Thought you'd never ask.
quote:
Vraag 8 uit oefententamen
Beschouw het volgende prikkels voor prestatie model. Stel de kosten van inspanning
voor een werknemer zijn $ 0.5*(e-40)², voor e≥40, waar e staat voor de inspanning.
De kosten van inspanning zijn gelijk aan nul voor 0<40<e. Iedere eenheid van
inspanning levert de onderneming $100 aan opbrengsten op. De werkgever biedt de
werknemer een prestatiecontract met een vast salaris en een variabel deel, dat gelijk is
aan 20% van de opbrengsten. De werkgever heeft alle onderhandelingsmacht en zal
een aanbod doen aan de werknemer, dat de werknemer kan accepteren of weigeren.
Als alternatief kan de werknemer een andere baan kiezen met een vast salaris van
$1,000. Bij gelijke totale beloning zal de werknemer kiezen voor de combinatie van
vaste en variabele beloning.
Voor de werkgever met het prestatiecontract is het optimaal het vaste deel van het
salaris gelijk te stellen aan:
A: $0
B: $250
C: $550
D: $1,000
De werkgever heeft alle onderhandelingsmacht en wil nu een basissalaris vaststellen dat de werknemer nog net kiest (waarbij de werknemer zijn payoff het hoogst is dus).
Werknemer wil de payoff
S + 20e - 0,5 . (e - 40)2 maximaliseren. Dat is het geval bij de afgeleide=0, dus: 20-(e-40)=0 oftewel e=60.
SPOILER
Om spoilers te kunnen lezen moet je zijn
ingelogd. Je moet je daarvoor eerst gratis
Registreren. Ook kun je spoilers niet lezen als je een ban hebt.Voorwaarde voor de werkgever: basisbeloning (S) + commissie (20e) = $1000 + kosten van inspanning (c(e))
S + 20e = 100 + c(e)
S + 20.60 = 1000 + c(60)
S + 1200 = 1000 + c(60)
S = c(60) - 200
c(60) = 0,5 . (60-40)
2 = 200
Dus: S = 200 - 200 = 0
Oftewel het is voor de werkgever optimaal als het vaste deel van het prestatiecontract (basissalaris) gelijk is aan 0,-. Antwoord A dus.
Yeah, well, you know, that's just, like, your opinion, man.