way across such large scales? Why do they do it?” asks Menz. “It’s really quite fantastic.”
I didn't say it would be easy. I just said it would be the truth.
pi_178672404
apart :)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_178672411
19-04-2018

Geniaal: kunstmatige moedervlek die vertelt of je kanker hebt

kunstmatige-moedervlek.jpg


Jaarlijks krijgen een kleine 100.000 Nederlanders te horen dat ze kanker hebben. Het aantal gevallen gaat al jaren omhoog, een gevolg van onze vergrijzende maatschappij. Of een patiŽnt kanker overleeft, ligt voor een groot gedeelte aan het moment dat de ziekte wordt vastgesteld. Probleem is dat mensen vaak pas naar de arts gaan als ze klachten hebben. Dan is het in veel gevallen te laat. Maar een Zwitserse vinding kan daar verandering in brengen.

Aan de universiteit ETH in Basel is een kunstmatige moedervlek ontwikkeld die je vertelt of tumoren zich aan het vormen zijn in je lichaam. Je plaatst de moedervlek onder de opperhuid op een makkelijk zichtbare plek, bijvoorbeeld de onderarm. In normale omstandigheden is er niets te zien. De ‘vlek’ bestaat uit gewone menselijke cellen, die zijn gemanipuleerd om alleen te reageren op de aanmaak door het lichaam van grote hoeveelheden calcium. Die stof maak je aan als zich een tumor aan het ontwikkelen is.

In dat geval verkleuren de cellen, ze beginnen melanine aan te maken, dezelfde stof die je haar kleur geeft. Je krijgt ineens een moedervlek op je onderarm en weet dat het tijd is om naar de dokter te gaan. Het is ver voor je klachten krijgt die duiden op een mogelijke ziekte. Dankzij deze vroege behandeling zijn de kansen om te overleven uitstekend.

De moedervlek is tot nu toe getest op muizen en werkt daar prima. Menselijke tests zijn de volgende horde. Het enige nadeel aan dit waarschuwingssysteem is dat het op dit moment maar een jaar werkt. Daarna moet een nieuwe moedervlek worden aangebracht. Daarvoor is weer een kleine ingreep nodig. De Zwitsers studeren nog op een methode om de vlek langer houdbaar te maken, vijf tot tien jaar lijkt ideaal. Daarom duurt het nog even voor deze methode verkrijgbaar zal zijn.

(faqt.nl)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_178737845
24-04-2018

Een nieuwe vorm van DNA ontdekt in onze cellen

Maak kennis met het ‘i-motief’.

Wie denkt aan DNA, denkt waarschijnlijk aan de inmiddels wereldberoemde dubbele helix die James Watson en Francis Crick in 1953 onthulden. Maar al een tijdje weten onderzoekers dat korte stukjes DNA – in ieder geval in het laboratorium – ook andere vormen aan kunnen nemen. En nu hebben Australische onderzoekers voor het eerst zo’n alternatieve vorm van DNA in levende cellen waargenomen. Het gaat om een structuur die het ‘i-motief’ wordt genoemd.

image.jpg?zoom=1.9599999666213987&resize=278%2C194&ssl=1
De nieuwe vorm van DNA. Afbeelding: Garvan Institute of Medical Research.
Knoopje

Dit i-motief is nog het beste te beschrijven als in de knoop zittend DNA. “In deze ‘knoop-structuur’ binden de letters C van ťťn en dezelfde streng zich aan elkaar,” legt onderzoeker Marcel Dinger uit. “Dus dat is heel anders dan in het geval van de dubbele helix waar ‘letters’ aan tegenover elkaar gelegen strengen elkaar herkennen en C’s zich aan G’s binden.”

In vitro
Het is niet voor het eerst dat onderzoekers het ‘i-motief’ onder ogen krijgen. Eerder werd het in het lab in vitro, oftewel onder kunstmatige omstandigheden en niet in cellen, bestudeerd. Maar onduidelijk bleef of deze vorm van DNA ook daadwerkelijk in cellen van levende wezens te vinden was. Daar is nu meer duidelijkheid over gekomen. Dat we deze vorm van DNA niet eerder in cellen hebben waargenomen, kunnen onderzoekers goed verklaren. Hun studie toont namelijk aan dat deze i-motiefjes komen en gaan: “Ze ontstaan, verdwijnen en ontstaan weer,” stelt onderzoeker Mahdi Zeerati.

Grote vraag is natuurlijk welke functie deze vorm van DNA heeft. Daar hebben de onderzoekers wel ideeŽn over. Uit hun studie blijkt dat de i-motiefjes meestal ontstaan op een specifiek moment in de levenscyclus van een cel, namelijk in een vrij late fase, wanneer het DNA in de cel actief wordt afgelezen. Daarnaast blijken de i-motiefjes ook op te duiken in zogenoemde promotors: stukjes DNA die bepalen of genen aan of uit worden gezet. Ook zijn ze aangetroffen in telomeren: de kapjes op chromosomen die een belangrijke rol spelen in het verouderingsproces. “We denken dat het komen en gaan van de i-motiefjes een aanwijzing geeft over wat ze doen,” stelt Zeraati. “Het lijkt waarschijnlijk dat ze er zijn om te helpen met het aan- en uitzetten van genen en deels bepalen of een gen actief wordt afgelezen of niet.” Vervolgonderzoek moet meer inzicht geven in de exacte functie van het DNA en in hoeverre het van invloed is op ziekte en gezondheid.

(scientias.nl)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_178837362
26-04-2018

Wetenschappers komen met handsfree origami

Deze 3D-geprinte objecten vouwen zichzelf!

Menigeen heeft zich wel eens geŽrgerd aan een stoel of bureau dat als twintigdelig bouwpakketje door de postbode naar binnen werd geduwd en vervolgens nog hťlemaal in elkaar moest worden gezet. Eerder deze week hadden we wat dit betreft al een fijne mededeling voor de niet zo handige medemens: onderzoekers in Singapore hebben een robot gebouwd die IKEA-meubels in elkaar kan zetten. En nu doen we daar nog een schepje bovenop: Amerikaanse onderzoekers hebben een eerste stap gezet richting een scenario waarin zelfs die robots overbodig zijn. Ze komen met 3D-geprinte objecten die zichzelf – onder invloed van warmte – in de juiste vorm vouwen. In de toekomst kan je stoel dus als een plat pakketje worden afgeleverd dat zich onder invloed van wat zonlicht vervolgens zelf transformeert tot..nou ja, een stoel.

3D-printer
Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, maar volgens onderzoekers van de Carnegie Mellon University is het allemaal mogelijk. Ze gebruikten een goedkope 3D-printer om platte objecten te printen die zichzelf vervolgens onder invloed van warmte in een van tevoren bepaalde vorm vouwen (zie ook het filmpje hieronder).

https://vimeo.com/265829811

Het is niet voor het eerst dat onderzoekers met objecten die zichzelf vouwen aan de slag zijn gegaan. Maar eerdere pogingen maakten gebruik van vrij exotische materialen of zeer geavanceerde verwerkingstechnieken. De onderzoekers van Carnegie Mellon University pakten het anders aan: zij maakten de objecten met de goedkoopste 3D-printer – een printer die laag voor laag print. En eigenlijk maakten ze daarbij gebruik van een tekortkoming die deze printer heeft. Je moet namelijk weten dat deze printers eigenlijk continu laagjes gesmolten thermoplastic op elkaar stapelen. die materialen bevatten restspanning die vrijkomt als het materiaal afkoelt. Het leidt ertoe dat het thermoplastic na afkoeling wat samentrekt, wat weer resulteert in kromgetrokken randen en oppervlakken. “Wij hebben dit nadeel in ons voordeel laten werken,” stelt onderzoeker Lining Yao.

Thermorph_rose.jpg?zoom=1.9599999666213987&resize=728%2C482&ssl=1
Links het object dat uit de 3D-printer komt. Rechts het object dat ontstaat als je de geprinte platte vorm opwarmt. Afbeelding: Carnegie Mellon University.

Hoe werkt het?
Om de objecten die zichzelf in de juiste vorm kunnen vouwen, te maken, hebben Yao en collega’s eigenlijk twee dingen gedaan. Allereerst zorgden ze er met een speciaal algoritme voor dat de snelheid waarmee de thermoplastics tijdens het printen worden afgezet, varieert. Daarnaast combineerden ze de materialen die vatbaar zijn voor kromtrekking met rubber-achtig materiaal dat niet geneigd is om zich samen te trekken. Zo verkregen de onderzoekers controle over het kromtrekken van het materiaal. Wanneer het 3D-geprinte object uit de printer komt, is het plat en hard. Maar wanneer je het in warm water plaatst – warm genoeg om het object zacht en rubberachtig te maken, maar niet zo warm dat het plastic smelt – gaat het zich vouwen oftewel kromtrekken zoals de onderzoekers dat willen.

“Wij geloven dat het algoritme en de bestaande materiaalsystemen ons in staat zouden moeten stellen om uiteindelijk grote, krachtige objecten te maken die zichzelf vouwen, zoals stoelen, boten of zelfs satellieten,” aldus onderzoeker Jianzhe Gu. Ook biedt de techniek grote mogelijkheden voor hulporganisaties. Denk bijvoorbeeld aan noodwoningen die plat worden verscheept en zich op locatie onder invloed van zonnewarmte in de juiste vorm vouwen.

(scientias.nl)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_178913356
02-05-2018

Nederlandse wetenschappers creŽren embryo zonder bevruchting

763?appId=2dc96dd3f167e919913d808324cbfeb2&quality=0.8
 © REUTERS - Een muisembryo (archiefbeeld)

Wetenschap Nederlandse onderzoekers hebben voor het eerst nieuw leven laten ontstaan in een laboratorium, zonder dat er een bevruchting is geweest. De wetenschappers van het MERLN Instituut (Universiteit Maastricht) en het Hubrecht Instituut in Utrecht kweekten beginnende embryo’s uit stamcellen van muizen. Deze zogenoemde modelembryo’s tonen voor het eerst zoveel gelijkenis met natuurlijke embryo’s dat ze kunnen innestelen in de baarmoeder en zwangerschap kunnen initiŽren.

Deze nieuwe methode zou volgens de onderzoekers de deur kunnen openen naar onderzoek naar en kennis over de eerste verborgen processen van het leven, vruchtbaarheidsproblemen en de embryonale oorsprong van ziekten. Het onderzoek is vandaag gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

Directeur van het MERLN Instituut Clemens van Blitterswijk: “Dit onderzoek markeert het begin van een nieuwe biomedische discipline. Met grote hoeveelheden synthetische embryo’s kunnen we kennis opbouwen door het testen van nieuwe medische technieken en mogelijke geneesmiddelen. Deze ontwikkeling zal de noodzaak van het gebruik van dierproeven aanzienlijk verkleinen.”

(HLN)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_178913435
02-05-2018

Hyperspectrale metingen vanaf nanosatelliet


HyperScoutProduct.jpg

Het Nederlandse bedrijf cosine heeft wereldwijd als eerste hyperspectrale metingen verricht vanaf een nanosatelliet.

Hun geminiaturiseerde ruimtecamera HyperScout deed deze metingen van de aarde vanaf een satelliet van slechts 30 cm lang, 20 cm breed en 10 cm hoog. HyperScout brengt met deze metingen de toestand van land, water, begroeiing en bebouwing op het aardoppervlak in kaart. Op de eerste aardobservatiefoto staat Cuba.

Hyperscout-foto-Cuba.jpg
Op de eerste foto van Hyperscout staat Cuba (Copyright: Cosine)

‘Omdat wij al hyperspectrale metingen deden vanaf grote wetenschappelijke satellieten, zijn wij op het idee gekomen om die techniek ook voor nanosatellieten beschikbaar te maken’, vertelt hoogleraar natuurkunde Marco Beijersbergen, oprichter en directeur van cosine. ‘Wij waren al instrumenten aan het miniaturiseren voor planetaire missies en met HyperScout komt dat allemaal samen.’

In opdracht van ESA werkte het bedrijf mee aan de missies Mars Express, Venus Express en BepiColombo. ‘ESA vroeg ons om de miniaturisatie te doen voor die planetaire missies omdat wij een bedrijf zijn met veel natuurkundigen. Voor miniaturiseren moet je terug naar de basis. Wij stellen ons daarbij de vragen: wat heb je nou eigenlijk ťcht nodig en wat zijn de ťchte beperkingen die de natuur ons oplegt? En dan kijken we of we het op een heel andere manier kunnen doen.’

Cosine ontwikkelde HyperScout met Nederlandse partners, waaronder de TU Delft en met steun van ESA en het Netherlands Space Office. HyperScout kan weliswaar minder dan de versie voor grote satellieten, maar het instrument, de satelliet en de lancering kostten maar een honderdste van die prijs, waardoor er voor hetzelfde geld veel meer van in een baan om de aarde gebracht kunnen worden. Hierdoor ontstaat een veel grotere dekking.

In de komende periode worden verschillende toepassingen voor de camera ontwikkeld. ‘Uiteindelijk wordt software voor de eerste applicaties naar HyperScout geŁpload en kan het instrument verder worden verfijnd.’

(technischweekblad.nl)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
abonnementen ibood.com bol.com Coolblue
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')