abonnementen ibood.com bol.com
pi_60371883



Schaal van Beaufort
De Ierse Sir Francis Beaufort (1774-1857) introduceerde in 1838 een schaal om de windkracht te kunnen bepalen en benoemen. Hij baseerde zijn indeling op de zeilvoering van een groot schip onder de winddruk van een zwakke bries, storm of orkaan. Pas in 1873 werd de schaal van Beaufort internationaal aanvaard en daarna verder uitgebreid. Tegenwoordig is de schaal van Beaufort een uitgebreide dertiendelige schaal voor de windjkracht gemiddeld over tien minuten met omschrijvingen van de gevolgen van wind op zee en boven land.




Schaal van Richter voor aardbevingen
De magnitudeschaal voor aardbevingen is in 1935 ontworpen door de Amerikaanse seismoloog Charles Richter (1900-1985) en is gebaseerd op de sterkte van de trillingen, zoals die gemeten worden op het seismogram. De sterkte wordt berekend aan de hand van de maximale uitslag (amplitude) van de registratie van de horizontale component van de aardbeving. De sterkte wordt de magnitude genoemd, analoog aan het begrip uit de sterrenkunde om de helderheid van een ster aan te geven. Richter definieerde een aardbeving met magnitude 3 als een aardbeving die op een Wood-Anderson seismograaf een uitwijking van 1 mm opwekt op een epicentrale afstand van 100 km. De schaal is logaritmisch, wat betekent dat bij toename van 1 magnitude-eenheid de uitwijking op het seismogram tien keer zo groot is. Zo is een aardbeving die op 100 km afstand een uitwijking van 10 mm veroorzaakt een beving met magnitude 4. Op deze manier kon Richter verschillende aardbevingen met elkaar vergelijken. Er worden correcties toegepast om de invloed van de afstand tussen epicentrum en seismisch station in rekening te brengen. Met het toenemen van de afgelegde afstand verliezen de seismische golven door geometrische spreiding en absorptie een deel van hun trillingsamplitude.
> Lees verder in DE: Aardbevingen (Voorgaande delen: 1 2 3 4 5)





Schaal van Saffir-Simpson voor orkanen
Orkanen worden ingedeeld in vijf klassen volgens de schaal van Saffir/Simpson. Klasse 1 zijn orkanen met een wind van gemiddeld minstens 117 km/u en hoogstens 152 km/u. Een orkaan met een gemiddelde wind van meer dan 248 km/u zit in klasse 5 en wordt extreem gevaarlijk genoemd.
> Lees verder in DE: Hurricane Season (Voorgaande delen: 1 2 3 4 5 6)




Schaal van Fujita voor tornado's
De kracht van tornado's wordt geclassificeerd met de zogenoemde Fujita schaal, een schaal die loopt van F0 tot F5. Deze schaal werd door de Japanse meteoroloog en natuurkundige Ted Fujita opgesteld. Hij baseerde de schaal op de optredende schade in de kern van de tornado gekoppeld aan de maximaal optredende en mogelijke windsnelheden.
> Lees verder in DE: Tornado's West-Europa




Vulkanische Explosiviteits Index
De Vulkanische Explosiviteits Index, afgekort VEI, is een rangorde voor de heftigheid van vulkanische uitbarstingen, die in 1982 door Chris Newhall van de United States Geological Survey en Steve Self van de Universiteit van Hawaï is opgezet. De VEI kent een schaal die loopt van 0 tot 8. De schaal is gebaseerd op het volume van het uitgeworpen tefra en de hoogte van de eruptiekolom.
De VEI-index is een logaritmische schaal: een uitbarsting die één eenheid op de index hoger scoort dan een andere, vormt in praktijk een 10 keer zo zware uitbarsting. Om te voorkomen dat vulkanen die zonder veel geweld enorme hoeveelheden basalt laten uitvloeien ook hoog op de VEI-schaal zouden scoren, wordt alleen de hoeveelheid (explosief) uitgeworpen tefra geteld. Vulkanen met een uitstoot van meer dan 1000 km³ worden sinds 2000 ook wel supervulkanen genoemd.
> Lees verder in DE: Vulkanen (Voorgaande delen: 1 2), Vulkaanuitbarstingen: Krakatau - Mount St.Helens - Pompeii - Yellowstone




Classificatie Hellmanngetal (koudegetal) winters
Classificatie van de kou in het winterperiode gebaseerd op het dagelijks etmaalgemiddelde van de temperatuur. Dat is het gemiddelde over 24 uur, dat bepaald wordt uit de 24 uurlijkse temperatuurmetingen op een dag. Alle etmaalgemiddelden beneden het vriespunt over de periode 1 november tot en met uiterlijk 31 maart worden opgeteld, zodat uiteindelijk één (koude)getal wordt verkregen. Daarvan wordt het minteken weggelaten. De methode om winters te classificeren werd geïntroduceerd door de Duitse meteoroloog Gustav Hellmann (1854-1939). Voordeel is de mogelijkheid van een tussentijdse balans van de kou. Bovendien telt ook vorst in het voor- en naseizoen meetelt, dit in tegenstelling tot meteorologische winter die alleen betrekking heeft op de kalendermaanden december, januari en februari.
> Lees verder in DE: Warmte- en koudegetallen, Winterliefhebbers (Voorgaande delen: 1 2 3 4), Winterweer in de VS (Voorgaande deel: 1), Winter van 1947, Winter van 1963




Europese Lawineschaal
Als er veel sneeuw ligt kan dat onder verschillende omstandigheden, zowel bij dooi als vorst, lawinegevaar opleveren. Grote sneeuwmassa's komen dan van de hellingen omlaag met alle gevolgen vandien. Een sneeuwlawine kan verschillende oorzaken hebben. Als er een warme wind opsteekt zal vooral bij zonnig weer de bovenste laag van de sneeuw smelten en kan het sneeuwdek gaan glijden. Ook verse natte sneeuw en smeltende oude sneeuw kunnen lawines veroorzaken door de grote hoeveelheden water die deze massa's bevatten.
Veel sneeuwlawines doen zich voor bij vorst en harde wind. Hevige sneeuwval kan bij lage temperaturen aanleiding geven tot lawines van poedersneeuw, waarbij een dichte wolk van sneeuw met zeer grote snelheden van soms 200 tot 300 kilometer per uur omlaag komt. Skiërs kunnen dergelijke lawines zelf op gang brengen door het veroorzaken van lichte trillingen. De vernietigende kracht van zo'n dichte sneeuwwolk is enorm vooral door de drukgolf die eraan voorafgaat en de wind die ermee gepaard gaat. Stoflawines zijn levensgevaarlijk omdat de longen vol sneeuw komen, waarna het slachtoffer door de smeltende sneeuw kan stikken. Natte- of grondlawines bij regen en dooi, die vaak in het voorjaar optreden, glijden of rollen van de hellingen of storten in het dal. Ze bewegen langzamer dan stofsneeuwlawines, maar de verplaatste massa en de aangerichte verwoestingen zijn vaak zeer groot.
Het lawinegevaar wordt in Europa aangegeven op een schaal van 1 tot 5. Bij waarschuwingsfase 1 op de gevarenschaal is de kans op lawines gering en het sneeuwdek stabiel en vast. Bij fase 2 is sprake van matig lawinegevaar, fase 3 betekent aanzienlijk gevaar, fase 4 staat voor groot lawinegevaar en bij fase 5 is het gevaar zeer groot. Bij die waarschuwingsfase is het sneeuwdek zeer instabiel en ontstaan spontaan talrijke grote lawines.
> Lees verder in DE: Lawines




Schaal van de zonkracht van het KNMI
Zonkracht of UV-index is een maat voor de hoeveelheid ultraviolette straling (UV) in het zonlicht die de aarde bereikt. Het UV-zonlicht neemt toe naarmate de zon hoger staat en varieert met de seizoenen en het moment van de dag. De temperatuur heeft geen invloed: op een koele zonnige dag kan de zonkracht even sterk of sterker zijn dan op een warme dag. Wel is de hoeveelheid UV afhankelijk van wolken, vocht of stof in de atmosfeer en van de hoeveelheid ozon. De ozonlaag op grote hoogte in de atmosfeer beschermt het aardoppervlak tegen UV.
De hoeveelheid UV wordt uitgedrukt in de zonkracht, een UV-index die in Nederland kan variëren van 0, wanneer er geen UV is tot 10 voor de maximale hoeveelheid UV-zonlicht. In landen dichter bij de evenaar en in de bergen kan de zonkracht een waarde van 15 of hoger halen. Bij een lage zonkracht (0-4) verbrandt de huid minder snel dan bij een hoge zonkracht (7-10 en hoger).
In de tabel van de zonkracht is globaal aangegeven hoe lang de huid van een gemiddelde Nederlander midden op de dag zon kan verdragen. Voor wie snel verbrandt is de tijd korter, voor wie van nature een getinte huid heeft langer. De vermelde tijd geeft aan na hoeveel minuten een onbeschermde huid zoveel UV heeft gekregen dat deze na 8 tot 24 uur rood kleurt. Dat is het maximum voor wie verstandig wil zonnen.
> Lees verder in DE: Zonkracht (UV-index), Zon: Magneetstormen en zonnevlammen




Definities van smogsituaties
Smog is luchtvervuiling die in een bepaalde periode opeens sterk toeneemt. We spreken dan van smogepisoden. De stoffen die invloed hebben op het ontstaan van smog zijn vooral ozon en fijn stof en in mindere mate stikstofdioxide en zwaveldioxide. Deze smogepisoden kunnen een paar dagen tot enkele weken duren. In Nederland gebruikt men de term smog als er meer luchtverontreiniging is dan gewoonlijk, met mogelijk nadelige gevolgen voor de gezondheid.
De Nederlandse Smogregeling 2001 en de bijbehorende scenario's geven aan wanneer er sprake is van smogsituaties en wat de gezondheidseffecten zijn, wie verantwoordelijk is voor de vaststelling van een smogsituatie en welke organisaties welke acties moeten ondernemen. Een belangrijk punt is bijvoorbeeld het geven van informatie aan publiek en maatschappelijke organisaties.
De drie smogniveaus hebben elk een ander effect op de gezondheid:
  • geen of geringe smog: alleen extra gevoelige mensen / kinderen zullen bij deze mate van smog soms klachten krijgen;
  • matige smog: klachten kunnen ontstaan bij mensen / kinderen die extra gevoelig zijn, maar ook bij mensen met aandoeningen aan de luchtwegen en bij mensen die zich zwaar inspannen in de buitenlucht;
  • ernstige smog: effecten op de hele bevolking en toenemende klachten bij de risicogroepen.
    > Lees verder in DE: Smog




    Tekst en tabellen van: KNMI, Wikipedia
    Met dank aan: Drugshond


    [ Bericht 0% gewijzigd door ItaloDancer op 12-01-2009 23:14:31 ]
  • abonnementen ibood.com bol.com
    Forum Opties
    Forumhop:
    Hop naar:
    (afkorting, bv 'KLB')