SneeuwbedekkingUit metingen van het zogeheten Snow Lab van de Rutgers University in de Amerikaanse staat New Jersey blijkt dat de sneeuwbedekking van het noordelijk halfrond sinds 1978 niet zo groot is geweest als in de 4e week van de afgelopen januarimaand dit jaar, in een meetreeks die in het jaar 1966 is begonnen. In week 4 was een oppervlakte van 52,11 miljoen vierkante kilometer van de landgebieden op het noordelijk halfrond bedekt met sneeuw, 4 tot 5 miljoen vierkante kilometer meer dan normaal. Voor de maand als geheel kwam de gemiddelde sneeuwbedekking op het noordelijk halfrond op iets boven 50 miljoen vierkante kilometer uit, ruim 3 miljoen vierkante kilometer meer dan normaal. Dit levert een tweede plaats op, achter het nog altijd recordmaximum van februari 1978.
In de meetreeks was de 52,11 miljoen vierkante kilometer in week 4 eveneens goed voor een tweede plaats, achter week 7 in het jaar 1978. Toen was een oppervlakte 53,89 miljoen vierkante kilometer van het noordelijke halfrond bedekt met sneeuw. Sindsdien is de totale sneeuwbedekking alleen in de tweede week van 1985 nog in de buurt gekomen van die van week 4 van dit jaar, maar verder zat zij er de meeste jaren toch duidelijk onder. De grootste afwijkingen werden de afgelopen maand vooral geregistreerd in Azië, waar de kou het hardste toesloeg.
Een deel van de grote temperatuurafwijkingen naar beneden in Azië kan bijna niet anders dan met die sneeuwlaag te maken hebben gehad. Sneeuw reflecteert veel meer zonnestraling dan het bruine landschap, dat ze er normaal in de wintermaanden zien (denk aan de gebruikelijke beelden uit het verwoestijnde Afghanistan, dat er deze winter grotendeels wit bij ligt). Een veel lagere dan gemiddelde temperatuur staat dan zo in de boeken. Mogelijk heeft de inactieve zon (we zitten in een zonnevlekkenminimum) ook een rol gespeeld.
IJsbedekking Ten slotte kijken we nog naar de ijsbedekking van de zeeën in het noordpoolgebied. Daar werd de afgelopen herfst een absoluut minimum aan zeeijs geregistreerd. Het record van een jaar eerder werd spectaculair scherper gesteld. In oktober liep het tekort aan ijs op de noordelijke ijszeeën tijdelijk op tot ongeveer 3 miljoen vierkante kilometer. Sindsdien is er veel veranderd. In de maanden november, december en ook in januari is het tekort ten opzichte van normaal snel teruggelopen. Op dit moment bedraagt het nog om en nabij 500.000 vierkante kilometer. En dat tekort komt vrijwel volledig voor rekening van de (warme) Europese sector (Barentszee). Aan de westzijde van Groenland wordt, door het koude weer daar, nu een boven normale bedekking aan zeeijs geregistreerd, in de andere sectoren ligt slechts een klein beetje minder dan normaal of ongeveer de normale hoeveelheid ijs. Het meeste ijs is nieuw gevormd en daardoor natuurlijk niet heel erg dik.
bron:Veel sneeuw...behalve in West Europa.
