quote:
Ik heb met de poëzie gezeuld als met een dom dier dat ik zou willen dresseren. Nu verwonder ik mij er niet meer over dat zij, de poëzie, tot op heden ondankbaar was, dat zij mij plaagde nadat ik haar gedwongen had mallotige kunstjes uit te voeren opdat ik succes zou hebben op de jaarmarkt of de een of andere goedkope bruiloft. Van deze dwaasheid heb ik berouw gekregen en schaamte zodat ik haar ga bevrijden, de poëzie. Van nu af aan mag ze huppelen, vliegen, springen of kruipen, mag ze met rozen of drek gooien, voortaan ben ik haar dienaar, een geduldig wachtende knecht: vandaag of morgen komt mijn meesteres en zal mij om een boodschap sturen naar de gore kelder of de stralende frisse torenkamer.
Where reason is lively, and mixes itself with some propensity, it ought to be assented to. Where it does not, it never can have any title to operate upon us.