abonnementen ibood.com bol.com Coolblue
pi_147395559
registreer om deze reclame te verbergen
141207_266257_kerstverhalen_tpc_hdr.jpg

Alle inzendingen voor de kerstverhalenwedstrijd 2014 worden in dit topic geplaatst. Eenmaal geplaatst kunnen de inzendingen in principe niet meer worden aangepast.

Wil je zelf ook meedoen met de wedstrijd? Kijk dan hier voor meer informatie.
pi_147542821
Het duivels gerecht

De aanleiding

Haar uitbarsting was weer even onverwacht begonnen als altijd. Drie weken en twee dagen waren ze een echtpaar en wat als een sprookje was begonnen, leek nu te eindigen in een nachtmerrie. Haar psychotische scheldpartijen escaleerden altijd als ze haar poes Mimi op haar schoot had genomen. God, wat haatte hij dat beest. Zo zacht zij Mimi aaide, zo hard waren haar verwijten naar hem toe. En dit ging nu al iedere dag zo sinds ze getrouwd waren. De afloop van deze neurotische uitbarstingen kon hij tot in een graad van perfectie voorspellen. Zelfs op deze eerste kerstdag ging het precies zoals hij dacht dat het zou gaan. Na een uren durende tirade zette ze Mimi in haar mandje, schoot haar winterjas aan en vertrok.

De bereiding

Gewoonlijk ging hij na haar mefistofelische monoloog langs het strand wandelen om zijn vermoeide geest met een frisse zeewind te klaren, maar daar stond op deze feestdag zijn hoofd niet naar. Vandaag zou hij zijn frustraties proberen kwijt te raken door het bereiden van een wel zeer exotische Indonesische kerstmaaltijd. Terwijl Mimi zachtjes in haar mandje naast de brandende open haard lag te spin- nen, liep hij naar de keuken. Tevreden constateerde hij dat alle ingrediënten voor- radig waren. Hij voelde een ongekende rust over zich heen komen.

De verleiding

De Languedoc liet zich gewillig ontkurken. Terwijl hij zijn wijnglas inschonk, zag hij vanuit de open keuken hoe Mimi zich behaaglijk uitrekte in haar slaap. Hij besloot met de bereiding van de Indische boontjes te beginnen. De ingrediënten deed hij in de vijzel en begon deze met de stamper geduldig fijn te wrijven tot een papje. Hij wist dat dát het geheim van de Indonesische keuken was: de ingrediënten behoren altijd 'se marier' te worden. De specerijen moeten een huwelijk sluiten en zich tot een verrukkelijke kruidengeur vermengen. Hoe anders was het in zijn prille huwelijk dacht hij wrang. Het vlees zag er perfect uit. Hij schatte het op meer dan een kilo, maar besloot alleen de peesvrije stukken te gebruiken. Hij hield zeker een pond mooi blank vlees over, de rest kieperde hij in de afvalemmer. Nippend aan de rode wijn legde hij de deksel op de pan en liet het vlees op een laag vuur stoven tot het gaar zou zijn. Ondertussen kon hij de rijst gaan koken. Met de kroepoek, de Seroendeng en de Saint-Chinian als finishing touch had hij de perfecte kerstmaaltijd voltooid.

De scheiding

De deur zwaaide open: zij was terug. Hij had net de kersttafel gedekt en in orde bevonden. Zwijgend schoof ze bij hem aan tafel. Ze schrokte het met zorg gemaakte gerecht naar binnen. Binnen vijf minuten had de vrouw alles ver- zwolgen. Ze stond op, keek hem vernietigend aan en liep naar de mand van Mimi om haar in haar armen te sluiten. Maar Mimi lag niet in haar mandje. Mimi was niet meer. De vrouw keek naar haar lege bord en rende met gebogen boven- lichaam richting toilet. Een glimlach verscheen om zijn mond en voldaan nam hij een laatste slok Saint-Chinian.
pi_147542891
Kerstvrouw zoekt Kerstman

In de kantine van de busmaatschappij zat Arnold wat verveeld door de krant van eergisteren te bladeren. Zijn broodtrommel was leeg en het duurde nog een half uur voordat hij de busdienst van Vlissingen naar Roosendaal kon gaan rijden. Het was half december en buiten motsneeuwde het fijntjes. Arnolds blik bleef hangen bij een contactadvertentie. “Kerstvrouw zoekt Kerstman,” las hij. De buschauffeur grinnikte en ging rechtop zetten om verder te lezen. “Mail naar [email protected] en wie weet gaan wij samen dineren met kerst.” Arnold lachte breeduit. Zijn mok met het embleem van de busmaatschappij zette hij met een klap op tafel. Hij griste zijn mobiele telefoon uit zijn borstzakje en met de tong tussen zijn tanden begon hij een bericht te schrijven.
Tijdens de rit naar Roosendaal in een bijna lege bus legde hij zijn mobiel op het dashboard. Bij elke bocht in de weg kijkt hij of er al een bericht was binnen gekomen. Een kilometer voor het station hoorde hij: ‘Pling’. Hij bleef voor een groen stoplicht staan om het bericht te lezen. ‘Groen,’ joelden een paar opgeschoten jongens. ‘Bel me,’ schreef de Kerstvrouw, ‘dan spreken we een plaats af voor ons kerstdiner.’ Hij stuurde meteen zijn oudste zus een sms: ‘Bedankt voor je uitnodiging voor kerst, maar ik heb al een afspraak.’

Terwijl Arnold naar zijn vrijgezellenflat fietste, voelde hij een kriebel in zijn buik. Een stemmetje in zijn hoofd zei ‘Waar begin je aan man, misschien is het wel een verklede kerel die op je geld uit is.’ Hij negeerde de zelfkritiek, dat kerstdinertje liet hij zich niet ontnemen.
‘Bij jou of bij mij?’ vroeg Arnold. Hij haalde opgelucht adem, toen Kerstvrouw Tineke antwoordde. Haar stem klonk nog jong. Deze Kerstvrouw deugt wel dacht Arnold. ‘Ik woon in Pernis,’ zei ze, ‘niet echt romantisch hier.’
‘En ik in Roosendaal,’ da’s ook niks.’
‘Laten we dan naar Londen gaan,’ stelde Tineke voor. ‘In de bijlage van de mail die ik je gestuurd heb, staat het adres van een goed restaurant waar ik een tafeltje voor ons reserveer.’
‘Goed,’ juichte Arnold, kerst in Londen, dat leek hem wel wat.
‘Oké,’ zei de Kerstvrouw vrolijk, ‘dan tot gauw en denk aan de dresscode.’
Na het telefoongesprek opende hij de bijlage bij de mail. Het restaurant waar ze elkaar op Eerste Kerstdag om 19.00 uur zouden treffen, heette My Fair Kitchen in de Stratton Street. In een bijlage stond een routebeschrijving en nog een stuk tekst. Om dat allemaal te lezen, had hij nu geen tijd. Hij moest nog een hoop regelen, volgende week was het al zover. Via internet boekte hij nog diezelfde avond een ticket voor een treinreis naar Londen. In een kledingverhuurwinkel kon hij de volgende dag na werktijd een pak huren. Het was hem wel wat te groot, maar met een riem en wat veiligheidsspelden ging het best.

Arnold voelde zich de koning te rijk toen hij zich in een Londense taxi naar het restaurant liet rijden. Met bewondering keek hij uit het raampje naar zijn collega’s die met dubbeldekkers knap door het verkeer manoeuvreerden. Op de hoek van de Stratton Street stapte hij uit. Grauwe sneeuwvlokken verdwenen in zijn witte baard. In de spiegel van een geparkeerde auto controleerde hij of die nog goed zat. Zijn riem om het kussen deed hij een gaatje losser, om alvast wat ruimte voor het diner te creëren. Hoewel de ramen van My Fair Kitchen waren beslagen, zag Arnold in een hoek een rode gloed. Zijn hart sloeg een slag over zodra hij de klink in zijn handen nam. Hij schraapte zijn keel en stapte naar binnen. Het was inderdaad zijn Kerstvrouw die hij door de ruit zag zitten. Andere gasten grinnikten en applaudisseerden toen hij op haar afstapte. De Kerstvrouw droeg een rode jurk met witte randen. Op haar hoofd had ze een rode muts met een wit bolletje. Haar witte panty was afgezet met dezelfde bolletjes. Haar benen staken in hoge, zwarte laarzen. Ze had een grote boezem en bolle appelwangen. Arnold stak zijn hand uit.
‘Kerstman Arnold, aangenaam,’ zei hij met een diepe bromstem.
‘Kerstvrouw Tineke,’ giechelde zijn date.
Arnold zat amper toen zijn kerstmaal al werd geserveerd; een klein stuk kalkoen met rode bessensaus. Tineke nam alleen een bordje met salade. Arnold kreeg het heel warm. Hij had het gevoel alsof er een lamp op zijn nek gericht stond.
Tineke begon hem de ene na de andere vraag te stellen.
‘Hoe oud ben je, wat doe je voor de kost, wat zijn je hobby’s, wat is je lievelingskleur, hoeveel kinderen wil je?’
Arnold was er beduusd van. ‘Uh, ik ben 33, buschauffeur, uh blauw…, antwoordde hij met volle mond, terwijl het vet in zijn baard liep. Na tien minuten stond Tineke op: ‘De tijd is voorbij, bedankt voor je komst?’ Arnold voelde een koude luchtstroom in zijn nek. Hij draaide zich om op zijn stoel en zag een man binnenkomen die precies op hem leek; rood pak, zwarte laarzen, rode muts en witte baard.
Een ober tikte Arnold op zijn schouder. ‘Het nagerecht kunt u aan een ander tafeltje gebruiken.’
Arnold wilde nog protesteren, maar de potige ober duwde hem naar het andere tafeltje. Het viel Arnold nu pas op dat er een camerateam in het restaurant was opgesteld. Ze zoomden in op de tweede Kerstman. Ook hij kreeg een bordje met kalkoen. En ook op hem vuurde Tineke dezelfde vragen af. Het hetzelfde tafereel herhaalde zich nog tien keer. Na afloop stapte een jonge man met een microfoon op Tineke af. Hij zei: ‘Goed gedaan, je hebt nu alle kandidaten voor onze RTL Xmas Speeddate gehad. Nu breekt het spannende moment aan dat jij jouw keuze bekend gaat maken.’ De mensen in het restaurant begonnen hard te applaudisseren. Arnold wachtte de ontknoping niet af. Hij stond op en stampte naar de deur. De plumpudding, die hij niet had aangeraakt, trilde heen en weer op het tafeltje. Zonder Tineke nog een blik waardig te keuren gooide hij de deur met een klap achter zich dicht.
pi_147543025
registreer om deze reclame te verbergen
Alana

Het was stil op de Ringeloorlaan. Op gewone dagen was er altijd een normale drukte. Auto’s, soms duur, soms oud, reden dan af en aan. Soms stoppend om iemand in te laten stappen. Soms woorden gooiend naar de vrouwen die langs de straat stonden. En soms ook alleen maar goedkeurend fluitend.

Maar niet vandaag. Vandaag zag het er leeg en troosteloos uit. Nat en vies van de sneeuw die de vorige dagen was gevallen. Niet dat het Alana was opgevallen. Want als ze nu niet opschoot, was de beste staanplaats van de straat al bezet. Terwijl ze luisterde naar het monogame geluid van haar naaldhakken die haastig op de tegels tikten, dacht ze terug aan een jaar geleden om deze tijd.

Wat was ze toen gelukkig. Buiten viel de sneeuw als prachtige glitters naar beneden, maar binnen was het warm en gezellig. Nicks ouders, die een heerlijk geroosterde hele kip meebrachten, waren er. Zijn broer met zijn gezin. Kerstliedjes werden gezongen, kusjes uitgewisseld onder de mistletoe. Lachend en vertederd hadden ze toegekeken hoe de jongere kinderen verrukte kreetjes slaakten toen ze zagen dat de Kerstman de brieven met hun wensenlijst had gelezen. Jeremy, haar zoon van veertien, was zijn vader om de hals gevlogen toen er uit zijn pakje een eigen gamelaptop tevoorschijn kwam. Met de laatste GTA uiteraard. Ze dacht aan haar zes jaar oude dochter Myrthe, haar stralende gezichtje, terwijl ze haar o zo begeerde poppenhuis ademloos bekeek…

Haar ogen werden vochtig en onwillekeurig ging ze wat langzamer lopen. In de verte zag ze Ineke en Sandra al staan. Een man in een lange, bruine jas kwam naar hen toe lopen, zei iets, draaide zich om en liep terug naar waar hij vandaan kwam. Met Sandra in zijn kielzog. Ze versnelde haar pas en voegde zich bij Ineke.

“Hoi.”
“Hoi.”

Met Ineke had ze niet veel op, dus keek ze stug voor zich uit. Elke keer sinds ze hier moest staan wenste ze dat ze hier weer kon weglopen. En elke keer, om het te kunnen volhouden, dwong ze zichzelf terug te denken naar de reden waarom ze hier stond. Waarom ze zichzelf vernederde nadat Nick in februari zichzelf had opgehangen in de schuur achter hun huis, een maand nadat hij failliet was verklaard. Ze dwong zichzelf terug te denken aan de dag dat haar twee kinderen werden weggebracht door de maatschappelijk werkster om in pleeggezinnen geplaatst te worden, omdat ze volgens haar niet de middelen had om goed voor de kinderen te zorgen. Ze dwong zichzelf te denken aan de torenhoge schulden die Nick had gemaakt en die zij nu moest afbetalen. En wanneer het zover was, wanneer alles was afbetaald en zij een andere baan had, dan kwam ze haar liefste kinderen ophalen om nooit meer te laten gaan. Gelukkig kon ze hen, na drie maanden, morgen weer zien om hen hun kleine kerstgeschenkjes te geven..

Ze schrok op uit haar gedachten toen een bekende zilvergrijze Audi voor haar gezichtsveld stopte. Het portier ging open en de donkere man achter het stuur wenkte haar. Ze streek even over haar blonde haren en liep er heupwiegend naar toe.

“Stap in,” zei de man. “Jij bent vandaag mijn beste kerstcadeau.”

Ze stapte in, deed het portier dicht en voelde onmiddellijk een hand op de blote huid van haar dij. Met moeite onderdrukte ze een rilling van afkeer en keek naar buiten, door het donkere glas van de ruit naar het verdwijnende figuur van Ineke. Een eenzame, dikke traan biggelde langs haar koude wang naar beneden. Het was eerste kerstavond…
pi_147543087
Oom Hans

Mijn vader hield niet van verrassingen. Dit had hij zich onvoldoende gerealiseerd toen hij mijn moeder trouwde. Waar hij zich ook geen rekenschap van had gegeven, is dat zij niet alleen zou blijven. Zo zou zij hem vier kinderen baren, waarvan er drie sterk op haar leken, zodat hij zich thuis in een spiegelzaal bevond waar hem vanuit alle hoeken en gaten afspiegelingen van zijn echtgenote naderden. Ikzelf leek op geen van beiden, niet de geringste overeenkomst – een wonderlijke speling van de natuur, blank ei in een gespikkeld nest. Toen ik daar de leeftijd voor had, ben ik in de sociale omgeving van mijn ouders gaan speuren naar volwassenen met wie ik mogelijk enige gelijkenis vertoonde, een gewoonte waarmee ik ook naarmate het leven voortschreed nooit helemaal heb kunnen breken. Een volgende verrassing die het huwelijk mijn vader bezorgde, was mijn oom Hans. Hij was mijn vaders broer, mijn moeder en hij waren erg op elkaar gesteld. Soms zagen we hem jaren niet, totdat hij opeens weer opdook, de Bonte Prins van Twijfelachtige Levenswandel, zoals mijn vader hem noemde. Toen mijn oom Hans op een winterdag het pad opreed in een gehuurde bestelbus met donkere ruiten, heb ik mijn vaders feestelijke kerststemming zien barsten als een autoruit.

Mijn moeder deed net haar schoonheidsslaapje en hoorde dus geen woord van het gevloek van mijn vader. Mijn zussen en ik echter waren opgetogen en renden naar buiten om deze weldoener, want dat was ie voor ons –hij kwam nooit met lege handen- uitgebreid welkom te heten.

‘Je blijft toch wel hè?’ was het eerste wat we van hem wilden weten. Oom Hans zag er piekfijn uit in zijn grijze krijtstrepen pak, witte overhemd en opvallend diagonaal roodwit gestreepte vuurtorendas. Alsof hij zijn kerstpak al aan had.

‘Als jullie moeder me tenminste nog herkent,’ lachte hij zijn geelbruine tanden bloot. Oliver Hardy noemde mijn moeder hem liefkozend. Dankzij hem kenden we ook de stomme slapstickfilms. Hij was er gek op en in de verte had hij ook wel wat weg van de dikke.

‘Een gangster is ie,’ verwoordde mijn vader het. Hij vond oom Hans maar een uitslover in zijn op maat gesneden twintiger jaren kostuums.
Hij toonde erg mager. Onze oliver hardy oom was een stan laurel oom geworden. En ook van zijn inktzwarte, springerige haardos was niet veel meer over. Zijn borstelige wenkbrauwen staken schril af tegen zijn kale hoofd.

Hij liep op mijn vader toe om ook hem te begroeten. Maar deze had al rechtsomkeer gemaakt en wekte mijn moeder. Om haar maar tegelijk te vertellen dat hij dit keer geen drankorgie wilde met kerst. De kinderen waren nu op een leeftijd dat de dronkemansverhalen van oom Hans een verkeerde uitwerking konden hebben. Mijn moeder negeerde mijn vader en haastte zich naar buiten, alwaar haar foute broertje inmiddels de achterdeuren van zijn bestelbus had geopend en mijn drie zussen en ik op een rij geduldig stonden te wachten op de vracht aan kerstcadeautjes die wij naar binnen mochten brengen.

Een gangster als oom en als hij je een hand gaf, zat er altijd wel een twee euromuntstuk of zelfs vijf eurobiljet in. Wie had zo’n oom? Tegen mijn schoolvrienden schepte ik altijd over hem op. Over wat hij allemaal meemaakte in zijn leven. Alleen was hij er nooit en mijn vrienden trokken mijn verhalen over hem steeds meer in twijfel.

Ik zou ze bellen, bedacht ik me. Konden ze langskomen, als ze wilden. Om hem met eigen ogen te zien. Zien was geloven.

Oom Hans zou slechts deze kerstavond blijven en het kon zelfs zo zijn dat hij halverwege de avond al weer moest gaan. Zo druk had hij het. Waarmee vertelde hij niet, maar als er zo’n enorme hoeveelheid aan cadeaus onder de kerstboom ligt, stelde je geen vragen meer. Wij in ieder geval niet.

Mijn moeder vervroegde het diner die avond en de rollade voor eerste kerstdag, wanneer de ouders van mijn vader zouden komen, werd gepromoveerd tot rollade voor deze avond. Onder luid protest van mijn vader, maar mijn moeder trok zich niets van hem aan en bereidde het lekkerste kerstmaal ooit. Alsof ze voelde dat er iets speciaals stond te gebeuren.
Na het diner, waarvan moet gezegd dat oom Hans zich inhield met de wijn –hij weigerde zelfs de ,door mijn vader nota bene, aangeboden cognac bij de koffie- schurkten we ons om de kerstboom. Het uitpakfeest kon beginnen. Onder leiding van mijn moeder die duidelijk wel aan de cognac had gezeten en ook de wijn niet onbetuigd had gelaten werden de kerstgeschenken verdeeld.
Oom Hans toonde zich zeer vrijgevig. Voor mijn vader had hij een prachtige Rolex en een leren aktetas, mijn zussen werden verwend met mooie zilveren armbanden en bijpassende oorbellen, ik kreeg eveneens een Rolex en mijn moeder werd verrast met een werkelijk schitterende gouden halsketting.

Met rode konen van opwinding pakten we alles uit, maar toch was er iets raars aan de kerstcadeaus, iets dat niet helemaal klopte. En net toen ik daarover een vraag wilde stellen aan de weldoener, ging de bel.

Degene aan de deur drukte een aantal malen achter elkaar, waardoor we erg schrokken. Alleen oom Hans niet. Terwijl mijn moeder zich haastte om open te doen, trok hij zijn streepgrijze colbert aan, strikte zijn stropdas weer vast om de nek en begon van iedereen uitgebreid afscheid te nemen, inclusief mijn vader die een kus kreeg op beide wangen.

Oom Hans werd geboeid afgevoerd in zo’n zelfde soort bestelbus als waarmee hij was gekomen, alleen zonder donkere ruiten. En …, onder luid gejoel van enkele van mijn klasgenoten die juist aan kwamen lopen om die wonderoom eens te bekijken.

‘Daar gaat je vader,’ hikte mijn moeder huilend en ik liet van schrik mijn nieuwe horloge, waarvan het bandje veel te groot was, van mijn iele pols glijden. In een plas, waardoor de inkt op het prijsetiketje onleesbaar werd.
pi_147585715
Kerstochtend, elf uur.

Hij zat aan de ontbijttafel, nog niet gedekt, want dat was zijn taak. De saaie lelijke tafel die nog 'door zijn schoonvader was gemaakt' voor hun huwelijk veranderen in een pronkstuk. Een pronkstuk om te laten zien hoe 'gezellig' ze het met elkaar hebben bij het kerstdiner van komende avond. Het kerstdiner wat ook hij moet koken vanaf vanmiddag. 'Gezellig' met zijn bemoeizieke vrouw over zijn schouder meekijkend en zijn trauma... trouw-ma... zijn schoonmoeder. En haar wormvormig aanhangsel van een echtgenoot. Allemaal in het kleine keukentje. Waar hij moet werken aan die smerige liflafjes wat eten voor moet stellen.

Gingen ze maar weer gourmetten, dan hoefde hij niet zo veel te doen. Dat was alleen maar alles uit de plastic bakjes op de 'mooie' borden kwakken, alles klaarzetten en dan alleen maar zijn eigen eten bakken en de glazen volgieten, en hopen dat de rest weer een voedselvergiftiging oploopt omdat ze te snel willen vreten. Was wel een goed idee van hem een paar jaar geleden, een paar uur van tevoren het rauwe vlees en de salades al op tafel zetten zodat het al half opgewarmd werden door het gourmetstel waar de borden zo'n beetje tegenaan stonden.

Oh god wat verlangde hij naar naar de zomer. Gezellig met vrienden of desnoods collega's buiten barbecueën. Met echt vlees. En bier in plaats van die te dure, zure klotewijn. En zonder de vrouwen er bij, want die houden niet van die mannelijke vrijgezelligheid.

Het druilerige weer en het irritante geflikker van de lampjes van de overburen helpen ook niet echt mee om in een vrolijke kerststemming te komen. Maar er moet werk gedaan worden. Hij heeft veel gedekt in zijn leven, gelukkig is er nooit wat mis gegaan, maar een kersttafel kan niet zichzelf dekken.

Hij zuchtte. Was hij maar zo slim als zijn vader, al in mei besluiten om samen met zijn vrouw een lange wereldreis te maken na zijn pensionering, en nu van september tot februari op minimaal tweeduizend kilometer afstand te zijn van de Heks en haar partner Piet-Lut. En dat stuk ongeluk wat zijn zoon had getrouwd.

Tafel dekken, en dan de rest van de kamer 'versieren'. Oh god! de rest van de kamer. De boom staat er al, vorige week met veel hangen en wurgen dat kreng naar binnen gekregen, en die nu al druk bezig is de naalden te laten vallen. Hadden ze maar katten, dan viel er nog iets te lachen als die maffe beesten de boom in duiken. Nu vallen er alleen maar naalden en ongemakkelijke stiltes als hij niet direct opstaat om de gevallen naald uit het schapenvacht wat op de vloer ligt te plukken.

Kerstklokken, engeltjes, nepboompjes met glitters... Hoe erg wil je het hebben? En waar moet het allemaal? Had hij nou maar niet de foto's gewist van hoe het vorig jaar was, dat zag er nog best wel redelijk uit in zijn herinnering. Hing die grote papieren klok nou voor het raam of in de keuken? In een daad van moedigheid had hij het gewaagd om verlichte Rudolf, een enorm lelijk figuur van lampjes met een enkel rood lampje wat de neus voor moet stellen wat voor het raam zou moeten staan te knikken bij het uit de doos halen, en het zo 'lelijk' te maken. Te 'lelijk' om nog voor het raam te zetten. Gelukkig. Nog zeven van die figuren die in de tuin horen te gaan, en dat hoofdstuk is nu ook afgesloten. Alleen jammer dat zijn vrouw in de opruiming afgelopen januari alweer een nieuwe lichtslang had gekocht, die dingen maken ze met opzet zo kwetsbaar dan als je ze te koud oprolt ze geheid kapot gaan. Die ene hersencel van zijn vrouw had dat onthouden van twee jaar geleden, en nu stond hij weer met een nieuwe in zijn handen, klaar om zo meteen met clips langs het raam te spijkeren. Weer spijkers in zijn mooie schilderwerk. Maar nu wel in LED. Scheelt weer wat in de stroomkosten. Dat dat ding ook gelijk drie keer zo duur is was ze even vergeten.

Dozen vol rotzooi nog steeds opgestapeld in de logeerkamer en op de overloop, 'om het overzicht te bewaren' had zijn vrouw gezegd. Eenentwintig jaar aan kerstgeschiedenis, verzameld in dertien dozen en nog een hoop andere rotzooi wat niet in de dozen paste. In gedachten had hij ze al drie keer van de trap laten donderen, maar zijn vrouw had continue over zijn schouder mee lopen kijken (maar zelf wat dragen? Nee hoor, dat is mannenwerk) weerhield hem er van om het echt te doen. Hij had al wat door de dozen gekeken om te ontdekken wat er nu kapot was, en om een teleurstelling te vinden. Alleen een paar van de minst lelijke kerstballen waren gesneuveld toen hij afgelopen juni de dozen 'per ongeluk' omgestoten had om bij zijn hengel te komen. Gelukkig was hun huis vier keer te klein om alles een plek te geven, twaalf dozen oude meuk bleven ongeopend. 'Is niet meer in de mode' volgens zijn vrouw. Mensen die verstand hebben van mode, en vooral van wat er dit jaar in de 'mode' is voor kerst mogen ze afschieten! Doe wat je zelf mooi vind, en flikker de rest van de zooi weg! En alleen nieuw kopen wat kapot is!

Zijn vrouw was nu met wat vriendinnen 'inkopen' aan het doen voor de kerst. Best wel een stel lekkere wijven als je ze van een afstandje kan bekijken, en in bed zijn sommige ook wel lekker, ook wel wat rijper, maar ook met wat meer ervaring... Zijn gedachten dwalen af. Zijn hand ook. Zou hij? Nee, toch maar niet, zeker niet in de woonkamer met alle bloempotten uit de vensterbank gehaald om ruimte te maken voor de 'decoratie'. En met de hand speelde hij in deze troosteloze omgeving toch niets klaar. Daarvoor moest de computer aan. En daar had hij geen tijd voor.

Inkopen... Het klinkt zo onschuldig, maar het is wat hij in een paar maanden na de zomervakantie gespaard heeft in een paar uur er doorheen jagen. En maar klagen dat die tassen zo zwaar zijn en dat er geen sterke man is om ze te dragen. Dat is zijn taak weer, als ze luid toeterend met drie auto's weer dubbel geparkeerd voor de deur staan. Zal vast wel weer op een ongemakkelijk moment zijn, als hij op het toilet zit of zo. En voor volgend jaar weer twee dozen bij de verzameling.

Ze zouden niet terug zijn voor drie uur, genoeg tijd om wat te maken van de jaren tachtig kamer met witte tegels op de vloer en 50" flatscreen op een te diepe kast waar hij de bovenkant van afgezaagd heeft. Het heeft hem wel zijn bierpullenverzameling gekost, maar die liggen nu veilig op zolder. En die flatscreen is van hem... Hoewel... hij wordt meestal verbannen naar de slaapkamer als zijn vrouw naar de zoveelste non-talent show wil kijken.

Zeventien jaar en twee kinderen geleden had hij de ballen om het te vragen, dat had ook heel wat jaren geduurd voor hij die ballen kreeg toen ze nog net aardig was. De kinderen zijn volwassen geworden, en die kregen vijf jaar geleden al de ballen om weg te gaan en zelden meer thuis te komen. Zelfs niet met kerst. Zou hij nu zelf ook de ballen hebben om wat te doen? Hij zuchtte. Zijn lijdensweg heeft nu lang genoeg geduurd. De scheiding zou hem flink wat duiten kosten, maar dat was het hem wel waard. Hij stond op. Er was werk te doen. Voor de laatste keer. Hopelijk.
pi_147661294
registreer om deze reclame te verbergen
Fucking stomme Kerst

Het is de dag voor Kerst en Eva moet werken, Pieter, haar vriend, heeft de hele week vrij en Eva is stiekem stikjaloers.

Uiteraard laat ze dat niet merken, aangezien het sowieso al ruk is tussen hen de laatste tijd.
Pieter heeft nooit ergens tijd voor, niet om een keer uit eten te gaan, niet om samen op de bank een filmpje te kijken, al nauwelijks om samen te eten! Helemaal fucking nergens voor. Niet eens nu hij vrij heeft.
Hij is de godganse dag bezig met dat stomme nieuwe bedrijf dat hij aan het opzetten is en ze verdenkt hem er zélfs van dat hij een ander heeft. In de 7,5 jaar dat ze nu samen zijn, heeft ze dat nog nooit gedacht.

Godverdomme.

Ze trekt het kussen over haar hoofd, kreunt, en zwaait haar benen uit bed, terwijl Pieter zich nog een keer omdraait en half slapend mompelt: ‘Werk ze!’
‘Dag!’ Zegt ze, zich beseffend dat ze chagrijnig klinkt en zich daar half schuldig over te voelen en half het idee te hebben dat hij dat gewoon verdient.

Op de fiets baalt ze van het weer, het heeft gesneeuwd en ondanks het mooie plaatje, kan het haar niet bekoren. Het is koud, glad, het waait hard, er is geen hond op straat, die beesten zijn tenminste slim en zij is echt zó niet in de stemming voor werk. Normaal doet ze er een minuut of 20 over, nu heeft ze er ruim een halfuur over gedaan omdat ze op sommige stukken niet eens kon fietsen en krijgt ze dus ook nog eens op haar flikker van haar baas. Ze kan wel janken.

Stomme dag, stomme, stomme rotdag, stomme Pieter.

Ze neemt zelfs geen pauze. Pauze is ook stom, dan moet je praten met mensen enzo. Als na de pauze Esther naar haar toe komt om te vragen wat er is, moet ze bijna janken.
‘Pieter, Pieter is er! Hij heeft niet eens tijd om morgen Kerst samen te vieren, dan is hij ‘druk’. Ze trekt een gezicht dat aan moet geven dat ze er niet in gelooft en hoopt dat dat overkomt. ‘Ik ga morgen met zijn zus lunchen en dat was mijn Kerst. Echt, ik snap hem echt niet nu, echt totaal niet. Hij weet dat ik aan die traditie hecht enzo en hij maakt toch geen tijd. Niks. Ik snap er geen zak van, zo is hij normaal helemaal niet’ Ze wrijft door haar ogen om de tranen tegen te houden, die heeft hij niet verdiend.

‘Kop op meid, als hij alles eenmaal op de rit heeft met dat bedrijfje, komt het wel weer goed allemaal. Hij houdt echt wel van je!’
‘Weet ik ook wel.. Alleen dit is nu al bijna twee maanden zo en ik denk gewoon zelfs soms dat hij een ander heeft ofzo. Klerezooi. ‘ Ze kijkt Esther beschaamd aan. ‘Sorry, ik ben normaal veel stabieler en minder schelderig..’

Na haar werk eet ze alleen en gaat ze alleen naar bed, ze heeft niet gereageerd op Pieters berichtje waarin hij zei dat hij met zijn beste vriend Vincent in de stad is om nog wat te drinken, want daar heeft ze geen zin in. Hij heeft dat gewoon echt niet verdiend. Beetje leuk doen in de stad met God-weet-wie en ondertussen ligt zij hier in bed te janken. Morgen lekker van die rode plofogen. Kan er ook nog wel bij.

Uiteindelijk valt ze in slaap en is ze zich er vaag van bewust dat hij tegen haar aan kruipt en zijn arm om haar heen slaat.

’s Ochtends heeft hij een ontbijtje gemaakt dat ze samen opeten en voelt ze zich even goed. Tot hij meteen na het ontbijt met een snelle kus in haar mondhoek de deur uit gaat en haar alleen achterlaat.

Ze kijkt een of andere stomme kerstfilm waar ze haar hoofd niet bij kan houden vanwege het piekeren over Pieter en neemt zich voor het er met Diana over te hebben, misschien weet zij waarom hij ineens zo raar doet. Ze praten veel samen, dus dat zou best kunnen en áls hij een ander heeft, heeft ze dan tenminste zekerheid, dan hoeft ze zich niet meer zo ongerust en bang te maken en kan ze hem met een gerust hart dumpen en zijn kleren kapot knippen of zijn auto bekrassen of iets dergelijks.

Als de bel gaat, is ze gespannen, maar tevreden met haar beslissing om Diana bij de lunch uit te horen. Ze is nog steeds boos en gekwetst, maar voelt zich wel wat rustiger. Duidelijkheid is goed, houdt ze zichzelf voor, ook al is het iets kuts.

In de auto vertelt Diana over haar nieuwste verovering, een man met twee kinderen die ergens in een of ander gat woont en drie paarden heeft en een Sint Bernard. Eva probeert op de juiste momenten ja te zeggen, of: ’Uhu’. In de hoop dat het niet opvalt dat ze eigenlijk niet luistert. Of nou ja, die paarden en die kinderen had ze wel gehoord.

Als ze stoppen bij het winkelcentrum, zit ze nog te piekeren, en tijdens het uitstappen, piekert ze gewoon verder.
Tot haar blik getrokken wordt door de kerstversiering boven de winkelstraat.

‘EVA’ staat er in grote letters. Ze houdt de deur van de auto vast en kijkt Diana aan, die breed glimlachend naast haar staat. Dan kijkt Eva om zich heen.
In de etalage van de opticien links naast de ingang van het winkelcentrum, staat een levensgrote foto van Pieter en haar samen, hetzelfde geldt voor de etalage van de dierenwinkel rechts. Een vrouw met een boeket rode rozen staat bij de ingang en wenkt hen, Eva neemt sprakeloos het boeket aan en wordt verder naar binnen geleid door Diana.
Alles is ontzettend mooi, Eva kan zich geen Kerst herinneren waarin het winkelcentrum kleurrijker en voller was, alles om haar heen is versierd, in de kerstbomen in de etalages hangen kerstversieringen in de vorm van hartjes in alle kleuren van de regenboog, op de grond liggen duizenden bloemblaadjes en langs het pad staan lachende mensen. Mensen waarvan ze er, als ze beter kijkt, een heleboel herkent. Daar is Debby, die gooit met een handvol bloemblaadjes en Peggy en Dick en de kinderen, en meneer en mevrouw de Zwart en haar collega’s en Hugo en Kirsten en John en haar tante Margot en ome Kees, en haar nichtjes Floor en Sanne. Iedereen die ze kent is er en iedereen gooit met bloemen en lacht.

Ze is verbaasd, wil iedereen begroeten, maar Diana houdt haar stevig vast en leidt haar vastberaden tussen de mensen door.

Weer een versiering van licht die in rode letters: ’Ik hou van je!’ zegt en eindelijk snapt ze het en springen de tranen in haar ogen.

Pieter komt hun favoriete lunchtentje uit gelopen met een pak aan en knielt voor haar neer.

‘Lieve Eva, ik weet dat je de laatste maanden niet zo heel veel aan me hebt gehad en ik weet dat je me wel kon schieten, maar ik houd ontzettend veel van je’ hij knijpt haar even in haar hand ‘en ik kan me geen andere vrouw in mijn leven voorstellen dan jou. Dat wíl ik ook helemaal niet. Wil je met me trouwen?’
pi_147689281
Mijn ideale kerst

Ik begeef me met de auto in het donker richting de snelweg en hoor hoe George Michael vorige kerst zijn hart verloor. De kerststemming zit er in alle hevigheid meteen weer in. Zo maar even een nieuwe kerstboom aanschaffen en deze onder het genot van de kersteditie van knuffelrock optuigen. Wat zal ze blij zijn als ze ziet dat het hele huis al versierd is als ze thuiskomt. Mijn schatje houdt net zo van kerst als ik, daarom passen we ook zo goed bij elkaar. Iedere kerst pakken we uit met de meest uitbundige kerstversieringen die er zijn, waarmee we de hele straat de ogen uitsteken. Je zou die jaloerse blikken van onze buren eens moeten zien als ze ons huis passeren. Het is een wonder dat ze niet groen uitslaan.

Elke kerst kent een nauwgezette planning, om zo een gevarieerd en zorgvuldig uitgekozen programma te kunnen afwerken. Eerste kerstdag begint met een echt kerstontbijt. Men neme een of meerdere boterhammen, een plak kaas, een plak ham en chocoladepasta. Leg de boterham op je bord en druk er met een kerstboomvormpje een kerstboompje uit. Dit kerstboompje kan je versieren met slingers en ballen van ham of chocoladepasta en lichtjes van kaas. Elk jaar liggen we weer onder de tafel van het lachen als ik zit te klungelen met de ham.

Hierna volgen de kerstcadeautjes. Ieder jaar trekken we met z’n tweeën lootjes voor kerst. De cadeautjes dienen traditiegetrouw verpakt te zijn in een omhulsel van papier-maché. Mijn schatje had vorig jaar mijn cadeau verstopt in een enorme fallus van papier-maché. Paars opgeschilderd uiteraard. Ik sproeide mijn slok wijn tegen het plafond van het lachen. Wat een ondeugende meid blijft het toch na al die jaren. Ik verras haar dit jaar, als reactie op vorig jaar, met een enorme vagina van papier-maché. De positionering van de clitoris bleek nog een lastig klusje, gelukkig bood internet mij de gewenste hulp. Bij de overhandiging van het cadeau knipoog ik er schalks bij. Dit heeft het beoogde effect; m’n schatje begint te blozen en kijkt van verlegenheid naar de vloer. Zo vind ik haar het mooist: kwetsbaar en puur.

We moeten opschieten, want om 14:00 uur staat ons uurtje seks op het programma. Ook daarvoor is een evenwichtige planning gemaakt, zodat de bevrediging van onze lusten geoptimaliseerd kan worden. Twee jaar geleden overschreed m’n schatje de klaarkomplanning met 13 seconden. Dat is funest gebleken voor het tijdschema van de rest van de dag. Ik heb haar toen vermanend toegesproken. Gelukkig was ze schuldbewust en beloofde ze beterschap. Dit jaar verloopt de seks godzijdank geheel volgens planning.

De rest van de dag genoten we van een uitgebreide kerstwandeling door een winters landschap, een uitgebalanceerde kerstmaaltijd volgens het recept van 24kitchen en we eindigden de dag met het kijken naar de ultieme kerstfilm: A Christmas Carol. Om 22:00 uur gaat het alarm op m’n mobiel af: het is tijd om te gaan slapen. Op tweede kerstdag staat de kerstborrel met de buurt op de planning en daarvoor zullen nog wat voorbereidingen getroffen moeten worden.

De kerstborrel wordt ieder jaar bij een andere bewoner uit de buurt gehouden en is de ideale gelegenheid om gezellig met de hele buurt bij te praten. Dit jaar organiseren Theo en Margot van twee huizen verder de feestelijkheid. Het zijn beschaafde mensen met het hart op de goede plek, toch voel ik een bepaalde afkeuring als ik mijn kerstplanning met ze deel. Zouden ze de volgorde van de activiteiten onlogisch vinden? Misschien maar eens om opheldering vragen.

De uitnodiging bevat tot ons genoegen een dresscode waarop we ons kunnen uitleven. Iedereen dient in een kerstelijke outfit te verschijnen. We hebben onze creatieve breinen aan het werk gezet en de uitkomst is als volgt: ik ga verkleed als George Michael in de clip van Last Christmas en mijn schatje als Mariah Carey in de clip van All I Want For Christmas Is You. Mijn schatje moet zich dus in een strak kerstjurkje presteren en heeft daarvoor maandenlang volgens een strikt dieet geleefd. Het resultaat mag er wezen; het jurkje staat haar beeldig en accentueert haar vrouwelijkheid. Hopelijk trekt ze hiermee niet te veel seksuele aandacht van de andere mannen op het feestje, ze behoort immers alleen aan mij toe. Bij mijn outfit staan mijn kapsel en wenkbrauwen centraal. George had toentertijd nog zo’n flamboyant waaierig en nichterig kapsel met strak geëpileerde wenkbrauwen. De goudkleurige oorbellen en het zonnebankbruine tintje maken het geheel af. Aangezien ik vrij kaal ben, heb ik een pruik met weelderige haardos op de kop moeten tikken. Ik heb er blonde highlights in laten zetten en met de föhn en haarlak in de aanslag modelleer ik de pruik naar een onvervalst 80’s kapsel. De twee gouden nepoorbellen heb ik aangeschaft bij de plaatselijke carnavalswinkel. Mijn schatje heeft mijn wenkbrauwen een grondige epileerbeurt gegeven. Ik loop er de komende tijd wel bij als een nicht van middelbare leeftijd, maar voor kerst breng ik graag offers. Tot slot schmink ik m’n gezicht zonnebankbruin. Ik vergeet hierbij niet mijn oren en hals mee te nemen, vrouwen vergeten dat weleens wanneer ze foundation opdoen. Een kwartier voor aanvangstijd vertrekken we perfect uitgedost richting Theo en Margot.

Het ziet er al gezellig uit binnen als ik hun raam passeer. De woonkamer is aangekleed met lichtjes en kerstdecoratie en ik zie dat vrijwel alle buren reeds aanwezig zijn. Zijn we dan toch te laat vertrokken? Ik bel aan en word enthousiast ontvangen door Margot, die meteen doorheeft dat ik als George Michael verkleed ben. Trots vertel ik dat m’n vrouw verkleed is als Mariah Carey. We stappen de woonkamer binnen en mengen ons in het gezelschap. Er hangt een gemoedelijke sfeer. Dan zie ik Theo met een vorkje tegen een wijnglas aantikken om zo de aandacht te vragen van het aanwezige publiek. “Dames en heren, ik wil even jullie aandacht.” Tot mijn schrik zie ik mijn familie de kamer betreden. Wat heeft dit te betekenen? Ik zie dat mijn broer het woord neemt. “Gerrit, we hebben deze intervention georganiseerd met alle mensen die van je houden, omdat het zo niet langer kan. We weten dat het een enorme impact op je heeft gehad toen je vrouw je enkele jaren terug met kerst in de steek liet. Uiteraard heeft het tijd nodig om zoiets te verwerken, maar het creëren van een fantasievrouw waarmee je geforceerd probeert de ideale kerst te beleven, is niet de manier om met dit verdriet en verlies om te gaan.”
pi_147689384
Een onverwacht kerstcadeau

Het waren eenzame dagen voor Anne uit Amsterdam. De straat verlicht met honderden felle lichtjes. De stoep waarover haar kleine voetjes voortbewogen bezaaid met sneeuw zo wit als een laken. Maar voor haar voelde het grauw. Haar vriend Carlos had een jaar geleden de uitgelezen mogelijkheid gekregen om zijn droom eventueel waar te maken. Hij kreeg een beurs aangeboden op de film-academie in New York. Anne kon zich de geluksuitbarsting nog goed herinneren. Nog nooit leek hij zich zo gelukkig te voelen. En Anne? Ze probeerde blij voor hem te zijn voor achter haar tranen, die volgens haar van blijdschap waren, sprak ook verdriet en onzekerheid. Het ging eindelijk goed tussen Carlos en haar, ze hadden een stabiele relatie en er werd stiekem al nagedacht aan een eigen huisje. Hoe moest ze dit ooit overleven?

En nu een jaar later voelde Anne uit Amsterdam zich alleen. Haar ouders vierden de kerst in hun vakantiehuis in Spanje en na het pijnlijk moeten stoppen met haar opleiding Psychologie leken haar vrienden ook geen tijd meer voor haar te hebben.

Stevig stapte ze door op weg naar de AH op de Dam. Haar hoofd gebogen, haar gezicht verborgen onder een dikke sjaal. Ze kon niet naar de hand in hand-lopende stellen voor haar kijken. Het was ondraaglijk.

Hij had al weken niks van zich laten horen. De eerste paar dagen dacht ze dat hij het druk zou hebben met audities, scripts uit zijn hoofd leren en acteren, maar de laatste tijd had de onzekerheid zich meester van Anne gemaakt. Introvert en verlegen als ze was had ze altijd opgekeken naar de flamboyante spontane vrouwen uit de filmwereld. Ongetwijfeld dat er op die opleiding vele leukere meiden zaten dan ik, was wat ze dacht. `Zou het kunnen zijn dat..’ Op dat moment werd ze wakker geschud door het getoeter van een taxi en werd ze de stoep opgetrokken. `Kijk je een beetje uit’ klonk een stem van achter. Ze keek om en keek in de bruine ogen van een Zuid-Europese krullenbol. `Ja, sorry. Bedankt’’ De woorden kwamen er stamelend uit en ze vervloekte zichzelf. De jongen grijnsde. `Zit wel goed meis, je moet wel heelhuids het nieuwe jaar in hè’ en hij liep met een zelfverzekerde houding de mensenmassa in.

Ze besloot de eventuele tortelduifjes toch maar tegemoet te zien en trok haar hoofd op. Eenmaal in de supermarkt werd het kerstgehalte er niet minder op. Kerstkransjes, kerstwijn, kerstbonbons, en ook de All you need is luf-dvd van Robert `even een teiltje pakken’ ten Brink mocht liever vandaag dan morgen nog de haard in verdwijnen. Ze pakte twee van haar lievelingspizza`s, een goeie fles wijn en liep naar de kassa. De caissière, inclusief kerstmuts, begroette Anne vrolijk en als reactie werd er een beleefd knikje teruggegeven. Na een vrolijk kerstfeest toegewenst gekregen te hebben drukte Anne zich weer in de mensenmassa terug naar huis. De drukte, de feeststemming, en de sfeer in de stad hadden haar emotioneel gemaakt en ze moest zich bedwingen niet op straat in huilen uit te barsten. Met de tranen over haar wangen drukte ze de sleutel in het sleutelgat van haar flat. Het licht brandt. Verbaasd loopt ze zonder de deur achter zich dicht te doen naar de deur van de woonkamer en zwaait hem open.

Daar staat hij dan. Carlos. Met zijn kerstmuts op, zijn Merry Christmas-trui aan en een glimlach van oor tot oor. Mijn ouders staan stralend naast hem. Ik kan het niet geloven en wrijf in m`n ogen. Geen droom. Verbouwereerd loop ik zonder mijn tranen te drogen naar hem toe en vlieg hem om de armen. Ik lach, ik huil, hij lacht, en huilt. En ik hoor de kurk van een fles champagne open knallen.

Als ik hem loslaat kijk ik naar de natte boodschappentas.
`Pizza?’
pi_147723023
Een nieuwe kans

Een kerstverhaal, hoe lastig kan dat zijn. Zou het gaan om de kerstgedachte, of is het een verhaal dat zich rond de kerst afspeelt? In elk geval gebeuren er dingen waarvan je achteraf zelf ook niet zeker bent of het nu gedroomd is, of niets meer is dan een korte blik in je eigen toekomst, of de toekomst die je misschien te wachten staat. Soms krijgt iemand de kans om 1 dag het verleden te veranderen.

Ik loop elke werkdag de gebruikelijke route van het station, naar mijn werk. En zoals gewoonlijk koop ik een kopje koffie, en geef de 20 cent wisselgeld aan een dakloze meneer die altijd op het hoekje van de straat staat te wachten. Op zich een hele nette meneer , behalve dan dat zijn baard al 20 jaar niet is geschoren, en de jas die hij draagt is 10 keer opnieuw is opgelapt met diverse kleurtjes lappen stof, en hij draagt een hoge hoed met een gat er in.

Deze dag loop ik op het hoekje af, maar was hij er niet. Ik zie in de verte een meneer staan in een heel net pak , een stropdas en hij heeft een gouden horloge om. Ik loop op hem af en ik verbaas me dat ik die oude zwerver in hem herken. Ik vroeg hem of hij familie was van de man die altijd op dit hoekje van de straat zit , en of er iets met hem gebeurd is. De net geklede man pakt een enveloppe en geeft die aan mij "Maak je geen zorgen om hem, hij is in orde. Hier alsjeblieft, in deze enveloppe zit het geld wat je de afgelopen 10 jaar hebt gegeven, met rente. Ik mag er verder niets over vertellen, vraag er ook niets over" . Op dat moment stopt er een luxe auto, de man stapt in en de auto rijd weg.

Ik loop door naar mijn werk, waar er op die dag niets meer gebeurd dan de dagelijkse sleur, met het opstarten van de computer, telefoontjes aannemen, en brieven nakijken op foutjes voordat ze worden verstuurd. Ik was blij dat ik die laatste dag voor de vakantie naar huis kon.

Deze week wilde ik een nieuwjaarslot kopen, dus ik loop naar de sigarenwinkel en koop een lot. Ik heb mijn portemonnee niet bij me, die ligt nog op het werk, maar het is al te laat om die op te halen, omdat alles al is afgesloten tijdens de kerst. Pas volgend jaar na de jaarwisseling is het kantoor weer open. Ik herinner me ineens die enveloppe en kijk wat er in zit. Precies genoeg voor het lot, en ook nog eens 1,80 extra, net genoeg voor een kopje koffie.

Ik ga naar huis, en heb al zin in een weekje vrij. Gezellig met familie op stap, lekker eten met de kerst en een feestje vieren met oud en nieuw zoals we dat elk jaar doen. Maar wat er die oudjaarsavond gebeurde maakte de jaarwisseling onvergetelijk, zes getallen goed. Op de serie na de jackpot een bedrag met vijf nullen is iets wat je nooit verwacht te krijgen.

Met heel veel enthousiasme begin ik het nieuwe jaar, en ook een goed gevulde portemonnee mee om flink wat gebak te kopen voor het hele kantoor neem ik op mijn vrije dag de trein naar het werk, voor de laatste keer in de trein ,voor de laatste keer naar dat muffe kantoor, waar de collega's het enige zijn wat het werk leuk maakt. Aan de overkant van kantoor staat de bakker, daar koop ik vier dozen met gebak en breng die met een glimlach naar kantoor, en schud iedereen de hand om te vertellen dat ik het contract niet verleng.

En voor de laatste keer loop ik dan richting station, omdat ik nu genoeg geld heb voor een auto hoef ik nooit meer met die gammele trein heen en weer te reizen. Ik zie daar de oude man zitten, met zijn lange baard, en zijn muffe jas gerepareerd met lappen en zijn hoge hoed. Ik vertel tegen hem wat er was gebeurd. Ik vroeg of hij die man kende die mij de 23e die enveloppe heeft gegeven met net genoeg geld voor een oudjaarslot en een kop koffie. Ik bied hem aan dat ik voor hem een nieuwe jas wil kopen, en trakteren op een lekkere maaltijd. Een nieuwe jas weigert hij, maar iets te eten vond hij een goed idee, een broodje was al genoeg. Een aardige man is dat, ik kon voor hem kopen wat hij wenste, maar met een broodje was hij al tevreden.

Een maand later ben ik toch benieuwd hoe het met de man gaat, en ik ga op zoek, ik parkeer mijn auto bij het station en loop op die hoek af, er staat een andere man die de straatkrant verkoopt, met dezelfde opgelapte jas. Ik vraag hem of de oude man met die hoge hoed er nog is die hier elke dag zit. En of hij die jas van de week heeft gekregen "Nee, sorry man , ik heb die hier de afgelopen jaren nooit meer zien zitten. Ik ben hier al 2 jaar elke dag. Ik herinner me wel heel goed de laatste dag dat hij hier zat, hij was in slaap gevallen ik probeerde hem wakker te krijgen, hij sprong op en riep iets over een tweede kans, hij gaf me deze jas en liep langzaam weg. Ik heb nooit meer iets van hem gehoord. "

Dat was ook de laatste keer dat ik iets van die oude man heb gehoord, met zijn opgelapte jas en hoge hoed. Ik vraag me af aan wie ik die 20 cent heb gegeven al die jaren . En die man in dat nette pak, die kan toch niet dezelfde zijn? ...
pi_147781443
Klokkenluider

Ik maak me zorgen om een vriend van me. Ik noem hem Klaas, maar in jullie deel van de wereld is hij voornamelijk bekend onder de naam Sinterklaas. En om maar meteen met de deur in huis te vallen: het gaat niet goed met Klaas. Hij zit al een tijdje niet zo lekker in zijn vel. Klassiek gevalletje burnout volgens mij. Ik heb trouwens begrepen dat daar onlangs al op werd gezinspeeld in het zogenaamde Sinterklaasjournaal op jullie nationale televisiezender. Hij oogde dit jaar vermoeider en warriger dan anders. En ik weet toevallig dat dat niet zo zeer te wijten is aan zijn extreem hoge leeftijd, maar meer aan de heisa rond zijn bezoek dit jaar.

Dat gaat mij aan het hart. Ik ken Klaas namelijk al heel wat jaren. En hoewel hij een stuk ouder is dan ik, ben ik hem door de eeuwen heen toch een beetje als mijn kleine broertje gaan beschouwen. Ook omdat hij nu eenmaal een stuk minder stevig in zijn schoenen staat dan ik en geplaagd wordt door onzekerheden. Daar heb ik zelf weinig last van. Het is mij zakelijk gezien dan ook behoorlijk voor de wind gegaan. Qua decemberfestiviteiten heb ik wereldwijd toch een riant monopolie in handen. Mijn naamsbekendheid is zo goed als 100% en de zaak floreert als nooit tevoren. De wereldbevolking groeit gestaag door dus ook mijn toekomst zit geramd. Overal ben ik een succesverhaal. Behalve dan in het Nederlandse taalgebied. Daar heeft Klaas al die jaren, soms met hangen en wurgen, zijn eigen toko draaiende kunnen houden. Dat respecteer ik en het is hem ook gegund. Niets mis met een beetje concurrentie. Dat houdt je scherp.

Maar dat, weliswaar geringe, succes kan hem schijnbaar toch niet gelukkig maken. Ik heb hem de laatste jaren zien veranderen in een vermoeide en verbitterde oude man. De oorzaak daarvan zocht ik in eerste instantie in de druk die het zijn van een internationale mediapersoonlijkheid met zich meebrengt. Je bent namelijk publiek bezit. Iedereen heeft een mening over je en denkt die vervolgens ook te moeten ventileren. En laten we niet vergeten dat het vooral keihard aanpoten is. Het hele jaar werk je toe naar die ene maand waarin je het allemaal waar moet maken. December is onze piekmaand, zo zeggen wij hier in het magazijn nog wel eens gekscherend tegen elkaar. Stukje beroepshumor. Dus dat Klaas er nu echt uit begon te zien als een oude man vond ik in principe niet zo gek. De jaartjes gaan zelfs voor ons een keer tellen. Maar ik had geen idee hoe slecht het werkelijk met hem gesteld was tot hij zo’n twee weken geleden opeens bij me voor de deur stond, meer dood dan levend. Hij maakte een onverzorgde indruk, was slecht ter been en de blik in zijn ogen was allesbehalve helder. Ik heb hem binnengelaten en zijn verwarde en onsamenhangende relaas aangehoord. Met verbijstering, want wist ik veel wat er allemaal speelde in Nederland.

Het komt hierop neer: alle discussies en de juridische touwtrekkerij rond zijn persoontje zijn hem niet in de koude kleren gaan zitten. Hij was de laatste jaren toch al wat onrustig, door alle media-aandacht voor misbruik binnen de katholieke kerk. Daar heeft Klaas een flinke mentale tik van meegekregen. Wat wil je ook. Een man met een mijter die voortdurend wordt omringd door opgewonden kinderen met rode blosjes op hun wangen, dan heb je de schijn natuurlijk tegen. Maar ik kan jullie verzekeren dat het tegendeel waar is. Klaas is namelijk dol op vrouwen. En de vrouwen op hem. Het aantal dames dat bij hem onder de tabberd is gekropen, daar kan Jeroen Pauw een puntje aan zuigen. En ik geef hem geen ongelijk. We hebben een eenzaam beroep, Klaas en ik. God weet dat ook ik op menige eenzame poolnacht troost heb gezocht bij de warmte van een rendier. Voor alle duidelijkheid: een vrouwtjesrendier! Dat daar geen misverstand over bestaat. Maar ik dwaal af.

Feit is dat het intern inmiddels ook behoorlijk rommelt bij Klaas op de zaak. Zijn personeel is onrustig. Hij zou zich te autoritair opstellen waardoor medewerkers het gevoel krijgen een knecht te zijn in plaats van een volwaardige medewerker. Dat is niet de Klaas die ik ken. Ik durf er voor in te staan dat hij zich keurig aan de CAO houdt en een prima werkgever is. Geruchten over geweldpleging zijn in ieder geval pertinent onwaar. Als er daar al eens met een roe wordt geslagen, dan is het wanneer een vrouwelijke Piet een gewillige Klaas een liefdevol pak rammel geeft. Maar dat is dus uitsluitend uit erotische overwegingen, dat heeft niets met de bedrijfsvoering te maken.

Het afgelopen jaar waren er wel talloze incidenten met opstandige Pieten die tegen alle bedrijfsvoorschriften in bijvoorbeeld opeens wit geschminkt op de werkvloer verschenen. Het schijnt dat deze tegenbeweging wordt geleid door een zekere Opa Piet, een medewerker op leeftijd die driftig aan Klaas’ stoelpoten zaagt en recent heeft geprobeerd om middels een charmeoffensief ook de Nederlandse bevolking om zijn vingers te winden. Ik weet niet waar dit twijfelachtige figuur opeens vandaan is gekomen. Als je niet beter weet zou je denken dat het een B-acteur is die een Pietenpak heeft aangetrokken om zijn kwakkelende carrière uit het slop te trekken. Maar ondertussen heeft hij wel een flink deel van zijn collega’s ervan weten te overtuigen dat Klaas niet meer naar behoren functioneert en een labiele en weifelende manager is. Bovendien maakt hij handig gebruik van het geruchtencircuit om de positie van Klaas verder te ondermijnen. Zo doet het aloude drugsverhaal weer hardnekkig de ronde.

Boze tongen mompelen al langer over vermeend drugsgebruik en dat moet ik helaas bevestigen. Klaas heeft de laatste jaren zijn toevlucht gezocht in de geestverruimende middelen. Kijk, de drank en de vrouwen waren altijd al zijn zwakke punt, maar de wijze waarop hij nu met zijn lichaam omspringt kan alleen maar fataal aflopen. Ik heb dat toen hij bij mij logeerde van dichtbij meegemaakt. Een lijntje om uit bed te komen, een pilletje om naar de wc te kunnen, nog een pilletje om de kater van de vorige avond te verdrijven, een poedertje om de eetlust op te wekken, uppers, downers, slaapmiddelen, het gaat de hele dag door. Hij pleegt roofbouw op zijn toch al uitgeteerde lijf. Ik heb, zo goed en zo kwaad als het kon, geprobeerd om hem weer een beetje op te lappen maar ik weet niet of dit zielige hoopje mens ooit nog de oude wordt. Ik hou er in ieder geval rekening mee dat ik er binnen afzienbare tijd een hoop klanten bijkrijg in Nederland en België. Eerlijk gezegd hoop ik van niet. Dat zou namelijk betekenen dat Klaas de strijd heeft opgegeven en dat zijn tegenstanders aan het langste eind trekken. Daarom vond ik dat ik dit in de openbaarheid moest brengen, om de menselijke kant van het verhaal te schetsen maar ook om de noodklok te luiden. Straks is het te laat en is uw feestdag gekaapt door onbetrouwbare mensen die op 5 december helemaal niets meer weggeven maar alleen uit zijn op macht en financieel gewin. U bent gewaarschuwd.
(naam en adres bij de redactie bekend)
pi_147781562
Mijn vriend is vies en hij stinkt

Lieve zus,

Mijn vriend begint steeds viezer te worden. Je weet dat hij nooit de schoonste is geweest, maar een echte man moet nu eenmaal een beetje stinken; ik val niet op mannen die meer zalfjes in de badkamer hebben staan dan ik. Mannen die letten op kleurencombinaties en hun haar föhnen doen me aan mama denken.

Trouwens: ik stuur je deze brief bij de kerstkaart omdat het postzegels bespaart. De uitkeringen zijn tegenwoordig niet meer zo hoog en we moeten op de kleintjes letten. Schültenbräu is gelukkig niet duur, maar er gaan er wel veel doorheen. Een goede tip zijn de wijnpakken van de Aldi: ze kosten bijna niets en als je een pak op drinkt heb je helemaal geen honger meer.

Over eten gesproken, met Kerst zijn we van plan de restjes uit de diepvries te paneren en in de frituur te doen. Volgens mijn vriend kun je werkelijk alles frituren; ik heb het gegoogled en het is waar. Op die manier is het kerstdiner goedkoop en eten we toch weer eens wat anders.

Maar ter zake: hoewel hij het nooit zo nauw heeft genomen met hygiëne, heeft mijn vriend zich nu al enkele weken niet gedoucht. Daarvoor geeft hij meerdere redenen:

- Het is goed voor de weerstand

- In Afrika hebben ze geen water (hij spoelt ook de wc niet meer door, maar hij doet zijn behoefte vaak buiten en voor de grote boodschap loopt hij binnen bij een restaurant, dus dat vind ik niet zo erg)

- Ik heb geen tijd om te douchen (wat ik me kan voorstellen, want hij slaapt meestal uit tot het weer donker is en ’s avonds douchen is nergens voor nodig)

Ik zou het allemaal niet zo’n probleem vinden, ware het niet dat de stank te overheersend begint te worden. Zelfs de sigarettenlucht kan het niet meer verbloemen. Standaard heb ik alle ramen open staan, wat een beetje helpt, maar de stookkosten worden zo erg hoog.

Hij houdt wel rekening met mij, mijn lieve vriend, want hij heeft beloofd met Kerst deodorant op te doen. Ik kan dus niet wachten tot het zo ver is! Ook verklapte hij dat hij mij watjes cadeau gaat doen die ik in mijn neus kan doen als we gaan slapen. Hij poetst namelijk ook zijn tanden niet en hij slaapt met zijn mond open. Voor mij wordt het in ieder geval een geweldige Kerst en ik hoop voor jou ook. Bovendien lijkt het ons leuk Oud en Nieuw bij jullie te vieren. Laat je het even weten?

Veel liefs, fijne Kerstdagen en misschien tot de jaarwisseling!

Je zusje
pi_147781611
Spijt op Kerstavond

Hoewel de lucht vanochtend ijler aanvoelde dan de afgelopen dagen, wees rond negen uur nog weinig op het naderende onheil. Er konden wat vlokken vallen, had de weerman gezegd, maar dit noodweer moet ook de beste meteoroloog verrast hebben. En zie ze nu eens zitten met z’n vieren. Vast in de Nijmeegse universiteitsbibliotheek op kerstavond. Ze hadden het zich anders voorgesteld, ik niet in de laatste plaats.

De dag was nog zo goed begonnen. Een paar uur werken aan mijn scriptie en dan naar huis voor een aantal welverdiende vrije dagen, zo had ik mijzelf voorgehouden. Het was rond tien uur ’s ochtends nog betrekkelijk druk geweest op de campus. Studenten die net voor de feestdagen hun opdrachten wilden afronden of die, net als ik, gewoon het gevoel wilden krijgen dat ze de rust echt hadden verdiend.

Zelf heb ik niet zoveel met de kerstdagen, maar mijn vriendin Linda had er op gestaan dat ik kerstavond bij haar ouders in Utrecht zou doorbrengen. Het is voor hen het hoogtepunt van het jaar. In het half jaar dat we nu samen zijn, heb ik haar ouders éénmaal mogen ontmoeten. Aardige mensen, maar geen gezelschap om een heftige kerstavond mee te beleven. Na een jaar met een relatiebreuk, een dubbele longontsteking, een aanrijding en een gebroken arm heb ik echter vooral behoefte aan rust, dus heb ik mijzelf er maar aan overgegeven.

Rond een uur of vier blijkt tijdens een toiletbezoek dat de rest van de bibliotheek vrijwel is uitgestorven. Zelf wil ik over een uurtje weg. Als ik me weer heb genesteld in een hoek van de benedenverdieping gaat mijn telefoon. Linda. ,,Heb je naar buiten gekeken?”, is haar eerste vraag. ,,Nee ik ben hard aan het werk, nog even en dan kom ik richting Utrecht.” ,,Zet het journaal maar eens aan op je laptop. Ik hoor wel van je.” Het dieprode cynisme in haar stem was me niet ontgaan. Van nature is ze wel wat overbezorgd, maar zelden op een onredelijke manier. Vandaar dat ik toch maar even naar de website van de NOS surf.

Op de livestream van het NOS journaal hoor ik Rik van de Westelaken vertellen dat Nederland vanmiddag is overvallen door een dikke laag ijzel die het verkeer op de hoofdwegen vrijwel heeft platgelegd. Ook de NS heeft haar treinen tot nader order uit dienst genomen. Wie niet naar buiten hoeft, wordt aangeraden binnen te blijven.

Snel loop ik de trap op richting de hal, waar ik twee meisjes bij de bewaker zie staan. ,,Ook over het noodweer gehoord?”. Eigenlijk is de vraag overbodig want hun nerveuze blik zegt genoeg. ,,Ik vrees dat we geen kant op kunnen”, bromt de bewaker, zelf ook licht geagiteerd. ,,Gelul”, roep ik en loop door de uitgang naar buiten om de berichten te relativeren. De eerste stappen gaan nog wel maar bij pas nummer 5 val ik recht op mijn kont. Gejoel van een van de meiden op de drempel. ,,Sukkel.”

Terug binnen komt de bewaker ter zake. ,,Mijn auto staat om de hoek, maar ik ga de weg niet op voor er gestrooid is en het ziet er naar uit dat er voorlopig geen wagens langskomen. Kunnen jullie naar huis?” Ik schud mijn hoofd. Recentelijk verhuisd naar Arnhem. Inmiddels zijn er nog twee jongens bij ons komen staan. ,,Ben ik even blij dat ik kerst in Nijmegen vier”, zegt de jongen die Ben blijkt te heten. Met zijn rugtas in de handen schuifelt hij voorbij. ,,Jullie mogen anders wel bij mij komen eten.” Ik bedank en zeg dat er elders op mij wordt gewacht. Ook de rest wacht de weerberichten liever in de bibliotheek af. ,,Zal ik dan maar een kop thee voor jullie halen”, besluit de bewaker.

Nadat ik van beneden mijn laptop heb gehaald en me in de algemene zaal aan tafel bij de twee studentes antropologie – Benthe en Susanne – heb geïnstalleerd en ook Mark, een ICT’er, zich bij ons heeft gevoegd, bel ik mijn vriendin en doorbreek daarmee voor even de stilteregels van de ub. ,,Ja?”, klinkt het aan de andere kant van de lijn. ,,Euh, ik geloof dat ik lichtelijk vast zit hier en ik heb geen idee wanneer ik in Utrecht kan zijn.” ,,Joh, en je dacht niet gedurende de middag: laat ik maar eens de trein pakken, want het ziet er toch wel onheilspellend uit buiten?” ,,Ik had geen idee van de conditie van het weer”, erken ik,,Nou, zorg maar dat je hier vanavond nog komt. De familie wacht op je.”

Dus. Hier kon ik weinig aan doen. Licht gegeneerd over de ophef die het telefoontje veroorzaakte wend ik me tot Benthe. ,,Mijn vriendin. Had gewild dat ik al eerder naar huis was gekomen.” ,,Ben ik even blij dat ik nergens aan vast zit”, zegt ze. ,,Ik ga komende dagen elke avond stappen in Amsterdam en zie wel bij wie ik beland.” Ik zou het zelf niet kunnen , maar misschien is dat meer een soort afgunst, want mensen met dit soort levensinstellingen heb ik altijd stiekem bewonderd.

Aan tafel krijg ik de tijd haar wat beter te observeren. Ze heeft halflang bruin haar en helblauwe ogen waarmee ze me doordringend aankijkt. Een kuiltje in haar wangen dat enkel zichtbaar is wanneer ze lacht. Het meest trots moet ze wel op haar lengte zijn. Ik schat haar op 1.80 meter. Met een welgevormd lichaam en een gewelfd achterwerk is ze het toppunt van esthetiek in deze ruimte. Ik heb weinig te klagen thuis, maar dit is toch wel van een andere klasse.

Het eerste uur besteden we voornamelijk aan het afmaken van onze taken en vliegt hier en daar een opmerking over de tafel. Iedereen vindt het vervelend zich op kerstavond op te moeten houden op nota bene de universiteit. Had ik nog maar een kamer gehad in Nijmegen, dan had ik tenminste naar huis kunnen lopen. Of gewoon gezorgd dat ik eerder klaar was met mijn scriptie. Misschien heb ik mezelf ook wel te veel laten verzwelgen door zelfmedelijden na mijn relatiebreuk. ,,Ik begin eigenlijk wel honger te krijgen”, merkt Benthe na een tijdje op. Ik heb ook wel trek en stel haar voor in het gebouw op zoek te gaan naar een snackautomaat. ,,Ik weet er nog wel één”, zegt Benthe. ,,Loop maar mee naar de tweede verdieping”.

Terwijl we de trappen bestijgen, kan ik mijn ogen nauwelijks van haar goddelijke achterwerk afhouden. Man, wat moet zij veel aandacht krijgen. Ik word bruut uit mijn dagdroom ontwaakt als Benthe de snoepautomaat opmerkt. Eigenlijk heb ik nauwelijks geld bij en ook Benthe blijkt een schromelijk tekort aan munten te hebben. ,,Nood breekt wet, niet?”, zegt ze terwijl ze de stekker uit de automaat trekt. ,,Kom op, even goed schudden.” Ik aarzel, maar geef me dan toch over. De kast is behoorlijk zwaar, maar na enkele krachtsinspanningen geeft hij toch mee en rollen er enkele chocoladerepen, koeken en zakjes chips uit. ,,Het is geen drie sterren diner, maar het beste wat we onder deze omstandigheden kunnen fiksen.”

Wanneer ze mij een Mars overhandigt en mijn hand even de hare raakt, kijken we elkaar aan. Het moment lijkt minuten te duren, maar dan voel ik haar zachte lippen op de mijne. Een lange, passionele kus volgt. En ik doe geen moeite haar tegen te houden. Fuck het kerstdinner, fuck de schoonfamilie. Juist als ik me heb overgegeven aan Benthe, stopt ze de kus. ,,Die kon je volgens mij wel gebruiken. Ennuh, ik zag je wel kijken naar mijn billen. Vind je ze mooi?”, zegt ze,terwijl ze wegloopt en even kort haar broek naar beneden trekt. Lachend hoor ik haar de trap afdalen.

Voor ik even later bij de rest aansluit, informeer ik bij de bewaker naar de staat van het land. ,,Weinig verbetering, ik heb nog altijd geen strooiwagens gezien.” Ik denk. Even laat ik verschillende opties de revue passeren. Hier blijven is eigenlijk geen keuze en loop daarom de grote zaal in waar de anderen zitten. ,,Jongens, ik ga het er op wagen. Als ik de grasvelden en bossen aanhoud, kan ik over 6 uur in Utrecht zijn, misschien nog net op tijd om het nagerecht mee te pikken.” ,,Je bent gek”, bijt Benthe me toe. ,,Maar ik waardeer je doorzettingsvermogen.”

Na wat handdrukken en een knuffel ter afscheid stap naar buiten. De eerste meters val ik om de paar passen om, maar allengs krijg ik er meer handigheid in en dringt het besef tot me door wat er vandaag gebeurd is. Hoe mijn ex-vriendin me nog altijd najaagt, want zonder onze relatiebreuk was ik al klaar geweest met mijn scriptie. en had ik hier vandaag niet hoeven zijn en had ik niet met Benthe gekust. Ik voel me schuldig. Tegenover mijn vriendin. Maar vooral tegenover mijzelf. Ik ben dit jaar meermaals door anderen verraden, maar vandaag was er geen Judas wat aan doen. Hier kan ik enkel mijzelf de schuld van geven. Ik heb nog een lange boetetocht te gaan naar Utrecht. Zuchtend verdwijn ik in de nacht.
pi_147781667
Hoop

Het was laat, donker en koud, de snijdende wind beukte op zijn gezicht. Hij zocht beschutting in de hut die hij in het bos had gebouwd met behulp van oude dozen, hout, lappen en 'n soort plastic golfplaat als dak. Gelukkig maar want nauwlijks was hij binnen of het begon hevig te sneeuwen. Hij hoorde iets ademen en grommen in de hut, stak een kaars aan en zag een hond liggen. Hij ontstak in woede en probeerde de hond te schoppen maar die was hem voor en rende naar buiten, de sneeuw in. Nu zijn woede gewekt was, begon hij te vloeken, te schelden en om zich heen te trappen. "Dat heb ik weer, altijd moeten ze mij hebben, waarom heb ik altijd pech. Mijn vader moest me niet, mijn zwangere vrouw is weggelopen, ik ben ontslagen en mijn huis uitgezet. Ik, altijd ik, mij moeten ze hebben". Hij keek grimmig om zich heen. Zijn tranen waren sinds tijden bevroren tot woede, zijn verdriet gestold tot hardheid. Hij opende een nieuw blikje bier omdat zijn lichaam om alcohol vroeg en liet zich uitgeput zakken op de oude matras die op de grond lag. Zittend staarde hij in de leegte en dronk zijn gejatte bier tot hij door de alcohol verdoofd in slaap viel.
s'Ochtens werd hij gewekt door het gehuil van een kind. Vloekend, omdat het gekrijs hem door de ziel sneed, kwam hij overeind en liep naar buiten. Gekleed naar bed, gekleed geslapen, gekleed uit bed. Hij kon niet tegen dit geschreeuw zich bewust dat dit geluid door al zijn opgebouwde verzet heen zijn ziel bereikte. Buiten in de sneeuw stond een mandje met daarin onder een dekentje 'n klein huilend baby'tje. Ruw wilde hij het omver trappen maar iets weerhield hem. Hij keek in het mandje in de ogen van het kindje. De stralende blik ging dwars door de hardheid van zijn ogen, dwars door al die in het verleden opgebouwde muren heen en raakte zijn ziel. Zijn hardheid verzachtte en zijn woede smolt in tranen. In een seconde spiegelde de stralende blik van het kindje zijn verleden. "Je groeit op voor galg en rad". "Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg". " Je hebt het te hoog in je bol". Afgewezen had hij zich door zijn vader gevoeld. "Waarom vertrouw je mij niet". " Voor jou doe ik het nooit goed". "Je bent een jaloers en authoritair figuur". Waarom sla je mij?". Zij had hem verlaten en geschreven dat ze niks meer met hem te maken wilde hebben. "Iemand die altijd dronken op zijn werk komt, kunnen wij hier niet gebruiken" was de ontslagtekst van zijn chef. "U moet uw huis uit" luidde het dwangbevel van de deurwaarder. In die seconde zag hij in de ogen van dat kindje hoe hij elke keer de slachtofferrol had gekozen. Met tranen in zijn ogen droeg hij het mandje zijn hut binnen.

"Komt u maar even mee" zei een forsuitziende Albert Heijn-chef tegen hem en hij werd een klein lokaaltje achter de supermarkt binnengeleid. "Doe uw jas maar eens open" werd hem gezegd terwijl een veiligheidsman zich bij hen voegde. Hij deed zoals gezegd en 2 pakken melk en een pak luiers kwamen te voorschijn.
"Zo van menu veranderd, Gijs?" zei de veiligheidsman sarcastisch maar de AH-chef keek Gijs verwonderd aan en terwijl hij verwilderde ogen verwachtte keek hij in verzachte, bezorgde ogen. Hij zei: "Leg eens uit, Gijs". De zwerver vertelde dat hij sinds 'n paar dagen 'n kindje verzorgde in zijn boshut. De veiligheidsman begon te lachen maar toen de chef hem aankeek begreep hij dat hij verder overbodig was. De blik van de zwerver opende het hart van de AH-chef en in plaats van de politie belde hij het Leger des Heils en legde de situatie voor. Binnen een kwartier was een heilsoldaat ter plaatse en met Gijs vertrok zij naar de boshut. Het kindje kraaide van plezier toen zij de hut binnenkwamen en na verschoond te zijn sabbelde het aan een nieuw gevuld flesje. De zwerver vocht met zijn alcoholbehoefte maar genoot van de tevredenheid van het kindje. De heilsoldaat schetste allerlei financiele, administratieve, juridische en sociale scenario's voor de toekomst. Het ging langs Gijs heen. Hij beleefde de eenheid met dat kindje en dat tilde hem boven zijn verslaving. Plotseling verscheen er een vrouw in de opening van de hut. Haar blik fixeerde zich op het kind. Zij riep: "Ik wil haar terug". Gijs herkende in haar zijn weggelopen vrouw Erica. Ze zag er verwaarloosd en vervuild uit. Tegelijker tijd besefte hij dat het kindje zijn eigen kind moest zijn. Alles duizelde. De heilsoldaat stelde voor de nieuwe situatie bij hen op het kantoor verder te bespreken.

Bij het Leger des Heils bleef Erica haar kindje maar knuffelen. Gijs was nog niet bekomen van wat hem was overkomen. Hij zat maar te kijken naar moeder en kind en vanuit zijn geopende hart vloeide nieuwe liefde naar hen. Ineens zag hij de kapotgestoken arm van zijn vroegere vrouw en besefte dat zij verslaafd was geraakt. De angst sloeg toe en eigenlijk wilde hij zich van haar lijden afwenden maar door het kleine kindje werd zijn hart weer geraakt en sloeg zijn angst om in compassie. Hij liep naar moeder en kind en sloeg zijn armen om hen heen. De heilsoldaat begreep dat hier een basis lag voor allen.
Zij kregen een flat toegewezen en gingen samen voor het kindje zorgen. Er waren nog veel problemen en moeilijkheden te overwinnen maar met het kindje was er hoop in hun leven teruggekeerd.
pi_147788176
KERSTFEEST 2014

Het was hartje winter, ik liep door een drukke winkelstraat, een kille wind blies mij grote natte sneeuwvlokken tegemoet, op de grond had zich een enkeldiepe kledderige brij gevormd.
Ik had erg koude voeten want de open sandalen die ik droeg waren niet bepaald geschikt om de kou en vocht buiten te sluiten.
Ook mijn T-shirtje en mijn korte broek hielpen niet mee om mij warm te houden.
Ik haastte mij voort want het liep al tegen sluitingstijd en ik moest nog een belangrijke boodschap doen om het kerstfeest te doen slagen.
De beeldschone jonge vrouw die ik pas had leren kennen en die graag de kerstdagen met mij wilde doorbrengen had mij gevraagd naar een groot warenhuis te gaan om op de tiende verdieping een artikel te kopen dat voor het feest niet gemist kon worden.
Het verlangde artikel werd verkocht in een witte doos met als enig opschrift een grote letter X.
Het hing er van af of het feest zo romantisch zou worden als ik het mij voorstelde had ze er met een betekenisvolle knipoog aan toegevoegd.
Terwijl ik mij rillend door de sneeuwbrij voortbewoog viel het mij op dat net boven in mijn gezichtsveld in grote cijfers het getal 100 zichtbaar was.
Ik lette er al niet meer op want mijn weg werd versperd door een bejaarde man die een collectebus voor mij op en neer bewoog waardoor de inhoud opdringerig rammelde.
Voor de arme kindertjes om kerstfeest te vieren zei hij.
Ik greep al naar mijn achterzak om mijn portemonnee te pakken maar ik bedacht opeens dat ik dan misschien niet genoeg geld zou hebben om het artikel te kopen.
Ik stond voor een moeilijke keus, mijn goede hart laten spreken en de kans lopen mijn kerstfeest te verprutsen of voor mijn vriendin een kerstcadeau kopen.
Bij die gedachte stootte ik de man ruw opzij en vervolgde mijn weg.
Heel even verscheen het getal weer boven in mijn blikveld, de 100 was nu 90 geworden.
Totaal verkleumd bereikte ik de draaideur van het warenhuis maar ik kon door de drukte niet zomaar naar binnen.
Ik duwde hard tegen de ruggen van de mensen die voor mij stonden, drong naar voren en leunde tegen de draaideur die maar langzaam bewoog, deze was daarop voorbereid en ging daardoor juist langzamer draaien.
Toen ik eindelijk binnen was begon ik mij een beetje warmer te voelen, boven in mijn blikveld stond het getal 80.
Op de roltrappen was het een drukte van belang, lange rijen stonden te wachten om naar boven te gaan, bij het naar voren dringen trapte ik op heel wat gevoelige tenen.
Tussen de derde en vierde verdieping kwam een oud vrouwtje met twee zware boodschaptassen voor mij op de roltrap ten val.
Ze tuimelde naar me toe terwijl de inhoud van de tassen in het rond gestrooid werd.
Ik had haar misschien wel op kunnen vangen maar omdat ik bang was naar beneden meegesleurd te worden en dus een aanzienlijk tijdverlies op zou lopen deed ik een stap opzij, het opvangwerk aan een ander overlatend.
Het getal boven in mijn blikveld was afgenomen tot 60, het bevreemdde mij wel want de 70 had ik zeker gemist.
Eindelijk bereikte ik de tiende etage, in het trappenhuis kon ik omlaag kijken in een onpeilbare diepte met heel ver beneden mij de mierenhoop van de winkelende mensenzee.
Zoekend keek ik om mij heen, hier ergens moest zich de afdeling bevinden waar het door mij gezochte artikel te verkrijgen was.
Helemaal achterin was een grote toeloop, talloze mensen verdrongen zich rond een toonbank waarop nog maar enkele witte dozen met de letter X lagen.
Ik zag al gauw in, dat als ik niet kordaat optrad ik achter het net zou vissen.
Worstelend, schoppend en slaand drong ik naar voren, de getallen boven mijn ogen dwarrelden voorbij.
Ik klom op iemands schouders, zette mij krachtig af en belandde met een zweefduik op de toonbank waar ik net de allerlaatste doos met de letter X te pakken kreeg.
Geef hier die doos, sprak een breed geschouderd en gemeen kijkend manspersoon mij aan.
Ik bewoog mij achterwaarts van de man vandaan, hij probeerde de doos uit mijn handen te rukken.
Plotseling stond ik met mijn rug tegen de leuning van het trappenhuis gedrukt, de man drong heftig op mij aan.
Toen ik hem van mij af wilde schoppen greep hij mijn voet beet en door mijn been als hefboom te gebruiken wipte hij mij met doos en al over de leuning.
In een flits zag ik boven het grijnzende gezicht van mijn belager nog even het getal 10 staan.
Ik was dus bezig in een peilloze diepte te vallen.
Hoever ik al gevallen was kon ik aflezen aan de getallen boven in mijn blikveld.
Het aftellen ging snel: 10, 9, 8, 7, 6, en nog sneller: 5, 4, 3, 2, ……
Net voor ik te pletter zou slaan kon ik bij 1 met mijn wild graaiende handen de leuning van de eerste etage te pakken krijgen maar moest daarbij wel de witte doos met de grote letter X loslaten.
De doos verdween uit mijn gezichtsveld, daar stond nu een groot cijfer 0 te knipperen.
Op dat moment werd het donker en verscheen er in beeldvullende letters: GAME OVER.
Het licht floepte aan, ik bevond mij in een kleine cabine, zette de helm af die mijn schedel bedekt had en stapte naar buiten.
Ik liep door een lange gang met vele gelijksoortige cabines, via een deur met een bordje UIT stapte ik de snikhete decembermaand van het jaar 2114 in.
Ik keek nog even om naar het imposante gebouw waar ik zojuist uitgekomen was.
Ik las de in kleurige reclameletters geschreven tekst:
BEZOEK ONZE VIRTUELE WERKELIJKHEID, GA 100 JAAR TERUG IN DE TIJD, BELEEF EEN ROMANTISCH KERSTFEEST IN WINTERSFEER.
pi_147788226
Een fijne kerst

Die vermaledijde datum kwam er weer aan; 25 december. Kerst dus. Al tijden had ik niets meer met het kerstfeest. Dit kwam door al die gespeelde vriendelijkheid, die neppe naastenliefde, de tenenkrommende vrolijkheid.
Het zou nog twee dagen duren en dan was het zo ver. Zoals ik altijd al had gedaan tijdens mijn bestaan, nam ik een hotelkamer die uitkeek over de Grote Markt. Hier zat ik in de vensterbank naar buiten te kijken hoe mensen gestrest en chaotisch door elkaar heen liepen. Sommigen botsten tegen elkaar op en snauwden elkaar af of gaven elkaar een afkeurende blik. Zo mooi, die hypocrisie.
De beginnende sneeuw viel in lichte vlokken naar beneden en verdween op de grond. Het was nog te licht om te blijven liggen, maar mooi genoeg om een ideaal kerstbeeld te geven. Voor hen dan.
De grauwe lucht en de sneeuw waren wel een klein lichtpuntje in de duisternis. Oh god, wat hield ik van de duisternis. Normaal zat ik overdag binnen in het donker en dan zou ik alle gordijnen dicht hebben. Voor de sombere grauwheid wilde ik een uitzondering maken. Dat kon ik net aan.
Ik stond op en ik liep naar de spiegel. De reflectie maakte me chagrijnig. Ik merkte dat mijn situatie me steeds meer ging irriteren. Frustreren was een beter woord. En ik wist dat het nooit beter zou worden, behalve als ik er zelf een eind aan zou maken. Maar of ik dat zou willen of überhaupt kunnen? Ik ben bang van niet.
Het werd tijd om iets energierijks tot mij te gaan nemen. Het was al te lang geleden dat ik iets binnen had gekregen. Nog voor ik de beslissing goed en wel had genomen, stond ik al in de gang en ik had de deur achter mij dicht geslagen. De hunkering naar voedsel nam mij over en buitengekomen kwamen de heerlijke geuren mijn neus binnen. Ik moest uitkijken dat ik geen overhaaste beslissingen zou maken. Discretie bleef vereist, anders zou ik als een paria worden verjaagd, of in het slechtste geval vermoord.
Ik glimlachte om die ironische gedachte.
Het feit dat ik zonder jas in de vrieskou liep deed een aantal mensen vreemd kijken naar me, maar verder werd er weinig aandacht aan geschonken. Ik liep even op het plein langs de standjes op de markt en ik inhaleerde diep door mijn neus. Heerlijke geuren nam ik in mij op. Het water liep mij in de mond. Met mijn tong ging ik langs mijn tanden.
Mijn blik ging snel van links naar rechts. Ik observeerde de locatie en ik zocht naar wat rustigere plekken. Daar hield ik meer van dan wanneer het ongelooflijk druk was om mij heen.
Net voorbij de markt zag ik een wat smaller straatje. Hier was de drukte geslonken naar een handjevol mensen. Dit was precies waar ik naar zocht.
Ondertussen was het harder gaan sneeuwen. Het gekraak van de sneeuw op de grond zorgde voor rust in mijn lijf. Hierdoor behield ik mijn rationaliteit en de honger nam niet mijn lichaam over.
Toch was ik teveel in gedachten en ik botste tegen iemand op. Het was een meisje dat rond de twintig was met mooie blonde krullen. Haar gezicht straalde onschuld uit, ondanks dat ze me vuil aankeek. Ze was niet beter dan de rest van het gepeupel.
Haar grote groene ogen fonkelden.
‘Dit spijt mij ten zeerste,’ sprak ik tot haar.
Verbaasd keek ze me aan. Ze was van plan weg te lopen, maar excuses had ze niet verwacht.
‘Ik was in gedachten en ik zag u daardoor niet lopen.’
Nog steeds die verraste blik en ze wist geen woord uit te brengen.
‘Kan ik u een drankje aanbieden? Om het goed te maken?’
Nu verscheen er op haar gezicht een glimlach.
‘Dus jij denkt dat ik zomaar met een wildvreemde wat ga drinken omdat hij tegen me aanbotst? Dat heb je toch verkeerd, vriend.’
Ze was brutaal. Ik hield ervan. En zo snel liet ik mij niet uit het veld slaan.
‘Waarom zou u dat niet doen?’ vroeg ik haar. ‘Wat is de grootste reden dat u mijn aanbod afslaat?’
‘Man, praat normaal. En ik doe het niet omdat het vreemd is dat je dat zou doen. Of is dit jouw versiertruc? Ik kan je zeggen, het werkt niet!’
‘Dus u zegt dat het niet zal lukken, maar toch bent u geïnteresseerd genoeg om met mij deze discussie aan te gaan. Wat denkt u ervan om deze discussie verder te voeren onder het genot van een drankje?’
‘Nee,’ antwoordde ze. ‘Je bekijkt het maar. Ik ben uitgesproken. Tot ziens!’
Het meisje draaide zich in een ruk om en haar krullen volgden haar. Zonder te kijken stoof ze weg en sneeuw schoot voor haar uit met iedere stap die ze zette.
Ik haalde mijn schouders op en ik vervolgde mijn weg. Het was het proberen waard geweest. En misschien was het ook wel te gemakkelijk geweest als ze direct mee had gegaan. Een beetje uitdaging kan geen kwaad.
Bijna had ik het steegje bereikt en ik voelde een hand op mijn schouder.
Blij verrast zag ik dat het het meisje was. De harde blik in haar ogen was verdwenen. Eigenlijk straalde ze vooral onzekerheid uit.
‘Ik wilde sorry zeggen voor mijn reactie van net. Ik heb gewoon een slechte dag en dit was de druppel. Het was jouw schuld niet, dus sorry!’
‘Excuses aanvaard,’ antwoordde ik haar. Snelheid was ondertussen geboden. Ik voelde hoe ik de controle over mezelf aan het verliezen was. ‘Zie je het zitten om een stukje met mij te wandelen?’
Ze was deze directheid echt niet gewend, te zien aan de twijfel in haar ogen. Zeer mooi, zo’n sprekende blik.
‘Normaal zou ik zeggen: “Nee”, maar je hebt mijn interesse gewekt. Ik loop een klein stukje met je mee.’
In doodse stilte liepen we het smalle straatje in. Het kleine aantal mensen van net was verdwenen. Dit betekende dat ik vrij spel zou hebben, eindelijk.
Ze reageerde niet toen ik mijn hand om haar heen sloeg. Even keek ze me speels aan en daarna staarde ze weer naar voren. Ze werd met de minuut zachter.
‘Wat is je naam?’ fluisterde ik.
‘Jeanette en jij?’
‘Victor,’ loog ik. Ze hoefde mijn echte naam niet te weten.
Ze stopte en keek me aan. Onze gezichten waren nog geen twintig centimeter van elkaar verwijderd.
‘Je lijkt niet op een Victor,’ zei ze terwijl ze me onderzoekend aankeek.
Ik lachte zo geloofwaardig mogelijk hardop.
‘Als wat zou je me dan zien?’
‘Ik weet het niet. Dat antwoord ga je nog van me krijgen. Ik denk erover na.’
Nu was het moment. Ze keek me nog steeds diep in mijn ogen aan. Als ik het nu niet deed zou er nooit meer zo’n kans komen.
Mijn mond ging richting de hare en ik kuste haar lippen, haar reactie afwachtend. Zij kuste mij terug en ik voelde haar tong door mijn lippen dringen. Al snel vond ze die van mij en teder zoenden we.
Mijn lippen verplaatsten zich en via haar wang ging ik kussend naar beneden en ik begon haar kleine kusjes in haar nek te geven.
Ik pakte haar nu steviger vast, zodat ze niet kon tegenstribbelen al ze zou willen en graag had ik de verschrikte blik willen zien de ze zeker had gehad op het moment dat ik mijn hoektanden diep in haar halsslagader liet zakken.
‘Aahh, laat me los!’ kreeg ze er nog uit, voordat ik mijn vingers in haar mond duwde. Elke keer als ze nu zou schreeuwen zou ze kokhalsneigingen krijgen. Dit had zich altijd bewezen als de best werkende methode.
Ik proefde haar bloed en zoog het direct uit haar ader. Haar hartslag was duidelijk te voelen en deze ging tekeer als een bezetene. Een tinteling ging door mijn lichaam en ik voelde kippenvel verschijnen. Ze probeerde zichzelf los te wurmen, maar ik was te sterk voor haar.
Mijn zicht werd scherper, mijn gehoor werd beter. Het is nauwelijks onder woorden te brengen hoe helder alles werd om me heen. Negatief werd positief; de sikkeneurige stemming van net verdween als sneeuw voor de zon.
Niet veel later verslapte ze, haar hartslag vertraagde tot deze niet meer te voelen was en ze overleed in mijn armen. Uit respect voor haar vertrouwen in mij en omdat ik dit had beschaamd, legde ik haar netjes op de grond neer. Haar ogen staarden wezenloos naar de hemel.
Ik likte mijn lippen af en genoot van de nasmaak van haar warme bloed. Stemmen weerklonken vanaf het plein en ze kwamen dichterbij. In een flits zag ik twee mannen verschijnen terwijl ik sneller dan het menselijk oog kon volgen een schuilplek had bereikt achter een laag muurtje.

Misschien zou dit toch nog een fijne kerst worden.
pi_147788268
Vervaagd verleden

Ze hoorde een deur open gaan, het klonk stroef. Een zware mannenstem begon te praten. Zijn stem was angstaanjagend, maar had ondanks de norse klank iets bekends. Hij bazelde iets, ze begreep er met de seconde minder van. Zijn leven was al die jaren door haar beheerst geweest, vanwege haar aanwezigheid op de achtergrond? Ze had niet naar buiten mogen treden, moeten blijven waar ze was? Ze wilde roepen, schreeuwen, gillen dat dit een misverstand was. Ze had geen vijanden, niets in haar leven gedaan wat zoveel weerstand bij iemand op kon roepen. De tape zat echter strak om haar mond heen. Ineens voelde ze iets kouds tegen haar rechterslaap.

‘Concentreer je, probeer elk geluid op te pikken.’ Ze probeerde rustig te blijven en met alle tips en trucs die je altijd verteld worden achter haar verblijfplaats te komen. Hoe lang had ze in de achterbak van de auto gelegen, geblinddoekt en met haar armen en benen aan elkaar vastgebonden? Twintig minuten, een uur, langer misschien nog wel? Door de paniek vertrouwde ze niet meer op haar, normaal uitstekende, gevoel voor tijd. Ze hield haar adem in en luisterde nog eens goed. Ze meende in de verte het geruis van bladeren te horen, ook dat hielp haar niet verder. ‘Waar hang ik godverdomme uit, welke klootzak doet me dit aan en bovenal: waarom?!’

Luuk ijsbeerde langs de prachtig gedekte eettafel. Hij had de hele middag in de keuken gestaan deze eerste kerstdag. Gegrilde varkenshaas, zijn specialiteit. Alles was klaar op het moment dat zijn vriendin thuis zou moeten komen. Ze werkte in de zorg, ook tijdens de feestdagen moest ze af en toe diensten draaien. Inmiddels was ze al een uur te laat thuis. Een onheilspellend gevoel maakte zich van hem meester. Haar telefoon nam ze niet op en toen hij naar het verpleegtehuis belde, wisten die hem te vertellen dat ze gewoon om zes uur was vertrokken. Om nu al de politie in te schakelen vond hij ook wat overdreven, een half uurtje vertraging was toch niet zo gek op een dag waarop iedereen afreist naar familie en vrienden? Hij zou het nog een half uurtje aankijken. Jammer van het vlees, dacht Luuk, terwijl hij zijn best deed het nog te redden.

Het was een gezellige dag geweest. Veel van haar collega’s vonden het verschrikkelijk om te moeten werken in de decembermaand. Zij genoot juist van de sfeer. Ze was gek op haar baan, gek op de bewoners in het verpleeghuis waar ze sinds verhuizing werkzaam was. De mensen waren vrolijk en nadat de sint vertrokken was schoten de kerstboompjes als paddenstoelen uit de grond in de verschillende kamers. Haar dienst was dan ook zo voorbij en ze liep even na zes uur naar haar auto, die ze van een afstandje ontsloot met een simpele druk op de knop van één van haar sleutels. Toen ze vanmorgen tegen een uur of tien wilde parkeren waren de meeste plekken al bezet door familieleden die langskwamen op kerstochtend, dus ze stond wat verder van het gebouw af dan andere dagen. Ze had niets gemerkt, maar toen ze de deurklink vastpakte werd ze van achteren vastgegrepen. Iemand had zijn hand over haar mond gelegd en tegelijkertijd voelde ze een doffe punt in haar zij prikken. Een hese mannenstem had haar gedwongen mee te lopen naar het parkje achter hen. Met het nodige geweld had hij haar het zicht en haar beweeglijkheid ontnomen en in de achterbak gedumpt. Vlak daarna was de auto in beweging gekomen en was hun rit begonnen. Lise had willen schreeuwen of slaan, maar verlamd door angst was dit alles haar niet gelukt. Ze had ook weinig in te brengen tegen een man die minstens twee koppen groter was dan zij. Nu zat ze hier, verplaatst van de auto naar iets wat voor een stoel door moest gaan. Ze had het ijskoud. De nachtmerrie waarin ze was beland was zo onwerkelijk. Waarom zij, waarom nu? Ze kon niets bedenken wat dit uitgelokt had, ze had een doodnormaal bestaan. Een vriend, twee katten, een huurhuisje en een baan. Iemand zou toch niet een totaal willekeurig persoon ontvoeren, juist op eerste kerstdag?

Dertig jaar geleden alweer. De tijd was omgevlogen. Zijn vrouw was veranderd sinds de geboorte van hun zoon en de onvermijdelijke sleur was erin geslopen. Hij was niet langer de belangrijkste man in haar leven. Hoewel ook hij gek was op dat kleine jochie, miste hij toch de warmte en liefde. Op zijn werk was er echter een vrouw… Ze begreep zijn gevoelens, hielp hem in die moeilijke tijd, het klassieke verhaal. Een aantal maanden na hun eerste afspraak kwam ze stralend naar hem toe, ze was zwanger. Hij was aan de ene kant verbijsterd, maar aan de andere kant vooral ook boos op zichzelf. Hoe had hij het zover kunnen laten komen en hoe ging hij dit oplossen? Hoe sterk hij ook aandrong op het beëindigen van de zwangerschap, zijn minnares hield voet bij stuk. De tijd verstreek, er bleek zelfs een tweeling op komst te zijn. Hij had haar inmiddels duidelijk weten te maken dat hij geen rol in het leven van de kinderen zou gaan spelen. Zij dacht het wel aan te kunnen, maar kwam er al gauw achter dat ze geen steun van vrienden en familie hoefde te verwachten. Tegen de uitgerekende datum had ze dan ook, godzijdank, besloten de kinderen ter adoptie af te staan. Zijn vrouw had hij nooit iets verteld, ze was er ook nooit achtergekomen. Hij had een grote fout gemaakt, maar was hierdoor wel weer gaan beseffen hoe goed hij het met haar had. Hun huwelijk was weer precies zoals in de wittebroodsweken. Nu ze na al die jaren richting de pensioenleeftijd gingen en samen van hun oude dag in Spanje wilden gaan genieten, liet hij zich dat door niets ontnemen. Ook niet door een bizarre samenloop van omstandigheden. Hij nam het heft in eigen hand.

Nu was Luuk het beu. Hij vertrouwde op zijn instinct, dit was foute boel. Hij belde de politie op en deed zijn verhaal. Ze konden niets voor hem doen tot Lise 24 uur vermist was. Hij voelde zich alleen, had niemand om op terug te vallen. Lise was dan ook een geschenk uit de hemel voor hem geweest. Ze hadden elkaar leren kennen op een bijeenkomst voor adoptiekinderen. Ze staken af tegen alle jubelverhalen en hadden elkaar juist daarin gevonden. Die avond waren ze in de kroeg beland, hadden samen uren gepraat over hun huidige leven maar ook over hun jeugd. Ze hadden het beide niet gemakkelijk gehad. Ondanks de pogingen van hun adoptieouders hadden ze altijd gevoeld niet van hun vlees en bloed te zijn. Over hun daadwerkelijke afkomst wisten ze allebei niets. Echt op zoek waren ze ook niet meer. Een half jaar later woonden ze samen. Eindelijk hoorden ze ergens bij, ze kon nu niet uit zijn leven verdwijnen. Waarom kon niemand iets voor hem betekenen?

Ondanks dat de hersenen van Lise al lang op hol waren geslagen, hoefde ze niet lang na te denken voor ze de link met de doffe punt die eerder in haar zij had geprikt had gelegd. Een pistool. Dit was het einde. Ze wilde antwoord op de tientallen vragen die door haar hoofd suisden, maar ze wilde nog veel liever weg van hier.

Met één schot werd hij van zijn problemen verlost. Het bleek makkelijker te zijn dan gedacht. Hoewel het zijn genen waren die hij zojuist had vermoord, was ze door de ontbrekende emotionele band het woord ‘dochter’ niet voor hem waard. Het was nota bene haar eigen schuld, vond hij. Ze had moeten blijven waar ze was. Ergens in het hoge noorden, ver bij hem vandaan. Wie verzint het nou net dat ze net hèm moest leren kennen, dat ze een relatie moesten krijgen? Broer en zus. Incest. Dat had hij op deze manier voorkomen, eigenlijk had hij iets goeds gedaan voor hen. Het had hem eigenlijk ook allemaal niet uitgemaakt, als er geen gevaar was dat het hele verhaal uit zou komen. Als ze niet bij hun moeder in het verpleeghuis was gaan werken. Hij had het van een collega gehoord, die altijd contact met zijn toenmalige minnares had gehouden. Ze was inmiddels dement geworden, werd dag en nacht verzorgd. ‘Maar ze weet alles nog van vroeger hoor!’, had hij lachend toegevoegd. De collega vertelde ook nog over een zuster die daar rondliep, Lisa heette ze dacht hij, of Lise anders? Ze deed in elk geval fantastisch werk, met enorm veel liefde. Pas toen zakte de grond echt onder zijn voeten vandaan. Dit kon niet waar zijn. Hij had een aantal weken onderzoek gedaan en zijn grootste vrees werd werkelijkheid. Hij had dit niet verdiend. Één misstapje hoefde voor niemand zulke grote gevolgen te hebben. Dus nam hij het heft in eigen hand. Alles voor zijn oude dag.
pi_147797750
Beest voor het raam

Was hij maar een rendier. Zo ene met vleugels, die in één keer over de
poolcirkel vliegt, langs oceanen naar de gele woestijn en de groene tropen
en dan weer terug. Die zich niet bekommert over gevoelstemperatuur, die
geen dekens hoeft dragen, die maar aan eten wil denken om zich vol en
verzadigd te voelen, die dag en nacht op zijne poten blijft staan.

Hij wenste zich zo ene wezen te zijn dat niet sterven kon.

Maar hij was een mens, een slome, die dag in dag uit op een kantoor
gelegen aan de verkeerde oever van een rivier werkte als een robot.
Vanachter zijn bureau keek hij uit over het begin van een stad. Aan de
horizon lag het centrum, daar kwam hij nooit. Zijn baas had hem meermalen
gevraagd of hij geen zin had om een pint mee te drinken met collega's, hup
de tram in op vrijdagavond, maar hij wou niet.

Hij beeldde zich in dat hij een ander was. Legde zijn leven af als een
vieze jas en klom naakt uit het raam zijner verbeelding naar buiten.

Geen tram, geen stad, geen collega's.
Alleen een woud in de kou.

Zo rende hij rond, rende hij rond.
Men vond hem uiteindelijk, geveld door kou, prevelend: ik hou van jou.

Toen begon de muziek. Zijn gezicht verdween in het water van de nacht.

Eén kaarsje brandde nog ter zijner nagedachtenis. Een tyfuslijdend kind
zong een lied, angstig voor een zelfde lot.

Elders dronk men grijnzend bier.
pi_147797796
De mooi mislukte kerstborrel

Het is de jaarlijkse kerstborrel op het werk. Eigenlijk een van de weinige momenten dat de mensen op dit suffe kantoor een beetje los komen. De stijve mannen in pak worden een beetje beweeglijk en de al even ouderwets geklede vrouwen laten een beetje frivoliteit zien. Op deze zeldzame momenten zie je nog een beetje jeugdigheid doorschemeren. Soms ben ik jaloers op vrienden die wel bij leuke bedrijven werken. De enige reden dat ik hier nu werk is dat de banen in mijn sector niet voor het oprapen liggen. Een duf en stoffig kantoor is nog altijd beter dan de bijstand of de MacDonalds.

De borrel is in de spreekkamer. De mooiste kamer van dit oude monumentale pand. Hier worden normaal de gasten ontvangen door Harold, onze baas. Er staan meerdere kamerplanten en aan de wanden hangen schilderijen. In de hoek staat de plastic kerstboom. Voor de borrel zijn statafels gehuurd en daarop staan allerlei zoutjes, kaasblokjes en worst. Voor de drank is er bier, wijn en fris. Het hele personeel, ongeveer twintig mensen, is aanwezig. Ik sta te praten met Kevin, onze IT man. Nog wel tenminste want hij heeft te horen gekregen dat hij eruit moet. De IT wordt uitbesteed. Dat bleek goedkoper. Dat hij nog naar de kerstborrel komt is mij een raadsel. Aan de andere kant vraag ik me waar deze langharige lichtelijk wereldvreemde nerd anders naartoe moet op de vrijdagavond. ik heb hem nooit kunnen verdenken van een sociaal leven en het zal me niet verbazen als hij nog nooit een vriendin heeft gehad. Toch is het jammer dat hij gaat. Hij is een van de weinigen hier die beneden de veertig is, zoals ik. En hij heeft een goede smaak voor muziek. We praten wat over het aankomende jaar. Daaruit blijkt dat hij alweer een nieuwe job heeft gevonden. Schijnt voor IT'ers wat gemakkelijker te zijn. Fijn voor hem.

Ineens komt er een vrouw van in de dertig bij ons tafeltje staan. Ik heb haar nooit eerder gezien hier. Ze heeft een wat ouderwetse jurk aan en een dito kapsel. Dat laat haar zelfs nog wat ouder lijken. Toch is ze best mooi. Ze straalt iets kleurrijks en energieks uit dat de ander vrouwen hier op dit kantoor al jaren zijn verloren, of nooit hebben gehad.
"Hallo, ik zal me even voorstellen. Ik ben Juliétte, de vriendin van Harold. Ik heb ook een uitnodiging gekregen. Ik wil wel eens zien waar Harold de hele dag rondhangt" lacht ze ons vriendelijk toe.
"Welkom hier, ik hoop dat je het naar je zin hebt" zeg ik met een wat sarcastische ondertoon.
Harold is als baas het middelpunt van het bedrijf. Een corpsbal op leeftijd. Juliétte moet toch minstens twintig jaar jonger zijn. Maar voor een rijke directeur hoeft dat weinig uit te maken blijkt maar weer. We praten wat. Ze is behoorlijk spraakzaam. Ook met Kevin lijkt ze het goed te kunnen vinden. Ze blijft hem maar vragen stellen over zijn werk, met een zichbare interesse. Steeds meer verbaas ik me dat zo'n leuke vlotte vrouw zich als het ware verkoopt aan Harold. Ineens wordt ik aangetikt door Max, de conciërge. Of ik wil helpen de schalen met eten binnen te halen. Max is een fijne vent dus stem ik in. Juliétte en Kevin laat ik samen verder praten.

Wanneer de schalen met eten op hun plek staan is het eerst tijd voor de kerstspeech van Harold. Het is altijd een te lang durend verhaal waarbij je de bullshit-bingokaart snel vol krijgt. Gelukkig komt daarna het eten, en daarvoor blijf je dan wel wachten. Vol trots gaat Harold in het midden van de ruimte staan.
"Beste collega's. Het is weer tijd terug te blikken op een mooi jaar. Dit jaar wil ik mijn speech echter wat kracht bij zetten met een filmpje dat ik eerst aan jullie wil laten zien. Max, haal het TV scherm tevoorschijn. Max begint een groot gordijn opzij te schuiven waarachter een reusachtig tv scherm hangt om presentaties te kunnen geven aan klanten.

Ineens slaakt iedereen een kreet van verbijstering. Achter het gordijn is ook een raam met een nis. En in die nis staan Kevin en Juliétte te zoenen. Juliétte heeft zelfs haar jurk al half los zitten en haar haar zit in de war. En de broek van Kevin hangt ook al los. Geschrokken doen ze hun kleren weer goed. Ze lijken geen woord te kunnen zeggen. Harold lukt het wel.
"Kevin, je bent ontslagen!" schreeuwt Harold uit met een rood hoofd.
"Baas, dat was ik al" antwoord hij droogjes.
"En Juul, jou wil ik nooit meer zien, uit mijn ogen!"
Beide verlaten halsoverkop de kamer. Rennend en al verdwijnen ze uit het pand. Ik ben benieuwd waar ze naartoe gaan. Het kost me nog veel moeite om niet te proesten. En ik zie dat meerderen dat hebben.

Van de kerstborrel kwam verder weinig meer terecht. Harold besloot er direct een einde aan te maken. Op zich begrijpelijk. Alleen, jammer van al dat lekkere eten dat nu in de vuilnisbak moest verdwijnen. Maar het gezicht van Harold, toen hij zag wat er achter het gordijn gebeurde is het mooiste kerstcadeau dat ik in jaren gehad heb.

Wanneer ik naar de trein loop krijg ik een berichtje van Kevin.
"Hey, het ga je goed daar. Mij zien ze er niet meer. Juliétte is nu bij me. ik vier kerstmis met haar. Jij ook een prettige kerst"
Ik stuur een klein berichtje terug waarin ik hem een fijne kerst wens. Dat gaat wel lukken.
pi_147799114
Het wonder op Kerstavond

Het was een kille, bijna stormachtige avond in december. John zat in shock voor zich uit te staren. Enkele weken geleden was hij uit huis gezet wegens achterstallige betalingen. Enkele maanden geleden was hij werkeloos geraakt waardoor hij de betalingen niet langer kon voldoen. Gelukkig had hij nog wel zijn kleren om hem warm te houden in deze kille tijden. Met zijn familie had hij al jaren geen contact meer, en ook zijn vrienden hadden hem laten vallen. Al meerdere malen had hij aangeklopt bij hulpinstanties maar ook deze waren niet bereid hem te helpen. Door alle ellende had John een alcoholverslaving ontwikkeld, en het geld dat hij dagelijks bij elkaar bedelde ging vrijwel allemaal naar de drank toe.

Het werd kouder en killer. De temperatuur was inmiddels behoorlijk onder het nulpunt beland en John besloot maar een steegje op te zoeken. De volgende dag zou het kerstavond zijn, zo besefte hij zich plots. Met een paar verloren tranen viel hij uiteindelijk toch maar in slaap.

De volgende ochtend werd hij al vroeg weer wakker geschud door andere zwervers die hem probeerden te bestelen. Het scheelde dan weer dat er weinig van hem te stelen viel, op wat smerige kleren na. Omdat hij nu toch al wakker was besloot hij maar meteen richting het winkelcentrum te gaan voor zijn dagelijkse bedelarij. In de hoop dat men vandaag, de dag van kerstavond, extra gul zou zijn. Al snel schoot een ouder vrouwtje hem aan en drukte hem een paar euro toe. “Fijne kerst mijn zoon. Maak er wat van, ondanks alles.” Sprak het vrouwtje. John was natuurlijk allang blij dat hij weer wat geld voor drank had, het enige dat hem in deze barre tijden enigszins warm hield.

Na zijn geld besteed te hebben aan wat drank strompelde John weer naar buiten. Op naar hopelijk nog meer gulle giften. Uren vlogen voorbij, zonder resultaat. De meeste mensen liepen hem minachtend voorbij. Een stinkende zwerver is nu eenmaal niet populair. Dat besefte hij zich ook wel. Toch hield hij de moed erin. Er zou vast nog wel iemand komen die hem wat geld zou schenken.

Om warm te blijven besloot hij toch maar een stuk te gaan lopen. De avond viel inmiddels alweer en het werd snel donker. Alle prachtige kerstlampjes zorgden voor een enigszins knusse sfeer, ondanks alle ellende die hij de afgelopen maanden door had gemaakt. Een aantal mensen knikten hem toch nog enigszins vriendelijk toe en wensten hem een fijne kerst. Sommige beseften bijna niet dat John een zwerver was en helemaal geen fijne kerst zou hebben.

De avond vorderde en de drank raakte op. Misschien dan toch maar weer een stekkie opzoeken om de nacht door te brengen. Na een korte wandeling kwam John aan bij zijn vaste slaapplek, maar op dat moment gebeurde er iets vreemds. Iemand tikte hem op zijn schouder. Argeloos draaide hij zich om waarna hij een vrij jonge vrouw met lang blond haar recht in haar ogen keek.
“John? Ben jij het?” Sprak ze stamelend. “Ik ben John ja, maar wie ben jij?” “Ik ben Sanne, herken je me niet meer? We zaten samen op de middelbare school en ik was vroeger nog verliefd op je.”

“Sanne! Nu je het zegt, ik vond je gezicht al zo bekend... wat doe je hier?” vroeg hij haar. “Ik kom net uit de supermarkt, kerstboodschappen gedaan hè. Wat doe jij hier? Je ziet er niet zo best uit…” vervolgde ze. “Ik ben enkele weken geleden mijn huis uitgezet. Werkeloos, achterstallige betalingen en geen contact met familie meer. Dus ik zwerf nu maar wat rond. Heb je boodschappen gedaan voor jou en je vriend?” “Jemig, wat heftig zeg… Nee, ik heb geen vriend meer. Hij heeft het een paar maanden geleden uitgemaakt. Ik ben er wel een tijdje ziek van geweest, maar het is niets vergeleken met wat jij doormaakt natuurlijk.” Legde Sanne uit. “Weet je wat, kom gezellig met mij mee naar huis. Dan kan je lekker warm kerstavond vieren samen met mij en heb je voor vannacht in elk geval een slaapplek. En daarna zien we wel verder…” bood Sanne hem aan.

John was ietwat overrompeld door het geweldige aanbod van Sanne, maar hij besloot er uiteraard zonder twijfel op in te gaan. Kerstavond werd toch nog één groot feest, ook de kerstdagen spendeerden ze samen, en nu, enkele maanden later, zijn ze een gelukkig stel en heeft John alles weer op de rit.
pi_147816947
Kutkerst

'Donderstraal een eind op!'. Met die woorden in mijn hoofd rondspokend ben ik maar een stukje gaan lopen. Kerst schijnt bij iedereen altijd leuk en gezellig te zijn. Het is bij ons toch wel heel anders. Het servies wordt nog net niet door de kamer geslingerd. Dat is een keer gebeurd, maar vanwege de rotzooi probeer ik dat toch wel te vermijden. Denkend over wat ik verkeerd zou doen slenter ik verder de stad in. De cafés loop ik maar stil voorbij. Als ik dan weer net als vorig jaar ladderzat thuis zou komen, kan ik net zo goed nu mijn koffers pakken. Het is een hele leuke meid, maar af en toe komt er wat naar boven waar ik niks mee kan. Dan wordt ze een ongeleid projectiel. Zo ook met deze kerst. Vanochtend lekker ontbeten met ons twee en toen begon de ellende. We hadden afgesproken om deze kerst met ons tweeën door te brengen maar zij bedacht ineens om naar haar ouders te gaan. Nee, daar had ik wel zin in. Even bij die ouwe taart langs zodat zij m’n kerst kon verknallen. Blijkbaar is ze dus haar moeder niet meer nodig om mijn kerst om zeep te helpen.
‘Club Casanova’ stond op de gevel. Daar was ik eerder geweest. Een iets nettere hoerenkeet om het zo maar even te zeggen. ‘Achja’ dacht ik, ‘laten we daar maar even binnen kijken’. Mijn jas wordt aangenomen en opgehangen door een meisje van pak hem beet 20 jaar. Elk jaar lijken ze steeds jonger. Ik ga aan de bar zitten en bestelde een cola. Eerst eens kijken hoe het hier gaat. Twee dames van ongeveer 25 jaar komen bij mij zitten. Volgens mij zagen ze gewoon dat ik ergens mee zat, en vroegen mij hoe het gaat. Ik antwoord kort dat het redelijk gaat. Ze kijken elkaar aan en ze zijn ook zo weer vertrokken.
Tijdens mijn tweede colaatje komt er een mooie dame van 35 naast mij zitten. Ze vraagt of ze mij ergens mee van dienst kan zijn. Ik zeg dat ik eigenlijk nog even rustig wil zitten om mijn vriendin te vergeten. ‘Ze maakt er elk jaar weer een kutkerst van’ zucht ik zachtjes. Hard genoeg zodat ze het kon verstaan. ‘Arme jongen, moet ik je iets opvrolijken?’. Ik denk even na, en ik zeg haar dat dat wel eens lastig zou kunnen worden. Ze staat op en loopt weg. Ik blijf nog even voor me uit staren en drink mijn cola op. Wanneer ik aanstalten maak om te vertrekken verteld de barvrouw mij of ik even mee wil lopen. In een halletje wijst ze een deur aan en verteld me om daar naar binnen te gaan. Twijfelend loop ik naar die deur en nieuwsgierig dat ik ben maak ik de deur open. Daar ligt die mooie dame van 35 met alleen een zijden bloesje aan. Ik loop naar binnen toe en ze staat op en begint mij uit te kleden. Ze zet mij op een stoel en gaat op mij zitten. Terwijl mijn paarsgepunte lans bij haar naar binnen glijdt, fluistert ze sensueel in mijn oor: ‘Fijne kutkerst jongen’.
pi_147817009
Lonely This Christmas

Het moest godverdomme een gezellige kerst worden, had hij door de telefoon tegen de kinderen gegromd. Zwijgend zat hij nu tegenover me op zijn biefstuk te kauwen. Ze waren niet gekomen. Volgend jaar misschien weer, had de jongste nog gezegd, voor ze ophing.

Jus droop over zijn kin en hij prakte alvast de aardappelen, maar ik was meer gulzigheid van hem gewend. Ik had me mooi gemaakt. Hij zag het niet. Zijn blik dwaalde langs me heen en bleef hangen op de klok die achter me hing. De tijd ging deze avond zo traag dat hij stil leek te staan. Voor de zekerheid stopte hij er een nieuwe batterij in. Het hielp niet.

Eigenlijk had ik zelf nog willen bellen, naar de kinderen. Zeggen dat ik het heus begreep, maar dat ze niet zo hard moesten zijn voor hun vader. Niet nu. Volgend jaar misschien weer.

Ik wilde dat hij me even vastpakte, maar hij staarde maar voor zich uit. We waren al lang geleden met zulke dingen gestopt. Terwijl we het onszelf iets te gemakkelijk maakten, maakten we het elkaar op den duur te moeilijk. Het had niet zo erg geleken, maar nu vroeg ik me af of het te laat was om het anders te doen. Hij zuchtte. Nog een blik op de klok. De afstand was al te groot.

Hij droeg de trui die ik voor hem gebreid had, toen de kinderen jong waren en ik voor heel ons gezin truien breidde. En sokken. En mutsen. Ze waren gerafeld tot er niets meer van over was, behalve deze trui. Omdat hij hem nooit had willen dragen. Het was een kriebeltrui, had hij gezegd. Ik zag hem deze hele avond niet krabben, maar ik zei er niets van. We keken televisie, op de bank. Tussen ons in stond een bakje met zoute stengels. Er stond altijd iets tussen ons in.

Ik had me mooi gemaakt, misschien moest ik het erbij zeggen en zou hij het dan wel zien. Op de salontafel had hij twee glazen gezet, maar dat van hem was al leeg en dat van mij was hij vergeten te vullen. Er lagen ook verschillende kranten en natuurlijk het bakje met dingen die we eigenlijk moesten weggooien. Al dertig jaar verzamelden we daarin bonnetjes, schroefjes en zegeltjes die we gespaard hadden voor acties die al voorbij waren. Eens per week gooide ik alles waarover niemand van gedachten was veranderd, in de vuilniscontainer. Bovenop lagen nu de sleutels van zijn Volvo, die hij twee en een halve week geleden total loss gereden had.

‘ZEG DAN IETS!’ wilde ik plotseling brullen. Ik wilde hem slaan, knijpen, krabben, op hem springen. Maar ik realiseerde me ook wel, dat dat gek zou zijn.

Op televisie klonk een fragment van Muds “Lonely This Christmas”. Ik wilde vragen of hij nog wist dat we daarop voor het eerst samen hadden gedanst. Het maakte te snel plaats voor andere fragmenten en praatgrage presentatoren. Plotseling begon hij zachtjes te neuriën hoe het verder ging. Mijn lippen trokken eindelijk weer eens in een glimlach, hoewel ze tegelijkertijd begonnen te trillen. Ik deed met hem mee. Het klonk steeds valser, maar niemand kon ons horen.

Zonder dat we het gemerkt hadden, had de klok uiteindelijk toch tien uur aangetikt. Dat volstond wel. Hij zette de televisie uit en schraapte zijn keel, alsof hij toch iets te zeggen had. Er volgde niets. Hij knipte de lampjes van de kerstboom uit, die we begin december samen al hadden versierd.

Voor we naar boven gingen, pakte hij onze trouwfoto van het dressoir en zoende het glazen plaatje voor mijn dertig jaar jongere verschijning. Er viel een traan op. Ik voelde iets en ik vroeg me af of het een zweem van jaloezie was. Ik was niet zo goed meer in gevoelens, de laatste tijd. Maar ik voelde het nog steeds, toen hij daarna mijn papieren wangen streelde, op mijn meest recente foto. Die stond daar sinds twee weken ook, op de voorkant van mijn rouwkaart.
pi_147817744
Briefpost

"Het komt als geen verrassing dat je deze periode hebt gekozen om mij je uitnodiging te sturen. Familie, verbintenis, de kerstgedachte. Iedereen geeft daar natuurlijk zijn eigen invulling aan. Voor sommige mensen is het vrijwilligerswerk, voor anderen gezellig en vooral veel eten, en weer anderen vinden het genoeg om de dagen door te brengen met dierbaren. Neem onze (oud) buurman Theo bijvoorbeeld, die zich jaarlijks – al is het met lichte tegenzin – in een kerstmanpakkie hijst om zijn neefjes en nichtjes een geweldige avond te bezorgen. Dat zijn de gebaren waar zelfs mijn kersthatende, grinch-hart iets harder van gaat kloppen.

Onder de kerstgedachte schaar ik ook de kerst van 2011, toen we besloten alle familieverplichtingen en gemaakte gezelligheid te ontvluchten door een huisje te huren in de sneeuw. Afgelegen, met open haard en duf dierenvelletje. Voor jou, omdat ik wist hoe zeer je die verschrikkelijke cliché dingen kon waarderen. “Dingen krijgen clichéstatus met een reden,” zei je dan. En je had gelijk. Een week van oneindige gesprekken, flessen wijn en seks, heel veel seks. Ik herinner me nog als geen ander de avond dat ons kinderachtige sneeuwballengevecht uitmondde in een nacht van pure lust die eeuwig mocht duren. Weet je nog, die kerst?

De kerstgedachte was niet eerste kerstdag vorig jaar, toen ik je betrapte met hem. In ons bed.

Hoe kon je ook weten dat ik helemaal niet over hoefde te werken, dat ik je wilde verrassen. Jou verrassen was immers een hele uitdaging. Geen absurde twist in een ondermaatse dramaserie die je niet zag aankomen. En hoe feilloos je wist te voorspellen welk verjaardagscadeau ik voor je had uitgezocht, elk jaar weer. Ik was een open boek. Ironisch dat het juist die bewuste avond was dat ik je voor het eerst perplex deed staan. Als ik niet beter zou weten, zou ik denken dat je betrapt wílde worden.

“U bent van harte uitgenodigd voor het huwelijk van Karin van der Laan en Rudolf Witjes.”

Fucking Rudolf Witjes. Het is de naam van een burgerlijke lul-de-behanger. Natuurlijk wist ik dat je ook naar mannen keek, dat was me echt niet ontgaan. Maar dan knappe mannen; geen harige, kalende collega’s. Geen Rudolf. Doe het gerust af als jaloezie, maar als ik je dan aan een man moest verliezen, had ik toch gehoopt op een type à la Brad Pitt. Of een Henk van personeelszaken, minstens. Je weet wel, met zijn modellenhaar en blauwe ogen om in te verdrinken. En man, als ik had geweten dat je van behaard hield, had ik mijn been- en schaamhaar zonder blikken of blozen laten groeien in al hun jaren 80 glorie. Ja, zijn harige rug en uitgezakte mannenbillen staan op mijn netvlies gebrand. Bedankt daarvoor.

Verdomme Karin, we waren zo perfect voor elkaar. Niet lulletje rozenwater, die moest janken als een klein kind toen ik hem een bloedneus sloeg op de bewuste avond. Weet hij eigenlijk dat je me deze uitnodiging hebt gestuurd? Ik kan er met mijn kop niet bij. Want wees eerlijk, het is niet de man van je dromen en je zal nooit zo gelukkig zijn met hem als dat je met mij was. Maar ik paste niet in het perfecte plaatje. Belangrijker nog: ik paste niet in die van je ouders. Je lieftallige moeder zal wel in haar nopjes zijn met dit alles verwacht ik. Takkewijf. Ze heeft me nooit gemogen. Hoe fijn moet het voor haar zijn dat je weer tot jezelf bent gekomen. Ja, het besteigen van Rudolfs genotsknots is inderdaad een hele verbetering. Daar kan ik onmogelijk mee concurreren.

Ik vraag me af of je zijn naam aan zal nemen. Karin Witjes, godsamme wat een armoe. Hoe dan ook, er is nog een andere mogelijkheid in me opgekomen. Je hebt spijt; spijt van je gemaakte keuzes, spijt van hoe je leven is gelopen en bovenal spijt dat ik je die avond heb betrapt met een ander. Misschien mis je spanning in je tegenwoordig burgerlijke leventje en is dit jouw manier van zeggen ‘red me’. Begrijpelijk, ik word al depressief als ik er aan denk.

Nee, je zal inmiddels wel met je gourmetpannetje in de aanslag zitten onder het genot van een wijntje. Eentje, want het moet niet te gek natuurlijk. Ik gun je een leven van gourmetten met de feestdagen, wekelijkse familiebezoeken, kerstbomen uitzoeken, meubelboulevards, voor enen op bed liggen, witte sportsokken, uitstapjes naar Center Parks, meezingen met Nick en Simon, en bovenal: de sleur van een huwelijk gedoemd te mislukken.

En de kerstgedachte, die steek je maar in je nieuwgevonden kerstlul.”

Ik neem nog een slok glühwein en kijk naar mijn handgeschreven brief. Ik had me voorgenomen krachtig te eindigen, maar ik twijfel toch over die laatste zin. Draft nummer 6, inmiddels. De eerste 2 waren kansloos met tranen bevlekt. Bij nummer 3 had ik me aardig herpakt, maar was ik niet helemaal tevreden over het handschrift. Afijn, deze kan ermee door. Ik grinnik als ik denk aan Rudolf met zijn rode, met bloed doordrenkte neus. Net goed.

Mijn oog valt op de klok: kwart voor 7. Ik slaak een zucht. Tijd om te gaan. Ik gooi de rest van de wijn achterover en besluit dat het geen goed idee is om in deze toestand de ‘fuck you’-brief op de post te doen. Morgen, semi-nuchter, dan kijk ik er nog eens naar. Ik zet mijn kerstmuts op en ga naar Theo. We zullen zien of de kerstvrouw een aanwinst voor zijn act zal zijn.
pi_147818408
De goddelijke bierdrinker

‘Leugens van de bovenste plank!’ riep de jongen, nadat ik hem een ferme tik op zijn wang had gegeven. Ik was in de veronderstelling dat hij met mijn vriendin zat te flikflooien. Dit was echter niet het geval, en daarom gaf ik hem na de klap een zoen op de wang. Daarna gaf ik mijn vriendin eveneens een zoen op de wang, en vertelde haar dat ik haar nooit meer wilde zien; een reden hiervoor had ik niet, maar gevoelsmatig haalde ik er genoegen uit om haar dit mede te delen. Ze hoefde niet te huilen, maar ging er met de jongen, die niet met haar had geflikflooid, vandoor. Dit vond ik een goed besluit. Ondertussen ging ik bier drinken in een café en bleef er tot sluitingstijd futiliteiten lallen, met andere nietszeggende individuen. Toen ik naar buiten strompelde realiseerde ik me dat de straten leeg waren. Geen enkel mens te zien. De stad was dood. Ik voelde me alleen op de wereld. Dit idee gaf een euforisch gevoel. Echter, tijdens het oversteken van een kruispunt werd ik plots overreden door een vroegtijdig ejaculerende olifant op wielen. Toen werd ik wakker.

Tsjonge, wat een absurdistische droom! dacht ik, terwijl ik angstig over mijn bezwete voorhoofd wreef . Ik heb namelijk geen vriendin. Ik stapte uit bed en besefte dat het tweede kerstdag was. Dit omdat er een scheurkalender aan de muur hing waar letterlijk ‘Het is tweede kerstdag!’ op stond. Handig. Maar voor zover ik wist had ik geen kalender aan mijn slaapkamermuur hangen. Toen ik weer ietwat bij kennis was constateerde ik meer bijzonderheden. De muren waren roze, overal lagen sokken en de kop van Marilyn Monroe (op een poster) staarde mij onverschillig aan. Ik groef diep in mijn geheugen. Voor zover ik me kon herinneren was ik gister gewoon in mijn eigen bed gestapt. De wekkerradio gaf half vijf s’ middags aan. Ik liep de slaapkamer uit en stuitte op een knappe blonde mevrouw van in de veertig. ‘Hoi,’ zei ze, terwijl ze vluchtig vanaf de overloop een badkamer inliep. Enigszins nieuwsgierig achtervolgde ik haar.

‘Hallo…’, zei ik angstig. Ze draaide zich om vanaf de spiegel en bekeek mij met een vieze blik. ‘Zou jij niet eens wat aantrekken?’ vroeg ze. ‘Je boxershirt is godverdomme nat van het zweet bij je balzak. En door dat gat daar zie ik een deel van je linker teelbal. ‘ Ze wees naar mijn boxer. Er hing inderdaad een stukje balzak uit. Ik geneerde me en begon nerveus aan mijn hoofd te krabben. ‘En ook nog aan je hoofd zitten met je ballenzweet. Sjonge, jonge, waar moet het toch heen met de wereld? Ga nu maar snel douchen, want het kerstdiner is over een uur klaar.’ - ‘Uuhm, maar waar ben ik eigenlijk?’ stamelde ik. Ze keek verbaasd en schreeuwde ‘tot zo!’ , terwijl ze de trap afliep. Ik had geen zin om te douchen, maar ik waste mij wel. Daarna zocht ik naar kledij, maar mijn eigen kon ik niet vinden. Ik startte een zoektocht naar andere kleding. Ergens op een stoel lag nog een broek en een T-shirt, die beide drie maten te groot waren. Maar dit mocht de pret niet drukken. Beter drie maten te grote kledij, dan een zichtbare bezwete linker teelbal lijkend op een ei, dacht ik rijmend. Beneden was gepraat hoorbaar. Ik struinde angstig de trap af, niet wetende wat mij te wachten stond.

Toen ik de keuken binnenliep, maakte het geluid plaats voor een ongemakkelijke stilte. Acht mensen, variërend van leeftijd, keken me verbaasd aan. ‘Ga zitten,’ sommeerde de vrouw die ik reeds had ontmoet. ‘Oké,’ zei ik. Een dikke man van in de veertig keek me boos aan. ‘Jij hebt mijn broek en T-shirt aan.’ – ‘Aha, dus deze kledij is van jou?’ vroeg ik. - ‘Ja!’ Een ander kwam er lachend tussen en zei: ‘Je lijkt wel een rapper.’ - ‘Dat is niet wat ik beoog te zijn,’ zei ik, ‘maar bedankt voor het compliment.’ De man keek minachtend. Het werd stil. ‘Niet om het een of ander,’ vervolgde ik, ‘waar ben ik eigenlijk, en hoe ben ik hier terecht gekomen?’ Iedereen keek wederom verbaasd. ‘Jij bent toch de nieuwe vriend van Tess?’ zei de vrouw. - ‘Van wie?’ vroeg ik verbaasd. ‘Tess!’ herhaalde ze.- ‘En waar is die Tess dan wel?’ vroeg ik. –'Ze is even weg. Ze komt dadelijk terug. Ik zal ondertussen de kalkoen uit de oven halen.’ Er werd luid geapplaudisseerd toen deze kutkalkoen eenmaal op tafel stond. Men at gulzig. Daarna gingen de tafelmensen praten over auto’s, geld, kwaaltjes en andere triviale zaken. Ik werd misselijk.

Een kwartier later kwam de beruchte Tess binnengelopen. ‘Aah, Tess,’ zei de vrouw, en gaf haar uit blijdschap een kus op de wang. Tess was niet moeders mooiste. Ze had, waarschijnlijk door acne, een gehavend gezicht, en daarbij was ze een pondje of twintig te zwaar. Ik schatte haar begin dertig. Tess liep naar mij toe en gaf me een zoen op de mond. ‘O,’ zei ik, na de zoen. ‘Waar was dat goed voor?’ – ‘Omdat je mijn vriendje bent,’ lachte Tess. Iedereen aan tafel lachte mee. Ik begreep de humor niet. De vrouw zei trots: ‘Eindelijk heeft onze Tess een vriendje, we dachten al dat het er nooit van zou komen!’ . Een man uit het gezelschap, waarschijnlijk de vader, werd emotioneel. ‘En dit met kerst,’ zei hij huilend. ‘Ja,’ zei Tess trots. ‘Ik vond je gisternacht op straat liggen. Vrijwel naakt, louter je boxershirt nog aan. Je lag half bewusteloos te mijmeren over van alles en nog wat. Over het leven, dat het kut is en dat soort dingen. ‘Aha,’ zei ik. ‘Je deed ook aardig pretentieus met je complexe zinnen,’ voegde ze nog toe. ‘Wel redelijk ironisch, aangezien een deel van je balzak zichtbaar was. Ik heb je mee naar huis genomen en je piemel tussen mijn schaamlippen gestopt.’ - Ik werd plots duizelig. ‘Excuseer me een moment,’ zei ik. Ik liep naar de wc en verloor plots mijn bewustzijn. Ik droomde over feministische panda’s en andere zaken die ik me niet kon herinneren.

Ik werd wakker. ‘Haha!’ lachte Jezus. “Ik zei toch dat het leven op aarde geen pretje is.’ Ik besefte me nog niet wat er was gebeurd, maar deze plek herkende ik. ‘Wat is er gebeurd?’ vroeg ik. ‘We hadden een tijd terug een weddenschap gesloten. Jij zei tegen mij: ‘het leven op aarde valt mee. Mensen kunnen wel aardig zijn. De morele verpaupering is niet aan de mensheid te wijten, maar aan de situatie. Daarbij kan een gesprek met een mens bijzonder leuk zijn. Ze zijn integer en oprecht. ‘ Dus we sloten een weddenschap. En zodoende heb jij in de gedaante van mens even een kijkje op aarde kunnen nemen. En wat blijkt? Je werd na een dag al ongelukkig. Godsamme, wat een grap! Dus de hoeren zijn voor jouw kosten de komende tijd. Ik trakteer op bier, gezien ik jarig ben. Jezus dronk een blik bier, terwijl hij naar de televisie keek. ‘Hilarisch!’ riep hij. ‘Dat zulke zenders de mens zover krijgen om hier hele avonden naar te kijken. Pure kunst! Mijn beste verjaardag ooit! De mensen verbazen me keer op keer!’ Ik keek ook en zei zuchtend: ‘Gelukkig ben ik geen mens.’
abonnementen ibood.com bol.com Coolblue
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')