abonnementen ibood.com bol.com Gearbest
  vrijdag 19 november 2010 @ 21:09:04 #51
121348 Erasmo
f/8 and be there.
pi_88918721
quote:
1s.gif Op vrijdag 12 november 2010 23:29 schreef Clan het volgende:

[..]



Die hebben ze vernietigd?
Ik weet het niet 100% zeker maar de oorzaak was dacht ik het totale gebrek aan onderhoud.
  vrijdag 19 november 2010 @ 21:37:43 #52
284024 ecktebaas
Hardwerkende Yugoslav
pi_88920279
quote:
1s.gif Op vrijdag 19 november 2010 21:04 schreef Clan het volgende:

[..]



Je wilt zeggen dat het 'onzin' verhalen zijn?
Ja, tenminste. Dit is niet representatief voor heel JoegoslaviŽ.
somige mense zijn belangerijk (L) andere niet
pi_88920567
quote:
1s.gif Op vrijdag 19 november 2010 21:09 schreef Erasmo het volgende:

[..]

Ik weet het niet 100% zeker maar de oorzaak was dacht ik het totale gebrek aan onderhoud.
dat zou goed kunnen, stond ook niet in ServiŽ, die vuist, en stond in het dal waar al het water naar toe stroomde.
pi_88920660
quote:
14s.gif Op vrijdag 19 november 2010 21:37 schreef ecktebaas het volgende:

[..]

Ja, tenminste. Dit is niet representatief voor heel JoegoslaviŽ.
Ik spreek ook nooit over JougoslaviŽ als geheel maar over MakedoniŽ, BosniŽ, ServiŽ, KroatiŽ, en Kossovo en natuurlijk Montenegro.
  woensdag 24 november 2010 @ 21:43:39 #56
110987 ErwinRommel
De woestijnvos. Een legende.
pi_89114480
quote:
1s.gif Op woensdag 24 november 2010 21:14 schreef Clan het volgende:
interessante link;

http://www.dutchbat1.com/srebrenica.html
Die kende ik al. De maker van die site heeft er zelf ook geeten, met mijn shift, Dutchbat1.
Vulneratus nec Victus The Spirit Will Never Leave Us.
pi_89166306
quote:
1s.gif Op woensdag 24 november 2010 21:43 schreef ErwinRommel het volgende:

[..]

Die kende ik al. De maker van die site heeft er zelf ook geeten, met mijn shift, Dutchbat1.
http://www.veteranen.org/

De makers van deze site zaten er ook tijdens mijn rotatie, ťťn van hen bezoek ik jaarlijks tijdens de Landmachtdagen, alleen laatste jaar niet vanwege gezondheidsklachten.
  zaterdag 30 april 2011 @ 07:06:54 #59
336227 Mores
Nil Nobis Absurdum
pi_96168340
Kick

Hier zat ik ook bij, ťťn van de laatste rotaties, zal binnekort wat meer melden.
pi_99941204
Schopje
pi_100322374
Karremans houdt rekening met strafvervolging

HILVERSUM - De voormalige commandant van Dutchbat III, Thom Karremans, houdt er rekening mee dat hij zich in Nederland voor een rechter moet verantwoorden.

Dat zei hij woensdagavond in het tv-programma Nieuwsuur.
De tv-makers vroegen hem hoe hij aankijkt tegen de mogelijke rechtszaak waar oud-Dutchbattolk Hassan Nuhanovic en de nabestaanden van de elektricien van Dutchbat, Rizo Mustafic, op aansturen.
Deze mensen willen dat de Dutchbattop voor de militaire rechtbank in Arnhem wordt gedaagd. Zij vinden dat Dutchbat deze moslimmannen niet van de basis had mogen zetten.

Aansprakelijk

Onlangs oordeelde het gerechtshof in Den Haag dat de Nederlandse staat aansprakelijk is voor de dood van drie moslimmannen. In het interview zegt Karremans dat hij wellicht op termijn naar de rechtbank in Arnhem moet.
''Ja, daar houd ik rekening mee. (...) Achteraf heeft men de verkeerde beslissing genomen. En dat 'men' zijn mensen die namens mij beslissingen kunnen nemen en mogen nemen'', aldus Karremans.

Door het stof

''Als inderdaad blijkt dat tussen het vertrek van de familie Mustafic en de laatste vluchtelingen zo veel tijd heeft gezeten, dan ga ik diep door het stof. Dan was er tijd en ruimte geweest om andere maatregelen te nemen. Om ze te redden. Als klopt wat er in de uitspraak van het hof staat.''
Dutchbat wist volgens het hof aan het eind van de middag van 13 juli 1995 dat deze mensen een groot risico liepen, als zij de compound zouden verlaten.

VN

Karremans zei verder dat hij al een maand voor de val van de moslimenclave Srebrenica (juli 1995) aan de bel heeft getrokken over de penibele situatie, maar de VN greep niet in.
Ook reageerde hij op een recente opmerking van de landmachtgeneraal van destijds, Hans Couzy. Die zei dat hij Karremans nooit naar Srebrenica zou hebben gestuurd als hij had geweten dat Karremans toen relatieproblemen had.
''Je zegt dit soort dingen niet en als oud-bevelhebber al helemaal niet'', verklaart Karremans hierover. ''Verraad? Ik vind het natrappen, een dolk in je rug en het zou Couzy sieren als hij excuses zou aanbieden.''

Bron: Nu.nl

Karremans vreesde voor zijn leven (Nieuwsuur, 3-8-2011)

http://nieuwsuur.nl/video(...)voor-zijn-leven.html

Karremans spreekt (NOVA, 6-12-1999)

http://nieuwsuur.nl/video(...)eekt-nova-61299.html
pi_100477667
Uit: De OnderOfficier, oktober 1994

EnclaveSrebrenicaoktober19941.jpg

EnclaveSrebrenicaoktober19942.jpg

EnclaveSrebrenicaoktober19943.jpg

EnclaveSrebrenicaoktober19944.jpg

[ Bericht 3% gewijzigd door Clan op 08-08-2011 21:06:29 ]
  maandag 8 augustus 2011 @ 20:58:48 #64
13456 AchJa
Shut up!!!
pi_100477922
Clan, ik zie de afkorting aooanl voor het eerst, wat behelst "anl"? Zal wel iets medisch zijn gezien de achtergrond, maar ik heb er nog nooit van gehoord.
pi_100480582
quote:
0s.gif Op maandag 8 augustus 2011 20:58 schreef AchJa het volgende:
Clan, ik zie de afkorting aooanl voor het eerst, wat behelst "anl"? Zal wel iets medisch zijn gezien de achtergrond, maar ik heb er nog nooit van gehoord.
Ik zou het ook niet weten, ik zie wel dat hij van het opleidingencentrum is, misschien heeft het met zijn functie daar te maken.
pi_100484720
Uit: De OnderOfficier, juni 1994

Joegoslavidefeiten19941.jpg

Joegoslavidefeiten19942.jpg

Joegoslavidefeiten19943.jpg

Joegoslavidefeiten19944.jpg
pi_100485649
Uit: De OnderOfficier, april 1994

LogBaseSplit1.jpg

LogBaseSplit5.jpg

LogBaseSplit2.jpg

LogBaseSplit3.jpg
pi_100561294
De Nederlandse bijdrage in voormalig YougoslaviŽ:

UNPROFOR BH Command
Nederland leverde sinds de oprichting van BH-Command vijftig ŗ zestig militairen aan het hoofdkwartier, waarvan er dertien daadwerkelijk in de staf zaten. Vanaf februari 1994 leverde de KL de chef-staf van BH-Command. Dit waren achtereenvolgens de brigade-generaals A.P.P.M.van Baal, J.W: Brinkman, C.H. Nicolai en F.J.A. Pollť. De andere Nederlandse militairen in het hoofdkwartier werden aangetrokken vanwege hun specialistische kennis - zoals de genisten en de 'verbindelaars' - of verrichtten andere ondersteunende taken. Een bijzondere eenheid was het internationale transportpeloton van BH-Command dat in november 1992 werd opgericht. Het transportpeloton had een totale omvang van 35 militairen, van wie 10 Nederlanders. Het peloton reed grotendeels voor de UNPROFOR-eenheden, maar vervoerde soms ook humanitaire hulpgoederen. Het materieel bestond hoofdzakelijk uit DAF-vrachtwagens en negen Landrovers. De thuisbasis was tot I maart 1994 Kiseljak, daarna Divulje Barracks in Split.

UNPROFOR / UNPF
Om de operationele aansturing te verbeteren, deelde BH-Command per 1maart 1994 BosniŽ-Herzegovina op in drie sectoren (Sarajevo, Sector South-Wťst en Sector North-East), elk met een eigen sectorhoofdkwartier. De Nederlandse kolonel R. Groot kreeg - als chef-staf en plaatsvervangend commandant van de Sector North-East in Tuzla - half maart opdracht om een staf samen te stellen uit personeel van de infanteriebataljons in de sector en van het hoofdkwartier in Sarajevo. Kolonel Groot keerde 13 april 1994 wegens ziekte vervroegd terug naar Nederland. Kolonel J.H.M. Engelen volgde hem op. De gecombineerde functie van chef-staf en plaarsvervangend commandant werd op 4 maart 1995 gesplitst met het aantreden van kolonel C.L. Brantz als nieuwe plaatsvervangend commandant. Een Pakistaanse officier werd de nieuwe chef-staf. Kolonel J.R. Karssing volgde kolonel Brantz op 31 augustus1995 op als plaatsvervangend commandant. Karssing keerde op 21 december 1995 huiswaarts. Naast de genoemde functionarissen stelde Nederland continu een tiental andere militairen in verschillende functies beschikbaar voor het hoofdkwartier van de Sector North-East Het Nederlandse contingentscommando bij UNPROFOR / UNPF Het Ministerie van Defensie besloot in september 1992 een Nederlandse opperofficier, naast diens organieke taak bij de VN-vredesmacht, te belasten met het contingentscommando. De contingentscommandant behartigde de belangen van Nederland en alle Nederlandse militairen in voormalig JoegoslaviŽ.

EOD DETACHEMENT
Op 08 november 1992 vertrok een EOD detachement naar Voormalig JoegoslaviŽ. Dit detachement bestond uit een explosieven opruimingsploeg en een detachementcommandant / EOD LSO. Zij waren toegevoegd aan het 1 (NL/BE) VN Transportbataljon. De taak van de EOD was de zorg voor veiligheid van het Transportbataljon voor wat betreft het ruimen van niet gesprongen explosieven. De bataljonstaf en de A- compagnie werden gehuisvest in Busovaca, en de B- compagnie in de eertse instantie in Banja Luka, maar later in Vitez. Omdat de locaties Busovaca en Banja-Luka tactisch gezien honderden kilometers uit elkaar lagen moest de EOD dus zo'n beetje heel JoegoslaviŽ door om steun te kunnen leveren. Al deze omzwervingen leverden een schat aan zowel munitietechnische als algemene informatie op. Mede hierdoor kon de EOD in Nederland voorzien worden van bijna het gehele assortiment aan Joegoslavische mijnen. Hierdoor werd een goede basis gelegd voor verdere actie in Voormalig JoegoslaviŽ. Omdat er na verloop van tijd weinig functionele werkzaamheden waren voor het EOD detachement, werd deze groep mensen in zijn geheel teruggetrokken op 01 maart 1993. De opgedane ervaringen tijdens deze inzet kwamen enige maanden later goed van pas. 11 Infanterie bataljon Luchtmobiel GGJ had namelijk opdracht gekregen om 1 (NL) VN Infanteriebataljon te gaan formeren. Dit bataljon kreeg in tegenstelling tot het Transportbataljon een stuk gebiedsverantwoording met de daarbij horende munitie technische problemen. Wederom werd een EOD detachement geformeerd en toegevoegd aan het Infanteriebataljon. Op 25 februari 1994 vertok 1 (NL) VN Infanteriebataljon naar Voormalig JoegoslaviŽ met als doel: de aflossing van de Canadezen in de moslim enclave Srebrenica en de beveiliging van het vliegveld bij Tuzla. De EOD werd aan de bataljonstaf toegevoegd die samen met de Bravo- en Charlie compagnie in de Enclave werden ondergebracht. De Alfa Compagnie kreeg als locatie Tuzla en later de Sapna Vinger toegewezen. Het eerste EOD detachement keerde in juli 1994 met zo'n 170 uitgevoerde opdrachten terug naar Nederland. Er zouden nog enkele volgen.


1(NL)SSVCIE UNPF.
1(NL) VN POD compagnie

UNPROFOR stelde in Zagreb en split gebouwen en terreinen ter beschikking aan de troepenleverende landen om de logistieke ondersteuning van de nationale eenheden in goede banen te leiden.
Het Ministerie van Defensie plaatste daartoe eenheden op kamp Pleso, nabij Zagreb (Logbase Zulu) en in de Divulje Barracks bij Split (Logbase Sierra).
De militairen in Zagreb hadden vanaf begin 1994 als belangrijkste klant Dutchbatt in srebrenica.
De terugtrekking van het bataljon in juli 1995 leidde dan ook tot een flinke inkrimping van de logistieke eenheid.
De resterende militairen werden tezamen met de bij het UNPF- hoofdkwartier ingedeelde Nederlandse militairen ondergebracht in 1(NL)SSVCIE UNPF.
De belangrijkste klant van de logistieke basis in Split (opgericht op 1 juli 1993) was het transportbataljon.
Deze Logbase Sierra werd in april 1995 gereorganiseerd tot een point of debarkation compagnie (1(NL) VN POD compagnie).
Materieel en personeel voor alle Nederlandse eenheden on Voormalig- JoegoslaviŽ werden in het vervolg vooral via Split afgevoerd.


International Transport Platoon (ITP)
Het International Transport Platoon viel onder het BosniŽ- Herzegovina Command (BHC) Rear, en werd geformeerd in november 1992 te Kiseljak, waar destijds het BHC resideerde. Na de opsplitsing van de BHC- staf in Forward (Sarajevo) en Rear (Split) verhuisde Rear aanvankelijk naar de Divulj Barracks te Split, de voormalige JNA kazerne, waar ook de Nederlandse Logbase was gelegen. In een later stadium kreeg het ITP een hoek op het complex van de Kroatische transportfirma Jadratrans toegewezen. Het personeel werd gelegerd in onder andere het Medena Hotel. Sinds de oprichting van deze eenheid werkten er ruim vijftig Nederlandse blauwhelmen binnen deze unieke eenheid. De opdrachten voor dit peloton kwamen binnen via de Logistic Operations van BHC Rear, waar een liaisonofficier van het ITP de contacten mee onderhield. Er werd voor 90% op de VN bataljons in BosniŽ gereden , af en toe werden er ook humanitaire hulpgoederen vervoerd. Een bijzonder project was het zoutproject. Om de wegen sneeuwvrij te houden heeft het ITP tussen november 1994 en februari 1995 zorg gedragen voor het uitrijden van zout uit een mijn in Tuzla, na bemiddeling door de VN.

1(NL) VN Verbindingsbataljon
De Nederlandse regering besloot op 28 februari 1992,vooruitlopend op het formele verzoek van de VN van 5 maart, tot oprichting van I(NL) VN-Verbindingsbataljon. De eenheid moest binnen de vredesmacht de verbindingen van de twaalf infanteriebataljons, ťťn geniebataljon en de hoofdkwartieren verzorgen. Elk infanteriebataljon, het geniebataljon en de vier sectorhoofdkwartieren kregen een Nederlands communicatiecentrum (comcen) van elf militairen. Naast de 'verbindelaars' maakten onder meer een hersteldetachement, een bevoorradingsgroep en een klein detachement van de KMar deel uit van de nieuwe verbindingseenheid. Twaalf kwartiermakers vertrokken op 10 maart naar Sarajevo, de beoogde locatie van het UNPROFOR-hoofdkwartier,om aldaar een verbindingscentrum in te richten en de komst van het bataljon voor te bereiden. De bataljonscommandant, luitenant kolonel H. Vermaas, was hen op 2 maart al vooraf gegaan. Hij was evenals zijn opvolgers naast bataljonscommandant ook senior signals officer in de staf van UNPROFOR. Na de verhuizing van het UNPROFOR-hoofdkwartiernaar achtereenvolgens Belgrado (mei 1992) en Zagreb (augustus 1992) zou een Nederlands verbindingsdetachement van zeven personen in Sarajevo achterblijven. De kwartiermakers kregen op 14 en 17 maart versterking van respectievelijk 10 en 25 verbindelaars. Een deel van de militairen reisde in afwachting van hun collega's alvast door naar de sectoren Oost, West, Noord en Zuid in KroatiŽ. Het materieel van het bataljon werd op 1 april onder begeleiding van vijftig militairen naar Zagreb opgevoerd. Hier kwam een dag later ook de hoofdmacht van het bataljon (229 militairen) aan. Het bleek bij nader inzien eenvoudiger om vanuit Zagreb in de toegewezen gebieden te ontplooien dan vanuit Sarajevo. De hoofdmacht van het verbindingsbataljon arriveerde vanaf zaterdag 4 april in de vier United Nations Protected Areas. Luitenant-kolonel Vermaas kon twee dagen later aan UNPROFOR-bevelhebber luitenant-generaal Satish Nambiar melden dat het verbindingsbataljon zich als eerste volledige VN-eenheid in het voormalig JoegoslaviŽ had ontplooid. De militairen van de eerste groep Nederlanders zouden drie, zes of acht maanden in voormalig JoegoslaviŽ actief zijn; daarna was de uitzendtermijn steeds zes maanden om de noodzakelijke continuÔteit te garanderen. Het verbindingsbataljon bereikte zijn maximale sterkte op 1 juli 1993: 477 militairen.
De Veiligheidsraad breidde het UNPROFOR-gebied in juni 1992 uit met BosniŽ-Herzegovina. Drie infanteriebataljons met elk een Nederlands comcen arriveerden in juli in Sarajevo. In oktober en november 1992 volgden een Brits infanteriebataljon in Vitez, een tweede Canadees infanteriebataljon in Visoko, het Nederlands-Belgische transportbataljon in Busovaca en medio 1993 een Spaans infanteriebataljon in Medugorje. Nadat de Veiligheidsraad in april en mei 1993 zes Moslimgebieden tot safe areas had uitgeroepen, werden een Frans en een Scandinavisch infanteriebataljon - beide met een Nederlands comcen - respectievelijk in Velika Kladusa (safe area Bihac) en safe areaTuzla gestationeerd. Het comcen in Tuzla telde echter slechts zes Nederlanders in plaats van elf, aangezien de ScandinaviŽrs zelf de telefoon- en faxverbindingen onderhielden.
De VN voerden vanaf maart 1994 nieuwe satellietcommunicatieapparatuur in, waardoor het Nederlandse verbindingspersoneel overbodig werd. UNPROFOR trok het bataljon overeenkomstig een Signal Transition Plan gefaseerd terug. In fase I werden tussen 18maart en 24 mei 1994 de bataljonscomcens overgedragen. Het verbindingsbataljon droeg in fase 2 de comcens in de vier sectorhoofdkwartieren en in Kiseljak en Zagreb over. Vijftien 'verbindelaars' bleven achter als onderdeel van de sectie 6 (stafsectie belast met communicatie) van het UNPROFOR-hoofdkwartierin Zagreb. Zij hielden zich tezamen met een aantal burgers bezig met het plannen en organiseren van verbindingen en het signaleren en oplossen van problemen. De stafcompagnie van het verbindingsbataljon in Zagreb ten slotte werd in de derde fase vervangen door de Logbase Zulu-compagnie, ter ondersteuning van het Nederlands-Belgische transportbataljon in Busovaca en het luchtmobiele infanteriebataljon in Srebrenica . Het verbindingsbataljon verdween formeel op I augustus 1994 uit de slagorde van UNPROFOR. De eenheid werd op I september 1994 opgeheven. Eťn lid van het bataljon, sergeant WJ.L.M. Martens, was op 10 oktober 1993 bij een mijnongeval om het leven gekomen.


1 (NL) VN OST DET
Op 13 oktober 1993 vertrok 1 (NL) VN Ondersteuningsdetachement ten behoeve van de VN Commissie van Experts naar voormalig JoegoslaviŽ om ondersteuning te leveren bij de ontruiming van massagraven in de door VN beschermde gebieden.
Het ondersteuningsdetachement zou uit 33 militairen bestaan.( klik hier voor de namenlijst )
De eenheid verleende steun aan de zogenoemde ‘UN Commission of Experts' die in voormalig Joegoslavie bewijsmateriaal verzamelt en analyseert over inbreuken op de Conventies van Geneve en andere schendingen van het humanitair recht.
De massagraven die werden onderzocht lagen in UNPA Oost, ter hoogte van Vukovar en in UNPA West, ter hoogte van Pojana, Packrac en Gaj.

De werkzaamheden van de Nederlandse militairen zou bestaan uit het in richten en in bedrijf houden van tijdelijke kampementen van waaruit opgravingen plaatsvonden.
Ze zouden tevens zorg dragen voor algemene ondersteuning en het vervoer van stoffelijke resten.
De daadwerkelijke opgravingen en autopsies werden verricht door artsen van de ‘'Psysicians for human rights', bijgestaan door personeel van de Gravendienst / Bergings- en Identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht.

De Nederlandse militairen, waaronder een aantal dienstplichtigen werden met het oog op bescherming, opgenomen in de organistaie van UNPROFOR.
Na het vervullen van de moeilijke en zware taak kon het team op 16 november 1993 huiswaarts keren.



1 (NL/BE) VN Transportbataljon en 1(NL/BE) VN Logistiek en Transportbataljon
De regeringen van Nederland en BelgiŽ gaven, vooruitlopend op een formeel verzoek van de secretaris-generaal, te kennen in het kader van resolutie 776 een gezamenlijke transporteenheid van 560 militairen naar BosniŽ-Herzegovina te zullen sturen.
De eenheid zou de ruggengraat van de humanitaire hulpverlening van UNPROFOR in BosniŽ gaan vormen.
Het bataljon was opgebouwd uit twee Nederlandse transport compagnieŽn elk 170 man sterk, en een Belgische transportcompagnie, 100 militairen sterk.
Nederland leverde ook de staf, staf- en verzorgingscompagnie (SSV-compagnie) van 120 militairen.
De Belgische compagnie kon beschikken over 25 vrachtwagens, de Nederlanders namen 40 tientonners en 24 viertonners mee.
De Nederlanders roteerden in tegenstelling tot de Belgen niet als compleet contigent maar, in groepen van 150 personen, vooral om de continuÔteit in kennis en ervaring te waarborgen.
Alvorens de hoofdmacht van het Nederlandse deel van het transportbataljon op 7 en 10 november vertrok, waren 160 kwartiermakers hen voorgegaan.
De vier compagnieŽn werden op drie locaties ondergebracht.
De ssv- en A-compagnie vlogen naar Split om daar het rollend materieel en de overige uitrustingstukken te ontschepen en op 16 november door te reizen naar twee kampen in de in Centraal BosniŽ gelegen Bosnisch-Kroatische stad Busovaca.

De Nederlandse commandant van het bataljon (de Belgen leverden de plaatsvervangend commandant) betrok met de stafcompagnie een leegstaand hotel te Busovaca, dat al snel als ''Hotel Nunspeet'' (de plaats van herkomst van het eerste bataljon) door het leven ging.
B- compagnie vloog naar Zagreb - het materieel van deze eenheid arriveerde daar per trein onder begeleiding van zestig militairen Ľ maar kreeg van de Bosnische ServiŽrs geen toestemming om door te reizen naar de Bosnisch - Servisch stad Banja Luka, de eigenlijke bestemming van B- Compagnie.
Een deel van de compagnie hielp zolang in Zagreb Amerikaanse militairen met het opzetten van een Mobile Army Surgical Hospital (MASH).
De staf van UNPROFOR besloot vervolgens B- compagnie op het terrein van een hout impregneer fabriek in Santici nabij Vitez te legeren (Vitez en Busovaca vormden samen een Kroatische enclave in Moslimgebied).
De Belgische compagnie strak neer in Pancevo nabij Belgrado, maar opereerde vanaf 24 april 1993 ook vanuit de compound in Santici.
In Split en Zagreb bleven logistieke eenheden achter ter ondersteuning van het transportbataljon.
De Nederlandse hulpkonvooien werden in BosniŽ beschermd door de infanterie bataljons van UNPROFOR: in de eerste instantie het Britse bataljon in Vitez, later ook Scandinavische bataljon in Tuzla en het Canadeze in Visoko.
De infanterie bataljons konden echter niet altijd voorkomen dat Nederlandse vrachtwagens werden beschoten.
De transport route van Busovaca naar Tuzla liep tussen Kladanj en Stupari over een afstand van 10 kilometer dicht langs de Bosnisch- Servische stellingen van waaruit konvooien regelmatig onder vuur kwamen te liggen.
Dit deel van de route kreeg dan ook de naam Bomb Alley.
Eind april 1993 gingen de Bosnische Kroaten en Moslims in Centraal-BosniŽ elkaar te lijf, waardoor de veiligheidssituatie sterk verslechterde.
De compounds van het transportbataljon in Busovaca en Santici lagen midden in de frontlinie.

De kampementen werden regelmatig door afzwaaiende projectielen getroffen.
Bovendien moest het transport bataljon onder zeer riskante omstandigheden
operatie Life Line uitvoeren, met als doel de ergste humanitaire nood in BosniŽ te lenigen.
Konvooiritten naar de nabijgelegen plaatsen Zenica en Travnik waren levensgevaarlijk vanwege het onder de strijdende partijen populaire banden schieten, terwijl de konvooien de strategisch gelegen stad Gornji Vakuf vanwege de sluipschutters alleen op zeer hoge snelheid konden doorkruisen.
Bij de beschieting van een Nederlands konvooi ten zuiden van Novi Travnik op 25 oktober 1993 vielen zeven gewonden, van wie vier ernstig.
De cabines van de vrachtwagens kregen korte tijd ter bescherming van de chauffeur en bijrijders een stalen bepantsering, wat de bijnaam Mad Max opleverde.

Mad-Max

De dreiging in Centraal- Bosnie verminderde aanzienlijk toen de Moslims en Kroaten op 23 februari 1994 een staakt-het-vuren sloten en in mei de Moslim- Kroatische Federatie vormden.
Het transportbataljon had twee jaar na aankomst in BosniŽ ruim honderdduizend ton goederen vervoerd.

Het aanbod van hulpgoederen door de United Nations High Commisioner for Refugees (UNHCR) nam eind 1994 sterk af, waardoor het bataljon met een transportcompagnie minder toe kon.
Het Nederlandse Ministerie van Defensie besloot B-compagnie uit Santici terug te trekken en het resterende deel van het transportbataljon met het Support command in Lukavac samen te voegen tot 1 (NL/BE) VN LogTbat (logistiek en transport bataljon).
Een bevoorradings- en een herstelcompagnie namen de plaats in van B- compagnie en de Belgen in Santici.
De Belgische compagnie werd bij de A- compagnie in Busovaca gelegerd.
De ssv-cie bleef in Hotel Nunspeet.
De reorganisatie kreeg eind maart 1995 haar beslag.
Het vredesakkoord van Parijs van 14 december 1995 luidde het einde in van UNPROFOR in BosniŽ en de komst van IFOR in.
IFOR erfde LogTbat, minus de Belgen van UNPROFOR.

1(NL) VN Infanteriebataljon
Minister van Defensie A.L. ter Beek bood secretaris-generaal Boutros-Ghali op 7 september 1993 voor de duur van anderhalf jaar een luchtmobiel infanteriebataljon (Dutchbat) met zijn eigen logistieke component (Support Command) aan, in totaal 1.196 militairen. Het formele verzoek van de secretaris-generaal volgde op 3 november 1993.Minister Ter Beek en de bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS),luitenant-generaal H.A. Couzy, concludeerden dat de inzet van een Nederlands infanteriebataljon in Centraal-BosniŽ de voorkeur genoot boven inzet in de geÔsoleerde safe areas Srebrenica en Zepa. Luitenant-generaal F. Briquemont, de bevelhebber van BH Command, wilde het bataljon echter graag in Srebrenica en Zepa inzetten. Minister Ter Beek ging uiteindelijk overstag. Het Nederlandse bataljon zou in Srebrenica een Canadese compagnie aflossen.

De Nederlandse regering ging op 12 november 1993 formeel akkoord met deze uitzending. Het infanteriebataljon werd kortweg Dutchbat genoemd en was 776 militairen sterk. De kern van Dutchbat-l bestond uit 550 militairen van 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel (Garderegiment Grenadiers). Dutchbat-Il werd gevormd door 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel (Garderegiment Jagers) en Dutchbat-lll door 13Infanteriebataljon Luchtmobiel (Regiment Stoottroepen). De twee eerste bataljons waren onderverdeeld in een staf en stafcompagnie van 206 militairen, een verzorgingscompagnie van 189 militairen, en drie infanteriecompagnieŽn (A-, B- en C-compagnie) elk 127 militairen sterk. Dutchbat-IIl had daarentegen behalve de drie infanteriecompagnieŽn een gecombineerde staf, staf- en verzorgingscompagnie (358 militairen). In de staf en stafcompagnie en de verzorgingscompagnie van het eerste en tweede bataljon waren onder meer opgenomen: een verbindingspeloton; een detachement van de Explosieven Opruimings Dienst van vier personen; een verkenningspeloton van het Korps Commandotroepen; twee infanteriepelotons; een geniepeloton; een detachement van de Koninklijke Luchtmacht (KLU) met vier BŲlkow-helikopters; een bevoorradingspeloton; een herstelpeloton en een geneeskundig peloton. Dutchbat had ook zes forward air controllers in de gelederen, die tijdens close air supportmissies NAVO-vliegtuigen naar het doel moesten leiden.
Begin december 1993 probeerde een verkenningsgroep van Dutchbat het toekomstige operatiegebied te bereiken. De Bosnische ServiŽrs verboden de groep echter de toegang tot Srebrenica en Zepa. Een nieuwe poging was wel succesvol: van 25 januari tot 10 februari 1994 bezocht een verkenningsgroep Srebrenica en Zepa. Inmiddels was op 27 januari een groep van 114 kwartiermakers van Dutchbat-I per trein uit Nederland vertrokken naar Split (via Zagreb). Veertig kwartiermakers van het Support Command voegden zich op 31januari bij deze groep. Het materieel van Dutchbat onder meer 49 YPR-pantserrupsvoertuigen (waarvoor de luchtmobiele Dutchbatters speciaal waren opgeleid) met . 50 mitrailleur, 9 mortieren 81mm, 9 TOW's en 27 Dragons tegen gepantserde doelen – kwam medio februari met twee schepen in Split aan. Het Korps Mariniers leende daarnaast twaalf BV206-sneeuwvoertuigen uit aan Dutchbat en verzorgde de opleiding van de bijbehorende chauffeurs en monteurs.
Het eerste deel (350 militairen) van de hoofdmacht van Dutchbat en het Support Command arriveerde op 8 februari in Split. In deze groep bevond zich ook een constructiecompagnie van tachtig militairen onder bevel van majoor EA.J. Smulders, die in de enclave Srebrenica met name zou helpen bij bunkerbouw en de versterking van wacht- en observatieposten. De constructiecompagnie zou aanvankelijk, zo was de planning, drie tot zes maanden in de enclave blijven. Dutchbat-II bleek echter evenals Dutchbat-I grote behoefte te hebben aan extra geniesteun. De constructiecompagnie bleef daarom in afgeslankte vorm, 44 militairen sterk, tot december 1994 in Srebrenica. De nieuwe commandant was kapitein R.J.T. Veldman.

In de periode van 15 februari tot en met 1 maart 1994 arriveerde in een aantal slagen het merendeel van Dutchbat en het Support Command in BosniŽ-Herzegovina. Een groep van 155 militairen - bestaande uit infanteristen van B-compagnie, een deel van de staf en stafcompagnie, genisten van de constructiecompagnie en geneeskundig personeel - trok op I maart 1994 onder leiding van de bataljonscommandant, luitenant-kolonel C.H.P. Vermeulen, Srebrenica binnen. Twee dagen later droeg de commandant van de Canadese compagnie, majoor J. Bouchard, het bevel in Srebrenica over aan luitenant-kolonel Vermeulen. De verzorgingscompagnie en de staf en stafcompagnie vestigden zich in een leegstaande accufabriek in het plaatsje Porocari, gelegen in het noorden van de enclave. B-compagnie betrok een kampement in Srebrenica-stad. C-compagnie voegde zich pas op 6 april bij hen. Dutchbat moest er de komende anderhalf jaar vanuit deze basis locaties voor zorgen dat de enclave een veilige en gedemilitariseerde zone bleef. De wapens van de Moslimeenheden behoorden daartoe te worden verzameld in het Weapon Collection Point (WCP). Dutchbat hield daarnaast door patrouilles en het bemannen van observatieposten (veertien vanaf 6 april 1994) zo goed mogelijk zicht op de veiligheidssituatie in de enclave en vooral op de omstreden enclavegrenzen. Sociale patrouilles moesten daarnaast de contacten tussen Dutchbat en de bevolking op peil houden. Het voor Srebrenica bestemde helikopterdetachement, onder bevel van kapitein-vlieger H. Noltes, arriveerde op 22 februari 1994 wel in Lukavac, maar kreeg van de Bosnische ServiŽrs geen toestemming om over hun grondgebied naar Srebrenica te vliegen. Zolang toestemming uitbleef, werd het detachement bij een Scandinavische medische compagnie op een fabriekscomplex (Blue Factory) tussen Tuzla en Lukavac ondergebracht. Een nieuw detachement, onder bevel van kapitein-vlieger P. Grijspaardt, loste het oude op 22 juli af. Dit tWeededetachement werd op 27 september teruggetrokken.
De derde infanteriecompagnie van Dutchbat, A-compagnie onder bevel van kapitein A.M.C.D. Jansen op de Haar, kreeg van BH-Command opdracht op het vliegveld van Tuzla te ontplooien, in plaats van in Zepa. De versterkte compagnie (200 militairen) was daar op 22 maart 1994 operationeel. Om het vliegveld te beveiligen, plaatsten de Nederlanders rondom het terrein zes observatieposten en legden zo'n tien kilometer concertinŗs (prikkeldraad). Een peloton van A-compagnie kreeg een beveiligingstaak in het iets ten noorden van Tuzla gelegen Srebrenik. A-compagnie kreeg begin mei van de commandant van de Sector North-East opdracht voorbereidingen te treffen voor een ontplooiing in de zogenoemde Sapna-vinger, een Moslimgebied gelegen ten oosten van Tuzla en aan drie zijden omringd door Bosnisch-Servische strijdkrachten. De compagnie verhuisde tussen 23 en 28 mei 1994, bouwde haar nieuwe kampement in het plaatsje Simin Han, en was vanaf 1 juni operationeel in de Sapna-vinger. De Nederlandse militairen kregen wederom een beveiligingstaak. Daarnaast moesten ze konvooien escorteren die de grens tussen ServiŽ en BosniŽ bij de grenspost Alfa overstaken.

De drie infanteriepelotons van A-compagnie moesten ieder in een deel van het gebied patrouilleren. Op ťťn na bevonden alle observatieposten zich rondom het kampement in Simin Han. Observatiepost T2 lag in het dorpje Jajici en bestond feitelijk uit twee gescheiden locaties. De bezetting van achttien militairen had vanuit deze post zicht op de confrontatielijn en de grenspost Alfa. Soldaat J. Broere kwam op 29 maart 1995om het leven toen Bosnische ServiŽrsT2 beschoten. Dutchbat moest zoals gezegd logistiek zelfstandig kunnen optreden. Het Support Command (420 militairen) was daartoe tegelijk met Dutchbat uitgezonden. De kwartiermakers van de logistieke eenheid richtten vanaf 2 februari 1994 een oude cokesverwerkende fabriek in Lukavac als kampement in. Het Support Command was begin maart operationeel en stond achtereenvolgens onder bevel van kolonel EG. van der Hooft, luitenant-kolonel W. van Dullemen, luitenant-kolonel L.H. Habraken en luitenant-kolonel D. Modderman. De eenheid onderhield vanuit Lukavac bevoorradingsroutes met de logistieke bases in Zagreb en Split aan de ene en met Srebrenica aan de andere kant. Gebeurtenissen op het politieke of milItaire vlak elders in BosniŽ waren voor de Bosnische ServiŽrs echter nogal eens aanleiding om de konvooien van Support Command de toegang tot de enclave Srebrenica te weigeren. Een transporteenheid van twintig militairen (12 van de KLU en 8 van de KL) leverde van 1 augustus tot 4 november 1994 transportsteun aan Support Commando Nederland voegde, zoals al opgemerkt, in april 1995 het Support Command samen met het transportbataljon tot 1 (NL/BE) VN LogTbat, dat zowel humanitaire hulpgoederen transporteerde als Dutchbat logistiek ondersteunde. Dutchbat-II, onder bevel van luitenant-kolonel P.L.E.M. Everts, loste op 21 juli 1994
Dutchbat-I af. Luitenant-kolonel Evens legerde A-compagnie in Srebrenica-stad en C-compagnie in Potocari. B-compagnie ging naar Simin Han. De hoogste Nederlandse militair in Simin Han was de plaatsvervangend bataljonscommandant, majoor E. Hoogendoorn. Dutchbat-II had qua ongevallen een minder fortuinlijke tijd in Srebrenica dan zijn voorganger. In augustus 1994 raakten vier militairen gewond bij mijnongevallen.

Dutchbat-III, onder bevel van luitenant-kolonel T.J.P. Karremans, nam op 18 januari 1995 de vlag over. Karremans plaatste A-compagnie, onder bevel van kapitein T.A. Hogeveen, tezamen met de plaatsvervangend bataljonscommandant, majoor P. van Geldere, in Simin Han. B-compagnie werd gelegerd in Srebrenica-stad en C-compagnie en de ssv-compagnie te Potocari. De Bosnische ServiŽrs sloten als reactie op de NAVO-bombardementen op hun 'hoofdstad' Pale, Srebrenica na 26 mei hermetisch af van de buitenwereld. Tevens namen zij op 3juni in het uiterste zuiden van de enclave de observatiepost Echo in. Het zuiden van de enclave was op 6 juli wederom het doel van een Bosnisch-Servische aanval. In eerste instantie meende UNPROFOR dat de aanval zich tot dit deel van de enclave zou beperken, omdat hier een strategisch belangrijke weg liep. Al snel bleek echter dat de Bosnische ServiŽrs de gehele safe area in handen wensten te krijgen. Ze dwongen het personeel van de observatieposten zich over te geven of zich terug te trekken naar Srebrenica-stad of Potocari. SLD1 R. van Renssen kwam op 8 juli 1995 om het leven toen een Moslimstrijder een handgranaat naar de terugtrekkende YPR gooide waarvan Van Renssen de boordschutter was. De vierhonderd overgebleven Dutchbat-militairen, UNPROFOR,de Moslims en beperkte luchtsteun bleken niet in staat de opmars van de Bosnische ServiŽrs te stoppen. Op de avond van II juli 1995 was de enclave in feite gevallen en omsingelden de Bosnisch-Servische eenheden het Nederlandse bataljon en tienduizenden vluchtelingen op en rond de compound in Potocari. Een deel van de Moslimbevolking en de meeste Moslimstrijders probeerden inmiddels op eigen kracht Centraal-BosniŽ te bereiken. De Moslimmannen van weerbare leeftijd die waren achtergebleven werden door de Bosnische ServiŽrs afgevoerd en om het leven gebracht. De vrouwen en kinderen werden met bussen overgebracht naar Moslimgebied in Centraal-BosniŽ. Dutchbat verliet op 21 juli de enclave en keerde via Zagreb terug naar Nederland.
A-compagnie in Simin Han was inmiddels afgelost door A-compagnie van 42 Pantserinfanteriebataljon Limburgse Jagers onder bevel van majoor M.E. Engbersen. De nieuwe eenheid werd onmiddellijk na aankomst al geconfronteerd met Moslimvluchtelingen uit de gevallen enclave, die demonstreerden bij de poort van het kamp omdat ze duidelijkheid wensten over het lot van hun familie. De staf van de Sector North-East gaf een deel van de Limburgse Jagers en het Scandinavische bataljon opdracht een vluchtelingenkamp op het vliegveld van Tuzla op te zetten. Op 8 augustus arriveerde ook een militair chirurgisch team van drie artsen en zeven verpleegsters uit Nederland. Als onderdeel van de Scandinavische medische compagnie bleven ze tot 14.september 1995 in Tuzla. Zweedse militairen hadden inmiddels eind augustus de militairen van A-compagnie in Tuzla afgelost. De weer complete A-compagnie concentreerde zich gedurende de resterende maanden op de gebruikelijke VN-taken in de Sapna-vinger. Majoor Engbersen droeg op 4 november 1995 het commando over aan een Zweedse eenheid. De laatste Limburgse Jagers keerden op 10 november terug naar Nederland.
pi_100700318
UNPROFORBosniHerzegovinahandoutvansectieS2CVV1.jpg

UNPROFORBosniHerzegovinahandoutvansectieS2CVV2.jpg

UNPROFORBosniHerzegovinahandoutvansectieS2CVV3.jpg

UNPROFORBosniHerzegovinahandoutvansectieS2CVV4.jpg

UNPROFORBosniHerzegovinahandoutvansectieS2CVV5.jpg

UNPROFORBosniHerzegovinahandoutvansectieS2CVV6.jpg

UNPROFORBosniHerzegovinahandoutvansectieS2CVV7.jpg

UNPROFORBosniHerzegovinahandoutvansectieS2CVV8.jpg

UNPROFORBosniHerzegovinahandoutvansectieS2CVV9.jpg
  zondag 14 augustus 2011 @ 08:27:24 #70
110987 ErwinRommel
De woestijnvos. Een legende.
pi_100704399
Aooanl staat voor Aoo Analist. Dat is een gespecialiseerde persoon die analyse doet mbt het GNK gebeuren.
Vulneratus nec Victus The Spirit Will Never Leave Us.
  woensdag 17 augustus 2011 @ 23:25:21 #71
121348 Erasmo
f/8 and be there.
pi_100876100
quote:
Rechercheteam terug uit Sarajevo
Het voormalige SET-team tijdens een oefening Het voormalige SET-team tijdens een oefening Defensie
Toegevoegd: woensdag 17 aug 2011, 19:55
Update: woensdag 17 aug 2011, 20:15

Elf Nederlandse marechaussees die in voormalig JoegoslaviŽ opsporingswerk deden voor het JoegoslaviŽtribunaal, zijn weer thuis. Na de aanhouding van Goran Hadzic op 20 juli is het zogenoemde Special Element Team opgeheven. Hadzic was de laatste verdachte die nog gezocht werd.

De Koninklijke Marechaussee heeft sinds 2005 in totaal veertien medewerkers geleverd aan het internationale team in Sarajevo dat naar oorlogsmisdadigers speurde. Met geheime acties droegen ze bij aan diverse arrestaties.
Onderzoekswerk

Het laatste jaar bestond het SET alleen nog uit de elf Nederlanders, die vooral inlichtingen- en onderzoekswerk voor het JoegoslaviŽ-tribunaal deden.
http://nos.nl/artikel/265(...)ug-uit-sarajevo.html
  Moderator donderdag 18 augustus 2011 @ 23:27:30 #72
74865 crew  Pumatje
Wij stelen die kazen!
pi_100919166
Nee.. ik denk dat hij bedoekt dat de.lui daar de hier voor waar aangenomen verhalen als "onze perceptie" zien. ;)
[DEF] SC#8 Pumatje, niet geboren maar door de baas verstrekt
pi_101424147
Tijdens de Bosnische oorlog van 1992-1995 vielen zoveel doden en gewonden (uiteindelijk meer dan 200.000), dat de Veiligheidsraad op 7 mei 1993 besloot tot het instellen van safe areas om een aantal belegerde steden die zwaar onder vuur lagen van de Servische troepen te beschermen. Sarajevo, ?epa, Srebrenica, Gora?de, Tuzla en Biha? werden uitgeroepen tot 'safe areas'. Al deze steden hadden zwaar te lijden van de dagelijkse beschietingen, maar Biha? was er wel het ergst aan toe, al was het maar omdat de stad vrijwel volledig was afgesloten van de buitenwereld, geen voedsel en medische hulp ontving en er geen journalisten aanwezig waren om het oorlogsgeweld te registreren. De enige berichten over Biha? die de buitenwereld bereikten waren afkomstig van de UNMO, van United Nations Military Observers. In Biha? zaten er dertien, waaronder ťťn Nederlander, kapitein Ad van de Kreeke. Ad van de Kreeke was een traditionele militair die graag wilde vechten. Hij had al eerder in Libanon gezeten en bij de beveiliging van een transportbataljon in BosniŽ. Biha? leek hem wel wat, want daar werd flink geknokt. Ad van de Kreeke wist op 4 oktober de stad te bereiken en kort daarna werd de enclave hermetisch afgesloten en kon er geen mens meer in of uit. Vanaf dat moment namen de aanvallen in hevigheid toe. De stad werd beschoten met granaten, gebombardeerd met clusterbommen en bestookt met napalm. Elk dorpje dat door de belegeraars werd veroverd werd totaal uitgemoord, vaak nadat de mensen op gruwelijke wijze waren gemarteld. Ad van de Kreeke moest dat militair geweld registreren en het aantal slachtoffers vaststellen. In kleine opschrijfboekjes maakte hij zijn aantekeningen, maar al snel kon hij het alleen nog maar bijhouden door streepjes te trekken. De rapporten werden dagelijks opgestuurd naar de VN, maar ondanks de status van beschermd gebied greep de wereldgemeenschap niet in. Slechts ťťn keer, op 19 november 1994, werd een vliegveld van de aanvallers gebombardeerd. De VN-waarnemers kregen de schuld en vanaf dat moment was Ad van de Kreeke geen onafhankelijke waarnemer, maar partij in het conflict en trok hij vuur aan van de aanvallers. Ad van de Kreeke wist het toen zeker, dit zou hij niet overleven. Hij besloot te vluchten, dwars door de Servische linies heen. Dat lukte hem in april 1995. Uitgesproken VARA ging met Ad van de Kreeke terug naar Biha? waar hij sinds 1996 niet meer was geweest. Het is een verhaal over oorlog en geweld en over de falende rol van internationale instituties, maar vooral een verhaal van een man die zich dankzij deze oorlog ontwikkelde van een traditionele vechtmachine tot een nadenkend mens.
pi_102478607
Nederland beŽindigt militaire inzet BosniŽ-Herzegovina

27 september 2011

60 Nederlandse militairen ontvingen vandaag op Camp Butmir in Sarajevo de EUFOR-medaille. Hiermee komt een einde aan 20 jaar grootschalige Nederlandse militaire inzet in BosniŽ-Herzegovina.

Hoewel nog niet alle militairen uit BosniŽ-Herzegovina vertrekken, symboliseert de medalparade wel het einde van 20 jaar (1991-2011) grootschalige Nederlandse militaire inzet in het land. “Een periode waarin ruim 40.000 militairen zijn ingezet en waarin helaas 16 militairen om het leven kwamen. Een periode waarin successen zijn geboekt, maar met de val van Srebrenica ook een zwarte bladzijde werd opgetekend voor de internationale gemeenschap in het algemeen en voor BosniŽ en Nederland in het bijzonder. Met de terugtrekking van de Nederlandse militaire aanwezigheid in BosniŽ-Herzegovina wordt een boek gesloten, maar niet vergeten.”, aldus de Directeur Operaties van de Defensiestaf, generaal-majoor Tom Middendorp.

Burgeroorlog

Tussen 1992 en 1995 woedde in BosniŽ een bloedige burgeroorlog. Een oorlog waarin grove misdaden werden begaan tegen de burgerbevolking. Door oorlogsgeweld, massamoorden en etnische zuiveringen kwamen naar schatting 100.000 mensen om het leven en miljoenen inwoners werden verdreven. In 1992 werd de United Nations Protection Force (UNPROFOR) ingezet om verdere escalatie van de oorlog te voorkomen en humanitaire hulpverlening mogelijk te maken.

Verdrag van Dayton

Met de ondertekening van het Verdrag van Dayton op 14 december 1995 kwam een einde aan de oorlog in BosniŽ-Herzegovina. In de naoorlogse jaren werden achtereenvolgens de Implementation Force (IFOR), de Stabilisation Force (SFOR) en de European Force (EUFOR) ingezet om erop toe te zien dat de Dayton-akkoorden werden nageleefd en om bij te dragen aan de wederopbouw van het land. Sindsdien is in het voormalige JoegoslaviŽ veel vooruitgang geboekt en is de algemene veiligheidssituatie in BosniŽ-Herzegovina langdurig stabiel. “Het succes van deze missie heeft zich vertaald in het besluit om de Nederlandse bijdrage aan deze missie te beŽindigen”, sprak Middendorp.

Bron: http://www.defensie.nl/mi(...)t_Bosnie_Herzegovina
pi_102940131
UNPROFOR captured soldiers leave Potocari

abonnementen ibood.com bol.com Gearbest
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')