abonnementen ibood.com bol.com Gearbest
pi_154167156
Etappe 3: Antwerpen - Huy, 159,5 km

Als er lang naar een etappe wordt uitgekeken en er veel wordt van verwacht kan het nogal snel tegenvallen. Gelukkig was daar tijdens de tweede etappe geen sprake van. De wind was op de afspraak en we kregen er ook nog wat regen bij. We kregen waaiers, vroeg in de wedstrijd al. Uiteindelijk bleek Zeeland niet beslissend, maar een strook tussen Spijkenisse en Hellevoetsluis. De goden van Lotto-Djumbo werden vooraan verwacht, maar wisten het goed te verpesten. Keldermannetje was niet helemaal bij de les en Gesink had een beetje pech. In eigen land hadden de Nederlanders wel wat beter mogen presteren, maar buiten dat was het een heerlijke etappe. Jammer dat het noodweer in Zeeland eigenlijk een uur te vroeg was, stel je voor dat het daar nog echt had gewaaid. Nu waren er eigenlijk drie grote groepen, met nog een beetje extra wind in Zeeland was het veld helemaal uit elkaar geslagen en hadden we wel 20 groepjes gehad. Het had nog spectaculairder kunnen zijn, maar we mogen niet klagen. Het is een mooi wielerjaar tot nu toe, met onder andere een prachtige Gent-Wevelgem en een heerlijke Giro. In de Tour lijkt het voorlopig door te gaan. De derde etappe brengt ons naar België en daar gaan we eindigen op een van de lastigste muurtjes die we kennen. Een muur die altijd voorkomt in normaal gesproken de saaiste klassieker van het voorjaar. Hopelijk s dat nu anders.

Sy6HA6C.png
PROFIL.png

De start is in Antwerpen en daar is de Tour zeker niet voor het eerst. 14 jaar geleden kwam er een rit aan in Antwerpen en de overwinning ging toen naar Marc Wauters, de Belg die jarenlang bij Rabobank reed. Hij maakte samen met Erik Dekker deel uit van een kopgroep van 16 man. On de boog van de laatste kilometer viel Wauters aan en op een onbekende Fransman, Arnaud Pretot, na reageerde niemand. Wauters versloeg vervolgens Pretot in de sprint. Omdat hij een paar dagen daarvoor een goede proloog had gereden mocht hij ook meteen de gele trui aantrekken. De gele trui in je eigen land, we kennen allemaal wel een zekere renner uit Maastricht die nu heel jaloers is. Een dag later mocht Wauters in de gele trui door zijn woonplaats rijden, maar wist in die rit de trui niet te houden. Die rit vertrok in Antwerpen en ging naar Seraing. Een etappe die werd gewonnen door Erik Zabel, dus niet echt vergelijkbaar met wat we nu gaan krijgen. Antwerpen zelf is een stad met meer dan 500.000 inwoners. Vooral bekend vanwege de haven, na Rotterdam de grootste haven van Europa. We starten langs de Schelde, in de buurt van de Grote Markt.

3994197996_102383586b_b.jpg

Na twee dagen over de prachtige Nederlandse wegen te hebben gereden zoeken we nu de Vlaamse en Waalse ellende op. We rijden eerst nog een geneutraliseerd rondje door Antwerpen, onder andere langs het vliegveld en starten buiten Antwerpen, bij Boechout echt. Er wordt koers gezet richting Lier. De stad van Bob Peeters en Nick Nuyens, om maar eens een paar bekende namen te noemen. We volgende kaarsrechte N10 richting Aarschot. Meer dan 20 kilometer volledig rechtdoor, met af en toe een keer een rotonde. Lijkt Spanje wel. Van Aarschot gaat het richting Rillaar en de weg wordt nu wat bochtiger. Toch nog een beetje variatie in het parcours. Via Tielt-Winge komen we door Meensel-Kiezegem. Dit is een dorp van helemaal niets, met amper 1000 inwoners. Toch heel bekend, de grootste wielrenner aller tijden is hier geboren: Eddy Merckx. De renner die alles won wat er te winnen viel, waaronder vijf Tours. Ook nog even meer dan 30 ritoverwinningen, die Eddy kon wel wat. Deze passage door zijn geboortegrond zou je kunnen beschouwen als een ode aan Merckx. Korte ode, want het dorp is zo klein dat de renners er na vijf seconden wel weer doorheen zijn gefietst. Na deze passage gaan de renners richting Glabbeek en na een kilometer of 57 komen ze in Tienen uit. Het Vlaamse gedeelte van de etappe zit er al bijna op. De wegen hier zijn nog prima te doen. Alleen het stuk in de omgeving van de geboorteplaats van Eddy Merckx is wat minder. Een wat smallere weg, die typisch Belgisch is te noemen. Van die enorme stukken betonrot die net niet op elkaar aansluiten, lekker. Verder is het prima te doen. Tienen is nog wel een mooi stadje.

42839_OLV_ten_Poelkerk_Tienen.jpg

Na 70 kilometer koers verlaten we Vlaams Brabant en komen we terecht in Waals-Brabant. Dat is meteen te zien ook, van een fietsstrook is ineens geen sprake meer. In Vlaanderen heb je al pech als fietser, maar in Wallonië kan je helemaal de griep krijgen. De renners blijven over rechte wegen rijden. Veel bochtenwerk is er niet bij. De weg begint hier al langzaam een beetje op te lopen, maar daar zullen ze niet veel van merken. We rijden door het Waalse binnenland, op zoek naar de Maas. We komen een paar rotondes tegen, maar verder is er met de wegen hier niet veel aan de hand. Het zou nu al wat nerveuzer kunnen worden in het peloton, want na het bereiken van de Maas bij Andenne krijgen we bijna de eerste klim van de dag en dus ook meteen de eerste klim van deze Tour. Na een tijdje vals plat dalen de renners af richting Andenne en bij het verlaten van Andenne begint de klim al meteen.

vue-andenne.jpg

De eerste beklimming van de Tour de France van 2015 is de Côte de Bohissau is een beklimming van de vierde categorie, dus veel punten zijn hier niet te verdienen. Het is een klim die vaak voorkomt in de Waalse Pijl. De finale van deze rit is wel redelijk vergelijkbaar met de finale van de Waalse Pijl. Het verschil is dat deze rit een stuk korter is en er totaal geen klimmetjes zitten in de eerste 100 kilometer. Korte etappes zijn wel vaak een garantie voor meer spektakel, dus wie weet wordt deze rit veel leuker dan de gemiddelde Waalse Pijl. De klim naar Bohissau is 2,4 kilometer lang en 5,5% gemiddeld. Stelt dus eigenlijk niks voor, als je het vergelijkt met de Muur van Huy. Boven in het gehucht Bohissau is het nog 50 kilometer tot de streep. We blijven een tijd op een soort van plateau rondrijden. Het gaat af en toe wel een paar meter omhoog en een paar meter naar beneden, maar van echte klimmen of afdalingen kunnen we niet spreken. Dit blijft zo tot de tussensprint in Havelange, na 128 kilometer. Deze tussensprint loopt enigszins omhoog, goede kans voor de Degenkolbjes en de Sagannetjes van deze wereld om nog wat punten te smokkelen.

799px-Havelange_JPG001.jpg

De tussensprint ligt wel net buiten Havelange en eigenlijk rijden we ook gewoon langs Havelange af. We gaan ons nu wel echt opmaken voor de finale van deze etappe. Na Havelange gaat er afgedaald worden tot het welbekende Pont de Bonne. In Pont de Bonne is het nog ongeveer 20 kilometer tot de streep en wordt het tijd voor de finale van de wedstrijd. De finale gaat beginnen met de Côte d'Ereffe. Weer een beklimming van de vierde categorie, 1,6 kilometer aan 7% gemiddeld. Kleine uitloper nog daarna een een procentje of drie. In de Waalse Paal was dat tot dit jaar vaak de voorlaatste beklimming. Nooit een klim waar veel gebeurde, dat valt nu ook niet echt te verwachten. De spanning en sensatie zal dan eerder moeten komen van een klim die we dit jaar voor het eerst in de Waalse Pijl zagen: Côte de Cherave. De top van de vorige klim lag na 143 kilometer koers, op 16 kilometer van de streep. 11 kilometer verderop komen we boven in Cherave, op 5,5 kilometer van de streep. De Côte de Cherave is ook weer een klim van de vierde categorie, maar wel de lastigste tot nu toe. Slechts 1,3 kilometer, maar wel gemiddeld 8%, met stukken boven de 10%. In de Waalse Pijl van dit jaar zagen we dat er hier wel wat kan gebeuren. Het maakt de finale in ieder geval wat lastiger en de sprint richting Huy wat minder georganiseerd.

cherave.jpg

Een korte afdaling over een redelijk smalle weg volgt. Een paar bochten, maar echt lastig is het niet te noemen. Na 2,5 kilometer dalen komen de renners beneden en is het nog drie kilometer tot de streep. Eenmaal in Huy begint het al licht op te lopen, maar de laatste kilometer gaat het echt los. In totaal is de klim 1,3 kilometer lang en gemiddeld 9,6%, maar vooral de laatste kilometer is echt buitensporig steil. Zo'n beetje 600 meter van de streep gaat het echt los. De renners krijgen een paar bochten en hier gaan we richting de 20%. Hier plaatst de winnaar vaak de beslissende demarrage. Tenzij Valverde wint, dan komt de demarrage pas op 100 meter van de streep. Richting de top vlakt het af, maar dit is vaak het stuk waar mensen er nog doorzakken of juist sterk opkomen. Eerst zijn de springveren in het voordeel en richting de top moet je dan nog even wat groter kunnen schakelen.

PROFILCOLSCOTES_1.png
144111_PIC531931839.jpg

De Muur van Huy is een bekende muur voor iedere wielervolger. Het is al jaren het eindpunt van de Waalse Pijl. Vaak is de Waalse Pijl de saaiste koers van allemaal. 200 kilometer lang zit je naar niks te kijken, dan sprinten ze even in een paar minuten die muur op en is de koers voorbij. De organisatie is er wel mee bezig om daar een oplossing voor te vinden, zo is dus dit jaar de Côte de Cherave aan het parcours toegevoegd. Leverde niet meteen iets op. Er gingen wel wat jongens in de aanval, een Tim Wellens bijvoorbeeld. Leverde hem niet veel op, hij werd teruggepakt op de Muur van Huy, waar hij volledig stilviel. Vroeg demarreren is natuurlijk best wel een risico als je nog over zo'n muur moet. Tijdens deze rit zou ik ook niet meteen een spervuur aan demarrage verwachten. Waarschijnlijk wacht iedereen weer tot de Muur en dan heb je grote kans dat je dit beeld weer gaat zien. Zou dan voor de derde keer achter elkaar zijn.

164338_kristoff-15.jpg

In 2014 was Alejandro Valverde al de sterkste op de Muur van Huy en in 2015 deed hij dat dunnetjes over. In 2014 wist hij zelfs het record op deze muur te zetten. We horen heel veel over het nieuwe wielrennen, maar Alejandro reed in 2014 dus bijvoorbeeld sneller dan de lolbroeken van Gewiss in 1994 en iedere andere willekeurige winnaar in de jaren daarna. Een paar maanden geleden zagen we een hele afwachtende koers op de Muur. Normaal gaat er 500/600 meter voor de streep wel iemand aan, maar nu bleef iedereen naar elkaar kijken tot de laatste hectometers. Pas op 150 meter van de streep ging Valverde echt aan en niemand kreeg het voor elkaar bij hem in de buurt te komen. De Franse grapjas Lollerphilippe werd derde, voor Albasini. Albasini is er nu ook bij, je kan hem dus opschrijven. Kelderman werd netjes tiende, hij kan dit soort werk dus ook wel aan. Voor Valverde was het zijn derde overwinning in Huy. Kan nu zomaar de vierde worden. De Waalse Pijl van dit jaar was ook meteen de terugkeer van Gesink. We hopen dit beeld weer te zien.

144014_kristoff-6.jpg

Huy is voor de vierde keer onderdeel van de Tour de France. Drie keer eerder vertrok er een rit in deze Waalse stad met 21.000 inwoners in de provincie Luik. In 1995 was er een tijdrit van Huy naar Seraing, die werd gewonnen door Miguel Indurain. Zes jaar later, in 2001, won Laurant Jalabert een rit die uit Huy vertrok en eindigde in Verdun. Robbie McEwen won in 2006 een rit die het vertrek kende in Huy. Nu voor het eerst in de Tour een aankomst in Huy en dan ook meteen op de Muur. De Waalse Pijl heeft een erelijst met winnaars waar je spontaan zelf licht van gaat geven. Wat dacht u van Danilo Di Luca, Davide Rebellin, Giorgio Furlan, Moreno Argentin, Laurent Jalabert, Lance Armstrong, Michele Bartoli en ga zo maar door. Vooral Moreno Argentin moet genoemd worden. Hij won de beste editie van de Waalse Pijl, die van 1994. Met twee ploeggenoten, Evgeni Berzin en Giorgio Furlan, reed hij weg uit het peloton op de Muur van Huy. Meer dan 70 kilometer reden ze alleen op kop en wisten ze die monstervlucht grandioos af te ronden. Goed spul, dat EPO. De laatste jaren is het vooral een Spaans feestje in Huy. Alejandro Valverde won in 2014 en 2015. In 2013 was Dani Moreno de sterkste en het jaar daarvoor Joaquim Rodriguez. In Huy wint meestal wel de sterkste renner, hoewel je af en toe een Igor Astarloa of een Kim Kirchen uit het niets hebt. Tijdens deze rit zal het waarschijnlijk wel voor een van de favorieten zijn.

4730472931_76ef278c21_o.jpg

Het weer zal in ieder geval een stuk beter zijn dan tijdens de tweede rit. Graadje of 26, geen neerslagen en niet zo gek veel wind. Prima vol te houden allemaal. De renners zullen 13:10 vertrekken en Sporza zal er dan ook meteen bij zijn. We zitten nu in België, dus de Belgjes worden nog enthousiaster dan ze al waren. Ze zullen hopen op een nieuwe Belgische overwinning, de laatste in Huy is alweer van 2011, toen Gilbert zijn mutantenjaar had. Misschien dat Tim Wellens nu weer gaat aanvallen, maar het dan wel kan afronden. Tussen 17:08 en 17:27 worden de renners aan de streep verwacht. Een half uurtje eerder worden ze bij de Côte d'Ereffe verwacht. Dat lijkt me wel een geschikt moment om je tv aan te slingeren. De rest van de etappe lijkt op papier minder interessant en de praktijk van de Waalse Pijl toont ook aan dat je vaak urenlang naar niets zit te kijken.

Deze etappe schreeuwt natuurlijk om een paar Spaanse en Colombiaanse springveren. De Colombiaanse springveren zijn nu wel wat afwezig alleen. Arredondo reed goed in 2014, maar is dit jaar wat minder. Voor Quintana is dit niet echt weggelegd. Hij moet het echt van de langere klimmen hebben, zo explosief is hij eigenlijk niet. We zullen het toch vooral in Spanje moeten zoeken en dan kom je bij twee logische namen uit, Valverde en Rodriguez. Als je kijkt naar hun prestaties van dit jaar is Valverde duidelijk de grote favoriet. Als je weer kijkt naar de Waalse Pijl van dit jaar moet je ook Albasini noteren. Rodriguez werd toen vierde. Fuglsang werd achtste, hij kan dit werk dus ook wel aan. Bij Astana zal de aandacht alleen wel uitgaan naar Nibali. In de Waalse Pijl van dit jaar zakte hij er flink doorheen en werd hij pas 20e. Toch zijn we nu een paar maanden verder en heeft Nibali in de Tour altijd veel meer vorm dan de maanden daarvoor. Dan Martin is ook een interessante naam. Hij viel vooral in 2013 op in de Waalse Pijl. Hij werd vierde, maar reed wel zo'n beetje de snelste beklimming. Zijn positionering is vaak waardeloos en daardoor vergooit hij vaak zijn kansen. Of hij glijdt uit in de laatste bocht, dat kan ook nog. In 2014 werd hij tweede, achter Valverde. Zijn positionering was toen weer niet optimaal. Als je Dan Martin die in goede vorm steekt goed afzet kan hij gewoon winnen. In 2014 liet Kwiatkowski ook zien dat hij dit werk kan, maar de vorm lijkt hij nu nog niet te hebben. Contador heeft al een aantal jaar niet meer de Waalse Pijl gereden, maar wist in 2010 nog derde te worden. Eigenlijk kunnen alle favorieten voor de eindzege dit wel. Froome heeft zijn zwalkende tijden van 2009 ook achter zich gelaten. Alleen Quintana is een vraagteken. Hij gaat niet op minuten gereden worden, natuurlijk niet, maar ik verwacht hem in ieder geval niet bij de eerste tien. Een andere interessante renner om in de gaten te houden is onze eigen Tom Dumoulin. Hij zal niet gaan winnen, maar heeft wel een reële kans om de gele trui te pakken. Dit is echt te zwaar voor Martin en Cancellara en hij heeft genoeg voorsprong op de jongens achter hem om hier gewoon de trui te pakken. Zonder pech moet dit lukken.
1. Valverde. Piti gaat natuurlijk voor drie op een rij. Dat Quintana eigenlijk de kopman is zal hem niet lekker zitten, die gaat natuurlijk voor zijn eigen kans rijden. Ik denk dat we met z'n allen vloeken voor de tv gaan zitten met het broekje aan.
2. Rodriguez. Indrukwekkend is hij dit jaar nog niet echt. Goed, hij won de Ronde van het Baskenland en heeft ook best goede uitslagen, maar het is allemaal een beetje onzichtbaar. Hij werkt zich als een Zubeldia naar voren. Zijn tijdrit in Utrecht was slecht, maar dat viel te verwachten. Dat hij de boot mist in de waaiers is ook logisch. Nu kans om te laten zien dat hij toch goed in vorm is.
3. Albasini. Is al een paar keer best dicht in de buurt van de zege geweest in Huy. Toch is er altijd wel iemand die harder die Muur op kan vliegen. Nu ook natuurlijk, maar wel een leuke poging.
4. Dan Martin. Ik weet niet echt hoe het met zijn vorm zit. Als hij goed in vorm is kan hij met de besten mee naar boven. Moet hij zich wel een beetje goed plaatsen, dat is vaak nogal lastig voor hem. In de Dauphiné reed hij wel aardig, maar de afgelopen dagen reed hij bepaald niet goed. Hij mag het nu laten zien.
5. Contador. Bertje kan dit gewoon. Hij laat het niet vaak zien, maar die korte steile dingen liggen hem ook wel. Alles ligt hem wel, zo kan je het ook zeggen. Zal niet voor de overwinning gaan, maar kan stiekem toch al een paar seconden pakken op enkele concurrenten.

Etappe 4: Seraing - Cambrai, 223,5 km

Voor het eerst sinds de prehistorie hadden we weer eens kans op een gele trui, maar dat liep niet helemaal goed af. Tom Dumoulin maakte een slechte buikschuiver en dat leverde hem een breuk in zijn schouder op. Tour voorbij en vooral de kans op een gele trui. Er vielen nog meer slachtoffers, vooral bij Orica-GreenEDGE. Nu al medelijden met die jongens met het oog op de ploegentijdrit. Ook Cancellara zijn we kwijt, dat is toch wel jammer. Vooral als je kijkt naar de etappe die we nu gaan krijgen. Etappe 3 bracht eigenlijk wat je kon verwachten van een koers richting Huy. Urenlang gebeurt er niets en aan het eind wint een Spanjaard. Redelijk voorspelbaar, hoewel het dan wel weer enigszins verrassend was dat Rodriguez won en niet Valverde. Piti lijkt niet zo sterk en dat kan je ook zeker zeggen van Contador. Bertje moet nog flink aanpoten wil hij wat gaan bereiken in de bergen. Voor we bij die bergen komen heeft hij nog wel wat tijd, hoewel hij vast ook niet vrolijk zal worden van deze etappe. We keken lang uit naar de tweede etappe in Zeeland, maar deze etappe zit ook al een tijdje in het achterhoofd van veel mensen. Na de prachtige overwinning van Lars Boom vorig jaar in de kasseienrit krijgen we nu een nieuwe kasseienrit. Weer een beetje Parijs-Roubaix in de Tour en dat is eigenlijk best fantastisch.

y8Vzn68.png
PROFIL.png

De start van de langste etappe van deze Tour de France is in Seraing, net onder Luik. Het is een van de twee etappes met een lengte boven de 200 kilometer. Seraing is een stad met 64.000 inwoners en is al vaker voorgekomen in grote rondes. Zelfs de Giro is hier eens geweest, dat was in 2006. Die Giro begon met een proloog in Seraing en deze proloog werd gewonnen door Paolo Savoldelli. In de Tour is men zelfs al drie keer in Seraing geweest. In 1995 voor het eerst, toen er een tijdrit van Huy naar Seraing was, gewonnen door Miguel Indurain. In 2001 was er een rit van Antwerpen naar Seraing, gewonnen door Erik Zabel. De Tour van 2012 startte in België, met een proloog in Luik. Een dag later zou de rit eindigen in Seraing en deze rit werd gewonnen door Peter Sagan. Dat was een lastige aankomst, het liep redelijk pittig omhoog in de laatste twee kilometer. Cancellara ging vroeg in de aanval en alleen Sagan en Boasson Hagen waren in staat te reageren. Vervolgens won Sagan dat sprintje makkelijk. Voor Sagan was het zijn eerste overwinning in de Tour. Nu geen lastig parcours in Seraing, we starten langs de Maas en blijven die rivier een tijd volgen. Seraing is verder vooral een typische Waalse industriestad en dus eigenlijk het aanschouwen niet waard.

PC042560_3_ilm.jpg

Na de start aan de rand van Seraing rijden we een tijdje langs de Maas, met aan de linkerkant vooral veel industrieterrein. Aan de overkant is het uitzicht nog wel prettig. Vooral naar rechts kijken dus. Als het kasteel van Chokier is te zien mogen de renners echt aan de koers gaan beginnen. Van Seraing rijden we naar de finishplaats van etappe 3, Huy. We blijven langs de Maas rijden en komen na een kilometer of 30 uit in Andenne, waar de renners tijdens de derde etappe ook al door zijn gekomen. Vervolgens fietsen ze nog 20 kilometer langer langs de Maas voor ze in Namen uitkomen. In Namen krijgen we de eerste en ook meteen enige klim van de dag, er gaat geklommen worden naar de prachtige Citadel van Namen. Deze citadel is een begrip in België. In de winter is er een veldrit op de flanken van de citadel en in september is er ieder jaar een redelijk bekende wedstrijd, GP de Wallonie. Enkele bekende namen op de erelijst zijn Greg van Avermaet, Jan Bakelants en Philippe Gilbert. Best een pittig klimmetje, in die wedstrijd zorgt het toch altijd wel voor de nodige verschillen. Nu zal het wel een rustige passage worden.

44935761.jpg

Om de citadel te bereiken hebben we de Maas over moeten steken. Die rivier komen we niet meer tegen. Met een omweg gaat het nu richting Frankrijk, met een boog om Charleroi heen. Na Namen gaat het een hele tijd rechtdoor, we passeren enkele dorpjes van weinig betekenis. In Sombreffe staat nog wel een kasteel, dat zal vast de revue passeren. Na een kilometer of dertig rechtdoor slaan we linksaf en gaat het pas echt richting Frankrijk. Tot nu toe was de weg best aardig, maar nu krijgen we een paar flinke stroken Belgisch beton. Ligt er flink slecht bij, zoals het hoort in België. We gaan nu op weg naar de eerste kasseienstrook van de dag. Na exact 100 kilometer komen de renners aan in Pont-à-Celles. Vlak na Pont-à-Celles krijgen we een strook van 1800 meter richting Gouy-lez-Piéton. Dit is strook 7, dat wil zeggen dat er hierna nog zes gaan komen. Op de volgende strook moeten we nog wel een kilometer of 80 wachten, dus hier zal niet veel gaan gebeuren. Ook al niet omdat deze strook er best goed bij ligt.

8XVDyub.png

Na deze strook komen we weer op asfalt terecht, maar niet echt asfalt om vrolijk van te worden. Sommige wegen verkeren hier in een slechte staat en er komen wat meer bochten in het parcours. Via Chapelle-lez-Herlaimont rijden de renners naar Binche. Binche is de stad met de best bewaarde stadsmuren van België. Het is ook de stad waar de Mémorial Frank Vandenbroucke eindigt, een wedstrijd tussen Doornik en Binche die afgelopen jaar nog werd gewonnen door Zdenek Stybar. Vanaf Binche is het een lange rechte streep tot Frankfrijk. Vlak voor de grens krijgen we nog de tussensprint van de dag, in Havay. Bij Bois-Bourdon bereiken we de grens en rijden we pas op de vierde dag van deze Tour voor het eerst in Frankrijk rond. Een paar kilometer volgen we exact de grens, maar daarna duiken we dan toch echt helemaal Frankrijk in. Rechtdoor over het Franse platteland richting Bavay. Daar komen we na 150 kilometer koers aan. Nog 25 kilometer tot de finale gaat beginnen. Iets meer dan tien kilometer na Bavay komen de renners door het vestingsstadje Le Quesnoy.

2014-02-28-le-quesnoy-800.jpg

Nog 12 kilometer tot strook 6. Van Le Quesnoy rijden we naar Ruesnes en daarna snel door richting Sepmieres. Hier zijn de wegen nog prima, maar daar komt snel verandering in. Na 175 kilometer koers, op een kleine 50 kilometer van de streep rijden de renners door het kleine dorpje Artres. Net buiten Artres slaan de renners rechtsaf en komen ze op de Rue de Bermerain terecht. Dit is kasseistrook nummer 6. De strook is slechts 1,2 kilometer lang, maar deze strook ligt er wel vrij slecht bij. Het is een smal strookje, maar dus wel redelijk kort en zonder bochten. Na 178 kilometer koers komen de renners uit in Famars en is het tijd om de schade op te meten. Als iemand hier al tijd verliest is er maar weinig tijd om nog terug te keren, de volgende strook volgt al snel.

QIrKngl.png

In Famars zelf maken de renners een bocht van 180 graden en gaan ze de andere kant op, richting strook 5. Amper vijf kilometer na strook 5 is het al meteen tijd voor strook 4. Van Famars wordt er over een grote weg naar Quérénaing gereden. In Quérénaing wordt er rechtsaf geslagen, richting Verchain-Maugré. Het eerste deel van deze weg is best goed, maar na de laatste huizen van Quérénaing houdt de weg op en blijft er alleen een kasseienpad over. De strook is 1,6 kilometer lang en daarmee een stukje langer dan de vorige strook. Van een weg die een paar meter breed is moeten de renners ineens over een weg die amper een meter breed is, dus zal het wel weer een hele sprint worden richting deze strook. Het is een strook die wel eens is voorgekomen in Parijs-Roubaix. In de editie van dit jaar kwam deze strook na 130 kilometer koers, van de 253 kilometer in totaal. Een strook om op te warmen dus. Dat blijkt ook uit het aantal sterren dat deze strook krijgt. Iedere strook in Parijs-Roubaix krijgt sterren, van 1 tot 5. 1 stelt niets voor en 5 is extreem zwaar. Deze strook krijgt drie sterren. Is dus geen makkelijke strook, maar ook geen hele zware.

CCYvuRwWgAAFW__.jpg:large

Aangekomen in Verchain-Maugré mogen de renners bijna meteen over de volgende strook. Deze strook brengt ze van Verchain-Maugré naar Saulzoir. Twee kilometer na het verlaten van strook 5 beginnen de renners aan strook 4. Deze strook is 1200 meter lang. Dit is een strook die ook wel eens is voorgekomen in Parijs-Roubaix. Dit jaar niet, maar in 2014 nog wel. Kreeg de vorige strook nog drie sterren, is dit er eentje die twee sterren krijgt. Stelt dus technisch gezien niet zo heel voor. De moeilijkheid zal hem nu vooral zitten in de opeenvolging van stroken. Er is eventjes geen moment om te herstellen of op te schuiven. Deze strook is net als de vorige strook vrij recht, voorlopig geen lastige bochten voor de renners.

Bk2iAB9IUAAa0c7.jpg:large

In Saulzoir, na het verlaten van de kasseien, hebben de renners 189 kilometer afgelegd. Nog 34 kilometer en drie kasseinstroken te gaan. Het is een kilometer of 8 tot de volgende strook. Eventjes wat rechte, brede wegen voor de renners. Een mogelijkheid om een eventueel opgelopen achterstand zien kwijt te raken. Via Haussy rijden de renners naar Saint-Python en daar krijgen ze weer een nieuwe strook. In Saint-Python slaan de renners rechtsaf en komen ze op de Chemin Nungesser terecht. Dit is een kasseienstrook van 1500 meter die met enige regelmaat voorkomt in Parijs-Roubaix. Maakt eigenlijk steevast deel uit van deze prachtige klassieker. Een van de eerste stroken van de koers, nu een van de laatste. Het is een makkelijke strook, krijgt maar twee sterren. De keien liggen er relatief goed bij, voor zover keien er goed bij kunnen liggen. Deze strook is best makkelijk, maar het zal hier toch heel erg nerveus zijn, want de strook hierna kan wel eens een hele belangrijke worden.

2PgITCJ.png

Na het verlaten van strook 3 mogen de renners welgeteld één hele kilometer over asfalt rijden voor ze aan strook 2 beginnen. De renners komen weer terecht op een strook die vaak voorkomt in Parijs-Roubaix, de strook richting Quiévy. Normaal gesproken rijdt men in Parijs-Roubaix eerst van Quiévy naar Saint-Python, nu is dat dus andersom. Normaal zijn deze stroken ook zo'n beetje de eerste stroken in Parijs-Roubaix, nu dus vol in de finale van een etappe. Deze strook krijgt in Parijs-Roubaix 4 sterren en is dus een hele zware strook. Dat komt met name door de lengte, deze strook is 3700 meter lang. Dat is verschrikkelijk lang, zeker als je het vergelijkt met de voorgaande stroken. De stenen liggen er wel redelijk goed bij, de slechtste stroken uit Parijs-Roubaix doen we dit jaar niet aan. Dit lijkt me toch wel de strook waar het moet gebeuren. Het is enorm lang en in korte tijd hebben we nu redelijk wat kasseien gehad. Van de afgelopen 25 kilometer zijn er 9 kilometer kasseien. Dan begint het ondertussen wel overal pijn te doen. Goed weer of slecht weer maakt dan niet uit, hier gaan verschillen worden gemaakt. Al was het maar door de paniek en de nervositeit die dit met zich meebrengt. Deze strook loopt wel enigszins omhoog, wat het misschien nog wat moeilijker maakt. Strook 2 heeft nog een flink moeilijke bocht halverwege. Na die bocht wordt de weg wat slechter, de steentjes zijn hier wat minder goed onderhouden. Aan het eind van de strook liggen er nog een paar subtiele bochtjes en vlak voor het bereiken van Quiévy moeten de renners eers nog over een smalle asfaltstrook die erg slecht is onderhouden. Na dat stuk krijgen ze nog een paar meter kasseien en komen ze als het goed is veilig aan in Quiévy.

QOXH8YQ.png
DoEFnx8.png

In Quiévy is het nog 20 kilometer tot de streep. Nog maar één strook te gaan, die komt over een kilometer of zes. Van Quiévy rijden de renners richting Saint-Hilaire-lez-Cambrai. Net voorbij dit dorpje slaan de renners linksaf bij een rotonde en komen ze op de laatste strook van de dag terecht. Een strook van Avesnes-les-Aubert naar Carnières. De strook is 2300 meter lang en verder heb ik eerlijk gezegd geen flauw idee. De autootjes van Google durfden niet over deze weg en verder krijg ik niet veel over deze strook gevonden. Ook nog eens een strook die niet in Parijs-Roubaix voorkomt, dus sterren kan ik er niet aan geven. Het is in ieder geval een strook met een paar kleine bochtjes, maar verder toch weer grotendeels rechtdoor.
Herman van der Zandt is hier wel geweest, getuige deze foto.

CHJMA6VWMAAHFRL.jpg:large

Bij het verlaten van deze strook is het nog 11 kilometer tot de finish. De laatste strook is geweest, dus de specialisten moeten tegen deze tijd het verschil hebben gemaakt. Strook 1 gehad, nu alleen nog maar asfalt. Als er flink oorlog is gemaakt op de kasseien het en peloton totaal verbrokkeld is dan zou 11 kilometer te kort zijn om alles nog samen te laten smelten. Als men niet zo hard rijdt over de kasseien of de kasseien in de praktijk niet lastig genoeg blijken te zijn krijgen we een massasprint, vooral door die 11 kilometer om nog het een en ander te organiseren. Toch denk ik dat de kasseien er zeker voor gaan zorgen dat er een hoop mensen in de problemen komen. Het zijn niet de lastigste stroken, maar veel echte specialisten zijn er niet bij. De stroken zitten ook redelijk dicht achter elkaar, het veld gaat sowieso uit elkaar geslagen worden. Is het niet door een Vanmarcke die aan de boom gaat schudden, dan wel door de onvermijdelijke valpartijen en ander oponthoud door stuurfouten. Vanaf Carnières gaat het redelijk rechtdoor richting Cambrai. Is in het nadeel van eventuele vluchters, je verdwijnt niet zo snel in beeld. Makkelijk om het overzicht te bewaren voor de achtervolgers. De slotkilometer is nog wel even gevaarlijk, met een paar flinke bochten en een rotonde.

S6zUQpZ.png

Na een rit van 223 kilometer met in de finale meer dan 11 kilometer kasseien komen de renners aan in Cambrai. De kasseien zijn niet de lastigste, maar toch moeilijk genoeg om de nodige verschillen te veroorzaken. De slotkilometers richting Cambrai kunnen nog wel voor een samensmelting her en der zorgen, maar zelfs met goed weer gaan er hier mensen tijd verliezen. Dat lijkt duidelijk. In de slotkilometer krijgen de renners nog drie kleine stukjes klinkers voor hun kiezen. Die liggen er verder wel goed bij, zal alleen een beetje glad zijn als het regent. Dat eerste stukje is net als de slotkilometer begint. Een meter of 500 verder dan weer 100 meter klinkers en de slotmeters zijn ook over klinkers. Vlak voor de finish ligt een vluchtheuvel, waardoor de weg ineens nog maar heel smal is. Zullen ze ongetwijfeld weghalen, anders is het niet te doen. De finish is voor het stadhuis.

WD6Nmht.png

Cambrai is een stad met 33.000 inwoners in de Franse regio Nord-Pas-de-Calais. Een stad die vooral bekend is vanwege de Slag bij Cambrai. In de Eerste Wereldoorlog werd in de omgeving van Cambrai nogal flink gevochten. De Duitsers hadden hier hun verdedigingslinie opgetrokken. De Britten wisten hier door voor het eerst gebruik te maken van tanks doorheen te breken. De eerste keer dat ze door deze linie wisten te breken was bij Cambrai, daarna werden ook de rest van de Duitse verdedigingslinie doorbroken. Dankzij tanks dus, in 1917. Cambrai heeft geen al te grote historie in de Tour, twee keer eerder vertrok hier een rit maar nog nooit kwam er een rit aan. In 2010 vertrok er een rit in Cambrai die eindigde in Reims. Een massasprint, die werd gewonnen door Alessandro Petacchi. In 2004 was Cambrai het decor van een ploegentijdrit die eindigde in Arras. Deze ploegentijdrit werd gewonnen door US Postal. Geen idee of we dat nog als een officiële overwinning moeten beschouwen nu Lance Armstrong overal is geschrapt. Tweede werd toen Phonak, die kunnen we ook moeilijk aanwijzen als winnaars eigenlijk. Illes - Balears - Banesto dan? Nee, doe ook maar niet. T-Mobile lijkt me ook een slecht idee, om over Team CSC en Rabobank nog maar te zwijgen. Liberty Seguros eventueel? Nee, ook totaal niet. Laat maar gewoon, niemand won de ploegentijdrit die vertrok in Cambrai. Hoewel, Euskaltel werd achtste. Morele winnaars! Cambrai is wel een mooi stadje verder, paar leuke kerken, nog een citadel. Stadhuis is ook prima. Niks mis mee.

clochers-10022_7.jpg

Voor een echt epische etappe hebben we regen nodig. Slecht nieuws: we krijgen waarschijnlijk geen regen. Er is een klein kansje op regen, maar dat is eigenlijk pas aan het eind van de middag. Het zal waarschijnlijk droog blijven, dat is best jammer. Ook wel weer logisch, het is bijna altijd droog als we over kasseien rijden, kijk maar naar de laatste edities van Parijs-Roubaix. De kasseienrit van vorig jaar was echt een uitzondering. Toch kan een droge kasseienrit ook leuk worden. Het is sowieso zwaar genoeg om een boel renners te lossen en de nervositeit alleen al zal voor genoeg spektakel zorgen. Door stof ploeteren is ook leuk. Het schijnt wel vrij hard te gaan waaien. Het gebied is wel best open, dus een klein kansje op waaiers is er wel. Ik vertrouw die weerberichten alleen nooit zo, dus in de praktijk zal het wel weer meevallen. Graadje of 27 in de middag, dat zijn we eigenlijk niet gewend bij kasseien maar ook wel een keer prima. Het is een lange etappe, dus de renners vertrekken vrij vroeg. Om 12:00 vertrekken ze in Seraing en vijf minuten later is de echte start. De finale gaat beginnen tussen 16:07 en 16:31, dan worden de renners bij strook 6 verwacht. Tussen 17:10 en 17:40 is de verwachte finish in Cambrai. Sporza is er om 14:15 bij, de NOS vijf minuten eerder.

De jongens die we vaak in Parijs-Roubaix vooraan zien rijden zullen we hier waarschijnlijk weer gaan zien. Het is zwaar, maar niet superzwaar. Door een gebrek aan regen zal het voor een Vanmarcke lastig worden om jongens als Degenkolb, Sagan en Kristoff te lossen. Ik verwacht uiteindelijk een uitgedunde groep, een flink uitgedunde groep. Er zullen vast weer enkele jongens wegvallen door een lekke band of een valpartij, maar de meeste sterke sprinters zullen er nog wel bij zijn. Vanmarcke gaat ongetwijfeld flink aan de boom schudden. Dit zal hij dan moeten doen op de stroken van Saint-Python en Quiévy. Ideale moment om het veld flink uit te rammelen, in totaal 5 kilometer kasseien met maar één kilometer asfalt tussendoor. Dat gaat denk ik het belangrijkste moment zijn. Als het veld daar volledig uit elkaar is geslagen krijgen we een mooi slot. Als daar alles een beetje bij elkaar blijft krijgen we een uitgedunde massasprint.
1. Vanmarcke. Sep heeft de gunfactor. Ik gun hem een mooie overwinning in de Tour. Sep is iemand die altijd koers maakt, maar daardoor zichzelf vaak voorbij fietst. Toch is die jongen een van de redenen om je tv aan te zetten met het broekje naar beneden tijdens de klassiekers. Hopelijk koerst hij morgen weer zonder verstand en gaat hij gewoon vol met de oogkleppen op er vandoor. Je moet hem niet op een andere manier laten koersen, dat zit niet in hem. Hij zal eeuwig tactisch dom blijven. Wel een prachtige coureur. Hup Sep.
2. Degenkolb. Als je Parijs-Roubaix wint is dit natuurlijk een peulenschil. Zoals hij in Parijs-Roubaix reed was best indrukwekkend. Reed in zijn eentje een gat dicht. Bleek meer te zijn dan een afwachtende sprinter. Zal morgen dus vast ook niet te beroerd zijn om initiatief te nemen als er een groepje wegrijdt. De sterke renners op de kasseien maar mindere sprinters zullen hun best moeten doen om Degenkolb te lossen, anders is het een kansloze zaak.
3. Sagan. Ook Sagan komt altijd goed over de kasseien, maar heeft de laatste tijd wel steeds meer moeite om nog eens iets af te maken. In het voorjaar ging het licht vaak uit in de finale. Dit is weer een lange rit, dus de kans bestaat dat het licht weer uitgaat bij Sagan. Lijkt nu wel redelijk goed in vorm en de kasseien moet hij makkelijk overleven. Winnen is lastig, er is altijd wel een Degenkolb of een Kristoff bij. Die jongens kan hij verslaan, maar vaker niet dan wel de laatste tijd.
4. Kristoff. IJzersterke renner, maar heeft het deze Tour nog niet te pakken. Mist de slag in Zeeland en komt in Huy op een minuut of 12 binnen. Wel iemand die bijna niet meer te lossen is op de kasseien en dan in de sprint altijd gevaarlijk is. Dit jaar al 500 keer gewonnen ofzo, kan morgen zomaar 501 zijn.
5. Stybar. Als je tweede wordt in Parijs-Roubaix, verdien je een vermelding. Alleen even afwachten of hij voor zichzelf moet rijden of dat hij op Uran moet passen. In principe heeft Etixx genoeg mensen om op Uran te letten, dus zou ik Stybar een vrije rol geven. De laatste jaren een van de sterkste renners op de kasseien. Ook nog eens vrij rap, een man om rekening mee te houden.

Etappe 5: Arras Communauté Urbaine - Amiens Métropole, 189,5 km

Daags na de kasseienrit krijgen we de eerste echte etappe voor de sprinters. De etappe in Zeeland was er al een, maar door de waaiers waren niet alle sprinters van de partij. Nu zou dat wel moeten lukken. We gaan een gebied passeren dat getroffen is door de Eerste Wereldoorlog. We doen zo'n beetje ieder belangrijk monument in deze regio aan. Een ode aan de mensen die Frankrijk hebben beschermd 100 jaar geleden, waardoor we nu deze grote ronde kunnen fietsen.

CFhdNgV.png
PROFIL.png

De vijfde etappe start in Arras, een stad met 45.000 inwoners die vorig jaar ook al vereerd werd met een bezoekje. De zesde etappe van de Tour van 2014 startte ook in Arras. Toen moesten we richting de Alpen, dus moesten we naar het zuidoosten. We kwamen toen in Reims uit. Nu gaan we naar Bretagne en daarna richting de Pyreneeën, dus moeten we richting het zuidwesten. Vandaag is Amiens de finishplaats. De zesde rit in de Tour van 2006 werd gewonnen door Andre Greipel. In 1991 vertrok er ook een rit uit Arras, richting Le Havre. Thierry Marie won die rit. Eén keer kwam er een rit aan in Arras, dat was de ploegentijdrit van 2004. Een ploegentijdrit die door niemand werd gewonnen, tot die conclusie kwam ik tijdens de vorige voorbeschouwing al. Arras is best een mooi stadje, maar de absolute trekpleister is de citadel. Daar vertrekt de Tour iedere keer als er hier een rit is en dat is nu niet anders. Vorig jaar was dat vertrek op de citadel, nu ervoor. De renners rijden tijdens de neutralisatie door het centrum van Arras en buiten Arras gaat de koers dan echt beginnen.

Arras-place_des_h%C3%A9ros.jpg

Na zoveel etappes met een verhaal krijgen we nu waarschijnlijk een etappe zonder verhaal. De eerste echt typische Touretappe. Normaal hebben we in de eerste week van de Tour altijd vijf vlakke ritten, maar dit is pas de tweede van deze Tour. De eerste vlakke rit was natuurlijk in Zeelanden werd door het weer spectaculair. Dit moet dan de eerste echte massasprint gaan worden, zonder heuveltjes, kasseien en wind. We gaan fietsen door een gebied waar flink is gevochten tijdens de tweede wereldoorlog. Na een kleine 15 kilometer koers merken we dat al meteen als we langs Notre Dame de Lorette komen. Het is de grootste Franse militaire begraafplaats. Dit gebied was belangrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog omdat het strategisch op een heuvel lag. Er zijn hier drie flinke gevechten geweest, de drie gevechten van Artois. Er vielen heel veel slachtoffers. In totaal liggen hier meer dan 40.000 soldaten op de begraafplaats en in het ossuarium.

necropole-nationale-de-notre-dame-de-lorette.jpg

We rijden verder door het gebied waar in de Eerste Wereldoorlog enorm is gevochten. We komen langs een Canadese begraafplaats en Virny, waar nog oude loopgraven te vinden zijn. Niet veel later rijden we door Neuville-Saint-Vaast, waar een Deutscher Soldatenfriedhof te vinden is. Kwamen we net langs de begraafplaats met de meeste Franse soldaten, is dit weer de begraafplaats met de meeste Duitse soldaten. Bijna 45.000 Duitse soldaten liggen begraven op deze militaire begraafplaats. Alle slachtoffers van de gevechten rond Artois en Arras liggen hier. In de buurt zijn nog veel meer militaire begraafplaatsen, maar deze is uitzonderlijk door het grote aantal soldaten dat hier begraven ligt.

WWI-cemetary.jpg

Er wordt richting het zuiden gefietst en voorlopig komen de renners wat minder begraafplaatsen tegen. Her en der nog wel een kleinere, maar de grote begraafplaatsen bewaren we even. Tot de tussensprint eigenlijk, die is na 90 kilometer in Rancourt. Het gaat een kilometer of 50 praktisch rechtdoor richting het zuiden, richting de rivier Somme. In de omgeving van deze rivier is in de Eerste Wereldoorlog enorm veel gevochten. In Rancourt zijn drie begraafplaatsen te vinden. Eén voor de Fransen, één voor de Duitsers en één voor de Britten. Na de tussensprint rijden we langs het Nécropole de Rancourt, een militaire begraafplaats waar meer dan 5000 graven zijn en in totaal 8500 personen liggen. Een van de grootste begraafplaatsen in het gebied van de Somme.

72789887.jpg

Van Rancourt rijden we richting de Somme en bij Cléry-sur-Somme bereiken we die. Daarna fietst men richting Péronne, een stad die vorig jaar ook werd gepasseerd in de rit met start in Arras. In Péronne is een groot museum te vinden over de strijd die in deze regio werd uitgevochten in de Eerste Wereldoorlog. De Slag aan de Somme was een grote slag waarbij meer dan één miljoen slachtoffers vielen. In het Historial de la Grande Guerre in Péronne kan je hier de nodige informatie over vinden. Na Péronne steken we de Somme over en fietsen we richting Herbécourt. In ieder dorpje dat we hier passeren is wel een militaire begraafplaats te vinden, hier weer een kleine voor wat Britse soldaten. Voorbij Herbécourt wordt de Somme weer overgestoken en fietst het hele zooitje richting Combles. Er wordt weer door een redelijk open gebied gefietst, kan eventueel nog interessant worden. Na Combles komen we door Ginchy en niet lang daarna is het weer eens tijd voor een militaire begraafplaats. In de streek die doorkruist wordt vochten niet alleen de Duitsers, Britten en Fransen, ook nog veel soldaten uit andere landen. We fietsen langs het Bois Delville, een klein bos in de buurt van het dorpje Longueval, waar in de Eerste Wereldoorlog werd gevochten. Meer dan 3000 soldaten van de eerste Zuid-Afrikaanse infanterie brigade raakte in dit bos in een gevecht verwikkeld met de Duitsers. Liep niet goed af voor de Afrikanen, maar 750 manschappen wisten het te overleven. Er is hier een begraafplaats en een oorlogsmonument te vinden voor de gevallen Zuid-Afrikanen.

The_South_Africa_(Delville_Wood)_National_Memorial-2.JPG

Bij dit monument hebben we 126,5 van de 189,5 kilometer gehad. Nog een kilometer of 60 dus. Van Longueval naar Martinpuich over grotendeels rechte wegen. Af en toe een paar bochten, maar toch grotendeels rechtdoor. De begraafplaatsen en oorlogsmomumenten blijven je om de oren vliegen. In Thiepval is weer een groot monument te vinden. Dit is een monument opgedragen aan 72.000 vermiste Britse en Zuid-Afrikaanse soldaten. Bovendien zijn er ook nog wat graven te vinden. Het is het grootste Britse oorlogsmonument ter wereld, le Mémorial franco-britannique de Thiepval valt vooral op door de grote boog. De renners passeren hier op 50 kilometer van de streep.

CIMG0104.JPG

Van Thiepval fietsen we richting Albert. Albert is een van de plaatsen die het zwaarst werd getroffen tijdens de Slag aan de Somme. Net als Péronne was het een plaats die de Fransen en Britten hadden uitgekozen om een doorbraak te forceren. De hoogvlaktes in de buurt van Albert zouden een goede plaats moeten zijn om door te kunnen breken en een eind te kunnen maken aan de loopgravenoorlog. In Albert is natuurlijk ook weer genoeg te vinden dat aan deze Slag aan de Somme doet denken. Museumpje links, monumentje rechts. Het zal uitgebreid in beeld worden gebracht. Na Albert rijden we verder richting het zuiden, weer terug naar de Somme. Bij Sailly-Laurette, op 30 kilometer van de streep, passeren we de Somme weer en gaat het richting het westen, richting Amiens. Voor we Amiens bereiken fietsen we eerst nog langs Villers-Bretonneux. In de omgeving van dit dorp is ook gevochten. Het was het eerste gevecht met tanks aan beide kanten. De Duitsers handelden snel na de intrede van de Britse tanks en in 1918 hadden ze zelf ook zulke mogelijkheden. De Duitsers versloegen hier de Britten en wisten Villers-Bretonneux in te nemen. In de nacht na de overwinning kwam er echt een Australisch groepje soldaten aan die Villers-Bretonneux weer wisten te heroveren. Veel soldaten kwamen om het leven en ter ere van die jongens is er hier een monument. Mémorial national australien, waar meer dan 700 Australische soldaten begraven liggen.

Memorial-australien-Villers-Bretonneux_lightbox.jpg

We zijn nu op 20 kilometer van de streep. Bij Daours, waar ook weer een militaire begraafplaats is, steken we nog een keer de Somme over en is het nog een kilometer of 14 tot Amiens. De weg richting Amiens is enorm recht. In de laatste 14 kilometer krijgen ze te maken met twee echte bochten en een paar rotondes. Dat is het, verder gewoon immer geradeaus. Dit gebied is enorm open, met een beetje flinke wind kan het misschien nog leuk worden, maar laten we niet iedere dag op waaiers gaan rekenen. Op zes kilometer van de meet krijgen de renners kort achter elkaar twee rotondes en een kilometer later weer een. Dan gaat het twee kilometer rechtdoor, tot er op 2,5 kilometer van de finish een scherpe bocht naar links is. Hier komen de renners op een brede weg terecht bijna twee kilometer rechtdoor gaat. Op een meter of 400 van de streep volgt er een flauwe bocht naar rechts en is het vervolgens rechtdoor richting de streep. In principe een redelijk makkelijke finale.

xpaklMU.png

Amiens is een stad met 134.000 inwoners. Een stad met een rijke historie in de Tour. 10 keer vertrok hier een rit en nu gaat er voor de tiende keer een rit aankomen. Een stad waar vooral de Belgen heel goed presteren. Walter Godefroot won in 1970 in Amiens, Eric Leman deed het een jaar later. In 1975 won Ronald De Witte dan weer en in 1993 won Johan Bruyneel een rit met aankomst in Amiens. De laatste winnaar in Amiens is Mario Cipollini. Andere oud-winnaars zijn Marino Basso en Rudi Altig. Kwam maar twee keer voor dat er een Fransman won in Amiens, best opvallend. Amiens kwam goed weg in de Eerste Wereldoorlog. Vooral omdat de geallieerde troepen de Duitsers buiten Amiens wisten te stoppen. Deze hele etappe is een herdenkingstocht. De soldaten die Frankrijk beschermen tussen 1914 en 1918 worden geëerd. Vorig jaar was dat ook al het geval, 100 jaar na dato. De komende jaren gaat men daar dus rustig mee verder en volledig terecht natuurlijk. In Amiens geen militaire begraafplaatsen, wel enkele mooie gebouwen. De kathedraal is natuurlijk het meest in het oog springend, maar Amiens heeft nog veel meer te bieden. Het Jule Verne Circus bijvoorbeeld.

imagen.php?item_id=2367&w=987

Er wordt voor woensdag wel wat regen voorspeld. Is natuurlijk maar afwachten of dat dan ook echt gaat gebeuren. Het is geen hele lastige rit, met veel technische bochten of lastige obstakels zoals de kasseien, dus een beetje regen zou niet direct voor veel gevaar zorgen. Het is interessanter om te kijken of het gaat waaien. De voorspellingen op dit moment zeggen dat het redelijk hard gaan waaien. Dan kan het een mooie dag worden, rond de Somme is het best open en heeft de wind vrij spel. Ik wil niet iedereen te enthousiast maken, maar waaiers zijn zeker een mogelijkheid. De temperatuur zal een beetje teruglopen, nog maar een graad of 20. Men vertrekt om 12:45 uit Arras en begint een kwartier later echt aan de rit. Tussen 17:07 en 17:30 wordt het peloton in Amiens verwacht. De rit wordt niet integraal uitgezonden. Sporza zal er 14:15 bij zijn en de NOS weer vijf minuten eerder.

Dit wordt natuurlijk een massasprint. Eventueel met een uitgedunde groep als het echt zo hard gaat waaien als ze voorspellen. Hoe dan ook krijgen we ongetwijfeld de verwachte namen in Amiens. Zoveel massasprints gaan er niet komen, dus de sprinters moeten nu iedere kans pakken. Kleine kans dat een kopgroep de zegen krijgt. De etappe hierna is eigenlijk ook al niet geschikt voor de sprinters, dus nu moet het gebeuren.
1. Cavendish. Is natuurlijk getergd na zijn mislukking in Zeeland. Een getergde Cavendish gaat twee keer zo hard. Moet dan eindelijk wel een keer lukken.
2. Greipel. Was goed in Zeeland, dan gaat hij het hier ook goed doen. Kon wel flink profiteren van de faal van Etixx. Zal niet iedere keer zo zijn, in principe is Cavendish natuurlijk sneller.
3. Kristoff. Heeft toch eigenlijk een wat lastigere rit nodig om de Cavendishjes van deze wereld te verslaan. Het kan zomaar heel lastig worden, dan heeft hij een goede kans.
4. Degenkolb. John in een pure massasprint is altijd even afwachten. In de Vuelta lukt het vaak wel, maar dan is er minder concurrentie. Hij zal het nu lastiger hebben.
5. Sagan. In een pure sprint zal hij het vaak toch af moeten leggen. Bleek in Zeeland ook wel eigenlijk, zat daar ook gewoon perfect maar kwam toch niet voorbij Greipel.
pi_154463107
Etappe 6: Abbeville - Le Havre, 191,5 km

Normaal krijgen de sprinters in de eerste week van de Tour een stuk of vijf kansen op een rit, maar daar is dit jaar totaal geen sprake van. Met etappe 2 en 5 tot nu toe maar twee duidelijke kansen voor de sprinters. Etappe 2 eindigde door weer en wind in een sprint van een uitgedunde groep en tijdens de vijfde etappe ging het weer waaien en regenen. Het werd wel een massasprint, maar er waren wel weer een hoop gelosten door een klein beetje waaiers en wat valpartijen. Een sprint met het hele peloton hebben we nog niet gezien. Eigenlijk nog geen echt typische Tourdag gehad. Etappe 6 is weer niet echt een normale etappe. Het profiel lijkt te duiden op een rit voor de sprinters, maar aan het eind van de rit zit weer een klein muurtje. Verder rijden we de hele dag langs de Normandische kust. Als de wind een beetje goed staat weer een levensgrote kans op waaiers. Ondertussen genieten van het uitzicht langs de kust, met heel wat mooie kliffen.

QZRxjzT.png
PROFIL.png

Abbeville is de plaats van vertrek. Een stadje met 25.000 inwoners aan de Somme. In de vijfde etappe kwam de Somme al veelvuldig voor, maar dat gaat een etappe later dus nog even door. We zitten in de regio Picardië, niet ver van Normandië. Abbeville heeft niet echt een grote historie in de Tour de France. Het stadje komt pas voor de tweede keer voor in de Tour. In 2012 vertrok hier ook een rit. Dat was de vierde rit, van Abbeville naar Rouen, gewonnen door André Greipel. De tweede keer dat de renners uit Abbeville vertrekken is er dan weer wat minder kans op een echte massasprint. De renners vertrekken buiten het centrum, fietsen vervolgens door het centrum, steken de Somme over en beginnen een kilometertje buiten Abbeville echt aan de wedstrijd.

Abbeville_23-09-2008_15-22-11.JPG

De renners fietsen richting het zuidwesten, richting Normandië en dan specifiek het departement Seine-Maritime. Het eerste deel van de rit zal er niet zoveel gebeuren. Er zitten een paar kleine heuveltjes in het parcours, die op het profiel van de etappe echt enorm lijken, maar als je kijkt naar de hoogte van de top van deze klimmetjes valt dat allemaal wel mee. Bij Gamaches treden we de Seine-Maritime binnen. Na Gamaches fietsen de renners richting Grandcourt waar een klein klimmetje is. Daarna is het tijd om richting de kust te fietsen. 67 kilometer na de start bereiken we die kust, bij Dieppe. Dieppe is dan weer een stad met historie in de Tweede Wereldoorlog. In 1942 werd door de geallieerde troepen een poging gedaan om de haven van Dieppe over te nemen van de Duitsers, maar dit liep niet echt goed af. Dieppe is een stad met een redelijke grote jachthaven en een vishaven. Buiten Dieppe kun je de kliffen al zien. In deze stad krijgen de renners een klimmetje voor hun kiezen, de Côte de Diepe. Klimmetje van de vierde categorie, 1,8 kilometer aan 4%. Stelt niets voor.

Dieppe-presentation-1500-X-500.jpg

De renners rijden naar beneden, richting Pourville-sur-Mer. Ze rijden van de ene klifpartij naar de volgende. In Pourville-sur-Mer is er weer een mooi uitzicht op de kliffen. Direct na het verlaten van Pourville-sur-Mer beginnen de renners aan de volgende klim. Deze klim is iets zwaarder dan de vorige, maar stelt nog steeds niet veel voor. De Côte de Pourville-sur-Mer is een beklimming van de vierde categorie en is 2 kilometer lang aan 4,5% gemiddeld. Niet echt bedoeld om verschillen in het peloton te veroorzaken, deze klim is een noodzakelijk kwaad als je een beetje langs de kust wil blijven fietsen. We fietsen nu even een stukje verder van de kust af, maar duiken af en toe wel weer die kant op. Af en toe komen de renners door een open stuk, waar de wind zijn ding kan doen. Tussen de dorpen door kan het interessant worden Na 97 kilometer komen de renners uit in Veules-les-Roses en een kilometer of vijf later komen ze door Saint-Valery-en-Caux. Tussen deze twee dorpen ligt wel weer een aardige klif.

VlR2StVal.JPG

De wegen hier in de buurt van de kust zijn best bochtig en het gaat af en toe een beetje omhoog of omlaag. Saint-Valery-en-Caux is nog wel een mooi dorpje, met ook weer een leuke haven. Na Saint-Valery wijkt het parcours van de kust af en gaat het verder landinwaarts. Het gebied hier blijft open, vatbaar voor wind. Het gaat een kilometer of 10 rechtdoor, voor de renners uitkomen in Cany-Barville. Hier loopt het stiekem best flink omhoog, maar puntjes voor de bergtrui zijn er niet te verdienen. Het gaat vervolgens weer richting het westen, richting de kust. Na 130 kilometer koers komen de renners uit in Saint-Pierre-en-Port en is de prachtige klifkust weer te zien. De weg in deze omgeving is wat smaller en er zijn nog wat kleine heuveltjes te vinden. Er wordt door een aantal bossen gefietst, dus van wind zal even minder sprake zijn. Op 50 kilometer van de streep komen de renners door Fécamp, een paar kilometer voor de tussensprint in Saint-Léonard. Ook in Fécamp weer genoeg moois te zien, waaronder een mooi gelegen wijkje.

Fecamp-Photo-Flickr-%C2%A9Gui80.png

Vier kilometer na Fécamp is het tijd voor die tussensprint. Het loopt hier weer een klein beetje omhoog, niet echt heel erg schokkend, maar toch iets om even rekening mee te houden. Na de tussensprint wordt er weer een beetje van de kust afgeweken en gaat het over een redelijk rechte weg richting Froberville, om maar eens een dorp van helemaal niets te noemen. Langs deze weg staan overal bomen, dus krijgen we geen waaiers hier. Een stukje verderop wordt het wel weer wat opener, maar voorlopig blijft mijn broekje aan. Het parcours gaat een beetje op en af. Paar meter omhoog en daarna weer een paar meter omlaag, veel stelt het allemaal niet voor. De renners komen langs allerlei kleine gehuchtjes zoals Les Loges en gaan weer richting de kust. Na 159,5 kilometer komt het peloton uit in Étretat, dat vooral bekend is vanwege de mooie kliffen aan beide kanten van het dorp.

150301030813789291.jpg

Nog een kilometertje of 30 tot de streep en die laatste 30 kilometer beginnen we met het derde klimmetje van de dag waar een puntje te verdienen is. De Côte de Tilleul is een klimmetje van de vierde categorie, 1600 meter aan 5,6%. Ook geen al te lastige heuvel, maar dat zal ook niet de bedoeling zijn. Deze weg moet nu eenmaal genomen worden als je naar Le Havre wil en toch ook wat beelden van de klifkust mee wil pakken. De laatste 30 kilometer gaat het grotendeels rechtdoor, door een open gebied. In het slot van de etappe kan de wind wel wat invloed hebben. Richting Le Havre zijn er weinig obstakels meer, op een paar rotondes na spreekt het voor zich. Hoewel dat nog niets hoeft te zeggen, de meeste valpartijen gebeuren op rechte wegen, zoals we de afgelopen dagen ook weer hebben kunnen zien. Tot de finish blijft het een open gebied, op de dorpjes die gepasseerd wordne na. Bij het binnenfietsen van Le Havre komen de renners langs het vliegveld Le Havre - Octeville. Zonder verder naar het parcours te kijken zou je denken dat dit een massasprint gaat worden, maar niets is minder waar. In Le Havre moet nog geklommen worden.

PROFILKMS.png
6fZMl6C.png

De finale is nog best lastig. In de laatste kilometers nog een aantal rotondes en enkele bochten. Tot 3,5 kilometer van de streep zitten de renners op een brede weg die goed in orde is, maar daarna slaan ze linksaf, een wat lastigere bocht, die ze op een minder goede weg brengt. Deze weg bestaat voor de helft uit asfalt en voor de andere helft uit klinkertjes. Best een vreemd gezicht. Na een kilometertje over deze weg te hebben gereden slaan de renners rechtsaf, een bocht die nog wat lastig is omdat ze op een minder brede weg terecht gaan komen. Bijna meteen volgt een bocht naar links. Even verderop volgt er een flauwe bocht naar links en begint de weg al omhoog te lopen. De renners moeten 850 meter gaan klimmen, aan 7% gemiddeld. Dit klimmetje heeft ook nog een naam, Côte d'Ingouville. Het brengt ze langs het chapelle de Saint-Michel d'Ingouville. Daarna gaat de klim nog even door, tot op een paar 100 meter van de streep. Richting de streep blijft het omhoog lopen, maar minder erg dan daarvoor. al met al een pittige finale, waar de echte sprinters kansloos zijn. De finish is voor het Fort de Tourneville. Dit fort herbergt tegenwoordig onder andere het gemeentearchief.

fortexterne.jpg

Le Havre is een stad met 173.000 inwoners. Een havenstad die al ontzettend vaak is voorgekomen in de Tour. Vooral vroeger kwam men hier ieder jaar langs. Jarenlang reed men hetzelfde parcours in de Tour en in die jaren was Le Havre een van de vaste aankomst- en vertrekplaatsen. Tussen 1921 en 1927 kwam de Tour ieder jaar door Le Havre. Winnaars in Le Havre uit die tijd zijn onder nadere Robert Jacquinot en Ottavio Bottecchia. De Italiaan Bottecchia kreeg het voor elkaar om twee jaar achter elkaar te winnen in Le Havre. In die tijd vertrok er ook ieder jaar een rit uit Le Havre en de Fransman Romain Bellenger kreeg het voor elkaar om meerdere keren een rit met vertrek uit Le Havre te winnen. Na de jaren 20 duurde het even voor de Tour weer naar Le Havre zou komen. In 1962 kwam het er weer eens van, de Belg Willy Vanden Berghen ging met de overwinning aan de haal. Het was de eerste en enige deelname van de Belg aan de Tour, toch maar mooi meteen een rit gewonnen. In 1991 won Thierry Marie een rit in Le Havre, die rit vertrok uit Arras, de vertrekplaats van etappe 5. De laatste winnaar in Le Havre is Mario Cipollini. Zijn opvolger zal geen pure sprinter worden. Le Havre, gelegen aan de monding van de Seine, is een van de belangrijkste havensteden van Frankrijk. Het is een van de grootste steden van Normandië en het is een stad die relatief gezien niet eens lang bestaat. Pas gestischt in 1517. Een stad die in 1944 met de grond gelijk werd gemaakt door Amerikaanse bombardementen en daarna opnieuw is opgebouwd. Vanuit Le Havre kun je met de ferry richting Engeland. Portsmouth en Southampton, die kant op.

Le_Havre_Vue_Plage_14_07_2005.jpg

Het lijkt droog te gaan worden. Er wordt geen spatje regen voorspeld. Tijdens de vijfde etappe waaide het nogal hard, maar daar schijnt nu ook minder sprake van te zijn. Een deel van deze etappe is geschikt voor waaiers, maar dan moet het natuurlijk wel waaien. Er wordt nu niet echt harde wind voorspeld. Het waait altijd wel langs de kust, dus op zo'n open stuk kan het altijd leuk worden als een ploeg er vol voor gaat. Tijdens de vijfde etappe zag je wel dat iedereen nu echt op z'n hoede is en ze met z'n allen voorin gaan rijden. De jongens die tijdens de vijfde etappe hebben gelost zullen het ongetwijfeld al bij voorbaat hebben opgegeven. Erg warm voor de tijd van het jaar is het niet, in Le Havre wordt een graadje of 18 verwacht. De start is om 12:40 in Abbeville en een kwartiertje later is de neutralisatie voorbij. Als de renners niet te hard of te zacht fietsen worden ze tussen 17:10 en 17:35 in de straten van Le Havre verwacht. Net zoals de afgelopen dagen zal Sporza er om 14:15 weer bij zijn en de NOS om 14:10.

Het is een redelijk makkelijke etappe, met een pittige finale. De organisatie vergelijkt de laatste côte met de Cauberg en dat klopt wel redelijk. Qua lengte en gemiddelde stijgingsgraad is het prima te vergelijken. De Cauberg is vooral lastig omdat er al 100 heuveltjes zijn geweest voor men voor het laatste over de Cauberg knalt. Als er maar één zo'n heuvel in het parcours ligt gaan er meer mensen overleven. De sterker klimmende sprinters moeten dit nog wel aankunnen. Dan kun je denken aan de Degenkolbjes van deze wereld. Ook voor Sagan is dit heel geschikt. Voor Cavendish en Greipel lijkt me dit te zwaar. Voor de klassementsrenners zoals Froome is het dan waarschijnlijk weer net niet zwaar genoeg om echt een gooi te doen naar de etappezege. Dat zal eerder over een paar dagen op Mur de Bretagne komen. Een Valverde kan dan wel weer een poging wagen, die heeft nog iets goed te maken. Voor Matthews was het perfect geweest, maar helaas voor hem zit hij in de lappenmand.
1. Sagan. Kan deze klim perfect aan en kan daarna nog genoeg snelheid ontwikkelen op het vlakkere stuk richting de streep. Ongetwijfeld zal hij uiteindelijk niet winnen, omdat hij het toch wel redelijk vaak voor elkaar krijgt net niet te winnen. Desalniettemin zet ik hem op 1, al was het maar om Oleg een plezier te doen.
2. Degenkolb. John heeft ook wel eens laten zien dat hij zo'n klimmetje goed over kan komen, dit jaar in Dubai bijvoorbeeld nog. Hij won in Hatta, op een kort steil klimmetje, voor Valverde. Voor mij genoeg reden om hem tijdens deze rit een goede kans te geven.
3. Van Avermaet. Derde plaats voor Olvarit Krek, dat hoort gewoon zo. Niks meer aan doen.
4. Valverde. Piti is niet echt in bloedvorm, lijkt het wel. Gaat desondanks gewoon een poging wagen, schat ik zo in. Kan dan best ver komen, maar het zal waarschijnlijk niet lastig genoeg zijn om Sagan en Degenkolb af te schudden.
5. Gallopin. Greipel zal niet van de partij zijn, dan krijgen we uiteraard meteen Gallopin. Tony ging heel goed op de Muur van Huy. Hij probeerde mee te gaan met Rodriguez, maar dat was een kleine inschattingsfout. Hij blies zichzelf op en kwam als vijfde binnen. Nu is het een stuk minder lastig, minder kans dat hij zichzelf op gaat blazen. Die muurtjes vindt hij wel leuk en aan de meet is hij nog aardig rap ook.

Etappe 7: Livarot - Fougères, 190,5 km

Zonder gele trui vervolgen we de Tour met een etappe die opnieuw niet echt voor een spannende koers zal gaan zorgen. De afgelopen dagen moest de spanning van valpartijen komen, niet echt wat je wil als kijker. Er rust deze ronde een vloek op de gele trui. Iedere drager van de gele trui, behalve Froome, heeft al eens op de grond geleden en Cancellara en Martin hebben met botbreuken de ronde al moeten verlaten. Benieuwd hoe het de komende dagen met Froome gaat. In Le Havre deed Stybar wat hij wel vaker doet, heel slim zijn. Hij viel op het juiste moment aan. Niemand reageerde en alle knechten waren verdwenen, dus had hij zomaar een flink gat geslagen. Weer een mooie overwinning voor hem, zijn palmares als wegwielrenner ziet er steeds beter uit. Etappe 6 was best gezapig, de zevende etappe ook op de finale na en nu krijgen we waarschijnlijk weer een hele gezapige etappe. We koersen richting Bretagne en het is overwegend vlak. Als dit geen massasprint wordt weet ik het ook niet meer.

sqM35Vt.png
PROFIL.png

Een stukje ten zuiden van Le Havre start deze etappe. Livarot is een heel klein dorpje met maar 2000 inwoners, dat vooral bekend is vanwege de kaas die hier wordt geproduceerd. De Livarotkaas heeft een oranje korst en een kruidige geur. Schijnt van alle kazen uit Normandië de sterkste smaak te hebben. Deze kaas heeft zelfs een bijnaam, Le Colonel. Het aroma van de kaas zou doen denken aan koemest. Ik weet niet of ik het nu nog wel een goede kaas vind eigenlijk. Zit superveel vet in en wordt gemaakt van koemelk, lijkt me allemaal erg nuttig om te weten. Dit dorpje is een debutant in de Tour, voor het eerst komt de organisatie hier langs. Er zal veel kaas worden gegeten. Niet door de renners, een product met 40% vet is niet goed voor onze anorexiapatiënten. Livarot heeft nog wel een schattig kerkje en kaas dus, vooral heel veel kaas.

%C3%89glise_de_Livarot.jpg
Petit-livarot.jpg

Zoveel echte ritten voor de sprinters zijn er niet, maar dit is er zeker een. Toch is deze rit ook niet helemaal vlak, er moeten nog wel een paar heuveltjes overwonnen worden. De eerste heuvel komt na 12 kilometer koers en hier is ook meteen een puntje te verdienen voor de bergtrui. De Côte de Canapville is 1,9 kilometer lang en 4,7% gemiddeld. Via deze côte komen we uit in Vimoutiers, de plaats waar de Franse semi-klassieker Paris-Camembert finisht. In de koers komt de Côte de Canapville ook voor. Het zal bekend terrein zijn voor enkele renners. Enkele winnaars van Paris-Camembert die nu ook rondrijden in de Tour zijn Valverde, Fedrigo, Coquard en de ontzettend bekende Pierre-Luc Périchon. Vimoutiers is een dorpje dat werd verwoest in de Tweede Wereldoorlog. Als constante herinnering aan dit feit is er nog een Duitse tank te vinden in dit dorp.

Char_Tigre_de_Vimoutiers_2010-10_(4).jpg

De wedstrijd Parijs-Camembert finisht hier, dat wil dus zeggen dat Camembert in de buurt moet zijn. Dat is uiteraard ook zo, we zouden kunnen spreken van een kaasetappe. De renners rijden niet dwars door Camembert, maar er wel langsaf. Geen schimmelkaas voor de coureurs. Er wordt verder gefietst richting het zuiden, waar na 34 kilometer Chambois wordt gepasseerd. Ook in Chambois werd gevochten tijdens de tweede wereldoorlog. De Duitsers werden hier flink in de pan gehakt. Is tegenwoordig geen sprake meer van, de Duitsers winnen zowat alle ritten. Het gaat stiekem toch best een beetje op en af deze etappe, helemaal vlak mag je het niet noemen. Veel zullen de renners er ongetwijfeld niet van merken, meer dan vals plat wordt het niet. De renners rijden richting de tussensprint in Argentan, waar de links met de Tweede Wereldoorlog ook niet te missen is. Meteen na de invasie van de geallieerden in Normandië werd Argentan platgebombardeerd. Bleef niet veel van over. Gelukkig zijn er nog wel wat mooie gebouwen overgebleven. Een chateau en een mooie kerk bijvoorbeeld.

Argentan_-_Saint_Germain_Church_-_1.JPG

De tussensprint is al vroeg in de etappe, na 65 van de 190 kilometer. De renners rijden Argentan uit richting het zuiden. Het gaat kilometers lang rechtdoor en stiekem loopt het de hele tijd een beetje omhoog. Na 88 kilometer wordt Carrouges gepasseerd en hier staat een mooi chateau. Zal ongetwijfeld uitgebreid in beeld worden gebracht. Van Carrouges gaat het richting Couptrain en in Couptrain hebben we al enige kilometers Normandië achter ons gelaten. We fietsen nu tijdes in Pays de la Loire, om preciet te zijn in het departement Mayenne. Over redelijk rechte wegen gaat het nu richting Lassay-les-Châteaux waar de koers na 127 kilometer passeert. Richting dit dorpje loopt het weer licht omhoog, het is de hele dag een beetje vals plat omhoog of omlaag. Stiekem toch nog best gemeen. De naam van dit dorpje zegt eigenlijk genoeg. Er zijn hier meerdere kastelen te vinden.. Le château de Lassay is toch wel de mooiste.

5184219160_18b0e0b908_b.jpg

Het gaat nu eigenlijk in een rechte lijn richting de finishplaats. Langs dorpjes als Chantrigné en Ambrières-les-Valléés richting Gorron. Je moet erg je best doen om iets enerverends van deze etappe te maken. Het is dat je af en toe een kasteel tegenkomt, verder heeft dit heel veel kans om een totaal geschiedenisloze etappe te worden. Er zitten nog een paar kleine hoogteverschillen hier, maar niet echt iets waar renners gaan lossen. Het is een eindeloze tocht door ruraal Frankrijk. Na 171 kilometer komen we door Saint Ellier du-Maine. We verlaten dan bijna Pays de la Loire en komen uit in Bretagne. Net voorbij Saint Ellier du-Maine gaat het nog even een klein beetje omhoog, maar ook dit mag weer niet echt een naam hebben. Tussen de maïsvelden door gaat het nu richting Fougères. We nemen de touristische route via La Chapelle-Janson. Daar komen we 10 kilometer voor de streep doorheen en dit gedeelte van het parcours is even wat bochtiger. De finale zal wel snel zijn, want na het laatste stukje omhoog van de dag gaat het alleen nog maar naar beneden. Niet verschrikkelijk steil, maar toch genoeg om het peloton nog harder te laten gaan dan normaal.

ozxuJWS.png

De slotkilometers kennen niet zoveel bochten, maar toch is het nog even opletten. De wegen zijn in de finale niet zo breed als de renners gewend zijn geraakt de afgelopen dagen. Met vijf treintjes naast elkaar is niet altijd mogelijk. Op zo'n beetje 4,5 kilometer van de streep wordt de weg breder, hier kan de voorbereiding op de sprint pas echt helemaal beginnen. Op vier kilometer van de streep krijgen de renners te maken met een rotonde, die ze links mogen nemen. Na de rotonde is er een vluchtheuvel, dus het is nog wel even een punt om goed naar te kijken. Vervolgens gaat het iets meer dan een kilometer rechtdoor, tot de volgende rotonde. Bij deze rotonde gaan de renners rechtdoor en nemen ze de rechterkant van de rotonde, zoals het hoort. Na deze rotonde is het duidelijk te zien dat de weg naar beneden loopt. De snelheid zal hier best extreem hoog zijn. Twee kilometer voor de finish volgt weer een rotonde. Deze mogen de renners aan beide kanten nemen, maar rechts lijkt het beste idee. Na deze rotonde lijkt de weg dan stiekem weer een klein beetje op te lopen. Klein stukje maar, daarna daalt het af richting de boog van de laatste kilometer. Op 900 meter van de streep krijgen we de vierde rotonde, hier gaan we rechts. Niet veel verder is er nog een rotonde en daar gaan we dan weer naar links. Ongelukkig vluchtheuveltje daar, maar dat zal wel weer verwijderd worden. Het is nu praktisch rechtdoor richting de streep. Het laatste stuk loopt weer lichtjes omhoog, niet helemaal een vlakke sprint. In de slotkilometer overwinnen we toch nog 16 hoogtemeters. De finish is eigenlijk ergens in een buitenwijk van Fougères, er is in deze straat en de directe omgeving niets fraais te ontdekken.

2013060619_Etape-12_ville-depart_fougeres.jpg

Best een rare plek om te finishen, want Fougères heeft genoeg te bieden. Vooral het kasteel valt op, het is enorm groot en nog in enorm goede staat. Gebouwd op een rots, vroeger omgeven door een moeras. Daarom nogal goed te verdedigen en nogal slecht aan te vallen. Dit kasteel heeft 13 torens, best veel zou je kunnen zeggen. De kasteelmuren staan ook nog fier overeind, het is om je vingers bij af te likken. Daarnaast heeft Fougères, een stad in Bretagne met 20.000 inwoners ook nog een prima centrumpje met wat leuke kerkjes. Het heeft niet echt een lange historie in de Tour, het is pas de tweede keer dat hier een rit aankomt. De eerste keer was in 1985, toen hier een ploegentijdrit eindigde die begon in Vitré. In Vitré staat ook zo'n mooi kasteel, maar dit geheel terzijde. In 2013 was de Tour voor het laatst in Fougères. Toen vertrok hier de 12e rit, die zou eindigen in Tours. Marcel Kittel pakte in Tours zijn derde ritzege van die Tour. Leuk stadje wel, niet alleen door het kasteel. De finish had wel ergens kunnen liggen, niet in zo'n grijs wijkje ergens aan de buitenkant. Enfin, een finish in een grijs wijkje past dan wel weer bij de waarschijnlijk saaie, grijze etappe die we gaan krijgen.

Fougeres_Schloss_Sueden.jpg

Dit is natuurlijk een saaie etappe. Zelfs met heel veel wind is daar niets meer van te maken, het gebied is minder open dan de afgelopen dagen. Harde wind zal er ook niet echt zijn, dus we hoeven nu helemaal geen rekening te houden met waaiers. Ook wel een keer fijn, zonder verwachtingen kijken. De neerslagkans is precies 0%, ook makkelijk. Het wordt weer wat warmer, we gaan richting de 27 graden. Prima dagje voor de renners waarschijnlijk. Misschien een keer wat meer rust, op de finale na dan. Met een stuk kaas tussen hun kiezen vertrekken de renners om 12:40 uit Livarot en tien minuten later is de echte start. Als ze een beetje doorfietsen zouden ze tussen 17:09 en 17:35 in Fougères moeten zijn. Sporza zal er om 14:15 weer bij zijn, maar je kan ook gerust pas rond een uur of 4 inschakelen.

Dit wordt een etappe voor de sprinters, dat is duidelijk. Toch is het niet een totaal vlakke sprint, in de slotkilometer loopt het nog een beetje omhoog. Het is niet veel, maar de renners die nu te vroeg aangaan zullen nogal snel stilvallen. Deze aankomst is wel in het voordeel van mannen als Degenkolb en Kristoff, de mannen met heel veel macht. Uiteindelijk vast nog te makkelijk voor Degenkolb, maar Kristoff moet je zeker niet uitvlakken. Cavendish zal ondertussen ook wel eens een rit willen winnen, na het twee keer te verprutsen zou het nu driemaal scheepsrecht moeten zijn. Greipel is ondertussen de grootste favoriet, na zijn overwinningen. Een sprint die een klein beetje omhoog loopt kan hij ook perfect aan.
1. Greipel. Als je al twee ritten hebt gewonnen verdien je het ondertussen wel om op 1 te komen bij mijn fantastische voorspelling die nooit klopt. Sorry dat ik je jinx, André. Entschuldigung.
2. Kristoff. Deze aankomst lijkt me best geschikt voor de sterke, eigenlijk ook best geblokte Noor. Het loopt een klein beetje omhoog, dat heeft Kristoff toch wel nodig als de etappe verder niet zo zwaar is geweest. Als hij niet te vroeg aangaat kan hij best dicht in de buurt komen of zelfs winnen.
3. Cavendish. Zal je zien dat hij nu wel gaat winnen, als ik hem een keer niet op 1 zet. Echt teleurstellend tot nu toe. Een keer te vroeg gegaan en een keer op waarde geklopt. Hij wint nog steeds heel veel, maar de echte topsnelheid lijkt weg te zijn. Kan zomaar zijn dat hij nu mijn ongelijk gaat bewijzen, altijd leuk. Ultieme motivatie, lijkt het.
4. Sagan. Een keer geen tweede plaats. Het kan niet altijd feest zijn natuurlijk. Als die andere jongens allemaal hun ding doen lijkt hij me de vierde. Toch doen ze nooit allemaal hun ding en zal hij vast weer tweede of derde worden, maar afijn.
5. Degenkolb. John heeft het ook nog niet echt en dat kan je zeggen van de hele ploeg. Zonder Veelers en Kittel is het blijkbaar toch een heel ander verhaal. Misschien dat ze het nu wel weer op de rit krijgen, maar dan is deze aankomst eigenlijk nog steeds niet lastig genoeg voor Degenkolb. Hij is al 2e, 4e en 6e geweest. Om voor de grote straat te gaan moet hij nu dan maar 5e worden.

Etappe 8: Rennes - Mûr-de-Bretagne, 181,5 km

Na een paar saaie etappes krijgen we nu eigenlijk weer gewoon een saaie etappe. De afgelopen dagen hebben we massasprints gehad en een sprint met een wat lastigere aankomst. De aankomst van deze rit zal nog even wat lastiger zijn, maar aangezien er daarvoor weinig geklommen hoeft te worden wordt het alsnog een flinke sprint met een heel grote groep. Aankomst op een steil klimmetje in Mûr-de-Bretagne, waar Contador al een keer dacht te winnen. Benieuwd of het hem nu dan wil lukken.

mPgYiN2.png
PROFIL.png

Het départ van de achtste etappe is in Rennes, een stad in Bretagne met 210.000 inwoners. Ligt best dicht in de buurt van de finishplaats van etappe 7, Fougères. Rennes is de hoofdstad van Bretagne en in de metropool wonen meer dan 600.000 mensen. Tiende stad van Frankrijk op dat gebied. Het is een stad met veel studenten en een stad met redelijk wat industrie. De binnenstad is een lust voor het oog, helaas voor de renners fietsen ze niet dwars door het centrum. De Tour doet Rennes graag aan. De laatste keer is echter alweer een tijd geleden, 2006. Sergei Honchar won de individuele tijdrit over 52 kilometer richting Rennes. 12 jaar daarvoor won Gianluca Bortomali een rit in Rennes. Andere winnaars in Rennes zijn onder andere Greg Lemond, Marino Basso en Rik Van Steenberge. De laatste keer dat er een rit vertrok in Rennes was daags na de overwinning van Gianluca Bortolami in 1994. Meer dan 20 jaar heeft het dus geduurd voor er weer eens een rit vertrekt in Rennes. Er wordt een flink rondje door Rennes gefietst, maar de hoogtepunten van de stad worden overgeslagen. Ze fietsen wel langs de universiteit, misschien dat de renners daardoor geïnspireerd worden.

Rennes_place_de_la_R%C3%A9publique_DSC_4521.JPG

Buiten Rennes, in Montgermont, begint de koers echt. Het eerste deel van de rit is niet echt interessant. Er worden een paar mooie Bretonse dorpjes aangedaan, maar verder is er niet veel te melden. Na 25 kilometer wordt Bécherel gepasseerd, typisch dorpje voor deze streep. Ziet er allemaal prima uit. We fietsen nu een beetje op de grens tussen twee departementen. Van start gingen we in het departement Ille-et-Villaine, maar over een paar kilometer gaan we uitkomen in Côtes-d'Armor. De renners nemen nogal een omweg, er wordt vandaag bepaald niet gekozen voor de snelste route. Dankzij deze omweg komen de renners na 50 kilometer uit in Saint-Méen-le-Grand. Niet echt een heel spannend dorpje, maar wel een schattig centrumpje. Kan zo op een ansichtkaart. Een paar kilometer na dit dorpje fietsen de renners dan het departement Côtes-d'Armor binnen.

Saint-Meen.jpg

Er wordt even een stukje naar het noorden gereden en dorpjes als Plumaugat en Broons worden gepasseerd. Niet echt bijster veel te beleven hier. Dit gedeelte van de etappe kan je wel overslaan. Na 90 kilometer komen de renners door Le Gouray en na dit dorpje mogen de renners gaan klimmen. De Côl du Mont Bel-Air wordt aangedaan, een heuveltje van anderhalve kilometer aan 5,7%. Om bij dit klimmetje te komen verlaten we even de normale weg en komen we op een slechte weg terecht, die van de ellende zowat uit elkaar valt. Dit is maar een kort stukje, na een tijdje ligt er gewoon prima asfalt. Je moet er wel iets voor over hebben om bij de goede lucht uit te komen natuurlijk. Op de top van dit klimmetje staat een mooi kapelletje. Wie weet komen we Will Smith ook nog tegen. De afdaling van dit klimmetje brengt ons richting Moncontour, waar de tussensprint van de dag is. Moncontour is een oud vestingstadje en de overblijfselen daarvan zijn nog goed te zien. Prachtig dorpje. Net iets buiten Moncontour, in Gare du Moncontour, is na 108 kilometer de tussensprint.

arton332.jpg?1376989866

Na de tussensprint loopt het langzaam weer een beetje omhoog. Het gaat hier altijd een beetje vals plat omhoog of vals plat naar beneden. Weinig bochten wel, grotendeels rechtdoor. Pas in Loudéac, na 130 kilometer, een paar rotondes en bochten. We rijden nu ineens richting het zuiden en verlaten na 144 kilometer het departement Côtes-d'Armor even. Een kilometertje of 20 fietsen we nu door Morbihan en veel spannends komen we daar niet tegen. Paar kleine dorpjes onderweg, paar bossen. Dit deel van het parcours is ook best vlak, het zal een lange sprint worden richting Mûr-de-Bretagne. Geen al te brede weg tot het dorpje Neulliac op 15 kilometer van de streep. Daarna wordt de weg breder en gaat het volledig rechtdoor tot Mûr-de-Bretagne. Acht kilometer lang rechte weg, tot we na 174 kilometer uitkomen in dit dorpje. Dan zijn we nog niet bij de finish, die ligt buiten het dorpje en daar fietsen we met een omweg naartoe.

PROFILKMS.png
PROFILCOLSCOTES_1.png

In de laatste kilometers krijgen de renners nog met flink wat bochten te maken. Op een kilometertje of 6 van de streep de eerste en daarna nog een paar flauwere bochten. De klim begint pas echt op twee kilometer van de streep, maar in de straten van Mûr-de-Bretagne loopt het al licht omhoog. Rond 5 kilometer van de streep een klein stukje in dalende lijn, maar dat zal niet lang duren. Op 4,5 kilometer van de meet krijgen de renners te maken met een echt scherpe bocht. Via een smal weggetje bereiken de renners daarna een brede N-weg en hier loopt het weer verder omhoog. Blijft licht omhoog lopen tot twee kilometer van de streep. Hier maken de renners een flinke bocht naar rechts en begint de slotklim echt. De slotklim is twee kilometer lang en 6,9% gemiddeld. Het venijn zit meteen in het begin. De weg ziet er niet steil uit omdat het bijna twee kilometer lang rechtdoor gaat, maar steil is het zeker. De eerste kilometer van de klim komt het bijna niet onder de 10%. Zelfs een paar stukjes aan 12%. In de slotkilometer zit nog twee flauwe bochten, maar het is best moeilijk om als aanvaller uit het zicht te raken. De slotkilometer is minder lastig, vooral richting de streep wordt het bijna vlak. Tot 500 meter van de streep wordt de 5% nog wel gehaald, maar de laatste 500 meter is het gemiddeld nog maar een procent of twee. De echt explosieve mannen zullen er vroeg aan moeten beginnen. De finish ligt ergens midden in een weiland.

Stage4-Mur-2km-15percent.jpg

Mûr-de-Bretagne is een klein dorpje met 2000 inwoners. Het is een dorpje waar niet veel te doen is. We finishen ook helemaal niet in het dorpje zelf, maar op het klimmetje buiten het dorp in het midden van het niets. Mûr-de-Bretagne heeft geen lange historie in de Tour, er vertrok hier nog nooit een rit. Eén keer kwam er een rit aan, dat was in de Tour van 2011. Contador was de eerste die hier een knuppel in het hoenderhok gooide, op 1400 meter van de streep. Er werd meteen op gereageerd door onder andere Gilbert, waardoro het weer stilviel. Daarna waagde Uran een poging, maar ook dat werd niet echt een groot succes. Jurgen van den Broeck ging op kop rijden voor Gilbert, Evans zat in zijn wiel maar liet een gat vallen. Daarna ging Gilbert zelf achter zijn ploeggenoot Van den Broeck aan, dat was echt fantastisch. Vooral omdat Gilbert helemaal niet won, hij werd vijfde. Evans ging de sprint aan en Contador zat in zijn wiel, probeerde er nog langs te komen en dacht dat dat lukte. Bertje stak zijn hand de lucht in, maar uiteindelijk bleek Evans toch gewonnen te hebben. Vino werd derde, de geblokte Noor Hushovd werd zesde. Best een pittige klim, er kwamen maar 9 renners aan in dezelfde tijd. Toch zat Hushovd wel bij die renners, je kan soortgelijke renners tijdens deze rit dus niet uitvlakken.

tdf11st4_contador_evans.jpg

Zaterdag zal het waarschijnlijk droog zijn. Wel een beetje bewolking, maar daar is verder niets mis mee. Weinig wind, graadje of 23 in Rennes. In Mûr-de-Bretagne waarschijnlijk hetzelfde weer. Weinig wind, geen regen, ook zo'n beetje 23 graden. Prima fietsweer. De start is om 12:40 in Rennes en we rijden liefst 20 minuten door deze stad voor we bij kilometer 0 aankomen. Tussen 17:07 en 17:32 worden de renners boven op de slotklim buiten Mûr-de-Bretagne verwacht. Ondanks dat het weekend is zullen we er weer niet integraal bij zijn. Net als de afgelopen dagen kan je de tv om 14:10 weer aanzetten. Niet dat je iets mist in dat uur dat de koers niet uitgezonden wordt, op de slotklim na zal het waarschijnlijk verschrikkelijk saai zijn.

De vorige keer dat we aankwamen op Mûr-de-Bretagne waren het toch vooral de klassementsmannen die de dienst uitmaakten. Evans, Contador, Vinokourov, Uran, Frank Schleck, Samuel Sanchez, Jurgen van den Broeck en Andreas Klöden zaten in de eerste groep. Verder zaten alleen Gilbert en Hushovd in deze groep. In principe moet het nu dus weer voor de klassementsmannen zijn, ware het niet dat er nu met Sagan en Degenkolb wel wat meer sterk klimmende sprinters zijn. De eerste kilometer van de klim is wel wat zwaar voor Degenkolb, maar als daar wat rustiger wordt gereden kan hij wel overleven. Ook voor de Van Avermaetjes en de Gallopins van deze wereld kan dit wel een interessant klimmetje zijn.
1. Valverde. Zo goed is Piti niet bezig, maar toch denk ik dat deze laffe donder toch nog z'n ritje gaat pakken. Dit is wel perfect voor hem, goede wiel pakken op het steile stuk en daarna lafjes sprinten richting de streep. Misschien zelfs vroeg aanvallen, maar dat zou dan wel weer wereldschokkend zijn. Ik noem hem eigenlijk ook alleen maar omdat ik Froome niet weg zie blijven op dat laatste minder steile gedeelte en Sagan nu eenmaal niet kan winnen.
2. Sagan. Een nieuwe tweede plaats voor Sagan, echt fantastisch. Dit klimmetje is best pittig, maar als Hushovd dat in 2011 kon dan kan Sagan het in 2015. Op de een of andere manier is er alleen vaak wel iemand in de buurt die dan net weer even wat sneller is of nog net ontsnapt. Arme Peter.
3. Froome. Als het de vorige keer tussen Evans en Contador ging zal die lelijke klaphark van een Froome nu ook wel vooraan te vinden zijn. Hij zal wel weer met zijn lachwekkende koffieverzetje een aanval plaatsen, maar in principe moet hij toch dan in dat vlakkere stuk weer ingelopen worden. Of hij wacht gewoon en doet dan een poging in de sprint, maar dan lijkt het me helemaal uitgesloten dat hij wint. Tenzij hij net als een paar dagen terug iedereen aan de kant beukt, dan is alles mogelijk.
4. Gallopin. Was al goed in Huy en ook in Le Havre was hij van voren te zien. Hij zal nu wel weer goed vooraan meedoen, begint ondertussen logisch te worden.
5. Rodriguez. Ik denk dat hij wel een poging gaat doen om vroeg aan te vallen, daarna zal hij een tijdje wegblijven om in de laatste meters toch nog ingelopen te worden. Achja, hij heeft al een rit te pakken, hij moet niet aan de gang blijven natuurlijk.

Etappe 9: Vannes - Plumelec, 28 km (TTT)

Aan het eind van de eerste week krijgen we een ploegentijdrit. Best opvallend, normaal is een ploegentijdrit vaak aan het begin van een grote ronde. Dit heeft een nogal praktische reden, dan is er weinig kans voor renners om uit te vallen. Ondertussen zijn er al redelijk wat renners uitgevallen en zijn enkele ploegen best zwaar getroffen. Orica GreenEDGE is een van die getroffen ploegen. Normaal doen ze altijd mee om de overwinning in een ploegentijdrit, maar daar kan nu geen sprake meer van zijn. Ze zijn nog met zes en een van die zes is ook nog eens half kreupel. Etixx mist grote motor Tony Martin en ook de locomotief van Trek ontbreekt. Het is een beetje een ontsierde ploegentijdrit. Er zijn renners speciaal voor deze ploegentijdrit meegenomen, maar veel van deze renners hebben al op de grond gelegen en sommige renners zijn er niet eens meer bij. Movistar dacht zo slim te zijn om Dowsett mee te nemen, maar ook hij is al eens flink gevallen en het is maar afwachten of hij nu in staat is nog iets bij te dragen. Ook Lotto Djumbo heeft een probleem nu redelijk goede tijdrijders als Kelderman en Kruijswijk half gehandicapt rondrijden. Ploegentijdritje aan het eind van de eerste week, eerlijk gezegd niet zo'n goed idee.

PROFIL.png
rs3UYNT.png

Deze ploegentijdrit zal starten in Vannes, een stad in Bretagne met 55.000 inwoners. Het is de stad waar Benoit Vaugrenard geboren is, een renner van FDJ die op dit moment rondfietst in de Tour. Een erg opvallende renner is het niet, de laatste jaren vooral een knecht. In een wat verder verleden won hij nog wel eens wat wedstrijden. Vannes is een stad met een redelijk grote historie in de Tour. Er zijn hier al best veel ritten vertrokken. Ook wat ritten aangekomen, maar die zijn in de minderheid. De laatste winnaar in Vannes is de Belg Wilfried Nelissen die in 1993 in de straten van Vannes wist te winnen. Iets minder dan 40 jaar daarvoor werd een rit met aankomst in Vannes gewonnen door de Fransman Jacques Vivier. Voor de volgende rit die aankwam in Vannes moet je dan weer terug naar 1931. Rond die tijd kwam er ieder jaar wel een rit aan in deze stad, maar daarna is Vannes een beetje uit de Tour verdwenen. In 2000 vertrok er voor het laatst een rit in Vannes, die rit eindigde in Vitre en werd gewonnen door de Duitser Marcel Wüst. 15 jaar later is de Tour dus terug in Vannes en nu met een ploegentijdrit. Een ploegentijdrit over een glooiend parcours, met dus een start in Vannes, waar de starten aan het Place de la Libération en kort na de start al een bochtje krijgen. De renners rijden door het oude stadscentrum en komen langs prachtige vakwerkhuisjes. Al vrij snel komen ze bij een rotonde uit, waar ze scherp naar links mogen en daarna komen ze terecht op de weg die ze langs de oude stadsmuren brengt. Prachtige route in Vannes.

Vannes_Remparts.jpg

Over een brede weg zonder veel obstakels en bochten verlaten de renners Vannes. Het is hier nog vlak, goed moment om warm te draaien voor alles dat nog komen gaat. Net buiten Vannes wel een flinke rotonde, waar je toch wel goed moet sturen. Na deze rotonde gaat het een paar kilometer rechtdoor, tot kilometer 7, waar er een scherpe bocht naar links is. De renners komen nu op een wat bochtigere weg terecht en al vrij snel begint het omhoog te lopen. Na 9 kilometer komen de renners langs Saint-Avé en vlak voor dit dorpje moeten ze door een klein, smal tunneltje. In Saint-Avé zitten er een paar listige bochten kort na elkaar en daarna ook nog een rotonde. Vervolgens komen de renners weer op een brede weg terecht en gaan ze op weg naar het eerste tussenpunt. De eerste tijdsmeting is in Lesnevé en Lesnevé is precies helemaal niets. Het is geen dorp, het is geen gehucht, het is eigenlijk helemaal niets. Een klein straatje. Beetje een willekeurige plaats om de tijd op te meten, maar er zal vast een idee achter zitten. Het loopt gestaag verder omhoog, van 30 meter in Saint-Avé naar 134 meter boven de zeespiegel in Monterblanc. Een paar kilometer voor Monterblanc komen de renners al boven. Dat wil dan toch zeggen dat ze in een kilometer of drie meer dan 100 hoogtemeters overwinnen. Toch net even iets meer dan vals plat omhoog.

B9k3PxB.png
qXnYozW.png

Erg ingewikkeld is het parcours hier niet. Het gaat omhoog, zonder veel bochten. Richting Monterblanc, waar de ploegen na 15 kilometer passeren, wel wat meer bochten. Niet echt lastige bochten, prima te doen. Eén bocht die wat scherper is, maar in de bocht loopt het licht omhoog, dus ook dat moet geen probleem zijn. De renners rijden op een paar kilometer lang op een plateautje en voorbij Monterblanc wordt er even afgedaald. Van 134 meter hoogte in Monterblanc naar 71 meter in Kermabolivier. In Kermabolivier passeren de ploegen na 18,5 kilometer, iets minder dan 10 kilometer van de streep. De afdaling is heel simpel, rechtdoor naar beneden. Een echte afdaling is het ook niet, het lijkt haast niet naar beneden te lopen. Eenmaal voorbij het gehucht Kermabolivier loopt het weer omhoog. Drie kilometer klimmen richting La Croix Peinte. Halverwege dit klimmetje komen de ploegen langs Le Croiseau, waar de tweede tijdsmeting is. Dit tussenpunt is na 20,5 kilometer, op 7,5 kilometer van de streep. Er zitten hier een paar bochten in het parcours, maar omdat het toch wat omhoog loopt is dat prima te doen. Tussen Kermabolivier en La Croix Peinte overwinnen de renners in drie kilometer 60 hoogtemeters. Dat stelt dus qua percentages niet veel voor, redelijk vals plat omhoog.

u0zZP5W.png

Eenmaal boven volgt er een afdaling van 5,5 kilometer richting Cadoudal, net buiten Plumelec. Deze afdaling is redelijk bochtig, met een paar bochten die redelijk lastig kunnen zijn. De renners dalen in 5,5 kilometer 70 meter af, dus erg steil naar beneden is het niet. Goede verkenning is in ieder geval wel belangrijk, want de renners zullen hier met een hoge snelheid rondrijden en dan is het wel handig al die bochten goed in je geheugen te hebben. Eerste deel van deze afdaling, als je het zo mag noemen, is ook door een bos, waardoor het net even wat minder goed te zien is hoe de weg loopt na een bocht. Vlak voor de renners beneden in Cadoudal zijn nog een lastige bocht naar links, maar met een beetje verkenning moet dat ook geen probleem zijn. In het gehuchtje Cadoudal zelf nog een scherp bochtje naar rechts, over de rivier La Claie.

t0EIzed.png
5w0ZwhY.png

In Cadoudal is het nog 2 kilometer tot de finish, op de Côte de Cadoudal. Meteen na het oversteken van het riviertje La Claie begint de weg op te lopen. De klim is volgens de organisatie 1,7 kilometer lang aan 6,2% gemiddeld, maar op twee kilometer van de streep begint de klim eigenlijk al. Het eerste deel van dit klimmetje gaat het rechtdoor omhoog. Een stukje aan 6,6%, daarna 500 meter aan 5,8% en het zwaarste stuk komt net na het passeren van de boog van de laatste kilometer. 500 meter aan 7,2%, met nog een paar bochten erbij. In de laatste kilometer een makkelijke bocht naar links en op een meter of 300 van de streep nog een scherpere bocht naar rechts. Dit laatste stuk is minder steil, nog maar een procentje of twee. We finishen ergens in het midden van het niets, buiten Plumelec. Troosteloze plaatsen om te finishen wel de laatste dagen. Enfin, merk je door al die hekken en het publiek niets van.

PROFILKMS.png
PROFILCOLSCOTES_1.png
ggwcUmd.png

Deze redelijk korte ploegentijdrit is door al dat klimwerk nog wel redelijk lastig. Het is nooit echt enorm klimmen, maar al dat vals plat gaat toch in de benen zitten. Vooral als je dan aan het eind nog een echte klim te verwerken krijgt. Geen heel technisch parcours, je hoeft er niet echt heel goed voor te kunnen sturen. Grote stukken rechtdoor en de meeste bochten zijn best simpel. De finish ligt eigenlijk net buiten Plumelec. Op de achtergrond is dit dorpje met 2750 inwoners wel te zien. Als je kijkt naar het inwonersaantal van Plumelec is het best opvallend dat dit dorpje al vaker is aangedaan in de Tour. Voor het laatst in 2008. De eerste etappe van de Tour van 2008 vertrok in Brest en eindigde in Plumelec. Of beter gezegd, de etappe eindigde op de Côte du Candoudal. Precies dezelfde aankomst in 2008 als we nu gaan krijgen, via Cadoudal twee kilometer klimmen. Alejandro Valverde won die rit in 2008, hij plaatste op het juiste moment een aanval en wist onder andere Philippe Gilbert en Jerome Pineau af te houden. Kim Kirchen leek een tijd op weg naar de overwinning, maar zijn aanval bleek toch te vroeg en de demarrage van Piti was perfect getimed. In 1997 was er ook een rit met aankomst in Plumelec, deze rit werd gewonnen door Erik Zabel. Plumelec heeft ook een eigen wedstrijd, Grand Prix de Plumelec-Morbihan. Deze koers komt ook ieder jaar aan op de Côte de Cadoudal. De laatste jaren werd deze wedstrijd gewonnen door Julien Simon, Samuel Dumoulin en in 2015 door de winnaar van etappe 8, Alexis Vuillermoz. Deze Fransman heeft dus wel vaker laten zien dat hij aardig aan kan komen op zo'n klim.

42872.jpg

Het zal waarschijnlijk droog zijn tijdens deze ploegentijdrit. De neerslagkans is precies 0%. Erg warm zal het niet worden, graadje of 21 in de middag. Er schijnt wel een aardig windje te zijn. Rond vijf uur zou het harder waaien dan rond drie uur, maar die voorspellingen blijken wel vaker op niks te trekken. Het weer zal, als ik het nu zo bekijk, waarschijnlijk niet heel veel invloed hebben. Om 15:00 zal Orica GreenEDGE het spits afbijten. In het roadboak staat deze ploeg groot afgebeeld, dat blijkt achteraf nogal een jinx te zijn geweest. Orica is de ploeg die het meest geraakt is door alle valpartijen van de eerste week. Normaal een ploeg die altijd voor de overwinning gaat in een ploegentijdrit, nu hebben ze nog maar 6 man over. Dat gaat geen groot succes worden. Sporza en de NOS zullen er rond een uur of drie ook wel bij zijn. Team Sky is de ploeg die als laatste vertrekt, om 16:45. Kort Tourdagje, met daarna een rustdag.

15:00 Orica GreenEDGE
15:05 Bretagne - Seche Environnement
15:10 Lampre - Merida
15:15 FDJ
15:20 Team Europcar
15:25 Bora-Argon 18
15:30 Lotto-Soudal
15:35 IAM Cycling
15:40 MTN-Qhubeka
15:45 Lotto Djumbo
15:50 Trek Factory Racing
15:55 Astana Pro Team
16:00 Team Cannondale-Garmin
16:05 Cofidis, Solutions Credit
16:10 Team Katusha
16:15 Movistar Team
16:20 Team Giant-Alpecin
16:25 AG2R La Mondiale
16:30 Etixx-Quick Step
16:35 Tinkoff-Saxo
16:40 BMC Racing Team
16:45 Team Sky

Normaal schrijf je bij een ploegentijdrit altijd Orica en Quick Step op. Dat gaat nu een lastig verhaal worden, de eerste week heeft zijn sporen toch wel nagelaten. Quick Step is de grootste motor kwijt, Tony Martin. Tel daar dan nog bij op dat de wereldkampioen Lollerkowski echt lachwekkend slecht aan het rondfietsen is en die ploeg kan je eigenlijk al bijna afschrijven. Orica is liefst drie man kwijt en Matthews is ook nog steeds half kreupel. Zo zijn er wel wat meer ploegen gehavend, Trek bijvoorbeeld. Mollema likte zijn vingers waarschijnlijk af bij het idee dat hij Cancellara aan zijn zijde had tijdens de ploegentijdrit, maar dat is ook weer even net wat anders gelopen. De ploegen die nog weinig mee hebben gemaakt zijn hier uiteraard in het voordeel, dan kan je denken aan ploegen als Sky en BMC, die eigenlijk niet veel hebben meegemaakt en normaal al best goed presteren in ploegentijdritten.
1. BMC. Ik lees overal dat BMC de grote favoriet is. Wie ben ik dan om daar tegen in te gaan. In ieder geval wel een hele sterke ploeg, met bijna alleen maar jongens die echt hard kunnen fietsen. Wyss, Schär en Quinziato kunnen in het eerste deel flink doorfietsen, mogen Van Garderen, Caruso, Dennis, Sanchez en d'n Olvarit het afmaken. Ook nog Oss erbij, sterke ploeg.
2. Sky. Hebben nog weinig meegemaakt, iedereen is nog heel. Met Froome, Kennaugh, Rowe, Stannard en Thomas Geraint ook best sterke renners voor zo'n ploegentijdritje. Porte zal waarschijnlijk na twee kilometer lossen, maar dat mag de pret niet drukken. König kan dit werk ook wel aan. Onze Wout dan weer niet, maar die zien we vast in de Pyreneeën wel. Froome moet alleen oppassen dat hij niet weer zijn hele ploeg op gaat blazen op een van die klimmetjes. Tactisch dom als hij is kan dat wel gebeuren natuurlijk.
3. Movistar. Doen het altijd goed in een ploegentijdrit, nu ook natuurlijk. Wel lullig, neem je Dowsett mee speciaal met het oog op de ploegentijdrit, gaat hij hard op zijn plaat. Geen idee hoe het nu met hem is, maar veel hoeft het ook niet uit te maken. Altijd Malori en Castroviejo nog, geweldige motoren. Gorka Izagirre is ook ijzersterk bezig dit jaar en ook in deze Tour al, hoewel je 'm niet vaak zit. Valverde kan dit werk ook wel aan. Nairito gaat gewoon in het laatste wiel zitten en laat zich lachen meezuigen richting Plumelec.
4. Astana. Ondanks dat de boeven van Vino nog niet echt lekker bezig zijn hebben ze wel een uitstekend ploeg voor dit werk. Boom, Westra, Taaramae, Kangert, Grivko, die weten wel wat hard fietsen is. Nibali heeft ook wel wat goed te maken na etappe 8, moet wel een aardig resultaat worden.
5. Tinkoff-Saxo. Bertje gaat wel wat tijd verliezen. Zijn ploeg is eigenlijk best slecht bezig tot nu toe. Basso, Bennati, Majka, Tosatto, allemaal bepaald niet wat het geweest is. Toch zullen ze wel een aardig resultaat boeken, omdat het nu eenmaal moet. Hoewel het ook echt tegen kan vallen, ik zie een Basso er ook wel voor aan om na een kilometertje te passen. Met hem nog wel een paar renners. Rip Bert in dat geval.

Lotto Djumbo gaat zesde worden en Etixx pas zevende. IAM achtste en daarna weet ik het niet meer. Al die Fransen gaan weer tijd verliezen, genot.

[ Bericht 0% gewijzigd door johannes_vermeer op 21-07-2015 14:41:48 ]
pi_154463255
Etappe 10: Tarbes - La Pierre-Saint-Martin, 167 km

De eerste week van de Tour zit erop en er is al heel wat gebeurd. De tijdrit in Utrecht werd verrassend gewonnen door Rohan Dennis. De rit naar Neeltje Jans werd zoals verwacht een waaierrit, maar als de storm in Zeeland een uurtje later was geweest hadden we nog meer spektakel gehad. Nu viel de schade tussen de klassementsrenners wel mee. De etappe naar Huy werd ontsierd door een grote valpartij, waar we onze hoop op een gele trui verloren. Rodriguez won in Huy en Froome liet daar al voorzichtig zien van de grote vier toch wel de beste te zijn. De kasseienrit viel een klein beetje tegen, het bleek niet zwaar genoeg om voor verschillen te zorgen tussen de klassementsrenners. Er volgden een paar wat minder interessante etappes, hoewel de finale in Le Havre nog wel interessant was. Ook vooral interessant door een valpartij. Voor de tweede keer deze Tour viel de gele trui uit. Voorlopig lijkt het alleen Chris Froome geluk te brengen. In de achtste etappe, met aankomst op de Bretonse muur wist Alexis Vuillermoz te verrassen. Tussen de klassementsrenners gebeurde weer niet veel, alleen Nibali verloor wat tijd. De ploegentijdrit werd een secondenspel tussen enkele ploegen. Aan het eind van de eerste week is Froome toch wel de winnaar. Hij staat 12 seconden voor op Tejay van Garderen, die toch wel ijzersterk bezig is. Op de rest van de grote vier heeft Froome al meer dan een minuut te pakken. Op Quintana en Nibali zelfs twee minuten. Willen deze jongens nog de Tour winnen, zullen ze in de bergen flink moeten aanvallen. De bergen gaan we na de rustdag eindelijk krijgen. Wel al drie aankomsten gehad op allerlei muurtjes, maar in de tiende rit dan toch eindelijk de eerste aankomst bergop. We gaan naar de Pyreneeën en krijgen daar een drieluik bergetappes.

UJTPPnZ.png
PROFIL.png

De eerste etappe van dit drieluik start in Tarbes, een stad met 48.000 inwoners in de regio Midi-Pyrénées, departement Hautes-Pyrénées. We zitten ineens helemaal in het het zuiden van Frankrijk, maar nog niet echt in de bergen. Tarbes is een bekende plaats in de Tour. Het is vooral een stad waar regelmatig ritten vertrekken. Voor het laatst was dat in 2006, een rit van Tarbes naar Pla de Beret. Deze rit zou gewonnen worden door Denis Menchov, no? In 2001 vertrok er ook een rit in Tarbes, deze rit zou eindigen op Luz Ardiden en werd gewonnen door een Baskische eindbaas, Roberto Laiseka. Ik was toen nog een heel klein Rellend Rotscholiertje, maar die etappe vergeet ik niet snel meer. Laiseka, met zijn uitgemergelde lijfje en zijn blik alsof hij al drie weken achter elkaar zonder pauze in de mijnen had moeten werken was daar toch mooi iedereen te snel af, waaronder Jan Ullrich en Lance Armstrong. Tarbes is ook enkele keren een aankomstplaats geweest. Voor het laatst in 2009, die rit werd gewonnen door de man met de neus als een zinksnijder, Pierrick Fedrigo. Die rit in 2009 betekende een terugkeer als finishplaats voor Tarbes na meer dan 50 jaar. De laatste keer voor 2009 dat er een rit aankwam in Tarbes was in 1951. Een rit met een heel bekend verhaal, dat we allemaal al duizend keer hebben gehoord. De 13e rit van de Tour van 1951 ging van Dax naar Tarbes, over de Aubisque. In de afdaling van de Aubisque viel Van Est in een ravijn. Hij overleefde het, tot ieders verbazing. Wel verloor hij de gele trui, die hij juist een dag eerder had veroverd. Tarbes zelf is verder wel een schattig stadje, prima plek om te vertrekken.

Tarbes-2-1024x678.jpg

Van Tarbes zou je naar het zuiden kunnen fietsen, dan kom je meteen in de Pyreneeën uit. Dat doen we niet, er wordt eerst een heel stuk naar het westen gefietst, om Pau heen. Het resultaat is dat we een bijna volledig vlak eerste gedeelte van deze rit hebben. Via Gardères en Morlaàs fietsen we een beetje door dit best vlakke gedeelte van de departementen Pyrénées-Atlantiques en Hautes-Pyrénées. Er worden nog wat weinig interessante dorpjes aangedaan als Navaille-Angos en Sauvagnon. Na een kilometertje of 55 passeren de renners het vliegveld van Pau. Een kilometer of 10 daarna passeert het peloton Bougarber. Net buiten dit dorpje begint de eerste klim van de dag, de Côte de Bougarber. Een klimmetje van de vierde categorie, 1,6 kilometer lang aan 6,2% gemiddeld. Dat stelt natuurlijk niet zo gek veel voor. Het is echt een rit die eigenlijk in de Vuelta hoort te zitten. De hele dag praktisch vlak en dan aan het eind van de dag een serieuze klim. Kan je nog wel een paar klimmetjes van de vierde categorie toevoegen, maar daar heeft niemand wat aan.

Tour_Pau.jpg

De renners fietsen verder en komen via Atrix in Mourenx uit. Mourenx is een klein dorpje, maar wel een heel bijzonder dorpje. Het bestaat bijna volledig uit flats en appartementencomplexen. Geen normaal huis te vinden. Een dorp vol met flats. Schijnt in deze omgeving wel vaker voor te komen, maar een apart gezicht is het zeker. Dit dorpje ligt echt praktisch in het midden van het niets. Niet echt een wereldstad, waar je behoefte hebt aan flats. Hoe dan ook, de koers gaat verder en het peloton komt na 87 kilometer door Vielleségure. Iets buiten dit dorpje begint het tweede klimmetje van de dag, de Côte de Vielleségure. 1,7 kilometer aan 5,9%, stelt wederom niet veel voor. We fietsen nu door de uitlopers van de Pyreneeën, het is dus wel logisch dat het af en toe een beetje omhoog loopt. Toch doet men zoveel mogelijk moeite om de echte klimmen te ontwijken. Na dit heuveltje dalen de renners af om na 95 kilometer uit te komen in Navarrenx. Een oud vestingstadje, dat nog steeds prachtig is. Langs de stadsmuren fietsen de renners over de oude brug.

81516788_o.jpg

Na Navarrenx rijden we dan eindelijk echt richting de bergen. Toch duurt het nog wel even voor er serieus geklommen wordt, we rijden eerst nog door een paar valleien. 109 kilometer koers hebben we nodig om de vallei van het riviertje La Saison te bereiken. Deze vallei wordt gevolgd en brengt ons naar de tussensprint van de dag, na 124 kilometer in Trois-Villes. Het loopt hier al langzaam wat omhoog, maar klimwerk mag je het nog niet noemen. Klimwerk komt een paar kilometer later wel, na het passeren van het dorpje Montory beginnen de renners aan de Côte de Montory. Een klimmetje van de vierde categorie, 1,8 kilometer lang aan 6,3%, weer niet echt een indrukwekkende beklimming. Na dit klimmetje is er een afdaling en rijdt men weer verder door een vallei, via kleine dorpjes als Aramits en Arette op weg naar de slotklim. In Arette passeert het peloton na 143 kilometer, nog een paar kilometer en dan gaat de enige echte klim van deze etappe beginnen. Na Arette begint het al licht op te lopen, in totaal toch wel 20 kilometer klimmen, hoewel die eerste kilometers dan niet zo zwaar zijn.

3xXf1hd.jpg?1

De slotklim is zeer zeker wel zwaar. De Col de Soudet is 15 kilometer lang en 7,4% gemiddeld. Hij begint meteen heel zwaar, na enkele kilometers vals plat krijgen de renners ineens te maken met een hele kilometer aan 8%. De kilometer daarna is nog een stuk zwaarder, bijna 11%. Het wordt eigenlijk geen moment makkelijk, de derde kilometer is gemiddeld 6,2% en is daarmee de makkelijkste kilometer van het eerste deel van de klim. Na die relatief makkelijke kilometer komt het eigenlijk niet meer onder de acht procent. Tussen kilometer 6 en 8 van de klim komt het niet onder de 9%, tussen kilometer 8 en 9 dan weer niet onder de 10%. Het is een enorm zware klim, zeker voor Tourbegrippen. Dit deel van de klim is ook waar het moet gebeuren, de eerste 10 kilometer. Het eerste deel van de klim is de Col de Labays en deze col is geschikt om flink aan te vallen. De schok zal enorm zijn, na 150 kilometer bijna volledig vlak terrein ineens moeten klimmen aan minstens 8%. Bovendien ook nog eens na een rustdag, hier gaan slachtoffers vallen als er flink wordt doorgereden.

j5Sc9c7.png

De laatste kilometers van de Labays wordt het enorm bochtig. Deze bochten zitten wel allemaal bij elkaar, in een kilometer een stuk of zes. Als de Labays is geweest klimmen de renners gewoon rustig verder en zitten ze ineens op de Col de Soudet. Dit gedeelte van de klim is een stuk minder interessant. Op vijf kilometer van de streep komen ze op dit gedeelte terecht en de stijgingspercentages komen nu niet meer boven de zes procent. Zelfs een kilometer aan 3%, maar daarna wordt het met 5,5 en 5,1% toch weer wat acceptabeler. Vlak voor de finish nog wel een wat lastigere kilometer aan 7%, maar richting de streep wordt het dan weer volledig vlak. Het eerste gedeelte van de klim is echt enorm zwaar, maar de laatste vijf kilometer is het eigenlijk niet zo zwaar meer. Als er klassementsrenners zijn die wat willen zullen ze het in de eerste 10 kilometer van de klim moeten doen. In de slotkilometer zitten nog een paar bochten, maar de weg is hier enorm breed. Als er nog wat renners samen zijn moet dat nog wel een leuk sprintje kunnen opleveren. Vlak voor de finish krijgen we nog even wat mooie rotswanden te zien.

DSCF3915.JPG

De finish is in La Pierre-Saint-Martin en dat is voor het eerst. Nog nooit begon of eindigde hier een rit. We zitten dicht bij Spanje in de buurt, zo'n beetje op de grens met Spanje eigenlijk, en derhalve ook bij het Baskenland. De Basken zijn altijd aanwezig als er een koers in de buurt is, dus zal het wel druk zijn op deze berg. Daarnaast is het natuurlijk 14 juli, quatorze juilliet, de Franse nationale feestdag. Een enorme drukte op deze berg valt wel te verwachten. La Pierre-Saint-Martin is een klein dorpje met amper 1000 inwoners. Het is bovenal een skiresort, hoewel je er meer kan doen dan skiën alleen. Mountainbiken, raften, vissen, klimmen, alles is heir mogelijk. Dit skiresort is vooral geschikt voor families en mensen die weinig ervaring hebben met skiën. Voor sommige renners zal La Pierre-Saint-Martin niet geheel onbekend terrein zijn. In de Tour van 2007 kwam de klim al eens voor, maar deze werd toen wel van een andere kant bedwongen. In die rit reed men even Spanje binnen en via de Spaanse kant werd er geklommen richting La Pierre-Saint-Martin. Die rit zou eindigen op de Aubisque en gewonnen worden door Michael Rasmussen, voor hij een paar uur later uit de Tour werd genomen.

default-la-pierre-saint-martin-ff62f-1.jpg

Het wordt warm. Graadje of 30 valt niet uit te sluiten. Boven in La Pierre-Saint-Martin natuurlijk een paar graden minder, maar alsnog warm. Het zal een lastige dag worden voor de renners. Een rit die volledig vlak is en dan met 30 graden ineens omhoog moeten knallen. Het zal vermoedelijk droog blijven. Waaien zal het ook niet echt, maar in de bergen is dat toch wat minder interessant. Om 12:25 vertrekken de renners in Tarbes en tussen 16:32 en 16:58 worden de renners boven in La Pierre-Saint-Martin verwacht. Een wat vroegere finish dus, wel goed om even rekening mee te houden. Om 14:10 zal de NOS er weer bij zijn en om 14:15 Sporza. Je kan ook gerust pas een uur later de tv aanzetten, veel zal er niet gebeuren voor de slotklim.

De eerste bergrit is vaak een rit die voor de klassementsrenners is. Toch kan deze rit er ook zomaar een zijn voor een kopgroepje. Ligt er maar net aan of er ploegen zijn die zin hebben het vlakke gedeelte van de etappe te controleren. Dat is heel makkelijk te controleren, maar het is de vraag of er ploegen zijn die daar zin in hebben. Sky zal ongetwijfeld liever iedereen bewaren voor de slotklim, net als veel andere ploegen. Een kopgroepje dat de zegen krijgt valt niet uit te sluiten, maar omdat het de eerste bergrit is ga ik toch maar voor een strijd tussen de favorieten voor de eindzege. Er zijn al heel wat jongens met een flinke achterstand op Froome, als die renners niets proberen hebben ze sowieso verloren. Vooral Movistar moet in staat zijn om wat voor elkaar te krijgen. Quintana en Valverde hebben allebei een flinke achterstand. Als ze een beetje samen gaan werken kan het nog leuk worden, maar met Piti is die kans klein.
1. Froome. Chris is op de brommer! Zijn hartslag gaat niet omhoog, terwijl zijn wattages verdubbelen. Is toch heerlijk, die marginal gains. Chris zet morgen het motortje ook aan en blaast dan iedereen weg, nadat zijn ploeg het begin van de klim gaat bombarderen alsof we naar US Postal op de Alpe d'Huez zitten te kijken. Ik kan niet wachten, dit gaat weer lachen worden. Remmen in de bochten.
2. Quintana. Nairito is de beste klimmer ooit, maar het begin van de klim zal hem wel wat minder liggen. Gelijk dat steile is niet zijn ding. Moet even op gang komen, een diesel toch wel. Als hij eenmaal op gang is gekomen kan hij ver komen, maar op basis van de eerste week lijkt Froome toch wat sterker. Is een voorbarige conclusie, want een echte beklimming is er nog niet geweest. Toch zet ik voorlopig mijn geld op Froome. Vooral ook omdat Nairo geen brommer heeft natuurlijk.
3. Contador. Bertje lijkt nog niet zo sterk en raakt nu dan ook nog eens Basso kwijt. Het is heel vervelend voor Basso zelf, maar ook voor Contador zal het wel gevolgen hebben. Welke gevolgen, dat is nog even afwachten. Het kan hem enorm motiveren, of juist niet. Ik verwacht bij Contador toch eerder dat het hem zal motiveren, maar dan zal hij alsnog niet goed genoeg zijn om Quintana en Froome te volgen. In de Giro leek hij al niet echt heel erg sterk, ondanks zijn overwinning. Nu lijkt het helemaal minder. Ook nog eens last van hooikoorts blijkbaar, ik vrees voor Bertje.
4. Van Garderen. Tejay is heel sterk bezig, maar moet nu wel even normaal gaan doen met z'n hoofd. Lijkt me niet dat hij na Froome de sterkste renner in koers moet zijn. Vierde plaats lijkt me wel voldoende voor Van Garderen.
5. Nibali. De haai van de Straat van Messina heeft al flink wat tijd verloren en is al eens redelijk opvallend gelost. Met een paar briefjes van Vino erbij kan het misschien nog wat worden, maar ik denk niet dat dit het jaar wordt van Vincenzo. Volgend jaar weer een nieuwe kans, als er misschien weer wat andere favorieten op hun bek gaan. Moet hij het toch van hebben.

Etappe 11: Pau - Cauterets, 188 km

Na de eerste bergrit van de ronde is er al heel veel duidelijk. Team Sky steekt er weer eens bovenuit en niemand komt ook maar enigszins in de buurt. Het lijkt heel erg op de eerste begrit van de Tour van 2013. Ook gewonnen door Froome, bijna een minuut voor Porte en na een minuut pas de derde. Nu zijn de verschillen nog groter. Iedereen is eigenlijk al uitgeschakeld, Van Garderen staat tweede in het klassement op bijna drie minuten. Froome moet van zijn fiets donderen wil hij deze Tour niet winnen. Voor die spanning is het slecht, de strijd om de eerste plaats is al weg. Sky bleek vandaag in de breedte ook veel te sterk. Porte heeft ook ineens weer topvorm en Britse wielergod Thomas kan nu eenmaal alles. Voor de andere plaatsen kan het nog wel spannend worden, hoewel Quintana ook weer zoveel beter is dan de rest dat hij sowieso tweede zal worden. Alleen een strijd voor de derde plaats dan nog, niet echt iets om bij voorbaat het broekje voor uit te doen. Gelukkig hebben we weer eens kunnen genieten van een goede Gesink. Het is hem na al die pech van de laatste jaren zeker gegund. Hopelijk blijft het nu goed gaan, dat is ook niet altijd zeker bij hem. We gaan verder met het drieluik bergetappes en krijgen nu een etappe met meerdere beklimmingen. Een vlakkere aanloop, maar daarna gaat het los. Er kan weer een hoop gaan gebeuren in het klassement, maar de gele trui zal niet meer van schouders veranderen.

ldeChXD.png
PROFIL.png

Deze etappe zal starten in het onvermijdelijke Pau. Zo'n beetje ieder jaar komt de stad terug, nu al voor de 67e keer. Na Parijs en Bordeaux staat Pau op een keurige derde plaats. Een stad met 81.000 inwoners ten westen van de startplaats van etappe 10, Tarbes. De renners hebben de bergen weer verlaten en bevinden zich nu weer op vlak terrein. Vorig jaar vertrok er ook een rit uit Pau, de 18e rit. De rit zou eindigen op Hautacam, waar altijd lachwekkende dingen gebeuren. Was vorig jaar ook weer het geval, Vincenzo Nibali reed maar weer eens iedereen de vernieling in en won met meer dan een minuut voorsprong op de rest. Er stond geen maat op hem, dat is dit jaar wel anders. Nibali bakt er niet veel van en verloor meer dan vier minuten onderweg naar La Pierre-Saint-Martin. Het valt dus niet te verwachten dat Nibali opnieuw een rit gaat winnen die vertrekt in Pau. De laatste aankomst in Pau was in 2012, de overwinning ging toen naar Pierrick Fedrigo. Fedrigo houdt van de Pyreneeën en dan vooral het deel net buiten de bergen. Zagen we tijdens de 10e etappe ook weer, hij ging in de aanval. Voor de verandering een keer zonder succes. Pau is ook de stad waar Leon van Bon in 1998 een rit won. De renners vertrekken voor het Palais Beaumont, een congrescentrum.

le-palais-beaumont-pau-1367068447.jpg

Na een geneutraliseerd rondje door Pau begint de koers echt buiten Pau. Het eerste deel van de etappe is vlak, de renners volgen de vallei langs de rivier Gave. We fietsen wel richting de bergen, dus loopt het langzaam een beetje omhoog. Het duurt wel even voor er echt serieus geklommen moet worden, dat komt pas na 48,5 kilometer. De renners gaan dan beginnen aan een colletje van de derde categorie, Côte de Loucrup. Twee kilometer aan 7%, best een pittig dingetje dus. Niet zo lang alleen. Een kleine tien kilometer daarna is het al tijd voor de dagelijkse tussensprint. De jongens die voor de groene trui gaan zullen hier wel punten willen pakken, veel andere kansen om nog punten te pakken zijn er niet. Kan zijn dat het peloton tot hier gecontroleerd gaan worden of er gaan sprinters mee in de aanval, zoals Hushovd dat altijd deed in zijn goede tijd. De tussensprint is na 56,5 kilometer in het dorpje Pouzac. Een kilometer of 20 daarvoor hebben de renners al een bekende plaats gepasseerd, het bedevaartsoord Lourdes.

lourdes_0.jpg

Net na de tussensprint fietsen de renners door Bagnères-de-Bigorre, een plaats die wel eens eerder in de Tour is voorgekomen. Het was de aankomstplaats tijdens de negende rit van de Tour van 2013. Na de demonstratie van Sky op Ax-3-Domaines een dag eerder werd tijdens deze rit de volledige ploeg van Sky opgeblazen, onder andere door Movistar dat flink tekeer ging. Mooi ritje was dat, Dan Martin won uiteindelijk in Bagnères-de-Bigorre. Hij muisde er samen met Fuglsang op het eind vanonder en als je mag sprinten tegen Fuglsang win je altijd. Na het passeren van Bagnères-de-Bigorre begint het weer wat steviger omhoog te lopen. Een klein klimmetje van de vierde categorie, 1,4 kilometer aan 6,1%. Een afdaling volgt, op weg naar de volgende klim van de dag. Na 74 kilometer krijgen de renners het derde klimmetje van de dag. De Côte de Mauvezin is een beklimming van de derde categorie en 2,7 kilometer lang. Gemiddeld 6%, toch nog best aardig. De top ligt midden in het dorpje Mauzevin. Dit is een dorpje met een château, altijd leuk.

002-chateau_de_mauvezin.jpg

Na dit klimmetje daalt het heel kort even af om daarna weer verder omhoog te gaan. Het is nu nog 30 kilometer tot het echt interessante gedeelte van deze etappe. Er wordt richting La Barthe-de-Neste gefietst, waar de ravitaillering is. Na het passeren van dit dorp gaan we recht naar beneden, de bergen in. Door de vallei langs de rivier La Neste op weg naar de eerste serieuze beklimming van de dag. Na 105 kilometer koers, net voor het dorpje Arreau gepasseerd zou worden, slaan de renners rechtsaf en verlaten ze de vallei. Tijd om te beginnen aan een klim met een rijke historie in de Tour, de Col d'Aspin. Na drie jaar afwezigheid is deze klim weer terug. Een beklimming van de eerste categorie, 12 kilometer lang aan 6,5% gemiddeld.

mZWgegO.jpg

De klim begint redelijk makkelijk, een kilometer aan 5% en een kilometer aan 3,5%. Daarna wordt het toch even wat zwaarder met een kilometer aan 7%. Na die derde kilometer van de klim komt het niet meer onder de 6%. Een onregelmatige klim, hele stroken aan 9% worden afgewisseld met stukken van zes of zeven procent. Het laatste deel van de klim is het zwaarste. Het is best een bochtige klim, met een redelijk smalle weg. Mooie klim, grote delen van de tijd een prachtig uitzicht. De klim werd voor het laatst bedwongen in 2012, Titi Voeckler kwam toen als eerste boven. Hij zou ook de etappe winnen. In 2009 kwam Franco Pellizotti als eerste boven op deze klim en een jaar eerder was die fantastische mafkees van een Ricco de beste op de Aspin. Over fantastische mafkezen gesproken, in 2004 was Rasmussen hier dan weer de eerste op de top. In 1998 kwam er een apotheker als eerste boven, Rodolfo Massi. De passage in 1995 is ook nog wel vermeldenswaardig, Richard Virenque kwam als eerste boven op de Aspin en zou de rit winnen. De rit kwam aan in Cauterets en dat is nu toevallig ook zo.

Col_d_Aspin_008_20140724.jpg

De afdaling is bijna 13 kilometer lang en nog best lastig. De weg is niet al te breed en er zijn aardig wat bochten, vooral in de eerste kilometers van de afdaling zitten een aantal haarspeldbochten. De renners fietsen ook door een bos, waardoor de bochten soms wat later te zien zijn. Na een tijdje verlaten ze het bos en wordt de afdaling wat overzichtelijker, vooral ook omdat het aantal bochten afneemt. Deze kant van de Aspin is ook minder steil, de gunstigste kant voor een afdaling. Als de afdaling gedaan is, beneden in Sainte-Marie-de-Campan begint de volgende beklimming meteen. Na de start in het onvermijdelijke Pau krijgen we nu de onvermijdelijke Tourmalet. Al 80 keer beklommen in de Tour, origineel is het ondertussen niet meer. Wel een mooie klim natuurlijk.

z3P1IFk.jpg

De Tourmalet begint makkelijk, een paar kilometer aan 4%. Daarna wordt het steeds een beetje zwaarder, van een kilometer aan 7% naar drie kilometer aan 8%. Rond de 10e kilometer van de klim wordt het pas echt zwaar. Zes kilometer achter elkaar komt het niet onder de 9%, af en toe gaat het zelfs flink boven de 10%. Alleen de laatste meters richting de top wordt het nog even wat minder zwaar. Het is een belachelijk zware klim, geheel terecht een klim van de buitencategorie. Wel een klim die al veel te vaak is voorgekomen in de Tour. Er zijn zoveel mooie beklimmingen waar de ronde nooit komt of bijna nooit, zie bijvoorbeeld de aankomst van de tiende etappe. De Tourmalet is natuurlijk mooi, maar hebben we dat niet een keer gezien? Hoe dan ook, we krijgen een opvolger voor Blel Kadri, hij kwam vorig jaar als eerste boven op de Tourmalet. Twee jaar eerder kwam Thomas Voeckler als eerste boven. In 1995 was Richard Virenque als eerste boven. Hij kwam eerder ook al als eerste boven op de Aspin en zou ook als eerste bovenkomen op Cauterets. De etappe van 1995 is dus wel vergelijkbaar met de etappe die we nu gaan krijgen.

20150226234420-bc181531.jpg

De afdaling van de Tourmalet is een enorm bochtige. Deze kant van de berg is misschien nog wel even wat lastiger, een behoorlijk steile afdaling dus. Het is natuurlijk wel een afdaling die zo'n beetje iedere renner al wel een keer heeft gedaan. Na bijna 18 kilometer afdaling en ontzettend veel bochten komen de renners beneden in Luz-Saint-Sauveur. 165 kilometer gehad, nog 23 kilometer te gaan. Het gaat nog 13 kilometer in licht dalende lijn door een vallei, op weg naar de slotklim. Na 178 kilometer komen de renners uit in Pierrefitte-Nestales en hier beginnen ze dan aan de slotklim richting Cauterets. Een slotklim die niets voorstelt als je het vergelijkt met de vorige beklimmingen. Toch kan er op zo'n minder zware klim ook nog altijd een hoop gebeuren, dat hebben we in de Giro ook nog kunnen zien.

PROFILKMS.png

De klim is 10 kilometer lang, maar na zeven kilometer klimmen worden de punten al verdeeld. De klim begint met twee kilometer aan 5%, maar daarna volgen dan weer twee kilometers waar het amper 3% is. Tussen zes en drie kilometer van de streep wordt het nog een klein beetje interessant, paar kilometer achter elkaar waar het niet onder de 5% komt en zelfs een kleine uitschieter naar 10%. In totaal 6,4 kilometer aan 5%. Klinkt toch een beetje treurig na de Tourmalet. Richting de streep blijft het omhoog lopen, maar dan moet je echt een een procent of drie denken. Niet echt een spetterende slotklim, renners die wat willen zullen het moeten doen op de Tourmalet. De weg richting Cauterets is breed en in de laatste kilometers zit praktisch geen bocht. Als er eerder in de etappe weinig spektakel is krijg je hier waarschijnlijk te maken met een sprint van een flink groepje. Weinig kans om op deze klim zelf veel volk te lossen.

QTpwdBi.png

Cauterets is een klein dorpje met amper 1000 inwoners. Het is vooral een toeristenoord, als je voorbij Cauterets rijdt kom je uit bij een skigebied. Hoewel je niet door hoeft te rijden, daar kan je ook gewoon met de skilift naartoe. Cauterets heeft ook nog wat thermen, dus je kan hier ook naartoe als er geen sneeuw ligt. Het wordt de vierde keer dat er een rit aankomt in Cauterets. De eerste keer dat er een rit aankwam in Cauterets was in 1953, de Bask Jesús Loroño won toen. Hij zou dat jaar ook de bolletjestrui winnen. In 1989 kwam de Tour voor de tweede keer langs in Cauterets en nu ging de overwinning naar Miguel Induarin. Zijn eerste ritoverwinning in de Tour, een paar jaar later zou hij pas echt veel gaan winnen. De laatste keer dat er een rit aankwam in Cauterets was in 1995, de ritoverwinning ging toen naar Richard Virenque. In een rit die vergelijkbaar is met deze rit kwam Richard Virenque overal als eerste boven. Hij reed zo'n beetje de hele tijd solo, in zijn bolletjestrui. 20 jaar later komen we dus weer terug in Cauterets.

p109073250.jpg

Het wordt heel warm, dik boven de 30 graden. In Cauterets zou het zelfs 34 graden kunnen worden. Er schijnt een kleine kans op regen te zijn. Waarschijnlijk zal het droog blijven, maar er is dus wel een kansje op wat druppels. Zou vervelend zijn met twee flinke afdalingen, maar kan ook wel weer wat toevoegen aan de koers omdat Froome dat niet echt leuk vindt. De start is om 11:45 in Pau en 20 minuten later begint de koers echt. Tussen 14:34 en 14:50 zouden de renners moeten beginnen aan de Aspin. Sporza en de NOS zijn er om 14:10 weer bij, dus we hoeven van het serieuze klimwerk niets te missen. De finish in Cauterets wordt tussen 16:59 en 17:38 verwacht.

Na de demonstratie van Sky valt het niet te verwachten dat Movistar weer de hele dag op kop gaat rijden. Ze hebben dat wel eens eerder gedaan, in 2013, de dag nadat ze flink klop hadden gekregen, maar nu valt dat toch niet echt te verwachten. Daar is het begin van de etappe toch wat te rustig voor. Sky heeft al aangegeven niet te gaan rijden, behalve als er belangrijke mensen aanvallen. Als het aan Sky ligt krijgt een kopgroepje de zegen, zolang daar niemand inzit die dicht in het klassement staat. Andere ploegen zullen wel niet echt gemotiveerd zijn om op kop te gaan rijden. Dit zou normaal gesproken een etappe voor een vluchtersgroepje moeten worden. Het mag ook wel een keer, tot nu toe is er eigenlijk nog geen groepje vluchters vooruit gebleven. Dan in de elfde etappe maar voor het eerst. Ik noem maar eens vijf willekeurige namen. Er zullen er morgen wel 50 zijn die in de aanval willen gaan, dus erg accuraat zal dit niet worden. Nog minder dan normaal.
1. Voeckler. Het is wel weer eens tijd voor een ouderwetse topshow van Titi. We zitten wel in zijn favoriete gebied, in de Pyreneeën heeft hij al enkele etappes gewonnen. Hij was sterk op de klim richting La Pierre-Saint-Martin. Kwam als 26e over de streep. Klinkt niet indrukwekkend, maar als je naar zijn recente prestaties kijkt is dit ineens een positieve uitschieter. Dat smaakt naar meer natuurlijk. Tong uit de bek en gaan.
2. Pantano. Een Colombiaantje, werd kort gehouden omdat ze bij IAM de illusie hadden dat Mathias Frank ineens wel ging presteren in grote rondes, maar al vrij snel is gebleken dat Frank dat nooit voor elkaar gaat krijgen. Tijd om het Colombiaantje te bevrijden en zijn gang te laten gaan. Dan wordt hij wel tweede of derde, want ik geloof niet dat Jarlinson ooit iets heeft gewonnen.
3. Kruijswijk. Goede etappe voor Steven om in de aanval te gaan. In de Giro ging hem dat best goed af, hoewel hij de explosiviteit mist om zoiets dan echt succesvol af te ronden. Bovendien zitten we pas in de tweede week. Nog een week wachten, dan gaat Kruijswijk pas echt goed rijden en fietst hij iedereen naar huis.
4. Teklehaimanot. Dani is de bollentrui kwijt en dit is een mooie etappe om die trui weer terug te krijgen. Gaat lastig worden, er zijn nu eenmaal redelijk wat jongens in de Tour aanwezig die beter kunnen klimmen. Hij gaat in ieder geval een poging wagen, dat geef ik je op een briefje. Eritrea zal weer trots zijn, dat is alvast zeker.
5. Wellens. Tim is een aanvallende renner en heeft ook al meerdere keren gezegd dat hij aan gaat vallen. Dan lijkt me dit wel een mooie rit om hem aan die belofte te houden. Lijkt echter niet over de beste benen te beschikken, dus ik weet niet of hij heel ver gaat komen als hij aan gaat vallen. Maakt ook niet uit, aanvallen is altijd goed.

Etappe 12: Lannemezan - Plateau de Beille, 195 km

De tweede bergrit van deze ronde leverde dan eindelijk eens een keer een ritzege op voor een vroege vluchter. Majka en de Tour blijkt een goede combinatie, hij heeft nu al drie ritten gewonnen in de Tour en het is pas zijn tweede deelname. Daarachter was Serge Pauwels de morele winnaar, ondanks een probleem met zijn schoenen wist hij toch nog vierde te worden. Tussen de favorieten gebeurde niet zo veel. Voor de actie waren we afhankelijk van de Tourmalet en daar gebeurde niet veel. De slotklim bleek lastig genoeg om nog een hoop renners te lossen, maar dat waren alleen maar renners die al eerder hadden aangetoond niet zo sterk te zijn. Voor het klassement veranderde er verder niet veel. Wel leuk om na Gesink nu Mollema in de aanval te zien gaan. Bauke heeft toch niet zo goed naar Zubeldia geluisterd blijkbaar. Nu is het tijd voor de derde bergrit op rij. Je zou dit zelfs de koninginnenrit kunnen noemen. Vier flinke cols, met de finish op een klim van de buitencategorie. Het drieluik bergritten in de Pyreneeën wordt op een waardige manier afgesloten.

8bsfc7j.png
PROFIL.png

Lannemezan is een dorp met 6500 inwoners in het departement Hautes-Pyrénées. We zitten nu weer buiten de bergen, een stuk ten oosten van Tarbes en ook in de buurt van La Barthe-de-Neste, een plaats die tijdens de vorige etappe werd gepasseerd. We trekken nu de andere kant op, richting het oosten. Een ander deel van de Pyreneeën moet nu beklommen worden. Lannemezan is een dorp dat zichzelf het balkon van de Pyreneeën noemt. Het wordt de vijfde keer dat er een rit vertrekt in Lannemezan. In 1999 debuteerde dit dorp, er vertrok hier een rit die zou eindigen in Pau en gewonnen zou worden door David Etxebarria. In 2008 maakte Lannemezan voor het laatst deel uit van de Tour. De 11e rit van die Tour zou vertrekken in Lannemezan en eindigen in Foix. De overwinning ging naar Kurt-Asle Arvesen. Ook in 2002 en 2004 kwam Lannemezan voor. In die jaren zou de etappe die hier vertrok eindigen op Plateau de Beille, net als nu het geval is. Over die etappes later meer. Het dorp zelf is niet bijster interessant. Er staat een mooi stadhuis, maar dat is het dan ook wel.

H%C3%B4tel_de_ville_de_Lannemezan_(Hautes-Pyr%C3%A9n%C3%A9es,_France).jpg

Na een korte neutralisatie begint de koers buiten Lannemezan echt. De renners fietsen in zuidoostelijke richting, maar het duurt nog wel even voor we echt weer in de bergen zijn. De tussensprint is een keer vroeg in de etappe, na 20 kilometer al. Het valt te verwachten dat er in het eerste deel van de etappe nog geen groepje weg gaat rijden, de sprinters zullen hier wel alle punten willen pakken. Het is vlak, dus makkelijk te controleren. De renners rijden langs Saint-Bertrand-de-Comminges en bij het passeren van dit dorpje is het tijd voor de tussensprint. Na het passeren van deze sprint zal er wel een kopgroepje ontstaan, het is nog een kilometer of 30 vlak tot de eerste klim van de dag. Voor die tijd kan je beter de benen sparen als renner die van plan is aan te vallen. Saint-Bertrand-de-Comminges is wel mooi, kerkje boven op een berg.

Saint_Bertrand_de_Comminges.jpg

Na de tussensprint blijft het dus nog even vlak. De renners gaan op weg naar de eerste serieuze klim van de dag, de Col de Portet d'Aspet. Een klim met een verhaal, het verhaal van Fabio Casartelli. In de Tour van 1995 werd de Col de Portet d'Aspet van de andere kant beklommen. In de steile en lastige afdaling gingen meerdere renners onderuit. Een van die renners was Casartelli, de olympisch kampioen van 1992 kwam met zijn hoofd tegen een betonblok en overleed enkele uren later in een ziekenhuis in Tarbes. Casartelli overleed op 24-jarige leeftijd. Nu, 20 jaar later, passeren we weer deze klim. De renners fietsen nu omhoog, waar Casartelli een poging deed naar beneden te gaan. Het monument voor Casartelli zal uiteraard uitgebreid in beeld worden gebracht. De kant die we nu beklimmen is dus de steile kant van deze klim. De andere kant is een stuk minder zwaar. Van deze kant is de Col de Portet d'Aspet 4,3 kilometer lang en 9,7% gemiddeld. Enkele stroken zwaar boven de 10%, richting de 12%. Heel onregelmatig, maar dus niet zo lang. Wel een goede klim voor de ploegen die iets van plan zijn om het peloton vast op te blazen.

3319248.jpg

Boven op deze beklimming van de tweede categorie hebben de renners 57 kilometer afgelegd. Er volgt een redelijk korte afdaling en daarna nog een lang dalend stuk door de vallei. Vorig jaar werd de Col de Portet d'Aspet nog van de andere kant beklommen, Thomas Voeckler was toen als eerste boven. 5,4 kilometer afdalen aan 6,9% gemiddeld. De afdaling is redelijk makkelijk, vergeleken met de klim. Nog steeds wel een redelijk pittige afdaling, aardig wat bochten over een niet al te brede weg. De renners passeren ook nog wat dorpjes, waar het ook vrij smal en bochtig is. Tot in Orgibet, na 66 kilometer, blijft het redelijk serieus dalen. Daarna volgt er een kilometer of 10 in licht dalende lijn richting Castillon-en-Couserans. Net na dit dorpje, met een mooie kerk, begint de tweede klim van de dag. De Col de la Core, een beklimming van de eerste categorie. Voor de klim echt begint loopt het al een aantal kilometer licht omhoog.

Stage-1432648554.jpeg

We zitten inmiddels al wat kilometers in het departement Ariège en gaan beginnen aan een klim van 14 kilometer, die eigenlijk niet eens zo vaak is voorgekomen in de Tour. Het wordt de zevende keer dat deze Pyreneeëncol bedwongen gaat worden. Het is een klim die vaak wordt gecombineerd met Plateau de Beille, deze combinatie komt nu al voor de vijfde keer voor. De laatste keer dat het peloton over deze col ging was in 2011, in een etappe die ook zou eindigen op Plateau de Beille. Mickaël Delage was toen als eerste boven, niet meteen een hele indrukwekkende naam. In het verleden kwamen hier grotere namen als eerste boven, Richard Virenque en Laurent Jalabert bijvoorbeeld. De Col de la Core is 14 kilometer lang en 5,7% gemiddeld. Zes kilometer lang stelt de klim niet veel voor. Het begint nog wel met een kilometer aan 6%, maar daarna zitten er ook hele stroken tussen waar het amper aan 2% omhoog gaat. Na zes kilometer klimmen wordt het wat lastiger, tot de top komt het niet meer onder de 6% en zitten er kilometers boven de 7% bij. Niet direct de lastigste klim ooit, maar lastig genoeg om al een hoop jongens te lossen.

160-RTR2OY1G.jpg

Een afdaling van een kilometer of 13 volgt, richting Seix. Een afdaling met heel wat bochten. Een aantal haarspeldbochten, maar vooral veel korte bochtjes die vaak ook nog kort achter elkaar zitten. Toch wel een redelijk technische afdaling, waar je als goede daler iets kan proberen. Zal niet gaan gebeuren, na de afdaling is er nog een heel stuk door de vallei. Nodigt niet echt uit om op deze klim of in de afdaling iets te proberen. Na 106 kilometer koers komen de renners beneden in Seix en moet er meer dan 20 kilometer door een vallei worden gefietst. Eerst volgen de renners de rivier Le Salat en daarna de Arac. Na 127 kilometer komen de renners door Massat en hier begint het omhoog te lopen. Richting Massat liep het ook al licht op, maar in principe kun je deze tocht door de vallei gewoon vlak noemen. Van Massat gaat het richting Le Port, waar de klim echt begint. Richting Le Port loopt het al licht op, maar daar eenmaal aangekomen is het tijd voor de derde klim van de dag. Port de Lers.

Stage-1432648565.jpeg

Port de Lers is een beklimming van de eerste categorie. De klim is bijna 13 kilometer lang en gemiddeld 6%. Een klim die ook nog niet zo vaak in de Tour is voorgekomen. Dit wordt de vijfde keer. Er zijn hier bijna alleen maar bazen als eerste bovengekomen. In 1995 kwam de klim voor het eerst in de Tour voor en was een van de grootste wielerhelden ooit, Marco Pantani, hier de beste. In 2004 was fantastische mafkees Michael Rasmussen als eerste boven en in 2011 kwam er een Baskische baas als eerste boven, Gorka Izagirre. Jammer van Sergio Paulinho in 2012, maar je kan niet alles hebben. De klim begint redelijk makkelijk, maar wordt na vier kilometer toch wat lastiger. Een kilometer aan bijna 9%, daarna twee kilometer rond de 7,5%. Het is een onregelmatige klim, makkelijke en moeilijke stroken wisselen elkaar snel af. Richting de top wordt het weer wat makkelijker, met kilometers aan 4 en 2%. Laatste stuk richting de top is dan weer 7%. De lastigheid zit 'm vooral in het steeds wisselen van de steiltegraad. De klim is ook redelijk bochtig, niet echt iets voor de jongens die graag één tempo rijden.

Port_de_Lers-_route_Massat.JPG

Meteen in het begin van de afdaling krijgen de renners een stuk of acht haarspeldbochten voor hun kiezen. De weg is niet al te breed, je zou het zelfs smal kunnen noemen. Na die haarspeldbochten in het begin blijft het de rest van de afdaling enorm bochtig. Enkele bochten liggen ook lekker dicht langs een ravijn, best een pittige afdaling in het begin. Het wordt na een paar kilometer afdalen wel wat makkelijker, maar nooit echt helemaal makkelijk. Lange stukken rechtdoor zijn er niet bij, het blijft draaien en keren. Na 11 kilometer dalen komen de renners uit in Vicdessos, waar het grootste gedeelte van de afdaling gedaan is. In Vicdessos hebben de renners 155 kilometer afgelegd en is het nog 40 kilometer tot de streep. Ze zullen ondertussen wel duizelig zijn, na al dat bochtenwerk. Zeker geen makkelijke afdaling, in 2011 vlogen er ook wat renners bijna uit de bocht. Als je hier veel risico neemt kun je zeker tijd pakken, maar met nog een heel wat kilometers in de vallei in het vooruitzicht lijkt dat niet echt een heel goed idee.

3PPWwR3.png

In Vicdessos is het nog niet gedaan met het dalen, het daalt nog 14 kilometer licht verder tot Tarascon-sur-Ariège. Hier slaan de renners rechtsaf en volgen ze de rivier L'Ariège. Na Vicdessos wordt de weg een stuk breder, dit deel van de afdaling stelt niet veel voor. Als de renners in de buurt van Tarascon-sur-Ariège zijn is het nog een kilometer of 10 volledig vlak tot de voet van de slotklim. In totaal toch bijna 35 kilometer tussen de top van Port de Lers en de voet van Plateau de Beille. Voor renners die vroeg willen aanvallen niet echt heel erg uitnodigend. 11 kilometer afdaling en dan nog 24 kilometer in de vallei. Als je alleen zit een ellende. Na 178 kilometer passeren de renners Les Cabannes en niet lang daarna begint de slotklim. De vierde klim van de dag. Plateau de Beille, een col van de buitencategorie. Tijdens de vorige etappe kregen we een col van de buitencategorie een heel eind van de streep, kijken of het meer spektakel op gaat leveren als het zwaarste wordt bewaard tot het eind.

Stage-1432648572.jpeg

De klim is bijna 16 kilometer lang en bijna 8% gemiddeld. Het begint meteen met vijf kilometer aan 9%. Daarna wordt het even wat makkelijker, een paar kilometer aan zeven procent. De volgende kilometers blijft het een beetje op en neer gaan tussen 7 en 9%. Onder de 7% komt het niet meer tot het eind van de klim. Het is een klim met een brede weg, redelijk wat bochten in het begin. Lastig ding, vooral omdat het meteen steil is. Pas in de laatste kilometer wordt het wat makkelijker. Van 8% gaat het naar 6%, de laatste meters wordt het bijna vlak. Veertien zware kilometers, met ook nog wat stroken boven de 10%. Het zwaarste stuk van de klim zit na 12 kilometer klimmen, dan gaat het even richting 11%. Na 30 kilometer zonder klimwerk is het ineens wel een zware col. Er is ook al heel wat geklommen eerder op de dag, dus deze klim zou voor wat verschillen moeten kunnen zorgen.

55861482.jpg

Plateau de Beille is voor de zesde keer aankomstplaats in de Tour. Op Plateau de Beille winnen altijd legendarische renners. Plateau de Beille debuteerde in 1998, Marco Pantani werd de eerste winnaar hier. Il Pirata zou later ook de Tour van 1998 winnen. Geen slechte naam om op de erelijst te hebben. In 2002 en 2004 kwam Plateau de Beille terug in de Tour. Beide keren won niemand. Oftewel, Lance Armstrong was hier twee keer de sterkste. Twee keer vertrok er een rit in Lannemezan om te eindigen op Plateau de Beille en twee keer won Armstrong. Een hattrick voor Lance gaat lastig worden. De derde legendarische naam is die van Alberto Contador. Hij vocht in 2007 een fel gevecht uit met Rasmussen. Het zou zijn doorbraak worden als ronderenner. Keer op keer probeerden die twee elkaar te lossen, maar ze kregen het niet voor elkaar. In de sprint zou Contador Rasmussen verslaan. Een paar dagen later liet Rasmussen zien wie nu echt de beste was in die Tour, maar daar schoot hij uiteindelijk niet veel mee op. Voor de meest legendarische naam op de erelijst van Plateau de Beille moeten we naar de laatste aankomst hier, in 2011. 2011 was vooral het wonderjaar van Philippe Gilbert, maar ploeggenoot Jelle Vanendert liet ook ineens goede dingen zien. Omega Pharma - Lotto was dat jaar enorm goed op dreef en Jelle Vanendert bleek ineens een goede klimmer te zijn. Niemand had ooit van hem gehoord, maar de alien uit Hamont wist in de Tour van 2011 vriend en vijand te verbazen. Op Luz Ardiden werd hij al tweede, maar nu ging hij ineens met de overwinning aan de haal. Hij viel al vroeg aan en niemand reageerde. Hij fietste meer dan een halve minuut voorsprong bij elkaar. De Schleckjes, Contador, Voeckler die nog de gele trui droeg, niemand reageerde. Alleen Samuel Sanchez ging nog in de tegenaanval, maar toen was de alien al gevlogen. Jelle Vanendert. Na de Tour van 2011 nooit meer iets van gehoord in de grote rondes. Je ziet hem tegenwoordig nog één week per jaar, in de Waalse klassiekers. Verder doet hij niets. Zonder Omega Pharma en José Ibarguren is het leven moeilijker.

2011_tour_de_france_stage14_plateau_de_beille_jelle_vanendert_wins2.jpg

Plateau de Beille is een wintersportoord zonder inwoners. In de omgeving wonen nog wel 5700 mensen, maar op de top is er echt helemaal niets. Er zijn vier gebieden in de omgeving waar je kan skiën. Keuze genoeg dus. Het is verder niet echt een heel interessant gebied in de zomer. Je kan natuurlijk altijd gaan klimmen in de bergen, mountainbiken en dat soort dingen. Het is een plaats waar vaak de winnaar van de ronde wint. Op 2011 na dan, maar zo'n gast uit een of ander Belgisch dorpje vlak bij de grens met Nederland die verder nooit meer wat van zich laat horen is toch ook leuk. Beelden van die etappe weer bekijken met nerveus commentaar van Michel Wuyts en José De Cauwer is ook zeker een aanrader.

Ari%C3%A8geoise-Plateau_de_Beille-_km16.JPG

Het wordt afschuwelijk warm, 35 graden wordt voorspeld. Er is een kleine kans op neerslag, tegen het eind van de middag. Vooral rond Plateau de Beille zou het kunnen gaan regenen. Er schijnt sowieso minder goed weer aan te komen. Voor de komende dagen wordt meer regen voorspeld. Tijdens deze etappe kan het goed droog blijven, maar een klein kansje op regen. De dagen daarna waarschijnlijk wel echt regen. Deze etappe zal integraal uitgezonden gaan worden. De liefhebbers kunnen om 11:10 al met het broekje uit voor de tv gaan zitten. De NOS en Sporza zullen er dan al bij zijn. Tussen 16:36 en 17:22 worden de renners op Plateau de Beille verwacht.

Eerst kon je op Plateau de Beille alleen winnen als je echt de beste in de ronde was. Vier keer achter elkaar was degene die op Plateau de Beille won ook de eindwinnaar van de ronde. Alleen in 2007 leek dat lange tijd anders te gaan lopen, tot Rasmussen uit de Tour werd gezet. Zo werd een traditie in stand gehouden, tot Jelle Vanendert in 2011 ineens besloot te gaan vliegen. Blijkbaar wint dus niet altijd de winnaar van het eindklassement op Plateau de Beille. Ik verwacht dat nu ook niet. Ik denk dat Sky weer hetzelfde gaat doen als tijdens de vorige rit. Klein beetje controle, maar niet zo gek veel. Als andere ploegen niet gaan controleren wordt dit weer een etappe voor een stel vroege vluchters. Op dit moment zie ik niet echt een ploeg hard werken om alles bij elkaar te houden. Astana probeerde dat tijdens de vorige rit even, maar uiteindelijk moesten al die mannen lossen. Zullen ze vast geen tweede keer proberen. Movistar zal wel wachten tot de Alpen, dan zitten ze immers in hun befaamde derde week. Na de tussensprint vroeg in de rit zal het wel stilvallen en zal een klein groepje wel meerdere minuten krijgen. Dan krijgen we op de slotklim vast nog wel wat spektakel, maar tegen die tijd zal de kopgroep al gevlogen zijn. Het parcours nodigt ondanks al dat klimwerk ook niet echt uit om vol te koersen op de eerdere cols, veel te veel vlakke kilometers tussendoor. Noem ik weer even vijf willekeurige namen.
1. Majka. Lollerpool is het hele jaar niet in vorm, maar nu ineens wel weer hoor. Uitstekend gepiekt. Kan een auto winnen, dus gaat meteen weer in de aanval en pakt gewoon alle punten voor de bergtrui, naast de rit. Wint ook nog wel wat in de Alpen. Niet te stoppen deze knul.
2. Sepulveda. De Argentijnse kopman van Bretagne rijdt niet slecht, maar echt indrukwekkend is het ook niet te noemen. Had ik stiekem wel meer van verwacht. Om die verwachtingen toch nog in te lossen moet hij nu maar eens in de aanval gaan, dan kan hij zich een keer echt tonen. Kan ook meteen best ver komen als hij in een kopgroepje zit.
3. KUDUS. In de eerste bergrit werd hij 61e, tijdens de tweede bergrit ging het al een stuk beter en wist hij 32e te worden. Een rit met één berg is dus minder gunstig voor hem, hij heeft liever wat meer beklimmingen. Tijdens deze rit is er weer een zware klim extra, dat moet hem motiveren. Als hij nu weer 29 plaatsen opschuift zal hij logischerwijs derde worden.
4. Huzarski. Nog een Pool, maar deze is wat minder indrukwekkend. Renner van Bora-Argon 18, dat Dominik Nerz kwijtspeelde. Gevolg is dat ze nu met z'n allen in de aanval gaan en Buchmann heeft zich al eens laten zien. Nu dan tijd voor een andere goede klimmer van die ploeg, deze Huzarski.
5. Tankink. Bram moet in de aanval van Nico 'hophophop' Verhoeven. Dan doet Bram dat natuurlijk. Of hij nu 3 ballen heeft of 38. Maakt Bram allemaal niet uit, maar potverdikke, hij moet dan wel lossen.

[ Bericht 0% gewijzigd door johannes_vermeer op 21-07-2015 14:46:11 ]
pi_154463264
Etappe 13: Muret - Rodez, 198,5 km

De Pyreneeën liggen achter ons. Na de eerste bergrit was bijna alles al duidelijk en daarom kregen we weinig spektakel voor het algemeen klassement in de twee andere bergritten. Voor het eerst in de Tour eens wat kansen voor de vluchters. Na Majka was het nu de beurt aan Rodriguez. Hij boekte een mooie overwinning, op een voor hem toch vrij onbekende manier. Zo vaak gaat hij niet zo vroeg in de aanval. Al zijn tweede overwinning in deze Tour, had eigenlijk niet verwacht dat hij zich op zo'n manier zou laten zien. Na zoveel goede dagen van Gesink werd het ook wel weer eens tijd voor wat pech, die jongen lijkt er nu eenmaal voor geboren. De pech viel deze keer wel mee, een lekke band kan iedereen overkomen. Toch vervelend, hij verliest er een minuut door. In het peloton bleek Sky weer veel te sterk. Porte heeft weer een fantastische vorm te pakken en Britse wielergod Thomas is ondertussen zoveel afgevallen dat hij nu een betere klimmer is dan Nairo Quintana. Gelachen, genoten. Na drie bergritten krijgen we nu een overgangsrit. We gaan op weg naar de Alpen, maar doen voor die tijd eerst het Centraal Massief nog aan.

2pcqI4Y.png
PROFIL.png

Iets ten zuiden van Toulouse start de etappe in het stadje Muret. Muret is een stad met 25.000 inwoners in het departement Haute-Garonne. Het is voor het eerst dat de Tour hier eens, we hebben te maken met een debuut. Niet heel gek, veel is er niet te beleven in Muret. Het is de geboorteplaats van Vincent Auriol, de eerste president van de Vierde Franse Republiek. Bovendien is Muret de geboorteplaats van Clément Ader, een pionier in de luchtvaarttechniek. Hij was zo'n beetje de eerste die een vliegtuig maakte. Toch lukte het hem niet om daadwerkelijk te vliegen met zijn creatie, dat is dan weer jammer. Een van de vliegtuigen die hij maakte noemde hij de Avion. Dit is later in Frankrijk een synoniem geworden voor vliegtuig. Ader was een handig mannetje, hij hield zich ook bezig met het in elkaar knutselen van telefoons, auto's en motoren. Daar moet Muret het van hebben, pochen met mensen die hier ooit geboren zijn. Verder is er niet veel om trots op te zijn. De renner starten in de buurt van de Rue Clément Ader, waar ook het museum Clément Ader te vinden is.

s01---Muret.jpg

Na een redelijk lange neutralisatie gaan de renners ver buiten Muret echt van start. Het eerste deel van de etappe is bijna volledig vlak. Af en toe wel wat kleine stukjes omhoog, maar vergeleken met de afgelopen dagen stelt dat niets voor. Meer dan 100 kilometer praktisch vlak. Op zich liggen hier nog wel wat heuveltjes, maar er wordt voor gekozen om voornamelijk voor allerlei valleien te fietsen. Over grotendeels rechte, brede wegen gaat het richting Laboutarie, waar na 92,5 kilometer de tussensprint is. Een vlakke tussensprint, in een klein dorpje waar verder niet veel te beleven is. Wonen amper 350 mensen, voor die mensen zal het passeren van de Tour ongetwijfeld het hoogtepunt in hun leven zijn. We zitten inmiddels in het departement Tarn, vernoemd naar de rivier Tarn. We scheuren hier een beetje door de vallei en komen wel wat dorpjes tegen die iets interessanter zijn dan Laboutarie. Lavaur bijvoorbeeld.

lavaur-cathedrale---jardins-photolblatge_4626.jpg

Direct na de tussensprint is het nog steeds vlak. Dat blijft ook nog een kilometer of 10 zo, pas na 100 kilometer koers begint het voor het eerst echt op te lopen. Er is alvast een voorzichtige klim richting het dorpje Villefranche-d'Albigeois. Na 115 kilometer koers passeren de renners dit dorp en na dit dorp klimt het nog even verder. Als ze hier echt boven zijn dalen ze vrij snel weer af, richting de rivier Le Tarn. Beneden komen ze uit in Ambialet, een pittoresk dorpje. In dit dorpje steken de renners de rivier Le Tarn over en begint het vrijwel meteen te klimmen. Bijna vier meter klimmen richting Saint-Cirque, aan 5,8% gemiddeld. De eerste echte klim van de dag en toch nog een best redelijke. Klimmetje van de derde categorie, meteen ook de zwaarste van de dag.

1765.jpg

Op de top van de Côte de Saint-Cirque hebben de renners 131 kilometer afgelegd. Vanaf dit moment wordt het nooit meer helemaal vlak. Het loopt nog een paar kilometer licht omhoog richting Valence-d'Albigeois. Ook na het passeren van dit dorpje blijft het omhoog lopen. Niet echt heel steil, een beetje vals plat. Na 142 kilometer rijden de renners het departement Aveyron binnen. Een paar kilometer verder bereiken de renners het dorpje Réquista en net buiten dit dorpje volgt een afdaling. Direct na de afdaling volgt de tweede klim van de dag waar punten te verdienen zijn, Côte de la Pomparie. Een beklimming van 2,8 kilometer aan 5%, maar op de top van deze klim loopt het nog een paar kilometer langer omhoog. Het stijgt dan niet echt indrukwekkend meer, maar al dat vals plat is ook vrij vervelend uiteindelijk. De renners dalen een paar kilometer verder richting La Selve, waar de volgende klim begint. Niet echt een spannende afdaling. Paar bochten wel, maar het gaat over een brede weg. Na La Selve begint de Côte de la Selve meteen, bijna vier kilometer aan 3,7%. Stelt niet gek veel voor dus. Een afdaling richting Cassagnes-Begonhès volgt.

20568357.jpg

In Cassagnes-Begonhès hebben de renners 171 kilometer afgelegd. Nog 27 kilometer tot de finish. Net buiten Cassagnes is het even vlak, maar daarna is het weer tijd voor een klein beetje klimwerk. Vervolgens dalen de renners af richting de vallei van de rivier Le Viaur. Langs deze rivier fietsen de renners een kilometertje of vijf. Zo'n beetje de enige vlakke kilometers in het tweede deel van de etappe. Na het passeren van Bonnecombe, waar een mooie abdij staat, beginnen de renners weer aan een klim. De klim gaat ze brengen naar La Primaude. Een kilometer of vier klimmen en in die tijd bijna 200 hoogtemeters overwinnen, mijn slechte rekenkunsten brengen mij dan op een stijgingspercentage van 5%. Toch nog best een aardig klimmetje. Vooral in het begin loopt het nog gemeen op, richting La Primaube lijkt het af te vlakken. Na 188 kilometer komen de renners boven.

Abbaye_de_Bonnecombe.JPG

De weg richting La Primaube was al best recht, maar voorbij dit dorp gaat het helemaal rechtdoor. Vijf kilometer recht vooruit, met alleen een paar rotondes onderweg. Dit alles in licht dalende lijn. Pas als de renners in de buurt komen van Rodez begint het echt te dalen. Op vijf kilometer van de streep is er een rotonde, waar de renners links gaan. Niet veel later komen ze nog een rotonde tegen, waar ze dan weer rechts moeten gaan. Daarna gaat het even een kilometertje rechtdoor, terwijl het flink naar beneden gaat. Op iets minder dan vier kilometer van de streep krijgen de renners te maken met een rotonde, waar ze een bocht van 180 graden maken. Ze gaan onder een viaduct door en krijgen nu twee bochten naar links. Het daalt hier inmiddels flink en de renners duiken onder een oude brug door. Tot op twee kilometer van de streep blijft het dalen. De renners op iets meer dan twee kilometer van de streep weer een rotonde, die ze links moeten nemen. Ze verlaten eigenlijk Rodez weer en fietsen langs de rivier L'Aveyron, op weg naar de finish. Ze komen weer onder de brug door die ze eerder al tegenkwamen.

Bwo5Neb.png
EqmDVCJ.png

Op twee kilometer van de streep is het vlak, dit blijft maar anderhalve kilometer zo. Bij het passeren van de laatste kilometer krijgen de renners een flinke bocht met links en niet ver daarna een flinke bocht naar rechts. Na deze bocht begint het meteen omhoog te lopen. Er volgt nog een bocht naar links en weer een bocht naar rechts. Daarna is het de laatste meters rechtdoor tot de streep. De laatste 570 meter van de etappe loopt het dus omhoog. Het loopt zelfs heel erg omhoog, dit stuk is aan 9,6%. Zo steil ziet het er niet uit als je zelf kijkt, maar een serieus muurtje is het zeker nog. Schijnt zelfs nog een strook aan 11% bij te zitten. Het is vooral in het begin lastig, de laatste meters richting de streep lijkt het wat af te vlakken. Wederom een muurtje in een etappe, lijkt wel alsof ze bij de ASO iets teveel naar de Vuelta hebben gekeken. Volgens de organisatie is het 570 meter omhoog, volgens andere bronnen is het dan weer 450 meter. Dat zou echt fantastisch zijn. In ieder geval een heel kort muurtje, waar je ook als klassementsrenner toch weer even op moet letten.

Stage-1432649106.jpeg
e37K2wc.png

Rodez is een stadje met 25000 inwoners in het departement Aveyron. Het maakt voor de vierde keer deel uit van de Tour. In 1984 kwam er een rit aan in Rodez, deze rit werd gewonnen door Pierre-Henri Menthéour. Een vrij onbekende renner, een veelwinnaar was het niet. De 13e rit in de Tour van 1984 zou zijn enige succes in een grote ronde zijn. Pierre-Henri overleed vorig jaar na een langdurige ziekte. Zijn broer, Erwan, is wellicht bekender. Niet vanwege zijn prestaties, maar omdat hij de eerste renner zou zijn die echt verdacht werd van het gebruiken van EPO. Twee keer vertrok er een rit in Rodez. Een dag na de overwinning van Pierre-Henri Menthéour vertrok het peloton weer uit Rodez, om naar Domaine du Rouret te fietsen. De Belg Fons De Wolf zou deze rit winnen. In 2010 was de Tour voor het laatst in Rodez. De rit vertrok hier en zou eindigen in Revel. Absolute eindbaas van het peloton, Alexandre Vinokourov, zou deze rit winnen. Rodez is een mooi stadje, met vooral een mooie kathedraal. Het is ook nog eens de geboorteplaats van Alexandre Geniez, een van de saaiste renners van het peloton.

6708231231_7f8b6ef2c2_b.jpg

Het wordt weer eens heel warm. De hele dag dik boven de 30 graden, richting de 35 graden zelfs. Dat wordt weer heerlijk smeltend asfalt. Gelukkig niet al te lastige afdalingen tijdens deze rit, dat scheelt dan weer. In tegenstelling tot de vorige etappe zal het waarschijnlijk droog blijven. Er wordt nog wel wat slecht weer voorspeld voor de komende dagen, maar tijdens deze etappe zou het droog moeten blijven. Vrij weinig wind, het zal echt heel erg warm zijn. Om 12:20 vertrekken de renners in Muret en 20 minuten later is de neutralisatie voorbij. Tussen 17:04 en 17:30 zou men in Rodet moeten aankomen. Deze etappe zal niet integraal worden uitgezonden, het zal weer ouderwets om 14:10 beginnen.

In principe is dit een overgangsetappe, een rit voor een groepje vroege vluchters. Dat zou nu ook het geval moeten zijn, hoewel het zomaar kan zijn dat er nog ploegen gaan willen controleren. Voor veel renners komen er niet veel kansen meer, dan moet je denken aan de Degenkolbjes en de Sagans van deze wereld. Deze rit zou geschikt voor deze jongens moeten zijn, vooral nog met zo'n muurtje op het einde. Het is toch wel een hele lastige rit, vooral om te controleren. Ik zie Giant dat niet echt doen en of Tinkoff nu echt gaat werken voor Sagan is ook maar de vraag. Ik ga toch maar uit van een etappe voor wat vluchters, omdat het tweede gedeelte van de rit niet zo makkelijk te controleren is en er waarschijnlijk niet veel ploegen zijn die willen rijden. Voor een fitte Matthews was het ook nog wel wat geweest, maar die valt ook al af. Blijft verder weinig over. BMC zal ook wel niet gaan rijden voor Van Avermaet. Misschien dat Europcar nog een poging wil wagen maar Coquard, maar lijkt me logischer dat ze weer iemand in de aanval sturen. Dan wordt het maar weer met de ogen dicht vijf namen uitkiezen.
1. Simon. Een renner van Cofidis als nummer 1 kiezen is altijd een slecht idee, maar ik ben van de slechte ideeën. Hij was een paar dagen geleden al in de aanval in de rit naar Cauterets. Een echte klimmer is hij niet, toch wist hij nog zesde te worden. Hij kon Voeckler bijhouden, helemaal niet zo slecht. Deze etappe is veel makkelijker en de finish is op het lijf van Simon geschreven. Zo'n kort klimmetje op het eind is zijn ding. Mag hij nu laten zien. Of niet, want hij fietst bij Cofidis.
2. Martens. Paultje, van Lotto Djumbo. Kan zomaar de meest onzichtbare renner zijn tot nu toe. Totaal nog niet gezien, maar een etappe als deze is echt iets voor hem. Als hij een beetje slim is gaat hij in de aanval, op zo'n laatste muurtje is hij vaak toch behoorlijk sterk. Als alle favorieten er nog bij zijn valt dat alleen niet zo op, hij moet het dan wel van een uitgedund groepje hebben.
3. Gautier. Van Cyril hebben we nog niet veel gezien. Normaal toch het broertje van Voeckler qua aanvalslust, maar daar blijkt tot nu toe niet veel van. Dit is wel een goede etappe om aan te vallen en als je kijkt wie er van Europcar al allemaal in de aanval zijn geweest is Gautier ondertussen wel aan de beurt. Kan ook best aardig aankomen op zo'n kort klimmetje.
4. Cummings. Nieuwe dag, nieuwe god van MTN-Qhubeka in de aanval. Cummings heeft eigenlijk nog niet zoveel laten zien. Beetje een onvoorspelbare wielrenner. Heeft van die dagen dat hij echt heel veel kan, maar vaak is het ook helemaal niets. In de 12e rit reed hij best aardig, zijn beste prestatie tot nu toe. Zal hem ongetwijfeld motiveren om ook eens in de aanval te gaan en daar is dit een perfecte rit voor.
5. Geniez. Zijn stad, dan zal hij zich wel willen laten zien. Heeft alleen totaal geen vorm, een overwinning lijkt me dus uitgesloten. In de Giro sloop hij nog wel onzichtbaar naar een 9e plaats, maar nu is het echt niets. In de Giro viel hij verder alleen op door in een afdaling vijf keer uit de bocht te vliegen. Als hij dat nu ook gaat doen zal hij natuurlijk nooit winnen.

Etappe 14: Rodez - Mende, 178,5 km

Het onmogelijke is gebeurd. Greg Van Avermaet wint iets. In de Tour ook nog eens. Ik denk dat ik nu alles heb gezien, echt heel apart dit. Is al dat olvarit toch niet zo slecht voor je. Gelukkig voldeed Sagan dan wel weer aan de verwachtingen, wederom een mooie tweede plaats. Dat is zijn vierde tweede plaats deze Tour. Het begint een beetje zielig te worden, maar Van Avermaet heeft dat ook jarenlang gehad. Die kan blijkbaar stiekem toch wel winnen, dan zal het Sagan een dezer dagen ook moeten lukken. Giant liet maar weer eens zien een ontzettend lelijke ploeg te zijn. Hele dag op kop voor een vierde plaats, grote klasse. En passent ook nog even het karretje van Wilco Kelderman in de poep rijden, ik stel voor dat we alle Giants terug naar Taiwan sturen. Etappe 14 is een etappe die je eigenlijk ook wel kan bestempelen als een overgangsetappe. Het is niet een echte bergrit, maar toch zeker zwaar genoeg om renners in de problemen te brengen. Alle klassementsrenners moeten weer alert zijn.

zb9jWnV.jpg
PROFIL.png

Etappe 14 begint daar waar etappe 13 eindigde, in Rodez. De start is in het centrum, op de Avenue Victor Hugo, dicht bij de kathedraal. Direct na het vertrek fietsen de renners langs de kathedraal. Vervolgens fietsen ze nog een heel rondje door het centrum en verlaten ze daarna Rodez, waar de koers een paar kilometer later pas echt begint. Als de neutralisatie eenmaal voorbij is begint het meteen op te lopen. De eerste 44 kilometer van de koers zal het bijna continu omhoog lopen. Af en toe een klein afdalinkje, maar verder vooral toch veel meters vals plat omhoog. Na amper 10 kilometer al de eerste serieuze uitdaging van de dag, toch weer een meter of 150 omhoog in een paar kilometer. Het eerste klimmetje waar punten te verdienen komt na 20 kilometer, dan beklimt het peloton de Côte de Pont-de-Salars. Deze heuvel, die start na het passeren van Pont-de-Salars, is 1,3 kilometer lang aan 5,8%. Dit pukkeltje krijgt toevallig dan een categorie opgeplakt, maar in het eerste deel van de etappe zijn er meer van dit soort heuveltjes.

12_-_Rodez_Cath%C3%A9drale.jpg

Na de Côte de Pont-de-Salars komen de renners op een plateautje terecht en daar blijven ze nog een kilometer of 10 op. Daarna gaat het weer verder omhoog, Na het dorpje Salles-Curan loopt het weer even een paar kilometer flink omhoog, we gaan van een meter of 800 boven zeespiegel naar 100 meter boven zeespiegel. Eenmaal boven is het voorlopig wel gedaan met al dat klimwerk. Na 44 kilometer komen de renners boven op de Col de Vernhette en daarna begint er een lange afdaling richting de rivier Le Tarn. Een afdaling van bijna 14 kilometer, met een aantal bochen. Eenmaal beneden wordt er een flink aantal kilometer door de vallei gefietst, langs Le Tarn. Op 100 kilometer van de streep komen de coureurs door Millau, waar de tussensprint van de dag is. Vlak voor de tussensprint fietsen de renners onder het viaduct van Millau door.

millau_viaduct.jpg

Als de tussensprint is geweest blijven de renners gewoon vrolijk door de vallei fietsen. De Tarn wordt nooit uit het oog verloren. Het is af en toe een beetje bochtig langs deze rivier en de weg begint een beetje op te lopen, maar verder is er niet veel te melden. Het blijft nog meer dan 50 kilometer praktisch vlak. In die tijd loopt het amper 100 meter omhoog. Het wordt dus pas interessant na een kilometer of 140, na het passeren van Sainte-Énime. Voor het oog is de etappe wel interessant, de vallei van de Tarn is een prachtige vallei. Rotsen, water, wat wil een mens nog meer. Prima gebied om te kanoën ook, Ducrot en Dijkstra kunnen hun hart ophalen. Welk dorpje de renners ook passeren, overal is wel iets moois te vinden. Een oude brug over de Tarn, gebouwen die haast in de rotsen liggen, helder water, mooi gebied.

1280px-Sainte-Enimie-Gorges_du_Tarn-Frankreich.jpg

Als Sainte-Émine is gepasseerd laten we de Tarn achter ons en is het tijd voor de langste klim van de dag. De Côte de Sauveterre is een beklimming van de tweede categorie en is 9 kilometer lang aan gemiddeld 6%. Het is een best regelmatige klim, niet echt veel verschil qua percentages. Halverwege de klim wordt het wel even iets zwaarder, met twee kilometer aan 7%, maar echt heel erg zwaar wordt het niet. Wel een redelijk klimmetje, na een kilometer of 80 door de vallei altijd lastig. Het begin is iets makkelijker, met een kilometer aan 5%. Zou toch niet veel problemen mogen opleveren, tenzij hier echt flink door gaat worden gereden. Na deze klim fietsen de renners nog even verder over een plateau, voor er weer afgedaald wordt richting een vallei. Een kilometer of zes afdalen richting Balsièges, om daarna meer dan tien vlakke kilometers te krijgen.

t_48BALSIEGES_100.jpg

We zijn nu al best dicht in de buurt van de streep. Na die tien vlakke kilometers door de vallei krijgen we nog een klimmetje, de Côte de Chabrits. Dit heuveltje van de vierde categorie brengt ons naar het dorpje Chabrits. Het is iets minder dan twee kilometer lang en 5,9% gemiddeld. In Parijs-Nice van 2012 kwam dit klimmetje ook voor, in een etappe die ook zou eindigen net buiten Mende. Na dit klimmetje wordt er afgedaald richting Mende en is het nog maar een paar kilometer tot de finish. Na 170 kilometer, op 8,5 kilometer van de finish wordt Mende voor het eerst bereikt. Al die tijd daalt het af, tot een kilometer of 5 van de finish. Door de buitenwijken van Mende gaan we op weg naar de slotklim.

3_mende-2.jpg

De slotklim is drie kilometer lang en 10,1% gemiddeld. De Côte de la Croix Neuve begint net buiten Mende en heeft een aanloop die nog wel te doen is. Daarna wordt het steeds steiler, het begint op te lopen richting de 10% en daar blijft het niet bij. Uiteindelijk gaat het over de 13% heen, voor het weer langzaam af begint te vlakken richting 11% en daarna richting 5%. Het zit wel bijna drie kilometer achter elkaar dik boven de 10%, met dus uitschieters naar 13%. De top ligt op iets meer dan een kilometer van de streep, daarna wordt het bijna volledig vlak en zit er zelfs nog een klein stukje afdaling bij. Renners die aan willen vallen zullen het dus iets verder van de streep moeten doen, in de laatste kilometer heeft dat niet echt zin meer. Voor het eerst sinds 2010 is de Tour weer terug op deze Côte de la Croix Neuve, ook wel bekend als de Montée Jalabert. Vlak bij de finish ligt nog een vliegveld,

Stage-1432648598.jpeg
68535664.jpg

Mende is een dorp met 13.000 inwoners. Het komt regelmatig voor in verschillende wielerkoersen, maar eigenlijk ligt de finish nooit in Mende zelf. Het is bijna altijd op de plek waar we nu ook gaan aankomen, de Côte de la Croix Neuve. Voor de vierde keer komt hier een rit aan. De eerste keer was in 1995, toen Laurent Jalabert op deze côte wist te winnen. De côte werd al snel naar hem vernoemd. Tien jaar later, in 2005, kwam er weer een rit in Mende aan. De overwinning ging toen naar de Spanjaard Marcos Serrano. Vijf jaar geleden was er nog eens in finish in Mende, het zou de eerste ritoverwinning worden voor Joaquim Rodriguez in de Tour. Inmiddels heeft hij er al een paar bij. Ook in Parijs-Nice komen ze wel eens aan in Mende. In 2007 en 2010 bijvoorbeeld, beide keren was Alberto Contador de sterkste. Toch moet ik het hardste lachen om de aankomst in Mende van 2012. Lieuwe Westra, de oude stratenmaker uit Friesland, had al laten zien dat hij wel aardig kon fietsen. Wat niemand nog wist, was dat hij ook best aardig kon klimmen. In 2012 liet hij dat zien in Parijs-Nice. Ineens was hij de beste van allemaal in Mende. Hij fietste weg van Wiggins, hij fietste weg van Valverde, Leipheimer, Cunego en ga zo maar door. Die stratenmaker uit Friesland was ze allemaal te snel af. Vacansoleil heeft door de jaren heen best lollige dingen gedaan, deze overwinning van Westra was toch wel met afstand de lolligste.

parisnice.jpg

Het schijnt wat minder warm te worden in Frankrijk. In plaats van 35 graden nog maar 29 graden, dat is al een flinke vooruitgang. Er wordt ook wat regen voorspeld, vooral in Mende. Tegen de tijd dat de renners in die buurt zouden moeten zijn toch bijna 50% kans op neerslag. Kan wel wat toevoegen aan de etappe, toch nog wat klimmetjes en ook wat afdalingen. Niet echt de meeste technische afdalingen, maar met regen wordt ineens iedere afdaling technisch. Kan leuk zijn voor Froome. Om 12:35 zullen de renners vertrekken in Rodez, 10 minuten later begint de etappe echt. Tussen 16:48 en 17:13 worden de renners buiten Mende verwacht, bij het Aérodrome de Mende-Brenoux. De finale zal pas rond een uur of vier beginnen, als de Côte de Sauveterre op het programma staat. Het is dan wel weekend, van een integrale uitzending is geen sprake. Gewoon om 14:10 weer bij Sporza en de NOS. Tegen die tijd fietsen de renners ergens in een vallei, dus echt spannend zal de koers dan ook nog niet zijn. Wel een mooie omgeving.

Geen idee meer wat ik moet voorspellen. De vorige etappe leek perfect voor een groepje vluchters, maar dan zijn er blijkbaar toch nog ploegen die het menen te moeten controleren om uiteindelijk vierde te worden. Kan nu ook weer gebeuren. De slotklim is een hele lastige, waar in het verleden al mooie dingen zijn gebeurd. Joaquim Rodriguez heeft hier al eens gewonnen en Contador ook. Aan dat soort namen moet je toch wel denken bij deze klim. Mijn gratis tip voor Giant is dat ze nu niet voor Degenkolb hoeven te rijden. Toch is het nu ook weer de vraag welke ploeg er gaat rijden. Gaat Movistar rijden voor Valverde? Het zou niet onverstandig zijn, deze klim is echt geschikt voor Piti. Als Sky het gaat controleren maakt Froome ook een serieuze kans op de overwinning. Toch denk ik niet dat Sky dat gaat doen, hebben ze totaal geen reden voor. Hun ritoverwinning is al binnen en de gele trui is veel belangrijker. Of Movistar alle kastanjes uit het vuur gaat halen weet ik ook niet. Stiekem ga ik weer voor een paar vluchters. Als het geen vluchters worden moet je denken aan de renners die we al eerder hebben gezien op de korte steile heuveltjes. Rodriguez, Valverde, Dan Martin, Vuillermoz, dat soort jongens. Contador heeft hier dus ook al twee keer gewonnen, een naam om rekening mee te houden. Het is wel de laatste kans voor de klassementsrenners om in de tweede week nog wat tijd te pakken op de concurrenten. Nouja, toch maar vijf willekeurige namen.
1. Yates. Een van de twee, dat is lekker makkelijk. Maakt me niet uit, ik kan ze toch niet uit elkaar houden. Adam scheert zich iets minder, dat schijnt dan het onderscheid te zijn. In ieder geval, als die knulletjes slim zijn gaan ze gewoon lekker aanvallen. Als een van de twee in de aanval gaat en die vlucht zou succesvol zijn, dan zijn ze meteen grote favorieten. Dit soort werk is ideaal voor die jongens.
2. Kruijswijk. Het is bijna de derde week, dus ik verwacht ondertussen toch wel iets van de kleerhanger. Hopelijk kan hij nu al wat moois laten zien en hoeft hij verder niet op Gesink te letten. Hop hop hop.
3. Arredondo. Vorig jaar was Julian zo goed, dit jaar is het best treurig. Dit kleine klimmertje, met zijn kinderfietsje, mag ondertussen wel eens wat laten zien. Daar is deze etappe bij uitstek geschikt voor. Colombiaantjes moeten even wat minder kort worden gehouden.
4. Sepulveda. Omdat Eduardo ook nog helemaal niets heeft laten zien. Beetje aanklampen, leuk. Hup, aanvallen met je kadaver. Maak Argentinië trots.
5. Maté. Cofidis laat ook weer bar weinig zien. Normaal valt Maté nog wel op, met zijn vlechtje. Nu ook niet eens, totaal onzichtbaar weer die ploeg. Hebben stiekem best een groot budget, met het geld dat er in die ploeg gepompt wordt zouden ze gewoon mee kunnen doen aan de World Tour. Willen ze niet, ze blijven liever op een wat lager niveau actief. Is ook wel te zien aan de prestaties, treurig weer.

Etappe 15: Mende - Valence, 183 km

Dat op Nelson Mandela Day een renner van de eerste Afrikaanse ploeg in de Tour wint is natuurlijk een prachtig verhaal. Op de geboortedag van Nelson Mandela was de Brit Stephen Cummings twee Fransen te snel af. De Fransen keken vooral veel naar elkaar en daar kon Cummings van profiteren. Bijkomend voordeel voor Cummings was dat Pinot als een oud wijf door de bochten ging. Een overwinning voor MTN-Qhubeka, een ploeg met een mooi verhaal en een heel goed doel. Cummings stak bij het passeren van de streep zijn hand omhoog en beelde daarmee het symbool van Qhubeka uit. Een handreiking, maar dan nog wel een waar je zelf wat moeite voor moet doen. Was nog mooier geweest als er een renner uit Zuid-Afrika had gewonnen, maar je kan niet alles hebben. Dit was mooi genoeg, met name ook het gepruts van de Fransen. Nu gaan we verder met de laatste rit voor de rustdag. We zitten in het weekend, dan verwacht je een goede bergrit. Is nu geen sprake van, het eerste gedeelte van de etappe is nog wel flink heuvelachtig, maar het laatste deel van de etappe is het volledig vlak. Kan zomaar nog een etappe voor sprinters worden en dat op een zondag. De zware ritten in de Alpen krijgen we pas na de rustdag.

MgHYRi3.jpg
PROFIL.png

Waar de vorige eindigde op een vliegveld buiten Mende, zal deze etappe starten in Mende zelf. In de buurt van de kathedraal beginnen de renners aan de laatste etappe van de tweede week. Mende is een stad met 12.000 inwoners en voor de tweede keer vertrekt hier een rit. De eerste keer was in 1995, daags nadat Laurent Jalabert won op de Côte de la Croix Neuve zou er in Mende een rit vertrekken richting Revel. Deze rit van 245 kilometer werd gewonnen door de Oekraïner Sergey Oesjakov, zijn enige ritoverwinning in de Tour. Deze rit is beduidend korter, maar nog steeds best lastig. In de neutralisatie fietsen de renners Mende uit, naar de vallei van de rivier Le Lot. Als de koers net bezig is fietsen de renners nog een paar kilometer langs die rivier, maar al snel gaat het klimmen beginnen. Na 9,5 kilometer komt het peloton al boven op de eerste klim van de dag, de Côte de Badaroux. Een beklimming van de derde categorie, 4,6 kilometer lang en 5,1% gemiddeld.

Cath%C3%A9drale_Notre-Dame_et_Saint-Privat_-_Mende_-Loz%C3%A8re.jpg

Op de top van de Côte de Badaroux zijn de renners eigenlijk pas net begonnen. Er gaat nog 9 kilometer verder geklommen worden, richting Côte de la Pierre Plantée. Dit stuk is wel een stuk makkelijker, het gaat eigenlijk vals plat omhoog. Procentje of 2, af en toe 3. Stelt niet zo gek veel voor. Als de renners dan echt boven zijn komen ze op een soort van plateau terecht. Het blijft een aantal kilometer redelijk vlak, na 36 kilometer komen ze uit in Chasseradès en in bijna 20 kilometer is er minder dan 100 meter gedaald. Na Chasseradès gaat het weer even een klein beetje omhoog, maar al snel mogen de renners weer verder in dalende lijn. We fietsen nu op de grens van twee departementen, Lozère en Ardèche. Een paar kilometer fietsen we precies op die grens, maar na het passeren van het gehucht Luc wordt dan toch echt voor de Ardèche gekozen.

2010.Luc-46.jpg

Na 53 kilometer fietsen we dan door de Ardèche en hier begint het langzaam weer omhoog te lopen. Heel langzaam, tot Saint-Étienne-de-Lugdarès, na 60 kilometer, is het nog eigenlijk gewoon vlak. Een paar kilometer na dit dorp begint de tweede klim van de dag. De renners moeten de Col du Bez gaan bedwingen, een klimmetje van de vierde categorie. Is 2,6 kilometer lang en 4,4% gemiddeld. Niet echt heel erg zwaar, maar na afgelopen week zal alles wel zwaar aanvoelen. Op de top van dit klimmetje is er geen afdaling, er wordt bijna meteen beginnen aan de volgende klim. Slechte wegen wel hier, tenzij er sinds 2011 iets aan is gedaan. Het derde klimmetje van de dag is de kortste, de Col de la Croix Bauzon is 1,3 kilometer lang en 6,2% gemiddeld. Weer een klimmetje van de vierde categorie. Hierboven ligt nog een skistation, ook in de winter is hier genoeg te doen.

13juillet165o.jpg

Boven op de Col de la Croix Bauzon hebben de coureurs 73 kilometer afgelegd. Het is voorlopig even gedaan met het klimmen, een bochtige afdaling richting La Souche volgt. De afdaling is ongeveer 13 kilometer lang en er wordt aan bijna 6% gemiddeld afgedaald. Eigenlijk is deze kant van de klim een stuk interessanter. Bochtige afdaling dus, de renners fietsen bijna de hele afdaling langs een ravijn en de bochten zijn bijna ontelbaar. Niet echt de meeste venijnige bochten, allemaal goed in te schatten en prima te doen. Na 87 kilometer komen de renners aan in La Souche en zijn ze bijna helemaal beneden. We fietsen net als tijdnes de vorige etappe weer door een mooie omgeving. Talloze mooie dorpjes, gebouwd op heuvels. Een paar van die dorpjes zijn La Souche en Jaujac, waar de renners na 93 kilometer passeren. Hier krijgen de renners weer te maken met een klein stukje bergop, maar daarna daalt het snel weer verder richting de tussensprint van de dag in Aubenas. Dit is een lastige tussensprint, in de laatste kilometer richting die sprint moeten er nog 50 hoogtemeters overwonnen worden. Toch aan bijna 5% omhoog dus in Aubenas. Ook best een mooi stadje.

cadt07_al_aubenas_gf.jpg

Als de tussensprint is geweest kan de koers echt interessant gaan worden. Dit is een etappe waar iets van te maken valt, maar dan moeten de renners daar wel hun best voor gaan doen. Niet ver buiten Aubenas begint de weg omhoog te lopen en tien kilometer na de tussensprint gaat de laatste beklimming van de dag echt beginnen. Na 126 kilometer, op iets minder dan 60 kilometer van de streep, gaan de renners boven komen op de Col de l'Escrinet. Deze klim van de tweede categorie is in totaal 14 kilometer lang, maar de organisatie telt alleen de laatste 8 kilometer mee. Dit zijn ook de zwaarste kilometers. De andere kilometers komt het niet boven de 3%. Als de klim echt begint krijgen de renners meteen een kilometer aan 7,5%, maar zwaarder dan dat wordt het niet meer. Het blijft de rest van de klim tussen 5 en 6% stijgen. Niet echt de zwaarste klim van allemaal, maar na twee zware weken kan je hier alle sprinters lossen als je een beetje gas geeft.

Escrinet_suzon_2005.JPG

Iedereen die gelost wordt heeft genoeg tijd om terug te komen. Na de top volgt een afdaling van bijna 20 kilometer. Het eerste deel van deze afdaling is bochtig en brengt de renners naar Privas. De weg is zo'n beetje tien meter breed, dus echte problemen hoeven we hier niet te verwachten. Hier zou zelfs Pinot redelijk vlot door moeten komen. Ook niet echt een hele steile afdaling, gaat minder steil naar beneden dan dat het naar boven ging. Een afdaling die niet echt technisch is, maar waar je gewoon alsnog hard moet trappen. Als er een paar ploegen rijden en dat ook in de afdaling blijven doen, is er wel minder kans voor achtervolgers om terug te keren. Geen technische passages waar je tijd goed kan maken door als een debiel door te bocht te vliegen. Als de renners Privas hebben gepasseerd daalt het nog een kilometer of tien verder richting Le Pouzin. In de buurt van Le Pouzin wordt de omgeving erg mooi, de renners fietsen dan langs de rotswanden.

uZ5nSor.jpg

Beneden in Le Pouzin komen we uit bij de Rhône. Deze rivier blijven we nu een hele tijd volgen. In Le Pouzin hebben de renners 152 van de 183 kilometer gehad. Veel is er niet te melden over de laatste 30 kilometer. Het gaat lange tijd rechtdoor richting Valence, langs de Rhône. Na 157 kilometer wordt La Voulte-sur-Rhône gepasseerd, daar is een mooie brug. Aan de linkerkant zijn allerlei dorpjes verstopt in de heuvels, maar daar fietsen we helaas niet door. We fietsen aan de rand van de Ardèche en aan de linkerkant liggen de mooie heuvels voor het oprapen. Je zou van deze etappe echt iets heel moois kunnen maken, maar de ASO weet dat weer grondig te verneuken. Zo'n rit op een zondag, topshowtje hoor. Op 14 kilometer van de streep wordt Soyons gepasseerd. Op het plateautje boven Soyons staat een scheve toren. Op een kilometer of zes van de streep steken we eindelijk de Rhône over en fietsen we Valence binnen.

xQ1ZssE.png

Genoeg bochten en rotondes in de laatste kilometers. Met het binnenfietsen van Valence zijn we ook meteen het departement Drôme binnengefietst. De Ardèche ligt helaas achter ons, daar was veel meer uit te halen geweest. De brug waarover de renners Valence binnenfietsen is ook echt 10 meter breed. Daarna wordt het interessant, de weg wordt een stuk smaller. Belangrijk punt om goed van voren te zitten. Op iets meer dan vijf kilometer van de streep is er een leep bochtje naar rechts, door een winkelstraat fietsen de renners nu naar de echte obstakels van de finale. Op iets meer dan vier kilometer van de streep een rotonde. Op vier kilometer van de streep begint het een beetje omhoog te lopen, de renners slaan linksaf en meteen gaat het omhoog. 21 hoogtemeters worden overwonnen in minder dan een kilometer, toch nog best een vervelend pukkeltje. Bij de volgende rotonde, die links gepasseerd moet worden, is het alweer gedaan met het klimmen. De laatste drie kilometer richting de streep is het vlak. Wel nog een goede bocht op drie kilometer van de streep, na die bocht komen de renners op een brede weg terecht. Deze weg loopt praktisch twee kilometer rechtdoor. In de slotkilometer krijgen de renners nog te maken met een rotonde, die ze rechts nemen. Die rotonde is nog best dicht bij de streep, op een meter of 400. Die laatste meters gaat het wel rechtdoor. De finish is vlak voor het Stade Georges Pompidou, het stadion van de lokale voetbalclub, met een prachtige sintelbaan. Club komt uit op het vijfde niveau in Frankrijk ofzo, kunnen er niets van. Wordt ook wel eens iets met atletiek gedaan.

3658

Valence is een stad met 64.000 inwoners, een stad op de grens van de Ardèche en Drôme, aan de oevers van de Rhône. Twee renners van AG2R zijn geboren in Valence, Axel Domont en Guillaume Bonnafond. Helaas voor die jongens zijn ze er zelf niet bij. Deze stad maakt voor de tweede keer deel uit van de Tour de France. De eerste keer was in 1996. Een rit die vertrok in Gap, met aankomst in Valence. De Colombiaan Chepe González won deze rit, hij werd duidelijk niet kort gehouden. Later zou deze Colombiaan, in dienst van het roemruchte Kelme, nog meerdere ritten in de Giro winnen en ook een paar keer de bergtrui veroveren. De Giro lag hem wat beter dan de Tour. Gonzalez was vooral een aanvaller en een goede klimmer. De tweede winnaar in Valence zou zomaar een sprinter kunnen zijn. Nogal een contrast.

Kiosque_2004-09-18_009.jpg

Het blijft warm in Frankrijk, tijdens deze rit zal het weer op z'n minst 30 graden worden. Waarschijnlijk nog wel warmer dan dat. Het zal wel droog blijven, er wordt geen neerslag voorspeld. Ook weinig wind, wederom een hele warme dag. Om 13:00 vertrekken de renners uit Mende en vijf minuten later is de neutralisatie voorbij. Tussen 17:09 en 17:33 zouden ze aan moeten komen in Valence. Om 14:10 zal de NOS er weer bij zijn met wat nutteloze interviews en itempjes. Kwart over twee zal Sporza gewoon beginnen met de koers.

Als er flink wordt gekoerst tijdens deze rit zou het nog best leuk kunnen worden. In principe kan je in dit gebied een fantastische heuvelrit uittekenen, maar als je de hele tijd de Rhône volgt wordt het niets natuurlijk. Best wel een gemiste kans, want een potentiële sprintersrit in het weekend wil niemand, lijkt me. Kan alle kanten op met deze etappe. Kan iets voor een groepje vluchters worden, aangezien het eerste deel van de etappe niet echt te controleren is en niet iedere ploeg zin zal hebben om te rijden. Als ploegen stiekem toch zin hebben om te rijden kan het dan weer een massasprint worden. De laatste beklimming van de dag zal wel vrij beslissend zijn. Als daar echt hard wordt gereden zijn de Greipeltjes en Cavendishjes van deze wereld wel verdwenen. Hebben ze nog 60 kilometer om terug te komen. Kan lukken als ze nog flink wat knechten in de buurt hebben, anders wordt het lastig. Als er in het eerste deel van de etappe goed wordt gekoerst zal het niet voor een Greipel zijn. Als er een bejaardentempo is zal iedereen er nog zijn. Ik denk dat in ieder geval Sagan nog wel een ritje wil en ook bij Giant zullen ze nog steeds wel in Degenkolb geloven. Die ploegen zullen wel wat gaan ondernemen. Toch een sprint, met een uitgedunde groep.
1. Degenkolb. Eigenlijk is Sagan een logischere naam, maar die wint toch niet. Dan kom je toch bij Degenkolb uit, omdat Cavendish en Greipel er misschien niet bij zullen zijn. Niet dat Degenkolb zo'n zekerheidje is, maar wint toch net wat makkelijker dan Sagan.
2. Sagan. Genot.
3. Demare. Klimt best behoorlijk deze Tour. Of nouja, voor een sprinter dan. Bakt er in de sprints zelf alleen nog niet veel van. Was waarschijnlijk niet echt slim van FDJ om Bouhanni te laten gaan en alles op Demare te zetten. Misschien dat hij in een uitgedunde sprint wel wat kan bereiken.
4. Coquard. Komt ook nog wel aardig over wat heuvels. Zal vast wel lossen als er flink hard wordt gereden, maar iets later dan wat andere sprinters. Heeft dan meer kans om terug te komen om daarna een anonieme vierde plaats te halen in de sprint. Als iedereen er bij is heeft hij toch moeite om echt wat uit te richten.
5. Cimolai. Als het moet komt hij ook wel aardig over een heuvel. Wat we tijdens deze etappe krijgen is wel wat meer dan een heuvel, maar toch zou dit wel moeten lukken. Goede kans voor hem om nog eens een leuke ereplaats te halen.

[ Bericht 0% gewijzigd door johannes_vermeer op 21-07-2015 14:47:45 ]
pi_154513850
Etappe 16: Bourg-de-Péage - Gap, 201 km

Op zondag een tamelijk saaie rit voor de sprinters, dat was wel een kleine tegenvaller. Er werd nog wel enigszins gekoerst in het begin van de rit, maar het bleek dan allemaal toch niet lastig genoeg om echt veel jongens te lossen. Niet erg dat er nog eens een kans voor de sprinters was, want zoveel zijn er nog niet geweest. Had alleen wel op een andere dag gekund, doe zo'n rit maar doordeweeks. Greipel was weer indrukwekkend sterk, hoewel je ook zou kunnen zeggen dat het logisch is dat hij Degenkolb en Sagan verslaat in een vlakke finale. Kristoff valt eigenlijk weer tegen, daar hadden we toch meer van verwacht. Ook op dit gebied bakken de Fransen er niets van, het is niet hun Tour. Vaak is de rustdag op een maandag, maar dit jaar is het dinsdag pas. De renners moeten dus nog een keer aan de bak en krijgen te maken met een etappe die op papier een van de interessantste van deze Tour is. Eindelijk eens een keer een aankomst na een afdaling, beetje variatie is altijd goed.

9EnaV39.jpg
PROFIL.png

De zestiende etappe van deze ronde zal ons richting de Alpen brengen. De start van deze rit is in Bourg-de-Péage. Een dorp met 10.000 inwoners, net boven Valence, aan de Isère. Een erg spannend dorpje is het niet, ooit werden hier veel hoeden en petten gemaakt maar die industrie is verdwenen. De oude fabrieken staan er nog wel. Bourg-de-Péage is voor de tweede keer een startplaats in de Tour de France. De vorige keer was in 2010, toen er een rit vertrok richting Mende. Mende kennen we ook nog wel, daar zijn we de afgelopen dagen geweest. Die rit in 2010 werd gewonnen door Joaquim Rodriguez. Hij zou nu weer een rit kunnen winnen met vertrek in Bourg-de-Péage. Zou zomaar een rit voor een groepje vluchters kunnen zijn en zo gek zou het niet zijn als hij weer aan gaat vallen. Kort na de start steken de renners de Isère over en verlaten ze Bourg-de-Péage via Romans-sur-Isère.

bourg-de-peage-2-1024x640.jpg

Na een kwartiertje geneutraliseerd fietsen starten de renners dan echt in de buurt van Granges-les-Beaumont. De eerste kilometers van de rit zijn volledig vlak. We fietsen eerst door het dal van de Isère en komen daarna in het dal van de Rhône terecht. Er wordt een kilometer of 50 door deze vallei gefietst, tot het dorpje Crest. Hier wordt de rivier La Drôme bereikt, in dat departement zitten we ook nog steeds. Hier begint de weg langzaam omhoog te lopen. Een kilometer of 70 zal het omhoog lopen voor de eerste klim echt begint. In die tijd worden 600 hoogtemeters overwonnen, erg steil is het dus niet. Grotendeels vals plat en soms ook gewoon helemaal plat. Na 86,5 kilometer is het tijd voor de tussensprint van de dag in Die. Een dorpje met 4000, gelegen aan de voet van het Massif de Vercors. Aardig dorpje nog wel, oude stadsmuren, stadspoort, prima kerkje, nog een ruïne in de buurt. Ook nog eens een goede rivier in de buurt om op te kanoën, wat wil een mens nog meer. Het is geen vlakke tussensprint, het loopt al de hele tijd op en in Die gaat dat vrolijk verder. Toch hebben we het dan maar over een paar meter hoogteverschil, ook weer niet heel spannend.

Die_08_2006_088.jpg

De renners blijven La Drôme volgen en de weg blijft omhoog lopen. De weg is hier redelijk breed en het gaat best een tijd gewoon rechtdoor. Als de renners na 105 kilometer Luc-en-Dois passeren wordt het wat bochtiger. Hier loopt het ook even wat steiler omhoog, maar dat is ook vrij snel weer gedaan. Na 120 kilometer wordt Beaugières gepasseerd. De omgeving is hier best fraai te noemen, langs de Drôme zijn genoeg mooie rotswanden en willekeurige rotsen naast de weg. Vooral in de omgeving van Luc-en-Diois ziet het er bijzonder mooi uit. Als de renners na 120 kilometer Beaugières passeren hebben ze een kilometer of 70 vals plat achter de rug en gaat het echte klimwerk beginnen, hoewel deze klim ook niet meteen de zwaarste van allemaal zal zijn. In deze lange etappe, pas de tweede die langer is dan 200 kilometer, zit het venijn zeker in het tweede deel. Op 80 kilometer van de streep gaan de renners beginnen aan de Col de Cabre.

27103536.jpg

De Col de Cabre is 9,1 kilometer lang en 4,6% gemiddeld. Eigenlijk ook helemaal geen lastige klim dus, vooral ook omdat het nooit echt steil wordt. Best een regelmatige klim, het blijft continu tussen de 4 en 5% schommelen. Richting de top wordt het zelfs nog makkelijker, de laatste kilometer stijgt het nog maar aan 3%. Zwaarder dan 5,5% zal het niet worden in deze negen kilometer. Echt spektakel hoef je hier in principe niet te verwachten, hoewel we nu natuurlijk wel gaan beginnen aan de derde week en de afgelopen twee weken al heel zwaar zijn geweest. Als er hier een beetje door wordt gereden zullen er vanzelf een hoop renners afhaken, maar ik verwacht niet dat er hier al echt koers wordt gemaakt. Boven op de top is het nog 70 kilometer tot de finish in Gap. De klim kwam al eens eerder voor in de Tour, in 2010. Was toen de enige klim in een rit van Sisteron naar Bourg-lès-Valence, ook niet echt een scherprechter toen, dat was een etappe voor de sprinters. Een beklimming van de derde categorie toen, nu is het er een van de tweede.

10658.jpg
879.gif

Het begin van de afdaling ziet er best mooi uit, al vrij snel mogen de renners door een mooi tunneltje. Het uitzicht blijft geweldig, hoewel de renners er niet echt van zullen kunnen genieten. Nog best een technische afdaling, met redelijk wat bochten. Een aantal haarspeldbochten kort achter elkaar, ziet er nog best lastig uit. Dit is alleen in de eerste kilometers van de afdaling, na het passeren van het dorpje La Beaume wordt de afdaling makkelijker. Vijf kilometer goed afdalen en daarna wordt het simpel. Het gaat zo'n beetje zeven kilometer rechtdoor richting Saint-Pierre-d'Argençon, waar het gedaan is met het dalen. Hier begint de weg weer langzaam omhoog te lopen. Na het passeren van Saint-Pierre-d'Argençon komen de renners vier kilometer later door Aspres-sur-Buëch en in deze kilometers zitten nog een paar bochten. Daarna gaat het echt kilometers lang rechtdoor. Weer eens door een mooie vallei, overal zijn de bergen al te zien. Na 153 kilometer wordt Veynes gepasseerd en vanaf dit dorpje loopt het 20 kilometer vals plat omhoog.

vtt-devoluy_03_hr.jpg

Een kaarsrechte weg die licht omhoog loopt richting La Roche-des-Arnauds, waar het peloton na 165 kilometer passeert. Het gaat nog een klein beetje verder omhoog richting La Freissinouse, eenmaal daar voorbij volgt er een afdaling richting Gap. Afdaling over een brede weg, stelt niet zo gek veel voor. Na 177 kilometer wordt Gap dus al eens gepaseerd. De finish wordt nog niet gepaseerd, van een lokaal rondje kan je dus net niet spreken. Lang fietsen we niet door Gap, de stad wordt zo snel mogelijk weer verlaten en buiten Gap begint meteen de laatste klim van de dag. De Col de Manse, een beklimming van 9 kilometer aan 5,6%. Een beklimming van de tweede categorie, die makkelijk begint, maar toch nog wel wat lastige stroken kent. Nooit echt heel erg lastig, maar wel genoeg om nog wat verschillen te creëren. Het is een lange rit en de renners fietsen al meer dan een week aan een stuk, als er op deze klim tempo wordt gemaakt zullen er nogal wat renners in de problemen komen. Op de top van de Col de Manse is het nog 12 kilometer tot de finish.

Col-de-Manse_Gap_profile.jpg

Het verhaal van de Col de Manse zit vooral in de afdaling. Boven op de top slaan de renners rechtaf richting La Rochette en na het passeren van dit gehucht wordt de afdaling echt link. Het is een smal weggetje, met enkele bochten die je gerust heel lastig mag noemen. Het asfalt hier is ook niet echt fantastisch, vooral niet als het warm is. Het bekendste verhaal van de afdaling van deze col is het verhaal van Joseba Beloki. In 2003 was het ook nogal warm en het smeltende asfalt zorgde ervoor dat Beloki de controle over het stuur verloor. Hij viel op een verschrikkelijke manier en brak zo'n beetje alles. Lance Armstrong zat direct achter hem en kon hem alleen ontwijken door een weiland in te duiken. Een stukje verder sloot Armstrong weer aan. Beloki sloot niet meer aan, na drie jaar achter elkaar op het podium te hebben gestaan eindigde zijn carrière hier. Hij probeerde nog wel terug te komen in de jaren daarna, maar de blessures die hij in deze afdaling opliep bleken te ernstig om nog een fatsoenlijk niveau te halen. Dat is niet de laatste keer geweest dat deze afdaling in de Tour is voorgekomen. In 2013 nog, Alberto Contador probeerde toen nog wat in deze afdaling maar kwam ten val. Nam bijna Chris Froome mee, die kwam in het gras terecht en bleef op een onorthodoxe manier alsnog op zijn fiets zitten. Deze afdaling is echt technisch en lastig, dat blijkt iedere keer weer. Vooral nu het weer heel warm gaat worden is dit een extreem lastige afdaling. In 2011 maakte Contador van deze afdaling gebruik om Andy Schleck op meer dan een minuut te rijden. Je kan hier dus zeker wel tijd pakken op de mindere dalers, alleen even opletten dat je niet teveel risico neemt. Ook opletten voor het smeltende asfalt, met de groetjes van Joseba.

beloki-618x440.jpg
51454_000_par2004060713399_m.jpg

Als de renners die laatste bocht hebben gehad, waar Beloki onderuit ging en Armstrong even aan een stukje veldrijden deed, komen ze beneden in Pont-Sarrazin en is het bijna rechtdoor richting de streep in Gap. In de laatste drie kilometer nog wel een stuk of vier rotondes, maar verder weinig uitdagingen. Het blijft eigenlijk dalen tot de streep, helemaal vlak wordt het niet meer. In de slotkilometer loopt het richitng de finish weer een beetje omhoog. Een opvolger voor Rui Costa wordt gezocht, de Portugees die toen nog in dienst van Movistar reed bleek in de Tour ontzettend sterk te zijn als hij de aanval zocht. Nadat hij vroeg in de ronde al veel tijd verloor mocht hij in de aanval gaan en dat ging hem best aardig af. Hij won twee ritten, waaronder de rit naar Gap, waar hij de tegenstand deklasseerde op de laatste klim. In de afdaling verloor hij geen tijd meer, hij pakte eigenlijk alleen maar meer tijd. Hij zal het nu niet kunnen herhalen, hij reed deze Tour vrij teleurstellend en stapte al vroeg af. De rit in 2013 finishte op dezelfe plek als deze rit, de hele finale was ook praktisch hetzelfde.

Stage-1432649125.jpeg
ruicostagap.jpg

Gap is al ontzettend vaak finishplaats geweest in de Tour. Vaak een plaats waar vluchters winnen. In 2011 won Thor Hushovd, uit een vlucht. Hij deed wat Sagan al een paar keer heeft geprobeerd, vroeg in de aanval gaan en dat dan tot de finish volhouden. In 2011 versloeg Hushovd landgenoot Boasson Hagen in de sprint. Een rit die ook weer heel erg leek op de rit die we nu gaan krijgen. Kunnen dus best verschillende type renners winnen in Gap, geschikt voor een sterke klimmer als Rui Costa maar ook een geblokte Noor kan de Col de Manse dus aan. Een jaar eerder was er weer een rit met aankomst in Gap, wel met een andere finale. Sergio Paulinho won deze rit uit een vlucht, de Col de Manse zat toen een keer niet in het parcours. In 2006 won de zinksnijder Fedrigo dan weer in de straten van Gap. De eindbaas van het peloton, Alexandre Vinokourov, won in 2003. De rit die ontsierd werd door de val van Beloki werd een prooi voor de Kazach, die in 2003 zijn doorbraak beleefde. Een dag eerder werd hij ook al tweede op Alpe d'Huez, achter een ontketende Iban Mayo. Vino zou derde worden in die Tour.

1310992346_5.jpg?v1

Gap is een stad die echt vaak voorkomt in de Tour, de stad met 42.000 inwoners in de Hautes-Alpes komt nu al voor de 24e keer voor volgens het roadbook, maar voor mijn gevoel is het al de 100e keer. Kan ook liggen aan het feit dat Gap ook wel eens voorkomt in de Dauphiné. Vorig jaar nog, ook in de Dauphiné zou het een rit worden voor vluchters. De Rus Yury Trofimov zou toen winnen. Jelle Nijdam won in 1989 in de straten van Gap, ook nog een beetje Nederlands succes in deze stad dus. Gap is de hoofdstad van de zuidelijke Alpen, volgens Gap zelf dan. Het moet het vooral van toerisme hebben, wat nog wel aardig wil lukken vanwege de goede ligging. Het centrumpje is ook nog wel acceptabel, maar niet direct heel spectaculair. Na een jaartje afwezigheid dus terug in de Tour. Vaak vertrekt er in Gap ook nog eens een rit, nadat er een dag eerder een rit aangekomen is. Zal nu niet het geval zijn, maar tijdens de rustdag zullen de meeste ploegen wel in Gap blijven.

Gap018.jpg

Het gaat dus wederom absurd warm worden. Dik boven de 30 graden, hetzelfde verhaal als de afgelopen dagen. Geen kans op neerslag en waarschijnlijk ook maar weinig wind. Ik heb medelijden met de jongens die tijdens de vijftiende rit al zo snel gelost werden. Gaan het wederom lastig krijgen. Deze rit, met temperaturen dus flink boven de 30, zal beginnen om 12:25. Een kwartier later begint de koers echt. Tussen 16:36 en 16:59 worden de renners voor het eerst in Gap verwacht, rond die tijd beginnen ze dan ook aan de Col de Manse. Finish wordt dan weer verwacht tussen 17:07 en 17:34. Om 14:10 zal de uitzending weer beginnen bij de NOS, rond die tijd ook bij Sporza. Begint een beetje voorspelbaar te worden.

Normaal is Gap altijd een rit die gewonnen wordt door een vroege vluchter. Dat zou nu ook zomaar het geval kunnen zijn. Het parcours is bijna hetzelfde als tijdens de vorige ritten naar Gap en dat was dus blijkbaar best uitnodigend voor vluchters en minder voor het peloton. We beginnen aan de derde week, er zullen een hoop vermoeide mannen in het peloton zijn. Ik denk niet echt dat er iemand in het peloton echt zal willen controleren. Kan zo zijn dat mannen als Valverde, Contador en Nibali iets willen proberen in de afdaling van de Col de Manse, maar denk niet dat die ploegen dan de hele dag op kop gaan rijden. In dat enorme stuk vals plat in het begin van de etappe zal een kopgroep wel een grote voorsprong bij elkaar rijden. Zal daarna Movistar wel op kop gaan rijden in de hoop wat jongens van Sky te lossen op die klimmetjes. Stort Valverde zich daarna naar beneden met Nibali, om een paar seconden te pakken. Contador zal na zijn valpartijtje in 2013 nu wel iets minder zin hebben om hier flink aan de boom te schudden. Froome kan niet echt dalen, maar in 2013 ging het hem nog best aardig af. Als er nog wat Skyborgs om hem heen zitten zal het wel meevallen met de schade die hij eventueel op kan lopen. Je zou 'm eigenlijk moeten isoleren om het nog een beetje leuk te maken, maar het is de Tour dus zulke mooie scenario's gaan we niet krijgen. Tijd voor vijf willekeurige namen.
1. Kwiatkowski. Ja, dit moet dan eindelijk de rit voor de wereldkampioen worden. D'n Loller heeft het al een paar keer geprobeerd, zonder veel succes. Drie keer scheepsrecht zou nu op kunnen gaan. Deze rit is wel in zijn voordeel, die afdaling kan hij goed aan. Je zag tijdens de vorige rit dat hij wel wat kan met een fiets, springen over stoeprandjes alsof het niets is. Hij moet nu ook wel eens tonen dat hij de 3,5 miljoen per jaar die Sky hem aan heeft geboden echt waard is.
2. Martin. Dan was een beetje ziekjes de afgelopen dagen, maar het schijnt nu weer beter te gaan. Dan is dit ook wel weer een geschikte etappe voor hem. Ook niet echt een meesterdaler alleen, dus zal flink wat voorsprong moeten pakken op de laatste klim als hij echt wil winnen.
3. Kruijswijk. Derde week, tijd om Kruijswijk bij iedere etappe te gaan noemen. We zijn nu op zijn domein aangekomen, niemand kan hem meer tegenhouden. Behalve het feit dat hij niet echt goed kan dalen. Gaat vaak vierkant door de bocht, maar dat zouden we met zo'n Bianchi en die bandjes allemaal doen natuurlijk. Wel jammer, daardoor verdwijnt meteen zijn kans op de overwinning.
4. Voeckler. Het is wel weer eens tijd voor Titi. Tong uit de bek en gaan, helemaal niks mis mee. Al die andere sukkels van zijn ploeg lukt het toch niet, hij moet nu even het goede voorbeeld gaan geven. Oké, dat lukte hem zelf een paar dagen geleden ook niet, maar Voeckler blijft een opmerkelijke renner. Kan zomaar weer helemaal in orde zijn.
5. KUDUS. Merhawi mag wel een keer in de aanval ondertussen. Ik bedoel, al dat supporteren doe ik ook niet voor de lol natuurlijk. Mag wel een keer beloond worden. Beetje lullig anders. :{

Pinot zal ook wel weer in de aanval gaan, maar ik vrees voor Belokiaanse toestanden als hij hier af moet dalen. Rust in vrede, ledematen van Thibaut.
pi_154537901
Etappe 17: Digne-les-Bains - Pra Loup, 161 km

De laatste rustdag is geweest, het is tijd voor de laatste loodjes. De tweede week was eigenlijk een redelijk tegenvallende week. Direct na de eerste rustdag vernederde Froom de tegenstand en wist hij de Tour al te beslissen. Dit leidt natuurlijk altijd tot de nodige beschuldigingen, maar daar had Sky wat op bedacht. Er werden wat gegevens openbaar gemaakt. Is alleen wel lullig als dan al vrij snel blijkt dat er niet veel van die cijfers klopt. Wel een leuke poging! Er zijn ongetwijfeld ook genoeg naïeve mensen die er weer in zullen trappen. Want naïef, dat willen heel veel mensen nog steeds zijn. Praten over doping, dat mag niet. Geen idee in welke wereld die mensen leven, maar ze zijn er. Doping is bij deze sport net zo essentieel als het hebben van twee wielen. Zonder gaat het hele feest niet door. Na de rit waarin Froome de Tour won kregen we een paar ritten voor de vluchters. Majka was ineens weer in vorm en wist een rit te winnen. Een dag later pakte Rodriguez zijn tweede rit. Voor het algemeen klassement gebeurde er niet veel, het was redelijk saai. De dertiende etappe naar Rodez werd gewonnen door Greg Van Avermaet. Ik geloof het eigenlijk nog steeds niet, maar ik heb wel flink wat olvarit ingeslagen. De veertiende rit was misschien wel de mooiste rit van vorige week. Twee Fransen leken voor de overwinning te gaan, maar Stephen Cummings was ze te snel af. Een overwinning voor de Afrikaanse ploeg MTN-Qhubeka op Mandela Day. De vijftiende rit werd er weer een voor Greipel, was de eerste massasprint sinds de zevende rit. Op de dag voor de rustdag ging de overwinning naar een vertegenwoordiger van het oude wielrennen, Rubén Plaza. Voor het klassement gebeurde er weer niet veel, Barguil moest voor alle spanning en sensatie zorgen door Geraint Thomas in het skoekeloen te smijten. Nu is het tijd voor de slotweek, hoewel die week al even bezig is. We gaan de Alpen in, vier dagen achter elkaar flink klimmen, met drie aankomsten bergop. De eerste van die aankomsten is op Pra Loup, met de Col d'Allos ervoor. Kennen we nog van de Dauphiné van dit jaar.

YC2un53.png
PROFIL.png

De eerste van vier bergritten op een rij start in Digne-les-Bains. Het is de 13e keer dat de Tour hier is. Voor het laatst was dat in 2008, de 14e rit in de Tour van dat jaar zou van Nîmes naar Digne-les-Bains gaan en gewonnen worden door Oscar Freire. In 2005 was er een rit van Briançon naar Digne-les-Bains, deze rit werd gewonnen door de Franse rittenkaper David Moncoutié. Hij won op 14 juli en bezorgde de Fransen een mooie feestdag. Met Eddy Merckx heeft Digne-les-Bains nog een grote naam op de erelijst staan, hij won in 1969 een rit met finish in dit stadje met 18.000 inwoners in het departement Alpes-de-Haute-Provence. Er vertrokken ook wel eens ritten hier. Een dag na de overwinning van Merckx in 1969 vertrok de rit in Digne-les-Bains om in Aubagne te eindigen. Met Felice Gimondi won er toen weer een grootheid. De vijfde rit van het Criterium du Dauphiné 2014 zou ook starten in Digne-les-Bains. Deze rit is een kopie van die rit. Voor veel renners is het dus bekend terrein. Voor de start is er nog een minuut stilte, ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de crash met een toestel van GermanWings in maart 2015. Dat vliegtuig stortte in deze omgeving neer.

Digne_les_bains_-_vue_est.jpg

Enkele kilometers buiten Digne-les-Bains start de etappe echt. Direct na de start is er al een klein klimmetje, de Col de l'Ome. Een klein beetje vals plat omhoog, ongetwijfeld wel vervelend net na de rustdag. De renners fietsen langs het Ravin de Saint Jean, een ravijn waar mensen nog wel eens in willen klimmen. Hoeven de renners niet te doen, er volgt na het korte klimmetje een korte afdaling en daarna is het een aantal kilometer redelijk vlak. Richting de eerste serieuze col van de dag loopt het weer vals plat omhoog. De renners volgen de rivier L'Asse, die na een tijdje van naam veranderd in L'Asse de Blieux. Na 33 kilometer verlaten de renners die rivier, als ze het gehucht La Tuillière passeren. Hier begint bijna de eerste klim van de dag, de Col des Lèques. Een beklimming van derde categorie die zes kilometer lang is en 5,3% gemiddeld.

ya81th2h0k8c88s84w0scgk-col_des_leques_la_tuiliere_profile.gif

In werkelijkheid is de klim dus iets langer dan zes kilometer, maar het begin is niet echt interessant. Het is niet echt een zware klim, maar net na de rustdag willen mensen nog wel eens stramme benen hebben. We krijgen nog veel meer klimwerk, dus dit is wel een mooie opwarmer. Het stuk aan 8,8% is wel zwaar te noemen, wel jammer dat het daarna weer vlak wordt. Richting de top toch nog 6,6%, dat is zo makkelijk nog niet. Het is een mooi klimmetje, regelmatig goed uitzicht over de vallei en ook enkele mooie rotswanden langs de klim. Ook mogen de renners onder een mooie boog door. De klim zal de uitzending niet halen, dat is wel bijzonder spijtig. De omgeving hier mag je best prachtig noemen. Boven op deze col is er een afdaling van een kilometer of negen richting Castellane. Geen hele lastige afdaling, wel weer een mooi uitzicht. Een aantal haarspeldbochten, maar die zien er niet echt moeilijk uit. Na 48,5 kilometer komt het peloton in Castellane uit, wat best een mooi dorpje is. Lang zal daar echt niet van genoten worden, bij de eerste mogelijkheid gaan ze meteen linksaf het dorp weer uit.

col-des-leques_08_orig.jpg
col-des-leques_10_orig.jpg

Van Castellane fietsen de renners naar het Lac du Castillon. Mooi meertje, niks mis mee. Vlak na Castellane is er weer een klein klimmetje, daarna is het een kilometer of 10 vlak richting Saint-Julien-du-Verdon. Na het passeren van dit gehucht begint de tweede klim van de dag, de Col de Toutes Aures. Niet echt een bijzondere col qua percentages, deze beklimming van de derde categorie is zes kilometer lang en 3,1% gemiddeld. Makkelijke klim dus, paar stukjes nog aan 4%, maar over het algemeen gewoon vals plat te noemen. Een klim die het vooral van de omgeving moet hebben. Dat is allemaal weer prima in orde. Een afdaling van een kilometer of 11 volgt, maar dat is geen hele lastige afdaling. Wel genoeg bochten, maar de weg is redelijk breed en het ziet er allemaal niet zo gevaarlijk uit. Net voor het dorpje Annot zijn de renners na 78 kilometer beneden en gaan ze op weg naar de volgende klim.

02-toutes-aures_orig.jpg

Als Annot echt wordt gepasseerd na 80 kilometer begint het weer omhoog te lopen. Er zijn weinig vlakke kilometers in deze rit, het gaat nu vijf kilometer vals plat omhoog voor de derde klim van de dag gaat beginnen. De Col de la Colle Saint-Michel begint na 85 kilometer en is een beklimming van de tweede categorie. 11 kilometer lang en 5,2% gemiddeld, ook niet echt een zware klim. Wel vrij lang, in totaal zelfs 18 kilometer. De eerste kilometers die niet mee worden geteld is het ook nog niet zo zwaar. Een paar kilometer aan 2% en een paar kilometer aan 4%. Na het passeren van Le Fugeret begint de klim echt en zal het continu omhoog lopen tussen de 4 en 6&. Echt steil zal het niet worden, 6,2% schijnt de zwaarste strook van deze klim te zijn. Vooral door de lengte kan het nog lastig worden, qua percentages is het niet indrukwekkend. Na 96 kilometer komen de renners boven en gaan ze weer een stukje dalen. Daarna gaat er geklommen worden naar Allos. Hier zal de koers waarschijnlijk voor het eerst pas een beetje interessant worden.

Col_de_la_Colle_Saint_Michel_Les_Scaffarels_profile.gif
97208444.jpg

De afdaling van de Colle Saint-Michel is maar kort, maar wel nog heel listig. Vooral door het smalle weggetje waarover de renners moeten afdalen. Het is echt een heel smalle weg, als je hier een lekke band krijgt of een ander probleem hebt met de fiets heb je een probleem. Kan wel een tijd duren voor er een auto bij je is. Wel een mooie afdaling, de renners dalen af langs de rotsen. Een paar lastige bochten, vooral door de smalheid. Af en toe vrij lastig in te schatten, maar in de Dauphiné kwam iedereen hier ook door zonder ongelukken. Gelukkig is de afdaling maar kort, al vrij snel komen de renners uit in de vallei van de rivier Le Verdon. In deze vallei is het niet vlak, het begint al vrij snel omhoog te lopen. Na 111 kilometer komen de renners door Beauvezer, waar de tussensprint is. Richting de tussensprint loopt het op, maar in de laatste kilometer voor de tussensprint is het even vlak. Zal niet echt veel uitmaken, Sagan zal ongetwijfeld in de aanval gaan maar verder zullen er op dit moment niet veel sprinters meer bij zijn. Na de tussensprint gaat het gestaag verder omhoog en worden Villars-Colmars en Colmars-les-Alpes gepasseerd. In Colmars staan twee forten, wat een luxe. Het Fort de France en het iets mooiere Fort Desaix.

MJ5tkTSqLbJnN8Rllq6_Qm1o8ms.jpg

De renners fietsen verder langs de Verdon en komen na 123 kilometer uit in Allos. Hier gaat logischerwijs de Col d'Allos beginnen. Sinds de Galibier uit het parcours is geschrapt is dit het dak van de Tour. Hoger dan de 2250 meter van de Col d'Allos zullen we niet gaan. Degene die als eerste boven is op deze col zal de Souvenir Henri Desgrange krijgen, een aardige som geld. De Col d'Allos is 14 kilometer lang en 5,5% gemiddeld. Vooral lastig vanwege de lengte dus, qua percentages is het niet de spannendste klim van deze Tour. Wel een heel onregelmatige klim, begint aan 7%, maar daarna wordt het weer even wat makkelijker. Vervolgens weer 7%, om een stuk aan 6% ineens een kilometer aan 2% te krijgen. Richting La Foux d'Allos blijft het een beetje zo schommelen. Pas na het passeren van dit skidorpje, na een kilometer of zeven klimmen, wordt het interessant. De renners komen nu in een gedeelte met haarspeldbochten terecht en hier is de klim steiler. Er zitten nog wel wat makkelijke stroken tussen, maar ook flinke stukken aan 7 en 8%. De laatste zeven kilometer van de Col d'Allos zijn best lastig. Pas richting de top wordt het weer wat makkelijker. Als La Foux d'Allos gepasseerd is en de renners rechtsaf slaan om aan het tweede deel van de klim te beginnen wordt de weg ook een stuk smaller. Nog breed genoeg om met een paar man naast elkaar te fietsen, het zal vooral interessant zijn in de afdaling.

PROFILCOLSCOTES_1.png
08_Allos_S_d__orig.jpg

De Col d'Allos was vroeger een populaire beklimming. Tussen 1911 en 1939 kwam de klim 25 keer voor, bijna ieder jaar dus. Met Gino Bartali, Lucien Petit-Breton en Octave Lapize zijn hier ook best bekende renners als eerste boven gekomen. Sinds 1939 is de Col d'Allos nog maar 8 keer beklommen. De laatste keer was in 2000, toen kwam de Fransman Pascal Hervé als eerste boven. Nu, 15 jaar later, komt deze klim dus weer eens terug. Best een mooie klim, hoewel het niet de lastigste klim is van deze ronde. De spanning en sensatie zal wellicht moeten komen van de afdaling. Dit is een gevaarlijke afdaling, dat hebben we niet al te lang geleden nog kunnen zien in de Dauphiné. Op de beklimming gebeurde niet veel. Sky reed zoals altijd strak tempo en er werden een hoop renners gelost. Toch bleven er ook nog redelijk wat over, van een klein groepje kon je niet spreken. Bardet sprong net voor de top van de Col d'Allos weg en stortte zich naar beneden. Hij nam alle risico's van de wereld en dat leverde hem best veel op. Beneden had hij een voorsprong van anderhalve minuut op de groep, aangevoerd door Team Sky. Je kan enorm veel tijd pakken in deze afdaling en dat heeft te maken met het feit dat het een best lastige afdaling is. De weg is nog steeds smal en er zijn redelijk wat bochten. Ook nu zal Sky weer niet teveel risico willen nemen en ben je als aanvaller in het voordeel. Wel opletten dat je niet net als Bardet een paar keer bijna tegen een rotswand knalt of haast uit de bocht vliegt. Het is geen afdaling met veel haarspeldbochten, vooral korte bochtjes waardoor je niet echt ziet waar je uit gaat komen.

02_Allos_Nord__orig.jpg
svzBLVS.png

Na deze lastige afdaling, die een kilometer of 16 lang is, komen de renners door Uvernet-Fours. Hier slaan ze na 155 kilometer linksaf en gaat de slotklim naar Pra Loup beginnen. De slotklim is 6,1 kilometer lang en 6,5% gemiddeld. Qua gemiddelde stijgingsgraad is dit de lastigste klim van de dag, maar het is natuurlijk wel een stuk korter dan de Col d'Allos. De klim begint makkelijk, een kilometertje aan 5,5%, maar daarna wordt het wel wat zwaarder. Tot de finish komt het niet meer onder de 6%, met af en toe een uitschieter naar 8%. Er zijn zelfs profielen die spreken van stroken aan 10%. Geen verschrikkelijk lastige klim, maar de opeenvolging van klimmen kan altijd voor spektakel zorgen. De slotkilometer is volgens het profiel van de Tour zelf het lastigste, richting de streep loopt het best gemeen op. Dit klopt ook wel, in de Dauphiné ontstonden nog best aardige verschillen op deze klim. Bardet had aan de voet anderhalve minuut voorsprong, aan de finish had hij nog maar een halve minuut over. Sky had flink op kop geramd en het groepje werd op die manier best uitgedund. Er kwamen niet veel renners in dezelfde tijd binnen. Tejay Van Garderen pakte zelfs nog een paar seconden op Froome, gekkenhuis. Zo'n slechte etappe hoeft het dus niet te zijn, in de afdaling kan je flink tijd pakken en op de slotklim zelf ontstonden iets meer dan een maand geleden nog best wat verschillen.

2015_criterium_du_dauphine_stage5_romain_bardet_wins1a.jpg

Pra Loup is een skiresort, er wonen hier amper mensen. Alleen in de winter, dan is er genoeg te doen. 43.000 bedden volgens het roadbook, best een aardig aantal. Ook in de zomer is er wel wat te doen, zo kan je in deze omgeving natuurlijk mountainbiken. Ook paragliding is een optie. Het is de derde keer dat er in de Tour een aankomst in Pra Loup is. De eerste keer was in 1975, toen de rit werd gewonnen door Bernard Thévenet. Eddy Merckx had al vijf keer de Tour gewonnen, maar in 1975 ging het mis. Een dag voor de rit naar Pra Loup kreeg Merckx een klap van een supporter. Hoeveel last hij daar van had kan niemand inschatten, maar Thévenet was in ieder geval een dag later flink sterker en zou uiteindelijk ook die Tour winnen. In 1980 was er weer een aankomst in Pra Loup. De overwinning ging nu naar de redelijk onbekende Belg Jos Deschoenmaecker. Het verhaal van die etappe was natuurlijk vooral de valpartij van Joop Zoetemelk. Johan van der Velde reed in dienst van Joop, maar maakte een rare zwieper en haalde daarmee Zoetemelk onderuit. Het was een val zonder erg en Zoetemelk kon zijn weg snel vervolgen. Hij zou de Tour van 1980 winnen, zoals we allemaal wel weten.

44806592.jpg

Er wordt regen voorspeld. Best veel regen en ook best een grote kans daarop. Voor de renners is het niet te hopen, er zijn een paar lastige afdalingen tijdens deze rit en die gaan met wat nattigheid niet makkelijker worden. Vooral de afdaling van de Col d'Allos is al lastig genoeg, met wat regen erbij lijkt het me niet echt zinvol om nog veel risico's te gaan nemen. Redelijk grote kans op regen dus, maar de weerberichten kloppen vaker niet dan wel. Kan ook alsnog gewoon enorm droog zijn natuurlijk. Het zal iets minder warm zijn dan voor de rustdag. Nog steeds wel kans op 30 graden, maar dat is al minder dan 35 graden. Om 12:45 zullen de renners aan de start staan en 10 minuten later begint de koers echt. Tussen 15:44 en 16:01 zullen de renners Allos passeren en daar begint de Col d'Allos. Met een beetje geluk kan tegen die tijd het gulpje open. In Pra Loup worden de renners verwacht tussen 16:50 en 17:17. Sporza zal er weer bij zijn om 14:15 en de NOS ongetwijfeld ook.

De laatste week, een laatste week waarin voor het algemeen klassement al best veel bepaald is. Het is maar de vraag of er nog ploegen zijn die de boel willen controleren. Sky zal dat niet meteen gaan doen. Misschien dat ze nog een rit willen willen, maar dan lijken de ritten naar Alpe d'Huez en La Toussuire wat betere mogelijkheden. Ik schat in dat deze etappe weer voor wat vluchters gaat zijn. Movistar zal wellicht nog wat willen proberen in de afdaling van de Col d'Allos en misschien ook wel tijdens de klim, maar voor die tijd zullen ze het niet controleren. Er zullen niet veel ploegen zijn die zin hebben om de hele dag te controleren. Tegen de tijd dat er gekoerst gaat worden zal er wel een kopgroep zijn met een flinke voorsprong. Weer tijd om dan vijf willekeurige namen te worden, die nu misschien wat minder willekeurig gaan worden omdat bepaalde renners bijna iedere dag in de aanval zijn.
1. Izagirre. Af en toe moet je gewoon een Baskische baas noemen. Ik heb geen idee of Movistar überhaupt van plan is om mannetjes in de aanval te sturen, maar als ze dat van plan zijn is Gorka de ideale kandidaat. Gorka is namelijk de zoon van een veldrijder en heeft zelf ook wel eens door de modder gefietst. Een logisch gevolg is dat hij fantastisch kan sturen en ook fantastisch kan dalen. Doet wat Bardet deed in de Dauphiné, maar dan nog beter.
2. Uran. Ook al een keer in de aanval geweest, maar dat werd niet echt een groot succes. Zal vast wel een nieuwe poging willen wagen om zijn redelijk treurige Tour iets op te fleuren.
3. Jungels. Was voor de rustdag al in de aanval, als hij slim is gaat hij gewoon weer. Kan ook best aardig dalen, dus deze rit moet hem nog wel liggen. Een topklimmer is het niet, maar een beetje tempo rijden kan hij wel aan.
4. Kelderman. Het wordt wel eens tijd dat de Djumbo's in de aanval gaan. Al dat beschermen van Gesink is ook niet echt om een bol broekje van te krijgen. Helaas kan Wielco niet dalen, dus een overwinning zit er weer niet in. Wel positief als ie überhaupt een keer in de aanval gaat. Kruijswijk mag ook, maar die kan ook niet dalen. Een overwinning wordt weer lastig.
5. Meintjes. Louis was heel goed in de Dauphiné, werd toen zesde in die rit. Nu zal hij het van een aanval moeten hebben, dan kan hij die prestatie misschien herhalen of zelfs verbeteren. Ik vrees alleen wel een beetje voor zijn vorm, lijkt toch niet echt goed meer te zijn. Gelukkig is Michel Cornelisse wel de beste ploegleider ooit aller tijden ter wereld, dus lacht hij Louis met zijn Amsterdamse humor wel naar voren.
abonnementen ibood.com bol.com Gearbest
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')