In onderstaand vectordiagram zie je de verschillende vermogens:

je ziet de hoek phi, dat is de faseverschuiving tussen stroom- en spanningsinus. Zolang er geen faseverschuiving is, is die hoek phi = 0 en is Ps = Pw. Het blindvermogen Pb = 0.
Bij faseverschuiving tussen stroom en spanning (inderdaad bij spoelen, motoren en condensatoren), is phi > 0 en wordt Pw < Ps en Pb >0. Hoe groter de faseverschuiving, des te groter het verschil tussen Pw en Ps: Pw = Ps * cos (phi)
Je kan het ook beredeneren door de formule P = U*I: Zolang de tekens van U en I beide gelijk zijn (beide + of -) hetgeen bij phi = 0 het geval is, is het produkt P altijd een positief getal. Bij faseverschuiving, zijn er momenten dat U = + en I = - en is het produkt P = - (negatief!!). Dat betekent dat er vermogen terug het net wordt ingeslingerd (het blind vermogen Pb).
Wat je op jouw meter afleest is de
power factor = cos (phi). Dus zoals hierboven uitgelegd: de verhouding tussen Pw en Ps: Pw/Ps bepaald door de spoelen in je wasmachinemotor.
Nou is het vermogen van de motor een stuk lager dan het vermogen van het verwarmingselement; zodra je wasmachine gaat verwarmen, daalt de faseverschuiving een flink stuk. Dat zie jij aan die factor cos(phi), die stijgt van 0,2 tot 0,99
Nog iets interessants (wat ik niet begrijp):
de eenheid van
Ps = VA
Pw = W(att)
Pv = VAR.
Waarom die drie verschillende eenheden hebben terwijl het gewoon vermogens (J/s) zijn, is mij niet duidelijk.
[ Bericht 4% gewijzigd door blomke op 14-03-2012 12:48:35 ]
De mens is onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Heidelbergse Catechismus, Antwoord 8.